woensdag 16 maart 2022

Het Nationaal Socialisme als Rancuneleer, Menno ter Braak, Bas Heijne, 2022.

Boekomslag
Voor een samenvatting van de denkbeelden van Menno Ter Braak maak ik gebruik van het artikel uit de Humanistische Canon, van de hand van Drs. Jo Nabuurs.
 
Het nationaal-socialisme als rancuneleer (1937) mag als een karakteristieke analyse van Ter Braak gelden. Het heeft een dubbele laag, namelijk sociaal-psychologisch en politiek-cultureel. Rancune, wrok en ressentiment vormen de psychologische ondertoon. Uitkomst van deze gevoelens en gedragingen zijn uiteindelijk de pervertering van de democratie. 
Ter Braak noemt de rancuneuze mens een 'raté'. Het is de mens die het meerdere bezit van een ander niet verdragen kan. Hij klaagt, wordt wrokkig, en gaat uiteindelijk haten. 
Met een variant: 'zij hebben wat wij niet hebben, zij zijn wat wij niet zijn.’
Anton Mussert; 
Ter Braak vreesde de bezetting door de nazi's, Mussert heeft hij zichzelf bespaard. 
Deze NSB-er gold van 1942 tot mei 1945 als de leider van Nederland.
Zowel nationaal-socialisme als fascisme voeden zich aan het ressentiment: rancune vormt hun basis. De ressentiments-mens heeft een zo eenvoudig mogelijk wereldschema nodig; het simplisme is voor hem de maat van alle dingen. De wereld wordt vereenvoudigd tot een strijdtoneel van de ene groep tegen de andere.
Menno ter Braak
1902-1940
De rancunemens streeft vóóir alles naar gelijkheid. Maar hoewel ieder individu streeft naar gelijkheid, zijn wij in biologisch en sociaal opzicht niet aan elkaar gelijk. De een heeft meer en kan meer dan de ander. Het streven om allemaal even rijk en succesvol te zijn, kan onmogelijk gerealiseerd worden. Omdat het gelijkheidsideaal er altijd is, is de rancune er ook altijd. Ook in een democratie. 

Is daarmee de democratie waardeloos?
Nee! Want: ‘…in een democratie (…) heeft het ressentiment minstens de vrijheid om zichzelf te diagnosticeren.’ 
Ter Braak achtte zeker de democratische gelijkheid voor de wet van groot belang. Maar het streven naar economische en sociale gelijkheid is zijns inziens een bron van afgunst.

De verleiding van het nationaal-socialisme.
Het nationaal-socialisme had zijn aantrekkingskracht; betekende dat dan niet dat er iets goeds in moest schuilen? Waarom zou het anders zo verleidelijk zijn? 
Onzin, zegt Ter Braak. Juist de verleiding moet ons alert maken. Het is ‘de verleidende kracht van de reclame‘. Het democratisch socialisme kan ‘pervers’ worden, zijn eigen doel voorbijstreven:

'Het ressentiment wil eigenlijk niet wat zij beweert te willen: ‘... zij kritiseert niet om het kwaad te verdelgen, maar bedient zich van het kwaad als voorwendsel tot scheldwoorden.’  In onze dagen: ‘het zijn allemaal zakkenvullers’. Bovendien: er moten redenen blijven tot rancune. Dus oplossingen zijn soms onplezierig, worden afgewezen! De woede moet in stand gehouden worden. Het gaat om de lust om te haten: ‘haten om te haten', kankeren om het kankeren. Oppositie uit principe. ‘Het onmiddellijk overslaan van het ene gekanker op het andere (wanneer per ongeluk iets in vervulling gaat).’ 

Wat expliciet niet bij rancune hoort is humor: relativeringsvermogen ontbreekt de rancunemens.
Het ging Menno ter Braak met name om het ontmaskeren van de aanvallers op de open samenleving. Als kritisch humanist kapittelde hij zowel het officiële humanisme, alsook het marxisme en reformistisch socialisme. Hij verwierp het gelijkheidsideaal, en bovendien kon de menselijke waardigheid volgens hem nooit aan een ideologie gekoppeld worden. Hij bleef tot het einde een zéér onorthodoxe, soms onnavolgbare humanist.
Bas Heijne; gaf het essay van Ter Braak opnieuw uit, met een voorwoord. 
Hierboven een still uit Buitenhof, waarin hij zijn boekje promootte. 
Menno ter Braak (1902-1940) geldt als één van de scherpzinnigste, anti-autoritaire intellectuelen van de twintigste eeuw in Nederland. Hij was onorthodox, soms onnavolgbaar. Ook toen het politieke risico’s met zich meebracht, stond hij pal voor de Europese, humanistische waarden. In zijn denken bleef hij volstrekt onafhankelijk; een 'politicus zonder partij'. 
Ter Braak heeft maar kort geleefd. Op 14 mei 1940 pleegt hij zelfmoord: hij kon ieder moment door de nazi’s gearresteerd worden. Dit besef was ondraaglijk. Gedurende zijn hele, korte leven was Ter Braak een man zonder dogma’s, de onafhankelijke humanist voor wie de beschaafde mens boven alles ging. Dat hij lid werd van het Comité van Waakzaamheid lag voor de hand toen de beschaving vanwege het fascisme en nationaal-socialisme in het geding was. Door zijn vlijmscherpe pen joeg hij de NSB en de nazi’s in de gordijnen. In 1939 schreef hij: ‘Tegen Hitler-Duitsland moet worden opgetreden’. 
Exemplaar van het Comité van Waakzaamheid.
Het inleidend essay van Bas Heijne heeft als titel Met de moed der wanhoop.
Hij legt uit welke plaats Ter Braak had in de geschiedenis, en dat zijn moed om tegen Mussert en tegen het nationaals-socialisme op te treden, de moed der wanhoop was. Omdat hij zich geen enkele illusie maakte over zijn toekomst onder nazi-bewind, pleegde hij zelfmoord. 
Joris Ivens, filmmaker,
1898-1989
Samen met Joris Ivens richtte Ter Braak ooit de Filmliga op, die de experimentele cinema naar een groter publiek wilde brengen, en zich afzette tegen het Hollywoood-vermaak.
Met Edgar du Perron richtte hij Forum op, het belangrijkste literaire tijdschrift van vóór de oorlog.
E. du Perron, 1899-1940.
Overleed haast tegelijkertijd met Ter Braak; bij Du Perron ging het om een aanval van angina pectoris. 
Rancune, uitvloeisel van nationaalsocialisme, komt volgens Ter Braak weliswaar rechtstreek voort uit het democratisch stelsel. Dat betekende niet dat hij tegen democratie was. Immers, juist democratie kan/kon zichzelf diagnosticeren, debat, kritiek en tegenspraak kunnen helend werken.
Ter Braaks grote voorbeeld was Friedrich Nietzsche: volgens beiden gaat democratie, net als christendom, tegen de menselijke natuur in. Gelijkheid tussen mensen bestaat niet. 
Friedrich Nietzsche, 1844-1900; inspirator van Ter Braak.
Er worden tegenwoordig vaker parallellen getrokken tussen het fascisme van de 20e eeuw en de tegenwoordige tijd. Heijne noemt dat een zinloze exercitie, omdat de geschiedenis zich nooit één op één herhaalt. Dat neemt echter niet weg, dat er nog zeer veel van Ter Braaks pamflet herkenbaar is. 
De begrippen rancune en ressentiment doen elitair aan, en het is verdacht om ook maar enigszins elitair te lijken. 
We hebben geleerd de zielen van de tegenstander te begrijpen, ons erin te verdiepen, en te zoeken naar een redelijke grond van het ongenoegen, de woede. We voelen ons gedwongen de 'boze', de raté, als slachtoffer te zien. Hun boosheid afdoen als 'haat om de haat' is 'een intellectuele doodzonde'.
Maar in iedere politieke uitspraak - van bijvoorbeeld: Poetin, Donals Trump. Erdogan, Orban, Salvini, Forum voor Democratie - is een vijand aan te wijzen. 
Als voorbeeld noemt Heijne J.D. Vance, die Hillbilly Elegy schreef. Het is 'het beste boek om de Trump-stemmer te begrijpen.' In dit boek beschreef Vance Trump als 'immoreel en absurd'.... Maar in 2021 bood hij Trump zijn excuses daarvoor aan, en verdedigde de leugen dat 'de verkiezingen gestolen zouden zijn.' Hij ging werken voor Trump!
Een ander voorbeeld van hoe de rancune en het ressentiment eruitziet:
Hold-Up, de documentaire over het coronavirus, die er eigenlijk geen is.
Duurt 2½ uur, volop fake-news.
'Langzaam maar zeker verandert de documentaire in een composthoop van wantrouwen en rancune.' 
Vertaling van The Age of Anger, Pankaj Mishra.
Dit boek is van een ander niveau; het geeft achtergronden, verbreedt het inzicht:
Pankaj Mishra (1968) is een Indiaas schrijver en journalist. We leven in 'the age of anger', aldus Pankaj Mishra. Tijd van woede (2017) behandelt eveneens de globalisering en de wereldwijde opkomst van ressentiment als krachtige politieke emotie. Mishra verklaart dit ressentiment vanuit de niet-ingeloste en tegenstrijdige beloften van kapitalisme (rijkdom, vooruitgang) en democratie (gelijkheid). Hij legt verbanden tussen het islamitisch terrorisme, de verkiezing van populisten als Modi en Trump, en de etnische zuivering van Myanmar door boeddhistische extremisten. 
Woede en haat zouden nog weg te nemen zijn, rancune en ressentiment niet. Die vragen zelfinzicht.
De conclusie van Heijne is somber: Rancune en haat behoren 'tot de meest essentiële verschijnselen van onze cultuur', ja van ons mens-zijn. Redelijkheid is helaas geen remedie, rancune is alomtegenwoordig. Lees Twitter, denk aan het gescandeerde 'Lock her up', en 'Stop the steal'- en denk dan weer terug aan Ter Braak, die zegt dat wrok 'een doel op zich' kan zijn. Ze kan worden geëxploiteerd door handelaren in rancune.

Het kost ons grote moeite onszelf onder ogen te zien. De rancune, dat zijn wij. Aldus Bas Heijne. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten