vrijdag 31 juli 2026

Graciliano Ramos, Angst, 1998 (1936)

Boekomslag, vertaalde uitgave 1995
Vertaler: August Willemsen
Oorspronkelijke titel Angústia, hier als luisterboek-uitgave. 
Eerste papieren uitgave 1936.
Graciliano Ramos, (Quebrangulo, 27 oktober 1892 - Rio de Janeiro, 20 maart 1953); Braziliaans schrijver. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste Braziliaanse auteurs van de 20e eeuw.
Ik heb dit boek ademloos gelezen, samen met een van de andere boeken van Ramos: Kinderjaren (Infância) uit 1945. 
Ik vond beide boeken erg goed, zeer informatief, schokkend hier en daar. Ook deprimerend, psychologisch zowel als sociaal interessant. Het kwam voor mij méé met de interesse in August Willemsen, en ik had beide boeken al in mijn kast staan. Door het lezen van de Braziliaanse Brieven van Willemsen kwam ik er nu toe de boeken te gaan lezen!

Angst wordt beschouwd als een van de belangrijkste romans in de Braziliaanse literatuur. Voor enige verdieping in boek en schrijver is het Nawoord van August Wilemsen raadzaam. Het lezen is daarom ook zo'n groot plezier, omdat de vertaling zo goed is, nergens hapert. 

Ik zal het Nawoord hier samenvatten: 
 
Plaats in de Braziliaanse literatuur:
Ramos behoort bij het modernismo, een literatuurvorm die in Brazilië bloeide in de eerste helft van de 20ee eeuw, vanaf 1922.  Toen was de eerste fase, met vooral verzet tegen de literatuur van het verleden, die zich kenmerkte door postromantiek en post-symboliek. 
De tweede fase, van 1930 tot 1945, was al wat bezonkener. Het was een bloeiperiode in de romankunst, die wordt vergeleken met de periode van de grote Russische roman in de 19e eeuw. Deze 'boom' vond vooral plaats in het noordoosten. We moeten deze regionale bloei niet zien als het floreren van onze zogenaamde streekroman, die hebben een wat slechte bijklank. In Brazílië sluit deze bloei aan bij een veel oudere stroming, namelijk het nativismo uit de 16e eeuw: de intense bewondering voor en gehechtheid aan het land. In de loop der jaren nam dat steeds andere vormen aan, tot het zich in de jaren dertig  manifesteerde in de hier bedoelde noordoostelijke stroming. Die werd in 1928 ingeluid met A bagaceira, (De suikermolen) van José Americo de Almeida.
Suikermolen in Brazilië, kunstwerk door Frans Post, 17e eeuw. 
De romance nordestino onderscheidt zich  door een grote sociale betrokkkenheid, in mindere mate door psychologische interesse, en vaak door een hoog stilistisch niveau. 
Er is het vochtige noordoosten, niet ver van de kust gelegen, met de suikercultuur: het agrarisch gebied met plantages en slaven. Literatuur uit dit gebied wordt vooral vertegenwoordigd door José Lins de Rego (bij ons onbekend) en door het meesterwerk van de socioloog Gilberto Freyre: Casa Grande e senzale (Herenhuis en slavenverblijf) van 1933. (Is niet te vinden in het Nederlands, AdW.)
 Gilberto Freyre: Casa Grande e senzale, boekomslag; 1933.
Naast dit vochtige noordoosten is er het droge noordoosten. 
Terzijde merk ik op, dat hier een prachtig boek bestaat, van ouder datum. Schrijver is Euclides da Cunha. Het is een boek vol aardrijkskundige en sociologische kennis over Brazilië, in soms poëtische taal geschreven. In het tweede deel van het boek komt de oorlog rond Canudos ter sprake. 

De sertao, het droge noordoosten, wordt prachtig beschreven door Euclides da Cunha, in Os Sertões. 
Dit Portugese boek was voor Willemsen de aanleiding om Portugees te studeren. Hij gaf een vertaling onder de titel De binnenlanden. 

Ik vervolg het overzicht van de 20e-eeuwse Braziliaanse literatuur: 
Naast het vochtige noordoosten zoals hierboven beschreven hebben we het droge noordoosten, met zijn ruwe veeteelt, patriarchale feodalisme, het verschijnsel van de cangaço, en de periodiek terugkerende tragedie van de retirantes, mensen die vluchten voor de droogte.  Dit vinden we in het werk van Raquel de Queirós, en van Graciliano Ramos.
Raquel de Queirós, 1910-2003
Raquel de Queiros
heeft o.m. aandacht voor de positie van de vrouw, Ramos' aandacht ligt elders. Ik wil in dit verband uitleggen wie en wat de 
cangaço is, omdat die zo prominent aanwezig is bij Ramos: 
(Samenvatting van noot 15):
De cabra of cangaceiro is in het algemeen gesproken een arme inlander van gemengd bloed. Maar meer in het bijzonder kan het een huurmoordenaar zijn, of een handlanger van de cangaceiro. Deze laatste is te omschrijven als een bendeleider die gewapenderhand geschillen beslecht van persoonlijke of politieke aard. Het verschijnsel van de cangaço, vooral in het noordoosten, heeft belangrijke religieuze en sociologische aspecten. Dikwijls geïdealiseerd heeft de cangaceiro, in de Braziliaanse literatuur en filmkunst, zelfs mythische proporties aangenomen. Met de dood van de legendarische Lampeão, in 1938, kwam een eind aan het tijdperk van de cangaço. De termen cabra en cangaceiro worden ook wel door elkaar gebruikt. 
Lampião en enkele van zijn cangaceiros. Lampião staat links van het midden, links van hem staat Maria Bonita. De kenmerkende leren hoeden met opstaande randen en leren kleding zijn te zien. De mannen hebben Mauser-geweren, een grote hoeveelheid munitie en sommigen hebben lange peixeira- messen door hun riem gestoken.

"Kapitein" Virgulino Ferreira da Silva, 1897 – 1938), beter bekend als Lampião, wat "lantaarn" of "olielamp" betekent), was waarschijnlijk de meest succesvolle traditionele bandietenleider van de twintigste eeuw. 

