maandag 20 juni 2022

Vrede kun je leren - Thomas D'Ansembourg en David van Reybrouck, 2017.

Boekomslag
De aanslagen in de Bataclan in Parijs, vlak daarna gevolgd door de aanslagen in Brussel een paar maanden daarna, waren aanleiding voor de schrijvers om dit boekje te schrijven. 
Oorlog voeren kunnen we wel, daar zijn ook handboeken voor geschreven... Maar vrede stichten, handhaven, onderhouden...? Kunnen we dat?
 "Wat ons in de problemen brengt is niet wat we niet weten, maar wat we zeker weten en niet waar is." - Mark Twain
Vrede is helemaal niet zo vanzelfsprekend, en we moeten eraan werken; in de eerste plaats is het van belang dat ieder mens vrede in zichzelf vindt. Pas dan kun je ook in vrede leven met de mensen om je heen. 
Thomas D'Ansembourg is psychotherapeut en houdt zich bezig met therapieën gebaseerd op het werk van Marshall B. Rosenberg. Zie hierover ook MIJN BLOG.
Het boek van Marshall B. Rosenberg.
David van Reybrouck ken ik niet alleen van zijn prachtige boeken Congo en Revolusi, maar ook van zijn initiatief G1000. Meer informatie hierover achter DEZE LINK. De gedachte is, dat democratie niet werkt als het alleen maar om het uitbrengen van een stem gaat ééns in de vier jaar, maar om voortdurende participatie aan het democratisch proces. 
Het mooie van Van Reybrouck is, dat hij goede ideeën heeft over hoe we de wereld van onderaf kunnen hervormen, hoe we daar allemaal zelf aan kunnen bijdragen. De door hem verder uitgewerkte plannen voor burgerberaad leven nog steeds. 
Vrede kunnen we allemaal leren, stellen hij, en D'Ansembourg. Door eerst de vrede in onszelf te leren vinden. Meditatie speelt daarin een rol. Het mag sommigen misschien soft overkomen, maar de beide schrijvers vergelijken het met de invoering van gymnastieklessen, zoveel jaar geleden. Destijds werd dat ook afgedaan als flauwekul, en onnodig... Intussen zijn we er allemaal van overtuigd dat er zoiets bestaat (en hoogstnoodzakelijk is) als lichamelijke opvoeding. 
Maara ook geestelijke opvoeding is nodig, die moet leiden naar mentale hygiëne. 
Mindfulness en meditatie doen de structuur en de werking van de hersenen al na enkele weken veranderen, zo is wetenschappelijk aangetoond door Matthieu Ricard, in het monumentale verzamelwerk: Altruïsme. De kracht van Compassie. 
Matthieu Ricard, 
Verzamelde alle resultaten van recent onderzoek naar meditatie (2016).
'Na het lezen van dit compendium mogen we gerust zeggen dat Ricard voor het Franse ideaal van broederschap heeft gedaan wat Thomas Piketty met zijn boek Kapitaal in de 21e eeuw heeft gedaan voor het ideaal van gelijkheid.' 
(pag. 29, Vrede kun je leren.) 
Voor mensen die een hekel hebben aan het woord meditatie: vervang het door 'toegepaste neurowetenschap'. Het wordt ten onrechte geassocieerd met iets vaags en lievigs, is integendeel uiterst concreet en tastbaar. Aards. 
Bij Geweldloze Communicatie draait het ook om een veranderingsproces. Er wordt geprobeerd mensen terug te brengen naar het ervaren van hun primaire behoefte, en naar de erkenning van diezelfde behoeften bij anderen. In plaats van ruziën en vechten kunnen we leren te komen tot een uitwisseling op basis van gelijkwaardigheid. 
Thomas d’Ansembourg (geboren 1957); 
Voormalig Belgisch advocaat die na vijftien jaar juridische praktijk zich bijschoolde tot psychotherapeut. Gespecialiseertd in het ten uitvoer brengen van de theorieën van Marshall Rosenberg over geweldloze communicatie. Schrijver van meerdere boeken, die vooral in het Franse taalgebied bestsellers zijn, maar ook in heel wat andere talen verschenen zijn.
David Grégoire Van Reybrouck, geboren 1971; 
Belgisch cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver.  
Citaten: 
- "Wij pleiten voor het invoeren, in het onderwijs, van processen die bevorderlijk zijn voor concentratie, rust, zelfbewustzijn, empathie en aandacht voor de ander." (p. 74).
- "Geweld is niet de uiting van wie we werkelijk zijn, maar van de schending daarvan. Daarom is het zo belangrijk om onszelf te leren kennen. Wanneer onze basisbehoeften - liefde, erkenning, verbondenheid, zelfexpressie, zinvol leven en het gevoel echt te leven - niet worden bevredigd, als we er niet in slagen duidelijk te maken wat onze behoeften zijn, kunnen we allemaal gewelddadig worden."
(D'Ansembourg, p. 81)

zaterdag 18 juni 2022

Het Achtste Leven, Nino Haratischwili - 2017 (2021)

 
Boekomslag
Nino Haratischwili 
 geboren in Georgië (Tbilisi), 1983. Theaterregisseuse, toneel- en romanschrijfster. Woont en werkt in Duitsland, Hamburg. 

Ik ben in dit boek tot pagina gekomen, het gaat maar liefst tot pagina 1269!
Pffft....
Ik vind dit boek zonde van mijn tijd. Het geeft een stuk van de geschiedenis, zoals beleefd door de romanfiguren die NH opvoert. Maar ik kan het verhaal eenvoudigweg niet geloven - niet zoals deze schrijfster het vertelt.
Lees ik bij voorbeeld hoe Stasia het volhoudt in een mooi huis, met een dansleraar, in alle comfort... In dezelfde tijd dat Boris Pasternak beschrijft hoe alle huizen van de rijken ingepikt werden en door vele mensen bewoond moesten gaan wonen. Ook, juist de rijken moesten opeens inschikken en het met niks doen! - Dan kan ik niet geloven dat Stasia daaraan ontkomt. 
En dan dat gekke verhaal van Ramas en Christine... Eindelijk beleven ze een liefdesmoment, en op het hoogtepunt gooit hij een brandend zuur in haar gezicht.... Het is al te idioot, hoe wanhopig de omstandigheden ook mochten zijn. 

Ik was wel geboeid door de verschillende motto's die Haratischwili aan de hoofdstukken/paragrafen meegaf: Deze bij voorbeeld: Despoten zijn altijd illusionisten geweest, van Tsjechov, op bladzijde 228. 

De hoofdstukken zijn vernoemd naar de hoofdpersonen van de roman: Stasia, Christine, Kostja, Kitty, Elene, Daria, Nitsa en Brilka. 
Het boek wordt geschreven vanuit het perspectief van Nitsa, de ik-figuur. Zij schrijft het boek voor Brilka, de dochter van haar gestorven zus Christine. 
Nitsa is geboren in 1973 in Tiblisi.  
Een aparte rol is weggelegd voor de chocolade van de vader van Nitsa, een meester-chocolatier. Er zitten geheime ingrediënten in, die meteen ook wat verdacht overkomen, ze lijken wat al te bedwelmend, en uiteindelijk mogelijk gevaarlijk. 
Tiblisi wordt een grottenstad genoemd, dat vond ik dan wel weer boeiend. 
Vardzia, een andere grottenstad. 
Beria en Stalin kwamen in het door mij gelezen stukje op de proppen; Beria vooral als de vrouwen-verslindende moordenaar. Beide mannen afkomstig uit Georgië.

Conclusie: 
De geschiedenis is boeiend genoeg, ik vind die alleen niet authentiek uitgebeeld. Ik lees liever betere boeken - waarachtigere. 

donderdag 16 juni 2022

De Tienduizend Dingen, Maria Dermoût, 1955.

Boekomslag
Ik ken Maria Dermoût al zo lang.... Haar Verzameld Werk staat in mijn kast. 
Voorin de opdracht van mijn man: 
31/10/1990
voor Agnes Maria Theresia
van Arnoldus Antonius
[Maria onderstreept, omdat dat de voornaam van de schrijfster was....] 
Maria Dermoût heeft mij altijd erg aangesproken, het meest nog door haar werk Nog pas gisteren. 
Maria Dermoût, 1888-1962.
hier op oudere leeftijd.
Zo zag ze eruit in 1907. 
De beginzin van Nog pas gisteren is prachtig:
"Op Java, ergens op Midden-Java, tussen de bergen Lawoe en Wilis in, maar dichter naar de kant van Lawoe toe, lag diep in een ommuurde tuin onder donkere groene bomen een huis."
Het verhaal staat me niet meer in detail voor de geest. Wel weet ik nog, dat het mij én mijn vriendin Geert raakte. In hoofdlijnen ging het boek erover hoe een jong meisje in Indië op groeide, en dat land moest verlaten.
- Maar vooral herinner ik me, haast voelbaar: haar stijl, die toon, de sfeer....
Die beginzin heb ik later nog eens gebruikt op een Workshop Schrijven. Als inspiratie voor een beginzin van mijn eigen werk. Wat was het moeilijk om ook maar in de buurt van Nog pas gisteren te komen!
Diet Verschoor, bij wie ik de cursus literair schrijven volgde. 
Christine Otten, Diets secondant. 
Mijn dochter Tessel vroeg voor haar verjaardag dit jaar een boek, bij voorkeur uit Zuid-Oost Azië... Dat vond ik een lastige opgave: moest het óver die landen gaan? Van een schrijver uit dat gebied? 
En welk land precies, in Zuid-Oost Azië...?
Er passeerden in mijn hoofd tal van mogelijkheden. Aanvankelijk koos ik voor het boekje van Werner Herzog, Het Schemeren van de Wereld. Over de Japanse piloot die jaren en jaren in het oerwoud overleefde, in de veronderstelling dat hij nog altijd oorlog moest voeren. 
Ik vond het 'te weinig' als cadeau, het was maar zo'n klein boekje. En zocht verder. 
De boekhandelaar raadde me een boek van een Japanse schrijver aan, iets over katten. 'Japanners hebben veel met katten', vertelde zij. 
Deze dus....
.... en om het cadeau wat meer 'body' te geven koos ik er het boekje De Tienduizend Dingen, van Maria Dermoût bij. 

Ik herlas het verhaal, uit mijn eigen Verzameld Werk.....

.... En ik was opnieuw verrast! 
Ik voelde me nog even trouw in mijn liefde voor Maria Dermoût als ik altijd geweest was!
Zij heeft een kwaliteit die ik mis: zij kan 'de dingen' heel goed benoemen. Even heb ik zelfs gedacht, dat al die dingen: bomen, snuisterijen, bij de titel hoorden. Dat zit toch iets ingewikkelder. 
De roman is wereldberoemd geworden, en wordt nog steeds herdrukt. 

Ik citeer nu uit Literatuurgeschiedenis:

De tienduizend dingen
Maria Dermoût, 1955

"Van de vele Indië-romans die er in Nederland zijn verschenen, is De tienduizend dingen wel de meest bijzondere. Een roman waarin het trauma van de koloniale overheersing wordt verteld in de vorm van een sprookje of een spookverhaal. De hoofdfiguur uit De tienduizend dingen, Felicia, ‘mevrouw van Kleyntjes’, woont op een eiland in de Molukken, in een huis aan de binnenbaai. Hoe paradijselijk haar tuin en de baai ook lijken, alles blijkt beladen met de gewelddadige geschiedenis. In de tuin spoken de geesten van twee vermoorde kinderen uit Felicia’s Nederlandse familie, verbrand door een jaloers kindermeisje. Felicia’s eigen zoon, Himpies, wordt later ook vermoord wanneer hij op patrouille is met troepen op Java: vergiftigd door een pijl van inlanders. Zijn dood leek veroorzaakt te worden door een geheimzinnige schelp die hij als kind per se vast wilde houden, daartoe verleid door een kruidenvrouw. Ten slotte is er nog een Schotse professor die op zoek is naar biologische ‘specimen’- ook hij komt noodlottig aan zijn einde als hij zijn Javaanse assistent te veel wil overheersen.

Trauma

Alle personages kennen een sterk verlangen, naar schelpen, parels of de kennis van de natuur, zoals we in de professor zien. Het symboliseert een zeker verlangen iets wat ‘anders’ is te bezitten. Dat kan wijzen op de Europese, koloniale bezetting van de Indonesische eilanden en hun bewoners. Zulke bezitterigheid kan alleen maar slecht aflopen, toont de roman aan, en de spoken op het eiland herinneren ons aan het trauma van dat koloniale geweld. Een trauma voor de inlanders, en voor de Hollanders ook.

Schrijven is herinneren, in het geval van Maria Dermoût. Haar verhaal lijkt dan ook op het lied dat volgens Moluks gebruik gezongen wordt bij iemands overlijden. Het gaat over de honderd dingen waaraan de dode zal worden herinnerd: van de kleinste voorwerpen, de schelpjes van het strand, tot de mensen die hem, of haar omringden. De titel van Dermoûts roman is afgeleid van een regel van de zevende-eeuwse Chinese dichter Ts'ên Shên: ‘Wanneer de ‘tienduizend dingen’ gezien zijn in hun eenheid, keren wij terug tot in het begin en blijven waar wij altijd geweest zijn’.
- Einde citaat. 
Maria met haar kinderen.
Over Maria Dermoût citeer ik uit Singeluitgeverijen:
"Maria Dermoût (Pekalongan, Java 1888 – Den Haag 1962) werd geboren in Nederlands-Indië, ging naar school in Nederland en reisde haar hele leven heen en weer tussen beide landen. Ze woonde vooral op de Molukken. Ze debuteerde pas in 1951, met Nog pas gisteren, waarin ze herinneringen verwerkte aan de Indische jaren die haar latere gedachten- en gevoelswereld in sterke mate hebben bepaald. In haar werk, vooral in haar korte verhalen, is de Indonesische wijze van vertellen en voordragen duidelijk te herkennen. Het boek dat als haar magnum opus beschouwd wordt, De tienduizend dingen, verscheen in 1955.
Haar biografie werd geschreven door Kester Freriks: Geheim Indië. 
Verschenen in het jaar 2000.
Ik vervolg mijn citaat uit Singeluitgeverijen over Dermoût:

"In 1970 verscheen voor het eerst haar Verzameld werk; in 2008 verscheen de vooralsnog laatste editie daarvan, met een nawoord van Hella S. Haasse. De tienduizend dingen werd in dertien talen vertaald. In de VS stond het wekenlang boven aan in de top tien, en Time verkoos deze roman tot het beste boek van 1958 (daarbij Truman Capote en Boris Pasternak achter zich latend)."
‘Ze is schrijfster van proza dat de lezer als een bedwelming ondergaat door de bezwerende opsomming van voorwerpen en gebeurtenissen, herinneringen en gedachten waarvoor het verre eilandenrijk de bron vormt.’ NRC Handelsblad

‘Haar werk geeft de lezer de zeldzame ervaring persoonlijk binnengeleid te worden in de opgeroepen wereld en omsloten te zijn door honderden mensen, hun stemmen en gezichten, hun manier van bewegen, hun gedachten en de voorwerpen waarmee ze hun huis stofferen, hun huis dat net zo veelomvattend is als het heelal. Tussen het nietige en het verhevene, het aardse en onaardse bestaat geen verschil.’ NRC Handelsblad
Maria met haar man Isaac.
Bibliografie: 
Romans en verhalen:
Nog pas gisteren (1951)
Spel van de tifa-gongs (1954)
De tienduizend dingen (1955)
De juwelen haarkam (1956)
De kist en enige verhalen (1958)
De sirenen (1963)
Donker van uiterlijk (1964)
Verzameld werk (1970/2008)
Ik heb ook interessante opmerkingen teruggevonden in Wikipedia over dit boek. Ik citeer maar weer: 

Techniek en thematiek
In het eerste hoofdstuk van De tienduizend dingen, getiteld "Het eiland", wordt een landgoed op de Molukken besproken, een oude specerij-"thuyn" met zijn omgeving — de baai, het strand, de kruidenperken: 

"Het woei daarboven altijd.
De koeien van mevrouw van Kleyntjes werden in de heuvels geweid, en de wilde hertjes kwamen er stilletjes grazen.
De drie kleine meisjes speelden daar wel, 's middags in de zon, als er niemand was — de afgevallen rozenblaadjes hadden weer overal in het rond gelegen! — zei de koeherder, 'laat ze maar' zei mevrouw van Kleyntjes.
En soms, niet dikwijls, zaten zij alle drie naast elkaar gehurkt op het strandje aan de binnenbaai onder de plataanbomen, een eind van het huis af, om te kijken wat voor horentjes er aangespoeld waren? Zij krabbelden het zand wat weg (dat was later duidelijk te zien) horentjes verstoppen zich wel — ssst."


