dinsdag 9 juli 2019

Mountain, Jennifer Peedom, 2018

 "They are half in love with themselves and half in love with oblivion.” 
Poster
Ik las, dat deze film naar een boek van Robert MacFarlane is gemaakt. Dat blijkt niet helemaal waar te zijn. Wel vond ik dit boek van MacFarlane:
Boekomslag
En ontegenzeggelijk zijn er teksten uit dit boek  in de film terechtgekomen, omdat ik me letterlijk de woorden uit de titel herinner. De mensen die de bergen van zichzelf moeten bedwingen, bedwingen in feite de bergen in zichzelf. 
Ik had me erg veel van de film voorgesteld, en mijn verwachtingen kwamen ten dele uit. Zoals te verwachten is, zien we de prachtigste beelden van de bergen. Soms was het óók eng, ik had hier en daar last van hoogtevrees in mijn luie stoel. Met die camera hoog boven smalle richels, enge hoogtes, pieken... Al of niet met bergbeklimmers erop of eraan. 
Echt spectaculair waren voor mij de plaatjes waarop je het hier en daar mis zag gaan met klimmers of skiërs. Eentje die aan een touw omlaag valt en tegen de rotswand aanbonkt. Ook skiede ik mee met een skiër door smalle kloven heen, vóór de lawine uit. Dat was een echt eng gedeelte van de film!
Het verhaal dat door de hele film speelde, was dat de mensheid de bergen voorheen links liet liggen, als te gevaarlijk, te eng. Tegenwoordig zoeken we de bergen en hun hoogtes juist op, alsof het leven anders te weinig opwinding of gevaar tye bieden heeft. Maar de bergen zijn keihard, letterlijk en figuurlijk, want één kleine onachtzaamheid of tegenvaller, en je moet het met de dood bekopen. 
Jennifer Peedom maakte eerder de film Sherpa, over een lawine op de Mount Everest die aan zestien mensen het leven kostte.  

Niet gezekerd....
En natuurlijk kwam de filevorming op de Mount Everest aan bod.... (Dit beeld is niet uit de film.)





Regisseur Jennifer Peedom
Robert MacFarlane in de  Cairngorms, een bergketen in Schotland. 'Op locatie', zogezegd. 
MacFarlane heeft mooie boeken over de natuur geschreven, onder ander Benedenwereld, en De oude wegen. Ik las laatst The lost words. 
Trailer
Willem Dafoe spreekt de teksten. 

zondag 7 juli 2019

Het museum van Oorlog, Claudio Magris, 2017.

"In feite heeft oorlog weinig met haat te maken, geen van beide heeft de ander nodig. Bommen komen terecht op mensen die elkaar helemaal niet haten, zo zie je dat als de oorlog voorbij is, degenen die ze afwierpe en degenen die ze op hun hoofd kregen elkaar de hand schudden en samenkomen op nostaligsche reünies. (.........)  
Haat is oprechter, zuiverder dan oorlog (...) " (p. 289)
Boekomslag
Voor mij was dit een interessant, maar moeilijk boek. Het boek zelf is als een museum: er staat zó veel in, dat het te veel is om in één lezing in je op te nemen. Zoals ik in een museum een beperkte aandachtsspanne heb, zo had ik dat hier ook. Of, zoals ik het elders geformuleerd zag: er worden zo veel verhaallijnen geweven, dat je je nauwelijks met één ervan verbinden kunt.
Daarbij komt, dat de geschiedenislijnen soms totaal onbekend zijn - namen van mensen en plaatsen  zeiden mij meestal niets, Om het verhaal dan toch te kunnen begrijpen moet je een heel stuk geschiedenis van Italiër erbij pakken.
Maar tóch was het een mooi boek, omdat het intelligent, poëtisch geschreven is; omdat er interessante stukken uit de geschiedenis worden verteld; omdat Magris'manier van kijken interessant is.

Ik kwam op deze voor mij onbekende auteur door een recensie van een ander boek van hem, te weten MOMENTOPNAMEN, 2019: 

Recent boek, nog niet gelezen, het wekte mijn belangstelling voor de auteur.
Dit boek werd in Trouw geprezen om Magris' scherpe manier van formuleren, wat mij in hem aantrok. In de bieb was Het museum van oorlog voorhanden, dus daar ben ik maar mee begonnen. 