Een derde schrijver van het noordoosten is Jorge Amado. 
Jorge Aamado, 1912-2001
Dan een enkel woord over de debuurtoman van Ramos: Kannibalen (Caetés), van 1933.
Debuutroman van Ramos, ook vertaald door Augus Willemsen; verschijningsdatum 1933.  Willemsen wijdt hier speciale aandacht aan in zijn Nawoord. Sommige critici noemen dit werk een 'vingeroefening' van Ramos, maar Willmesen ziet hier iets fundamenteel eigens van Ramos in: het dunne laagje vernis van de beschaving. Daaronder zijn wij allemaal kannibalen. Hij behandelt hierin ook een vroegere kannibalistische indianenstam. 

Het leven van Graciliano Ramos: 
Geboren  in 1892 in Quebrangulo. Op zijn 2e verhuisd met het gezin naar de fazenda van zijn grootouders in de sertão van Buíque, in de staat Pernambuco. Een fazenda is een groot landgoed waarop landbouw of veeteelt wordt bedreven. De eigenaar is een fazendeiro. De sertão is het droge binnenland van het noordoosten.
Strenge droogte maakte na enige tijd verhuizing were noodzakelijk, naar het dorpje Buíque zelf, waar Graciliano zijn eerste schoolonderricht kreeg. In 1899 keerde het gezin terug naar de staat Alagoas (waar hij geboren was, naar het stadje Viçosa, dat indertijd bekend stond als de meest gewelddadige gemeente: anderhalve moord per dag! Hier zette hij zijn opleiding voort, en stichtte en redigeerde er een kinderkant. Publiceerde in de plaatselijke pers. 
Deze periode, de sertão van Buíque, Vila Buíque en Viçosa, staat beschreven in zijn memoirenboek Infância, terwijl dezelfde periode van groot belang is voor zijn romans Angústia en Vidas secas. 
Vidas Secas, 1938
in 1910 verhuizing naar Palmera dos Índios, in het binnenland van Alagoas, waar hij gaat werken in de stoffenwinkel van zijn vader. In 1914 doet hij een vergeefse poging te verhuizen naar Rio de Janeiro. Hijwerkt als corector en schrijft enige onuitgegeven verhalen. Woont in diverse pensions. Ook deze tijd, inclusief de (historisch) figuur van Dagoberto, is van belang voor Angústia. 
Keert terug naar Palmeira, neemt de stoffenwinkel, de Loja Sincera van zijn vader over en trouwt. In 1920 sterft zijn vrouw, laat hem vier kinderen na. Begint in 1925 in het diepste geheim aan een roman. Schrijft regelmatig in de plaatselijke pers. 
Hij is een plaatselijke bekendheid door zijn winkel, een soort supermarkt avant la lettre en tevens bibliotheek. Verzamelplaats voor de intelligentsia uit de hele omtrek. Staat bekend als een wijs en belezen man. 
In 1928 wordt hij benoemd tot burgemeester van Palmeira dos Índios. Trouwt voor de tweede keer en voltooit zijn eerste roman. In 1930 doet hij afstand van het burgemeesterschap en verhuist naar de hoofdstad van Alagoas, de kustplaats Maceió, waar hij directeur van het openbaar onderwijs wordt. 
Maceió in 1905
Viel in zijn hoedanugheid van burgemeester op door zijn nietsverhullend taalgebruik in ambtelijke rapporten. Het waen zeer bondige studies over administratieve en economische problemen, 'bijna ongepast eerlijk', bondig, scherp. De rapporten baarden opzien en werden wijder verspreid. Een uitgever vermoedde een schrijver in hem, en zo kwam de bal aan het rollen. Zijn eerste roman heette Caetés, Kannibalen. 
In 1934 verscheen zijn tweede roman, São Bernardo. Hij werd in een mum van tijd erkend als een schrijver van formaat. 
Gepubliceerd in 1934.
In 1935 voltooide hij Angústia, en werd kort daarop gearresteerd op verdenking van communistische sympathieën, onder de dictatuur van Getúlio Vargas.
Getulio Vargas, 1883-1954.
Zat een jaar in een strafkamp, en schreef over zijn belevenissen aldaar zijn Memórias de Cárcere  (Herinneringen uit de kerker) dat evenwel pas in 1953 verscheen. Het doet denken aan Dostojevski's Aantekeningen uit het ondergrondse. 
Er zijn parallellen tussen Herinneringen uit de kerker en dit werk van Dostojevski. 

Na een jaar werd hij vrijgelaten en publiceerde in 1938 zijn vierde roman, Vida Secas (Dorre levens).
Maakt in 1952 nog een reis naar de Sovjet Unie, is dan al ongeneeslijk ziek. Sterft in 1953.

Van zijn werk ia in 1998 in Nederland nog weinig bekend, terwijl hij onbetwist de belangrijkste schrijver is van de noordoostelijke stroming. Hij is de psycholoog onder de regionalisten, alleen al daardoor de meest universele. En van de nordestino's was hij de enige echte grote stilist.  Zijn taalgebruik is tot op heden onderwerp van studies in binnen- en buitenland.

Dan over de roman Angst zelf: 
Willemsen noemt het 'de grootste, meest pretentieuze, meest introspectieve en meest complexe van Graciliano's romans'. 
De geschiedenis speelt zich op meerdere niveaus af in tijd en ruimte, en ook nog op een bepaald emotioneel, eigenlijk: psychopathologisch niveau. Ook dat noemt Willemsen een structurerend element, dat bovendien de titel aan het boek geeft.  
Er zijn twee verledens van de hoofpersoon en er is het heden. 
Het eerste verleden is zijn kindertijd op de fazenda en later in 'het dorp'. De fazenda is in verval, in het dorp is de school die een kwelling is. Hier al begint de afkeer van de letteren, en vooral: de eenzaamheid. 
Bestand:Antiga Fazenda da Ressaca.jpg
Deze foto van een Braziliaanse fazenda dateert van 1930. Ik heb geprobeerd een indruk te krijgen van het uiterlijk van een fazenda. Ik weet niet of dit klopt met wat Ramos beschrijft. 

