zaterdag 8 augustus 2020

Federico García Lorca, De mooiste gedichten van, vertaald door Bart Vonck, 2005

Boekomslag
Bart Vonck, geb. 1957; vertaler. 
Casida VI

De la mano imposible

Yo no quiero más que una mano;
una mano herida, si es posible.
Yo no quiero más que una mano
aunque pase mil noches sin lecho.

Sería un pálido lirio de cal.
Sería una paloma amarrada a mi corazón.
Sería el guardián que en la noche de mi tránsito
prohibiera en absoluto la entrada a la luna.

Yo no quiero más que esa mano
para los diarios aceites y la sábana blanca de mi agonía.
Yo no quiero más que esa mano
para tener un ala de mi muerte.

Lo demás todo pasa.
Rubor sin nombre ya. Astro perpetuo.
Lo demás es lo otro; viento triste,
mientras las hojas huyen en bandadas.


Vers VI

Van de onmogelijke hand

Ik wil voor mij niets anders dan een hand,
een gewonde hand, als het kan.
Ik wil voor mij niets anders dan een hand
Al leef ik duizend nachten zonder bed.

Ze zou een vale, kalken lelie zijn.
een duif, vast aan mijn hart,
de wachter was ze die in mijn stervensnacht
de maan strikt elke toegang zou ontzeggen.

Ik wil voor mij alleen maar deze hand.
als dagelijkse olie, het witte laken van mijn heengaan,
Ik wil voor mij alleen maar deze hand
die van mijn dood een vleugel stut.

Al het andere gaat zo voorbij.
Het rozerood, al naamloos. De sterren, eeuwigdurend.
Al het andere is ook anders; de trieste wind,
en bladeren warrelend op de vlucht.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Ik was bijzonder verrast toen ik bovenstaand gedicht De la mano imposible tegenkwam. Het riep een herinnering op, ik wist niet meteen waaráán.....
Maar de combinatie met een ander gedicht bracht me het antwoord: het gedicht Cortaron tres árboles:

Cortaron tres árboles

Eran tres

(Vino el día con sus hachas.)

Eran dos.

(Alas rastreras de plata.)

Era uno.

Era ninguno.

(Se quedó desnuda el agua.)


Ze velden drie bomen

Het waren er drie.
 
(De dag kwam met zijn bijlen.)

Het waren er twee.

(Zilveren kruipvleugels.)

Het was er één. 

Het was er geen.

(Het water bleef naakt.)

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Enig zoekwerk op internet leverde me op, dat deze gedichten ooit op muziek waren gezet; bij elkaar vormen ze de Suite Coral. van de Cubaanse componiste Gisela Hernandez Gonzalo. 
Maar wat nóg leuker was: ik had die suite met die vier liederen zelf gezongen, met het Waterlands Kamerkoor, in een concert van september 2014. Zie daarvoor MIJN BLOG. Daar staan ook de vertalingen, van álle liederen van dat concert trouwens. 
Ik slaagde er niet in, een goede en enkele, uitvoering op Youtube van de twee bovengenoemde liederen te vinden. Ter illustratie geef ik het volgende filmpje:
 Hiervan is het middelste lied Cortaron tres arboles.
Dit is de componiste, 1912-1971. 
Dit was destijds onze flyer/poster.
Ook de Oda a Walt Whitman is opgenomen. 
Er is een groot deel van het werk van Lorca dat me ontgaat. Zo zijn zijn gedichten uit de bundel Poeta en Nueva York voor mij niet te begrijpen zonder een hoop achtergrondkennis. Voor dit moment vind ik het genoeg, dat hij New York verschrikkelijk vond, hij trof de stad trouwens aan precies in de crisistijd. Hij bewonderde Walt Whitman, die een sterke voorkeur had voor gewone mensen, en van directe, gewone taal. Whitman was net als Lorca openlijk homoseksueel, dat feit heeft Lorca geholpen ook  voor zijn geaardheid uit te komen, en zijn homoseksualiteit te praktizeren. Voor een Spanjaard was dat zeker uitzonderlijk. In de Ode neemt hij het ook op voor de zwarten, De regels waarin hij dat doet springen er echt uit, al kon ik ze daarom nog niet direct plaatsen. 
Ik voor mij viel meer voor de persoonlijke, directe lyriek. Behalve de twee genoemde gedichten vond ik ook erg mooi: El poeta pide a su amor que le escriba, vertaald: De dichter vraagt zijn geliefde hem te schrijven. 
Hierin: 
Amor de mis entrañas, viva muerte // en vano espero tu palabra escrita.... (Allerinnigste geliefde, (letterlijk: van mijn ingewanden!) dood vol leven, ik wacht vergeefs op het door jou geschreven woord)... Enzovoorts. 
Huis van Lorca, omgeving Granada. 
0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0
Nadat ik het boek een dag heb laten liggen, komen bepaalde regels met kracht terug in mijn gedachten: Zo uit het gedicht:

Muerte 
¡Qué esfuerzo,
qué esfuerzo del caballo
por ser perro!,
¡qué esfuerzo del perro por ser golondrina!,
¡qué esfuerzo de la golondrina por ser abeja!
¡qué esfuerzo de la abeja por ser caballo!

Dood
Wat een moeite,
wat een moeite doet het paard
om hond te zijn!
wat een moeite doet de hond om zwaluw te zijn!
wat een moeite deot de zwaluw om bij te zijn!
wat een moeite doet de bij om paard te zijn!

