zondag 10 februari 2019

Uit verveling, Awee Prins, 2007

Boekomslag
De auteur, Awee Prins
Ik vond het leuk iets meer te lezen van deze Awee Prins, na het interessante artikel onlangs in Trouw (Het wordt niet beter). 
Dit boek, Uit Verveling, herinner ik me nog vaag van de krantenrecensie bij het verschijnen ervan. Verveling is op zichzelf ook een leuk thema. 
Het lezen was overigens een grote opgave, omdat ik niet filosofisch geschoold ben. Het is een kloek filosofisch werk, Prins' proefschrift, gebaseerd op het werk van de filosoof Martin Heidegger. 
Heidegger was een omstreden filosoof, omdat hem nazi-sympathieën verweten werden. Hij was lid van de NSDAP van 1933 tot 1945, steunde Hitler onomwonden, en heeft daarvan nooit afstand genomen. 
Tegenwoordig schijnt Heidegger weer helemaal 'in' te zijn. Ik zag, dat Ad Verbrugge, de jonge filosoof, bekend van onder andere Het filosofisch Kwintet, ook een boek (proefschrift?) aan hem heeft gewijd. 
Verbrugge, A., De verwaarlozing van het zijnde: Een ethologische kritiek van Heideggers Sein und Zeit, SUN Nijmegen, 2001 (ethologie=karakterstudie, AdW)
Ad Verbrugge
Martin Heidegger (1889-1976), Duits filosoof.  Zijn filosofisch hoofdwerk, Zijn en Tijd, werd in 1927 uitgegeven. In dit metafysisch werk probeert Heidegger een antwoord te geven op de vraag hoe de mens in de alledaagsheid vrij zou kunnen zijn.
Ondanks zijn omstredenheid vormde Heidegger een grote inspiratiebron voor vele filosofen na hem.

Van DEZE LINK (Schooltelevisie) haalde ik deze aanvullingen:
In 1947 publiceert Martin Heidegger zijn Brief over het humanisme, op uitnodiging van de Franse filosoof Jean Beaufret. Heidegger is op dat moment een besmet figuur. Toch werd zijn kritiek op de moderniteit gretig opgenomen door Franse denkers als Jean Paul Sartre. In de ogen van Heidegger heeft de moderne filosofie, en in haar kielzog de wetenschap en techniek, de mens en de wereld uit elkaar gedreven. De mens staat tegenover de wereld. Die wereld wordt vervolgens voorgesteld als een verzameling dingen die wetenschappelijk verklaard en technisch beheerst kan worden. Neem bijvoorbeeld een rivier. In onze, moderne tijd zien we de rivier als iets dat ons wat kan opleveren. Met een stuwdam kunnen we bijvoorbeeld elektriciteit opwekken. Maar we vergeten dat die rivier ook een meer oorspronkelijke betekenis heeft voor een gemeenschap, die eromheen woont. Voor hen is die rivier geen te beheersen object, maar ten diepste bepalend voor wie ze zijn. Heidegger spreekt eerder al, in zijn hoofdwerk Sein und Zeit, van ‘zijnsvergetelheid’. We vergeten een manier van zijn, die voorafgaat aan de technische kijk op de wereld. Namelijk dat we ons niet tegenover, maar in de wereld bevinden. In een even vanzelfsprekende als zinvolle betrokkenheid tot alles om ons heen. Bijvoorbeeld een rivier. Volgens Heidegger is ook het humanisme onderdeel van die moderne, technische visie, met de nadruk op individuele autonomie, rationaliteit, en maakbaarheid. Heidegger is daarom zeer kritisch over het humanisme. Maar Heidegger wijst de legitimiteit van de technische of wetenschappelijke blik beslist niet af. Alleen is ze allesoverheersend geworden. In 1947 niet zo’n vreemde opmerking. Twee jaar eerder bleek de verwoestende kracht van techniek, toen een atoombom Hiroshima verwoestte.
De biografie van Heidegger, door Rüdger Safranski, is van 1995, en wordt nog steeds herdrukt. Bovenstaande uitgave is van 2017.
Ik wijs ten slotte nog op een essay van WELMOED VLIEGER, die Ad Verbruggen en Heidegger vergelijkt. Voor geïnteresseerden, omdat Vlieger héél begrijpelijk formuleert. 
Welmoed Vlieger, geboren 1978. Interessant om in de gaten te houden. Ze schreef ook een essay over Dostojewski en Meister Eckhart. 
Helaas is het niet mogelijk om Prins te begrijpen zonder iets meer te weten te komen van Heidegger. Heideggers terminologie is heel moeilijk te begrijpen. Op de site van TILBURG UNIVERSITY wordt een heel duidelijke verklaring van de Heideggeriaanse begrippen gegeven.