Het tweede verleden is de adolescentie, de harde leerschool van het leven, het zigeunerbestaan als kinderonderwijzer, recruut, corrector, pensiongast in de grote stad Rio. 
het heden is al evenmin opbeurend.  Het kantoor waar hij werkt als nederige klerk, de krantenredactie waar hijschrijft wat men hem zegt te moeten schrijven, het café van zijn vrienden Moisés en Pimentel. Zijn huis en zijn dove huishoudster Vitória met har papegaai en vooral de stinkende chtertuin en zijn relatie met Marina.  Het gaat nergens om liefde, ookdat is een geblokkeerd gevoel, het gaat om seksuele begeerte. De relatie mislukt natuurlijk, het verleden speelt in alle hevigheid op, de gevoelens worden ondraaglijk. Dat leidt tot de uiteindelijke catastrofe. 

De drie eerste romans van Ramos hebben allemaal een pseudo-auteur als hoofdpersoon. Wat Luis da Silva zit te schrijven, weten we voorlopig niet. Er wordt veel informatie achtergehouden. 
Er is geen voortgang in de handeling, kennelijk lezen we alleen de gedachten van de hoofdpersoon. Het lijkt erop dat twee personen met zijn probleem te maken hebben (zijn obsessie): Julião Tavares en Marina. 
Het boek kent geen genummerde hoofdstukken, maar de stukken zijn verbonden met astriksen. Het is niet een binnen een bepaald tijdsverloop geordend verhaal. Het is de subjectieve tijd van de hoofdpersoon. Bepaalde beelden roepen ander op, bij voorbeeld een klok, of een tijd zonder klok, of een streep licht die de tijd aanduidt. Zo gaat het verhaal heen en weer van heden naar verleden, puur innerlijk. Een pendelbeweging, zegt Willemsen. 
We lezen 'the history of the mind' van Luis da Silva, een eenzaam, verlegen, benard mens met een verlammend zelfbewustzijn en een ziekelijk vermogen tot zelfanalyse. Enkele doorslaggevende thema's zijn: de vader in de hangmat, later de dode vader; de grootvader, de oude Trjano, in de omgang met de cangaceiro's die de vloer van de patio aanvegen met de rand van hun leren hoed; de dode cangaceira Cirilo Engrácia, rechtop aan een boom gebonden, en vele anderen. 
Er is ook veel symboliek die verwijst naar de latere misdaad: de wateleidingpijp, slangen, elektriciteitsdraden, koorden, de lasso van amaro de koeherder, en ten slotte het touw dat Luis da Silva krijgt van seu Ivo, waarmee uiteindelijk de moord wordt gepleegd. 
Alles komt ten slotte samen in het delirium waarmee het boek besluit. Alle personen en feiten verenigen zich in Luis da Silva's ontregelde brein. Het boek beschrijft eigenlijk de herinnering aan, de herbeleving van het delirium. In het begin staat dat hij net was opgestaan. We weten niet hoe lang hij het bed gehouden heeft. 
Infância verscheen in 1945. Ik ga er een apart blog aan wijden. 
In hoeverre de mind van Luis da Silva overeenkomt met die van Ramos weten we niet. Algehele identificatie is er niet, maar er zitten heel veel autobiografische elementen in zijn roman. Er zijn passages die overeenkomen met zijn roman Infância. Graciliano was zeker niet zo verknipt als de romanfiguur in dit boek, daarvoor had hij een te grote maatschappelijke betekenis, was ook enkele malen getrouwd.
Een groot punt van overeenkomst tussen romanfiguur en de schrijver betreft wél Ramos' haat tegen Julião Tavares. Ramos had een afkeer van mooipraterij, 'het bloemrijke, inhoudsloze gewauwel, waar  veel Brazilianen zo verzot op zijn en nog steeds zijn.'  Willemsen vervolgt: 'Zijn eigen kernachtige, verbeten taalgebruik klinkt als een protest daartegen.'
Ramos had een afkeer van de literatuur van zijn tijd, haatte de 'doutor' in het bijzonder. (Doutor = beleefdheidstitel voor elk min of meer gestudeerd persoon (niet dokter of doctor). 
Echt opluchten doet de moord hem niet. Hij zou wel een echte moordende sertanejo (bewoner van de sertao) willen zijn, maar hij is een moordenaar die schrijft. Dat maakt hem tot 'een muis', het meest gehate dier in Angst.  Hij is 'een welopgevoede muis, met zijn vingers friemelend in het pakje sigaretten.' 

Ik noem ten slotte nog wat stijlkenmerken van dit boek: asyndetische constructies (zinsdelen die zonder verbindingswoord aan elkaar worden geplakt); nominale zinnen (zonder werkwoord/persoonsvorm), chaotische opeenstapeling van mededelingen, veelvuldige herhalingen, of herhaling van gedachten in andere woorden.
Tot slot een videootje over zijn leven. In het Portugees, voor mij onverstaanbaar. Maar wel met prachtige opnames van Graciliano zelf, wat mij toch een inkijkje gaf in hem als persoon. Beetje doorspoelen! 

donderdag 23 juli 2026

Meester over je gedachten, Pieter Frijters, 2009.

Boekomslag; 
zelfhulpboek 2009.
Meester zijn over je gedachten, dat leek me eigenlijk wel wat. Ik heb het van de bieb geleend, en heb er in gegrasduind. 
Ik heb het idee dat dit gedachtegoed inmiddels vrij algemeen is: positief denken, zeg ik maar even kortweg. 
Pieter Frijters is coach. Veel mensen zoeken hun heil bij een coach, en niet in de een of andere therapie. Het gaat hun om wat ze willen bereiken, vaak zijn mensen uit het management de doelgroep. Ik zie een verschil met therapie, waarin het meer gaat om genezing. 
Lang niet alle mensen die een coach hebben voor hun persoonlijke problemen als angst, vastgelopen zijn in het leven, worden werkelijk geholpen door coaching. Soms is het noodzakelijk de persoonlijke pijn onder ogen te zien, teneinde ten slotte genezing te kunnen genieten. 
Het omgekeerde is ongetwijfeld ook waar. Niet elke therapie is heilzaam, soms is een andere aanpak nodig. Zoals Frijters zelf beweert op pagina 37:  'Ik vraag me soms af of we een psychiater wel een deskundige kunnen noemen.' 

