dinsdag 15 augustus 2023

De Verrukkingen van Vermeer, Hovo-cursus Drs. Thea Willemsen, voorjaar 2023.

Afbeelding bij de cursus van Thea Willemsen, HOVO.
De cursus bestond uit drie colleges, en was ter inleiding bij de grote Vermeer-tentoonstelling van begin dit jaar in het Rijksmuseum.  
Catalogus, Nederlands, bij de tentoonstelling. 
De kaarten voor de tentoonstelling waren al uitverkocht toen we aan de cursus begonnen. We waren er gelukkig vroeg bij geweest. Ons bezoek hadden we zó gepland, dat we de cursusdagen precies achter de rug hadden. 
Het enige jammere was toen, dat Het Meisje met de Parel toen nét terug was naar het Mauritshuis. Die was maar uitgeleend tot 1 april.
Enfin. 
28 van de 37 werken - Vermeer heeft niet zo'n heel groot oeuvre nagelaten - werden tentoongesteld. Héél bijzonder, zó veel bij elkaar. 

Voor de cursus was een grote collegezaal nodig, veel belangstelling dus. De docent bediende zich van een microfoon. 
Zo'n zaal dus.... 
Johannes Vermeer leefde van 1632 tot 1675. Hij is dus helemaal niet oud geworden. Bij zijn dood liet hij een vrouw en elf kinderen achter....
Hij woonde in Delft. Tegelijkertijd met de tentoonstelling in Amsterdam zou er in Delft een expositie zijn over Het Delft van Vermeer: betreffende tijdgenoten, bronnenmateriaal. Delft is altijd de woonplaats geweest van Vermeer.
Het boek bij de tentoonstelling in Delft, Prinsenhof. 
Vermeer is na zijn dood eerst in de vergetelheid geraakt. Pas met het boek van kunstcriticus Thoré [Etienne-Joseph-] Théophile Bürger (ook wel: Willem Bürger) in 1866, getiteld Musées de la Hollande, Amsterdam et La Haye, veranderde dat, en ontstond er een ware jacht op zijn schilderijen. Daardoor verdween ook veel van zijn werk naar het buitenland. 
Boek dat een doorbraak voor het werk van Vermeer betekende. 
Johannes Vermeer was lid van het LucasgildeZijn oeuvre is opvallend klein. Een schilder als Rembrandt liet bijna tweeduizend etsen, schilderijen en tekeningen na. Vermeer liet slechts vierendertig schilderijen na, en niet één tekening of ets. Na zijn dood in 1675 was hij alleen bekend in bepaalde kringen in Delft en Amsterdam. 
Dit is het Vermeerhuis, Voldersgracht 21, Delft;
Voorheen Sint Lucasgilde.
Meesterschilders waren hier onder anderen de vader van Vermeer, Reynier Jansz Vermeer, Constverkoper (1631), en 'onze' Vermeer, voorzitter, 1653. 
Burger noemde Vermeer 'de Sfinx van Delft', omdat er zo weinig over hem bekend was. Het werd een geuzennaam.
Onbekend is, wie Vermeer heeft opgeleid. In 1653 was hij zelf meester-schilder. 
Het grootste raadsel is misschien nog wel dat hij zo'n klein oeuvre heeft. 
Hij had overigens een duobaan: hij verhandelde ook schilderijen.
Zoals gezegd, overleed Vermeer in 1675. Het Rampjaar 1672 heeft mogelijk invloed op zijn vroege dood gehad: de economische hoogtijdagen verdwenen in één keer. Vermeer verloor zijn handel, raakte ook zijn eigen schilderijen kwijt. 
Die zorgen zorgden voor zijn dood.