Hierin zijn een aantal elementen van Dermoûts schrijverschap aanwezig. De techniek valt op: het experimenteren met de weergave van spreektaal. Thematische elementen zijn de fascinatie met de natuur en met dingen, met werkelijkheid en fictie, met geweld, met het verleden. Want op dat moment weet de lezer van het boek al dat de drie meisjes dood zijn: al generaties her werden zij vermoord. Verleden en geweld ontmoeten elkaar. En de ontmoeting vindt zonder enige nadruk plaats. Het is alsof de meisjes er werkelijk zitten.

Ik vervolg Wikipedia:

"Relevant is ook dat Dermoût in haar werk weleens dodenzangen heeft naverteld, met de retorische kenmerken daarvan, zoals aanroep, herhaling, bezwering. Ook in De tienduizend dingen komt een element voor dat aan een dodenzang herinnert: de incantatie van de honderd dingen, waarin een dode wordt herinnerd aan de "honderd" zaken uit het dagelijks leven die hij tijdens zijn dodenreis vooral niet mag vergeten.
(...)

Structuur en motieven

Dingen zijn van centraal belang in het werk van Maria Dermoût. Of het nu gaat om de dingen die een centrale rol spelen in de verhalenbundel De juwelen haarkam of om de honderd essentiële zaken die de dode zich moet herinneren: het zijn bezielde dingen, zij hebben een magische of mystieke lading, en alle zijn ze even belangrijk en verdienen ze dezelfde diepe, intense aandacht. Het kan gebruiks- of kunstvoorwerpen betreffen; het kan ook gaan om voorwerpen uit de natuurlijke historie. De geladenheid der dingen is boeiend maar ook verschrikkelijk: de zoon in De tienduizend dingen raakt gefascineerd door schelpjes die van de stam afkomstig zijn die hem later de dood brengt. Parels, opgegraven uit een graf, brengen de dood.
Wat dood is, is levend: de drie meisjes zitten op een muurtje, een vermoorde man loopt rond, en het wordt allemaal rustig en zonder nadruk verteld. De lezer kan moeilijk meer onderscheiden: is dit fictie, is dit de fantasie van de personages, of is het feit? Zie voor deze en overige citaten Wikipedia.
Ten Cen, 8e eeuw, Tang Dynastie. 
(Taoist.)
Ik verwijs ten slotte nog nog de site Maria Dermoût, samengesteld door een nazaat van Maria, met heel veel extra, leuke informatie. 
Foto van de site over Maria Dermoût, samengesteld door haar kleindochter Maria de Bruyn Ouboter,  bedoeld als een hommage aan haar bijzondere grootmoeder - die als geen ander het oude Nederlands Indië te voorschijn wist te toveren.


Twee laatste opmerkingen:
1. Ik vond het boek ook zo mooi als een soort tegenhanger naast Revolusi van David van Reijbroeck. Allebei de boeken zijn zó waardevol, tegelijk zo verschillend over Indonesië!
2. Rudy Kousbroek had het niet zo op met Dermoût. Uit Wikipedia:

Volgens  Kousbroek had Dermoûts collega-schrijfster Beb Vuyk een voorzichtig respect voor Dermoût, maar trof in haar werk toch te veel nostalgie aan, en de "tradities van onderwerping aan onzichtbare krachten" (Kousbroek 1991). 
Maria Dermoût zelf sprak tegen dat deze elementen haar werk kenmerkten: Wanneer ik over het toen en daar schrijf, is het niet een vertederd, een betreurend omzien (ik geloof niet dat wij zo om mogen zien) ook niet dat ik het nu en hier niet meer meeleef — mee lijd is het helaas veelal — of dat ik het dreigend gerommel niet zou horen aan onze horizonten, alsof 'alle keien verschuiven in de beddingen der rivieren'; maar omdat ik zo duidelijk voor mij zie, dat wonderlijk samenweefsel van een bepaalde tijd, een land, de mensen die erbij hoorden, landschappen, dieren, dingen, gebeurtenissen, verhalen erdoorheen gevlochten. (Dermoût, biografie van 1954)
Eerste druk, 1955; Literatuurmuseum. 

donderdag 12 mei 2022

Blijf bij ons, Bach - Sigiswald Kuijken, 2020.

Boekomslag. Ondertitel:
Het verhaal van een innige relatie.
In de Goede Week was op Klara een vaste gast Sigiswald Kuijken. Klara liet een uitvoering van de Johannes Passion horen in een uitvoering van zijn koor en orkest, La Petite Bande. 
In 1972 richtte Kuijken dit barokorkest op, onder impuls van Deutsche Harmonia Mundi en Gustav Leonhardt. Ze traden wereldwijd op en maakte diverse opnamen. 
In een interview vertelde Sigiswald Kuijken dat hij sinds een paar jaar 'vanuit een doorgedreven onderzoek belangrijke vernieuwingen in de uitvoering van de (religieuze) muziek van Bach heeft ingevoerd: géén koor, maar een solistisch vocaal kwartet (soms door Bach zelf uitgebreid tot acht zangers), een even slanke instrumentale bezetting, een uitgesproken aandacht voor de juiste tekstdeclamatie. 
De beluisterde Johannes-Passie was prachtig!
La Petite Bande, onder leiding van Sigiswald Kuijken (3e van rechts vooraan)
Zoekend op internet vond ik dit boek van de hand van Kuijken. Ik was geïnteresseerd geraakt door zijn prachtige uitvoering, maar ook door de begeestering waarmee hij sprak over Bach, de muziek en de teksten. 
Uit het boek pak ik één hoofdstuk dat een belletje bij mij deed rinkelen: het hoofdstuk Cantate BWV 6, 'Bleib bei uns, denn es will Abend werden'. Ik ben al een tijdlang gegrepen door deze tekst met muziek, zoals gecomponeerd door Josef Rheinberger. - Ik weet het: geen Bach, maar zó prachtig, en eenvoudig. En vooral:  zo mooi gezongen!
 