Het boek is van 2009, het gedachtegoed heeft zich inmiddels goed genesteld in het collectieve bewustzijn. Er zijn meer publicaties die naar hetzelfde gedachtegoed verwijzen. Neem boek en film The Secret, de film is van 2006. Beide zijn weer gebaqseerd op een veel ouder boek: "The Science of Getting Rich" van Wallace D. Wattles uit 1910. 
The Secret, 2006, boek en film
Een ander boekje in dezelfde 'succcestrant' geschreven is het volgende, van Deepak Chopra: 
Boekomslag; eerste publicatie 1997. 
We naderen met deze denktrant het spirituele vlak. Mij komt A Course in Miracles voor ogen. 
Geschreven door Dr. Helen Schucman.
En The Course kreeg weer een nieuwe impuls door het werk van Gerald Jampolsky, met zijn Attidudinal Healing. 
Gerald Jampolsky, grondlegger van Attitudinal Healing. eerste boekje over dat onderwerp. 
En toevallig kwam ik in aanraking met Els Thissen, die doorgaat op dezelfde inzichten. 
Ik dwaal natuurlijk af van het boekje van Pieter Frijters zelf, toch vind ik het van belang de raakvlakken te noemen. In dat verband nog één opmerking: er bestaat een zogenaamde 
New Thought Alliance. Een internationale organisatie die verschillende deelgroepen onder zich verenigt. Die komen overeen in een aantal overtuigingen betreffende metafysica, positief denken, de wet van aantrekking, healing, levensenergie, creatief visualiseren en persoonlijke kracht. 
Ik weet hier te weinig van af, ik las wel dat Frijters min of meer aansluit bij deze groepering, zie zijn hoofdstuk Kwantummechanica van het denken. Ieders denken beïnvloedt het universum. Met je denken trek je dingen naar je toe. Hij haalt ook The Secret aan. 

Een opmerking vooraf over positief denken wil ik nog wel maken; ik vond deze aanmerking bij Deze link naar de site van de EO. Ik geef hier een citaat:

"Een beetje positief de wereld in kijken lijkt me niet verkeerd, maar er een algemene wet van maken die je aanspoort het geluk in eigen hand te nemen is heel wat stappen verder. Dat is een belediging van een ieder die lijdt aan het leven en het legt een ondragelijke last op de schouders van elk mens die zich nu gedwongen voelt iets te moeten maken van het bestaan. Dan durf ik liever te dromen van een wereld waarin iedereen welkom is. Voor wie lijdt aan het leven tot wie datzelfde leven toelacht."

(Jaap-Harm de Jong) 

0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0

Ik ga nu wat indrukken weergeven die ik uit Meester over je gedachten verzameld heb. 

Citaat:
"Ik ben ervan overtuigd dat er geen probleem bestaat zonder dat een oplossing voorhanden is." (p. 125)
Hier ben ik het niet mee eens. Er zijn te veel moeilijkheden van mensen over de hele wereld die er helaas bestaan. Als er al een oplossing voor is, dan is het wel dat we ellende moeten accepteren. Of leren dragen. 

Er zijn wat tips die het overwegen waard zijn. Zo adviseert de schrijver een piekeragenda, en de MTRT-methode
De piekeragenda kende ik al van nature, gewoon de dingen van je af schrijven. Dat kan al heel wat rust geven. 
De MTRT-methode vond ik interessant en was nieuw voor mij. De afkorting staat voor Mind Toon Ritme Taal. De bedoeling is je denktaal resoluut (overtuigend) te laten klinken in je hoofd - en trouwens, hetzelfde principe toe te passen op je 'echte' taalgebruik. Hier gaat het om: spreek met een dalende melodie, eindig je zin dus niet vragend; las pauzes in (rustpunten) en pas een rustig, afwisselend snel en langzaam, ritme toe. De zogenaamde speak coherence. 

Een andere tip - die was voor mij wel interessant - is het denken in 'moeten'. Destructief noemt Frijters dat. Dat kan ik beamen! Verander je 'moeten' in 'mogen'. 

Okay....

Nog een:
Let op de vragen die je jezelf stelt. Vragen die beginnen met 'Waarom? of 'Waar?' helpen je niet, je komt er toch niet uit. Beter is je vraag te laten beginnen met 'Hoe?' Frijters noemt dat doelvragen. Ze zijn te verkiezen boven nutteloze vragen en horrorvragen.

Hij vestigt ook de aandacht op je twijfel. Na de twijfel is het nemen van een krachtig besluit noodzakelijk. Eenmaal een besluit genomen is het piekeren weg.

Verder legt hij uit dat we visueel zijn ingesteld, bewust zowel als onbewust. "Aan iedere gedachte hangt een beeld." Dat kun je inzetten als je iets wilt! Je dromen, verlangens, wensen visualiseren.

"Nee!" noemt hij het moeilijkste woord. We durven vaak geen nee te zeggen omdat we aardig gevonden willen worden. Dat betekent dan wel dat je weinig respect hebt voor jezelf.

Houd je aan de tien geboden, als leidraad, zegt hij. 
Daar ben ik het volledig mee eens. 

En dan: Een dag zonder planning is een verloren dag en een gemiste kans. (p. 119)
Dit vond ik wel een goed inzicht. 

Merkwaardig was weer, dat hij niets ziet in meditatie (p. 132). Dit schuif ik op zijn persoonlijke ervaring, die niets zegt over hoe anderen het ervaren. 

Verder vraagt hij de lezer: wat is je doel in het leven? Met het advies: maak je doelen zo concreet mogelijk.

Hij brengt een hiërarchie aan in de waarde van onze zintuigen; zien staat bovenaan. Hier heb ik me verder niet in verdiept. 