Vermeers grootouders kwamen van Antwerpen naar Delft, bij de val van Antwerpen rond 1585. De Spanjaarden namen de stad toen in, een grote uittocht van niet-katholieken volgde. 
Vermeers vader was herbergier, zijn herberg heette De Vliegende Vos, en die bestaat nog steeds. 
Voldersgracht 25, 2611 EV  Delft, 
Herberg De Vliegende Vos, (nog steeds in bedrijf onder dezelfde naam)
Geboortehuis Johannes Vermeer. 
Was in zijn leven een winkel voor kunst.
Het Lucasgilde was hier gehuisvest. 
Vermeers vader was kunstverkoper. In 1641 verhuisde hij naar een andere herberg: De Mechelen, op de Grote Markt. Die is er nu niet meer. 
Er bestond ook een tekenschool vlak bij de vliegende Vos, waar een basis-scholing voor kinderen in de kunst plaats vond. 
Vermeer maakte tronies, als tekenleraar. Hij zal daarvoor veel inspiratie in de herbergen hebben opgedaan. 
Meisje met de fluit;
 is (ook) een zogenaamde tronie, een studie van een opvallend gezicht of een gelaatsuitdrukking. 
Dit was een populair genre in de schilderkunst van de Gouden Eeuw. Tronies werden op grote schaal geproduceerd voor de open markt, niet voor specifieke opdrachtgevers. Anders dan bij portretten waren de modellen altijd anoniem. Ze droegen vaak exotische kleding, zoals het fluitmeisje met haar Chinese hoed.
Dit hier overigens is geen schets, maar een volledig schilderij van Vermeer. Hierover is trouwens veel discussie geweest, of het wel of niet aan Vermeer moet worden toegeschreven. Het Rijks meent van wel, in Amerika denken ze daar anders over. 
 Op 20 april 1653 trouwde Vermeer met Catharina Bolnes. Vermeer was waarschijnlijk calvinistisch opgevoed. Om met Catharina te kunnen trouwen ging Vermeer over tot het rooms-katholieke geloof. Zijn vrome en overtuigd katholieke schoonmoeder, Maria Thins, afkomstig uit een rijke Goudse familie ging met het huwelijk akkoord.
Het Melkmeisje, 1658-1659
Opvallend in dit schilderij ('Een meid die melk uytgiet') is het blauw: ultramarijn, verkregen uit lapis lazuli, een zeer duur pigment. Ook het geel valt op, het is loodtingeel. Was ook een duur pigment. 
Waarschijnlijk is de meid bezig met het bereiden van broodpap, gezien de ingrediënten op tafel. 
We zien verder een uitklapbare tafel. Het licht valt van links, en er is een witte achterwand - al is wit nooit echt wit. 
Andere afbeeldingen van keukeninterieuren:
Schilderij van Hendrick Martensz. Sorgh. 1611-1670; schilderde in de traditie van de Hollandse School. 
Zie vooral het kannenbord. 
Mw. Willemsen laat dit schilderij zien in contrast met Het Melkmeisje van Vermeer. Bij Sorgh zien we veel meer attributen, veel koper vooral. De armen vallen op bij Vermeer, en het gezicht laat veel witte puntjes zien, heeft een ruwe toets, een kenmerk voor de vroege Vermeer:
Detail Melkmeisje. 
Gerard Dou, Meisje dat uien hakt; 1646. Ook een keukentafereel, in contrast met dat van Vermeer. 
Johannes Vermeer begon zijn schildersloopbaan met het maken van enkele historische en een paar religieuze afbeeldingen. 
Van de laatste categorie is bij voorbeeld: Christus in het huis van Maria en Martha.
Circa 1654-1655.
Schilderij hangt in Schotland.
Een ander schilderij met een religieus onderwerp is dat van Sint Praxedis. Vermeer woonde naast de schuilkerk waarin de Jezuïeten gehuisvest waren. Mogelijk heeft hij van deze priesters de opdracht voor dat schilderij gekregen. 
Sint Praxedis, Vermeer. 1655
Diana en haar nimfen; 1654-1655, 
Verhaal uit de Griekse mythologie. 
Schilderij in eigendom Mauritshuis.
Dat het om Diana gaat, is te zien aan het maantje op het hoofd van de tweede vrouw van links: Diana. Zij is de godin van de jacht, en haar attribuut is de maan.
Detail.
De Koppelaarster, Vermeer.
Feitelijk is dit een bordeelscene. Het is Vermeers eerste genrestuk. 
Hij liet dit onderwerp vrijwel direct los, en legde zich bij de genrestukken hierna toe op intiemere situaties. 

