maandag 19 december 2022

Melancholie V, Katja Rodenburg, HOVO-cursus herfst 2022.

Evelyn the Morgan, The Cadence of Autumn, 1905.
Het einde van de herfst betekent voor The Morgan het einde van het seizoen van blijheid en overvloed, en het begin van de grauwe, koude winter, de neergang naar de ouderdom en uiteindelijk de dood. 

Lesopbouw:
a. Io en furor poetica (letterlijk: dichterlijke razernij. Rationele controle opgeven om tot creativiteit te komen);
b. Rilke, korte introductie;
c. Rilke, de blik van de dichter;
d. Intermezzo;
e. Slauerhoff, Marieke Lucas Rijneveld.
0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0
Tekstfragment I: Io
Rhapsode, podiumkunstenaar. 
Voor de afbeelding zie DEZE SITE
We beginnen met een dialoog tussen Plato en Io, Engels: Ion. Io was een rapsode, een rondtrekkende zanger/bard, een podiumkunstenaar. 
Socrates ondervraagt op zijn geheel eigen wijze. Voor Socrates ging het om het zoeken naar de waarheid, die ieder mens als kern in zich heeft. Hij stelde zich daarmee diametraal op tegenover de sofisten, die uit waren op kennis. Via de kunst van de retorica leerden zij hoe je een ander van je gelijk kon overtuigen. 
In het gesprek gaat Io aanvankelijk op die toer tegenover Socrates: hij brengt kennis over. Nee, zegt Socrates, je hebt niks te melden over bij voorbeeld oorlogsvoering, of over weven - hoewel Homerus daar ook over schrijft. 
Dan moet Io erkennen: nee, wat hij doet is ingegeven door goddelijke inspiratie. Het is eerder een soort bezetenheid, een bezieldheid. Door die over te brengen maakt hij zijn publiek enthousiast (letterlijk: en Theos, in God). Socrates vergelijkt dat met magnetische ringen. De ene ring trekt de ander weer aan. 
De gedrevenheid lijkt op een mania, een waanzin. Het staat ook in die zin los van de kennis der sofisten. 
De muzen personifiëren de goddelijke inspiratie. 
Socrates zelf wist niets, zoals hij zei. Maar hij begeerde de wijsheid, beoefende wijsbegeerte. Zoals zijn moeder de vroedvrouw verloste hij innerlijke wijsheid uit de mens, ging maieutisch te werk. 
Plato was zelf ook door de muze bezeten.
De dichter verzamelt, zoals de bijen doen. Inspiratie is een soort opstijgen, je raakt verheven boven je normale kunnen.
Nuchter verstand, jezelf zijn, moet plaats maken voor God-vervuld zijn.
Uit dit alles volgt, dat dichters de hele mooie dingen die dichters en andere kunstenaars doen, daar niet toe in staat zijn door eigen kundigheid, maar omdat ze die dingen daadwerkelijk voelen.
De kunstenaar komt dus tot werkelijke kunst door zich in stilte open te stellen voor de inspiratie. Dat maakt van alles in hem of haar los, hetgeen ze geleid door de muze naar buiten brengen. 
Rodenburg gebruikt hier de term methodacting: een manier of techniek van acteren waarbij de acteur zijn eigen ervaringen gebruikt om een karakter zo waarachtig mogelijk weer te geven.
Het publiek kan navoelen en ervan leren wat de kunstenaar brengt. Dit vinden we terug in de passage over de magneet in de dialoog. 
De negen muzen; muzen zijn het zinnebeeld van goddelijke inspiratie. 
Hier zien we ze alle negen: Clio, Thaleia, Erato, Euterpe, Polyhymnia, Calliope, Terpsichore, Urania en Melpomene – op een Romeinse sarcofaag uit de 2e eeuw.
De muzen inspireerden ook wetenschappers, o.a. geschiedschrijving en sterrenkunde. 
0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0
Rainer Maria Rilke rond 1900
(1875-1926)
Rilke.
Rilke werkt 'de blik van de dichter' helemaal uit. Kan hij ons helpen in onze zoektocht naar de melancholie?
Voor Rilke gaat het om een manier van in het leven staan.
Rilke wil heel goed kijken naar de dingen; doel is om echt zodanig te kijken dat ze (de dingen) onze waarneming openen.
Daartoe heb je stilte nodig: je moet alleen kunnen zijn. Met anderen wordt de waarneming heel gecompliceerd, dan kom je niet bij je eigen zelf, je kern.
Het is zaak, elke dag opnieuw te beginnen als iemand die zoekt, maar niet per sé wil vinden. Wanneer je gevonden hebt kun je wel ophouden. Je moet als mens blijven bevragen.