Luisa Brooks is bezig in de stad Triëst een museum van oorlog in te richten. Triëst is de geboorteplaats van Magris, en bovendien een belangrijke plaats voor de geschiedenis. Triëst was onder meer de plaats waar het enige crematorium van de nazi's was, de Risiera di San Sabba was; een oude rijstpellerij. Als Magris over dit kamp praat, is het niet alleen over de misdaden die de nazi's daar pleegden, maar vooral ook over het verdonkeremanen ervan. De namen van de verantwoordelijken waren op de muren gekrast, maar de nazi's waren daar met witkalk overheengegaan, zodat die namen voor de geschiedenis verloren gingen. 
Magris (middels Luisa Brooks) heeft zijn informatie van de aantekeningen, de blaadjes en de schriftjes van een werkelijk bestaand hebbend persoon, die alles verzamelde over oorlog en wapens. Die persoon - waarover straks meer - heeft veel aantekeningen gemaakt, die nu in handen zijn van Luisa Brooks. Het hele idee van het museum was van hem. 
Luisa zelf heeft ook een geschiedenis van oorlog: haar moeder was een jodin, haar vader nakomeling van een zwarte slaaf. 
San Sabba rijstpellerij in Triëst (uit het boek «We hebben nog steeds de naam» van Isabella Balena, Mazzotta, 2004)
Over die Risiera vond ik in Wikipedia: "Ten onrechte werd dit als concentratiekamp gezien, maar het was feitelijk een interneringskamp." Toch staat verderop in hetzelfde artikel: "Tussen oktober 1943 en 1945 werden in Risiera di San Sabba ongeveer 25.000 mensen, voornamelijk partizanen, maar ook Joden "verhoord". Tussen 3.000 en 5.000 mensen werden er vermoord, deels door inzet van gaswagens. Tegelijkertijd gold het ook als doorgangskamp naar kampen in Duitsland. De activiteiten werden gestaakt toen in april 1945 de Sloveense en Joegoslavische partizanen onder Tito Triëst dreigden in te nemen. Onder druk van deze dreiging werden de schoorsteen en ovens op 29 april 1945 opgeblazen. De inrichting werd in 1965 tot monument verklaard."
Risiera di San Sabba; concentratiekamp in het Italiaanse Triëst. Van 1943 tot 1945; verantwoordelijk land nazi-Duitsland, beheerd door de SS; aantal gevangenen 25.000, dodental 3.000 - 5.000

Ik ga verder met de structuur van het boek: 
Via de geschiedenis rondom de Risiera komen we aan de weet over de nazi's Rainer en Globočnick:
Friedrich Rainer, 'Grenzlandnazi'
Globocnik in zijn rol als Gauleiter van Wenen
Beide mannen vieren op 20 april 1945 in de sfeer van de eindfase van de oorlog de verjaardag van de Führer in het kasteel van Miramare, aan de kust van Triëst; zie verderop.

Kasteel Miramare, aan de Golf van Triëst.
Tientallen personages verschijnen in het boek, of ze nu in het echt hebben geleefd, of alleen maar in min of meer bekende verhalen voorkwamen. Ik schreef al dat dat het lezen van het boek niet eenvoudig maakt.
Zo heb je ook het Tsjechische verzet dat in mei 1942, bij Praag, een verzetsdaad pleegde door de auto van Heinrich Heydrich op te blazen. Dit verhaal is vrij bekend, door het boek HhhH, van Laurent Binet. Het is ook verfilmd in een serie door de VPRO.
Niet bekend bij mij was de geschiedenis van de de inwoners van Lidice, die dertien dagen later werden afgeslacht als vergelding.
Foto Bundesarchiv, vernietiging van Lidice, 1942. 340 mensen werden vermoord. 
Of het verhaal van Otto Schimek, een zeer jonge Oostenrijkse soldaat die in Machowa weigert Poolse burgers te neerschieten en daarom wordt terechtgesteld door de Wehrmacht (maar of het echt is gebeurd?)

Otto Schimek, 1925-1944.

Alberto Vojtěch Frič, een etnograaf en plantkundige uit Praag; 1882-1944.
Alberto Vojtěch Frič neemt van de Gran Chaco -  de uitgestrekte vlaktes van Paraguay, aan het begin van de twintigste eeuw, een verzameling planten mee naar de stad. Die planten inspireerden hem met hallucinaties en lucide reflecties over oorlog en dood in de plantenwereld. Ook hem wordt een plaats in het museum toegekend. 
Don Marzari; ontving de gouden medaille voor civiele verdienste. Hij was een van de meest representatieve figuren van het katholieke antifascisme, altijd geïnspireerd tot onderwijzen en schrijven over de waarden van vrijheid en democratie. Hij trad hij met onvermoeibare en gepassioneerde toewijding toe tot de nationale bevrijdingsbeweging. Hij werd gearresteerd en gemarteld door de fascisten, later weer vrijgelaten. Als voorzitter van de CLN van Triest gaf hij op  30 april 1945 leiding aan medeburgers in de opstand tegen de nazi-onderdrukker. 
Don Marzari die in Triëst op 30 april 1945 het signaal van de opstand gaf.
Verder komen aan bod de folteraars en gefolterden van Villa Triste.
Villa Triste, folterplaats
De bevrijders van Triëst - Italiaanse en Sloveense partizanen, Tito-brigades - die in de stad helaas komen tot een broederstrijd. Na de capitulatie van Duitsland slaagden de Tito-partizanen er in de macht over te nemen op 1 mei 1945. Maar deze Joegoslavische troepen moesten zich op 12 juni 1945 terugtrekken, op grond van een overeenkomst tussen Tito en de Geallieerden om de stad voorlopig te neutraliseren totdat een definitieve toewijzing of verdeling had plaatsgevonden. Geallieerde troepen handhaafden voorlopig de orde binnen een demarcatielijn die om de stad heen getrokken was. De massa-executies van geïnterneerde Italianen, Duitsers en Slovenen in het door de partizanen ingerichte kamp Basovizza droegen bij tot de vlucht van meer dan 150.000 Italianen en nationalistische Slovenen uit de gebieden die buiten die lijn onder Joegoslavisch gezag waren gekomen. Zij trokken vooral naar de nu overbevolkte stad Triëst.
De vierde Montenegrijnse Proletarische Brigade en het eerste Krajina-detachement in 1942
Kortom: ik heb nu maar een paar van de hoofdpersonen (of -partijen) genoemd, er staan er nog veel meer in het boek. De mensen zijn altijd aan een wapen gebonden, of het nu pijl en boog, sabel, houwitser van de Eerste Wereldoorlog, machinepistool, granaatscherven of 'Panzerabwehrkanone' is. Maar ook uniform, handgranaat of gasmasker; electrische stoel; bankbiljet en munt: alles wat verband houdt met oorlog kan aan de orde komen. Ze spelen een rol in het verhaal, komen samen met soms verzonnen  personages, Magris voegt dat alles samen tot één verhaal van mannen en wapens. Het is het werk van een verzamelaar, tevens het resultaat van hardnekkig onderzoek, maar ook van een gelukkig toeval, alles aangaande de oorlog. Ook grote zaken: een gepantserde auto, een Sovjettank, mijnenveger, granaten; boekenkasten, documentkasten.