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Het tweede college besteedden we aan het interieur bij Vermeer.
Van belang is daarbij te weten, dat de optica als wetenschap bloeide in Delft. Dat genereerde veel aandacht voor zowel perspectief als licht. Daarnaast kwamen geneeskunst en de natuurwetenschappen tot ontwikkeling. 
Voor andere aandachtspunten herhaalt Mw Thea Willemsen: de twee geloven waarmee Vermeer leefde: zijn eigen calvinistische afkomst, en het katholieke geloof van zijn vrouw en schoonfamilie. Bovendien de invloed van de Jezuïeten.
De Gouden Eeuw was trouwens ook zeer van invloed op hem; er ontstond een grote economische en culturele bloei. Vanuit heel Europa kwam men naar Nederland toe.
Portret van Hans Lipperhey in het boek van Pierre Borel: 'De vero telescopij inventore'(1655)
Hans Lipperhey woonde en werkte in Middelburg, maar zijn kennis en kunde als lenzenbouwer werd verspreid. Prins Maurits verkreeg dankzij hem een soort verrekijken.
 Constantijn Huygens Jr, 1628-1697.
Buisloze telescoop van Constantijn en Christiaan Huygens. 
Mw Willemsen staat bij deze ontwikkelingen stil omdat ze van invloed zijn op de manier van schilderen bij Vermeer. 
Maar sowieso was Delft een centrum van onderzoek; denk ook nog aan Anthoni van Leeuwenhoek.
Anthoni van Leeuwenhoek, 1632-1723.
Schilderij van Jan Verkolje
Van Leeuwenhoek fabriceerde zelf een microscoop te Delft. 
De geograaf, Johannes Vermeer, 1669. Soms wordt dit als een portret van Antoni van Leeuwenhoek aangeduid.
Specifieke voorbeelden van mensen die onderzoek deden en invloed hadden op Vermeer:
Evert Hartmansz van Steenwijck, brillenmaker en ontwikkelaar telescoop; zijn zoon was kunstschilder en ook lid van het Lucasgilde. Evert Harmensz van Steenwijck (circa 1597 - 1654) was een tijdgenoot van Van Leeuwenhoek. Hij was tussen 1600 en 1650 de enige brillenmaker in Delft. Hij leverde waarschijnlijk de telescoop waarmee de Oostfriese geleerde Johann Fabricius in 1611 zonnevlekken ontdekte.
Jacob Spoors, buurman; landmeter en notaris. Schreef in 1638 Oratie van de nieuwe wonderen des wereldts, de nuttigheyd, de waerdidigheyd, der wis- ende meetkunsten.  Hij spreekt van gesicht-gereetschap. 
Johann van der Wijck verder; was militair ingenieur, hij leverde lenzen over heel Europa. Bouwde die zelf in Delft; Reinier van der Graaf, arts.

Perspectief werd belangrijk, inzichten ontwikkeld. Denk aan de Camera Obscura. 
Of Vermeer had er zelf een, of anders Van der Wijck, of Van Leeuwenhoek. 
Hoe dan ook kende Vermeer de werking ervan. 
Korte uitleg werking Camera Obscura; voor kinderen.
Door dit instrument te gebruiken kwam Vermeer op ideeën.
Plaatje van de site Kunstvensters.
Zie aldaar ook voor nog meer informatie over Vermeer en de C.O. 
Het Straatje van Vermeer; Rijksmuseum. 
Willemsen stelt de vraag, of deze uitbeelding realistisch was. Het is in elk geval een bestaande plek, namelijk Vlamingenstraat 42.
Ik citeer: 
'In het najaar van 2015 publiceerde Frans Grijzenhout zijn spraakmakende bevindingen over de vermoedelijke locatie van het 'straatje' van Johannes Vermeer. Na diverse bronnen te hebben geraadpleegd, waaronder Legger van 't diepen der wateren binnen de stad Delft, 1667, was hij tot de conclusie gekomen dat het beroemde schilderij van Vermeer gebaseerd moet zijn op de huizen en twee tussenliggende doorgangen. In de tijd van Vermeer stonden die aan de Vlamingstraat, een bescheiden gracht in het oostelijk deel van Delft, waar nu de nummers 40 en 42 staan. Hij had ook vastgesteld dat een tante van Vermeer, Ariaentgen Claes van der Minne, destijds de bewoner was van Vlamingstraat 42.' Zie voor meer informatie: Bulletin KNOB.
Gezicht op Delft, Vermeer, Mauritshuis.
Hoewel ik dit schilderij ook natuurlijk al lang kende, drong de schoonheid ervan nu eigenlijk pas goed tot me door. Op een fotootje als hier komt het niet tot uiting, maar toen ik het groot geprojecteerd zag in de collegezaal (dus nog steeds niet het echte schilderij!) zag ik hoe prachtig de lichtval op de toren en de daken zijn, hoe waarachtig de twee figuurtjes op de kade zijn....
Te zien is de rivier de Schie.
Willemsen vertelt dat het grof geschilderd is, wat schaduw geeft, en reflectie van licht.
Overigens schildert Vermeer géén schaduw! 'Hij laat ons erin geloven', zegt Willemsen. En dat erken ik!
We besteden ook even aandacht aan de signatuur van Vermeer. Op dit schilderij staat die linksonder, op de boot. Vermeer varieerde in zijn signatuur. 
Zo is ie, los van het schilderij en de kleur.
De Geograaf, 1668/9
De Astronoom, 1669.
Het interieur is bij beide geleerden hetzelfde, alsook de lichtinval. Wellicht gaat het zelfs om dezelfde man. Bij de geograaf zien we de globe van Hondius. 