Nu eindelijk naar het boek van Prins: 
Prins begint met een hoofdstuk vol van interessante citaten uit de literatuur over de verveling: van Shakespeare tot Dostojovski, van Oblomov tot Flaubert, en van Beckett tot Pessoa: Prins strooit met citaten. Eén voorbeeld, van Seneca:
"Hier komt de verveling vandaan, die afkeer van zichzelf: de mens merkt tot zijn weerzin dat hij aan zichzelf is overgelaten.
De ene reis wordt ondernomen na de andere, en het ene schouwspel wisselt het andere af. Zoals Lucretius zegt: 'Ieder ontvlucht zo voortdurend zichzelf.'"
Vervolgens wijdt hij een hoofdstuk aan wat de wetenschap tot nu toe over de verveling heeft gezegd. Hij komt terecht bij de lexicografie, de psychologie en de antropologie.
In dit hoofdstuk maakt hij een onderscheid tussen endogene en exogene verveling: exogeen is bijvoorbeeld het vervelen als je in een rij voor de kassa staat.

Ten slotte wordt, na alle uitweidingen, duidelijk dat Prins het over verveling als grondstemming wil hebben. 
Dit is een term van Heidegger, die zegt, dat wij al het zijnde alleen maar kennen vanuit een bepaald gestemdheid. 
Sinds 'God dood is' (Nietzsche) en er geen metafysica meer is, zijn wij gedoemd onszelf steeds maar te herhalen. Het leven biedt een voortdurende cirkelgang van hetzelfde. Daar komt de grondstemming van de verveling eigenlijk vandaan. 
Wij kennen de wereld niet meer goed, het 'eigenlijke kennen' ontbreekt ons meestal. We praten elkaar meestal na, het 'Men' overheerst, via wie wij alleen maar 'oneigenlijk kennen'. 
Daarbij komt nog iets: wij kennen de dingen meestal om het nut, de bruikbaarheid die de dingen voor ons hebben. Een rivier kennen wij als handels-waterweg, als voorziening van drinkwater, als toeristische trekpleister, als bron van 'witte steenkool', en ga alle nuttigheden van een rivier maar na. Maar een rivier heeft ook betekenis in een heel andere zin, voor mensen die eráán wonen. 
Hoe kunnen wij de dingen 'als zichzelf' leren kennen? 

Prins denkt, dat we de verveling, die grondstemming, volkomen zouden moeten doorleven om er weer uit te geraken.  Dan leren we wellicht, dat het leven niet in alle opzichten maakbaar is: The McDonaldisation of Society (Ritzer), de Monotonisieriung der Welt  (alle grote steden lijken inmiddels op elkaar) (Stefan Zweig), de beschrijving van Sloterdijk in Het Kristalpaleis: opkomst shopping-malls, jaarbeurscomplexen en indoorattractieparken: dat alles heeft alle andere zingevingsstrategieën verdrongen. Snelheid en ont-verring (niets is meer ver, met het tegenwoordige vlieggedrag) zijn sleutelbegrippen in deze 'staccato-cultuur' (Zijderveld). Sloterdijk noemt ook de mobiliteit als fundamenteel proces van deze tijd, Machinatie, het reusachtige en de versnelling doen de ervaring verworden tot 'beleving'. Verwondering heeft plaats gemaakt voor 'rusteloze nieuwsgierigheid.' 'De moderne wereld is voorbestemd één groot spektakel te worden.' (Heumakers)
Hóe geraken we hieruit? Geraken we daar überhaupt uit?
Sleutelwoorden mogelijk hiervoor zijn: verstilling, 'een stilte van het soort, waar dingen worden gehoord, die nog nimmer het oor vernam.' (Nijhoff) Prins doelt niet op sabbaticals, onthaasting, slow-movement: die zijn meestal alleen bedoeld als medicijn  tegen burnout. Het gaat om iets veel fundamentelers, en het heeft meer met vervreemding te maken. 
De 'stilste woorden zijn het, die de storm brengen', en: 'gedachten die op kousenvoeten komen, richten de wereld.' Nietzsche. Er worden hier geen oplossingen geboden, maar mogelijkheden, dat wat vermag te gebeuren. Gelatenheid is daarbij belangrijk, zodat zich MOGELIJK het ware aandient. 

Dan volgt een heel interessant stuk over de dingen. Zoals wij 'in de wereld geworpen zijn' kennen wij de dingen vanuit een bepaald gestemdheid. Kunnen wij zo stil worden, dat de dingen zich op andere wijze aan ons voltrekken? Heidegger heeft het over Ge-stell. Als het denken fundamenteel een ‘voorstellen’ geworden is, dan volgt op het vor-stellen een her-stellen, een maken. Alles wat uit dat her-stellen ontstaat, noemt Heidegger das Gestell: het is de totaliteit van wat mensen hebben gemaakt, de hele wereld die wetenschap en techniek hebben opgebouwd. De techniek is de voltooiing van de metafysica (ie in laatste vorm de wil tot macht is) en in die zin ook de voltooiing van meer dan twintig eeuwen westerse filosofie. Maar het westen heeft daar volgens Heidegger een hoge prijs voor moeten betalen. Die prijs heet ‘Seinsvergessenheit’.De mens heeft zich geconcentreerd op vorstellen-herstellen-Gestell en is het zijn vergeten. Het zijn kan immers niet als een objectief zijnde voorgesteld worden. De mens kan echter zelf ook ontwerpen. 'Er bestaat een merkwaardige samenhang tussen wetenschap, techniek en minachting voor de dingen,' zegt Prins op bladzijde 337. Wetenschap en techniek gaan voorbij aan de zelfstandigheid van de dingen. Ze worden gereduceerd tot objecten, hetgeen Heidegger een vorm van verwaarlozing noemt. Het is derhalve de vraag de weg terug te vinden naar de dingen. Hier komt de kunst, of de dialoog  van kunst en techniek aan de orde; niet de esthetiek van de kunst, maar als een wijze van 'ontbergen'. De kunst kan ons de dingen anders doen zien. In dit verband noemt Prins Çeci n'est pas une pipe', van René Magritte.
Rilke (met moeilijke dichtregels; maar deze is mooi: 'Wij zijn de bijen van het onzichtbare. Wij vergaren hartstochtelijk de honing van het zichtbare om het op te slaan in de gouden korf van het onzichtbare.' - Brief aan Hulewics. Verder mooie voorbeelden van Pessoa, Drummond de Andrade enzovoort.
Paula Modersohn-Becker; vriendin van Rilke.  
Toevallig stuitte ik op een recensie van een tentoonstelling van deze kunstenares, in 2016. (Ze schijnt normaliter in Bremen in het museum te zien te zijn). Deze Paula was bevriend met Rilke en met de beeldhouwster Clara Westhoff. Uit de recensie in De Groene haal ik dit citaat:
'Innerlijkheid, verwondering en ernst; ‘fromm’ noemen Paula, Clara en Rainer Maria het in hun briefwisseling, een ‘vrome’ levenshouding, waarbij het heilige niet langer bij God, de priesters of de kerk, maar bij de dingen zelf, in de voorwerpen die hen omringen, in de aandachtsvolle omgang met de natuur, met de anderen en met zichzelf gezocht wordt.'

Dit hoofdstuk van Uit Verveling bevat erg mooie passages, die ook hoop bieden. 'Im Gewöhnlichen kann das Ungewöhnliche am reinsten erscheinen.' - Ik geef hierbij als toelichting een dichtregel van J.C. Bloem: 

Maar het ontwaken, zich wassen en kleden,
Het zitten aan 't gezamenlijk ontbijt
Driehonderdvijfenzestig maal in 't jaar -

Dit maakt dat zij, die boven daaglijksheden
Elkaar voor immer dachten toegewijd,
Hoewel in tranen, scheiden van elkaar.
(Bloem, Daaglijksheid.) 

