donderdag 13 augustus 2026

Pessoa 2 - HOVO college door Peter Swanborn, 2026.

"Ik ben niet eens dichter: ik zie."
Fernando Pessoa

Op dit tweede college komt het heteroniem Alberto Caeiro aan de orde. 
Horoscoop van de ‘meester’ Alberto Caeiro
Van Alberto Caeiro maakte Pessoa zelfs een horoscoop. Hij werd geboren in 1889, maar kwam tot Pessoa in 1914. Pessoa gaf hem als enige heteroniem ook een sterfdatum mee; in 1915 sterft hij aan tuberculose. 
Pessoa beschrijft hem als een kind dat geen angst kent.  Voor Pessoa is hij de meester. 

Caeiro's gedichten staan in het boek De hoeder van kudden
De hoeder van kudden, boekomslag.

"Ik ben een hoeder van kudden.
De kudde, dat zijn mijn gedachten
En al mijn gedachten zijn gewaarwordingen."

(Uit: gedicht IX)
De titel Hoeder van kudden betekent niet dat Pessoa Caeiro zag als een verkapte Christusfiguur, hij denkt bij hem meer aan Vergilius, met zijn bucolische literatuur. Letterlijk dus: een herder, een landman. In de bucolische literatuur wordt het eenvoudige herdersleven verheerlijkt. De gedachten zijn pantheïstisch. Caeiro schrijft bucolische, pastorale (herders-)poëzie.
Bucolica, Vergilius, ca 40 voor Christus. 
Vergilius tussen twee muzen 
(3e eeuw), mozaïek in het Bardomuseum

Centraal staan eenvoud, rust en het ongecompliceerd landleven. Dit werk staat lijnrecht tegenover intellectuele boeken die zich meer in de stadswereld afspelen. Het zien als een kind is zijn thema, in tegenstelling tot het zien zoals dat gebeurt in de filosofie en metafysica. 
Zien dus kernwoord; het gaat om manieren van kijken. Caeiro ziet alles alsof het voor de eerste keer is. Hij wil ook niet méér zien dan er is, wil niets 'in de dingen leggen'. 


XXVI 

Soms, op dagen van volmaakt en zeer scherp licht, 
Waarop de dingen zo werkelijk zijn als ze maar kunnen zijn, 
Vraag ik mij langzaam af 
Waarom ik nog steeds schoonheid 
Toeken aan de dingen. 

Een bloem bijvoorbeeld, heeft die schoonheid? 
Is er soms schoonheid in een vrucht? 
Nee: ze hebben kleur en vorm 
En ze bestaan, meer niet. 
Schoonheid is de naam van iets dat niet bestaat 
Die ik de dingen geef in ruil voor het genot dat zij mij geven. 
Hij betekent niets. 
Dus waarom zeg ik van de dingen: ze zijn mooi? 

Ja, zelfs mij, die slechts van leven leeft, 
Bezoeken, onzichtbaar, de leugens der mensen
Jegens de dingen, 
Jegens de dingen die eenvoudigweg bestaan. 

Hoe moeilijk is het jezelf te zijn en slechts het zichtbare te zien! 

(11.3.1914) Alberto Caeiro / Fernando Pessoa 
vertaling: August Willemsen 
uit: Gedichten (tiende, herziene druk 2009)

Pessoa noemt de geesteshouding die ons belet te zien 'de vloek van het denken'. Er is géén andere werkelijkheid achter de onze. Pessoa/Caeiro gaat hiermee in tegen het eigentijdse symbolisme, die juist áchter de werkelijkheid een verborgen waarheid zag.
Swanborn vergelijkt Caeiro op dit punt met Gertrude Stein, die dichtte: 'A rose is a rose is a rose.'
Portret Gertrude Stein door Picasso.
1905-1906
Stein leefde van 1874-1946.
Mensen waren gewend symbolisch te denken: in een zandkorrel weerspiegelde zich het hele universum. Het was moeilijk terug te keren naar het loutere zien. Het vergde ook een andere leeshouding.