De werkelijke verzamelaar wordt aan het einde van het boek geïdentificeerd; hij vervoerde de objecten, verdeelde ze en bewaarde ze op verschillende plaatsen rond Triëst, in afwachting van het vinden van een geschikte accommodatie voor zijn grote museumproject. Een oorlogsmuseum, maar niet ter meerdere glorie van de oorlog: integendeel, het moet een 'Total War Museum' worden om de komst van vrede te bewerkstelligen en oorlogvoering stop te zetten in de geschiedenis. Dat kan, omdat door de obsceniteit van het bloedbad en de vernietiging bloot te leggen, de tijd  moet worden  "omgekeerd": vrede moet er komen van het te kijk stellen van alle oorlogsinformatie.
Onze verzamelaar krijgt zijn museum nooit te zien. in een van zijn schuren, sterft hij 's nachts tijdens een brand, in de wanorde van honderden opeengestapelde stukken, Hij ligt in een tot bed gemaakte doodskist....
Maar het ontwerp sterft niet met hem ...

Die maniakale verzamelaar heette in werkelijkheid Diego de Henriquez (1909-1974), “een bevlogen Triëster, die zijn leven gewijd heeft aan het verzamelen van wapens, om een Oorlogsmuseum op te zetten dat, middels de expositie van talloze doodsinstrumenten, moest bijdragen aan de vrede”.
Diego de Henriquez, 1909-1974
Deze bizarre figuur, legendarisch in Triëst, met wie Magris lang geleden zelfs een praatje maakte, werd voor de roman literair bewerkt tot een fictief personage, een spreekbuis voor het hele verhaal.
Ondertussen heeft de echte stad Triëst de immense verzameling van Diego de Henriquez ondergebracht in een echt Oorlogsmuseum. Maar in de roman is dat museum nog in opbouw, met als curator de fictieve Luisa Brooks. Elke zaal herbergt een specifiek wapen, dat telkens de opmaat vormt voor een nieuwe episode in dit totaalboek over oorlog.
Buitenkant van het Museum van Diego de Henriquez, ook wel Museum van de Vrede genoemd. 

De Italiaanse titel is Non luogo a procedere, 2015. Letterlijk vertaald betekent dat: Geen plaats om verder te gaan. Als ik het goed begrepen heb, is het een juridische term, als van vervolging wordt afgezien omdat er geen voldoende bewijslast is.
Triest ligt aan de oostkant, in de oksel. 
De roman - die Magris jarenlange arbeid kost - heeft als hoofdrolspeler dus de naamloze hem, die later Henriquez blijkt. Luisa is het contrapunt, de charmante jonge vrouw die de opdracht krijgt om het project van het Museum uit te werken. Met haar, haar moeder Sara, de Joodse uit Triëst die de wroeging om het overleven na de Holocaust niet kan verwerken, en haar vader, de Afro-Amerikaanse sergeant Brooks, die in Triëst aankwam met de 92e Infanterie Divisie van zwarte soldaten. Hij zal de oorlog overleven en sterven tijdens een doodgewoon ongeluk op de startbaan van een vliegveld. "Het gezicht van de vader zou een nog diepere, ouder wordende droefheid kunnen onthullen: een verhaal ook van slavernij in Egypte en van Babylonische ballingschap, van Galuth, gedwongen ballingschap van Joden uit landen waar ze worden vervolgd.
Luisa heeft de taak om een ​​vorm te geven aan de vormeloze materialen, de babel van objecten die opgestapeld zijn, van tanks tot sabels, tot zakjes en boeken van oorlogswetenschappers, Sun Tzu, Raimondo Montecuccoli, Carl von Clausewitz, Mao Zedong, Giap. Het is geen gemakkelijke taak.

Ik citeer ten slotte nog een  stukje (vertaald met Google) uit een Italiaanse recensie, omdat ik zo veel mogelijk wil onthouden van dit rijke boek:
Geschiedenis, in de roman, is de hoofdrolspeler. Voor Claudio Magris, die de beroemde verloren schriftjes herschiep en schreef, is hij zeker geen leraar in het leven: "Geschiedenis is een korst van bloed" ; "De trein van de geschiedenis heeft een slechte adem"; "De geschiedenis is een landboek, aangezien onroerendgoedregisters in Triëst worden genoemd met de oude termijn die van kracht is in de Habsburgse deelstaat Oostenrijk"; "Geschiedenis is een afvalstortplaats"; "Geschiedenis is een elektroshock"; «Hoeveel miljarden miljarden cellen en verbindingen heeft de geschiedenis? "Voor zijn uitbreiding", zegt het rapport van de resonantie, "wordt de tumor niet-operabel geacht" "; "Alle menselijke geschiedenis is een wegschrapen van het geweten en vooral van het bewustzijn van wat verdwijnt".
De Risiera van San Sabba, de hel daar, vormt het donkerste geheim van dit boek. De rook uit die schoorsteen is nooit gestopt de wereld te vergiftigen. Claudio Magris schreef groteske pagina's over een feest in het Miramare-kasteel met zijn witte torens op 20 april 1945, aan de vooravond van het einde van wat de wereld toen vervuilde. Alles staat op het punt uiteen te vallen, maar de hoogste commissaris van de Adriatische kust, de gauleiter Friedrich Rainer, opent zijn receptie tegen de rode Slaven (Tito) en heft het glas op de gezondheid van de Führer die nog een paar dagen te leven heeft. Ze juichen de generaals van de Kozakken, cetnic-Serviërs, vluchtelingen toe in naam van de strijd tegen het bolsjewisme. Een gemaskerde tragedie. De Italianen, toen, de prefect Coceani, de federale Sambo die in Duits-Slavisch spreekt, de reders, de bouwers, de verzekeraars, de vice-president van de industriëlen die een warme boodschap voorlegt aan het grote Duitsland van de president.... De voordelen ontbraken zelfs in die donkere jaren niet. Sieg Heil.
Na de lunch, in de audiëntiezaal, verlaten de gasten de gedekte tafels, de officieren met losgeknoopte jasjes, de bourgeois met hun gezichten glimmend geworden van de drank. Ze liepen het kasteel op en neer, alle bijzondere kamers, onder andere de troonzaal waar de aartshertog Maximiliaan geen tijd had om te zitten. En dan in het park, slenterend tussen de araucarias, de azalea's en de ginko biloba, neuriënd in het Duits «La Paloma», flirtende met charmante dames naast de kopie van de Venus van Milo. De rook bleef ondertussen uit de schoorsteen van de Risiera komen, vlakbij het stadion.
"Gieren en hyena's van over de hele wereld verenigen zich, zich niet bewust van dat het in de plaats daarvan aas en karkassen zijn waarvan de stank de aaskevers al aantrekt,", schrijft Magris.
In Triëst, na de oorlog, werd er geen woord gewijd aan wat er in de Risiera di San Sabba was gebeurd. Jaren stilte, verwijdering. Zelfs de 'dichters zonder fouten' vielen stil. De nazi's gingen weg en vervolgden hun leven met weinig schade, de Republikeinen nog minder, sommigen namen zelfs een eremedaille aan! De collaborateurs, de dubbelagenten, de verantwoordelijken voor de spionnen, de heren van de stad, zelfs die samen spanden met de nazi-fascisten, bleven stil zoals hun collega's die duistere winsten hadden gemaakt in de handel in die jaren.
De proeven waren onvoldoende, misten de druk en de kracht van een bewuste publieke opinie. Het lijkt er niet op dat de stem van mislukte gerechtigheid echt verschijnt, de schuld die een gemeenschap na meer dan zeventig jaar betaalt, de roep van het onschuldige kind van die tijd, die een groot schrijver werd, die ons uitnodigt om die corrupte en onverzoenlijke wereld niet te vergeten.
(PS: Ik ben het Italiaans niet machtig, heb hier en daar de taal aangepast. Wilde het toch niet weglaten, vanwege de kracht van de boodschap van Magris die erin wordt overgebracht.)

zaterdag 6 juli 2019

Voorbij, voorbij, Clairy Polak, 2019.

 Boekomslag.
Ik zag Clairy Polak bij Pauw vertellen over haar eerste roman, die feitelijk autobiografisch is, maar verpakt als roman. Zij heet in het boek Judith, hij Leo - in werkelijkheid Nico Commijs. 
Schrijfster en journalist Clairy Polak.
Ik was nieuwsgierig naar dit boek, nieuwsgierig naar haar schrijfkunst, maar natuurlijk ook naar het lot dat haar en haar (inmiddels overleden) man trof. Hij werd dement, wat zij stukje bij beetje merkte, eerder dan hijzelf. Dat kan iedereen, ook mij overkomen. en hoe gaat dat dan?
Clairy Polak heeft dat in een mooi boek verwerkt. Het roept mededogen op met haar, de verzorgster. Ze vereenzaamt uiteraard, omdat haar soulmate weg is. Ze laat je meevoelen wat het is, om iemand om de tuin te leiden, omdat het thuis niet meer gaat, en hij naar een verpleeghuis moet. Ze onderneemt pogingen om hem in het begin zo veel mogelijk te laten doen, dus schrijft hij nog herinneringen op aan vroeger. Het zijn leuke afwisselingen in haar verhaal. 
Maar het wordt onvermijdelijk dat hij van huis weggaat, ze kan het niet meer met hem aan.
De jaren dat hij in het verpleegtehuis verblijft, zijn voor haar een instandhouding van de zinloosheid, die ze toch zo doet, middels haar regelmatige bezoekjes aan Leo, omdat het haar leven structuur geeft. Bovendien zegt ze dat ze nog steeds van hem houdt. De lezer geeft ze in deze fase van het boek meer informatie over de ziekte van Alzheimer, en ze refereert aan Adelheid Roosen en Hugo Borst die de televisieserie In de Leeuwenhpek maakten over Alzheimer-patiënten.
Bekend plaatje van Roosen en Borst met Alzheimerpatiënt, serie In de Leeuwenhoek.
De laatste hoofdstukken wijdt ze aan een korte vakantie in Zwitserland, een terugkeer naar de plek waar ze van oudsher al naar toeging. Het is een poging los te komen van Leo, en een eigen leven op te bouwen. 
De titel van het boek is naar een bekende dichtregel van J.C. Bloem, die ook op zijn graf gegraveerd staat:  
Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.... 
Dit is de dichter J.C. Bloem.
Ik kon niet nalaten uit te zoeken wie 'de echte Leo' precies was: hier zien we hem, met zijn vrouw. Nico Commijs heet hij.  Bij een Winter Kerstcircus. 
Ik kon al evenmin nalaten even te googelen op de naam Nico Commij, en  vond twee artikelen in Trouw: WINDHANDEL VAN ZES MILJOEN en PRETPARK VOL LUCHTKASTELEN. Het schokte me te lezen, dat Nico Commijs in die artikelen wordt afgeschilderd als een oplichter. Hij deed in beleggingen, en de zaken werden niet grondig onderzocht door de politie vanwege hun ingewikkeldheid. Het boek van Polak gaat natuurlijk over háár ervaringen met Alzheimer, maar ik kon niet om deze feiten heen. Temeer omdat zij wel in haar boek noemt dat hij diverse malen failliet is gegaan, en zij daarmee ook een paar keer het schip in is gegaan. Het heeft haar onder andere haar erfenis gekost. Niet mis!
Ik citeer een stukje uit Trouw:

"Het verslag van curator Meijers geeft een dramatisch beeld van een groep goedgelovige beleggers die zich verbonden aan de zoveelste louche zaak die vooral Nico Commijs opzette. Het is verwonderlijk dat hij zo lang in de financiële sector werkzaam kon zijn. In 1999 kwam hij nog met de schrik vrij. Met vier anderen, waaronder zijn broer, werd hij toen vervolgd voor oplichting van beleggers via het bedrijf Commijs & Partners. De schade was toen 6 miljoen gulden. Hij werd daarvoor veroordeeld zonder strafoplegging. De rechter vond dat de redelijke termijn van berechting was overschreden en hield het daarom bij een veroordeling."

Van de site Welingelichte kringen haal ik dit citaat, dat weergeeft hoe Clairy Polak erover schrijft: 

"Drie keer failliet
Voordat hij ziek werd ging haar man twee keer failliet met een investeringsbedrijfje, waarbij hij veel van zijn klanten dupeerde. Het gebeurde nog een derde keer toen hij al alzheimer had. “Ik heb het een van zijn minder aantrekkelijke kanten gevonden. Tegelijkertijd kon hij heel goed met tegenslag omgaan. Dat vond ik ook weer leuk aan hem. Hij wilde graag een shortcut to wealth maken, maar het maakte hem ook niet uit om een stapje terug te moeten doen. Het was bij hem angst voor de armoe die er vroeger bij hem thuis was. Daar ben ik pas tijdens het schrijven van het boek achtergekomen, toen ik zijn verhalen las. Hij wilde nooit meer die ­armoede. Terwijl ik een goede baan had, ik verdiende goed, dus dat hadden we ook niet. Maar hij wilde toch zijn steentje bijdragen, denk ik. Pas nu, achteraf, besef ik hoe belangrijk dat voor hem was.”


Hoe ernstig en invoelbaar zwaar het verhaal van de aftakeling van Leo ook is, als boek vond ik het niet echt goed. Al wordt het bij hoog en bij laag de hemel in geprezen. Ik vond de volgende mening bij de reviews van Bol.com, die mijn eigen mening goed weergeeft: 

"Treurig om je man zo mee te maken. Afschuwelijk, lijkt me dat. Ik kan de schrijfster alleen maar sterkte wensen. Helaas vind ik deze persoonlijke geschiedenis niet goed opgeschreven. Saai en voorspelbaar taalgebruik. Ook vind ik het oppervlakkig en algemeen, weinig diepgang. Meer een verslag dan een roman.
Ik moest mezelf dwingen het uit te lezen.
Jammer dat de bestsellerslijsten voornamelijk door bekende Nederlanders worden aangevoerd. Geld schijnt het enige criterium te zijn voor uitgevers."
De andere roman over dementie: Hersenschimmen, van Bernlef, 1984. 
Bernlef schreef een prachtig literair werk, dat van Clairy Polak is journalistiek geschreven. Dat betekent geenszins dat het niet de moeite waard is, ik denk dat veel mensen er steun in kunnen vinden voor hun eigen, soortgelijke lot. 
Voor mij persoonlijk telt het echter wel dat het géén meerwaarde heeft als literair werk.  

dinsdag 2 juli 2019

De Amerikaanse Revolutie, Stewart Ross, 2001.