Conclusie:
Ik heb hier en daar een klein beetje weergegeven van dit enorm rijke boek over het thema verveling. Omdat ik niet filosofisch geschoold ben, heb ik nergens de pretentie gehad een filosofisch doortimmerd blog te schrijven. Gewoon een paar aantekeningen om over te houden van een reuze interessant boek. 
Het gehele boek is trouwens online te lezen, zie DIT ARCHIEF. In PDF-formaat. 
Ook in PDF is een niet minder interessante kritiek te vinden, van XAVIER SCHERMER. Schermer is een Leuvens filosoof, en hij verwijt Prins, dat hij te veel citaten geeft, waarmee de lezer het maar moet doen. Bovendien is de mens er niet, als hij de verveling doorleeft, zegt Schermer: er is ook altijd een tegenpool aan de verveling, en dat is het verlangen er weer uit te komen. 

[Even een terzijde bij het gedicht van Bloem: de scheiding die hier wordt beschreven, is die tussen Bloem en Clara Eggink. 
Clara Eggink begon haar mooie egodocument Leven met J.C. Bloem (Athenaeum, 1977), tien jaar na de dood van Bloem met de krachtige zin: “Een ding staat voor mij wel als een paal boven water: wij hadden bij elkaar moeten blijven, J.C. Bloem en ik.” (...)
De recensie vervolgt: Het is een boek dat als een prachtig literair historisch document altijd de moeite waard zal blijven. -
Ik onthoud dat!

donderdag 7 februari 2019

18 klassiekers om het heden te begrijpen, Jaap Tielbeke, 2018.

'We doen het aan de lopende band: boeken van weleer openslaan om onze eigen tijd beter te begrijpen.'
(Jaap Tielbeke)
Boekomslag
Pas nu ik het boek 18 klassiekers om het heden te begrijpen ga bloggen, ontdek ik dat de Redactie van De Groene Amsterdammer al sinds 2015 soortgelijke boeken verzorgde. Met allemaal verschillende auteurs, zeg maar columnisten. Ik soms ze hieronder op, in willekeurige volgorde, met van elk besproken boek een paar voorbeelden.
Hierin onder andere:
 Simone de Beauvoir - Le Deuxième Sexe door Nina Weijers; Hannah Arendt - Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil door Xandra Schutte; Francis Fukuyama - The End of History and The Last Man door Casper Thomas; William Easterly - The White Man's Burden: Why the West's Efforts to Aid the Rest Have Done So Much Ill and So Little Good door Rutger van der Hoeven.
Hierin onder andere:
I.M., van Connie Palmen; Elementaire Deeltjes, van Michel Houellebecq; 1984, van George Orwell; Turks Fruit, van Jan Wolkers. 
Hierin onder andere:
Anna Blaman, Eenzaam Avontuur; Nabokov, Lolita; Mijn beter ik, Renate Rubinstein. 
Nog even chronologisch achter elkaar: De twintig boeken die ons denken veranderden (2015); De 21 romans die onze blik veranderden (2016); De 19 boeken die ons boos maakten (2017); en dan het boek waar het mij om te doen was: 18 klassiekers om het heden te begrijpen, (2018).

Van het onderhavige boek nam ik kennis via het programma OVT, van de VPRO, waarin een aantal boeken werden besproken. Op die manier leerde ik het prachtige boekje van Dostojevski kennen, Aantekeningen uit het ondergrondse.
Ik wilde het boekje via de bibliotheek lenen, maar het heeft liefst een half jaar geduurd voordat ik mijn reservering kreeg! In heel Noord- en Zuid-Holland is er maar één exemplaar van. - Nu ja. 

Ik wil volstaan met een korte opsomming van de boeken; bij wijze van naslagwerkje: 
Victor Hugo, De klokkenluider van de Notre Dame (1831); over de uitvinding van de boekdrukkunst;
Herman Melville, The Confidence-Man, 1857 (vertaald als De Maskerade), over vertrouwen.
Het al genoemde Aantekeningen uit het ondergrondse, Dostojevski, 1864;
Joseph Conrad, The Secret Agent, 1907 (vertaald als De geheim agent); hoe grote terreur zijn wortels kan hebben in klein handelen en kleine geesten. 
H.P. Lovecraft, The Call of Cthulhu, 1926, fantasy-verhaal met als thema 'kosmisch nihilisme'. 
Virginia Woolf, A Room of One's Own, 1929; de vrouw als spiegel waarin de man zich weerkaatst ziet tot tweemaal zijn grootte.
Sigmund Freud, Het onbehagen in de cultuur, 1930, De mens kan nergens anders leven dan in de cultuur, maar diezelfde cultuur perkt hem in. 
George Orwell, Down and Out in Paris and London, 1933, tegen verstikkend kapitalisme.
Sinclair Lewis, It can't happen here, 1935, over de kwetsbaarheid van de liberale democratie;
Johan Huizinga, Homo ludens, 1938, over spel als oorsprong van alle cultuur. In zijn tijd ging het spel hard achteruit. 
Sebastian Haffner, Het verhaal van een Duitser 1914-1933; nationalisme is een gevaarlijke geestesziekte die in staat is een natie te misvormen.
Frantz Fanon, Peau noire, masques blancs (1952); vroeg statement over 'white privilege'. 
Kurt Vonnegut, Player Piano, 1952; over een wereld waarin apparaten domineren.
James Baldwin, The Fire Next Time, 1963; wit Amerika zit gevangen in een geschiedenis die ze zelf nauwelijks begrijpt. 
Roland Barthes,  Fragments d'un discours amoureux, vertaald als  Uit de taal van een verliefde, 1977. 
Margaret Atwood, The Handmaid's Tale, 1985, over de uiterste consequenties van 'phallic rage', giftige masculiniteit (denk aan Trump). 
Joan Didion, Sentimental Journeys (1991), over het eenduidige verhaal dat we zouden moeten wantrouwen.
Helen Garner, The First Stone, 1995, tegen slachtofferschap, puritanisme en hysterie bij vrouwen; zij moeten hun individuele macht laten gelden.
Ik noem een aantal van de essayisten: Stephen Sanders, Xandra Schutte, Marja Pruis, en Jaap Tielbeke, de samensteller. 

woensdag 6 februari 2019

Ha, ha, Victoria - Senia bespreking Victoria

Victoria was bij ons thuis, wat een eer! En nog wel op zo'n vrolijke wijze, luister en kijk maar:
'k Zou zo graag een ketting rijgen.
Ik zou zo graag een ketting rijgen
Maar ik kon de draad niet krijgen
Ha, ha Victoria
Ha, ha Victoria

Nu de ketting is gebroken
Ha, ha Victoria
Ha, ha Victoria.
Na de uitvoering van dit wonderlijke lied, bespraken we onze eigen indrukken van het boek, en daarna keurig het rijtje met Senia-vragen. 
We waren allemaal enthousiast over het boek, en hadden veel geleerd over Victoria en haar tijdperk. 
We kenden dat als een tijdperk van morele strengheid, kuisheid, preutsheid, en dubbele moraal. Het  witte ras overheerste - dat element werd niet genoemd, maar lijkt me ook kenmerkend. 
We waren het er in het algemeen wel over eens dat we die  houding - die nog lang werd overgeërfd -vooral te danken hadden aan Albert, niet aan Victoria zelf. 
Prince Albert. 
Op de site van de Royal Family staan zijn verdiensten op politiek, cultureel en wetenschappelijk gebied. Hij voerde ook mede het bewind in de paleizen. 
Met het Victoriaanse tijdperk wordt overigens ook vaak verwezen naar het hele grootse gebeuren in het Verenigd Koninkrijk: de grote politieke hervormingen in The Reform Act van 1832 (veranderingen Kiesstelsel), de verhoudingen van de UK met de rest van de wereld (onder andere de Krimoorlog), het uitgroeien van de UK tot het Britse Imperium, het grootste in de geschiedenis. 
De bevolking in Engeland, Schotland en Wales groeide enorm, terwijl er in Ierland als gevolg van de grote hongersnood bijna een halvering plaatsvond van de bevolking. 
Gillespie, Rowan: Famine
Famine (1997), ter herinnering aan the Great Famine, beeldhouwwerk van Rowan Gillespie; in Dublin.
De industriële revolutie vond plaats, aanleg spoorwegen, riolering, enzovoorts: de moderne tijd trad in. 
Onsympathiek van Victoria vonden we haar behandeling van Lady Flora Hastings. Ze mocht haar niet, en beschuldigde haar van een liaison met Conroy, die zou hebben geresulteerd in een zwangerschap. Flora overleed, en bleek nog maagd. Ze had een sterk opgezette lever als gevolg van levercirrose. 
Lady Flora Hastings
Victoria was een voorbeeld van de Suffragettes, maar zelf moest ze niets van die emancipatiebeweging hebben. Ze vond haar eigen positie uitzonderlijk, een vrouw diende in het huishouden te werken, de politieke arena was alleen voor mannen. 
Een discussie voerden we nog over het overschrijven van de dagboeken van Victoria door haar dochter Beatrice. .... 'Waarmee ze een van de grootste censuuringrepen uit de geschiedenis pleegde.'
Sommigen van ons hadden daar begrip voor, gezien de schaamte die het teweeg zou hebben gebracht bij de familie. Anderen (ik bijvoorbeeld) vonden het niet juist: moet een publiek figuur niet kunnen beoordeeld worden naar de feiten? Is het niet voldoende als archieven voor een aantal jaren gesloten blijven? 
Victoria en Beatrice, de dochter die haar moeders dagboeken herschreef.  
Ik besluit mijn verslagje met een paar leuke filmpjes, die in ons gesprek aan de orde kwamen. Ze zijn allebei uit de film Victoria and Abdul, van Stephen Frears, van 2017.
 
 Dinner with the queen (één minuut, zeven seconden.)
'Anything but insane'-clip
(anderhalve minuut). 
Victoria
Sir James Reid; was van 1881 tot aan haar dood lijfarts van Victoria. Hij hield een dagboek bij. Hij stond bekend  om zijn tact en discretie. Van hem komt de observatie, dat Victoria en Brown  samen in een kamer aan het flirten waren, toen hij daar binnenkwam. Daarbij tilde Brown zijn kilt op, en zei: 'O, ik dacht dat het hier was?' Daarop tilt zij lachend haar rok op, en antwoordt: 'Nee, het is hier.'  (pagina 449 biografie Julia Baird)
Voor de rest weten we weinig feitelijks over de verhouding Brown-Victoria. 
Helaas was Anky niet aanwezig, in verband met de ziekte van haar man. 
Anky, heel veel sterkte gewenst.

zondag 3 februari 2019

Fúsi / Virgin Mountain, Dagur Kári, 2015.

'A lightweight portrait of a potentially heavy subject'
Hollywood Reporter.com
Opnieuw een IJslandse film, na Rams (Hrútar). Het grappige is, dat ik in IJslandse films al een paar keer dezelfde mensen terugzie. Hoofdpersoon in Fúsi bijvoorbeeld, Gunnar Jönsson, speelde ook een bijrol in Hrútar. 
En zijn tegenspeelster in Fúsi, Sjöfn, gespeeld door Ilmur Kristjánsdóttir, kende ik al van de IJslandse serie Trapped (Ófærð), een spannende moordserie.
 
Name: Gunnar Jónsson
Character: Grímur, in de film Rams (Hrútar)
Ilmur Kristjánsdóttir, als politievrouw in Trapped
En hier als Sjöfn, in Fúsi. 
Fúsi woont nog bij zijn moeder, die een minnaar heeft, en die haar veertigjare zoon samen met die man betuttelt. 
Fúsi is ongelooflijk dik, en een sul. Hij is nog maagd, en het enige plezier dat hij heeft is spelen met soldaatjes en elektrische auto's. Hij speelt graag de Slag bij El Alamein na. 
Zijn 8-jarige buurmeisje speelt met hem, maar mist meisjesspeeldgoed. Later zal haar vader hem beschuldigen van seksueel misbruik (hij heeft niet in de gaten dat 'het spelen van vadertje en moedertje' hele andere associaties oproept bij de politie dan het onschuldige kinderspel met de poppen van het meisje.)
Zij verdiept zich hier in het slagveld. 
Fúsi werkt als bagage-afhandelaar op het vliegveld, waar hij verschrikkelijk gepest wordt door collega's. Hij zal hier nooit over klagen. Zijn moeder en haar vriend dwingen hem min of meer naar lijndansen te gaan. Hij pleegt wat passief verzet, maar komt daar op de drempel toch in contact met Sjöfn. 
Sommige beelden van hem zijn diep troosteloos. 
En altijd die IJslandse kou.
Er ontwikkelt zich een mooie relatie tussen die twee: ze vertelt hem van haar dromen, reizen, en haar liefde voor bloemen. Ze haalt hem over toch naar de dansles te blijven komen. Hij mag bij haar op visite komen.
Op dit moment in de film hoop je dat alles nog goed komt: hij is ook opeens veel losser, en hij heeft inmiddels een echte relatie met haar. 
Maar op een dag weigert ze hem elke toegang, en als hij toch bij haar binnenkomt - hij tikt een ruitje in - blijkt ze in een diepe depressie te zitten. Hij vergeeft haar al haar leugentjes - ze werkt helemaal niet in een bloemenzaak, maar is vuilnisvrouw - en lapt haar weer op.
Hij is haast moederlijk voor haar.
 Er ontbloeit geleidelijkaan een liefde tussen hen. Hij heeft alles voor haar over, knapt haar huisje op, koopt bloemen, kookt het eten, praat over haar droom van een eigen bloemenzaakje, neemt tijdelijk haar werk over, zodat ze haar baan niet verliest. 
Zij komt er ook weer bovenop, en hij wil haar een vakantie cadeau doen naar Egypte, omdat dat een droom van haar is. 
Weer terug in zijn eigen huis, met de nog dichte dozen.
Hij mag bij haar komen wonen, maar net als al zijn dozen zijn overgebracht, ziet ze ervan af, ze durft het niet aan. Onze goedzak koopt het lege pand voor haar, en knapt het op. Hij gooit de sleutel in haar brievenbus, en vertrekt in zijn eentje, met het vliegtuig, naar Egypte. 