Caeiro formuleert helder, in vrij, onregelmatig parlando. Hij vraag zich af waarom mensen geen genoegen nemen met wat ze zien, en waarom we er meningen op na moeten houden - van mooi, niet mooi et cetera.  "Waarom [dan]  zeg ik van de dingen: ze zijn mooi? Ja, zelfs mij, die alleen van leven leeft, bezoeken, onzichtbaar, de leugens der mensen."
Allerlei onzichtbare zaken belemmeren het zicht op het zichtbare. 
Je moet het kind in jezelf bewaren, Pessoa waarschuwt voor een denkende houding.

Swanborn wijst op de invloed van de Griekse en Romeinse cultuur, en herinnert aan de grot van Plato. Immers, Plato leerde dat de 'werkelijke dingen' niet voor ons zichtbaar waren. Dit komt later nog aan de orde. 
Tegenover de onbevangenheid staat de strengheid. 




0=0=0=0=0=0=0=0=0=0

XXXIX  

Het mysterie der dingen, waar is dat? 
Waar is het dat het zich niet laat zien 
Althans om ons te tonen dat het mysterie is? 
Wat weet de rivier daarvan en wat weet de boom? 
En ik, die niet meer ben dan zij, wat weet ik daarvan? 
Telkens als ik naar de dingen kijk en denk aan wat de mensen ervan denken, 
Lach ik zoals een beek koel klatert op een steen. 

Want de enige verborgen zin der dingen 
Is dat ze geen enkele verborgen zin hebben. 
Het is vreemder dan alles wat vreemd is, 
Vreemder dan de dromen van alle dichters 
En de gedachten van alle filosofen, 
Dat de dingen echt zijn wat ze lijken te zijn 
En dat er niets te begrijpen valt. 

Ja, dit hebben mijn zintuigen geheel alleen geleerd: 
De dingen hebben geen betekenis: ze bestaan. 
De dingen zijn de enige verborgen zin der dingen. 

(3?.1914)
Alberto Caeiro / Fernando Pessoa 
vertaling: August Willemsen 
uit: Gedichten (tiende, herziene druk 2009)
August Willemsen, vertaler. 
1936-2007
Geweldig hoe hij alle Pessoa-gedichten heeft omgezet naar het Nederlands!

Gedicht XXXIX is erg belangrijk. Het begint met vier vragen. De 'ik' weet niet meer dan de rivier en de boom. Het is een leerhouding, een poging om de symbolische leeswijze uit te stellen.
Willemsen stelt ergens dat Pessoa's werk 'één weigering was om volwassen te worden.' Daar moet dan bij vermeld worden dat hij een groot sociaal leven had, hij praatte veel met andere mensen.
Opnieuw valt het parlando op, de vrije, onregelmatige versvorm. Pesso spreekt van 'het proza van mijn vrzen.
Hij formuleert helder. Waarom nemen wij mensen geen genoegen met wat we zien? We zitten vol meningen, mooi/niet mooi; die zitten het zuivere kijken in de weg. Hoe moeilijk is het jezelf te zijn, allerlei onzichtbare zaken belemmeren het zicht op het zichtbare.


De bundel Hoeder der Kudden is de enige die Pessoa zelf heeft samengesteld. Hij voltooide vele plannen niet. denk aan zijn boekenkist vol paperassen met werk die na zijn dood gevonden werd.
Nagelaten literair werk. Veel was onvoltooid gebleven.


Terug naar De hoeder der kudden:
Het boek beslaat 3 delen:
1. De hoeder der kudden;
2. de herder verliefd (over de mislukte romance van Pessoa);
3. onverzamelde gedichten.
Het boek heeft een voorwoord van Ricardo Reis, een ander heteroniem.


