Boekomslag, vertaalde uitgave 1995
Vertaler: August Willemsen
Graciliano Ramos, (Quebrangulo, 27 oktober 1892 - Rio de Janeiro, 20 maart 1953); Braziliaans schrijver. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste Braziliaanse auteurs van de 20e eeuw.
Ik heb dit boek ademloos gelezen, samen met een van de andere boeken van Ramos: Kinderjaren (Infância) uit 1945.
Ik vond beide boeken erg goed, zeer informatief, schokkend hier en daar. Ook deprimerend, psychologisch zowel als sociaal interessant. Het kwam voor mij méé met de interesse in August Willemsen, en ik had beide boeken al in mijn kast staan. Door het lezen van de Braziliaanse Brieven van Willemsen kwam ik er nu toe de boeken te gaan lezen!
Angst wordt beschouwd als een van de belangrijkste romans in de Braziliaanse literatuur. Voor enige verdieping in boek en schrijver is het Nawoord van August Wilemsen raadzaam. Het lezen is daarom ook zo'n groot plezier, omdat de vertaling zo goed is, nergens hapert.
Ik zal het Nawoord hier samenvatten:
Plaats in de Braziliaanse literatuur:
Ramos behoort bij het modernismo, een literatuurvorm die in Brazilië bloeide in de eerste helft van de 20ee eeuw, vanaf 1922. Toen was de eerste fase, met vooral verzet tegen de literatuur van het verleden, die zich kenmerkte door postromantiek en post-symboliek.
De tweede fase, van 1930 tot 1945, was al wat bezonkener. Het was een bloeiperiode in de romankunst, die wordt vergeleken met de periode van de grote Russische roman in de 19e eeuw. Deze 'boom' vond vooral plaats in het noordoosten. We moeten deze regionale bloei niet zien als het floreren van onze zogenaamde streekroman, die hebben een wat slechte bijklank. In Brazílië sluit deze bloei aan bij een veel oudere stroming, namelijk het nativismo uit de 16e eeuw: de intense bewondering voor en gehechtheid aan het land. In de loop der jaren nam dat steeds andere vormen aan, tot het zich in de jaren dertig manifesteerde in de hier bedoelde noordoostelijke stroming. Die werd in 1928 ingeluid met A bagaceira, (De suikermolen) van José Americo de Almeida.
Suikermolen in Brazilië, kunstwerk door Frans Post, 17e eeuw.
De romance nordestino onderscheidt zich door een grote sociale betrokkkenheid, in mindere mate door psychologische interesse, en vaak door een hoog stilistisch niveau. Er is het vochtige noordoosten, niet ver van de kust gelegen, met de suikercultuur: het agrarisch gebied met plantages en slaven. Literatuur uit dit gebied wordt vooral vertegenwoordigd door José Lins de Rego (bij ons onbekend) en door het meesterwerk van de socioloog Gilberto Freyre: Casa Grande e senzale (Herenhuis en slavenverblijf) van 1933. (Is niet te vinden in het Nederlands, AdW.)
Gilberto Freyre: Casa Grande e senzale, boekomslag; 1933.
Naast dit vochtige noordoosten is er het droge noordoosten.
Terzijde merk ik op, dat hier een prachtig boek bestaat, van ouder datum. Schrijver is Euclides da Cunha. Het is een boek vol aardrijkskundige en sociologische kennis over Brazilië, in soms poëtische taal geschreven. In het tweede deel van het boek komt de oorlog rond Canudos ter sprake.
De sertao, het droge noordoosten, wordt prachtig beschreven door Euclides da Cunha, in Os Sertões.
Dit Portugese boek was voor Willemsen de aanleiding om Portugees te studeren. Hij gaf een vertaling onder de titel De binnenlanden.
Ik vervolg het overzicht van de 20e-eeuwse Braziliaanse literatuur:
Naast het vochtige noordoosten zoals hierboven beschreven hebben we het droge noordoosten, met zijn ruwe veeteelt, patriarchale feodalisme, het verschijnsel van de cangaço, en de periodiek terugkerende tragedie van de retirantes, mensen die vluchten voor de droogte. Dit vinden we in het werk van Raquel de Queirós, en van Graciliano Ramos.
