dinsdag 12 maart 2024

Contemplatieve Oefeningen, Franz Jalics, 2017.

Boekomslag; Ondertitel: 
Een inleiding in de contemplatieve levenshouding en in het Jezusgebed. 
Dit is een boek dat mij geleerd heeft om op een manier te mediteren dan de pure zen-methode. 
Jalics begeleidde mij, als aspirant-beoefenaar van de meditatieve / contemplatieve oefeningen stap voor stap, en is ook uitermate voorzichtig met het idee dat een mens 'mediteren uit een boekje' zou kunnen leren. Hij waarschuwt zelfs voor fervente lezers, omdat daar het lezen in de plaats kan komen van het eigenlijke mediteren. 
Die lessen heb ik me allemaal ter harte genomen: zo heb ik niet méér pagina's tegelijk gelezen dan hij aanraadde, om zo eerst te 'verteren' wat hij gezegd had, vooraleer ik een vervolgstap nam.
Een van de mooie zaken die me al meteen aan het werk zetten was de opdracht de natuur in te gaan. Daar ten minste zo en zo veel tijd door te brengen in stilte, zonder te spreken. Zodat de natuur op mij kon inwerken. God tot mij kon spreken via die stem. 
Dat veranderde al direct iets in mij.
Franz Jalics, geboren 1927; Hongaarse Jezuïet. Schrijver onder andere van het boek Contemplatieve Oefeningen, 2017.
Jalics overleed in 2021.
Ik vertel nu iets over Jalics, omdat zijn eigen persoonlijke ontwikkeling ook heel overtuigend op mij heeft gewerkt. 
Jalics heeft een tijdlang onschuldig gevangen gezeten in Argentinië. De schijn heeft een tijdlang bestaan, dat dit met medeweten was van Jorge M. Begoglio, de huidige Paus Franciscus. Op de website van de Jezuïeten pleit Jalics zijn toenmalige overste echter vrij. 
Jalics vertelt in het boek van zijn jarenlange gevangenschap, en hoe de contemplatie hem geholpen heeft. Hij heeft veel en lang gehuild, het was zonder zijn meditatie bijna niet te dragen. 
Ik vind het prachtige aan dit verhaal, dat hij ten slotte zonder enige rancune bleek te staan tegenover de paus. Voor mij een bewijs van zijn verworven innerlijke rust, de vergeving van wat hem was aangedaan. 
Van minne spreken... Nederlandse mystieke teksten uit de 13e eeuw.
 (ed. H. Vekeman et al.). Dekker & Van de Vegt, Nijmegen 1976
Dit boek gaat over de mystica Hadewych. Zuidnederlands.
Mijn belangstelling voor de contemplatie dateert niet van vandaag of gisteren. Bovenstaand boekje, Van Minne Spreken, leerde ik kennen tijdens mijn studie Nederlands, MO-A, VU. 
Het boek van Jalics gaat natuurlijk net zo goed over mystiek. Anders weer dan Hadewych. Want Jalics leerde me feitelijk dat mediteren betekent "op een andere manier bidden dan met het 'mondgebed'". Het mondgebed is het traditionele gebed, het gebed met woorden,  denk aan het Onzevader. Het bidden dat dit boek leert gaat met stilte en zwijgen.  Het beoogt een direct contact met God. En dat is dan weer de overeenkomst met Hadewych. 
Jan van Ruusbroec. 1293-1381. 
Ruisbroek ligt nabij Brussel. Van Ruusbroec geldt als een van de grootste mystici van de Zuidelijke Nederlanden. 
En via mijn eigen boekenkast kwam ik op veel meer mensen, mystici. Ook met de mysticus Jan van Ruusbroec was ik al bekend via mijn studie Nederlands. Hij spreekt me minder aan, omdat hij wat 'boekhoudkundig' overkomt: hij heeft het over diverse trappen, stadia die je moet/kunt doorlopen om dichter bij God te komen. 
Rilke was spiritueel, zonder dat hij direct naar God verwees. Bovenstaand boek, en de Brieven aan een jonge dichter, geven veel inspiratie. 
Ik zou nog veel meer westerse mystici op kunnen noemen, de een heeft méér invloed op me uitgeoefend, de ander minder. Maar hoewel ik het mediteren nooit eerder kon volhouden - wel een paar maal geprobeerd, voor kortere of iets langere tijd -  is het wel al mijn hele leven in mijn aandachtsveld opgedoken. Zelfs als kind al was ik gefascineerd door heiligenlevens....
Pas de laatste jaren heeft een soort definitieve doorbraak plaats gevonden. Zelfs door invloeden zoals die van mijn vriendin Geert, die me op Rilke wees. 
Indrukwekkend vond ik met name Meister Eckhart - die ik via de prachtige vertalingen van C.O. Jellema leerden kennen. 
Vertaling C.O. Jellema

En ook het werk van Kierkegaard ademt mystiek, direct contact zoeken met God. 
Hoe dan ook verbinden al die heiligen en of geleerden mij met Zen, met de contemplatie uit het Oosten, Boeddhisme, welke naam je het ook geeft. 
'Kijk, hier barst de taal' - boekje over mystiek bij Kierkegaard. 
Ik persoonlijk vind in alle boeken van Kierkegaard zijn bijzondere relatie met god, die niet bepaald via de gevestigde kerken loopt. 

Terug naar Jalics en zijn levensloop:. 
Hij is een Hongaarse Jezuïet, geboren in Boedapest in 1927. Hij trad in 1947 in bij de  Sociëteit van Jezus (de Jezuïetenorde), maar moest onder druk van het communistische regime Hongarije al snel verlaten. Na zijn vorming werd hij docent fundamentele theologie en dogmatiek in Buenos Aires. Samen met een medebroeder, de theoloog Orlando Yorio, koos hij ervoor tussen de armen te leven. Daarom werden zij als medestanders van de linkse guerrilla beschouwd en in 1976 door het militaire regime ontvoerd. Vijf maanden lang werden ze vastgehouden. In die periode namen Jalics en zijn medebroeder hun toevlucht tot het contemplatieve gebed en het voortdurend herhalen van de naam van Jezus. Deze maandenlange gevangenschap zou een beslissende invloed uitoefenen op het latere werk van pater Jalics.

Na zijn vrijlating verliet Jalics Argentinië. Sinds 1978 leeft hij in Duitsland en geeft hij geestelijke oefeningen en retraites in een stijl die op zijn eigen levenservaring gebaseerd is, de “Contemplatieve Oefeningen”. In 1984 opende hij ook een huis waar deze oefeningen gegeven worden, Haus Gries in het noordoosten van Beieren. In dit huis, dat onder de verantwoordelijkheid van de Duitse jezuïetenprovincie valt, doen nog altijd ieder jaar honderden mensen de Contemplatieve Oefeningen.
Haus Gries (Beieren), voor veel mensen een spiritueel thuis. Franz Jalics stichtte dit retraite- en meditatiehuis in 1984. Foto en informatie van DEZE SITE.

Het gaat er bij meditatie om van binnen stil te worden, zonder gedachten te zijn. Dat is moeilijk, want je geest beweegt vanzelf: het kan het bezig zijn met iemands  dagindeling,  boodschappenlijstjes, recepten, moeilijkheden in relaties, pijn uit het verleden.... De mediterende hoeft zich hierdoor niet uit het veld te laten slaan, de geest werkt zo. De truc is om elke keer als men merkt weer te zijn afgedwaald rustig en zonder zelfverwijt terug te keren naar de stilte. 
Jalics geeft de stilte vorm door de naam van Jezus Christus; die moet gedacht worden, Christus bij het inademen, Jezus bij het uitademen. De aandacht moet gericht zijn op de handpalmen, van oudsher de plaats waar de wonden van Christus werden gedacht (hoewel die waarschijnlijker in de polsen hebben gezeten.)  
De Transcendentale Meditatie deed iets soortgelijks, daar werd een bepaald woord, of een mantra opgegeven, die men zijn leven moest handhaven en ook niet aan anderen mocht vertellen. 'De Naam', zoals Jalics het ook wel eerbiedig zei, voerde me terug naar het geloof van mijn jeugd. Ook toen al waren er bepaalde aspecten van het geloof die op mij als kind indruk maakten. 
Nu ik inmiddels zo'n jaar of drie mediteer, merk ik dat ik veranderd word. Het is niet goed uit te leggen, het is vooral voelbaar. Dat was het vrijwel direct, ik moest tijdens het mediteren vaak huilen. 
Zie MIJN BLOG,
over tranen van genade. 
Er is trouwens een prachtig boekje, getiteld De ware verhalen van een Russische pelgrim, waarin ook het Jezus-gebed centraal staat. De anonieme pelgrim wil Jezus in zijn hart hebben wonen. 
Het is mooi om te lezen in wat voor oude traditie het gebed staat. 
Boekomslag 
Korte inhoud (informatie van de uitgever):
Dit boek vertelt het levensverhaal van een vrome Russische zwerver uit de vorige eeuw, die van plaats naar plaats trekt; hij bedelt zijn kost bijeen en verhuurt zich een tijdje als dagloner, maar wijdt zich verder geheel en al aan het geestelijk leven. Kernthema van het boek is de betekenis en kracht van het Jezus- of hartengebed - een speciale gebedstechniek die het voortdurend in zichzelf (als een mantra) herhalen van de aanroep 'Heer Jezus Christus, Zoon van God] ontferm u over mij' behelst. 
Deze vorm van bidden vereist grote concentratie en ademhalingsbeheersing om een volledige eenwording met God te realiseren, en werd in de Middeleeuwen ontwikkeld door Griekse christenen, de zogenoemde hesychasten (hesychia betekent 'innerlijke rust'). In de 18de en 19de eeuw verspreidde deze meditatieve vorm van bidden zich over steeds grotere delen van Rusland, mede door de groeiende populariteit van de Philokalia (letterlijk: liefde voor het schone), een bundel religieuze teksten uit de Grieks-orthodoxe kerk. De ware verhalen van een Russische pelgrim is een authentiek verslag van een man wiens leven radicaal veranderde door het Jezusgebed. 
Téresa van Ávila, boekomslag.
Avila plaats van herkomst van San Juan de la Cruz, en Teresa de Avila. 
Ik haal hier Teresa van Avila aan, als één van de drie belangrijke Spaanse mystici. De anderen zijn Juan de la Cruz, en Fré Luis de Léon. 
Om niet in herhaling te vallen, geef ik hier een link naar mijn blog van het proefschrift van Johan Brouwer uit 1931: De Psychologie der Spaanse Mystiek.
Ter illustratie één afbeelding uit dat blog: 
Dit schilderij is van Salvador Dali, en is getiteld De Christus van de Heilige Johannes van het Kruis. Het is geïnspireerd op een tekening van Johannes, gemaakt tijdens een visioen. De tekening wordt bewaard in het klooster van Avilla. Het kruis staat in het dorre Catalaanse landschap. 'Dorheid' is ook een mystiek begrip.
Schilderij van schrijver Johan Brouwer (1898-1943) door Nol de Koning. Geschilderd in 1940. Nederlands Letterkundig Museum,  Den Haag. 
Leven en werk van Johan Brouwer zijn zelf ook interessant genoeg!
Conclusie
Alle genoemde mystici zijn interessant, en bieden soms veel inspiratie.... Maar het uiteindelijke werk van de contemplatieve oefeningen is en blijft geheel innerlijk. Het kan niet worden gedeeld. 

donderdag 7 maart 2024

Een handvol goud, John Steinbeck, 1929 (1965).

Boekomslag. 
Ik ben een groot fan van de boeken van John Steinbeck, en ik was dan ook blij dat ik de hand kon leggen op deze Nederlandse vertaling van A Cup of Gold, van 1929. Het is het debuut van Steinbeck, en zijn enige historische roman. Het was niet zo'n heel groot succes bij de ontvangst. 
Toch heb ik ervan genoten. Het had zeker niet de kwaliteiten van zijn meesterwerken, Ten oosten van Eden, of The Grapes of Wrath, maar het was wel al onmiskenbaar Steinbeck. Dat lag wat mij betreft aan een psychologisch invoelend vermogen, bij voorbeeld als de jonge hoofdpersoon, Henry Morgan, zijn ouders in Wales verlaat, en die mensen heel verdrietig achterlaat. Of, als dezelfde Henry aan het eind van zijn leven toch enig inzicht laat zien in de leegheid van zijn idealen van rijkdom vergaren en steden onderwerpen. 
Engelse uitgave; op de voorplaat zien we Henry Morgan die 'Santa Roja' , de vermaarde Panamese schone, voor zich probeert te winnen. Zij vernedert hem, letterlijk met speldenprikjes.. 
Maar de hoofdzaak van het boek is toch om te verhalen van de avonturen van de boekanier Henry Morgan.  Boekanier heeft ongeveer dezelfde betekenis als kaper, speciaal voor een uit het Caraïbisch gebied. 
East Indiaman Kent, links, in gevecht met de Confiance, een (privateer) kaperschip geleid door de Franse kaper (corsair) Robert Surcouf.
Schilderij Ambroise L. Garneray, 1800.
Welsh boekanier Henry Morgan.
1635-1688
Plaatje uit: Alexandre Exquemelin, Piratas de la America (1681) 
De zestienjarige Henry verlaat zijn ouders omdat hij naar West-Indië wil, gegrepen als hij is door de verhalen van een teruggekeerde knecht Dafydd over zijn avonturen als piraat. 
Henry vertrekt, en wordt onderweg eerst bedrogen door een 'vriend', waardoor hij niet als vrij man naar West-Indië kan, maar als slaaf wordt verkocht. Op een daar  aangekomen plantage laat hij zo'n inzicht zien, dat hij feitelijk de hele boel daar gaat leiden. Na vijf jaar is hij vrij, heeft een zak met geld, en kan dan eindelijk zijn droom gaan realiseren. Zijn grootste droom is dan al, Tortuga te veroveren!
Tortuga, Schildpaddeneiland. 
16e eeuwse Portugees-Spaanse handelsroutes.
Dit is waar veel piraterij voorkwam: 
Centraal-Amerika en de Caraïben, met de hedendaagse grenzen aangegeven. Overigens was er ook veel piraterij o.a. in de Middellandse Zee, en rond Duinkerken)
Hoofddoel van Morgan zal echter worden de verovering van de stad Panama. Die stad werd ook de Gouden Bokaal genoemd, de titel verwijst ernaar. 
Behalve op het goud, loert Morgan ook op Santa Roja, een bloedmooie vrouw, die hij tot de zijne wil maken. 
We maken de ontwikkeling van Henry mee, van zestienjarige jongen die nog gemakkelijk bedrogen werd door zijn 'vriend', tot een meedogenloze boekanier, hard voor zijn mannen, nog harder tegenover de slachtoffers die hij beroofde en meestal ook doodde. 
Er komt wel een soort inzicht aan het eind van het boek. Dat is, als Santa Roja hem afwijst. Hij beseft dan dat hij oud is, en ingehaald door een jongere man, Gris Coeur. Hij vertrekt zonder haar - neemt overigens nog wel zijn hele Panamese goudbuit mee! - naar zijn oom, die gouverneur is. Hij huwt diens verlegen dochter Elisabeth. Vanaf dan leidt hij een ander leven, in dienst van de koning, op Jamaica. 

De informatie voor het historische gedeelte van zijn roman haalde Steinbeck uit het boek van Alexandre Exquemelin, geboren 1645; een Franse chirurgijn aan boord van diverse piratenschepen in de Caraïbische Zee. 
 