De Amerikaanse uitgave, boekomslag.
Na het lezen van het boek van Russel Shorto, Lied der revolutie, had ik behoefte aan een overzichtelijk boek over de feiten van de Amerikaanse Revolutie. Dit boek, dat ik in vertaling las, voldeed aan die behoefte. Het is geschreven voor de jeugd, en afgezien van wat woordverklaringen vond ik dat niet vervelend. 
Het boek hoort in de serie Geschreven Geschiedenis, en Ross schrijft zijn verhaal aan de hand van originel documenten. 
Ik zal proberen een kort overzicht te geven van de relevante gebeurtenissen: 
De Amerikaanse revolutie vormde eigenlijk drie revoluties in één: 
- een verandering in de manier van denken, zowel in de Amerikaanse koloniën als in Groot-Brittanië;
(mensen hadden het recht hun eigen regeringsvorm te kiezen)
- de oorlog zelf, 1775-1783;
- de constitutionele revolutie: het versmelten van het nieuwe denken en militaire overwinning tot een unieke regeringsvorm. 
De wortels van de Amerikaanse revolutie lagen in de Engelse Revolutie; die woedde van 1642 tot 1645 (Engelse Burgeroorlog) . Het was een strijd tussen aanhangers van het vorstenhuis en het parlement. Oliver Cromwell (1599-1658) leidde de Republiek, nadat hij de monarch Karel I in 1649 liet onthoofden. Hij  werd zelf dictator, tot aan zijn dood. Daarna werd de monarchie weer hersteld. De spanningen tussen vorst en parlement bleven.  
Executie Charles I in 1649. 
Behalve de Britten had je nog andere volkeren die Amerika koloniseerden: In volgorde: 1497, John Cabot bereikt Newfoundland, en eist Noord-Amerika op voor de Britse Kroon;
1565: Spanjaarden stichten vestiging in St. Augustine, Florida;
1608: Fransen vestigen Quebec in Canada;
1614: Nederlandse bonthandelaren vestigen een handelspost in Albany, New York;
1607: Britten  vestigen zich in Jamestown, Virginia. 
Ook de Pilgrim Fathers, Britse Puriteinen, zetten in 1620 voet aan wal. 
Enzovoorts. 
De Franse Koloniën beschreven een boog rondom de Britse; hun dreiging verdween pas na de beslissende Frans-Indiaanse oorlog van 1754-1763, die deel uitmaakte van de Zevenjarige Oorlog in Europa. 
Behalve de koloniserende Eurpeanen had je natuurlijk de Indianen en de Afrikanen. De Indianen waren verdreven uit hun gebieden in het oosten, en bewoonden de uitgestrekte, niet in kaart gebrachte delen van het westen. 
De zwarte slaven werden sinds 1619 uit Afrika geïmporteerd. 

De kolonisten hadden een geheel eigen identitiet doen ontstaan: zelfredzaamheid, grote afstand ten opzichte van de koning thuis, een langzamerhand bloeiend leven op economisch en intellectueel terrein (de eerste universiteiten), eigen wetgeving. Het was logisch dat men zich losmaakte van Europa. 
Engeland veroverde in de Zevenjarige Oorlog een groot deel van Noord-Amerika, namelijk de oostkant, op de Fransen. (Verdrag van Parijs, 1763)
Aan de koloniën werd gevraagd door de Britten om bij te dragen in de kosten van de oorlog tegen de Fransen, en in de kosten van het onderhoud van de garnizoenen. Toen krabde men zich daar in Amerika wel even op het hoofd....
Men kon teruggrijpen op een werk van de Engelse filosoof John Locke (1632-1704), die in 1680 al stelde dat  'de enige waardevolle regering een regering was waaraan het volk zijn goedkeuring had gegeven.' 
John Locke; An essay concerning human understanding.
De kolonisten waren kwaad op Engeland onder andere vanwege de Proclamatie: die was van koninklijke wege uitgevaardigd in 1763, en verbood de kolonisten uit te breiden naar het westen. Het was onder meer bedoeld vanuit Engeland om de vrede met de Indianen te bewaren. De kolonisten zelf zagen het als een onderdrukkende maatregel van een vreemde mogendheid. 
Er waren ook andere ergernissen: er was geen echte godsdienst vrijheid, de Britten bij monde van aartsbisschop Thomas Secker legden min of meer het Anglicaanse geloof op. In Amerika had je de Congregationalisten, die veel meer uitgingen van een pluriforme vorm van godsdienstbeleving. 

De Britten vertegenwoordigden de rijkere klassen; die wilden geld halen uit de koloniën, toen er een recessie kwam na de Zevenjarige Oorlog. Boosdoener hier was premier George Grenville, die de Scheepvaartwetten in stand hield na de oorlog, omdat ze veel geld opleverden (bijvoorbeeld hoge invoerrechten op geraffineerde suiker). Alle Britse handelswaar diende ook vervoerd te worden op Britse schepen. 
Uit verzet beraamden de kolonisten een boycot van Britse goederen. 

Grenville voerde ook de Stamp Duty Act in, de zegelbelasting: die hield in, dat alle officiële doumenten, kranten enzovoorts, gedrukt moesten worden op papier voorzien van een reliëfstempel. Wet van 1765. Het was de eerste poging de koloniën rechtstreeks belasting op te leggen. De Zegelwet werd streng veroordeeld en bestreden. Deze reactie wordt algemeen gezien als het begin van de Amerikaanse Revolutie. De Amerikanen zagen koning George III, die regeerde van 1760-1815, als de grote boosdoener. 
King George III; 'Hij was kleingeestig, altijd overtuigd van zijn eigen gelijk en hij verlangde meer invloed in zaken dan haalbaar of verstandig was.'
De Zegelwet werd herroepen, maar in de Declaratory Act werd gesteld dat het Britse Parlement de zeggenschap over de koloniën behield. 
In 1766 kwam een nieuwe wet met belastingmaatregelen op onder andere thee. Vrouwen gingen zich er ook mee bemoeien, ze dronken geen thee meer en gingen zelf stoffen weven. 
Aan Amerikaanse (Patriottische) zijde had je the Sons of Liberty, radicaal en soms gewelddadig. De lont sloeg in het kruitvat op 5 maart 1770: 5 Patriotten werden gedood door soldaten. 
Boston Massacre, 5 maart 1770. 
John Dickinson  beschreef zijn ideeën in levendige artikelen onder de naam 'Brieven van een Boer uit Pennsylvania'; zij werden veel gelezen en speelden een sleutelrol bij het verenigen van de koloniën achter het standpunt van de patriotten. 
John Dickinson, 'the penman' of the Revolution.
Samuel Adams (1722-1803) was ongetwijfeld de meest doeltreffende leider van de Patriotten. Hij stond in de voorste gelederen van het verzet tegen de Zegelwet en de nonímport-beweging. Hield als conservatief wel lange tijd de onafhankelijkheid als oplossing tegen. 
Samuel Adams; was ex-belastingontvanger. :-)
In 1773 voerde Lord North  een Thee-wet in, in een poging het smokkelen tegen te gaan. 
In zee werpen van Engelse thee, Boston Tea Party; 342 kisten thee werden in de haven gedumpt.. 
De oorlog had als strijdkreet: 'De vrijheid of de dood!'  De strijd bij Bunker Hill was een Britse overwinning die veel levens kostte. 
Het gepraat over de strijd bemoedigde de slaven: immers, degenen die vrijheid eisten voor zichzelf, moesten die ook aan anderen gunnen. 
Thomas Paine (1737-1809) schreef Common Sense, waarin hij de mening van de meerderheid van de Amerikanen onder woorden bracht. Common Sense was meedogenloos, Paine noemde George III 'een koninklijke bruut', en alleen God was de koning van Amerika. 
In juni 1776 werd een document opgesteld, dat op 4 juli werd aangenomen: de Onafhankelijkheidsverklaring. Het werd geratificeerd door de jonge Thomas Jefferson, Benjamin Franklin, Roger Sherman, Robert R. Livingstone, en John Adams. 
The fouth of July: Independance Day.
1776, Declaration of Independence
George Washington leidde het leger als opperbevelhebber. Hij werd door generaal William Howe en zijn broer admiraal Lord Richard Howe verdreven uit New York. Hierna stak Washington de Delaware over in een vermetel kerstoffensief. 
Washington steekt de rivier de Delaware over, 
De mannen onder Washington leden verschrikkelijke ontberingen. 
In het geheim ondersteunden de Fransen de kolonisten. Onder leiding van Benjamin Franklin, bekwaam diplomaat, tekenden de Amerikanen en de Fransen een geheim bondgenootschap. Dit verergerde de problemen van Engeland aanzienlijk. De Fransen teisterden de Britten op de Atlantische Oceaan en in het Caraïbisch gebied. 
Spanje sloot zich in 1779 aan bij de anti-Britse coalitie en in 1780 ook de Verenigde Provinciën. Rusland, Zweden en Denemarken vormden een Gewapende Neutraliteit, waardoor alles bij elkaar Groot-Brittannië de heerschappij over de wereldzeeën verloor. 
De Fransen bezetten Minorca en Gibraltar en een paar Caraïbische eilanden.
Generaal Howe miste een kans toen hij het leger van Washington niet aanviel. Howe werd vervangen door Henry Clinton maar kon niet winnen. 
De eerste Amerikaanse diplomaat was de beroemde wetenschapper Benjamin Franklin. Zijn tact en diplomatie droegen bij tot het vormen van de Frans-Amerikaanse Alliantie; hij bleef tot 1785 minister van de VS in Parijs.

De slag bij Yorktown was een veldslag in 1781. Tijdens de veldslag stonden de Amerikaanse opstandelingen onder de leiding van George Washington, en hun Franse bondgenoten van markies La Fayette, tegenover de Britten onder leiding van Lord Cornwallis. De in Amerikaanse dienst vechtende Friedrich Wilhelm von Steuben had het commando over drie divisies.
Marie-Joseph Paul Yves Roch Gilbert du Motier, beter bekend als Marquis de La Fayette, 1757-1834. Volgens Alphonse de Lamartine gaf hij de democratie haar karakter: de eerlijkheid.
Markies van Cornwallis; werd verslagen bij Yorktown; officiële einde van de Onafhankelijkheidsoorlog. 
1783, George Washington rijdt New York binnen; door zijn militaire successen was Washington beroemd in heel Noord-Amerika en in het grootste deel van Europa.  
1783: Vrede van Parijs; Groot-Brittannië erkent de onafhankelijkheid van 12 aparte staten (Delwaware werd beschouwd als een deel van Pennsylvania.) 

Na de strijd kwamen de Verenigde Staten tot stand. De geschreven Artikelen van de Federatie (een voorloper van een grondwet) werden aangenomen, met een 'Bill of Rights'. Stemrecht hadden de blanke mannen, en de slavernij bleef gehandhaafd. De Onafhankelijkheidsverklaring was van het volk, niet van de staten. Belangrijke namen waren: George Washington, Thomas Jefferson, Benjamin Franklin. 
De eerste Amerikaanse vlag werd op 1 januari 1776 ontvouwen; de definitieve versie duurde wat langer, met de stars and stripes.. 
Pennsylvania vaardigde op 1 maart 1780 het Besluit tot Geleidelijke Afschaffing van de Slavernij uit. 
De Confederatie gaven het Congres recht om de buitenlandse zaken van de staten te regelen; eer werd een systeem van postbestelling ingevoerd, een federale munt ingesteld, en er kwam toezicht op de relaties met de Indianen. 
In feite had de Federatie weinig macht. Er kwamen moeilijkheden met Engeland en met Spanje, over geld (verdragen) en over gebieden. De Amerikaanse munt was weinig waard. 
De Artikelen van de Federatie moesten gewijzigd worden na een opstand. Ze waren meer een 'vriendschappelijk verbond' geweest dan een echte wet. Een nieuwe wet van 1785 was een verbetering. 
In 1787 werd officieel een Conventie geopend. Men vergaderde in het geheim overde volgende punten:
1. de centrale regering moest sterker worden en direct gezag krijgen over de burgerij;
2. de rechten van de afzonderlijke staten dienden te worden beschermd;
3. regeren via  door het volk gekozen afgevaardigden, i.p.v. directe democratie;
4. scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke machten binnen de regering. 
Hiertoe moesten de Artikelen van de Confederatie vervangen worden door een gloenieuwe Grondwet. De 'Vader van de Grondwet' was James Madison (1751-1836; President van 1809-1817).
James Madison, 'Vader van de Grondwet'. 
 De wet werd aangenomen in september 1787.
'We the People...'
De Grondwet omvat onder meer de scheiding der machten; het gezag is rechtstreeks afkomstig van het volk ('We the People'....).
Slavernij werd nog bevestigd als een integraal onderdeel van de cultuur; er moest nog een lange en bloedige burgeroorlog voor woeden om die afgeschaft te krijgen.

Er tekenden zich twee groepen af: de Antifederalisten, dit waren de mensen die de grondwet wantrouwden, omdat hij was opgesteld door welgestelde intellectuelen. Zou een krachtig presidentschap niet kunnen ontaarden in een nieuwe monarchie?
De Federalisten waren voor de Grondwet, en lanceerden een grote propaganda-campagne. 
Uiteindelijk won deze groep. Hun campagne verduidelijkten ze in de kranten in de zogenaamde Federalist Papers. 
George Washington was de voor de hand liggende kandidaat voor het eerste presidentschap. Er kwamen verschillende Amendementen op de Grondwet, het eerste met verscheidene rechten die voorheen in de rechten van de afzonderlijke staten stonden: het recht op vrije meningsuiting, persvrijheid en vrijheid van godsdienst.
Het Tweede Amendement is tegenwoordig een van de meest controversiële: het betreft het recht van het volk om wapens te dragen. 

De gevolgen van de Revolutie waren: de breuk met Groot-Brittannië; het opzetten van een duurzaam raamwerk voor de regering; de vrijheid van de Verenigde Staten om zich naar het westen uit te breiden. De laatste ontwikkeling werd desastreus voor de Indianen.
Politieke partijen ontstonden, de Democratische Republikeinen rond Jefferson: zij kwamen op voor de rechten van de staten, individuele vrijheid en de landbouw.
De andere partij was de conservatieve Federalisten, aangevoerd door Hamilton en John Adams; die partij werd gesteund door de steden en de welgestelde klassen. 
Het oppergerechtshoof kreeg enorm veel macht, omdat het de macht kreeg de constitutie te interpreteren. Dit staat in de Judicial Review: de toetsing van de wettten aan de grondwet. Dit werd zo bepaald door John Marshall. 
In 1875 kwam de Civil Rights Act, 100 jaar na de Onafhankelijkheidsverklaring. Het was een poging een eind te maken aan de discriminatie van niet-blanken. Werd verworpen door het hooggerechtshof!