Wat me weer wel trof was deze zin: Voor een gezond functionerende mind is het belangrijk om alles in een ruimer verband te leren zien. (p. 48)

Dit deed me weer aan een heel ander boek denken, namelijk dit van Jill Bolte Taylor:

Boekomslag Jill Bolte Taylor
Zonder dat boek hier te bespreken, geef ik kort weer wat zij zegt over de verschillende hersenfuncties. Er is een deel van de hersenen dat zich bezig houdt met herinneringen, en een ander deel dat veel opener staat. Taylor wordt hier ook spiritueel, ziet de verbondenheid van deze hersenhelft met het Al. Als je in de knoei zit, zegt zij, houd dan een breinberaad: schakel de beide hersenhelften in. Vergelijk dit met Frijters opmerking: 'Voor een gezond functionerende mind is het belangrijk om alles in een ruimer verband te leren zien.' (p. 48)

Pas op met statements over jezelf, zoals: 'ik ben gewoon vreselijk jaloers', 'dat is voor mij onmogelijk', 'zo ben ik nu eenmaal....'
Ook geleerde overtuigingen kunnen je dwars zitten, denk bij voorbeeld aan een strenge (religieuze) opvoeding. 
En de laatste (bekende) tip: bewegen is de aanjager van het denken. Bewegen (wandelen, fietsen bij voorbeeld) doet je soms de dingen ruimer zien, frisser. 

De auteur, Pieter Frijters, 1958

zaterdag 18 juli 2026

Braziliaanse Brieven, August Willemsen, 1985.

'Wanneer ik het woord 'opdat' gebruik, kunnen vier van de vijf mensen me niet meer volgen.'
(August Willemsen)
Eerste uitgave, 1985. 
"Dit boek is voor Roos"
(zijn dochter)
Ik had dit boek al jaren in mijn kast staan, en kwam er niet toe het te lezen. Aanleiding om dat toch eens te doen, was onze HOVO-cursus PESSOA , die wij volgden van 16 februari tot en met 13 april 2026. Een online-cursus van vijf keer, met een uitstekende docent, Peter Swanborn. Ik hoop over die cursus later nog over te bloggen. 
HOVO-docent Peter Swanborn
Hoe dan ook, werd ik door deze cursus zeer verrast door het uitstekende vertaalwerk dat Willemsen heeft verzet met de poëzie van Pessoa. Hij vertaalt niet alleen geweldig, hij dicht (herdicht) ook nog eens fantastisch! Natuurlijk 'wist' ik dat al wel, maar ik wist het nu nog veel beter, en tot in detail! Wat heeft hij niet vertaald, buiten Pessoa en Drummond de Andrade, die ik allebei al in mijn kast had staan. Trouwens, ook Graciliano Ramos, met zijn boeken Kinderjaren en Angst stonden al jaren (ongelezen!) in mijn kast. (Intussen goedgemaakt.) En nog meer....
Fernando Pessoa
1888-1935
Terug naar August Willemsen, en zijn Braziliaanse Brieven. Het boek beslaat brieven van Willemsen uit vier periodes in zijn leven: 1967-1968; 1973; 1979 en 1984. Die vier periodes bracht hij door in Brazilië, om de Braziliaanse literatuur te bestuderen. Daarvoor had hij een beurs ontvangen. 
In de eerste periode verblijft hij daar met zijn vrouw Mieke.  Ze zijn arm als de mieren en de huisvesting is problematisch, onder andere door de ergerlijke bureaucratie. Hoe hij de Brazilianen beschrijft is buitengewoon interessant, ze zijn aanrakerig, veel losser in de omgang, en alles is minder schoon en minder geregeld dan in Nederland. Veel ongedierte, en opvallend is ook hoe veel Willemsen drinkt. Hij is als alcoholist is geëindigd, dus ja, dat begon al vroeg. Buitengewoon interessant is het slotstuk van deze reis, en ik citeer nu de DBNL, Lexicon der literaire werken:

"De reis door Brazilië waarmee ze [Guus en Mieke] hun verblijf in dat land besluiten, is zo zuinig mogelijk opgezet. Dat levert, net als de huisvesting, taferelen op van het gewone, dagelijkse leven in Brazilië: slapen tussen andere reizigers, wakker worden door kakkerlakken van zes, zeven centimeter, een trein die ontspoort en door de mannelijke reizigers weer op de rails wordt getild. Maar die taferelen zijn bijzaak. Het belang van de reis ligt in de aanleiding ertoe. In 1958 las Willemsen de roman Os sertões (1902) van Euclides da Cunha, in de vertaling van M. de Jong: De binnnenlanden (1954). Mede om dat boek in het origineel te kunnen lezen, is hij enkele jaren later Portugees gaan studeren. Ook vatte hij toen al het plan op ooit eens de plaats van handeling te bezoeken. Het gebied is woestijn, Willemsen en zijn vrouw komen er met een vrachtwagen en een jeep. Het laatste stuk gaat hij alleen, te voet, over scherpe steentjes en dwars door struiken met doornen ‘in staat een moet te maken in staal’. Daar is ‘de leegte van 5.000 krotten, [...] het lemen bolwerk van de “fanatici”, verpulverd door de Krupp-kanonnen van de Braziliaanse regering’. Dat gebeurde in 1896/97 en is door Euclides da Cunha in 1902 beschreven in zijn roman Os sertões."
Euclides da Cunha, 
1866-1909
De tweede reis heeft Willemsen een nieuwe partner, Noor. Hij is inmiddels verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, heeft opnieuw een beurs, en is nu op onderzoek naar de schrijver Graciliano Ramos. Hij vindt hem een schrijver die schrijft 'zoals je zou moeten schrijven'. Verder over de bevolking, ik citeer nogmaals de DBNL: 

"Ook deze keer, net als in 1967-1968, schrijft Willemsen over de armoede. Maar de toon is nu meer verbitterd, de voorbeelden zijn schrijnender. Zo vertelt hij het verhaal van de familie Sacramento. Zij wonen in een arme (niet de armste!) wijk van Bahia, in een huisje van steen, wat in ieder geval beter is dan één van leem. De vloer is van verharde aarde. Op die vloer spelen de kindertjes, naakt. ‘Ze pissen op de grond en kruipen door hun eigen pis, speelgoed is een lege talkpoederbus, die ze over de grond schoppen en in hun mond steken.’ De zeventien- à achttienjarige dochter Gina gaat af en toe met iemand mee, bij voorkeur is dat een blanke jongen. Ze verwacht voor haar twintigste vermoord te worden en zal blij zijn als het zover is."
Graciliano Ramos, 
1892-1953
Op zijn derde reis ontmoet hij de schrijver Drummond de Andrade, inmiddels een broze oude man van tegen de tachtig. Dit verblijf is in 1979. Hij is er vijf weken. Aan Paul - zijn vaste adres, al zijn critici  ervan overtuigd dat hij al zijn adressanten literair samenvoegde in deze ene naam - schrijft hij één brief. Daaruit blijkt dat hij ondertussen een dochtertje heeft van twee jaar, Roos. Hij is alleen op reis, maar mist vrouw en kind. Aan Noor heeft hij veel geschreven, daardoor schoot Paul er een beetje bij in.
Carlos Drummond de Andrade, 
1902-1987
Dan de laatste reis, citaat DNL: 
"In 1984 verblijft hij opnieuw vijf weken in Brazilië, weer alleen. Hij geniet nu enige bekendheid in de literaire wereld. Men nodigt hem uit voor een vraaggesprek dat voortdurend uitgesteld wordt en op het nippertje plaatsvindt, hoewel de tweede gesprekspartner, de schrijver Drummond de Andrade, toch weer niet komt opdagen. Het is allemaal typisch Braziliaans, net als de voortdurende herrie, het alsmaar praten en nooit (of nauwelijks) luisteren, het elkaar steeds aanraken, de niet-aflatende drukte. Voor het eerst in deze jaren spreekt Willemsen over zijn behoefte alleen te zijn en noteert hij de momenten dat hij de herrie ontvlucht."
0=0=0=0=0=0=0=0
Na de Pessoa-cursus en dit boek van Willemsen zelf, was ik zo gegrepen door Willemsen en zijn werk, dat ik meteen Graciliano Ramos ben gaan lezen, en ook Euclides da Cunha. Ik zal daar nog over bloggen. 

Ook in Willemsen zelf hebben we ons hier thuis samen verder verdiept. Ik vond een video-opname over hem, een tafelgesprek onder leiding van Theodor Holman. 
Dit gesprek vond plaats in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, 
duur van de opname circa 1 uur.
In het OBA-gesprek kwam de maakster van een documentaire over August Willemsen aan het woord, Frederieke Jochems. De documentaire heet: De bladzij en de werkelijkheid en is van 2023. De docu was niet meer te vinden op internet, maar ik heb van de maakster toestemming gekregen de film te zien, 'for your eyes only.' Heel erg leuk, hier volgt de trailer. Wat alleen daarin al zo opmerkelijk is, is het beeld van de sertao, met de vreselijke stekelige beplanting. Zie DEZE LINK:
Docu van Frederiek Jochems. 
Samenvatting docu:
Huist er een Braziliaanse ziel in de charmante literator? In ‘De bladzij en de werkelijkheid’ is August Willemsens’ portret opgebouwd uit beelden van Amsterdam, de Bijlmer waar hij woonde en vooral Brazilië, verweven met brieffragmenten en magistrale televisieoptredens. Zijn complexe relaties met vrouwen, vrienden en enige dochter worden blootgelegd in hun getuigenissen met een niet aflatende loyaliteit voor ‘hun Guus’. De spanning in zijn haat-liefde verhouding tot Brazilië wordt voelbaar in zijn hartstocht voor taal, literatuur, muziek en daar tegenover zijn neiging tot zelfdestructie. Met ‘graphic novel’ stijlelementen wordt in de film recht gedaan aan de extremen die zijn leven kenmerkten.
Filmposter
Leuk bij voorbeeld om hem geïnterviewd te zien door Ischa Meijer!

Tot slot een ontroerend detail uit een van de interviews met hem: 
'Wanneer ik niets om handen heb, kan ik het leven maar moeilijk hanteren.
Toen ik aan de vertaling van Diepe wildernis. De wegen werkte, leidde ik, ondanks de zware en lange arbeid, een heel gemakkelijk leven. Zodra die klus geklaard was, sloeg het leven meteen weer onbarmhartig chaotisch toe. Op zulke momenten kan ik het niet meer zo goed aan: dan wil ik ook wel weer aan de drank raken. Dan heb ik het gewoonweg niet meer in de hand.
Het gaat allemaal in principe over de hartstocht - misschien is dat wel het allesoverheersende thema in mijn werk. Daar is indertijd ook mijn interesse in de muziek mee begonnen: opera, die passie. En dat zo precies mogelijk weer te geven, in een vorm te gieten - dat is mijn hartstocht. Of liever gezegd: het hanteerbaar maken ervan. De hartstocht in banen leiden, stileren. Gestileerde hartstocht.’

August Willemsen, 1936-2007

vrijdag 17 juli 2026

Offer, Het, Andrei Tarkovski, 1986.

'There is no deeper, more mysterious and more critical mysterie than the mysterie of our existence.' - Tarkovski. 
Poolse filmposter bij The Sacrifice, door kunstenaar Roman Kowalik.

Dit is de laatste film die Tarkovski gemaakt heeft. Hij stierf in december van datzelfde jaar. 
Zoals alle Tarkovskifilms die ik gezien heb, is ook deze film niet gemakkelijk. 

Om gemakshalve maar met een 'weetje' - nogal spectaculair! - te beginnen: de brand aan het eind van de film moest twee keer worden gefilmd. Bij de eerste keer liep de filmrol vast in de camera. Tarkovski had maar één camera gebruikt, ondanks protest van zijn cameraman Sven Nykvist. Het huis moest helemaal opnieuw worden gebouwd, dat duurde twee maanden en kostte erg veel geld. De tweede keer werd ook alles in één take opgenomen, maar wel met twee camera's. Die opnames waren okay. 

Het offer (Zweeds: Offret) is een Zweedse film uit 1986 onder regie van Andrej Tarkovski. De film is geïnspireerd op het werk van Ingmar Bergman. Het is de laatste film die Tarkovski heeft geregisseerd tot zijn dood in december 1986.

Ik geef de plot, zoals weergegeven in Wikipedia:

Alexander is een acteur die het toneel heeft ingeruild voor een carrière als journalist, criticus en docent esthetiek. Hij woont in een prachtig huis met zijn vrouw, actrice Adelaide, zijn stiefdochter Marta en zijn jonge zoon, "Little Man", die tijdelijk niet kan praten vanwege een keeloperatie. Alexander en Little Man planten een boom aan zee, wanneer Alexanders vriend Otto, een parttime postbode, hem een ​​verjaardagskaart bezorgt.
Alexander, zittend, op zijn verjaardag. 
Wanneer Otto ernaar vraagt, zegt Alexander dat zijn relatie met God "niet bestaat". Nadat Otto is vertrokken, komen Adelaide en Victor, een arts en een goede vriend van de familie die Little Man heeft geopereerd, aan en bieden aan Alexander en Little Man in Victors auto naar huis te brengen, maar Alexander blijft liever achter om met zijn zoon te praten. In zijn monoloog vertelt hij eerst hoe hij en Adelaide per toeval hun huis aan zee vonden en hoe ze er verliefd op werden, maar vervolgens barst hij los in een bittere tirade tegen de moderne mens. Little Man verstopt zich voor Alexander en springt als verrassing op zijn rug, maar Alexander slaat hem per ongeluk weg, waardoor Little Man een bloedneus krijgt. Zoals Tarkovsky schreef, is Alexander moe van ‘de druk van de verandering, de onenigheid in zijn familie en zijn instinctieve besef van de dreiging die uitgaat van de onophoudelijke opmars van de technologie’; in feite is hij ‘de leegte van de menselijke spraak gaan haten’. 
Andrei Tarkovski op de set van the Sacrifice
Het gezin, Victor en Otto verzamelen zich in Alexanders huis voor het feest. Hun dienstmeisje Maria vertrekt, terwijl kindermeisje Julia blijft om te helpen met het diner. Mensen maken opmerkingen over Maria's vreemde gedrag. De gasten praten binnen in het huis, waar Otto onthult dat hij een student is van paranormale verschijnselen, een verzamelaar van "onverklaarbare maar ware incidenten". Net wanneer het diner bijna klaar is, wordt het onderbroken door het gerommel van laagvliegende straaljagers, en kort daarna, als Alexander binnenkomt, kondigt een nieuwsprogramma het begin aan van wat lijkt op de Derde Wereldoorlog, en mogelijk een nucleaire holocaust. Zijn vrouw krijgt een complete zenuwinzinking en wordt getroost en gesedeerd door Victor. In wanhoop zweert Alexander bij God dat hij alles wat hij liefheeft zal opgeven, zelfs Little Man, als dit maar ongedaan gemaakt kan worden. Otto adviseert hem om weg te glippen en met Maria naar bed te gaan, die volgens Otto een heks is "in de best mogelijke zin van het woord".
Maria, 'de heks'.
Alexander pakt een pistool uit Victors EHBO-tas, laat een briefje achter in zijn kamer, ontsnapt uit huis en rijdt op Otto's fiets naar Maria's huis. Hij vertelt haar het verhaal over hoe hij de tuin van zijn moeder had opgeknapt en opgeruimd, maar dat die daardoor juist al zijn schoonheid had verloren. Ze is verbijsterd door zijn avances, maar wanneer hij het pistool tegen zijn slaap zet ("Dood ons niet, Maria"), en het gerommel van de straaljagers terugkeert, stelt ze hem gerust en hebben ze seks terwijl ze boven haar bed zweven, hoewel Alexanders reactie ambigu is.
"De mensheid is op de verkeerde weg."
Als hij de volgende ochtend wakker wordt in zijn eigen bed, lijkt alles normaal. Toch besluit Alexander alles wat hij liefheeft en bezit op te geven. Hij lokt de familieleden en vrienden met een list naar een wandeling en steekt hun huis in brand terwijl ze weg zijn. Terwijl de groep, gealarmeerd door de brand, terugrent, bekent Alexander dat hij het heeft aangestoken en rent wild in het rond. Maria, die die ochtend tot dan toe niet gezien was, verschijnt; Alexander probeert haar te benaderen, maar wordt door anderen tegengehouden. Zonder enige uitleg verschijnt er een ambulance en twee paramedici zetten de achtervolging in op Alexander, die de controle over zichzelf lijkt te hebben verloren, en rijden met hem weg. Maria begint weg te fietsen, maar stopt om te kijken hoe Kleine Man de boom water geeft die hij en Alexander de dag ervoor hebben geplant. Terwijl Maria weggaat, spreekt de "stomme" Kleine Man, liggend aan de voet van de boom, zijn enige zin uit, een citaat uit het begin van het Evangelie van Johannes : "In den beginne was het Woord. Waarom is dat, Papa?"

Tarkovski zei zelf over deze film:

"The issue I raise in this film is one that to my mind is most crucial: the absence in our culture of room for a spiritual existence. [.....]. Man is suffering, but he doesn't know why. He senses an absence of harmony, and searches for the cause of it." 

Er zitten heel wat religieuze elementen in de film: De beginregels van het Johannesevangelie worden aangehaald; een Maria-figuur als positieve heks; een geplante boom - zo niet religieus, dan in elk geval een spiritueel; het idee van de ultieme verlossing, het ultieme offer, doet aan de kruisdood van Jezus denken. Ook de muziek werkt mee:
De film begint en eindigt met de aria " Erbarme dich, mein Gott " ("Heb genade, mijn God") uit Johann Sebastian Bachs Matthäus Passion. 

Ik citeer uit Filmjournalisten:

"Het thema van The sacrifice is, zegt Tarkovski: “De afwezigheid in onze cultuur van ruimte voor een geestelijk bestaan.” Wij houden ons zo met materiële experimenten bezig, dat onze geestelijke ontwikkeling tekort komt. De mens lijdt daaronder, maar weet niet waarom. Hij voelt een gebrek aan harmonie en zoekt de oorzaak ervan. In The sacrifice wil Tarkovski deze diepe wond blootleggen en er een uitweg voor vinden. Daarom gaat de film over een man die bewijst in staat te zijn de banden met het leven te vernieuwen.

Hoe? Door zichzelf op te offeren. Een zelf-offer dat tegenovergesteld is aan zelf-moord en van een zodanige betekenis dat er van een offer eigenlijk geen sprake is. Want door zijn offer wordt die man weer zichzelf. En door dat offer maakt hij de wereld weer leefbaar. Niet alleen voor zichzelf, maar voor ‘de’ mensheid, in casu zijn zoon. The sacrifice heeft Tarkovski niet per ongeluk in hoop en vertrouwen opgedragen aan zijn zoon.
Een contrast tussen woorden en daden loopt door heel The Sacrifice . In de opening heeft Kleine Man net een keeloperatie ondergaan en kan hij niet praten. Alexander citeert het Evangelie van Johannes: "In het begin was het Woord", maar hij raakt al snel geïrriteerd door zijn eigen breedsprakigheid en citeert Hamlet: "Woorden, woorden, woorden!" Wanneer de oorlog begint, smeekt Adelaide de mannen in de kamer om "iets te doen" – d.w.z. actie te ondernemen in plaats van te praten. Aan het einde zijn Kleine Man en zijn vader van plaats gewisseld; de jongen kan spreken, maar Alexander is stom, en Kleine Man trekt het vers uit het Evangelie van Johannes in twijfel.(Uit: Filmjournalisten)

Het offer is ook geen masochisme omdat het ruimte maakt voor de sterkste kracht van de mens: vrijheid. En in de poëtische parabel die de film is, houdt de concrete daad van de man in: naar bed gaan met een dienstmaagd (“want zij is een heks, in de goede zin”). Nieuw leven scheppen.

Hoe je het ook draait of keert, je ontkomt niet aan de conclusie dat Tarkovski’s uitgangspunten een sterk religieuze inslag hebben. Religie is net als kunst gebaseerd op het absolute. De kern van geloven is volstrekt niet voor discussie vatbaar en tegengesteld aan rationeel bewijs. Het is echter te simpel Tarkovski af te schilderen als een religieuze hystericus en The sacrifice te bestempelen als een katholieke fabel. Daarvoor is de film te dicht bij de werkelijkheid en te gericht op de aarde."

Ik voeg aan dit commentaar toe: Jezus zei tegen hen die hem wilden volgen, dat zij alles moesten verlaten/opgeven voor hem. 

Ik geef een citaat van een toeschouwer, zie deze link, die iets opmerkte wat er volgens mij toe doet; het gaat om de laatste beelden van de film daar waar Adelaïde wanhopig in een waterpoel voor het brandende huis zit. :
Het inferno aan het slot van de film
"Het stilstaande beeld van Adelaide, ineengedoken aan de onzichtbare as van het kader, perfect gecentreerd, verdeelt deze wereld in tweeën. Er is de materialistische, niet-essentiële kant die brandt (de hel?) en de natuurlijke, essentiële kant die bloeit (de hemel?). (mijn cursivering, AdW) De tastbare sfeer die door dit kader wordt opgeroepen, heeft zich geleidelijk gevormd tot een afdruk die in mijn geestesoog is gegrift. Als een onuitsprekelijke tornado roept het beeld alle vormen van emotie in me op. Ontzag en verwondering, over de volledige beheersing van artistieke compositie. Empathie, voor Adelaide die alles verloren heeft en niet begrijpt waarom. Spijt, voor al die keren dat ik de belangrijke dingen in mijn eigen leven niet heb herkend. Angst, bij de gedachte aan wat de toekomst brengt, gezien hoe verdeeld de huidige cultuur is geworden. Hoop, dat de belangrijke dingen in het leven blijven bestaan, zelfs wanneer mensen grote offers brengen. Opgetogenheid, dat één enkel kader zo'n grenzeloze reeks intellectuele en emotionele lagen kan bevatten."

Hier lezen we hoe een kijker geraakt wordt, en dat is precies wat Tarkovski beoogt:
"It seems that the cinema-goer has so lost the capacity to an immediate emotional aesthetic impression, that he instantly has to check himself and as: Why? What for? What's the point?"
Tarkovski, uit: Der Spiegel, 1974.

Bovendien zegt hij elders:  "... it is necessary to afford the spectator the freedom to interpret the film according to their own inner vision of the world, and not from the point of view tha I impose on them. For my aim is to show life to render an image, the tragic image of the soul of modern man." - Tarkovski, bij Nostalghia 1983. 
De boom, met Little Man, aan het eind. 
"In den beginne was het Woord.'
Er zijn ook boeken verschenen met 'de poetica' van Tarkovski: 
en: 
Ik vond nog een relevante opmerking op de site van de EO:
"Hoopvoller (dan de tobberige levens van Alexander en zijn omgeving, AdW) is in dit opzicht de dode boom die Aleksander met zijn zoontje plant. Hij vertelt erbij het verhaal van een oude monnik die ooit hetzelfde deed op een berg. Drie jaar lang liet hij zijn leerling dag in, dag uit de stam begieten. Totdat deze op een dag opeens vol bloesem stond. Zo’n systematisch ritueel, vertelt hij zijn zoontje erbij, kan de wereld veranderen.

Is dat niet wat de uit de maatschappij verdwenen spirituele dimensie de mensheid kan bieden? Ogenschijnlijk zinloze rituelen die onverstoorbaar uitgevoerd worden in het vertrouwen dat ze ooit voor bloei zullen zorgen. Zulke daden van compassie brengen de wereld verder. Met deze gedachte biedt Tarkovski in ‘Het offer’ een prachtig testament van wat hij als filmmaker te bieden had en heeft."
In 2019 was er een tentoonstelling aan Tarkovski gewijd in Eye Filmmuseum. Helaas ben ik daar toen niet naar toe geweest. Deze video geeft een impressie. De camera loopt als een bezoeker door de tentoonstelling. 
Tarkovski aan het werk.