zondag 16 augustus 2026

Kannibalen, Graciliano Ramos, 2002 (1933)

Boekomslag
Oorspronkelijke titel: Caetés
Eerlijk is eerlijk: ik had belangstelling voor dit boek vanwege de Caetés-Indianen. Aan hen dankt dit boek zijn titel. Het hoofdpersonage van Kannibalen, João Valério, is bezig een boek te schrijven over die Indianenstam. Dat wilde ik wel eens zien!
Helaas kwam ik op dit punt bedrogen uit: het gaat uiteindelijk niet over de Indianen, elke poging van João Valério om een 'levende' zin te produceren over dit onderwerp mislukt. Hij is niet in staat iets zinnigs te schrijven over een geschiedenis die hij niet zelf heeft meegemaakt.
Zo kende ik Ramos eigenlijk al.... Hij schrijft echt altijd over zichzelf, uit zijn geheugen.

Daarom: ik zal heus straks beginnen over het boek, maar eerst begin ik met wat mijn aandacht op dit boek vestigde: de mensenetende Caetés-Indianen.
Het bekendste over dit Tupi-volk - de Tupi bestondfen uit meerdere stammen, de Caetés waren daar één van - is het feit dat ze de eerste bisschop van Brazilië verslonden: Pedro Fernandes Sardinha. Deze man werd in 1496 geboren. Op weg naar Portugal leed hij in 1556 schipbreuk voor de noordoostelijke kust van Brazilië, waarna hij werd opgegeten door de Caetés.
Een standbeeld voor de man, ik weet niet waar dit staat. 

Op zoek naar meer informatie over deze gebeurtenis kwam ik uit bij deze prent: 
Een afbeelding van de moord op de bisschop en de 90 andere opvarenden van zijn schip.
De afbeelding staat in het vijfdelige werk van Francisco Adolfo de Varnhagen (1816-1878), getiteld Históri geral do Brazil. De fotogravure is van Augustin François Lemaître
 
Francisco Adolfo de Varnhagen (1816-1878)
In het Nederlands: Algemene geschiedenis van Brazilië.
Dit is de eerste editie, van 1854.
De boeken beschrijven de ontdekking, kolonisatie, wetgeving en ontwikkeling van Brazilië,  tegenwoordig een onafhankelijk rijk. Het is gebaseerd op vele authentieke documenten afkomstig uit archieven van Brazilië, Portugal, Spanje en Nederland. Er staan veel gravures in, waaronder bovenstaande. 
Noot bij dit belangrijke werk: 
De hedendaagse historiografie bekritiseert het boek scherp vanwege de politieke vooringenomenheid en de uitsluitende kijk op inheemse en zwarte bevolkingsgroepen. Toch  heeft de degelijkheid van het archiefonderzoek het onmisbaar gemaakt. Het is de "hoeksteen" van de geschiedschrijving in Brazilië: elke serieuze onderzoeker moet zich met dit werk bezighouden, ofwel om het te gebruiken als bron van waardevolle primaire gegevens, ofwel om de methodologische stellingen ervan te bespreken en te ontleden. Varnhagen wordt "de vader van de moderne Braziliaanse geschiedkundige wetenschap" genoemd.