Iets over Rilkes leven:
Rilke stamt uit een zeer katholieke familie. Hij nam afscheid van het geloof rond zijn 20e. Dit had hij niet aan zijn moeder verteld.
Maar misschien bleef hij ondanks het afzweren van het geloof religieus, op een bijzondere, eigen wijze. God is voor hem vooral een vraag; 'Glaube' drukt een zekere dwang uit. De precieze betekenis kent hij niet, de vraag blijft open.
Het gaat om de ervaring, als we het over geloven hebben. God is een richting, er komt niks terug maar dat is juist goed.
 
Rilke is een vat vol tegenstellingen, hij is bezig met paradoxen. Hij is graag bij mensen maar ook los. Er is een tegenstelling stad versus platteland.
In zijn thematiek is hij modern: hij houdt zich bezig met de vraag: wie ben ik, waar ga ik heen. Hij ervaart daar problemen in. 
Hij heeft het idee dat als hij relaties aangaat hij geen ruimte houdt voor zijn werk.
Datzelfde zagen we eerder, bij voorbeeld bij Munch, bij Kierkegaard en bij Schopenhauer.

Opmerkelijk, na de dialoog Socrates-Io is, dat Rilke altijd denkt dat niet hij schrijft, maar iets anders door hem heen, 'ik ben het niet.'

Rilke schreef altijd lange brieven, bij voorbeeld als hij verliefd was. Een patroon bij Rilke is: verliefd zijn, op afstand prachtige brieven schrijven - vrouwen voelen zich aangeraakt - maar in de echte wereld gaat het al gauw mis. Rilke vindt: verliefd zijn is geweldig, geliefd worden desastreus. Engagement geeft hij niet dat zit in zijn werk.
Hij onderhield ook vaak contacten met een bepaald doel: financiële element kwam erbij, Rilke had moeite met geld, zocht mecenaten; ook plaatsen om te kunnen wonen. 
Zijn leven was als eb en vloed: bij eb concentreerde hij zich op zichzelf, bij vloed werd hij overweldigd door liefde.
'Jeder Tag muss einen Sinn haben.' Voor Rilke betekende dat dat hij er zelf die betekenis aan moest geven.
Wat betreft de grote thema's in zijn werk, is er overeenkomst tussen hem en Kierkegaard.
Belangrijk is, dat Rilke geloofde in het doorleven van moeilijke momenten in het leven. Zo zat hij aan het einde van de Duinesische Elegieën in een depressie, in melancholie. Maar hij wilde niet zomaar uit die erge toestand, hij worstelde ermee, en doorleefde het. Hij wéét, en leert, dat de mens juist in de moeilijke dingen de mogelijkheden/heid moet zien. Eenzaamheid, daar kies je niet voor, die is er gewoon. We zijn alleen.
Met die erkenning moeten we beginnen, zo weids mogelijk (Kierkegaard). Dat is de enige soort moed die er van ons gevraagd wordt.
Het doorvoelen van moeilijke dingen, die er gewoon zijn, gebruikt Rilke als voedsel. Alles zal hierin mogelijk zijn, als we maar de moed hebben om dit onder ogen te zien. Als we onszelf niets wijs maken op dit vlak, kunnen we van daaruit - en alleen daarvan uit! - iets maken. Dat geeft een andere blik op de wereld.
INTERMEZZO
DIRAIT-ON (Morten J. Lauridsen - Rainer María Rilke)

Gedicht Dirait-on van Rilke, oorspronkelijk in het Frans geschreven, onderdeel van de cyclus Les Roses. Op muziek van Morten Lauridsen. 

Tekst:
Abandon entouré d’abandon,
tendresse touchant aux tendresses…
C’est ton intérieur qui sans cesse
se caresse, dirait-on;

se caresse en soi-même,
par son proper reflet éclairé.
Ainsi tu inventes le thème
du Narcisse exaucé. (= verhoord)

Abandon upon abandon,
tenderness upon tenderness…
Your hidden self unceasingly
turns inward, a caress; so they say.

caressing itself, in and of its own
reflection illuminated.
Thus you’ve invented the tale
of Narcissus sated. 
(van DEZE SITE.)