Titelpagina van het piratenboek van Exquemelin (boek van 1678)
De volledige titel van dat boek luidt: De Americaensche Zee-roovers behelsende een pertinente en waerachtige beschrijving van alle de voornaemste roveryen, en onmenschelijcke wreedheden, die de Engelse en Franse rovers, tegens de Spanjaerden in America, gepleeght hebben: hier achter is bygev. Een korte verhandeling van de macht en rijkdommen, die de Koninck van Spanje Karel II in America heeft. 
Het boek bestaat uit 3 delen: Deel 1 gaat over het eiland Hispaniola: hoe de Fransen daar gekomen zijn, het eiland zelf en de bewoners daarvan.
Deel 2 gaat over de piraten: hun leven, hun gedrag en hun rooftochten.
Deel 3 gaat over de reis van Henry Morgan waarin hij Panama-Stad ingenomen en in de as gelegd heeft.
Ter illustratie: de slag om Vigo Bay, 1702
Ludolf Bakhuysen
De geschiedenis van Henry Morgan en de schilderijen van de zeegevechten die daarover zijn overgeleverd,  brengt me de verovering van de Zilvervloot van Piet Hein in herinnering. We kennen dat uit het overwinningslied, 'Zijn daden bennen groot...' - maar wat er nooit bij gezegd, zelfs niet gedacht wordt, is het misdadige karakter van wat er gebeurde: schepen werden kapot geschoten, de bemanning gedood of tot slaaf gemaakt, alle bezittingen werden ingepikt. En deze praktijken waren normaal, ze hoorden bij de gewone oorlogsvoering! Henry Morgan wordt na een leven van wreedheden en dieverij tot ridder geslagen en krijgt een erebaantje! - Die officiële goedkeuring, de 'legale inkomsten in de staatskas': daar hebben we het nooit over!
Dit vond ik nog wel opmerkelijk, en mooi: van een eigentijdse kunstenaar, de Mexicaan Mauricio Garcia Vega (1944), getiteld: 
"Corsario" (kaper)
Nog een kunstwerk met hetzelfde thema: de Spaanse Amaro Pargo; een van de bekendste piraten van de gouden eeuw van piraterij.
Anonieme maker, 18e eeuw. 
Er werd trouwens druk geronseld voor de piratenschepen, en de opbrengst werd na afloop per veiling verkocht. 
Van de verovering van Panama door Morgan in 1671 zijn ook etsen overgeleverd: 
Deze bij voorbeeld
De praktijken van die jaren: boekaniers beroven Spaanse dames van hun juwelen. In bovenstaand geval vindt het plaats in Guayaquil, het huidige Ecuador, met als kaperkapitein Woodes Rogers. 
Morgan verwoestte Panama in 1671; in 1673 was de stad herbouwd, maar wel op een andere plaats. Het is leuk om te weten dat de ruïnes van de oude stad er nog zijn, en een toeristische trekpleister vormen: 




 
Foto's van  DEZE SITE
Het boekje van Exquemelin is nog steeds te koop bij Bol!
De haven van Port Royal (Jamaica)
Vanuit deze stad viel Henry Morgan onder andere Panama-stad aan.  In 1674 werd hij benoemd als luitenant-gouverneur van Jamaica, met Port Royal als standplaats.
(!!)
Een jonge John Steinbeck, 1935
Conclusie: het was niet het beste boek van Steinbeck, maar ik heb het wel heel geïnteresseerd gelezen. De verhaallijn was soms wat springerig, en niet altijd even interessant wat de karakters of hun drijfveren betreft. Het bleek dat Morgan uitgroeide tot een keiharde kerel, dat verwachtte ik toch niet helemaal. 
Interessant vond ik het vooral vanwege het beschreven stuk geschiedenis, én als eerste boek van een auteur die na dit boek fantastisch is gaan schrijven!

zaterdag 2 maart 2024

Alles gaat op vroeger terug, Annet Mooij, 2023.