Een prachtige uitvoering door VOCES8 van Abendlied, 
van Joseph Rheinberger. 
De tekst: Bleib bei mir, denn es will Abend werden, komt uit Lucas 24:13-35:
    "Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar een dorp dat Emmaüs heet en zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. Zij spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen. 
    Terwijl zij zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf op hen toe en liep met hen mee. Maar hun blik werd vertroebeld zodat ze hem niet herkenden. Hij vroeg hun: 'Waar loopt u toch over te praten?  Met een bedrukt gezicht bleven ze staan. Een van hen, die Kléopas heette, antwoordde: 'Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?' Hij vroeg hun: 'Wat dan?' Ze antwoordden: 'Wat er gebeurd is met Jezus uit Nazareth, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. Onze hogepriesters en leiders hebben hem ter dood te laten veroordelen en laten kruisigen. Wij leefden in de hoop, dat hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dat alles gebeurd is. Bovendien hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, vonden ze zijn lichaam daar niet gevonden en ze kwamen zeggen, dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat hij leeft. Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Jezus zagen ze niet.'
    Toen zei hij tegen hen: 'Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben! Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?' Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten.
    Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof hij verder wilde reizen. Maar ze drongen er sterk bij hem op aan dat niet te doen en zeiden: 'Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.' Hij ging mee het dorp in en bleef bij hen. Toen hij met hen aan tafel aanlag nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. Nu werden hun ogen geopend en herkenden zij hem. Maar hij werd onttrokken aan hun blik. Daarop zeiden ze tegen elkaar: 'Brandde ons hart niet in ons toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?' 
    Ze stonden op en keerden onmiddellijk naar Jeruzalem terug, waar ze de elf en de anderen aantroffen, die tegen hen zeiden: 'De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en hij is aan Simon verschenen!' De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood."
Emmaüsgangers
Schilderij van Janet Brooks Gerloff (1947- 2008)
Bleib bei uns, Bach BWV 6; door Collegium Vocale Gent o.l.v. ,Philippe Herreweghe.
Emmaus, Rembrandt van Rijn. 
Wat mij inspireert, is wat Kuijken beschrijft over wat Bach voor hem betekent: Bach brengt hem bij zijn diepste innerlijk. Precies zoals Meister Eckhart, Rumi, of Johannes Tauler dat doen. 
Ik citeer Kuijken, die op p. 205 Rumi aanhaalt:

'De bron, door velen God genoemd, ligt binnen in ons, al van voor we bestonden, en als we die zoeken, dan zoeken we eigenlijk iets van ons dat we steeds al hadden, een plek waar we steeds al verbleven, een kern die we steeds al waren, alleen weten we het (nog) niet en hebben we het (nog) niet ervaren. Er zijn overigens wel mensen die het weten en ervaren hebben.' (....) 'Naar mijn mening heeft Bach in de diepte steeds met dat alles te maken.' 

Vandaar de titel van zijn boek: Blijf bij ons, Bach - zoals de Emmausgangers naar nabijheid van Jezus verlangden. 
Sigiswald Kuijken, geboren 1944.
Kuijken vertelt in dit boek heel veel over Bach, veel meer dan ik hier aanhaal. Hij biedt veel verdiepende kennis over bepaalde muziekwerken en de instrumenten.  Aan bod komen onder andere de Brandenburgse Concerten, een aantal cellosuites, en in extenso de cantate Bleib bei uns. 
Ik heb me tot bovenstaande enkele overweging beperkt. Getroffen door het Emmaus-thema. 

dinsdag 10 mei 2022

Het Schemeren van de Wereld, Werner Herzog, 2021.

Boekomslag 
boekje in de serie Oorlogsdomein.
Oorspronkelijke titel: Das Dämmern der Welt. 
Dit boekje is om tweeërlei reden interessant voor mij: ten eerste door het onderwerp, ten tweede vanwege de schrijver. 
Om met het laatste te beginnen: ik ben een fan van Werner Herzog. Ik vind niet alles even mooi en goed, maar veel wel, en altijd is hij interessant. Ik kende hem tot nu toe alleen als filmer/regisseur. Ik noem een paar van mijn blogs over films van hem:
Zie mijn blog Grizzley Man, 2005.
Dit was de spannendste. 
Dit is de schrijver-regisseur Werner Herzog. Geboren 1942. 
Hij heeft een kenmerkend stemgeluid. 
Foto uit 2019, bij toekenning belangrijke oeuvreprijs. 
Maar dit gaat over een door hem geschreven boek. De aanleiding was interessant: ooit werd Herzog uitgenodigd om bij de Japanse keizer op audiëntie te komen. Dit was toen hij in Japan een opera regisseerde, de keizer wilde hem ontmoeten. Herzog weigerde, hij zag er niets in om op te moeten zitten en pootjes geven. Dit was een daad waar hij nog altijd voor door de grond zou willen zakken van schaamte, want het was totaal ondenkbaar dat je zo'n keizerlijk verzoek zou weigeren. Alle omstanders verstijfden dan ook van schrik. Maar goed: toen ze weer wat in beweging konden komen, vroegen ze Herzog wie hij dan wél zou willen ontmoeten. Dat antwoord had hij meteen klaar: Hiroo Onoda. 
Het gesprek vond plaats rond in 1997. Herzog ensceneerde toen de opera Chushingura in Tokio. 
Hiroo Onoda, 
1922-2014.
Wie was die man die hij wilde spreken? 
Ik citeer Wikipedia:
"Hiroo Onoda was een Japans militair die vooral bekend werd doordat hij zich bijna dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog nog ophield in de jungle van het Filipijnse eiland Lubang, omdat hij weigerde te geloven dat de oorlog was beëindigd."

Herzog spreekt Onoda, en schrijft dit verslag. Wat hij is Onoda's leven verslaan gedurende de tijd van 1945 tot 1974. Maar wat valt daar precies over te vertellen? Het was vooral overleven. Veel dagen waren hetzelfde.
Ik citeer Herzog zelf, voorafgaand aan het eigenlijke verhaal (op bladzijde 5):

"Veel details kloppen, veel kloppen er niet. Iets anders was belangrijk voor de schrijver, iets wezenlijks, zoals hij het tijdens zijn ontmoeting met de protagonist van dit verhaal meende te zien."

Voordat ik uitkom bij dat wezenlijke, geef ik, overigens in navolging van Herzog, een enkel stukje concrete context. Het is de naam van de Japanse officier die Onoda in 1945 opdracht gaf zich te blijven verzetten tegen de Amerikanen:
Yoshimi Taniguchi,
majoor. Instrueerde Onoda aan het eind van de oorlog stand te houden; kwam na de oorlog, als oude man, hem bevrijden van de opgelegde plicht.
Dat vond ik erg mooi: dat alleen de man die hem opdracht had gegeven stand te houden, Onoda kon overtuigen van het einde van de oorlog. Alle eerdere signalen had hij niet vertrouwd.
This picture taken on March 11, 1974 shows former Japanese imperial army soldier Hiroo Onoda (2nd L) walking from the jungle where he had hidden since World War II. (JIJI PRESS/AFP/Getty Images)
De man rechts moet de inmiddels meer dan 80 jaar oude majoor Taniguchi zijn.
Er is niet veel te vertellen over de lange tijd dat Onoda zich ophield in de jungle. Hij heeft net na de oorlog geprobeerd de order uit te voeren om het vliegveld en een brug te laten ontploffen. Er hebben zich een paar andere soldaten bij hem gevoegd. Die zijn allemaal in de loop der tijd verdwenen of gestorven. Alleen Onoda bleef over.

Werner Herzog beschrijft natuurlijk ook wel enkele van de overlevingsstrategieën, zie verderop; maar vooral schrijft hij poëzie met dit boek. Ik citeer een stukje tekst van bladzijde 55. Vooraf: 
De drie soldaten vinden een pamflet, zonet uit een vliegtuig gestrooid; het is 1945. Onoda leest dat de naam van zijn bataljon is gewijzigd, enkele weken vóór de strategische terugtrekking van de Japanners. De nieuwe naam klonk dapperder, zegevierender: 'De wieg van stormen, We moeten als een taifoen over de vijand razen en hem wegvagen.'
En dan volgt mijn citaat:

"Hier begint iets, terloops, alsof een permanente begeleider zich onopvallend bij hen voegt, een natuurlijke broer van de droom met de zekerheden van de droom: een vormloze tijd van slaapwandelen, hoewel alles echt is, direct, tastbaar, gruwelijk en onherroepelijk in zijn praesens - de jungle, het moeras, de bloedzuigers, de muskieten, het gekras van vogels, de dorst, het jeuken van de huid. De droom heeft zijn eigen tijd, hij spoelt snel vooruit of terug, hij hapert, staat stil, houdt zijn adem in, maakt abrupte sprongen alsof je nietsvermoedend wild hebt laten schrikken. Een nachtvogel krast, en een heel jaar is verstreken. Een druppel water op een groeiend blad aan een tros bananen vangt even een zonnestraal op, en weer is er een jaar verstreken. Een straat van miljoenen en miljoenen mieren trekt ineens vanuit het niets tussen de bomen weg zonder dat je hun oorsprong ooit zal kunnen vinden. (....) Onoda's strijd wordt gevormd door de vereniging van een imaginair niets en een droom, maar Onoda's strijd, aldus door niets verwekt, is een overweldigende gebeurtenis, een die is afgedwongen van de eeuwigheid."

Dit citaat geeft goed weer hoe de lange periode van 29 jaar geweest zijn, en hoe Herzog daar uitdrukking aan geeft. Het geeft ook een mooie verklaring voor de titel van het boekje. 
Qua feitelijkheden vertelt Herzog hoe Onoda één is geworden met de jungle, hoe zijn leven bestaat uit het gevecht om in leven te blijven; kleding moet voortdurend worden gerepareerd, hij moet zich van voedsel voorzien. Onoda heeft een vanzelfsprekend overwicht over de andere soldaten, hoe klein het groepje mannen ook is. Hij laat zich door niets of niemand van zijn droom/overtuiging afhouden.

Het is niet voor te stellen wat dit betekend moet hebben. Het kan alleen maar worden uitgedrukt door woorden als bovenstaande, die je meer doen voelen dan echt begrijpen hoe precies de tijd verglijdt.