Toelichting: de tekst roept een andere wereld op. Eenzaamheid die wordt beleefd is tegelijk als een innerlijke tederheid. Verhoorde Narcissus. 
Muziek geeft een extra laag.

Nogmaals Rilke: 

Da neigt sich die Stunde und rührt mich an
mit klarem, metallenem Schlag:
mir zittern die Sinne. Ich fühle: ich kann -
und ich fasse den plastischen Tag.

Nichts war noch vollendet, eh ich es erschaut,
ein jedes Werden stand still.
Meine Blicke sind reif, und wie eine Braut
kommt jedem das Ding, das er will.

Nichts ist mir zu klein, und ich lieb es trotzdem
und mal es auf Goldgrund und groß
und halte es hoch, und ich weiß nicht wem
löst es die Seele los...


Rainer Maria Rilke, 1899.

Toelichting:
De muze brengt het lichaam aan het beven. Alleen door te kijken kan hij de krachten van het leven ontsluiten.
Eerst biedt het object inspiratie, dan kan de kunstenaar er iets mee doen. Door kijken brengt hij het tot voltooiing, dat wil zeggen: de dichter maakt een nieuwe wereld. Zijn blik/zienswijze wordt gematerialiseerd in woorden.
Je doet als lezer hetzelfde: onze blik wordt erop gericht, zo verschijnt de wereld weer als nieuw. Hij maakt de 'levengevende' blik werkelijk. Die beleving geeft hij door.

Eingang.
Wer du auch seist: am Abend tritt hinaus
aus deiner Stube, drin du alles weißt;
als letztes vor der Ferne liegt dein Haus:
wer du auch seist.
Mit deinen Augen, welche müde kaum
von der verbrauchten Schwelle sich befrein,
hebt du ganz langsam einen schwarzen Baum
und stellst ihr for den Himmel: schlank, allein.
Und hast die Welt gemacht. Und sie ist groß
und wie ein Wort, das noch in Schweigen reift.
Und wie dein Wille ihren Sinn begreift,
lassen sie deine Augen zärtlich los…

Toelichting:
Verlaat het bekende; je stap naar buiten vergt moed.
Maar zó maak je ruimte te maken voor iets wat nog niet is.
Het weten komt in plaats van het kennen.
Stap over de drempel.
Je moet de oude wereld eerst vernietigen, om vervolgens bijna op scheppingsniveau dingen ervaren.
Kunst kan je op andere manier doen kijken.
Kijken is diepe beweging.
Diep in zichzelf zitten soms vreselijke monsters:
dit is de band met de melancholie.
Op dit niveau heb je het moeilijk met jezelf en met anderen.
Maar scheppen gebeurt in essentie in de diepte.

Rilke had moeite met weten wei hij is. Hij schreef veel met Lou Salomé.
Hoe beoefen ik mijn kunst zodanig dat ik er inzicht in krijg.
Zie ook zijn Brieven aan een jonge dichter. Dit zijn in feite lcvenslessen - in dit geval een een jongeman in militaire opleiding.
Dichten/schrijven acht hij een noodzakelijk iets.
0-0-0-0-0-0-0-0-0-0
Jan Jacob Slauerhoff
1898-1935
Melancholie bij Slauerhoff 

Verschijning

Ongegrond en kustenloos
Waren de zeeën die ik bevoer:
Vale wateren, golven noch kroos,
Die ik spooksgewijze en rusteloos
Doorkruiste zonder zeil of roer.

De hoogste wensch is vervuld
Dien mijn leven heeft afgesmeekt:
Ik zwerf in scheepsgedaante.
Maar zijt gij levend of dood,
Gezonken of aangespoeld?
Mijn vrees is u ergens aan te
Varen, misvormd en verweekt,
Tot op 't gebeente ontbloot.

Dan moet ik weer vergaan;
En 't schip, mij toegedaan,
Ontzinkt.
Naar leegten voortgewenkt,
Verliest mijn geest zich aan
Stormen naar voortbestaan,
Ontredderd en verminkt.

Toelichting:
De poëzie van Slauerhoff hangt samen met zijn leven met vrouwen. 
In dat opzicht is er een parallel te zien met Rilke. 
Slauerhoff met altijd blijven gaan, blijven zoeken, de zeeën blijven bevaren. 
In Nederland aardde hij niet, hij zocht het in andere culturen. Literatuur was erg belangrijk voor hem. Als arts op de grote vaart ging hij overal heen. 
Geen grond vinden, zijn in de kern, die thema's  zijn belangrijk bij Slauerhoff. De verschijning in het gedicht is het individu zonder grond.
De gij in het gedicht is waarschijnlijk de dichter zelf. Een verdubbeling. van het karkas, het skelet dat hij zich voelt. Net als de vliegende holander is hij voor eeuwig verdoemd rond te zwalken over donkere wateren.
0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0
Marieke Lucas Rijnveld, geboren 1991.
Melancholie bij Marieke Lucas Rijneveld

Handen vol krijgerschap

Je wilt het onzegbare benoemen, niet langer nachtwolken,
of bedremmeld de maandag openen. Ze stellen: wie zichzelf
bewaart, bewaart geen rotte appel, en hoe mislukt is dan deze
Apriloogst. Er is kurkstip geconstateerd, ongewoon taalgebruik

Je wilt het onzegbare benoemen, je dubbelhartigheid uiteen
scheuren, of hovaardig jezelf niet voor de val behoeden. In het
dossier staat: de hij is bereidwillig te veranderen, de zij niet,
muurvast zit ze in het bloeiproces. Lijdensniveau: hoog.

Je wilt het onzegbare benoemen, niet zachtzinnig met materie,
of de wereld alleen waarnemen als je er zelf geen deel van
uitmaakt. Bloedingen kunnen ze stilleggen met hormonen, je moet
het zo zien, vertellen ze: we sturen alleen wat soldaten je lichaam in.

Je wilt het onzegbare benoemen, geen wrakhout van je woorden,
of met je handen vol krijgerschap een ruimte in lopen. Ze noteren:
zowel de hij als de zij is vervreemd van de oorsprong, heeft weinig
toereikend gereedschap en is verbeten op zoek naar andermans blik.

Je wilt het onzegbare benoemen, wat meer mankracht in je bedoelingen,
of niet meer vluchten voor opengelegd wegdek. We moeten dit bij de
kiem aanpakken, dit tot de bodem uitzoeken. En onthoud het
volgende: het meeste grondwater is afkomstig van neerslag.

Uit: Komijnsplitsers
Toelichting: 
Het onzegbare benoemen, dat is precies wat een gedicht doet.
Het gaat om de betekenis van wat er gebeurt. Zo vaak wordt het wat je niet bedoelt, je wilt 'geen wrakhout van je woorden' neerzetten, van je verschillende manieren van zijn.

Vrij van beren

Ik ben bijna in alles heldhaftig geweest:
in met de kont tegen de geboortekrib
en waar ik thuiskom, wil ik Lucas heten.
In het dagelijks brood opnieuw tot mij te
nemen – vanuit een graatmager landschap
leerde ik niet bang te zijn voor een
vetter seizoen. Of in het afschudden
van de wolfsmeneer en nooit weer een
prooi acteren, zijn streken uit mij te leven.
In de dood, door hem een verkeerd reisadvies
te geven en niet angstig zijn voor stille
polderwegen. Maar ook in kleine
dingen, zoals het opdoeken van mijn
berenverzameling; ik spaarde ze vooral
in het schemerdonker, of als ik iets
niet dacht te kunnen, zoals een lampje
verwisselen, een band plakken,
mijzelf lijmen na een onhebbelijk oordeel.
Waar ik nooit heldhaftig in ben geweest:
het verdragen van al dat geraas en getier,
van men die het altijd beter weet,
die de boy uit je willen halen en je
ongevraagd naar hun schepping willen
vormen, je wanstaltig noemen.
Nee, niets is moeilijker dan de mens
die de ander het menszijn niet gunt,
die het blad voor de mond plaatst,
terwijl iedereen als ontwerp ter
wereld komt en een eindversie
nooit definitief, nooit compleet is.


Toelichting: 
In Vrij van beren gaat het om de laatste regels, die ik vet en cursief heb weergegeven. Daarin zit Rijnevelds melancholie. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten