maandag 15 september 2014

Mulholland Drive, David Lynch, 2001.

Poster
Een donkerharige vrouw (gespeeld door Laura Harring) krijgt midden in de nacht een ongeluk op Mulholland Drive in Los Angeles en verliest daardoor haar geheugen. Verward loopt ze terug naar de stad en overnacht in een leegstaand appartement. De volgende dag wordt ze daar gevonden door Betty Elms (gespeeld door Naomi Watts), een jonge actrice die net naar Hollywood is verhuisd met de bedoeling het daar te gaan maken. De donkerharige vrouw weet niet hoe ze heet, maar besluit zichzelf Rita te noemen omdat ze de naam Rita Hayworth op een filmposter ziet staan. Betty en Rita proberen samen te reconstrueren wat er met Rita gebeurd is. Er ontwikkelt zich een lesbische relatie tussen beiden.
Ondertussen gebeuren er vreemde dingen, die zeker op het eerste gezicht geen verband lijken te houden met de hoofdlijn. Een man vertelt over een nachtmerrie die vervolgens werkelijkheid wordt, filmregisseur Adam Kesher (Justin Theroux) wordt bedreigd door de maffia, er vindt een ontmoeting met een geheimzinnige cowboy plaats en een onervaren crimineel steelt een 'black book'.
De film wordt hoe langer hoe meer bizar en onnavolgbaar totdat alle verhaallijnen ineens stoppen en er een nieuwe film lijkt te beginnen. Naomi Watts speelt nu de geflopte actrice Diane Selwyn, die ongelukkig is met haar leven. Haar partner Camilla (Laura Harring) heeft haar verlaten voor gevierd regisseur Adam Kesher. Boos, vernederd en ten einde raad huurt Diane iemand in om Camilla te laten vermoorden en ze pleegt uiteindelijk zelfmoord.
Het oudere echtpaar dat Betty in het vliegtuig heeft ontmoet, en die haar achter haar rug uit lijken te lachen. Wat is precies hun rol?
De lesbiennes, maar ook rivalen. 
Deze rol weet ik niet meer. Hij had geloof ik iets te maken met de filmindustrie, en de rolverdeling.
Dit is de man die een ander angst aanjaagt in diens droom. De betekenis is niet precies duidelijk. 
Betty speelt een dijk van een auditie; of fantaseert ze die? 
De hospita en een andere huisbewoonster, een helderziende. 
Llorando (Crying), Rebekah del Rio; slot. 
Camilla en Adam 
De sleutel van de blauwe doos 
De geheimzinnige cowboy 

De man met de vreselijke nachtmerrie; zie foto boven.
David Lynch 

Trailer
 
Aangezien er heel wat onduidelijkheden in de film zitten, zijn er nogal wat interpretaties van. Ik geef hier eerst de twee eenvoudigste, uit de Wikipedia:

Eerste Interpretatie

De film is opgesplitst in twee gedeeltes. Het tweede gedeelte speelt zich hierbij af vlak voor het eerste gedeelte. In het tweede gedeelte speelt Naomi Watts een heel andere rol dan in het eerste gedeelte. In het eerste gedeelte zagen we hoe de twee actrices elkaar ontmoetten en vervolgens een lesbische relatie kregen. Vervolgens komen ze in het theater waar niets is wat het lijkt, dit is het theater waarin de trompetsolo gegeven werd. Dit theater moet eigenlijk de bioscoop symboliseren. Vervolgens openen de twee actrices de mysterieuze kubus en ontvouwt zich het tweede gedeelte. Deze donkere kubus symboliseert het verhaal zelf. Betty en Rita wordt de kubus (= het verhaal) geopenbaard. Hierna wordt het hele verhaal duidelijk uitgelegd. Dit gedeelte speelt zich dus een paar dagen ervoor af. Diana Selwyn komt er achter dat haar partner Camilla vreemd gaat met regisseur Adam Kesner en wil wraak nemen. Daarom organiseert zij de moordaanslag op haar partner. Nadat Camilla bij deze mislukte moordaanslag haar geheugen kwijtraakt, wil Diane niet meer leven. Ze pleegt zelfmoord, haar lijk wordt halverwege het eerste deel gevonden als Betty en Rita in het appartement gaan kijken. Rita is dus gewoon Camilla die haar geheugen was kwijtgeraakt.
De conclusie van deze interpretatie is simpel: Mulholland Drive heeft een simpel verhaal dat alleen niet chronologisch verteld wordt. Lynch heeft ons bewust op een dwaalspoor gezet door zowel Betty als Diane (twee totaal verschillende personages) door dezelfde actrice te laten spelen. De film eindigt met een shot van een spookachtige zwerver die dezelfde kubus in z'n handen ronddraait. Dit personage moet eigenlijk David Lynch zelf voorstellen: hij draait de kubus (het verhaal) in z'n handen. Hij is meester van het verhaal, als hij wil, kan hij het verhaal (kubus) zo omdraaien.