Onoda is uiteindelijk teruggekeerd in de Japanse maatschappij, maar hij was zo teleurgesteld door de consumptiemaatschappij, dat hij emigreerde naar Brazilië. Hij is dik in de negentig geworden. 

In 2021 verscheen er een film, Onoda: 10.000 Nights in the Jungle, onder regie van Arthur Harari. Trouw schreef in zijn recensie, dat in deze film de poëzie ontbrak. 
Zo zie je maar. 
Franse filmposter, 2021.
Ik merk ten slotte op, dat ik voor het eerst las over Onoda in het boek Revolusi van David van Reijbrouck. 

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

"Er trekt een briesje door het oerwoud, flarden van spinnenwebben vliegen langzaam voorbij en met hen verwaaien maanden van niets om vast te houden, van geen trillende takken, van geen druppelende regen. Niets was, alleen een paar ademhalingen."
(p. 51) 

maandag 2 mei 2022

Guido van der Werve: Palpable Futility, Tentoonstelling Eye, 2022.

 

Poster Tentoonstelling Eye
Op de poster een afbeelding van Guido van der Werve, die Nocturne nummer 1 van Chopin speelt. Het is film Nummer Vier, Ik wil hier niet bij betrokken raken. Ik wil hier geen deel van uitmaken. Praat me eruit. De filmer zit op een drijvend vlot in een mistig meer. 
Ik kom erop terug.

Ik noem van deze mooie tentoonstelling maar een paar dingen:
Ik was zelf erg getroffen door het gebruik dat Van der Werve maakte van muziek. Zo stond ik naar de film Nummer twee te kijken, Alleen omdat ik hier sta, wil nog niet zeggen dat ik dat wil. In die film is de kunstenaar net geschept door een auto, en ligt dood/gewond, in elk geval roerloos, op straat. Een politiebusje arriveert en er stappen ballerina's uit, die gaan dansen. Er klinkt mooie muziek. Schoonheid vermengd met dood. Onschuldige danseresjes, maar achter hen ligt een lijk op straat...

En onderwijl die geruststellende dans, rustige muziek met die gruwelijke achtergrond... klinkt vanuit een nevenruimte een gebulder, gedonder. 
Het is Film Nummer 8, Everything is going to be allright.
Mij stoorde die interferentie niet.  De dreiging in nummer vier kreeg hier een extra stem. 
Of... een andere stem? 
Of... wás het wel opnieuw dreiging?

Film Nummer 8, Alles komt goed is de beroemdste film van Van der Werve. Hij loopt hierin voor een ijsbreker uit. Het gebulder is het vervaarlijke kraken van het ijs, het denderen van de ijsbreker. 
Toeschouwer in Eye
[Zoals je vóór de film zit, zie je de ijsbreker echt op je afkomen. Het geluid is onheilspellend. De figuur die voor het schip uitloopt, stelt je weliswaar gerust, omdat hij daar met het volste vertrouwen loopt, en de titel suggereert ook geen onheil. Er gáát inderdaad niets fout, en toch denk ik daar de hele tijd aan, 'als het maar goed gaat, smeltend ijs, het schip vergist zich...'
Tegelijk probeerde ik, zo lang en zo vaak als dat kon, iemand op het schip waar te nemen: op het dek, of achter een van de ramen. Soms denk ik dat ik wat zie, maar schijn bedriegt. De wandelaar is echt helemaal alleen met dat roestige bakbeest achter zich aan, dat maar gromt en dendert. Het schip legt zich al varende als het ware op het ijs, waardoor er schollen van afbreken. Dan zakt het weer een eindje de diepte in. Soms raakt het een beetje uit koers, dan loopt de wandelaar iets te veel naar links, het schip wijkt nu naar rechts. Het geluid gaat onafgebroken door, het gebrom van de motor van het schip, en het kraken van het ijs. 
0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Maar terug naar film nummer Vier, de film van de poster. Zoals gezegd, Guido van der Werve speelt hier op een vlot midden op een mistig meer Nocturne nummer 1 van Chopin. Het is onwaarschijnlijk stil en prachtig buiten op het water.
Nocturne in B-Flat Minor, Op. 9 No. 1, hier gespeeld door Pieter van Winkel
Zodra Chopins Nocturne is uitgespeeld, komt uit de verte een schip aangevaren. We horen dan al de klanken van het Lacrimosa, uit het Requiem van Mozart. 
Het schip vaart uiterst langzaam. Wij kijken mee met de camera aan de wal, het schip komt op ons af. Op het schip zitten dicht opéén gepakt een heel orkest, en een koor, die samen Mozart ten gehore brengen. De natuur houdt met mij de adem in. Het schip vaart rustig op mij af. Als het mij bijna gepasseerd is, is het Lacrimosa ten einde. Geen van de musici kijkt in de camera, iedereen zwijgt als het stuk ten einde is. 
Tot mijn grote schrik viel hierna Van der Werve vanuit de lucht in het water. 
Lacrimosa, Mozart hier uitgevoerd door Rosa Music.
Schip met koor en orkest, Lacrimosa, Requiem Mozart.
Er waren nog veel méér mooie dingen te zien. Zo was ik onder de indruk van Film 18, waarin Van der Werve laat zien hoe hij zichzelf terugwint na een ernstig ongeval. Mij trof het, hoe hij door zijn vrouw aangekleed wordt met beschermende kleding, zoals je die bij het skaten gebruikt: helm, knie- en elleboogbeschermers. Dat aankleden gaat heel langzaam, en als het klaar is, gaat Van der Werve... paddenstoelen zoeken. Zo kwetsbaar....

