zaterdag 23 augustus 2014

Monty Python and the Holy Grail, Monty Python, 1975.

Cultfilm, zeer hoog gewaardeerd. Een parodie op de zoektocht van Koning Arthur. Losse sketches, gebaseerd op de queeste.
Met animaties van Terry Gilliams. 'Kunnen zwaluwen kokosnoten dragen' is een terugkerende vraag.
De ridders doen alsof ze te paard zitten. Ze krijgen te maken met onder andere de 'Knights who say Ni', de Reus met zijn ruziënde drie hoofden, the Bridge of Death, en The Rabbit of Caerbannog. De film eindigt nogal onverwachts, als de scene plotseling in de jaren zeventig van de 20e eeuw zit. Een beetje een anticlimax.

Trailer 
Knights woh say Ni
Graham Chapman — 'We are no longer the knights who say Ni! We are now the knights who say ekki-ekki-ekki-pitang-zoom-boing!'
De fatale Rabbit of Caerbannog
Verdomd: een zwaluw met een kokosnoot! ;-)
The Bridge of Death 
The monster of Aaaaarrrrggghhh 
Koning Arthur 
De driehoofdige Reus
Andere films van Monty Python zijn: And now for something completely different, een compilatie  van sketches. The life of Brian, een parodie op het leven van Jezus. De Holy Grail wordt meestal als de beste gezien. De laatste, de Meaning of Life, leek wat ongeïnspireerd.
Wat mij betreft was The Holy Grail ook af en toe wat flauw. Maar misschien heb ik ook wat te veel gezien en te veel gelachen om Monty Python. Is er ook te veel herhaald. Natuurlijk heb ik  toen het allemaal nog nieuw was, heel hard gelachen, en vond het allemaal geweldig!
The Python troupe in 1969
Back row: Graham Chapman, Eric Idle, Terry Gilliam
Front row: Terry Jones, John Cleese, Michael Palin
 
 


 

vrijdag 22 augustus 2014

Outside The Law - Rachid Bouchareb, 2010

Hoes
Een tweede film die ik zag van de hand van Rachid Bouchareb. (De eerste was London River.) Deze film gaat over de Algerijnse Bevrijdingsoorlog, die woedde tussen Frankrijk en Algerije van 1954 tot 1962, het jaar dat Algerije onafhankelijk werd.
De film maakt deel uit van een trilogie, waarvan nu deel 1 en 2 verschenen zijn. Deel drie moet nog komen. Deel 1 heet Days of Glory, eigenlijk: Indigènes, en heeft dezelfde hoofdrolspelers als in deze film. Het zijn drie broers, gespeeld door Roschdy Zem, Sami Bouajila en Jamel Debbouze.
Hier de drie broers, respectievelijk Saïd (Jamel), Abdelkader (Sami) en Messaoud (Roschdy).

Poster
Het begin van de film sluit aan waar Indigènes eindigt: het is 1925, en het stuk land waar de ouders en de familie van de drie jongens al sinds mensenheugenis wonen, wordt simpelweg onteigend.  
De volgende reeks gebeurtenissen speelt zich af in 1945. We zien historische beelden van de bevrijding van Parijs. Maar in Sétif in Algerije vindt dan een slachting plaats onder de Algerijnse bevolking, simpelweg omdat ze demonstreren voor onafhankelijkheid. Hierbij komt de vader van het gezin om.
De zoons gaan elk een andere weg: Messaoud komt te vechten in Indochina, Abdelkader verdwijnt in de gevangenis, en Saïd en zijn moeder komen terecht in een sloppenwijk. (Had je die in Frankrijk?? Ik vraag het me af.)
Saïd is niet van plan als een slaaf van de Renaultfabriek te gaan werken. Hij wordt pooier; later krijgt hij een eigen cabaret + een boxschool, waar hij een bokser voor het kampioenschap opleidt.
De broers worden herenigd, en van Abdelkader gaat het idee uit, zich vrij te vechten van Frankrijk. Zijn broer uit de oorlog in Indochina doet mee, en is vooral opgeleid als moordmachine. Saïd doet niet mee met dat zaaien van dood en verderf.
Hier lachen de twee broers om de rare Amerikaanse muziek.
De regisseur, Bouchareb 
Hier toont Saïd de Algerijnse bokskampioen in opleiding 
De groep opstandelingen groeit gestaag, het FLN. Maar ze krijgen een geduchte tegenstander in 'de kolonel', die ook in Vietnam is geweest, en die het spel nog beter speelt. De zogenaamde Main Rouge richt hij op, die net zulke terreurdaden pleegt als de FLN, maar dan tegen de Algerijnen. In werkelijkheid was dit de OAS. 
In het midden de kolonel, gespeeld door Bernard Blancan. 