Tweede Interpretatie

Een tweede veel gehoorde interpretatie is Freudiaans van aard en gaat uit van het idee dat (onbewuste) verlangens in dromen naar voren komen. Volgens deze zienswijze is het eerste deel van de film de droom van Diane Selwyn, die zichzelf als Betty een betere carrière en een ideale relatie met Rita/Camilla toedeelt. Als men dit deel als droom begrijpt, is het te verklaren dat de gebeurtenissen soms en in toenemende mate onsamenhangend zijn. Het tweede deel van de film moet dan worden geïnterpreteerd als de kille 'werkelijkheid' waarin Diane mislukt en verlaten is.
Naast deze interpretaties doen andere interpretaties en meer en minder plausibele theorieën de ronde.
Verder vond ik nog deze analyse. Snel verteld, maar wel leuk.
Ik vond het een spannende, intelligente film. En juist dat er nog raadsels overblijven maakt hem zo boeiend. Altijd goed om hem nog eens te zien.
En ... ik ben nieuwsgierig geworden naar andere films van David Lynch.

Oh ja: de titel verwijst naar een bekende bochtige weg door de heuvels van Los Angelos. Het is de plaats waar de donkerharige vrouw verongelukt en waar Betty later zelfmoord pleegt. 

My son, my son, what have ye done, Werner Herzog en David Lynch - 2009

Poster
Werner Herzog boeit mij als regisseur. Vooral sinds Grizzly Man, de documentaire die hij in 2005 maakte over berenliefhebber Timothy Treadwell. Treadwell werd daar aan het eind samen met zijn vriendin opgegeten door een beer.
Fitzgeraldo vond ik maar raar, met die boot die over een heuvel gesleept moest worden. Daarentegen genoot ik weer van zijn documentaire Cave of forgotten dreams, zie mijn blog daarover.
My son, my son what have ye done viel mij weer wat tegen. Het gaat over een vreemde jonge man, die veranderd is na een kajak-vakantie met zijn vrienden. Al zijn vrienden komen daarbij om, alleen hij, Brad McCullam, overleeft. God heeft hem gewaarschuwd niet te gaan kajakken, omdat de rivier te gevaarlijk is. Van dan af verandert hij steeds meer. Zijn vriendin, Ingrid, vertelt die aan detective Havenhurst.
Ingrid en Brad. Brad vertolkt door Michael Shannon.
Nog een andere getuige duikt op: de regisseur Lee Meyers, met wie Ingrid en Brad samen met een groep het Griekse drama Elektra aan het repeteren waren.
Scene uit het Griekse drama; een parallel met het filmverhaal.
We weten al, dat Brad zijn eigen moeder vermoord heeft, met een zwaard. Hetzelfde zwaard als waarmee hij in het toneelstuk op moest treden. (Hij heeft dit gekregen van zijn oom, die een struisvogelfarm heeft.) We krijgen een terugblik in het leven van moeder, zoon en aanstaande schoondochter. De moeder blijkt een vreselijke vrouw te zijn, van wie de zoon nooit los is kunnen komen. Ingrid wil graag met hem trouwen, dus dat gaat niet, met een man met zo'n sterke moederbinding.

 
Een enge moeder-zoonverhouding.
Dit is wel lollig: die vreemde moeder serveert het griezeligste toetje dat je je maar denken kunt. Zoon weigert eerst, maar dat is geen optie.
De actrice Grace Zabriskie als de moeder Mrs. Cullam. 
Het verhaal is wat erg voorspelbaar, zo met dat Griekse drama als parallel. Een 'verrassing' is nog, dat de twee hostages twee flamingo's blijken te zijn.
Twee 'gijzelaars'
Het past helemaal bij de rare taal die Brad uitslaat. Wij zeggen tegenwoordig van zo iemand dat het een 'verwarde man' is. In de film is dit een van de mooiste dingen: de verwarde taal is pure poëzie.
Het tobberige, in dat opzicht prachtige gezicht van Brad McCullam (Michael Shannon).
Er zijn ook overigens af en toe schitterende beelden, zie hieronder bijvoorbeeld die van de struisvogels en van het landschap.
 
 
De moedermoordenaar komt naar buiten en geeft zich over.
Het maken van de film kende een lange voorgeschiedenis. Herzog was er al een tijd mee bezig voordat hij het af kon ronden. Hij gebruikte het waar gebeurde verhaal van de moordenaar Mark Yavorski, die de hoofdrol had in Sophocles' Elektra. Hetzelfde dus als Brad McCullam. Wat verdere verhaallijn betreft heeft Herzog het origineel losgelaten. Mogelijk zijn de dialogen wel authentiek. De productie lag stil, totdat David Lynch die op zich wilde nemen. De plaats van opname is vlak bij die van de moord door Yavorski, in San Diego.
Er zitten enkele beelden in die raadselachtig blijven: het lange staren in de camera van de moeder, de beelden van de struisvogels, een Chinese markt en Calgory; tenslotte nog het gooien met  havermout.

Chloë Sevigny als Ingrid (in het Griekse drama is zij de moeder) en Willem Dafoe als detective 
Trailer
Ik denk dat ik de film nog eens een tweede keer moet bekijken, om achter bepaalde bijzonderheden te komen. Herzog wilde dat het verhaal voorspelbaar was. Wat wilde hij dan nog meer zeggen? Misschien kom ik op een en ander nog terug.

zaterdag 13 september 2014

Dat hebben we gehad (Goodbye to all that), Robert Graves, 1929

Dit is een deel van de omslag van de vertaling van het boek Goodbye to all that. Het is de bewerking uit 1957 van het boek uit 1929.  
Het omslag van de eerste uitgave uit1929.
Ik ken de versie van 1929 niet, maar heb gelezen dat die anders is dan die van 1957. Graves had in de twintiger jaren een verhouding met de Amerikaanse dichteres Laura Riding, van wie het idee kwam een autobiografie te schrijven die een afsluiting moest vormen van zijn leven tot dan toe. Graves was toen 34, zijn huwelijk was gestrand.
Ik kan de site niet meer terugvinden waarin ik las, dat de eerste uitgave eigenlijk 'eerlijker' was dan de herziene versie van 1957. Graves werkte in die tweede alles weg wat herinnerde aan Laura, die periode uit zijn leven leek toen weer minder belangrijk.
Graves begint zijn boek met het verhalen van zijn afkomst. Zodoende krijg je al een aardig beeld van wat voor man hij is. Van zijn moeder heeft hij Duits bloed, wat zichtbaar wordt aan de naam Von Ranke. Hij heeft het op school dikwijls moeilijk, het boksen helpt hem zich staande te houden.
Hij geraakt in de Grote Oorlog, en beschrijft zijn wederwaardigheden daar. Nergens is hij sentimenteel, hij beschrijft de ergste dingen kort. We komen heel wat bijzonderheden aan de weet over het hoe en wat in de loopgraven. Om een beetje te laten zien hoe Graves dat doet, heb ik hieronder een aantal citaten overgenomen van Wikiquotes:  
 
Goodbye to All That (1929 


Having now been in the trenches for five months, I had passed my prime.
Graves' autobiography is famous for its vivid account of life in the trenches in the First World War (1914–18).
  • James Burford, collier and fitter, was the oldest soldier of all. When I first spoke to him in the trenches, he said: "Excuse me, sir, will you explain what this here arrangement is on the side of my rifle?" "That's the safety catch. Didn't you do a musketry-course at the depôt?" "No, sir, I was a re-enlisted man, and I spent only a fortnight there. The old Lee-Metford didn't have no safety-catch." I asked him when he had last fired a rifle. "In Egypt in 1882," he said. "Weren't you in the South African War?" "I tried to re-enlist, but they told me I was too old, sir... My real age is sixty-three."
    • Ch.12
  • I protested: "But all this is childish. Is there a war on here, or isn't there?"
    "The Royal Welch don't recognize it socially," he answered. (Dat maakt voor de Royal Welch geen verschil wat de onderlinge verhoudingen betreft.)
    • Ch.14


Patriotism, in the trenches, was too remote a sentiment, and at once rejected as fit only for civilians, or prisoners. A new arrival who talked patriotism would soon be told to cut it out.
  • Cuinchy bred rats. They came up from the canal, fed on the plentiful corpses, and multiplied exceedingly. While I stayed here with the Welsh, a new officer joined the company... When he turned in that night, he heard a scuffling, shone his torch on the bed, and found two rats on his blanket tussling for the possession of a severed hand.
    • Ch.14
  • Having now been in the trenches for five months, I had passed my prime. For the first three weeks, an officer was of little use in the front line... Between three weeks and four weeks he was at his best, unless he happened to have any particular bad shock or sequence of shocks. Then his usefulness gradually declined as neurasthenia developed. At six months he was still more or less all right; but by nine or ten months, unless he had been given a few weeks' rest on a technical course, or in hospital, he usually became a drag on the other company officers. After a year or fifteen months he was often worse than useless.
    • Ch.16 On being in the trenches in France in 1915
  • There was a daily exchange of courtesies between our machine guns and the Germans' at stand-to; by removing cartridges from the ammunition-belt one could rap out the rhythm of the familiar prostitutes' call: "MEET me DOWN in PICC-a-DILL-y", to which the Germans would reply, though in slower tempo, because our guns were faster than theirs: "YES, with-OUT my DRAWERS ON!" (Ja, maar zonder onderbroek.)
    • Ch.16
  • Patriotism, in the trenches, was too remote a sentiment, and at once rejected as fit only for civilians, or prisoners. A new arrival who talked patriotism would soon be told to cut it out. (...  dat hij erover op moest houden.)
    • Ch. 17