Boekomslag
Indrukwekkende biografie van Ischa Meijer, een man die gedurende een bepaalde tijd ook in ons leven een belangrijke rol heeft gespeeld. Wij volgden vooral zijn televisie-interviews, ik herinner me dat we elke avond dat hij kwam wel klaar zaten voor de buis. Het getoonde was niet altijd even fraai, maar, jong als we toen waren, genoten we dikwijls ook wel een beetje van het recalcitrante, brutale dat Ischa ten toon kon spreiden. En soms was hij gewoon wél leuk. Zo was er altijd 'wel iets te doen' als hij kwam. 
Dit boekje had ik ook nog van hem in de kast staan. Ik herinner me niet zo goed meer de eerste lezing. Nu, bij de tweede, trof me de psychologiserende toon. Er kwam overigens wel goed tot uiting dat hij leed, en geleden had onder de verhouding met zijn moeder, Lies Voet. Annet Mooij citeert ook aanhoudend uit dit boekje. Het had succes, al tijdens Ischa's leven, wat van veel van zijn creatief werk niet gezegd kon worden. 
Dit boek schreef hij over zijn vader. De titel slaat op de periode dat het gezin Meijer in Suriname gewoond heeft. Zijn leven lang heeft Ischa geprobeerd de moeizame/pijnlijke verhouding met zijn vader goed vorm te geven in een literair werk. Hij is er niet in geslaagd. 
Een derde boekje dat Ischa schreef. Hij kwam openlijk ervoor uit dat hij een hoerenloper was. Hij onderzocht dit fenomeen samen met zijn toenmalige vriendin Els Timmermans en zijn favoriete hoer Lia. 
Annet Mooij (1961) 
De auteur van dit boek is Annet Mooij. Zij is zelfstandig onderzoeker en schrijfster. Haar bureau, de eenmanszaak Mooij Onderzoek, bestaat sinds 1998 en legt zich toe op historisch onderzoek, non-fictie literatuur, biografieën en redactiewerk.
Tot haar opdrachtgevers behoren het AMC, de GG&GD Amsterdam, het Gemeentearchief Amsterdam, het ministerie van VWS, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, het Aids Fonds, de Raad voor Cultuur, het RIVM, het Prins Bernhard Cultuurfonds, de Stichting de Volkskrant en N.V. De Groene Amsterdammer. Zij schreef onder veel meer andere onderwerpen over de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, en over aids. 
Dit boek, over Ischa Meijer, was bedoeld als het tweede deel van het werk van Evelien Gans:
Een in de opzet tweeledige biografie, over vader en zoon Jaap en Ischa Meijer. Van Evelien Gans. Zij maakte een eind aan haar leven, waardoor het tweede deel nooit verscheen. Dat deel nu is geschreven door Annet Mooij. 
Gans stierf vijf jaar geleden, in 2018 dus. “Ik kende haar als collega. We mochten elkaar graag.”
Foto van Ischa Meijer en zijn moeder, circa 1947, meer dan dertig jaar later door Ischa zelf verscheurd. 
Ischa Meijer – ‘Hij kon niet lang zonder applaus’
‘Jonges! Hier ben ik! Leuk hè?’
© Eddy de Jongh / Nederlands Fotomuseum
Je wordt bij het lezen steeds heen en weer geslingerd tussen afkeer en mededogen. Hij had een verschrikkelijke jeugd, moeilijke ouders. Maar werd op zijn beurt ook een verschrikkelijke man - met ook weer heel leuke trekjes, natuurlijk! 
Ik schrok soms wel van wat hij mensen aandeed: zomaar uit iemands leven verdwijnen, geld niet terugbetalen, schelden, schreeuwen... 
Jaap Meijer met zijn zoon Ischa
(uit Evelien Gans, Jaap & Ischa Meijer. Een joodse geschiedenis [Amsterdam 2008]).
Evelien Gans 1951-2018
BEELD MARC DRIESSEN
Mooij heeft enorm veel materiaal verwerkt, onder andere dat van Evelien Gans. Maar ze nam ook interviews af. Er spreekt een enorme gedegenheid uit haar werk, 
zorgvuldigheid ook. 
Ze schenkt aandacht aan al het professionele werk van Ischa, wat niet alleen de radio-interviews besloeg, ook columns, toneelwerk en televisie-interviews. Hij werkte (en leefde) onder anderen samen met Jenny Arean. 