Aankomst in Europa; Saïd en zijn moeder
Chafia Boudraa zet een mooie moeder neer.
Het kan natuurlijk niet goed aflopen allemaal, het is geweld tegen nog extremer geweld, allerlei aanslagen over en weer.
De twee oudste broers komen om, alleen de jongste overleeft.

Voor mij maakte deze film een stuk geschiedenis voelbaar dat ik niet kende. Toen het destijds gebeurde was ik te jong.
In de kritieken staat steevast dat de film historisch sterk gesimplificeerd is. Hij zou te veel op een western (The Good, the bad and the ugly) lijken, of anders wel te veel op een maffia-film, met name The Godfather. Dit laatste vooral door het zeer dwingende karakter van de FLN-groep. Iedereen die niet meedoet gaat eraan met een dun touwtje.
Milder was de kritiek in The Guardian, die erop wees, dat Bouchareb een humanist is met een sterk gevoel voor persoonlijke tragedies. Bouchareb vindt dat je uit de geschiedenis mag putten om er zelf een verhaal van te schrijven. Met andere woorden: hij heeft geen documentaire gemaakt.
Toch neem ik ter harte, dat ik deze fictie niet moet verwarren met de feiten. Al blijft het zeker waar, dat er in Setif veel meer Algerijnen dan Fransen zijn omgekomen. (Wel was het een respons op het doden van Fransen door Moslims.)
Het wordt Bouchareb ook kwalijk genomen, dat hij de Fransen in deze film vergelijkt met de nazi's.  
Trailer 
Ik wil ten slotte nog een enkel woord wijden aan een begrip dat ik nog niet kende, en dat ik hoorde in deze film: de zogenaamde harkis.
Na de onafhankelijkheid liet Frankrijk de Algerijnen die aan Franse kant hadden gestreden, de zogenaamde harkis, aan hun lot over. Door de FLN werden deze mannen gezien als collaborateurs Tussen de 30.000 en 150.000 van hen werden vermoord. 91.000 harkis verlieten Algerije en vestigden zich in Frankrijk, waar zij een schamel bestaan leiden.
Al met al geen leuk beeld van Frankrijk als kolonisator.

donderdag 21 augustus 2014

Brief aan mijn vader - Franz Kafka, 1919.

De vader van Kafka
Kafka schreef deze nooit verstuurde brief aan zijn vader, Hermann Kafka, in 1919, toen hij zesendertig jaar oud was. Hij heeft hem nooit aan zijn vader gegeven of verstuurd. In plaats daarvan gaf hij hem aan zijn moeder, en die gaf hem weer aan Franz terug met enkele verzoenende woorden.
Kafka heeft van de brief een echt manuscript gemaakt, hoewel het wel degelijk ook een persoonlijke brief was. Een afrekening. Scherp, en toch met respect geschreven.
Lieve vader, u hebt mij laatst eens gevraagd waarom beweer dat ik bang voor u ben...
Aan zijn vriend Max Brod vroeg Kafka, om na zijn dood al zijn manuscripten te vernietigen. Gelukkig heeft Brod dat niet gedaan, en zo kunnen we nog steeds al het werk van Kafka lezen. Kafka stierf in 1924; hij leed toen al zeven jaar aan tuberculose. 
Helaas voor mij kwam dit werkje niet voor in mijn exemplaar van zijn Verzameld Werk. Maar Boekwinkeltjes bracht mij op het spoor van dit mooie, vertaalde werkje. In het Duits is het nog vele malen tweedehands te koop. Bij nader inzien was het ook online te lezen bij Gutenberg.
 
Vader en moeder Kafka. Zij heette Julie Löwy. Franz voelde zich meer met deze tak van de familie verwant, zij waren spiritueler, intellectueler.
De brief maakte heel veel indruk op mij. Het geheel is slechts tweeënvijftig pagina's, en het is een juweel van menselijk inzicht.
Kafka heeft enorm geleden onder de verhouding met zijn vader. Hij heeft er een enorm schuldgevoel aan overgehouden, een intense weifelmoedigheid en gebrek aan zelfvertrouwen. Zelf zag hij, dat alles wat de vader had, hem ontbrak: kracht, grootheid, zekerheid, moed. Franz stotterde.
Hermann Kafka  was een Jood uit de middenstand, hij dreef een winkeltje in garen en band. In het contact met zijn kinderen was hij heel neerbuigend over welk onderwerp dan ook. Kafka kon geen goed bij hem doen.
De vader wist niets goeds over te brengen op zijn kinderen - Franz betrekt ook zijn drie zusjes in het betoog, maar de brief gaat toch vooral over hemzelf. Hij mocht wél, wat zijn kinderen niet mochten, schelden, slurpen, vreten. Franz blijft zijn leven lang angstig. In plaats van groot en sterk blijft hij mager en van een gebogen gestalte. Hij kan geen huwelijk aangaan, en herinnert zich daarbij het afschuwelijke voorval, dat zijn vader hem ooit naar de hoeren wou brengen, als hij maar niet trouwde met het meisje waar Pa op tegen was.
Het gezin is dan wel Joods, ze bezoeken ook wel de synagoge, maar een echt geloof krijgt Kafka niet van de vader mee. Die neemt de Joodse dienst niet al te serieus, het is maar wat uiterlijks.
De vader blijft almachtig in de ogen van het hulpeloze, angstige kind (die toch al zesendertig is!). Kafka kan zich dan ook nooit van hem losmaken. De moeder speelt een dubbelzinnige rol, Kafka houdt van haar, maar ziet ook dat ze de twee meestal maar met elkaar poogt te verzoenen. (Zie ook hoe ze met deze brief om is gegaan!)
In het schrijven kan de vader de zoon natuurlijk niet bijbenen. Maar ook daar blijft Franz om erkenning vragen. Hij geeft vader zijn manuscripten. 'Leg het maar op het nachtkastje', pleegt Hermann dan te zeggen. En de zoon hoort er natuurlijk nooit meer iets over.
Kafka en zijn jongere zusjes; met de klok mee: Elli, Ottla en Valli. De zusjes kwamen allen om in WO-II
Franz beschouwde zichzelf als een mislukkeling in zijn werk. Toch is het opmerkelijk dat zijn collega's vertellen dat hij het daar heel goed deed, hij werd ook bevorderd. Er is dus wel een verschil in zelfwaarneming en de werkelijkheid.
Bij de vader was er altijd maar één mening de juiste: die van hemzelf. Hij kon wreed zijn: toen Kafka als kleine jongen eens te lang 's nachts om water jengelde, zette hij hem 's nachts zonder pardon op het balkon voor de rest van de nacht; in pyjama. Als hij met de vader ging zwemmen, was hij zo bang dat het  zwemmen toch weer niet lukte, dat hij als het kon in het badhokje achterbleef. Waar de vader hem natuurlijk toch wel vond.
Natuurlijk was Kafka niet de enige die onder een dergelijke opvoeding geleden heeft. Maar hij heeft het wel prachtig verwoord!

Nu ik deze Brief gelezen heb, zijn de boeken Het Slot en Het Proces me veel duidelijker geworden: een hogere macht, waaraan men hoe dan ook niet kan voldoen, die nooit tevreden over je is, en die je zomaar veroordelen kan. Op grond van onbegrijpelijke redeneringen, behalve dan die van een hogere macht: die zijn altijd van kracht, en onontkoombaar.
Een prachtig geschreven, heel aangrijpend document.
Franz Kafka
 
 

dinsdag 19 augustus 2014

Minority Report, Steven Spielberg, 2002.

Poster en hoes
Een spannende Spielberg, gezien op de BBC. Het is zowel een film noir, een whodunit, een thriller als een sf-film. Het verhaal is losjes gebaseerd op een short story van Philip K. Dick.
Het is het jaar 2054. Moorden worden in een bepaalde Amerikaanse stad niet meer gepleegd, sinds ze daar PreCrime hebben: de politie weet daar voorkennis van nog te plegen misdaden te verwerven. In een melkbad drijven drie lichamen rond, de zogenaamde precoqs. Wezens, die in de toekomst kunnen zien. Door de nieuwste technieken kunnen hun visoenen zichtbaar worden gemaakt voor de politie. Die gaat naar de plaats van het te plegen delict, en voorkomt de misdaad. De moordenaar in spe wordt vervolgens levenslang gevangen gezet vanwege zijn voornemen.
Men vraagt zich tegelijk af of het wel ethisch is wat hier gebeurt. Dit komt echter pas scherp aan het licht, als John Anderton zelf (Tom Cruise), de leider van dit departement, beschuldigd wordt van een te plegen moord. Anderton kent het slachtoffer niet eens, dus hij wil gaan bewijzen dat de beschuldiging vals is. Van één der ontwikkelaars van het programma hoort hij, dat het wel voorkomt dat er een minority report is. Van de drie precoqs - die het normaler wijze met elkaar eens zijn - stamt dan een verslag dat afwijkt van de twee anderen.
Er volgt een hele race tegen de tijd, en tegen de techniek. De wildste fantasieën worden hier uitgeleefd: politiemensen dragen een motor op de rug en vliegen zo zelf; de highway loopt verticaal, een soort insecten verplaatst zich zelfstandig door de stad om bij iedereen de eye-dentification te verrichten.
Hier bekijkt Cruise de beelden van de precoqs. 
Aangezien Cruise zelf verdacht is, wordt hij achtervolgd.
 
 
 
Om aan gevangen-name te ontkomen, laat hij zijn ogen vervangen. Hier komen de robot-insecten hem controleren. Met zijn nieuwe ogen wordt hij niet meer als Anderton herkend. 
Dit is de serene Agatha. In werkelijkheid is het een buitengewoon sensibel persoon; zij is de voornaamste precoq. Anderton ontvoert haar, hij hoopt op een minority report van haar. Maar dat geeft ze niet.
 
Anderton (Cruise) ontdekt dat er een complot tegen hem is opgezet. Het moet iemand zijn uit de top van PreCrime. Het blijkt zijn hoogste baas te zijn, die uiteraard door Cruise wordt ontmaskerd.
Resultaat van alles is, dat PreCrime wordt opgeheven, de mensen die levenslang gevangen zaten voor een misdaad die ze nooit gepleegd hebben komen vrij. Agatha en de andere twee precoqs krijgen ergens een rustig leven, waar rekening gehouden wordt met hun bijzondere begaafdheid.  
Spielberg hier zelf in actie. 
Ach ja. De mooie jongen. (Maar hij is al niet meer zo geweldig knap, vind ik.) 
Hier op sleeptouw met de overgevoelige Agatha.

Trailer.
Er viel op Wikipedia buitengewoon veel over deze film te zeggen. Twee thema's neem ik ervan over:  vrije wil versus determinatie, en het thema van het gespleten gezin. Dat laatste gebruikt Spielberg bijna altijd. Hier verliest Anderton zijn zoontje, het huwelijk is daardoor naar de maan. Maar aan het slot zien we de ouders weer bij elkaar, zij met een dikke buik.
De film geeft een beeld van een zogenaamd dystopia, dit is het tegenovergestelde van een utopia.
 
Ik vond het een lekkere, spannende Spielberg. Ondanks het tamelijk ingewikkelde verhaal was het plot goed te volgen. De technieken van de toekomst (het sf-deel) deden me wel eens lachen. 

maandag 18 augustus 2014

Das Schloss, Franz Kafka, 1923 (1926)

Eindelijk dan ook, na Het Proces, nu Het Slot van Franz Kafka gelezen.
Het was een hele opgave. Niet dat het niet mooi of niet goed was, integendeel: de zinnen en de vervreemding doen heus hun werk. Maar Kafka is voortdurend bezig met een niet bestaande realiteit, en vooral met heel veel redenaties. Dat maakte het lezen zwaar, en ook moeilijk om de zaken te onthouden. Iets kan zus zijn, maar van een andere kant bezien kan het ook wel zo zijn. En wat als iemand liegt? Of onbereikbaar is, en je hem of haar alleen maar leert kennen door wat anderen over hem of haar zeggen?
Hoofdpersoon in Das Schloss is dit keer K. We moeten aannemen dat hij landmeter is, dat is wat hij beweert. Maar of dat waar is? Zelfs daarover geeft Kafka geen zekerheid (bladzijde 183-184).
K. zegt dus, dat hij in dienst is gekomen van Das Schloss. Daar woont graaf Westwest. Het is de enige keer dat die naam genoemd wordt.
Eigenlijk is het kasteel de residentie van een soort overheid. Iedereen in het dorp, waar K. verzeild is geraakt, kent de macht van die overheid. Je mag niks van hen, hoort goed over hen te spreken, mag je niet aanmatigen met een van hen te willen spreken. Intussen is het moeilijk te achterhalen wat ze precies van je verwachten. Niemand bereikt ooit werkelijk één van de slotbewoners. Alleen lagere beambten komen in het dorp. We horen spreken over Klamm, een ambtenaar. Hij is wel een iets hogere pief. Maar we vernemen slechts één keer dat K. hem ziet, op zijn rug, terwijl hij ligt te slapen.
Intussen sturen ze vanuit het slot wel twee assistenten naar K. toe, die hem moeten helpen. Ze hebben echter geen verstand van landmeten. K. stuurt ze weg, wat natuurlijk tegen hem pleit, vanuit het kasteel bezien.
Er is sprake van twee herbergen in het dorp: de herberg Zur Brücke, en de Herrenhof. In de laatste komen de ambtenaren soms uit het slot afdalen om daar mensen te ontvangen. Bij voorkeur 's nachts.
Het Slot zelf is trouwens niet een echt kasteel, het lijkt meer op een stelletje huizen bij elkaar. Als K. er in het begin van het boek een tocht naar toe onderneemt, gelukt het hem op onverklaarbare wijze niet het slot te bereiken. De weg buigt uiteindelijk helemaal af.
Er is ook in dit boek weer sprake van relaties tussen K. en vrouwen die niet goed verlopen. De een is met Frieda, de ander met Pepi.
K. wordt overigens conciërge, wat een nederig baantje is. Zijn recht om landmeter te zijn verspeelt hij.
Op mij maakte het relaas van Olga wel indruk. Olga, dochter van een schoenmaker. Haar zus heet Amalia, haar broer Barnabas. Amalia had ooit een ambtenaar afgewezen, omdat ze zich door hem vernederd voelde. Dat kwam het hele gezin op straf te staan: de vader verloor zijn werk, zijn hele aanzien in het dorp. Omdat hij niet een echt verwijt had naar de ambtenaar, en andersom er ook geen strafbaar feit gepleegd was, kon er ook niks rechtgezet worden. En zo verviel het gezin tot steeds grotere ellende, de ouders werden hoe langer hoe zieker, Amalia verzorgde hen. Zij lijkt de enige die zich niet tot een soort prostitutie  lijkt te verlagen. (Zoals wel Pepi en Frieda en de waardin loijken te doen.) Maar intussen kijkt iedereen in het dorp op hen neer.
De hele tocht van K. is erop gericht in contact te komen met de mensen van het kasteel. Dit mislukt. We weten overigens niet precies hoe het afloopt, want Kafka schreef slechts een fragment van deze roman.

Een heel precieze samenvatting is te vinden onder DEZE LINK: daar is zelfs een overzicht te vinden per dag, en per hoofdstuk. Het boek bevat namelijk precies zes dagen, die in 25 hoofdstukken vervat zijn.
Ik vond het een verademing in het Duits een behoorlijke samenvatting te vinden. In het Nederlands vond ik alleen scholierensamenvattingen. Daar moest ik soms wel om lachen, maar ze leverden me verder weinig inzicht op.
Een goede tekstanalyse is HIER te vinden.
Er wordt hier gewaarschuwd, dat Het Slot door menigeen geannexeerd is als symboolfunctie. Zo zou het iets zeggen over God, over politieke dictatoriale instellingen, enzovoorts. Maar:

Vielmehr scheint es um abstraktere Strukturen zu gehen, die mit dem Verhältnis von Individuum und Gesellschaft zu tun haben. Es geht dem Individuum darum, einen Platz in der Gesellschaft zu finden und als ihr Mitglied aufgenommen zu werden. Kafkas Werk lässt die Alpträume eines Menschen Realität werden, der das Gefühl hat, ihm werde die fundamentale Anerkennung als Mitmensch verweigert. Diese eigentlich selbstverständliche Anerkennung muss erst von einer mächtigen Behörde ausgesprochen werden, die allerdings durchschaut, dass man nur ein ungebetener Gast ist, der sich mit falschen Angaben in die Gemeinschaft einschleichen will. Die Welt, die Kafka darstellt, versinnbildlicht also die Empfindung, nicht dazuzugehören und die eigene soziale Identität nur durch Vorspiegelung falscher Tatsachen erlangt zu haben. Es sind die Gefühle eines Menschen, der zutiefst am Wert seiner Person zweifelt, die hier ins Bild gesetzt werden. Dazu kommt eine zwanghafte, geradezu paranoide Komponente: Alles wird von einer Behörde überwacht, die nach ihrem Belieben über die Menschen verfügt, für die sie umgekehrt aber völlig unzugänglich bleibt. Des einzige Ziel, dass zu verfolgen sich lohnt, ist, in das Innere dieser Behörde zu gelangen und dort endlich die begehrte Anerkennung zu bekommen.

Voor mij was het een Aha-Erlebnis deze interpretatie te lezen; het was haast een opluchting, omdat het helemaal klopte met mijn gevoel, dat ik echter tot dan toe niet onder woorden had weten te brengen.

Trailer van de film Das Schloss van Michael Haneke; Spaans ondertiteld. De film is helaas moeilijk te krijgen. Ik herken hier de hoofdrolspeler Ulrich Mühe uit Das Leben der Anderen.

Om Kafka - een in Praag geboren Jood, die leefde van 1883 tot 1924 - goed te begrijpen, is het van belang zijn Brief aan zijn vader te lezen.





zondag 17 augustus 2014

Rear Window, Alfred Hitchcock,1954.

Hoes
De zoveelste film in de serie van Hitchcocks die herhaald worden. Rear Window, letterlijk achterraam, omdat het raam van James Stewart uitkijkt op het hofje achter zijn appartement.
Zo herinner ik me vooral Hitchcock op de zaterdagavond. Spannend! 
Tekening van L.B. Jefferies en Lisa Fremont.
Fotograaf Jefferies heeft weinig meer omhanden, nu hij met een gebroken been in een rolstoel zit. Hij heeft een prachtige vriendin, Lisa Fremont, die maar wat graag met hem wil trouwen (in meer films van Hitchcock zijn de vrouwen trouwlustig, de mannen afhoudend), en hem gezelschap houdt. Het enige waar zij zich druk om maakt is om mooie kleren, spullen, luxe eten enzovoorts. De kloof tussen hun tweeën wordt gedicht, als Jeff dingen ziet bij een van zijn buren, die volgens hem betekenen dat daar een moord gepleegd is. Zij gaat mee in zijn denkbeelden, met dure wijde petticoat en al gaat ze voor hem op pad, klimt langs de regenpijp, over het balkon, en spioneert in het tegenoverliggende appartement. Een bevriende detective, Tom Doyle, ontkent in alle toonaarden dat de betreffende buurman (Thorwald, een rol van Raymond Burr - de vroegere Perry Mason) iets op zijn kerfstok heeft. Maar Jeff en Lisa komen langzaam maar zeker achter de waarheid.  De vent heeft zijn vrouw vermoord, in stukken gezaagd en in mootjes in koffers naar buiten gesleept.
James Stewart en Grace Kelly 
Grace 
Zij en hij weer, zij in een outfit van Edith Head, die alle kostuums in de Hitchcock-films verzorgde. Echt prachtig! 
Hier ligt Jeff nog met één been in het gips. Aan het eind (een echt Hitchcock-grapje) zijn beide benen begipst.  
De telelens komt goed van pas. 
Vanuit dit raam heeft Jeff uitzicht op Miss Lonelyheart, Miss Torso (balletdanseres), een songwriter (met elke avond feestjes), een beeldhouwster, en een pas getrouwd koppel. 
Hier leeft het hondje nog. Maar het weet te veel en wordt vermoord. 
Lisa wijst 'onopvallend' naar de trouwring die ze gevonden heeft. 
Doorkijkje naar de straat.

Trailer
Best een leuke film om nu eens helemaal te zien. Maar eigenlijk viel hij ons in zoverre wat tegen, dat al het geïnterpreteer van Jeff en Lisa ook daadwerkelijk zo uitkwam als zij het zich voorstelden. Ik kon de gedachte niet onderdrukken dat het nog wel eens heel anders in elkaar zou kunnen zitten. Maar nee, met al hun gegluur en hineininterpretieren kregen ze in alles gelijk.
 
Opvallend vond ik, hoe Jeff zich redde uit een penibele situatie, oog in oog met de moordenaar: hij liet een paar keer zijn flitslamp afgaan. Zo'n ouderwets ding, dat de hele boel in lichterlaaie zet. Dat alarmeerde de buren. Jeff viel wel uit het raam, maar werd opgevangen. Brak een tweede been, maar behield het leven.
Nog even die allermooiste outfit...

zaterdag 16 augustus 2014

Songs from the second floor, Roy Andersson, 2000.

Een heel eigenaardige film, die ons door zijn absurditeit vaak aan het lachen maakte. 
Hoes
Hij bestond uit allerlei fragmenten, in de kritieken ook wel tableaus genoemd, die allemaal een bepaald stuk van de eigentijdse werkelijkheid weergaven. De humor was zwart. En ging trouwens over in zwartheid alleen, omdat het ging om het einde der tijden.
Idioot gesprek met een zonnende man; hij blijft liggen tussen zijn plaatjes. Maar het gesprek gaat wel om het ontslag van mensen.
Werknemer klampt zich letterlijk vast aan benen baas. Achter alle deuren luistert men mee.

Beeld van onderlinge onbereikbaarheid. 
Ga in de handel; verkoop kruisen. Maak winst door er één, nee: twee nullen achter te zetten.
Waar ik geen foto's van heb, is van een terugkerend motief in de film: Een vader heeft twee zoons, de een is volgens de vader doorgedraaid omdat hij gedichten schreef. De broer citeert het gedicht, en één zin daaruit: Geliefd is hij die neerzit komt in allerlei vormen herhaaldelijk terug.  
Het blijkt een gedicht van de Peruviaanse dichter César Vallejo te zijn. Wellicht is het een leitmotief, een antidotum tegen het kwaad van deze tijd.   
Deze vrouw is de echtegenote van de man die zijn meubelzaak in brand stak om het verzekeringsgeld op te strijken. Met zwarte handen streelt hij haar onder haar nachthemd. 
Deze man is bij een goocheltruc per ongeluk bijna doorgezaagd. Al zijn bewegingen doen nu pijn. 
De generaal in dit kinderbed wordt geëerd op zijn 100e verjaardag. Hij brengt iedereen in verlegenheid als hij daarna de Hitlergroet brengt, en de groeten aan Göring doet. 
De man van de meubelzaak wordt door geesten achtervolgd. Hier achter hem een jongen die zichzelf heeft opgehangen. 
Niemand weet het meer op de bestuursvergadering. Er wordt een kristallen bol doorgegeven.
 
Intussen is er in de stad een file die maar niet ophoudt. Iedereen in een auto zit erin vast. Tegelijkertijd is er een optocht gaande van mensen, die met gesels niet zichzelf, maar elkaar kastijden.
De meubelmaker weer. Hier probeert hij met de dominee te praten, maar die heeft zelf veel ergere dingen meegemaakt, zegt hij. Ze zijn juist heel triviaal. De man daarachter doet hetzelfde nog een graadje erger. Zeuren om niks. Had weer een komisch effect.
 
 
Wat allerminst komisch was, was de executie van een jong meisje. Geblinddoekt werd ze naar de rand van de afgrond geleid, en daar in geduwd. (Geen foto van gevonden.) Ik las, dat dit gedaan werd om het naderende einde van de wereld af te wenden.
Dit is ná de executie. De man met de hoge hoed braakt de bar onder. Naast hem probeert een vrouw tevergeefs op de kruk te klimmen. het lukt haar steeds niet.  
Laatste, of voorlaatste tableau: een gigantische rij incheckbalies. Rechts komen reizigers aan met veel te zware bagage, ze krijgen het niet van hun plaats. Hier bovenop de golfclubs, die we al een paar keer eerder hebben gezien in de beelden. 
De handel met de crucifixen is op niks uitgelopen. Christus eindigt letterlijk op de vuilnisbelt. Achter hem komen allerlei mensen omhoog uit het veld. Vooraan loopt het gestorven (geofferde) meisje.
 
Dit keer geen trailer. Ze staan wel op YouTube, maar zijn van erg slechte kwaliteit, helaas.
 
Rest me nog te zeggen, dat deze film deel 1 is van een trilogie. Deel 2 heet You, the living; deel 3 A pigeon sat on a branch reflecting on existence.