It would have been difficult to remain religious in the trenches even if one had survived the irreligion of the training battalion at home.
  • Hardly one soldier in a hundred was inspired by religious feeling of even the crudest kind. It would have been difficult to remain religious in the trenches even if one had survived the irreligion of the training battalion at home.
    • Ch. 17
  • Anglican chaplains were remarkably out of touch with their troops. The Second Battalion chaplain, just before the Loos fighting, had preached a violent sermon on the Battle against Sin, at which one old soldier behind me had grumbled: "Christ, as if one bloody push wasn't enough to worry about at a time!" (Jezus, alsof één knokpartij tegelijk godver nog niet genoeg is.)
    • Ch. 17
  • England looked strange to us returned soldiers. We could not understand the war madness that ran about everywhere, looking for a pseudo-military outlet. The civilians talked a foreign language; and it was newspaper language.
    • Ch. 21
  • "I got shot in the guts at the Beaumont-Hamel show. It hurt like hell, let me tell you. They took me down to the field-hospital. I was busy dying, but a company-sergeant major had got it in the head, and he was busy dying, too; and he did die. Well, as soon as ever the sergeant-major died, they took out that long gut... and they put it into me, grafted it on somehow. Wonderful chaps, these medicos! ... Well, this sergeant-major seems to have been an abstemious man. The lining of the new gut is much better than my old one; so I'm celebrating it. I only wish I'd borrowed his kidneys, too."
    • Ch.21
  • Opposite our trenches a German salient protruded (een vooruitstekende punt inde Duitse linie), and the brigadier wanted to "bite it off" in proof of the division's offensive spirit. Trench soldiers could never understand the Staff's desire to bite off an enemy salient. It was hardly desirable to be fired at from both flanks; if the Germans had got caught in a salient, our obvious duty was to keep them there as long as they could be persuaded to stay. We concluded that a passion for straight lines, for which headquarters were well known, had dictated this plan, which had no strategic or tactical excuse.
    • Ch.22
  • Nancy and I were married in January 1918 at St. James's Church, Piccadilly, she being just eighteen, and I twenty-two. George Mallory acted as the best man. Nancy had read the marriage-service for the first time that morning, and been so disgusted that she all but refused to go through with the wedding, though I had arranged for the ceremony to be modified and reduced to the shortest possible form. Another caricature scene to look back on: myself striding up the red carpet, wearing field-boots, spurs and sword; Nancy meeting me in a blue-check silk wedding-dress, utterly furious; packed benches on either side of the church, full of relatives; aunts using handkerchiefs; the choir boys out of tune; Nancy savagely muttering the responses, myself shouting them in a parade-ground voice.
    • Ch. 25
  • Shells used to come bursting on my bed at midnight, even though Nancy shared it with me; strangers in daytime would assume the faces of friends who had been killed... I could not use a telephone, I felt sick every time I travelled by train, and to see more than two new people in a single day prevented me from sleeping.
    • Ch.26 On being at home in Harlech in 1919. During the First World War, the mental effects of war on the fighting men were called shell shock or neurasthenia — or dismissed altogether as cowardice. Graves describes very clearly symptoms of what would now be seen as Post-Traumatic Stress Disorder.
  • In the middle of a lecture I would have a sudden very clear experience of men on the march up the Béthune–La Bassée road; the men would be singing... These daydreams persisted like an alternate life and did not leave me until well in 1928. The scenes were nearly always recollections of my first four months in France; the emotion-recording apparatus seems to have failed after Loos.
  • At the end of my first term's work, I attended the usual college board to give an account of myself. The spokesman coughed, and said a little stiffly: "I understand, Mr. Graves, that the essays which you write for your English tutor are, shall I say, a trifle temperamental (een beetje heetgebakerd). It appears, indeed, that you prefer some authors to others."
    • Ch. 27
  • Professor Edgeworth, of All Souls', avoided conversational English, persistently using words and phrases that one expects to meet only in books. One evening, Lawrence returned from a visit to London, and Edgeworth met him at the gate. "Was it very caliginous in the metropolis?" "Somewhat caliginous, but not altogether inspissated," Lawrence replied gravely.
    • Ch. 28
    • (Was het erg nebuleus in de Metropool? - Tamelijk nebuleus, maar het veroorzaakte geen inspiratorische problemen, antwoordde L. doodernstig.)
Het voorwoord in mijn uitgave (vertaling) was van Stefan Brijs. Ik ken Brijs van Post voor Mevrouw Bromley, een roman die hij schreef over de Grote Oorlog. Brijs blijkt zeer veel materiaal geput te hebben uit Graves. Goodbye to all that geldt in het algemeen als onontbeerlijk voor een goed inzicht in het leven in de loopgraven tijdens de WO-I.
Graves had veel contacten met andere bekende Britten, zoals T.E. Lawrence (Lawrence of Arabia), Siegfried Sassoon, Wilfred Owen, Bertrand Russel, en meer. Al deze mensen komen ook aan de orde, wat het boek nog eens extra interessant maakt.
Graves is zeer ernstig gewond geraakt tijdens de gevechten. Hij werd zelfs als gesneuveld gerapporteerd aan zijn moeder! Wat moet dat gek geweest zijn, toen die hoorde dat haar zoon nog leefde! Zijn longen waren wel ernstig aangetast. Toch is Graves maar liefst 90 jaar oud geworden. Hij is gestorven op Mallorca.
Graves is twee keer getrouwd geweest, bij alle twee de vrouwen had hij vier kinderen. Hij heeft, behalve Goodbye to all that, nog een ongelooflijke hoeveelheid andere boeken geschreven, waaronder het bekende I, Claudius. En natuurlijk was Grave, net als Sassoon en Owen, dichter.

 .  
Grote Oorlog
Graves als officier 
Graves op latere leeftijd.
Ik moet bekennen dat ik soms moeite met dit boek had. Hij schrijft heel veel in weinig woorden. Daarbij ben ik niet op de hoogte van militaire termen als compagnie, bataljon, divisie, de diverse rangen enzovoorts. Daardoor ontgingen mij soms dingen. Ik dacht aanvankelijk dat dat aan mijn Engels lag - ik las het boek een paar jaar geleden in het Engels - maar ook in de vertaling kwam ik er niet altijd uit. Mijn concentratie raakte daardoor soms ook weg.
Er staan nog interessante dingen in DIT BLOG, en in deze Active history .
Graf van Graves, 1895 -1885.

vrijdag 12 september 2014

Doubt, John Patrick Shanley, 2008.