Dit is maar een stukje uit het gedicht. Ik kwam erop, toen ik filosofeerde over de gedachte, dat iedereen altijd méér, en anders wil zijn dan hij/zij zelf is. (Althans: ik ken dat streven.) Ik meende dat Lorca dat hier verwoordde, maar betwijfel bij nader inzien of hij dat heeft willen zeggen: waarom heet het gedicht Muerte? En is hier sprake van surrealisme? Ten slotte kunnen we verwachtschap aannemen tussen Lorca en Dalí. 
Vragen. 

Verder wil ik nog noteren de volgende regels: 

¡Negros! ¡Negros! ¡Negros! ¡Negros!
La sangre no tiene puertas en vuestra noche boca arriba.
No hay rubor. Sangre furiosa por debajo de las pieles,
viva en la espina del puñal y en el pecho de las paisajes,
bajo las pinzas y la retamas de la celeste luna de Cáncer,
..................

Zwarten! Zwarten! Zwarten! Zwarten!
Bloed vindt geen deur in jullie ruggelingse nacht.
Geen blozen. Het bloed wordt onderhuids,
leeft in de dolkpriem, in de borst van de landschappen,
onder de scharen en de brem van de hemelse maan van de Kreeft
...........
Uit: El rey de Harlem, de Koning van Harlem. 
Ik durf weinig te zeggen over de betekenis, wel trof me de herhaalde aan- of uitroep ¡Negros! Die wordt later nog eens herhaald, 

Leuk zijn de gedichten die iets van het land of het landschap oproepen:

El río Guadalquivir
va entre naranjos y olivos
Los dos ríos de Granada
bajan de la nieva al trigo

De Guadalquivir stroomt
tussen sinaasappelgaarden en olijven.
De twee rivieren van Granada
dalen van sneeuw naar graan. 

Uit: Baladilla de los tres ríos - Kleine ballade van de drie rivieren. 

En zo zou ik door kunnen gaan.....

donderdag 6 augustus 2020

Der Hauptmann, Robert Schwentke, 2017.

Filmposter
Gruwelijke film, gebaseerd op een waar gebeurde geschiedenis. Eerder vastgelegd in een docudrama van 1996, getiteld Der Hauptmann von Muffrika, van Paul Meyer, 1996. 
Docudrama, waarin enkele van de historische personen te zien zullen zijn. 
Hoofdpersonage is Wili Herold, een soldaat die aan het eind van de oorlog achterna gezeten wordt door zijn meerderen Of hij is gedeserteerd of iets anders op zijn geweten heeft, weten we niet. 
 
Zo ziet hij eruit als hij angstig is, en achtervolgd. 
Hij weet te ontkomen aan zijn achtervolgers, en vindt dan stom toevallig in een verlaten auto een Duits officiersuniform - met eretekenen. 
Hij trekt dit unform aan, en mét dat unifrom ís hij ook meteen een SS-er. Hij onderwerpt meteen een voorbijkomende soldaat aan zich, die hem van dienst moet zijn. Die dóet dat ook. 
En dat is het beangstigende van de film: alle Duitsers die hij ontmoet, lijken  te hebben gewacht op iemand die de leiding op zich wilde nemen. Herold doet dat met zo veel sadistisch genoegen, dat de angst je om het hart slaat. Hij deinst voor de ergste misdaden niet terug. 
Bij een gevangenenkamp vermoordt hij een grote groep mannen. Zoals de Einsatzgruppen Joden vermoordden, aan de rand van een eigengegraven massagraf. Wat een 'iets minder erge' nazi doet uitroepen: 'Wij Duitsers doen dat (=moorden) toch op een 'anständige' manier
In kamp Aschenmoor; nabij Nederlandse grens. Foto uit de speelfilm. 
Soms zie je dat hij zich ergens uit moet redden. Maar zijn brutaliteit is enorm, het lukt hem elke keer weer. 
Het is van belang te weten, dat het om het einde van de oorlog gaat. Niemand weet precies hoe het  ervoor staat, welke macht de nazi's nog hebben. Wij als kijker weten wat het jaar 1945 betekent, dat maakt de film zo extra pijnlijk.
Wat Willi Herold betreft, houd ik het voor goed mogelijk, dat hij zelf een deserteur was, en zo zijn eigen angst voor achtervolging in des te meer wreedheid omzette naar andere deserteurs. Maar dat is mijn psychologie! 
Een voorbeeld van de gruwel van de film, is het voorval, waarbij Herold twee Joodse mannen die zojuist op het podium hun smerige grappen vertoonden voor hem en andere Duitsers, op grond van nul-komma-nul  beschuldigt. 
Regisseur Robert Schwentke, die specifiek naar een verhaal als dit op zoek was. 
Willi Herold heeft echt bestaan. Hij is door de Geallieerden na de oorlog gevangen genomen, en is berecht. Hij werd onthoofd. Zijn geschiedenis als ' Hauptmann' begon op zijn 19e, hij is maar 20 jaar geworden. Hij werd 'de beul van Emsland' genoemd.
"Toen Willi Herold uiteindelijk werd opgepakt door de Britten en in 1946 in Oldenburg werd berecht en onthoofd, heeft de Britse militaire rechter uit pure fascinatie een boek over hem geschreven. Die rechter noemde hem ook geen psychopaat. En zo wil ik hem ook niet noemen. Herold was een overlever die heel ver ging in zijn overlevingsstrijd. In een amorele wereld was geweld zijn enige referentiekader. Dat hij zo veel mensen meekreeg zegt misschien iets over het verlangen naar autoriteit."
Dit citaat komt uit Trouw. 