Hemelglobe van 35,5 cm doorsnede door Jodocus Hondius (1563 - 1612), Amsterdam, 1600
Scheepvaartmuseum.
Aardglobe Hondius, 1600.
Dergelijke attributen hadden ook symbolische waarde: de hemellichamen waren uiteraard verbonden met God. 
Beide heren denken trouwens na: wordt het contemplatieve leven uitgebeeld, tegenover het actieve?
Vervolgens vergelijkt Willemsen deze schilderijen met een van Cornelis de Man, met de titel: Geleerde in zijn studeerkamer
Ik heb het niet terug kunnen vinden, onder Cornelis de man (ook uit Delft, Lucasgilde) vond ik wel onder andere dit schilderij met als titel: Portret van een schrijver. 
Cornelis de Man, Portret van een schrijver. (= Geleerde in zijn studeerkamer??) 
'Geen lichtval, vlak.'
(Als ik ten minste het goede schilderij heb gevonden. :-) )
Terugkomend op Vermeers geograaf en astronoom: impliciet wordt de grootheid van Gods schepping benadrukt, óók door de wetenschap. 
Dat die geloofsovertuiging een rol speelt in Vermeers werk, haalt Willemsen uit het boek van Gregor Weber, Geloof, licht en Reflectie. 
Gregor Webers boek.
Gregor Weber was hoofd van de afdeling beeldende kunst in het Rijksmuseum. Hij was ook medesamensteller van de tentoonstelling Vermeer. Ik meen te weten dat hij na deze tentoonstelling met pensioen is gegaan. 

Weber vertelt in zijn boek, dat Vermeer woonde in het zogenaamde 'papenkwartier': het rooms-katholiek deel van Delft. Vermeer woonde zelfs naast de Jezuïeten, die een schuilkerk hadden voor 700 gelovigen. 
De meisjesschool werd geleid door Jezuïeten, Vermeer had 8 dochters die daar naar school gingen. Twee kinderen van hem waren naar R.K.-heiligen vernoemd, Franciscus en Ignatius. Zijn vrouw en schoonmoeder waren katholiek, het lijdt geen twijfel of deze religie speelt door in het werk van Vermeer. 
Vrouw met weegschaal, 1664.
Op het schilderij aan de muur wordt het laatste oordeel uitgebeeld. 
Bij het laatste oordeel weegt de aartsengel Michaël de zielen met een balans. Links worden de barmhartigen in het paradijs opgenomen, rechts worden de verdoemden naar de hel gestuurd.
Hier bij Vermeer staat de vrouw op de plaats van Michaël: in het midden. Michaël is weg. Er is dus wel een duidelijke verwijzing naar een religieuze betekenis. 
Het kleed op de voorgrond heet een repoussoir; Vermeer gebruikt dat vaker. Het is bedoeld om diepte te creëren.
Pieter de Hooch; ook: Vrouw met Weegschaal. 1664.
Vermeer schilderde zijn schilderij met hetzelfde onderwerp na dit: in 1665. Hij kan het gekend hebben, via de kunsthandel die de familie ook dreef. 
Vrouw met parelsnoer, circa 1665. 
Een detail is, dat de stoel van de geograaf hier weer te zien is. 
Inhoudelijk valt op, dat achter de vrouw op een originele versie van dit schilderij een landkaart te zien is. Die heeft Vermeer overgeschilderd. 
Ze staat voor een spiegel, en is enkel bezig met haar uiterlijk. 
Weber houdt het erop, dat het licht van de witte muur God (het goddelijk licht) voorstelt. De vrouw met haar spiegel en poederkwast kan God niet gewaarworden. 
Ter vergelijking: vrouw staande voor de spiegel, van Frans van Mieris, 1662.
Weber spreekt van een 'gelovige ruimte'. Vermeer hing het katholicisme aan, middels zijn connectie met de Jezuïeten. 
Allegorie op het geloof, circa 1672.
Hier zijn weer allerlei symbolen terug te vinden die verwijzen naar de godsdienst. Wat dat betreft is het boek van Cesare Rippa verhelderend, want daarin zijn alle vaste symbolen terug te vinden.
Dit is een mode, Engelse heruitgave, eigenlijk meer een samenvatting, van Rippa's Iconologia. De oorspronkelijke Iconologia is van 1593.
Terug naar de Allegorie:
We zien de symbolen: appel, slang, wereldbol onder de voet, de zondeval die opgeheven is door Christus'kruisdood.
De glazen bol weerspiegelt de hele wereld, dat wil zeggen: Gods grootheid. 
Detail, de glazen bol uit de Allegorie. 
De Kantwerkster, circa 1670.
Werkzaamheid is een deugd, volgens de Jezuïeten. 
Zij hielden zich ook bezig met de camera obscura, mogelijk hadden ze er ook een in bezit. Alles heeft op dit schilderij een vaag effect, dat komt door het gebruik van de camera obscura. Alleen het kantwerk zelf is heel duidelijk. 
Detail kantwerkster.
Over het interieur bij Vermeer: 
We gaan nu na, welke objecten die Vermeer schildert (of gebruikt), had hij ook daadwerkelijk in zijn bezit? 
Het schilderij met het Laatste Oordeel bijvoorbeeld? Ik weet het antwoord hierop niet. Wel vond ik deze inventarislijst, (ik vond het Laatste Oordeel hier niet) waarop bij voorbeeld te lezen is, dat de twee Spaanse stoelen die vaak terugkeren (met de leeuwenkoppen) inderdaad in zijn bezit waren. Ook het schilderij met Christus aan het kruis (Allegorie op het geloof) was van hem. 
Signatuur op inventarislijst. Vermeer en Catharina Bolnes. 
Brieflezende vrouw aan het raam.
Dit schilderij van Vermeer is gerestaureerd in Dresden. Links is het resultaat te zien van na de restauratie. Na Vermeers dood was het schilderij met de cupido overgeschilderd. Die verflaag is weggehaald, tevens komen de kleuren van het schilderij nu beter uit.
De stoel was van hem, het kostbare kleed is mogelijk geleend. 
Puntjes verf suggereren de lichtval. 
De cupido verwijst naar de brief.
Detail brieflezeres; puntjes verf die lichtval suggereren. 
Gerard Houckgeest; ook lid Lucasgilde. Schilderij 1654.
Interieur oude kerk te Delft met trompe l'oeil 
Vergelijk het gordijn in het schilderij van de brieflezende vrouw hierboven. 
Otto van Veen, Embleem uit 1618:
Inconcussa Fide, oftewel Oprechte Liefde.
Te zien is dat Cupido hier met de voet op een masker stapt. 
Terug naar de brieflezende vrouw met de cupido op de achtergrond: het gaat om waarachtigheid.
Het schilderij met cupido kwam ook voor in de inventaris. 
De Onderbroken Muziekles
Hier op de achtergrond ook een cupido. En de Spaanse stoel.
Het vogelkooitje is waarschijnlijk niet echt des Vermeers. Nergens gebruikt hij dit attribuut. 
Staat het voor de maagdelijkheid van de vrouw? 
Ook bij deze staande vrouw aan het virginaal zien we het cupido-schilderij op de achtergrond. 
Landkaarten treffen we ook aan in de interieurschilderingen van Vermeer, Landkaarten waren een kostbaar bezit, hij had ze dan ook niet zelf in bezit. 
De Soldaat en het Lachende Meisje; met landkaart (het noorden zit rechts)
Brief lezende vrouw iu het blauw; aan de muur weer een landkaart.
De vrouw draagt een beddejak, wat wijst op intimiteit.
Vrouw met waterkan: kaart van Europa aan de wand.
Jonge vrouw met luit; opnieuw een landkaart erbij. 
Een andere luitspeelster: van Frans van Mieris.
1663.
De marmeren vloer bij Vermeer is verzonnen. Zijn schilderij 'vertelt', er is eenvoud, en een bijzondere lichtval.
Allegorie op de schilderkunst, circa 1667.
Dit schilderij was niet te zien op de tentoonstelling.
Zelfportret in het atelier; Michiel van Musscher, 1673.
Het zou vanwege de attributen dezelfde schilder kunnen zijn als op de Allegorie van de schilderkunst van Vermeer.

0-0-0-0-0-0-0-0-0
Laatste les, 31 maart 2023. 
Dit is het boek Het Delft van Vermeer. Het was een uitgave bij de expositie in het Prinsenhof te Delft, bijna gelijktijdig met de grote Vermeer-tentoonstelling in het Rijksmuseum. 
Aan de orde in deze les komt nu wat Vermeer onderscheidt van tijdgenoten. Vermeer beoefent de genre-schilderkunst: dat zijn schilderijen met voorstellingen uit het alledaagse leven. In deze kunstvorm is het aantal onderwerpen zeer gevarieerd, maar toch zijn er meerdere vaak terugkerende thema's te onderscheiden: huiskamer- en salontaferelen, keukenscènes, markten en herbergen en voorstellingen van figuren uit diverse beroepen. De afgebeelde personen waren meestal anoniem. 

Vergelijken we nu bij voorbeeld de Vrouw met de Weegschaal, van Pieter de Hooch en die van Vermeer, dan zien we bij De Hooch als typerend kenmerk: het doorkijkje. De strekking bij Vermeer is heel anders. 
Er valt ook een verschil waar te nemen tussen de Allegorie op de Schilderkunst, en het Zelfportret in Atelier van Musscher. Bij Vermeer is het een allegorie, Musscher geeft puur een zelfportret. 

Hoe was het kunstzinnig klimaat ten tijde van Vermeer in Delft?
We zagen al dat hij lid was van het Lucasgilde. Er ging daar veel invloed van uit door collega-schilders. Maar ook door de handel in kunst, die zijn vader dreef. Verschillende stijlen oefenden hun invloed op hem uit, zowel door rijken, als door gelovigen. 
De hele cultuur centreerde zich sowieso in het westen, in Noord- en Zuid-Holland. De rijkdom van toen in die gewesten werd overigens lang niet altijd aan schilderijen besteed, zilver of damast waren toen méér waard dan schilderijen. Wel deden bepaalde landschapsschilderijen het goed. Ook daarin zat een boodschap.
Dat alles in het verlengde van de emblemata: de 'praatjes bij plaatjes'. De handeling daarop lijkt alledaags, de situering niet. Objecten worden zorgvuldig gekozen door de schilder. 

In Dordrecht had je Nicolaas Maes, Samuel van Hoogstraten. In de andere gewesten bloeiden Amsterdam, Deventer, en Delft - met hun eigen kunstenaars of andere cultuurdragers. Gerard Dou uit Leiden was een 'grootverdiener.
In het Delft trad op de helft van de 17e eeuw een verandering op. Kunstenaars kwamen en gingen. De architectuurschilderkunst bloeide, er ontstonden veel afbeeldingen van de Oude en de Nieuwe Kerk. 

Een overzicht van schilders midden 17e eeuw: 
Delft 1654: buskruitmagazijn ontploft. Carel Fabritius sterft.
De Schildwacht, Carel Fabritius. Fabritius is vooral bekend vanwege het Puttertje; ik vind bovenstaand schilderij zo mooi. Het dateert van 1654, kort voor zijn dood. 
Fabritius is geboren in Midden-Beemster. 
Het springen van de kruittoren te Delft, 12 oktober 1654, door 
Egbert Lievensz. van der Poel.
Fabritius werd onderwezen door van de Poel; verder door Emanuel de Witte, 
Emanuel de Witte, Interieur Oude Kerk Delft, 1650.
Hendrick Cornelsiz. van Vliet, 1650 interieur Nieuwe kerk. 
Carel Fabritius vormt met Rembrandt en Vermeer een categorie apart.
Dat ligt aan het perspectief en de kleuren in zijn schilderijen; de helderheid en schaduwen.  Fabritius had geen expliciete boodschap.   
Arnold Bon (vóór 1634 - Delft, begraven 1691 was een Delfts uitgever en drukker.
Hij gaf het beroemde boek Beschryvinge der stadt Delf van Dirck van Bleyswijck uit (deel I 1667; deel II 1680), waarin hij een lovend gedicht over Johannes Vermeer en Carel Fabritius opnam.
Tronie Vermeer, meisje met de rode hoed. 
Studie van een jonge vrouw, Vermeer.
Meisje met de sluier; zij kijkt de beschouwer heel gericht aan. 
Schilderij in New York. 
Meisje met de fluit.
Wij aanvaarden dit als een echte Vermeer, de kunsthistorici in Washington niet. 
Meisje met de parel is ook een tronie, geen portret. 
Een tronie geeft een overdreven of karakteristieke gezichtsuitdrukking weer. Deze werken waren niet bedoeld als portretten of karikaturen, maar als studies van uitdrukking, type, fysionomie of een interessant personage zoals een oude man of vrouw, een jonge vrouw, de soldaat, de herderin, de oosterling of een persoon van een bepaald ras. 

Toen Vermeer dit meisje schilderde was zijn oudste dochter 13 jaar. Dat hij haar geschilderd zou hebben hier, is twijfelachtig. 
De parel is niet echt, het is een glasparel. Echtte parels kon Vermeer zich niet permitteren. 
Anthonie Palamedesz, Vrolijk Gezelschap, 1632.
Genrestuk, lijkt niet op een Vermeer. 
Het glas wijn, 1658-1660. Een typisch genrestuk van Vermeer. 
Het gaat hier om moderne hofmakerij. 
Genrestukken werden gemaakt voor burgers, ze waren klein, i.c. 65 x 77 cm. 
De wijn drinkende dame (prachtig, hoe dat gezicht verdwijnt in het glas) wordt bediend door heer.
In het raam zien we het wapen van de buskruitfabriek. 
Detail het glas wijn. 
Hier nog een genrestuk met hetzelfde thema: hofmakerij. Nu dame met 2 heren. 
In het raam hetzelfde wapen van de buskruitfabriek. 
Ter vergelijking: hier de drinkende vrouw van Pieter de Hooch
Met het voor De Hooch kenmerkende doorkijkje.
Zowel brieven als de liefde - of beide - waren moderne onderwerpen in de tijd. In Noord-Nederland waren de mensen hoog geletterd geraakt, door de Bijbelkennis. 
Brieflezende vrouw in het blauw. 
Op tafel staat een juwelenkistje uit Goya, India. Dit is dus een element van buiten Delft. 
Schrijvende vrouw met haar dienstbode; dienstbodes hadden vaak een bemiddelende rol in de liefde. 
De liefdesbrief, Vermeer.
Met waarschuwingen tegen promiscuïteit. 
Vermeer heeft ook een aantal schilderijen met muziekinstrumenten geschilderd: 


Zie verder boven de instrumenten op: het meisje met de fluit, de luit spelende vrouw, de liefdesbrief, de onderbroken muziekles, en de wijn drinkende vrouw. 
 
Licht wordt steeds belangrijker aan het eind van Vermeers leven. 
Abbie Vandivere, restaurateur Mauritshuis

Abbie Vandivere heeft als restaurator bij het Mauritshuis hier (o.a.) onderzoek naar  gedaan:

Ik citeer: 

"Het verschil tussen een vroege en een late Vermeer is heel goed te zien in de details. Zoals op de foto te zien is in de mouwen van de vrouwen. Links een detail uit het vroege werk ‘Dianne en haar nimfen’ en rechts een later werk ‘De schrijvende vrouw’. In het vroege werk is de mouw heel vloeiend en zacht geschilderd en in het late werk heeft de mouw een blokkige, geometrische stijl. In zijn late werk creëert hij diepte door licht en donker heel duidelijk van elkaar te scheiden. Vermeer schilderde dus steeds scherper en steeds strakker. Alles om nog gedetailleerder te werk te gaan.”


0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Tot zover de cursus.
Hierna gingen wij naar de tentoonstelling Dichter bij Vermeer, waarvoor we al maanden tevoren kaarten hadden gereserveerd.
Catalogus Rijksmuseum Vermeer
Helaas was dat nét in april, per 1 april verhuisde Het Meisje met de Parel weer naar het Mauritshuis.... 
Maar goed, het Rijks: Alles was uitverkocht, het was bere-druk. Om daar een indruk van te geven besluit ik met wat impressies van de hoofden die er vóór de schilderijen bleven 'hangen'. Ja, ook die van ons…. 






Geen opmerkingen:

Een reactie posten