Poster
Meryl Streep en Amy Adams, respectievelijk hoofd van de school (Zuster Aloysia) en zuster James 
Leerlingen van de parochieschool, klassister James 
Het gesprek tussen hoofd der school en de moeder van Donald Miller 
Father Flynn 
Mevrouw Miller, een prachtige rol van Viola Davis.
Nog een keer met Streep 
Donald Miller, vertolkt door Joseph Foster

Trailer
Deze geweldige film is gemaakt naar het toneelstuk van de schrijver John Patrick Shanley, die ook de film regisseerde. De film is zo prachtig, omdat alle spelers erin zo ijzersterk zijn. Het was weer eens een plezier Philip Seymour Hoffman te zien, wat speelt die man toch geweldig! Wat ontzettend jammer dat hij er niet meer is.
Meryl Streep is ook geweldig als superstrenge hoofdnon - al trok ze mij misschien wat te vaak met haar mond. Maar laat ik niet zeuren, ze was prima in haar rol. Het allermooiste vond ik de moeder van David. Ademloos zat ik te kijken en te luisteren naar het gesprek tussen haar en Meryl Streep. Voor mij was zij  geheel en al overtuigend en ontroerend in haar antwoord op Aloysia, al was die ook geschokt door wat ze hoorde.
 
Ik vertel kort het verhaal van de film: Father Flynn is een hartstikke leuke, vlotte priester. Hij preekt ook geweldig, bijvoorbeeld de preek over de twijfel, waarmee de film begint. Twijfel verbindt ons mensen, zegt hij. Met deze preek laadt hij wel een zekere verdenking op zich, want Streep wil wel eens weten of hij persoonlijk ook reden heeft om te twijfelen.
Er dient zich een verdachte situatie aan, waarbij de vraag aan de orde is of er sprake is van misbruik van de priester met de enige zwarte leerling van de school.
Wet knappe van de film is, dat er geen antwoord op die vraag komt. wij als kijkers moeten zelf maar uitmaken voor wie we kiezen, want de priester blijft ontkennen, Streep blijft beschuldigen. Ze krijgt de priester ook weg, maar die wordt elders juist bevorderd tot pastoor.
De moeder van Donald maakt het niet uit. haar zoon moet de rit maar uitzitten tot juni, dan kan hij naar een betere vervolgschool. Ze is alleen maar blij dat de priester haar zoon wat beschermt en steunt, hij wordt gepest, en zijn vader slaat hemthuis bont en blauw. Helemaal als hij zou weten dat Donald homosexueel is.  
Zoals gezegd: vader Flynn neemt ontslag. Hij vertrekt na weer een mooie preek. We zien zuster Aloysia en zuster James samen in de tuin. De strenge zuster breekt in tranen uit, ten slotte erkent ze dat ze twijfelt...
Ik heb niets verteld van de rol van zuster James, die ook prima is. Zij is een jonge, wat naïeve zuster. Zij gelooft de priester wel, dat hij geen kwaad in de zin heeft gehad. Zij heeft een eigen klas met jongens. Je merkt dat ze veel liever is dan haar tegenpool Aloysia, maar ze kan diens strengheid toch goed gebruiken. Zij vangt Streep op aan het slot van de film.
De schrijver en regisseur.

donderdag 28 augustus 2014

Yn dat sykjen sûnder finen - Documentaire over Tsjebbe Hettinga van Pieter Verhoeff, 2006.

Zo zag ik hem bijna steeds voordragen, de blinde dichter: met de ogen dicht.
Tsjebbe Hettinga, de blinde, Friese dichter, leefde van 1949 tot 2013. Eerlijk gezegd had ik nog nooit van hem gehoord.
Dat veranderde met de uitzending van Zomergasten van zondag 24 augustus jongstleden, waarin David van Reijbrouck vertelde van zijn bewondering voor hem. Hij heeft Hettinga ook enkele keren ontmoet, omdat Van Reijbrouck zich heeft beziggehouden met de vertaling van zijn gedichten. Om ons met hem te laten kennismaken liet Van Reijbrouck een stukje uit de documentaire zien In dat sykjen sunder finen (= In dat zoeken zonder te vinden) van regisseur Pieter Verhoeff, uit 2006, over Tsjebbe Hettinga. De maandagavond aansluitend werd die documentaire in zijn geheel getoond op Holland Doc.
Ik was diep onder de indruk, en ontroerd door de stem en de voordracht van Hettinga. Wat een bevlogenheid! Al versta ik het Fries niet, de muzikaliteit, het wonderbaarlijke van de zeggingskracht, het geïnspireerde, de schoonheid, de natuur, en het verlangen/ de weemoed komen wel sterk over!
Ik heb hier een stukje van de documentaire overgenomen.
Misschien koop ik nog wel eens een boek van Hettinga. Maar het moet denk ik wel een luisterboek worden, met zijn stem erop.