Het gevangenenkamp waar Willi Herold in april 1945 arriveerde, wat het kamp Aschendorfermoor nabij de Nederlandse grens. Daar bracht hij, gehuld in zijn officiersuniform een gruwelijke slachting aan onder de gevangenen. Het leverde Willi Herold, de schoorsteenveger uit Chemnitz, de bijnaam 'De beul van Emsland' opleveren.
Begraafplaats
Gedenkplaat voor de 195 doden van Wili Herold. 
De gevangenen werden ingezete in de turfindustrie. 
Jong, slim, wreed: de schoorsteenveger-leerling Willi Herold, geboren in Lunzenau bij Chemnitz in 1925, wordt kort na zijn 18e verjaardag opgeroepen en opgeleid tot parachutist. Anderhalf jaar later 
wordt hij oorlogsmisdadiger.
Max Hubacher, Zwitsers acteur, vervult de rol van Willi Herold. 
Dit is de documentaire. 
Trailer van de speelfilm 
Ik heb ook nog even gekeken naar boeken over deze verschrikkelijke geschiedenis: ik vond dit boek:


(latere uitgave)
 
En dit boek met een opmerkelijke titel.
Het gaat hier om de zoektocht van de auteurs  Inge en Heinrich Peters naar het lot van de gevangene 
Albert Sommer uit het kamp Aschendorfermoor. In 2014  publiceerden zij hun zoektocht onder de titel „Pattjackenblut“; Pattjacken = Abschaum – 'so wurden die Häftlinge genannt'.  
Abschaum, Nederlands uitschot. (!)
Nog even wat de regisseur over deze geschiedenis zegt:
'Die Tragödie in unserer Geschichte hätte nicht stattfinden müssen. Die war verhinderbar, und die hätte von jeder der Figuren im Film verhindert werden können, aber keiner hat es getan. Alle sind irgendwie mitgegangen, weil sie alle davon profitiert haben, weil sie alle eigene Ziele verfolgt haben, und weil sie auch wirklich nicht in moralischen oder ethischen Kategorien gedacht haben. Ich sehe das immer so ein bisschen, als hätten sich fünf Leute in einem Raum auf einen Vertrag geeinigt, aber sie können sich nicht einigen, wer jetzt da unterschreibt und die Verantwortung dafür übernimmt, und Herold taucht auf und sagt, ihr wollt, dass ich da unterschreibe, kann ich machen, ist ja sowieso nicht mein eigener Name. Er setzt dadurch eigentlich eine Maschine in Bewegung, die aber schon drauf gewartet hat und schon aufgebaut war, in Bewegung gesetzt zu werden. Also es geht nicht nur darum, was mit diesem Menschen passiert, wenn er die Uniform an hat.'
Stukje van de muziek uit de film: van Martin Todsharow. Ook heel dreigend!

De otro modo, Federico García Lorca, 1921-1924

Federico García Lorca
Het gedicht is uit de bundel: Canciones (1921-1924)

De otro modo


La hoguera pone al campo de la tarde,
unas astas de ciervo enfurecido.
Todo el valle se tiende. Por sus lomos,
caracolea el vientecillo.

El aire cristaliza bajo el humo.
?Ojo de gato triste y amarillo?.
Yo en mis ojos, paseo por las ramas.
Las ramas se pasean por el río.

Llegan mis cosas esenciales.
Son estribillos de estribillos.
Entre los juncos y la baja tarde,
¡qué raro que me llame Federico!


Anders

Het vreugdevuur geeft aan het avondlandschap 
de geweitakkken van een woedend hert
De hele vallei strekt zich uit. Op zijn rug
slingert het windje.

De lucht kristalliseert onder de rook.
Een triest en geel kattenoog?
Ik loop met mijn ogen door de takken.
Takken slenteren langs de rivier.

Mijn essentiële zaken komen aan.
Het zijn refreinen van refreinen. 
tussen het riet en de late namiddag
hoe vreemd dat ik Federico heet!

Federico García Lorca

Het was voor ons moeilijk dit gedicht te vertalen. De sfeer was ons niet direct duidelijk. De Google-vertaling liet ook nogal wat vragen open. 
Toen trof ik deze tekeningen + vertalingen in het Engels van Tobias Tak: 
Van de site Art Review
Tak maakte deze tekeningen + de Engelse vertaling voor het tijdschrift Art Review van 2017. Paul Gravett schreef er een artikel bij, zie http://paulgravett.com/articles/article/tobias_tak . 
Ik citeer hier een stukje uit. Het is in het Engels, omdat Tobias Tak jaren in Amerika gewoond en gewerkt heeft: 

For his Strip for ArtReview magazine in 2017, Tak chose the “small jewel’ of ‘De Otro Modo’, also from Canciones. “An important element in Lorca’s character was his love for the countryside. ‘I am tied to the land in all my emotions’, he once said. The way the landscape is described in such a lyrical and mysterious way in ‘De Otro Modo’ immediately prompted images to me. The poem evokes that landscape of Andalusia with its many streams and rivers, the vastness of the fields, the amazing colourful evening skies, and its abundance of trees, flowers and patches of dry earth.” To this setting Tak introduces some of his recurring characters such as the man in the tall hat, based on the Alice’s Mad Hatter, and the inquisitive cat who “looks at the world through his telescope, like Lorca, who always questioned the world around him.”
2017, Nederlands-Spaanse uitgave, gedichten Lorca, tekeningen van Tak. Lijkt me zeer de moeite waard, te koop bij Bol.Com voor € 19,90. :-) 
Foto van Tobias Tak, die helaas in januari van dit jaar overleed. Hij was tevens danser. 
Vermeldenswaard is ook, dat het gedicht De otro modo voorkomt in deze bundel speciaal voor kinderen, die wij kochten in het Casa-Museo Federico García Lorca. 

maandag 3 augustus 2020

Federico García Lorca, De dichter vertelt de waarheid.

