woensdag 14 januari 2015

'Wij zaaien noch wij maaien niet, wij teren op de boer.' - Joost van den Vondel, 1660.

WILDZANG

Op de Hofstede van ‘De Hinlopens’, buiten Naarden.

---------------------------------------------------

Wat zong het vrolijk vogelkijn,
Dat in de boomgaard zat!

'Hoe heerlijk blinkt de zonneschijn
van rijkdom en van schat!
Hoe ruist de koelte in ’t eiken hout,
En vers gesproten lof!
Hoe straalt de boterbloem als goud!
Wat heeft de wildzang stof!

Wat is een dier zijn vrijheid waard!
Wat mist het aan zijn wens;
Terwijl de vrek zijn potgeld spaart!
O slaaf! O arme mens!
Waar groeien eiken t’ Amsterdam?
O kommerzieke Beurs,
Daar nooit genoegen binnen kwam!
Wat mist die plaats al geurs!

Wij vogels vliegen, warm gedost,
Gerust van tak in tak.
De hemel schaft ons drank en kost,
De hemel is ons dak.
Wij zaaien noch wij maaien niet:
Wij teren op de boer.
Als ’t koren in zijn aren schiet
Bestelt al ’t land ons voer.
Wij minnen zonder haat en nijd,
En dansen om de bruid;
Ons bruiloft bindt zich aan geen tijd,
Zij duurt ons leven uit'.

Wie nu een vogel worden wil,
Die trekke pluimen aan,
Vermij de stad, en straatgeschil,
en kieze ruimer baan.

schrijver
Elke eerste januari komen wij met de familie van mijn man bij elkaar rond oliebollen en champagne om samen het Nieuwe Jaar in te luiden.
Met soms aangename verrassingen:
Ik weet niet meer wat de aanleiding was  voor Evert de regels uit de titel te citeren. Ik vond het leuk genoeg om ze eens na te zoeken. Trudy had een Verzameld Werk van Vondel staan, ikzelf  ging naar internet.
Tot mijn verrassing schreef Vondel dit gedicht "Op de hofstede van De Hinlopens, buiten Naarden.'
Zelf afkomstig uit Bussum, moest ik ook dit weer nazoeken. En wat blijkt:
De Hinlopens zijn een tijdje de bewoners geweest van Oud-Bussem. Er is een flink conflict geweest tussen de Hinlopens en de Erfgooiers over het zogenaamde 'schaarrecht', dit is het recht om het vee te beweiden op gemeenschappelijke grond. Maar daar gaat het hier verder niet om. Wel wilde ik zeggen, dat we als familie een band hebben met Oud-Bussem: een prachtig stukje landgoed + bebouwing, waar Ton en ik met enige regelmaat nog wel eens gaan wandelen.
Niet alléén vanwege de schoonheid: óók, omdat Ma Bogaard daar als 'Duits dienstmeisje' haar leven in Nederland is begonnen.
 
Roman van Vestdijk; er waren in het interbellum véél Duitse dienstmeisjes naar Nederland gekomen.
Monogrammen borduren,  lekker eten koken, het huishouden tot in de perfectie verzorgen: dat kon Ma allemaal.
Floris Vos, 1871-1943, werkgever van Ma Bogaard op Oud-Bussem
Floris Vos-stal, van de modelboerderij Oud-Bussem.
Daar ook heeft ze de jonge Bep Bogaard gevonden (en andersom); de jonge man die het wasgoed op de fiets kwam halen en brengen van en naar de wasserij (die van zijn moeder) waar hij toen werkte.
Ze trouwden en kregen zeven kinderen; mijn man Ton was de vijfde. Ik ben al weer 45 jaar met hem getrouwd.
Toegangspoort Oud-Bussem
Toestand (voorheen) modelboerderij nu. 
.... en toen.
Verscholen in een mooi park.
Bos van Bredius, altijd een geliefd wandelingsoord. Ligt rondom Oud-Bussem
Interieur van een vroegere wasserij. Het is altijd Pa's droom gebleven om een eigen zaak te hebben. Zijn moeder had die ook, een zogenaamde droogwasserij op Brinklaan 7 te Bussum; Pa werkte daar tot een zeker tijdstip.
Het huis is in 1991 afgebroken. Het oude drooghuis ernaast is verbouwd tot kantoor.
Pa werd later bij andere wasserijen stoker en wasser; zo ongeveer zag de ketel eruit. 
En dit lijkt op zijn werk; vieze zwarte kolen scheppen naast..... 
de zorg voor de wasmachines, waaruit kraakhelder wasgoed tevoorschijn kwam.
Stoomwasserij van De Beer; bij dit bedrijf (o.a.) werkte Pa Bogaard.

Filmpje van een wasserij te Haarlem; veel groter dan de wasserijen te Bussum, maar wel leuk om een beeld te krijgen.
Hoe lekker het rook, dat weet Ton nog wel...

1 opmerking:

  1. 's Avonds lezen Ton en ik nog altijd Oorlog en Vrede, Tolstoi. In deel 2, bladzijde 1034 lazen we: 'De vogelen des hemels zaaien niet en maaien niet, maar onze hemelse Vader voedt hen alle.'
    Hè?! Is dit toeval?
    Nee, het moet een Bijbeltekst zijn.
    Wat een zegen is internet dan. Want mijn Concordantie op de bijbel gaf geen uitsluitsel, maar het internet wel. Deze tekst is uit Mattheus hoofdstuk 6 vers 25-26!

    BeantwoordenVerwijderen