Stukje uit de documentaire, zoals getoond in Zomergasten.

woensdag 27 augustus 2014

De man die zijn haar kort liet knippen, Johan Daisne, 1947.

Hoes van de film
Het was een groot plezier om weer eens De man die zijn haar kort liet knippen, van Johain Daisne te herlezen. Natuurlijk was het ook voor mij destijds een hit, in mijn middelbare school-tijd. Iederéén las het, je hoorde er ook helemaal bij met dit boek.
Natuurlijk was het spannendste gedeelte het stuk over de lijkopening, het tweede stuk.
Niet, dat Daisne zijn boek daadwerkelijk in delen heeft verdeeld, het is juist als één bewustzijnsstroom geschreven. Nergens witregels, noch alinea's. Lettertjes van boven naar beneden en van links naar rechts over alle bladzijden.
De delen die te onderscheiden zijn, zijn de afscheidsavond van de zeven meisjes (maar in het bijzonder van Fran (Eufrazia) Veerman; een lijkonderzoek op een kerkhof, tien jaar later; de hereniging met Fran in een hotel en de moord op haar.
Behalve het spannende middendeel was ik het boek een beetje vergeten, maar langzaam kwam de verhaallijn wel weer terug. Al bleef de ontknoping tot het einde toe een verrassing.
We beleven de gedachten van de hoofdfiguur Godefried Miereveld mee. Hij is een echte piekeraar, die het leven niet aankan. Zie zijn naam: Mierenveld, die precies weergeeft wat er in hem krioelt. De voornaam Godefried is daarmee in tegenstelling. De naam geeft ook de rust weer die hij zoekt. Hij voelt zich van iedereen de mindere. De enige manier om zijn arme, gepijnigde en pijnigende hoofd tot rust te brengen, is bij de kapper te zitten en daar de rust van de zoemende tondeuse, of de knedende handen van de kapper te ondergaan.
Boekomslag
Op de afscheidsavond van Fran heeft hij zich mooi kort laten knippen, omdat hij er daarmee jonger uitziet. Hij vergelijkt zich met rechter Brantink, in zijn nadeel natuurlijk.
Hij stelt zich eigenlijk een beetje aan voor de meisjes, koopt snoep en een boek voor Fran. Maar ze bedankt hem niet eens, beduimelt het boek. Hij huilt, als hij ziet dat haar naametiket bij haar kapstok verdwenen is. Nu heeft hij zelfs die schamele herinnering niet.
Van het lijk dat professor Mato onderzoekt, horen we een paar bijzonderheden: twee kiezen ontbreken, alsook een voet; er is een mooi genezen breuk in het been, en een bijzonder grote schedel.
Miereveld is uiteraard zeer aangegrepen.
In het hotel waar hij met de professor en diens assistent overnacht, ontmoet hij na tien jaar Fran weer. Hij zoekt haar op in haar kamer, en bekent haar zijn liefde, en zijn zorgelijke gedachten. Ook zij blijkt zo'n piekeraarster, al is haar hele leven anders verlopen. Zij had destijds een affaire met rechter Brantink, reden waarom die verwijderd was van school. Haar vader was natuurlijk woedend en zij is daarna haar eigen gang gegaan. Er kwamen nog veel meer mannen op haar pad, maar die brachten alleen maar desillusies. Zoals Godefried weet dat de schoonheid (die hij in Fran belichaamd ziet) niet te vinden is, zo weet zij dat ook. Ook al betekent Eufrazia ook ogentroost. Ze toont Godfried een aantal attributen: een pistool van haar vader, dat hij haar tot haar vloek gegeven heeft. Verder het etiketje met haar naam, waar Godfried zo om gehuild heeft; en het boek dat ze die avond van hem kreeg.
Ze vertelt hem, dat haar vader destijds geweldddadig om het leven gekomen is. Hij belandde in het water. Uit de details die ze over hem geeft, blijkt dat Godefried naar zijn autopsie heeft staan kijken. Zij vraagt hem haar te doden, omdat het leven geen zin meer heeft. Daar voldoet hij aan, en zo belandt hij in een krankzinnigengesticht. Daar hoort hij later van de directeur dat Fran nog leeft. de lezer blijft zitten met de vraag, wat er nu precies wel of niet gebeurd is.
In 1966 werd het boek van Daisne verfilmd door André Delvaux.

Stukje uit de film van Delvaux. 
Voorbeeld van een der vertalingen
De schrijver Johan Daisne, pseudoniem voor Herman Thiery. Hij wordt wel de Vlaamse Dostojevski genoemd. Hij introduceerde in het Vlaams het zogenaamde magisch realisme, waartoe ook De man die zijn haar kort liet knippen behoort. Behalve romans schreef hij gedichten, essays en toneelstukken. Daisne leefde van 1912 tot 1978.
 
 

 
 

zondag 24 augustus 2014

Lourdes, Jessica Hausner, 2009

Hoes met hoofdrolspeelster Sylvie Testud
Mooie film van Jessica Hausner. 
Jonge vrouw, Christine, die lijdt aan MS en volkomen bewegingloos in een rolstoel zit, gaat naar Lourdes. Ze geeft de indruk vooral te komen om aan de eenzaamheid te ontsnappen, en niet erg gelovig te zijn.
Dit is Christine, die gelaten kijkt naar het hele religieuze circus om haar heen. 
Zo wordt ze 's avonds naar bed gebracht, door twee zusters.  
En zo ligt ze dan met een room-mate op de kamer, een oudere dame. Zie het Mariabeeldje op haar nachtkastje! 
Alles is gereglementeerd, bezoeken aan de kerk, aan de grot, het 'baden' in gewijd water. 
De grot waar Maria aan Bernadette zou zijn verschenen. 
Het jonge zustertje vertelt dat vrijwilligerswerk zo zinvol is. Je ziet Christine denken! Want later probeert het zustertje wel steeds het aan te leggen met een mannelijke vrijwilliger. Die gelukkig meer oog heeft voor Christine. (Maar haar op het einde toch laat staan.)
Overal schalt Ave Maria-muziek uit de luidsprekers. 
En van deze priesterlijke ruggen word ik persoonlijk ook wat depressief. 
Een zalvende priester, die het alleen maar heeft over genezing van de ziel, nederig aanvaarden van je lot, en ga maar door. Van alles waar je weinig voor koopt. 
Ja, en hier is er dan een hoop gebeurd: niet een heel religieuze pelgrim wordt geraakt door een wonder, maar onze eigen Christine. Die eigenlijk meer op heeft met een culturele reis. En uitgerekend zij gaat weer bewegen en lopen. De andere pelgrims vragen de priester waarom God dit zo gedaan heeft, dit klopt toch niet? 
De room-mate speelt een wat wonderlijke rol. Ze wil Christine graag verzorgen, maar vindt het eigenlijk maar niks als het juist haar veel beter gaat. Zij zelf kuste immers om de haverklap haar kleine stenen Mariaatje! 
De eetzaal. Hier zwaait Cecile de scepter. Een waar kreng. Maar Cecile blijkt zelf kankerpatiënte te zijn, en raakt op zeker moment in coma. 
Cecile. Echt een mooie kop voor een onsympathiek, maar tegelijk droevig personage.
Regiseuse Jessica Hausner.

Trailer
"The remarkable coup of the film is that it can be taken either as a testament to the power of faith or as a subtle undermining of it." The Independent.
Want de genezing van Christine blijft niet. Aan het eind moet ze toch weer voorzichtig gaan zitten, je ziet haar langzaam wankelen.
De film zit vol met ongemakkelijke, zeer sprekende momenten. Bijvoorbeeld als Christine blijft kijken naar de dansvloer, waar ze zojuist door de man die met haar gedanst heeft, alleen is gelaten.
Of zie de verschrikkelijke bedden, de kale slaapkamer. Of de manier waarop er ''gebaad' wordt: een mantelkapje wordt afgedaan, een kannetje water wordt uitgegoten over hoofd en schouders.
En alles uniform, allemaal een blauw mantelkapje...

.