Franse editie; die was er ver vóór de Spaanse. 

Uit: Sonetos del amor oscuro, 1935.

El Poeta Dice La Verdad


Quiero llorar mi pena y te lo digo
Para que tu me quieras y me llores
En un anochecer de ruiseñores
Con un puñal, con besos y contigo

Quiero matar al único testigo
Para el asesinato de mis flores
Y convertir mi llanto y mis sudores
En eterno montón de duro trigo

Que no se acabe nunca la madeja
Del te quiero me quieres, siempre ardida
Con decrépito sol y luna vieja

Que lo que no me des y no te pida
Será para la muerte, que no deja
Ni sombra por la carne estremecida.


o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o
Dit was de eerste uitgave, merkwaardig kleine oplage, in rood, met rode envelop gestuurd. Ik meen in 1983. Hierna kon de familie het manuscript niet langer onder de pet houden: enige tijd hierna verscheen een fatsoenlijke eerste uitgave.:



De dichter vertelt de waarheid 


Ik wil huilen van pijn en dat zeg ik
opdat je van me houdt en om me huilt
in een avondschemering van nachtegalen 
met een dolk, met kussen - tegen jou. 

Ik wil de enige getuige vermoorden 
voor de moord op mijn bloemen 
en mijn tranen en mijn zweet omzetten 
in een eindeloze hoop harde tarwe. 

Moge de streng nooit eindigen 
Van het Ik hou van jou, jij houdt van me, altijd vurig gehouden 
Door een afgeleefde zon en oude maan. 

Moge wat je me niet geeft en waar ik je niet om vraag 
voor de dood zijn, die niet ophoudt 
in het geheel niet, voor het huiverende vlees. 

o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o

Sonnetten van duistere liefde kan meerdere betekenissen hebben: de ene biograaf zegt dat het over de homoseksuele liefde gaat, de ander dat het gaat om de liefde die verdriet, pijn met zich meebrengt. Lorca zelf heeft zich er niet over uitgesproken. Een van de letterkundigen die hem bestudeerde trok  een vergelijking met Sint Jan van het Kruis, met de pijn van de mystieke liefde.
 
De bundel werd pas in de tachtiger jaren uitgegeven, de familie Lorca wilde Federico Garcia nog steeds uit de wind houden wat zijn homo-erotiek betrof. 

Een prachtig blog over de geschiedenis van deze bundel Sonetos del amor oscuro met 11 sonnetten is te vinden in een blog onder DEZE LINK.
Lorca heeft ook een relatie met Dali gehad. Bovenstaand sonnet is overigens niet voor Dali geschreven, het was al lang fout gelopen tussen de twee.

Ik vond het leuk om ook de Franse vertaling te geven, die immers eerder verscheen dan het  oorspronkelijke Spaanse gedicht:

Le Poète dit la vérité

Je veux pleurer ma peine et te le dire
pour que tu m’aimes et pour que tu me pleures
par un long crépuscule de rossignols
où poignard et baisers pour toi délirent.

Je veux tuer le seul témoin, l’unique,
qui a pu voir assassiner mes fleurs,
et transformer ma plainte et mes sueurs
en éternel monceau de durs épis.

Fais que jamais ne s’achève la tresse
du je t’aime tu m’aimes toujours ardente
de jours, de cris, de sel, de lune ancienne,

car tes refus rendus à mes silences
se perdront tous dans la mort qui ne laisse
pas même une ombre à la chair frémissante.

Uit: Poésies IV - Sonnets de l’Amour Obscur - traduit de l’espagnol par André Belamich, (Gallimard, 1984.)

o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o

Ook deze vertaling heb ik overgezet naar het Nederlands; interessant is het te zien, dat ik soms heel ergens anders beland uitkom dan bij de Spaanse versie: 

De dichter zegt de waarheid


Ik wil mijn verdriet uithuilen en het je vertellen.
opdat je van me houdt en je om me huilt.
door een lange schemering van nachtegalen
waar dolk en kusjes voor u buiten zichzelf zijn.

Ik wil de enige getuige doden, de enige.
die mijn bloemen vermoord kon zien worden.
en mijn klacht en mijn zweet transformeren
in een eeuwige stapel harde korenaren.

Maak dat de streng nooit tot een einde komt
van het Ik hou van je, jij houdt altijd vurig van mij
van dagen, kreten, zout, de oude maan,

want uw weigeringen op mijn stiltes
zullen allemaal verloren gaan in de dood die
niet eens een schaduw laat aan het huiverende vlees. 

Rafaël Rodriguez RAPÚN, inspiratiebron voor de Sonetos del amor oscuro.
Stierf aan het front in de Burgeroorlog, vocht aan de zijde van de Republiek.

zondag 2 augustus 2020

Federico García Lorca, Kleine Weense Wals, circa 1930.

Het gedicht stamt uit dit boekje van Lorca,met een selectie uit zijn gedichten. 
Lorca werd in 1936 doodgeschoten door aanhangers van Franco. Hij was pas 38. Hij geldt als een van de belangrijkste Spaanse dichters. 
Hier valt te beluisteren de versie van het gedicht, zoals vertolkt door Leonard Cohen: Take this waltz.
Lorca schreef dit gedicht in 1929-'30, tijdens een langdurig verblijf in New York. Het is gepubliceerd in 1942 in de bundel 'Poeta in Nueva York' (Dichter in New York). Het is opgenomen in de afdeling 'Vlucht uit New York'. 

Pequeño vals vienes

En Viena hay diez muchachas,
un hombro donde solloza la muerte
y un bosque de palomas disecadas.
Hay un fragmento de la mañana
en el museo de la escarcha.
Hay un salón con mil ventanas.
¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals con la boca cerrada.

Este vals, este vals, este vals,
de sí, de muerte y de coñac
que moja su cola en el mar.

Te quiero, te quiero, te quiero,
con la butaca y el libro muerto,
por el melancólico pasillo,
en el oscuro desván del lirio,
en nuestra cama de la luna
y en la danza que sueña la tortuga.

¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals de quebrada cintura.

En Viena hay cuatro espejos
donde juegan tu boca y los ecos.
Hay una muerte para piano
que pinta de azul a los muchachos.
Hay mendigos por los tejados.
Hay frescas guirnaldas de llanto.

¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals que se muere en mis brazos.

Porque te quiero, te quiero, amor mío,
en el desván donde juegan los niños,
soñando viejas luces de Hungría
por los rumores de la tarde tibia,
viendo ovejas y lirios de nieve
por el silencio oscuro de tu frente.

¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals del "Te quiero siempre".

En Viena bailaré contigo
con un disfraz que tenga cabeza de río.
¡Mira qué orillas tengo de jacintos!
Dejaré mi boca entre tus piernas,
mi alma en fotografías y azucenas,
y en las ondas oscuras de tu andar
quiero, amor mío, amor mío, dejar,
violín y sepulcro, las cintas del vals.

O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O

Ik heb hier het gedicht vertaald, waarbij ik me geen vrijheid heb veroorloofd. Het is zo letterlijk mogelijk, teneinde de bedoeling van Lorac zo zuiver mogelijk tot uiting te doen komen.


Kleine Weense wals 


In Wenen zijn tien meisjes,
een schouder waarop de dood snikt
en een bos met opgezette duiven.
Er is een fragment van de ochtend
in het museum van de ijzel.
Er is een zaal met duizend vensters. 
 
Ay, ay, ay, ay!
Neem deze wals met gesloten mond.

Deze wals, deze wals, deze wals
van het jawoord, van dood en cognac
die zijn staart doopt in de zee.

Ik hou van jou, hou van jou, hou van jou
met je leunstoel en het dode boek,
door het weemoedige gangpad,
op de donkere zolder  van de iris
in ons bed van de maan
en in de dans die de schildpad droomt.

Ay, ay, ay, ay!
Dans deze wals van de gebroken taille. 

In Wenen zijn vier spiegels
waarin jouw mond en de echo's spelen. 
Er is er een dood voor de piano 
die de jonge mannen blauw kleurt.
Er zijn bedelaars over de daken.
Verse slingers vol van tranen.

Ay, ay, ay, ay!
Pak deze wals,  die sterft in mijn armen.

Omdat  ik van je hou, van je hou, geliefde van me,
op zolder waar kinderen spelen,
dromend van oude lichten  in Hongarije,
bij de geluiden van de zoele namiddag,
terwijl ik schapen en lelies van sneeuw zie
in de donkere stilte van je voorhoofd.
.
Ay, ay, ay, ay!
Neem deze wals van "Ik hou voorgoed van je !".

In Wenen zal ik met je dansen
in een vermomming die
een hoofd als een rivier heeft. 
Kijk hoe er hyacinten bloeien op zijn oevers!
Ik zal mijn mond achterlaten tussen je benen,
mijn ziel in foto's en lelies,
en op de donkere golven van je bewegingen
wil ik, mijn lief, mijn lief, achterlaten,
viool en grafsteen, de linten van de wals.

O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O-O

Ten slotte geef ik nog de tekst van Leonard Cohen, die het gedicht naar mijn mening heel goed heeft geraakt:
Leonard Cohen, in 1988.


Take This Waltz
Leonard Cohen.

Now in Vienna there are ten pretty women
There's a shoulder where Death comes to cry
There's a lobby with nine hundred windows
There's a tree where the doves go to die
There's a piece that was torn from the morning
And it hangs in the Gallery of Frost
Aey, aey, aey, aey
Take this waltz, take this waltz
Take this waltz with the clamp on its jaws
Oh, I want you, I want you, I want you
On a chair with a dead magazine
In the cave at the tip of the lilly
In some hallway where love's never been
On a bed where the moon has been sweating
In a cry filled with footsteps and sand
Aey, aey, aey, aey
Take this waltz, take this waltz
Take its broken waist in your hand
This waltz, this waltz, this waltz, this waltz
With its very own breath of brandy and Death
Dragging its…


Op de site onder de link: Reclamespot met dit lied. is nog te zien hoe dit prachtige gedicht/lied commercieel werd ingezet. 

zaterdag 1 augustus 2020

Van affect tot wonder; over het uitbeelden van de goddelijke genade in de 17e eeuw - Joseph Imorde, 2019.