Raquel de Queirós, 1910-2003
Raquel de Queiros heeft o.m. aandacht voor de positie van de vrouw, Ramos' aandacht ligt elders. Ik wil in dit verband uitleggen wie en wat de cangaço is, omdat die zo prominent aanwezig is bij Ramos: (Samenvatting van noot 15):
De cabra of cangaceiro is in het algemeen gesproken een arme inlander van gemengd bloed. Maar meer in het bijzonder kan het een huurmoordenaar zijn, of een handlanger van de cangaceiro. Deze laatste is te omschrijven als een bendeleider die gewapenderhand geschillen beslecht van persoonlijke of politieke aard. Het verschijnsel van de cangaço, vooral in het noordoosten, heeft belangrijke religieuze en sociologische aspecten. Dikwijls geïdealiseerd heeft de cangaceiro, in de Braziliaanse literatuur en filmkunst, zelfs mythische proporties aangenomen. Met de dood van de legendarische Lampeão, in 1938, kwam een eind aan het tijdperk van de cangaço. De termen cabra en cangaceiro worden ook wel door elkaar gebruikt.
Lampião en enkele van zijn cangaceiros. Lampião staat links van het midden, links van hem staat Maria Bonita. De kenmerkende leren hoeden met opstaande randen en leren kleding zijn te zien. De mannen hebben Mauser-geweren, een grote hoeveelheid munitie en sommigen hebben lange peixeira- messen door hun riem gestoken.
_01.jpg)
"Kapitein" Virgulino Ferreira da Silva, 1897 – 1938), beter bekend als Lampião, wat "lantaarn" of "olielamp" betekent), was waarschijnlijk de meest succesvolle traditionele bandietenleider van de twintigste eeuw.
Een derde schrijver van het noordoosten is Jorge Amado.
Jorge Aamado, 1912-2001
Dan een enkel woord over de debuurtoman van Ramos: Kannibalen (Caetés), van 1933.
Debuutroman van Ramos, ook vertaald door Augus Willemsen; verschijningsdatum 1933. Willemsen wijdt hier speciale aandacht aan in zijn Nawoord. Sommige critici noemen dit werk een 'vingeroefening' van Ramos, maar Willmesen ziet hier iets fundamenteel eigens van Ramos in: het dunne laagje vernis van de beschaving. Daaronder zijn wij allemaal kannibalen. Hij behandelt hierin ook een vroegere kannibalistische indianenstam.
Het leven van Graciliano Ramos:
Geboren in 1892 in Quebrangulo. Op zijn 2e verhuisd met het gezin naar de fazenda van zijn grootouders in de sertão van Buíque, in de staat Pernambuco. Een fazenda is een groot landgoed waarop landbouw of veeteelt wordt bedreven. De eigenaar is een fazendeiro. De sertão is het droge binnenland van het noordoosten.
Strenge droogte maakte na enige tijd verhuizing were noodzakelijk, naar het dorpje Buíque zelf, waar Graciliano zijn eerste schoolonderricht kreeg. In 1899 keerde het gezin terug naar de staat Alagoas (waar hij geboren was, naar het stadje Viçosa, dat indertijd bekend stond als de meest gewelddadige gemeente: anderhalve moord per dag! Hier zette hij zijn opleiding voort, en stichtte en redigeerde er een kinderkant. Publiceerde in de plaatselijke pers.
Deze periode, de sertão van Buíque, Vila Buíque en Viçosa, staat beschreven in zijn memoirenboek Infância, terwijl dezelfde periode van groot belang is voor zijn romans Angústia en Vidas secas.
Vidas Secas, 1938
in 1910 verhuizing naar Palmera dos Índios, in het binnenland van Alagoas, waar hij gaat werken in de stoffenwinkel van zijn vader. In 1914 doet hij een vergeefse poging te verhuizen naar Rio de Janeiro. Hijwerkt als corector en schrijft enige onuitgegeven verhalen. Woont in diverse pensions. Ook deze tijd, inclusief de (historisch) figuur van Dagoberto, is van belang voor Angústia.
Keert terug naar Palmeira, neemt de stoffenwinkel, de Loja Sincera van zijn vader over en trouwt. In 1920 sterft zijn vrouw, laat hem vier kinderen na. Begint in 1925 in het diepste geheim aan een roman. Schrijft regelmatig in de plaatselijke pers.
Hij is een plaatselijke bekendheid door zijn winkel, een soort supermarkt avant la lettre en tevens bibliotheek. Verzamelplaats voor de intelligentsia uit de hele omtrek. Staat bekend als een wijs en belezen man.
In 1928 wordt hij benoemd tot burgemeester van Palmeira dos Índios. Trouwt voor de tweede keer en voltooit zijn eerste roman. In 1930 doet hij afstand van het burgemeesterschap en verhuist naar de hoofdstad van Alagoas, de kustplaats Maceió, waar hij directeur van het openbaar onderwijs wordt.
Maceió in 1905Viel in zijn hoedanugheid van burgemeester op door zijn nietsverhullend taalgebruik in ambtelijke rapporten. Het waen zeer bondige studies over administratieve en economische problemen, 'bijna ongepast eerlijk', bondig, scherp. De rapporten baarden opzien en werden wijder verspreid. Een uitgever vermoedde een schrijver in hem, en zo kwam de bal aan het rollen. Zijn eerste roman heette Caetés, Kannibalen.
In 1934 verscheen zijn tweede roman, São Bernardo. Hij werd in een mum van tijd erkend als een schrijver van formaat.
Gepubliceerd in 1934.
In 1935 voltooide hij Angústia, en werd kort daarop gearresteerd op verdenking van communistische sympathieën, onder de dictatuur van Getúlio Vargas.
Getulio Vargas, 1883-1954.
Zat een jaar in een strafkamp, en schreef over zijn belevenissen aldaar zijn Memórias de Cárcere (Herinneringen uit de kerker) dat evenwel pas in 1953 verscheen. Het doet denken aan Dostojevski's Aantekeningen uit het ondergrondse. Er zijn parallellen tussen Herinneringen uit de kerker en dit werk van Dostojevski.
Na een jaar werd hij vrijgelaten en publiceerde in 1938 zijn vierde roman, Vida Secas (Dorre levens).
Maakt in 1952 nog een reis naar de Sovjet Unie, is dan al ongeneeslijk ziek. Sterft in 1953.
Van zijn werk ia in 1998 in Nederland nog weinig bekend, terwijl hij onbetwist de belangrijkste schrijver is van de noordoostelijke stroming. Hij is de psycholoog onder de regionalisten, alleen al daardoor de meest universele. En van de nordestino's was hij de enige echte grote stilist. Zijn taalgebruik is tot op heden onderwerp van studies in binnen- en buitenland.
Dan over de roman Angst zelf:
Willemsen noemt het 'de grootste, meest pretentieuze, meest introspectieve en meest complexe van Graciliano's romans'.
De geschiedenis speelt zich op meerdere niveaus af in tijd en ruimte, en ook nog op een bepaald emotioneel, eigenlijk: psychopathologisch niveau. Ook dat noemt Willemsen een structurerend element, dat bovendien de titel aan het boek geeft.
Er zijn twee verledens van de hoofpersoon en er is het heden.
Het eerste verleden is zijn kindertijd op de fazenda en later in 'het dorp'. De fazenda is in verval, in het dorp is de school die een kwelling is. Hier al begint de afkeer van de letteren, en vooral: de eenzaamheid.
Bestand:Antiga Fazenda da Ressaca.jpg
Deze foto van een Braziliaanse fazenda dateert van 1930. Ik heb geprobeerd een indruk te krijgen van het uiterlijk van een fazenda. Ik weet niet of dit klopt met wat Ramos beschrijft.
Het tweede verleden is de adolescentie, de harde leerschool van het leven, het zigeunerbestaan als kinderonderwijzer, recruut, corrector, pensiongast in de grote stad Rio.
het heden is al evenmin opbeurend. Het kantoor waar hij werkt als nederige klerk, de krantenredactie waar hijschrijft wat men hem zegt te moeten schrijven, het café van zijn vrienden Moisés en Pimentel. Zijn huis en zijn dove huishoudster Vitória met har papegaai en vooral de stinkende chtertuin en zijn relatie met Marina. Het gaat nergens om liefde, ookdat is een geblokkeerd gevoel, het gaat om seksuele begeerte. De relatie mislukt natuurlijk, het verleden speelt in alle hevigheid op, de gevoelens worden ondraaglijk. Dat leidt tot de uiteindelijke catastrofe.