Latere geschiedschrijvers zetten grote vraagtekens bij het opgegeten worden van bisschop Sardinha. Er was maar één hoofdbron van het verhaal: pater Vicente de Salvador. 
Dit boek schreef Vicente de Salvador in 1627; hierboven is een eerste uitgave van 1889, ik weet niet waarom er zo'n tijd tussen zat. Deze História was mede een inspiratiebron voor Varnhagen.
Door allerlei andere gebeurtenissen is het maar de vraag of het banket daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Immers: de dood van bisschop Sardinha diende als voorwendsel voor de Portugezen om een ​​oorlog tegen de Caetés te beginnen. In vijf jaar conflict roeiden de Portugezen de ongeveer 80.000 Caetés uit en begonnen ze het gebied waar ze woonden te koloniseren.
Er waren ook onderlinge conflicten tussen de Portugese priesters en bisschoppen: de een wilde de Indiaan helemaal omtoveren tot een Europeaan, van de ander mochten ze wat meer zichzelf blijven. Of ze mochten alleen nog verder als slaaf. Sardinha was nogal een harde. 
Interessant is dat een vrouw, Nísia Floresta, het opnam voor de Caetés. Terwijl iedereen meedeed hen in een kwaad daglicht te stellen, prees zij hen om hun moed en onafhankelijkheid. Floresta was overigens een voorvechter voor vrouwenrechten. 
Nísia Floressta, 1810-1885
Zij schreef het gedicht A Lágrima de um Caeté ("De traan van een Caeté") in 1849. In dit werk nam zij het op voor de Caetés door hen niet als wrede wilden af te schilderen, maar als heldhaftige slachtoffers en symbolen van verzet tegen de koloniale en keizerlijke onderdrukking. Zij vond hen 'moedig en onafhankelijk'. 
In de twintiger jaren van de 20e eeuw begon in Brazilië een Antropofagische beweging, gesteund op Oswald de Andrade's Antropofagisch Manifest, waarin metaforisch werd gesteld dat alleen kannibalisme de Brazilianen verenigde, aangezien de vorming van de nationale identiteit plaatsvond na het verslinden en verteren van de Europese, Afrikaanse en inheemse culturele matrices. Dit kwam 374 jaar na de 'overwinningsmaaltijd' van de Caetés.
Antropofagisch ritueel ontworpen door Theodore de Bry (1528-1598)
Het eten van mensen door mensen wordt ook wel 'een daad van antropofagie'
genoemd.
"Een Tapuya- vrouw met menselijke lichaamsdelen" door Albert Eckhout, 1610-1665. Nederlands schilder, hoorde bij de entourage van de Nederlandse Maurits in Brazilië.
Het schilderij van Albert Eckhout van de Tupi
De Tupi waren een grote groep inheemse mensen die de Braziliaanse kust bewoonden en behoorden tot de eerste inheemse bevolkingsgroepen die de Portugezen tegenkwamen toen ze in Zuid-Amerika aankwamen. De Tupi waren verdeeld in verschillende stammen, zoals de Tupiniquim , Tupinambá , Potiguara , Tabajara , Temiminó, Tamoio en Caeté. 
De Caeté stonden bekend om hun bijzonder gewelddadige gevechten, maar ze waren ook bedreven in de landbouw, aangezien ze een verscheidenheid aan gewassen verbouwden, zoals maïs, pinda's  tabak, pompoen, katoen en nog veel meer.
Zoals al gezegd: de Caetés zijn volledig uitgeroeid. 

0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0

Dan kom ik nu pas toe aan het boek zelf, van Ramos. Nee, het gaat niet over kannibalen - althans: niet de hierboven beschreven kannibalen. Het gaat over João Valério, van wie het boek een karakterschets geeft, en tegelijk schetst het diens hele sociale omgeving: zijn werkgever, zijn minnares, zijn vriend, de notabelen van de stad: de apotheker, de notaris enzovoorts. En elk heeft zijn eigen karakter, een fantast (Nicolai Varejão), een roddelaarster (Dona Engracia), een lasteraar (de apotheker Neves). de vriend (Isidoro Pinheiro) enzovoorts. 
Het verhaal behelst gesprekken die ze voeren, thuis bij de werkgevers Adrião en Vitorino Teixeira, in het pension enzovoorts. Waarmee een zedenschets wordt gegeven. En de draad van actie betreft de liefde, of de slippartij van Luísa, de vrouw van Adrião, met João. Dat gebeurt ondanks zijn zelftwijfel en zelfhaat. Maar het slot van het liedje is wel dat de ziekelijke Adrião zich van kant maakt. Dan is de weg vrij voor de twee, zou je zeggen... Maar ze stellen allebei vast dat ze niet van elkaar houden. Dus einde liefde. 
João beseft dat er op hun hele beschaving, inclusief hemzelf, maar een heel dun laagje beschaving ligt, dat zij eigenlijk kannibalen zijn. Dat klopt wat mij betreft, inzover er overal gelogen wordt, er is ontrouw en verraad, niks wordt openlijk uitgesproken. De heimelijke vrijpartijen van zijn vrouw met João hebben Adrião het leven gekost, en João neemt doodleuk Adrião's plaats in in het bedrijf (dat brandewijn produceert.) Van boekhouder is hij nu directeur, volkomen ontkennend dat hij mede de oorzaak is van Arião's ongeluk.
Als dat geen kannibalisme is! 

De stijl blijft geweldig, de woordkeus om te smullen: "índrukwekkende nonsens", "donzige adjectieven". "De vermetelheid een historische roman in elkaar te flansen zonder iets van geschiedenis te weten."

Willemsen toont in zijn nawoord aan dat in dit debuut van Ramos al veel kenmerken van zijn latere werk is terug te vinden: het neerkijken op zijn eigen werk, in het algemeen: geen hoge dunk, van niemand niet. Vooral niet van loze woorden.  De twee grote antipolen: beschaving en ruwheid. João lijkt beschaafd, maar is in wezen een wilde. 
Dit boek was, anders dan de twee andere die ik las, ook af en toe om te lachen, vooral in het begin. Maar over het geheel genomen boeide het me minder dan Angst of Kinderjaren. Blij dat ik het uit had. :-)  


Geen opmerkingen:

Een reactie posten