Deze blogpost is een samenvatting van een essay (met bovengenoemde titel) uit het boek 
Caravaggio-Bernini, Vroege Barok in Rome. 
 catalogus bij de tentoonstelling van 2020. 
Joseph Imorde, auteur van dit essay; Duits kunsthistoricus. 
In de 17e eeuw waren tranen vaak een uiting van religeuze bewogenheid. Daar waren bewijzen van heiligen voor, bijvoorbeeld uit het leven van Ignatius van Loyola.
 St Ignatius Loyola; 
geschilderd door Francisco Zurbaran (1598-1664)
Igantius was de stichter van de Jezuïetenorde. Hij schreef het Geestelijk dagboek, waarin hij talloze malen huilt, de eerste 40 dagen al 175 keer!  Hij kent veel belang toe aan de dono delle lacrime. Tranen, in het bijzonder religieuze tranen, werden dus gezien als een gift. Of gave. 
Domenico Fetti, de berouwvolle Petrus. Circa 1613.
Petrus vergoot tranen van berouw  nadat hij Jezus verraden had. Zo waren er soorten van tranen in de religie: je had tranen van grote wroeging (zie Petrus), van medelijden, en van innerlijke ontroering. Dat stond allemaal beschreven in de lacrimologie, die gebaseerd was op Kerkvaders en op middeleeuwse voorbeelden. 
Huilen had een zuiverende werking, en vanwege de zichtbaarheid - men meende dat Gods genade hier zichtbaar werd - werden de tranen ingezet in de katholieke hervormingsbeweging.  Na de zuivering kon je trouwens ok weer tranen vergieten van zoetheid. Teresa van Avila bijvoorbeeld had het over de zoete tranen die haar gemoed vruchtbaat maakten/
Had je de dono delle lacrima, dan hoorde je aaantoonbaar tot de uitverkorenen. Zo iemand was Clemens VIII, die 'uitblonk in het vermogen werkelijk altijd en overal te wenen'. Hij deed dit ook lang en hard.
Paus Clemens VIII; hier op een mozaïek. Deze paus huilde veel en hard!
Huilen werd dus exemplarisch, werd als voorbeeld gesteld. 
Imorde haalt hier het muziekstuk Rappresentatione di anaima e di corpo aan van Emilio de Cavalieri, van 1600. 
Drie minuten uit het muziekstuk Rappresentatione di anima e di corpo, Emilio Cavalieri, 1600. Muziekstuk over publiekelijk zelfonderzoek, in de vorm van een twistgesprek tussen de hemelgerichte ziel en het aards gerichte lichaam. 
Hoewel het publiek mocht genieten van de muziek, ging het er vooral om te stichten.
Ook in de beeldende kunst moest het gemoed worden geraakt, ten einde de mens boven zichzelf uit te tillen en de weg naar het hiernamaals te wijzen. 
Tranen waren een 'objectivistische graadmeter' van die bewogenheid. De heiligen Ignatius van Loyola, Filippo Neri en Teresa van Avilla werden leidende figuren.
Het beeld van de Extase van Theresia in de Santa Maria della Vittoria-kerk in Rome.
Bernini.
Dit beeld is een soort model voor dat van de kerk in Rome, de Extase van Sint Theresia, Bernini. Alleen dit beeld was op de tentoonstelling te zien. 
Bernini schiep de extase van Sint Theresia. We zijn inmiddels van de tranen naar sterkere middelen overgegaan om de uitwerking van Gods genade weer te geven. 
Bernini past er in dit beroemde beeld twee toe: de transverberatie, en de levitatie. Transverberatie betekent: het doorboren van het hart met de pijl van de goddelijke liefde. Deze ervaring levert een extase op en is imaginair. De andere is een raptus, meervoud ratti, een vervoering. De ziel raakt zo in extase dat hij zonder het lichaam kan en van de grond wordt opgetild. In de Vida, haar autobiografie, beschrijft Theresia die levitaties, die ook door getuigenverklaringen worden ondersteund. 
Autobiografie Teresa van Avila.
Bernini beeldt die levitatie in marmer uit, wat een kunststuk is (die lichtheid uit dat zware materiaal). Theresia zetelt op een wolk. Een engel doorboort haar hart. Haar hoofd hangt achterover, wat de extase verbeeldt. Bovendien spelen de plooien en in haar gewaad een belangrijke rol: ze beelden de heftige gemoedsbewegingen van de heilige uit. De theologia symbolica vereiste dat elk onderdeel van een werk het werk van de Almachtige in zijn verborgenheid openbaarde. 
Bernini naderde met zijn beeldhouwwerk de schilderkunst. 

Ik wil hier helemaal de 17e eeuw niet belachelijk maken, met de levitaties en de extases. Al schoot ik wel in de lach bij de verhalen over de heilige Guiseppe de Copertino, over wie in 1722 Domenico Bernini een biografie schreef. De Copertino vloog zo'n beetje de hele dag door in de kerk, dat werd zelfs irritant. De heilige was een beetje simpel, en hoe dat allemaal heeft bestaan weet ik ook niet, maar er zijn wel afbeeldingen van op intnernet, en er is ook een kerk aan hem gewijd. 
De Copertino komt niet op de expositie voor, wordt alleen genoemd in de catalogus.
Gebalsemd lichaam van de Cupertino. Vanwege de talrijke levitaties is ook zijn sarcofaag op grotere hoogte geplaatst. Te zien in de Basilica di San Giuseppe da Copertino, Piazza Gallo,Osimo, Italië.
Ook wel de heilige met de open mond genoemd. Vanwege dat feit. 
18e eeuwse gravure van die heilige Jozef. 
Mooi artikel exemplarisch voor de catalogus, waarin steeds een bepaald aspect van de vroege Barok  middels een essay wordt toegelicht. 
De kern van het verhaal - de aangedaanheid door de mystieke aanraking - blijft voor mij overeind. Onder een dikke deken van verschijnselen waarin ik als moderne westerling niet kan geloven. 

woensdag 29 juli 2020

Vrees en beven, Sören Kierkegaard, 2006.

- Hvad er Sandhed andet end en Leven for en Idee -
(Wat is waarheid anders dan een leven voor een idee.) 
Boekomslag, uitgave 2006; oorspronkelijk in 1843, Deens. 
Dit boek is ooit onderwerp geweest van een HOVO-cursus die ik volgde. Ik herinner me de uitputtende manier van het bekijken van de zinnen, het moeizame van het fenomeen 'filosofisch denken', en de boodschap van dit boek. 
Nu, 10, 12 jaar later? lukt het me beter met mijn gevoelens en gedachten dieper door te dringen in de denkwereld van Kierkegaard over het thema: geloof.
Dat betekent nog niet, dat ik in staat zal zijn een samenvatting te geven. Ik volsta met enkele pregnante citaten en inzichten. 
Kierkegaard rond 1840
Op internet is over het boek genoeg te vinden. Wikipedia geeft een goede samenvatting, en geeft ook aan waarom bepaalde filosofen bezwaar maakten tegen dit boek. 
Ik snap die bezwaren ook wel weer: immers, je kunt met het gegeven argument dat de mens eerder naar God moet luisteren dan naar ethische argumenten, uitkomen bij het religieus fanatisme en geweld. 
Natuurlijk wil ik dat niet. 
Kierkegaard evenmin, en ik betwijfel of hij dat heeft willen zeggen. 
Regine Olsen, schilderij door Emilius Ditlev Bærentzen, 1840
Olsen was de verloofde van Kierkegaard; hij verbrak die verloving, vermoedelijk vanuit de overtuiging dat hij haar nooit gelukkig kon maken. Vrees en Beven heeft autobiografische elementen, die ook naar deze relatie verwijzen. 
Zelf zegt hij over zijn boek dat hij  'dichterlijk en verfijnd' schrijft, en dat hij moeiteloos zijn lot voorziet 'in een tijd waarin men om de wetenschao te dienen een streep heeft gehaald door de hartstocht. (p. 12) Overigens gebruikt hij expres een pseudoniem, Joannes de Silentio, om deze bepaalde invalshoek te tonen.
Het boek is een aaneenschakeling van lyrisch-filosofische overwegingenover de daad van Abraham. Abraham was immers bereid de wil van God te volgen, die hem had opgedragen zijn zoon Isaac (die hij op hoge leeftijd met Sara had gekregen) te offeren. Die offerdaad ging niet door, omdat God op het laatste moment een engel zond die Abraham van zijn daad terughield. 
Hoe kunnen we Abraham begrijpen? Was zijn handelen te rechtvaardigen?

Kierkegaard wil dit verhaal niet lezen achterover geleund in zijn stoel. Nee, hij verplaatst zich in Abraham. Zou hij hetzelfde gekund hebben? Zou hij niet hebben geroepen: 'God, neem mij, niet mijn zoon!' Of tegen de wil van God zijn ingegaan, en Hem geweigerd hebben zijn kind te offeren?
Wat is sterker, de wet van de ethiek, of de wet van God? 
En is er eigenlijk een verschil tussen die twee? Immers, God bewees toch uiteindelijk de God van liefde te zijn, waar Abrahm op vertrouwde? 
Het offer van Abraham,  Rembrandt. 
Joannes de Silentio roept uit - Problema! - dat hij het niet kan, zó geloven als Abraham deed. Maar Abraham is wél bereid God te gehoorzamen. 

‘Een paradoxale en nederige moed is er vereist om vervolgens heel de tijdelijkheid krachtens het absurde te grijpen, en dat is de moed van het geloof. Door het geloof deed Abraham geen afstand van Isaak, maar door het geloof verkreeg hij Isaak.’
Kierkegaard aan zijn bureau, door Luplau Janssen, eerste helft 19e eeuw
Ik las op DEZE SITE dat je niet uitgelezen raakt in dit boek - wat ik volledig beaam! Je blijft verrast worden door de pittige wendingen, de diepgang, het scherpe denken. Bij wijlen doet Kierkegaard je ook glimlachen, als hij bij voorbeeld schrijft: 'Het verhaal van abraham heeft de merkwaardige eigenschap dat het altijd heerlijk blijft, hoe weinig je er ook van begrijpt. p. 32.

Begrijpen en begrijpen is twee. Kierkegaard wist dat maar al te goed, hij had een scherp oog voor de geloofspraktijk van zijn dagen, waarin hij weinig diepgang zag. Hoe gemakkelijk heb ik zelf niet altijd kennis genomen van dit gedeelte uit de bijbel? Ik herken mijzelf in deze woorden: 'Ook al was je in staat heel de inhoud van het geloof in begripsvorm om te zetten, dan volgt daar niet uit dat je het geloof hebt begrepen, hebt begrepen hoe je er in binnenkomt, of hoe het in jou binnenkomt.' p. 11

Ja, 'Abraham geloofde en hij twijfelde niet, hij geloofde het ongerijmde. p. 25 Hij is De Silentio's held. Die eraan toevoegt: 'In de held denk ik mij in, in Abraham kan ik mij niet indenken. Als ik die hoogte nader stort ik neer, want dat wat mij geboden wordt is een paradox.' p. 37

Want:
'Ik kan de beweging van het geloof niet maken, ik kan mijn ogen niet sluiten en mij vol vertrouwen in het absurde storten.' p. 38
Søren Kierkegaard 'emanzipierte den Glauben von der Vernunft';
 (picture alliance / dpa) Foto haalde ik van deze Prachtige link! Duits.

Wat Kierkegaard dus doet, is 'het probleem van geloven' tot in de diepte onderzoeken. 'Wat mijzelf betreft, het ontbreekt mij niet aan moed een gedachte geheel te doordenken.' p. 34

Ik ben ervan overtuigd dat God liefde is. (...) Maar ik geloof niet, daartoe ontbreekt me de moed. p. 38.

Abraham geloofde krachtens het absurde, p. 40 - Waarmee bedoeld is, dat Abraham vertrouwt op de liefde van God; dat hij Isaac dus zal terugvinden, of behouden. 

'De liefde vindt haar priesters in de dichters, en af en toe hoor je een stem die haar naar waarde weet te schatten, Maar over het geloof hoor je geen woord. Wie spreekt er tot lof van die hartstocht?' p 37

Verder spreekt De Silentio over 'de oneindige resignatie', waar vrede en rust heersen. p. 50 De oneindige resignatie noemt hij even verderop (p. 51 e.v.)  'het laatste stadium dat aan het geloof voorafgaat.'
Søren Kierkegaard door P.C. Klæstrup ca. 1845.
Over dit lastige begrip 'oneindige resignatie' ga ik te rade bij het al genoemde artikel van Stephan Wetzels: 

'Ethisch gezien zou Abraham zijn zoon lief moeten hebben, en Abraham zou Isaak zeker niet mogen vermoorden. Deze ethische band is echter relatief als men haar bekijkt vanuit een absolute verhouding tot God. Abraham wordt in deze situatie beproefd, we spreken hier over een beproeving. Deze beproeving heeft twee opvallende kanten die Johannes de silentio het ‘hoogste egoïsme’ en ‘absolute overgave’ noemt.  Aan de ene kant is het menselijke gedrag in de beproeving bijzonder egoïstisch. Abraham doet het op een bepaalde manier ook vooral voor zichzelf. Daar staat tegenover dat het ook een absolute overgave is, want Abraham doet volledig wat God van hem vraagt, zonder daar iets op af te dingen.
Voor Johannes de silentio is het duidelijk dat er een absolute plicht is tegenover God, en dat deze plicht bestaat in de paradox dat ‘de enkeling als deze enkeling hoger is dan het algemene en dat hij als de enkeling in een absolute verhouding tot het absolute staat – of er heeft nooit geloof bestaan, omdat het er altijd al was, en dan ook is Abraham verloren’

Zie ook nog DEZE LINK, [een site met scripties van de Erasmus Universiteit, waaronder te vinden is Het religiezue bij Soren Kierkegaard, van R.P. Koster (2015)]. 

Natuurlijk dien te  worden vermeld dat Kierkegaard 'de ideoloog van het theo-terrorisme' wordt genoemd, met name door Paul Cliteur. Zie Trouw, 2013.
Portret van Georg Hegel door Jakob Schlesinger uit 1831
Kierkegaard reageert in zijn boek een aantal malen op uitspraken van Hegel; Kierkegaard schrijft net als Hegel dialectisch. 
Veremeldenswaard vind ik ook nog DIT ARTIKEL, waaruit ik het volgende citeer: 

'Is het bij Kierkegaard alleen onzekerheid, vrees en beven als het gaat om het geloof? Een vertwijfelde sprong in het absurde, zoals hem vaak verweten wordt? Door sommigen wordt zijn verdediging van de opschorting van de ethische wet ten voordele van het religieuze gebod als een extreme, ja zelfs fundamentalistische stellingname gezien.
Rotsvast geloof
Een dagboekaantekening uit 1839 geeft aan in welke zin de 'verschrikkingen' uit "Vrees en beven" moeten worden gelezen. Nog voor er sprake was van een manuscript met die titel, noteert Kierkegaard in zijn dagboek het volgende: "Vrees en beven is niet de primus motor in het christelijke leven, want dat is de liefde. Maar het is wat de onrust is in de klok - het is de onrust van het christelijke leven."
Net zoals de onrust van een klok het raderwerk niet in gang zet, maar er enkel voor zorgt dat de gang erin blijft, zo ook is niet de vrees voor de geboden van de goddelijke almacht datgene wat de kern van een christelijke levenshouding uitmaakt. Het zijn de liefde en het menselijke vertrouwen die de grondslag vormen voor elke verhouding tot het goddelijke. 
Emmanuel Levinas heeft ook gewezen op het problematische primaat van het religieuze op het ethische.
Abraham Kuyperlezing Arnon Grünberg, VU, 14 mei 2020. 
Onderwerp: Blinde Gehoorzaamheid; over Vrees en Beven.