Fúsi, met zicht op de vliegtuigen, waarmee hij nu al jaren gewerkt heeft, maar nog nooit in heeft gereisd. 
Gunnar, als 'chubby sexy man' (Pinterest. 
Dagur Kári, regisseur; hij ontving de Nordic Council Film Prize voor deze film.
Trailer
Haar favoriete liedje is Islands in the stream, van Dolly Parton; hij houdt van Heavy Metal. 

zaterdag 2 februari 2019

Geweldloze Communicatie, Marshall B. Rosenberg, 2017 (2003)

"Nonviolence means avoiding not only external physical violence but also internal violence of spirit. You not only refuse to shoot a man, but you refuse to hate him"
(Martin Luther King)
Uitgave 2017.
De oorspronkelijke titel is Nonviolent Communication: a language of life. De vertaling is van Pieter van der Veen en Chiel van Soelen. De ondertitel in het Nederlands is: Ontwapenend, doeltreffend en verbindend. 
Dit is een herziene druk van de (Amerikaanse) uitgave van 1983.
Dit boek heeft mij veel problemen verhelderd die zich kunnen voordoen bij communicatie. Het boek is ook zeer duidelijk - maar niet gemakkelijk. Ik zou het niet één-twee-drie onder de categorie zelfhulpboeken willen scharen. Of misschien toch wel, maar dan het type zelfhulpboek, dat je regelmatig nog eens pakt en herleest. Want gemakkelijk is de opgave die gesteld wordt niet.