0=0=0=0=0=0=0=0=0=0


Het laatste gedicht van deze les :
*


De verbijsterende werkelijkheid der dingen
Is mijn ontdekking van elke dag.
Alles is wat het is,
En het is moeilijk iemand uit te leggen hoe mij dat verblijdt
En hoezeer mij dat volstaat.

Het volstaat te bestaan om volledig te zijn.

Ik heb heel wat gedichten geschreven.
Ik zal er nog veel meer schrijven, uiteraard.
Elk gedicht van mij zegt dat,
En al mijn gedichten zijn anders,
Want alles wat er is is een manier om dat te zeggen.

Soms kan ik gaan zitten kijken naar een steen.
Ik ga niet zitten denken of hij voelt.
Ik ga niet zo ver hem mijn broeder te noemen.
Maar ik hou van hem omdat hij een steen is,
Ik hou van hem omdat hij niets voelt,
Ik hou van hem omdat hij in niets met mij verwant is.

Andere keren luister ik naar het waaien van de wind,
En dan denk ik dat het alleen al om de wind te horen waaien loont te zijn geboren.
Ik weet niet wat anderen zullen denken als ze dit lezen;
Maar ik geloof dat het goed is omdat ik het denk zonder moeite,
En zonder gedachte aan anderen die mij horen denken;
Want ik denk het zonder gedachten,
Want ik zeg het zoals mijn woorden het zeggen.

Men heeft mij ooit een materialistisch dichter genoemd,
En ik was verbaasd, want ik had niet gedacht
Dat men mij wat dan ook zou kunnen noemen
Ik ben niet eens dichter: ik zie.
Als wat ik schrijf enige waarde heeft, dan is die niet de mijne:
De waarde ligt daar, in mijn verzen.
Dat alles staat absoluut los van mijn wil.

Alberto Caeiro / Fernando Pessoa
vertaling: August Willemsen uit: De hoeder van kudden (2003)

Het laatste huis van Pessoa, van 1920 tot zijn dood in 1935, is tegenwoordig het Fernando Pessoa Museum; Lissabon.

Pessoa wil 'denken zonder gedachte', de nadruk ligt op de spontaniteit, directheid, zonder reflectie.
De laatse strofe drukt het pregnant uit: ik ben niet eens een dichter, ik zie. Kijken centraal. Als dichter heeft hij geen identiteit, de waarde ligt in zijn gedichten. Het schrijven overkomt hem, hij is als het ware doorgeefluik. Hij maakt zichzelf ondergeschikt aan de natuur.

Swanborn wijst op een innerlijke tegenspraak in Pessoa's/Caeiro's gedichten: over wat hij ziet, horen we niets. Zijn natuur is een gedroomde wereld. Feitelijk zijn het gedichten over de kunst van het kijken. Met intrinsiek: de aansporing om alle aannames los te laten.
Swanborn stelt de vraag of dit onderscheid tussen zien en denken wel bestaat. 
(Hmmmmm.... AdW)

Uiteindelijk blijkt Caeiro een doodlopende weg te bewandelen. Hij heeft ook als enige een sterfdatum, Pessoa kende hem van 1914-1915, dat laatste was zijn sterfjaar. Willemsen stelt de vraag of zijn visie te theoretisch was. Wel is Caeiro als dichter zeer geslaagd. 
A rose is a rose is a rose

"Naast de heteroniemen Alberto Caeiro, Ricardo Reis en Álvaro de Campos en het semi-heteroniem Bernardo Soares, creëerde Pessoa meer dan honderd figuren die verbonden waren aan het auteurschap van teksten en gedichten, waaronder personages als António Mora, Jean Seul de Mérulet, Dr. Pancrácio, Charles Robert Anon, Alexander Search en Abílio Quaresma.

Zijn laatste woorden waren met potlood in het Engels opgeschreven, de dag voor zijn dood: 

'Ik weet niet wat morgen zal brengen.'"

Geen opmerkingen:

Een reactie posten