vrijdag 21 augustus 2020

Roma, Alfonso Cuarón, 2018,

Filmposter
Eindelijk heb ik de film gezien, waar ik al lang naar verlangde. En dan wel niet in de bioscoop, maar via Netflix - het schijnt dat ik dan wel wat heb gemist qua geluid, bij voorbeeld als hoofdpersoon Cleo (dienstmeisje) in de stad achter een van de aan haar zorg toevertrouwde kinderen achterna rent. Maar alla.


Er zijn beelden in de film die me bij zullen blijven: bij voorbeeld in het begin, als we zien dat er met water wordt gegooid en een stenen straatje wordt geschrobd. 
Begin van de film, geluid van gooien met water, schrobben.. 
Meteen de hoofdpersoon in beeld, dienstmeisje Cleo. 
Later blijkt dit een soort carport te zijn, waar de vader des huizes met groot bombarie zijn dikke auto parkeert. 
Dit is echt een grappige scene!
We zien hier op de foto al de hondendrollen, die een enorme ergernis zijn voor de heersende patriarch. 
Ik wist totaal niet wat me te wachten stond met deze film, was alleen maar op de hoogte van de lovende kritieken. Opvallend was de grote hoeveelheid aandacht die uitging naar het huis; behalve naar de carport, ook naar de prachtige trap, de kamers, de keuken. De boekenkasten van Papa. 




Dir prachtige beeld hoort bij de aftiteling aan het slot. 
De titel Roma hint naar de gouden periode van de Italiaanse cinema, het neorealisme van grootmeesters Rossellini (Roma città aperta, 1945) en De Sica, die de ‘gewone mens’ portretteerden. Maar de naam is allereerst het Roma van Mexico-Stad, de wijk waar Cuarón opgroeide.
Uit de recensies maakte ik op, dat Alfonso Cuarón zijn jeugdherinneringen uit de zeventiger jaren van de vorige eeuw heeft vormgegeven. Daarbij speelden het dienstmeisje Cleo en zijn moeder de hoofdrollen.
Yalitza Aparicio (1993) in 2018; 
zij speelt de hoofdrol, Cleo. Prachtig, alsof ze niet speelt, maar het is.
Dit zal de verbeelding van zo'n persoonlijke herinnering kunnen zijn. 
De film is traag, daar had ik in het begin een beetje last van - al is dat volledig overgegaan. Van de film vielen me een aantal zaken op: de enorme liefdevolle bejegening in het gezin. Dat wil zeggen: tussen de twee dienstmeisjes, de twee 'bazinnen' - moeder en oma van het gezin, en tussen deze vier en de vier kinderen. De vader stond daar weer buiten, dat was een 'gewone' macho, met alle aandacht voor vrouwen buitenshuis + zijn dure auto. Hij laat vrouw en kinderen dan ook in de steek. 
Hier kan moeder haar man nog niet loslaten. Later is ze heel wat sterker, en bouwt een nieuw leven op, samen met haar kinderen en de dienstmeisjes. 
Die liefdevolheid bleek bij voorbeeld, toen Cleo zwanger was geworden. Haar vriendje Fermin was er laf vandoor gegaan, en ik vreesde dat haar werkgeefster wel op een abortus uit was. Niets was minder waar. 
Cleo was gek op de kinderen, en de kinderen op haar.
 
Cleo heeft ook een vriendje, Fermin. Ik vond het een heel leuke scene, waarin hij piemelnaakt haar zijn vechtsport demonstreert. 
Moeder bij een super-vals spelende fanfare. 
Een spannend stukje was, toen er een revolutie was uitgebroken, dat had met het inpikken van land te maken. Die onaangename Fermin - hij liet Cleo alleen zitten in de bioscoop, ging ervandoor, toen hij hoorde dat ze zwanger was - speelde ook een rol in die revolutie. 

 
Cleo heeft Fermin hier aangesproken op zijn vaderschap. Hij blaft haar af en dreigt haar met zijn vechtstok. Wat een zak. 
Cleo's bevalling luidt in tijdens die straatoproer. In het ziekenhuis maken we de bevalling mee, heel pijnlijk is het te zien dat haar kind doodgeboren wordt. 
Nog geen minuut mag ze het vasthouden. 
Een volgende heftige scene is als de moeder de dikke auto in de carport parkeert, ze hotst en botst van alle kanten tegen de muren aan. 
Ze is nu alleen, we zien hoe ze zich herpakt. Zo zijn beide vrouwen verlaten in de film. 

Ze gaan als gezin naar het strand, we zien een prachtige zee. Moeder gaat even weg, Cleo moet oppassen, maar kan niet zwemmen. De kinderen zijn te water en worden meegesleurd door de hoge golven. Cleo redt de kinderen. 
Aanwijzingen van de regisseur.
Heel spannend hoe dit gaat aflopen. Cleo kan niet zwemmen. De zee is wild. 
Regisseur die zijn jeugdherinneringen op zo'n prachtige wijze vormgaf. Zo liefdevol. 
Trailer.

donderdag 20 augustus 2020

De onontkoombare afkomst van Eli d'Oliveira, een Portugees-Joodse familiegeschiedenis - Jaap Cohen, 2015

Boekomslag, 
Met voorop een foto uit de dertiger jaren van de centrale persoon in deze studie, Eli d'Oliveira, wiens rijke en bijzondere leven de familie op deze manier kan en wil gedenken en in herinnering houden, omdat het leven hem ontnomen werd door de Nazi's.
Het onderzoek door Jaap Cohen is gedaan in opdracht van Ulli, kleinzoon van Eli, en diens nicht Suzanne Pereira.
Ik heb dit boek niet gelezen, ik heb er kennis van genomen. Ik kwam niet verder dan een goed deel van hoofdstuk 5, en heb me verder gericht op de samenvattingen, onder andere die van Margalith Kleywegt in DE GROENE.
Het boek is geschreven door Jaap Cohen, een zoon van Job Cohen. Het is een proefschrift, Cohen promoveerder hierp in 2015.
 Schrijver Jaap Cohen tekent zijn boek. In Juni 2015 ontving hij de 2014-2015 dissertatieprijs van het ASCH (Amsterdam School for Culture and History).
De foto plukte ik van de site van DE FAMILIE D'OLIVEIRA. Daaar komen verderop nog meer foto's vandaan. 
Cohen beschrijft in dit boek de geschiedenis van twaalf generaties d'Oliveira. De eerste was Moseh d'Oliveira, die tussen 1670 en 1680 naar Amsterdam kwam. Daar werd hij in de ban gedaan door het bestuur van de synagoge door wangedrag. De vergelijking met Spinoza dient zich aan. 
In 1492 werden alle Joden verbannen van het Iberisch schiereiland. Degenen die mochten blijven, hadden zich bekeerd tot het katholieke geloof. Dit waren de conversos, de bekeerlingen. Velen van hen bleven in het geheim vasthouden aan Joodse rituelen. 
Maar de verchristelijking zou later een cruciale rol gaan spelen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Sefarden (de Joden van Spaanse en Portugese afkomst) het als argument om hun eigen jodendom te ontkennen. En zo aan de vervolging door de nazi's te ontkomen.
 
Rechts de Portugese synagoge, links de Hoogduitse. Gezien het verschil in afmeting was de Portugese veel belangrijker. Schilderij van circa 1673, Berckheyde
Voor dit doel, beriepen zij zich ook op hun verfijnde cultuur; onder hun voorouders zaten vooral veel ontwikkelde mensen, artsen, musici. Dat onderscheidde hen van de Asjkenazische Joden, de Hoogduitse Joden. Zelfs was er een tijdlang een verbod in de 17e en 18e eeuw) om te trouwen tussen de verschillende afkomsten. 
De 'Aktie Portugesia' behelsde het onderzoek dat de Sefarden deden met behulp van bovenstaande argumenten - verchristelijking, toetreden tot de christelijke adel, hoogstaandere cultuur dan de asjkenazie - . Eli d'Oliveira was stenograaf en schrijver, zoon van een dimantslijper, met belangstelling voor het socialisme. Hij had totaal geen voeling met het jodendom, in 1927 trad hij bewust uit de synagoge. 
Vanaf 1942 verzette hij een enorme berg werk om te bewijzen dat hij geen Jood was. Hij deed dat in de zogenaamde Sterrenwacht: een kamertje in het Gemeentelijk Archief in Amsterdam, zo genoemd omdat daar veel Sefarden napluiswerk deden, om zo te ontkomen aan het stigma van de Davidster. 

Oude Gemeentelijke Archief; hierin dus 'de Sterrenwacht.' 
Bij het onderzoek lieten de Sefarden voor het gemak weg, dat het element van 'de elite' sinds de 19e eeuw eigenlijk niet meer gold. Toen verarmden velen, en trouwden Sefarden en Asjkenazie wél onderling, 
De familie Texeira de Mattos en de familie Mendes de Leon waren de eersten die protest aantekenden bij de Duitsers. Hans Calmeyer gaf ze gelijk. 
Hans-Georg Calmeyer (1903-1972) 
Duits jurist die tijdens de oorlog als ambtenaar in Nederland werkte. Hij heeft tussen februari 1941 en september 1944 naar schatting ongeveer 3700 mensen het leven gered door bezwaarschriften goed te keuren, waarin ze aangaven geen Jood te zijn.
Vervolgens klopten zo'n 4500 Portugese Joden bij hem aan. Calmeyer had niet de macht hen als groep te ariseren, maar stelde alvast een portugezenlijst samen. Er werden pogingen ondernomen hen als groep te redden. 
375 vrijwilligers werden opgemeten, foto's werden gemaakt door zoon Jaap (zoon van Eli). De wetenschapper Ariëns Kappers hield zich al langer met schedelmeting bezig.
Cornelius Ubbo Ariëns Kappers, 1877-1946
 geschilderd door Georg Rueter 
Kappers hielp de Joden ook; hij zette zijn handtekening onder de onderzoeken van De Froe (zie foto hieronder), wat het een stempel van wetenschappelijkheid gaf.
Kappers was Nederlands medicus en neurologisch en neurowetenschappelijk onderzoeker. In 1908 werd hij de eerste directeur van het Nederlands Centraal Instituut voor Hersenonderzoek.
Op internet vond ik dit boek van H.U Jessurun d'Oliveira, dit is Ulli, kleinzoon van Eli. Arie de Froe moet in dit verband worden genoemd, hij komt ook voor in het boek van Cohen. De Froe (1907-1992) was een Nederlandse hoogleraar, huisarts, fysisch antropoloog, en wijsgeer. Hij werd onder andere bekend door pogingen om Nederlandse Joden te behoeden voor deportatie door de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Antropologische meet-apparatuur om schedels, neus-
lengte en oog-afstand te onderzoeken.
De schedels van de Sefarden zouden langer zijn dan die van de Asjkenazie; bovendien zou bij hen de karakteristieke neus ontbreken. 
Het kostte mij moeite om dit te lezen. De Sefarden moesten zich afzetten tegen hun 'collega-Joden' uit het oosten van Europa. Ik snap de dreiging, toch is het afschuwelijk. Maar ik praat natuurlijk ook zo veel jaren later.... 
De Froe beweerde, dat de Sefarden zich ook 'statiger, waardiger, ingetogener, introverter' gedroegen, dan de opgewonden Oosteuropese Joden. 

