vrijdag 18 februari 2022

De Kunst van het Ouder Worden, Hermann Hesse, 1990 (2001)

Boekomslag; Duitse titel: Mit der Reife wird man immer jünger.
Er staan erg mooie stukken in dit boekje van Hermann Hesse; herkenbaar ook. Ze zijn verzameld door Volker Michels, en worden afgewisseld met foto's van Hesse, portretten en foto's van hem in zijn tuin en Zwitserse omgeving. De foto's zijn gemaakt door zoon Martin Hesse. 
Eerder citeerde ik al een prachtig stukje over vallende beukenblaadjes in de lente....
In dit blog vraag ik aandacht voor het stukje getiteld: Terug naar de oorsprong, uit: Notizblätter um Ostern, 1952. 

Ik parafraseer en citeer:
Hesse wandelt door zijn tuin, en ziet hoe de tuin overwoekerd dreigt te worden door struiken en bomen, het oprukkende bos. 
'Ik zeg 'tuin', maar in werkelijkheid is het een vrij steile grashelling, die bezig is te verwilderen, met een paar terrassen met druiven, waar de druivenstokken weliswaar door onze oude dagloner goed worden onderhouden, maar al het andere een grote neiging heeft zich weer in bos te veranderen.'
Portret Hermann Hesse.
Even verder:
'Al naar gelang mijn stemming kijk ik met ergernis of met genoegen toe hoe deze verandering naar de oorspronkelijke staat zich voltrekt. Soms pak ik een stukje van het stervende weiland aan, ga de woekerende wildgroei met hark en vingers te lijf, kam genadeloos de kussentjes mos tussen de in het nauw gedreven graspolletjes weg, trek een mandje vol bosbessen met wortel en al uit…'
Dan loopt hij zijn trouwe druiventeler Lorenzo tegen het lijf. 
Ze kijken naar de wolken, of er regen komt. Vervolgens spreken ze over de groente, de omheining, de palen, 'en omdat we het och al over de composthoop hadden, zou het me een plezier doen wanneer hij in de herfst.... ' Enzovoort. 'En we mochten ook niet vergeten dit jaar de aardbeien uit te zetten...'
Der langjährige Gärtner von Hermann Hesse Lorenzo bei der Vendemmia 1944
Foto Martin Hesse
Zo worden heel wat plannen voor het onderhoud afgesproken, en toen dat gedaan was:
'... ging ik verder en Lorenzo ging weer aan het werk, en we waren beiden met het resultaat van onze bespreking tevreden. 
Geen van ons was op het idee gekomen, om mogelijkerwijs aan een van onze welbekende toestanden te herinneren, hetgeen ons gesprek verstoord en illusionair gemaakt zou hebben. Wij hadden eenvoudig, en goedgelovig, of in ieder geval bijna goedgelovig met elkaar onderhandeld. en toch wist Lorenzo net zo goed als ik dat dit gesprek met zijn goede voornemens en plannen noch in zijn, noch in mijn geheugen zou blijven hangen, dat wij beiden binnen veertien dagen allang zouden zijn vergeten, maanden voor de tijd dat de composthoop opgeknapt en de aardbeiplanten uitgezet zouden worden. Ons gesprek van die ochtend, onder de niet naar regen uitziende hemel, was alleen maar om het gesprek zelf gevoerd, een spel, een divertimento, een zuiver esthetische onderneming zonder gevolgen. Het was voor mij een genoegen geweest een poosje Lorenzo's goed, oude gezicht te zien en het object van zijn diplomatie te zijn, die voor de partner, zonder hem serieus te nemen, een muur van de meest vriendelijke hoffelijkheid optrok.'
Prachtig!
Hermann Hesse in 1951 in zijn tuin;
Ook heel mooi is het stukje Het schoorsteenvegertje. Hesse gaat met zijn vrouw mee naar de stad omdat zij dat wil, hij heeft een hekel aan de stad. Ze kijken naar een carnavalsoptocht. En Hesse is getroffen door een klein jochie, zeven jaar oud. Dit kind is zich totaal net bewust van zijn outfit of de carnaval, hij kijkt alleen maar omhoog naar een venster, waar hij een troepje kinderen ziet, die lachend handenvol confetti naar beneden strooien. 'Er was geen verlangen in die blik, geen begeerte, slechts een overgave in verbazing, een verrukking in dankbaarheid. Ik kon niet zien wat het was, dat deze jongensziel zo deed verbazen en het eenzame geluk van het kijken en betoverd zijn liet beleven. 
Was het de kleurenrijkdom van de confetti? Het gezellige gekwetter van de kinderen daarboven? 
Plaatje boek; uit een serie illustraties van Ernst Penzoldt bij Hesse's verhaal 'Schoorsteenvegertje'. 
Hoe dan ook:
'... Net als die jongen verging het mij. Zoals hij noch door zijn attributen en bedoelingen van zijn kostuum, noch door de menigte, het clowneske schouwspel en het gelach en applaus van de toeschouwers dat pulserend als in golven door de menigte ging, iets waarnam, zijn blik alleen maar gericht hield op het raam, zo was ook mijn blik en mijn hart te midden van het opdringerige gedrang van zoveel beelden steeds weer vol overgave op één beeld gericht: op het kindergezicht tussen de zwarte hoed en de zwarte kleren, op zijn onschuld, zijn ontvankelijkheid voor het schone, op zijn onbewuste geluk.'