De drie eerste romans van Ramos hebben allemaal een pseudo-auteur als hoofdpersoon. Wat Luis da Silva zit te schrijven, weten we voorlopig niet. Er wordt veel informatie achtergehouden.
Er is geen voortgang in de handeling, kennelijk lezen we alleen de gedachten van de hoofdpersoon. Het lijkt erop dat twee personen met zijn probleem te maken hebben (zijn obsessie): Julião Tavares en Marina.
Het boek kent geen genummerde hoofdstukken, maar de stukken zijn verbonden met astriksen. Het is niet een binnen een bepaald tijdsverloop geordend verhaal. Het is de subjectieve tijd van de hoofdpersoon. Bepaalde beelden roepen ander op, bij voorbeeld een klok, of een tijd zonder klok, of een streep licht die de tijd aanduidt. Zo gaat het verhaal heen en weer van heden naar verleden, puur innerlijk. Een pendelbeweging, zegt Willemsen.
We lezen 'the history of the mind' van Luis da Silva, een eenzaam, verlegen, benard mens met een verlammend zelfbewustzijn en een ziekelijk vermogen tot zelfanalyse. Enkele doorslaggevende thema's zijn: de vader in de hangmat, later de dode vader; de grootvader, de oude Trjano, in de omgang met de cangaceiro's die de vloer van de patio aanvegen met de rand van hun leren hoed; de dode cangaceira Cirilo Engrácia, rechtop aan een boom gebonden, en vele anderen.
Er is ook veel symboliek die verwijst naar de latere misdaad: de wateleidingpijp, slangen, elektriciteitsdraden, koorden, de lasso van amaro de koeherder, en ten slotte het touw dat Luis da Silva krijgt van seu Ivo, waarmee uiteindelijk de moord wordt gepleegd.
Alles komt ten slotte samen in het delirium waarmee het boek besluit. Alle personen en feiten verenigen zich in Luis da Silva's ontregelde brein. Het boek beschrijft eigenlijk de herinnering aan, de herbeleving van het delirium. In het begin staat dat hij net was opgestaan. We weten niet hoe lang hij het bed gehouden heeft.
Infância verscheen in 1945. Ik ga er een apart blog aan wijden.
In hoeverre de mind van Luis da Silva overeenkomt met die van Ramos weten we niet. Algehele identificatie is er niet, maar er zitten heel veel autobiografische elementen in zijn roman. Er zijn passages die overeenkomen met zijn roman Infância. Graciliano was zeker niet zo verknipt als de romanfiguur in dit boek, daarvoor had hij een te grote maatschappelijke betekenis, was ook enkele malen getrouwd.
Een groot punt van overeenkomst tussen romanfiguur en de schrijver betreft wél Ramos' haat tegen Julião Tavares. Ramos had een afkeer van mooipraterij, 'het bloemrijke, inhoudsloze gewauwel, waar veel Brazilianen zo verzot op zijn en nog steeds zijn.' Willemsen vervolgt: 'Zijn eigen kernachtige, verbeten taalgebruik klinkt als een protest daartegen.'
Ramos had een afkeer van de literatuur van zijn tijd, haatte de 'doutor' in het bijzonder. (Doutor = beleefdheidstitel voor elk min of meer gestudeerd persoon (niet dokter of doctor).
Echt opluchten doet de moord hem niet. Hij zou wel een echte moordende sertanejo (bewoner van de sertao) willen zijn, maar hij is een moordenaar die schrijft. Dat maakt hem tot 'een muis', het meest gehate dier in Angst. Hij is 'een welopgevoede muis, met zijn vingers friemelend in het pakje sigaretten.'
Ik noem ten slotte nog wat stijlkenmerken van dit boek: asyndetische constructies (zinsdelen die zonder verbindingswoord aan elkaar worden geplakt); nominale zinnen (zonder werkwoord/persoonsvorm), chaotische opeenstapeling van mededelingen, veelvuldige herhalingen, of herhaling van gedachten in andere woorden.
Tot slot een videootje over zijn leven. In het Portugees, voor mij onverstaanbaar. Maar wel met prachtige opnames van Graciliano zelf, wat mij toch een inkijkje gaf in hem als persoon. Beetje doorspoelen!











.jpg)
.tif.png)

.jpg)


.pdf.jpg)