Ook gebruikte ze archiefmateriaal van Connie Palmen. Dat is des te opmerkelijker, omdat Connie Palen erg veel kritiek op deze biografie heeft uitgeoefend, onder andere dat Mooij haar materiaal niet gebruikt zou hebben. Mooijs opmerking dat de relatie Ischa-Connie niet heel anders was dan Ischa's andere verhoudingen zette veel kwaad bloed bij Palmen, Ze noemde de biografie kwaadaardig, o.i.d. Ik heb daar niets van terug kunnen vinden, ik vond het verhaal juist wel invoelend. 
Heel pijnlijk vond ik de relaties met vrouwen: steevast begonnen ze met een fantastische periode van het hof maken, op vakantie gaan, cadeautjes geven - waarna na zoveel tijd de klad erin kwam, de vrouwen vernederd werden of vervelend bestreden, en de relatie eindigde met simpel in de steek laten. Heel pijnlijk. 
Waarbij ik nooit vergat dat Ischa zelf in zijn jeugd een vreselijke vader had gehad, die hem vernederde, kwelde enzovoorts. En een moeder die koos voor haar man - niet voor haar kinderen. Beide ouders lieten zelf alle drie hun kinderen in de steek. Ze stierven in eenzaamheid, kinderen waren nooit meer welkom.
Het prachtige In Memoriam/ Ischa Meijer / IM van Connie Palmen; ik heb het destijds verslonden. 
Een interview van Hanneke Groenteman met Micha Wertheim. Ik kreeg deze hit toen ik googelde op interviews van Ischa. Ik vind het wel leuk deze erbij te zetten: ook twee Joden, met mogelijk wel ondergane invloed van Ischa. 
Hanneke heeft trouwens voor haar verleden als joodse ook bij de psychiater Louis Tas gelopen, net als Ischa. 
Louis Tas, psychiater. 1920-2011
Ischa zelf heeft er geen twijfel over laten bestaan, dat hij het kleine kind / de baby in hemzelf, dat naar Bergen-Belsen was gevoerd, niet heeft terug kunnen vinden in zijn persoonlijke ontwikkeling. Wel toont Mooij aan dat hij toch vooruitgang had geboekt. Zo was hij op een bepaald moment in staat zelfstandig te wonen, in plaats van maar overal in te trekken. Dat maakte hem een stuk rustiger. 
Een stukje tv, Peter van Ingen met Ischa Meijer als zijn Zomergast. Mooij noemt dit gesprek ook nog in haar boek. Het illustreert hoe Ischa mensen af kon maken. Bij mij roept het een mengeling op van afkeer, maar ook spotlust. Ik weet nog maar al te goed, hoe we Ischa napraatten met zijn 'Ivo Nihil'. 
Zo terecht was dat niet... 
Over 'afmaken' gesproken: ik wist niet, dat Ischa zo'n grote rol had gespeeld in de actie tomaat. Ischa maakte slachtoffers, hij liet niets heel van de spelers destijds, onder anderen niet van Ellen Vogel. 
Ellen Vogel, 1922-2015
Wikipedia: 
"Een dieptepunt in Ellen Vogels loopbaan werd de 'Aktie Tomaat', een felle aanval op het gevestigde toneel in 1969. Ze mengde zich in de discussie, maar werd weggehoond. De actie luidde het einde in van De Nederlandse Comedie en de spotnaam 'actreutel' van journalist Ischa Meijer bleef Ellen Vogel nog lang achtervolgen."
Dergelijke kapotmaak-acties van Ischa zijn echt niet leuk geweest! 
150 verhaaltjes van De Dikke Man, selectie. Schreef hij voor de krant. 
Overigens: hij at en dronk mateloos, ook toen hij al wist dat hij hartpatiënt was. 
Bij Uitgeverij Vassallucci verscheen "L", een ontroerende novelle tussen de prostituee Lia, Ischa Meijer en Els.
Els Timmerman trouwde later met Peter van Straaten.
Ramsey Nasr en Wende Snijders in I.M., naar het boek van Connie Palmen. Tv-serie.
Beeld Elmer
Boek van 2015, geschreven door Mirjam, zus van Ischa. 
Die ook geen contact meer kreeg met haar ouders....
Boek dochter Jessica, over boulimia. 2013
Ischa had twee kinderen, Jeroen en Jessica. De dochter van Els Timmerman, Anna, was een aantal jaren als een dochter voor hem, een oogappel.