Alle moeite van de Sefarden om hun afkomst uit te leggen, met behulp van stambomen, documenten - het vele, vele onderzoek in 'De Sterrenwacht'-  bleek in 1944 tevergeefs. De nazi Ernst Kaltenbrunner zette alle Joden van de Portugezenlijst, alsnog op transport, eerst naar Westerbrok, daarna door naar Theresienstadt of Auschwitz. 
Ernst Kaltenbrunner. SS-generaal,
 hoofd van het Reichssicherheitshauptamt van het gehele Derde Rijk. Hem was ter ore gekomen dat de Nederlandse Sefardiem buiten de deportaties werden gehouden omdat zij geen ‘echte’ Joden zouden zijn. Welnu, die opvatting kon Kaltenbrunner niet delen. Ook vanuit rassenkundig standpunt ging het bij de Sefardiem volgens hem zonder enige twijfel om Joden; ze zagen er alleen zuidelijker uit dan hun rasgenoten. Hij verzocht dan ook om deze Sefardische Joden onmiddellijk in het ‘evacuatieproces’ op te nemen.” 
De Joden waren inmiddels zo overtuigd geraakt van het slagen van hun pogingen, dat ze niet onderdoken. Ze rekenden op de rationaliteit van de Duitsrs, maar die dachten volstrekt irrationeel. 

Zo werd  Eli d'Oliveira alsnog vermoord door de Duitsers. 

Zijn dochter kwam terug uit Westerbork, trouwde, het ging haar goed. Ze werd huisarts in Bussum. 
Paul Rodrigues Pereira en Elsa d'Oliveira, één van de
eerste huwelijken in mei 1945 in Amsterdam.
Elsa werd huisarts te Bussum. 
Nog over het onderzoek: de Joodse psychiater Van Emde Boas heeft nog onderzocht, of er ook psychologische kenmerken waren van de Sefarden, die gewicht in de schaal konden leggen. Een zoon van Van Emde Boas vond een hele doos met onderzoeksmateriaal, dat ook bij Jaap Cohen terecht is gekomen. 
Psychiater Van Emde Boas, 1904-1981: zoon vond doos op zolder met psychologisch onderzoek. 
Latere onderzoeken hebben uitgewezen, dat psychologische kenmerken niet aan een hele groep zijn toe te wijzen. Van Emde Boas kwam er vermoedelijk zelf ook niet uit. 
Al het onderzoekwerk van Eli d'Oliveira lag bij een advocaat van hem.
Dit is Ulli d'Oliveira in 2009
Ik kende hem van mijn studie Nederlands, met name van de essaybundels Literair Lustrum 1 en 2, periode 1961-1966 en 1966-1971. Geschreven samen met Oversteegen en Kees Fens. 
Ulli is de kleinzoon van Eli, Cohen beschrijft hem als iemand die aardt naar zijn opa. 
Eli d'Oliveira in 1942.
De Portugese Synagoge, Amsterdam (Foto Charles Kotting, 2006)
De Portugese Synagoge was sinds haar opening in 1675 het onbetwiste religieuze centrum van de Amsterdamse Sefardische gemeente. Het was een imposant gebouw, ruim 36 meter lang en 28 meter breed en bijna 20 meter hoog - met gemak het hoogste gebouw in de omgeving.
Ik heb ook nog gebruik gemaakt van informatie van HISTORIEK. Daar vond ik de informatie over de zogenaamde ‘Bewariërs’: 
"Toen Nederlandse Joden die de Holocaust overleefd hadden na de bevrijding terugkeerden naar hun voormalige huizen, bleken hun woningen vaak te zijn ingepikt door andere mensen. Net als overigens hun persoonlijke bezittingen. Bewariërs waren het, in de woorden van Cohen. Dit overkwam bijvoorbeeld Elsa d’Oliviera, de dochter van Eli:
Na terugkomst uit Westerbork kon ze niet meer terecht in haar ouderlijk huis in de De Lairessestraat 121; er woonden nu andere mensen. En Elsa’s spullen die nog op haar kamer hadden gestaan, die waren weg. Ze miste bijvoorbeeld een jurk die haar vaste naaister voor de oorlog speciaal voor haar had gemaakt, totdat ze op straat een vrouw erin zag lopen. Hoewel het niet in de lijn van haar karakter lag, deed Elsa niets. ‘Wat kon je doen?’, zei ze er later over. Veel ‘bewariërs’ gaven de Joodse goederen die ze in de oorlog tot zich hadden genomen nooit meer terug. Elsa stond machteloos.” (490)

Een vreemde aanvulling vormt nog dit bericht uit Vrij Nederland van mei 2015:

Nu, ruim vijf eeuwen na de uitzetting van de Joden in 1492, later, hebben Portugal en recent ook Spanje besloten dat de nakomelingen van die Sefardische Joden onder voorwaarden mogen terugkeren naar het Iberisch schiereiland. Een gebaar van Wiedergutmachung?? 
Maar dan: 
"Cohen vraagt zich af waarom Spanje en Portugal dat staatsburgerschap aanbieden aan de nakomelingen van de verdrevenen. Is het een vorm van schuld bekennen, zo’n 520 jaar later? Is het een gebaar voor de Bühne? Of berust het op het misverstand dat (Sefardische) Joden over bezittingen beschikken die welkom zijn in tijden van economische crisis?
Migratielijnen van de Sefardische Joden. tussen 15e en 17e eeuw. Bron: Wikipedia.
De eisen in Spanje zijn streng: er is een namenlijst van zo’n vijfduizend ‘typisch Sefardische namen’, je moet aantonen dat je de taal spreekt en je moet binnen de procedure minstens twee keer naar Spanje komen, wat bijvoorbeeld voor armere Joden uit Zuid-Amerika een flinke barrière opwerpt. Ook in Portugal beslist een commissie over het recht op terugkeer. Van de honderdduizenden Joden die in de vijftiende eeuw in Portugal leefden zijn er nu nog geen duizend over. De vraag is of dat er door de nieuwe wet veel meer zullen worden.
Het lijkt een wrange voetnoot in de geschiedenis van de Sefardische joden in Nederland, zegt Jaap Cohen. Nadat ze in de vijftiende eeuw waren verdreven of hun religie hadden moeten verloochenen, probeerden de Sefardische Joden in Nederland tijdens de Duitse bezetting aan te tonen dat ze niet alleen tot het christendom waren bekeerd maar ook naar ‘ras’ geen Jood meer waren, door vermenging met de Iberische aristocratie."

Eli d’Oliveira kwam op 21 augustus 1944 in Auschwitz om. Zijn nageslacht, voor zover dat de holocaust overleefde, zou nu de Spaanse en Portugese regering moeten overtuigen van hun Joodse afstamming.
Bij de Portugees-Joodse families die Jaap Cohen voor zijn proefschrift onderzocht is er ruim vijf eeuwen na hun uitzetting en zeventig jaar na het opstellen van de Lijst-Calmeyer niet heel veel enthousiasme om voor een commissie te verschijnen om met bewijzen te komen voor hun zuivere Sefardische afstamming, zegt Jaap Cohen. Al was het maar omdat ze dan de kans lopen dat ze, zoveel eeuwen na de vlucht van hun familie naar het Noorden, hun Nederlanderschap kwijt te raken. (!)

woensdag 19 augustus 2020

Canciones, Federico García Lorca, getekend door Tobias Tak, 2017.

Boekomslag
De kunstenaar Tobias Tak is helaas al overleden. Ik schreef al eerder over hem in mijn blog. Nu heb ik zijn vertolking te pakken kunnen krijgen van de Canciones, van Lorca. Ik ben er zeer van onder de indruk. 
Dank zij de tekeningen van Tak kon ik met mijn zeer beperkte Spaans een heel goede indruk krijgen van de poëzie van Lorca. 
Twee pagina's uit de Preludio (Prelude). 
De tekst komt niet goed over op de plaatjes, ik geeft hem hierbij:
Links staat onderin: Las alamedas se van;
Rechts: pero dejan su reflejo.
Bovenin staat de vertaling: De populierenlanen gaan ervandoor
maar ze laten hun weerspiegeling achter. 
Merk op hoe mooi die 'reflejo' weergegeven is, waardoor je een beeld krijgt bij de poëzie.
Lloro, ik huil,,,,,
.... bij de bittere zee.
In mijn pupillen zijn twee zingende zeeën
..... frente al mar amargo
¡Hay en mis pupillas
dos mares cantando!
Door jouw liefde, doen de wind,
mijn hart en mijn hoed me pijn.
Por tu amor me duele el aire
el corazón
y el sombrero,
Despedida, vaarwel
Si muero
dejad el balcón abierto. 
Als ik sterf, laat dan het balkon open.
Dit laatste gedicht resoneerde sterk bij mij: ik vond het lichaam van mijn gestorven moeder in 1990  in haar slaapkamer, de balkondeuren stonden wagenwijd open, 'haar ziel kon zo naar buiten.' 

Er zijn prachtige regels te citeren, bij voorbeeld: De maan spijkert een lange hoorn van licht aan de zee / La luna clava en el mar un largo cuerno de luz; en: De schaduw stuurt reflecties van kalme dingen naar mijn lichaam. De schaduw beweegt zich voort als een reusachtige violetkleurige mug. / La sombra manda a mi cuerpo reflejos de cosas quietas. Mi sombra va como immenso cínife color violeta. 

Natuurlijk moet je hier de plaatjes, de beelden bij zien, zoals Tak ze gemaakt heeft. Ik moet het auteursrecht respecteren, en kan alleen maar zeggen: koop het boek, of leen het bij de bieb, het is zéér de moeite waard. 
Zie voor meer informatie over Tobias Tak DEZE LINK.

Lorca maakte zelf ook tekeningen, zie zijn uitgave van het toneelstuk Maria Pineda. 
Dit stuk vanFederico García Lorca werd voor het eerst gespeeld in juni 1927 in het Goyad-Theater in Barcelona; regie in handen van Lorca, "with scenic design and costumes' door Salvador Dali.
Zie voor Lorca en Mariana Pineda mijn blog onder DEZE LINK. Voor Lorca werd Mariana Pineda het symbool voor de vrijheidsstrijd in de Burgeroorlog.
Lorca was dol op de zogenaamde aleluyas: 
Deze Halleluja's 'vonden hun oorsprong, als literair genre, in de religieuze prenten die de [katholieke] kerk aanbood op grote plechtigheden. […] Onderaan elke halleluja stond een vers. Na verloop van tijd verloren ze hun religieuze gevoel en veranderden ze in moraliserende en pedagogische halleluja.
Deze halleluja over het leven van Lorca vond ik op todocoleccion
Een moderne uitgave van hetzelfde.
Nog eentje dan, uit het boek van Tak. 
Een mooie recensie is te vinden onder deze link: Recensie Hebban
Om meer dan één reden vond Tak in Lorca zijn zielsverwant: Lorca illustreerde zelf ook vaak zijn gedichten, of werkte daartoe samen met vriend Dali. Zie ook Lorca's liefde voor de aleluya, plus voor de dans. Tak - gestorven in januari 2020 - was ook danser en choreograaf. 
In Leiden hangt dit gedicht als eerbetoon aan Fedricoa García Lorca. 
Tobias Tak, 1954-2020
NB: het boek heeft een voorwoord van Christopher Maurer, professor Spaanse literatuur aan Boston University. Daar heeft Tak ook gewoond en gewerkt. 

Nog één citaat:
"Tussen mijn schouders fladdert mijn ziel, verguld en vol."
"Entre mis hombros vuela mi alma dorada y plena."