"Und alles zusammen, alle Stimmen, alle
Ziele, alles Sehnen, alle Leiden, alle Lust,
alles Gute und Böse, alles zusammen war die Welt.
Alles zusammen war der Fluss des 
Geschehens, war die Musik des Lebens."
(Hermann Hesse, uit: Siddharta)

Hesse vergelijkt vaak de ouderdom met de jeugd; wat is er voor hem veranderd; hoe leeft zijn jeugd nog in hem voort, alle lagen van nieuwe belevenissen worden vermengd met oudere lagen. Hij maakt zich niet meer zo druk, andere dingen zijn belangrijk geworden Ouderdom is alleen belachelijk en onwaardig 'wanneer het jeugdigheid wil spelen en nadoen.'

Hij leeft ook toe naar de dood:
'Mijn verstandhouding met de dood is dezelfde als vroeger, ik haat hem niet en ik ben ook niet bang voor hem. Als ik eens zou onderzoeken met wie en met wat ik behalve met mijn vrouw en mijn zonen het liefste omgang heb, dan zou blijken dat het alleen maar overledenen zijn, overledenen van eeuwen her, componisten, dichters en schilders. Hun wezen, verdicht in hun werken, leeft voort en is voor mij meer aanwezig en reëler dan de meeste tijdgenoten. En zo is het ook met de overledenen die ik in het leven heb gekend, liefgehad en 'verloren' heb, met mijn ouders, broers en zusters, mijn jeugdvrienden - ze horen bij mij en bij mijn leven, vandaag net zo goed als destijds, toen ze nog leefden, ik denk aan hen, ik droom van hen en reken hen tot mijn dagelijks leven. Deze verstandhouding met de dood is dus geen waan en geen mooie fantasie, maar is reëel en hoort bij mijn leven. Ik ken wel de droefheid over de vergankelijkheid, die kan ik bij iedere verwelkende bloem voelen, Maar het is een verdriet zonder wanhoop.'  

Es is nicht unsere Aufgabe
einander näherzukommen.
Unser Ziel ist nicht
ineinander überzugehen,
sondern einander zu erkennen
und einer im andern das sehen
und ehren zu lernen,
was er ist: 
des anderen Gegenstück und Ergänzung. 
Uit: Narziss und Goldmund.
Standbeeld Hermann Hesse op de Nikolausbrücke in Calw (Zwarte Woud) van de beeldhouwer Kurt Tassotti

Geen opmerkingen:

Een reactie posten