Ook vond ik mooi hoe hij stukjes van wandelingen achter mekaar opnam. Je zag steeds een stukje berglandschap, waar hij als wandelaar ergens opdook. Je volgde hem meestal diagonaal over het beeld, hij liep er zo letterlijk in en uit.... Ongehaast, zo lang als het lopen over dat stuk berglandschap duurde.  Vervolgens stond de camera weer op een nieuwe plek in het landschap, waar hij óók weer vanuit eenzelfde hoek opdook, en er dwars doorheen liep.
Het raakte me, vooral met de titel in gedachten. Palpable futility. Het is bijna niets wat er gebeurt, en tegelijk is het misschien wel alles... Het leven is gewoon doorlopen, verder gaan. Soms door de grootste schoonheid. 
Ik werd er stil van. 
Guido van der Werve, 
geboren 1977; foto Wikimedia Commons.

zondag 24 april 2022

Mahlers Auferstehung, de zangstukken. Claudio Abbado, 2003.

Symphonie nr. 2, Mahler. Te hoen via YouTube, 
onder DEZE LINK.
Contralt Anna Larsson, vertolkt prachtig het O Röslein Rot.
De tekst van dat lied stamt uit Des Knaben Wunderhorn, een 19e-eeuwse verzamelbundel van volksliedjes. Hieronder ook religieuze teksten. 
Het lied Urlicht is op de genoemde YouTube-site terug te beluisteren vanaf ongeveer 43 minuten, 

Tekst Urlicht: 

O Röschen rot,
Der Mensch liegt in grösster Not,
Der Mensch liegt in grösster Pein,
Je lieber möcht ich im Himmel sein.
Da kam ich auf einen breiten Weg,
Da kam ein Engellein und wollt mich abweisen,
Ach nein ich liess mich nicht abweisen.
Ich bin von Gott und will wieder zu Gott,
Der liebe Gott wird mir ein Lichtchen geben,
Wird leuchten mir bis an das ewig selig Leben.


Vertaling: 

Oerlicht

O roosje rood!
De mens verkeert in hoge nood!
De mens verkeert in grote pijn!
Liever zou ik in de hemel willen zijn!
Toen kwam ik op een brede weg.
Daar kwam een engeltje dat mij wilde wegsturen.
Maar nee, ik liet mij niet wegsturen!
Maar nee, ik liet mij niet wegsturen:
Ik ben van God en wil terugkeren naar God!
De lieve God zal mij een lichtje geven,
dat mijn pad verlicht tot in het eeuwige zalige leven!


(De vertaling August Agasi, 2021.

Er is nog een prachtig koorstuk in deze Mahlersymfonie, met de volgende tekst: vanaf 1 uur, 9 minuten en ongeveer 20 seconden onder de genoemde YouTube-link. Sopraan is daar Eteri Gvazava:
Eteri Gvazava 
Tekst:
Aufersteh’n, ja aufersteh’n
wirst du, mein Staub, nach kurzer Ruh
Unsterblich Leben wird Der dich rief dir geben.

Wieder aufzublüh’n wirst du gesät
Der Herr der Ernte geht und sammelt Garben uns ein
die starben

O glaube, mein Herz, o glaube!
Es geht dir nichts verloren!
Dein ist, was du gesehnt,
dein was du geliebt, was du gestritten
O glaube!
Du wardst nicht umsonst geboren
Hast nicht umsonst gelebt, gelitten.

Was entstanden ist, das muß vergehen
Was vergangen ist, auferstehen
Hör auf zu beben!
Bereite dich zu leben!

O Schmerz, du Alldurchdringer!
Dir bin ich entrungen
O Tod, du Allbezwinger!
Nun bist du bezwungen
Mit Flügeln, die ich mir errungen
in heissem Liebesstreben
werde ich entschweben zum Licht
zu dem kein Aug’ gedrungen
Mit Flügeln die ich mir errungen werde ich entschweben.
Sterben werd’ ich um zu leben!
Aufersteh’n, ja aufersteh’n wirst du, mein Herz in einem Nu!
Was du geschlagen, zu Gott wird es dich tragen!

Vertaling (AdW):
Opstaan, ja opstaan 
zul jij, stoffelijk lichaam, na een korte rust 
Het onsterfelijk leven zal je geven Wie je geroepen heeft.
 
Je zult gezaaid worden om weer te bloeien 
De Heer van de Oogst zal schoven binden
van ons die zijn overleden

O geloof, mijn hart, geloof! 
Niets is voor jou verloren 
O geloof, mijn hart, geloof! 
Niets is voor jou verloren! 
Het jouwe is waar je naar verlangt, 
waar je van hield, waar je voor streed 

Oh geloof! Je bent niet tevergeefs geboren 
Hebt niet tevergeefs geleefd, geleden 

Wat is ontstaan, moet voorbijgaan 
Wat voorbij is, is herrezen 
Stop met beven! 
Bereid je tot het leven! 

O pijn, jij, die alles doordringt 
Ik ben aan je ontsnapt 
O dood, gij overwinnaar! 
Nu ben je verslagen 
Op vleugels die ik veroverde 
in een hartstochtelijk streven naar liefde
zal ik wegdrijven naar het licht 
dat geen oog nog bereikte
Met vleugels die ik heb veroverd
zal ik wegdrijven.
Ik zal sterven om te leven! 
Je zult in een oogwenk opstaan, ja, opstaan, mijn hart!
Wat je ook treft, het zal je naar God dragen!
Gustav Mahler, 1909.
Claudio Abbado in 2008.