Marshall Rosenberg rekent kort gezegd af met het fenomeen oordeel. Zowel de positieve als de negatieve oordelen. Een oordeel over iemand geven zegt altijd iets over die ander: je vindt die geweldig, of gek, of racistisch, of een oen, een gemenerik, een liegbeest, een schatje: ga zo maar door. Het zegt evenwel niets over jouzelf, de spreker.
Rosenberg zegt, dat jouw oordeel gebaseerd is op jouw eigen gevoelens, die weer voortkomen uit  jouw eigen behoeftes.
Iemand is dus geweldig, omdat die jou gelukkig maakt omdat hij geheel en al aan jouw behoefte van een ideaal welk dan ook) voldoet. leugenaar omdat je in hem teleurgesteld bent omdat je hem niet vertrouwen kunt. Een gemenerik omdat hij/zij jou of een ander pijn heeft gedaan en je daarover zeer verontwaardigd bent.
Het probleem is, dat als je spreekt met die oordelen, de ander zich gauw aangevallen zal voelen, en dan loopt de communicatie meteen stuk. 
Ga je van je eigen gevoelens uit, dan probeer je verbinding te leggen met die ander.
Het kan ook anders: niet uitgaan van je eigen gevoelens, maar uitgaan van de gevoelens van degene(n) met wie je spreekt. Daarnaar op zoek gaan, plus naar de onderliggende behoeftes.
De gemene tovenaar Jafar uit Disney's Alladin
Ik sla trouwens een belangrijk iets over:
Rosenberg onderscheidt: Waarnemen, gevoel, behoefte en verzoek.
Over behoefte en gevoel heb ik al iets gezegd, maar het begint natuurlijk met waarnemen. Wat neem je precies bij jezelf en bij de ander waar? Is dat niet dikwijls gekleurd door je eigen (slechte) ervaring?
Uit eigen ervaring weet ik, dat hier al een probleem zit: ik (maar ik denk: de meeste mensen) hebben geleerd meteen een oordeel te vellen. Bij mij duurt het soms lang voor ik weet wat ik er zelf precies bij voel, als ik iemand bijvoorbeeld 'verbitterd' noem. Ik denk dat het ook een soort frustratie is, omdat er geen hoop meer lijkt te zijn -  waartegen ik me verzet.
Van: www.desteven.nl
Een verzoek doen kan ook een belangrijke verschuiving teweeg brengen. Vergelijk het maar eens met 'iets eisen': hoe vaak gebeurt het niet, dat een verzoek in wezen dwingend is, en de ander geen ruimte geeft om 'neen' te zeggen?
(Foto Flickr.com
Empathie: de vaardigheid om je te verplaatsen in de beleving van een ander. Maar Rosenberg vraagt ook empathie en compassie met jezelf. 
Een apart hoofdstuk wijdt Rosenberg aan de empathie, in en buiten jezelf.  Hij vindt het niet goed werken als we leven vanuit schuld en/of schaamte: in feite zijn we dan bezig ons te richten naar de eisen van een ander. Als we vanuit vrijheid kunnen kiezen om een levensbehoefte van onszelf te vervullen, dan doen we dat altijd met plezier.
In dit verband is het ook belangrijk onderscheid te maken tussen ieders verantwoordelijkheid. Je kunt niet de verantwoording nemen voor een ander, maar sommige mensen zijn wel zo opgevoed, of geconditioneerd.

Een mooi voorbeeld over verantwoordelijkheid nemen, of juist niet:
De meester zei tegen zijn leerling: “Stel, iemand komt naar je toe met een cadeautje, maar je neemt het niet aan. Van wie is dan het cadeautje?” “Van degene die het jou wil geven”, antwoordde zijn leerling. “Datzelfde geldt voor dingen als jaloezie, boosheid en beledigingen.” Zei de meester. “Als je het niet aanneemt, blijft het van de ander ….” Onthoud het als je iemand tegenkomt die je ‘iets’ wil geven.

Als je het gevoel hebt, dat je dingen doet omdat dat MOET,  is het goed dat eens onder de loep te leggen. Van wie, of waarom MOET dat eigenlijk? Of KIES je ervoor de dingen zo te doen. (Als voorbeeld geeft hij: ik moet mijn kinderen naar school brengen, dat geeft me een vervelend gevoel. Maar als ik erover nadenk, is het iets waar ik zelf voor kies, omdat ik het contact met mijn kinderen waardevol vind.

Rosenberg geeft tal van voorbeelden van alle genoemde manieren van geweldloos communiceren. Hij schrijft ook voorbeelden op van gesprekken die mislukken, en laat zo zien dat het voor hemzelf ook niet gemakkelijk is. Hij geeft als bijvoorbeeld een keer dat hij werd uitgelachen door een hele groep. Een ander, met zijn eigen kind, waarbij hij wel degelijk kwaad werd. Dat maakt hem voor mij ook heel integer.
Rosenberg raadt aan, om eerst rustig te worden bij kwaadheid..

Er zijn heel veel groepen die GC beoefenen, zowel in de Verenigde Staten als in de rest van de wereld, ook in Nederland. In Nederland heb je het Nederlands Centrum voor Geweldige Communicatie, zie DEZE SITE.  (Het Geweldige in hun naam is een knipoog naar het geweldloos van Rosenberg, op wie zij hun werk baseren.)
Ik wist niet waarom er een giraffennek in het logo zit.
Maar ik vond de volgende uitleg:
Een boekje van Justine Mol, voor mij onbekend.
Zoekend naar een verklaring van die giraffennek, kwam ik terecht op een PDF van 's Heeren Loo, getiteld DIALOOGTRAINER. 
Ik kwam daar allerlei informatie tegen, die zo uit het boek van Rosenberg leek te zijn gekomen. Ik kon het niet laten en heb enkele citaten uit die luisterwijzer opgenomen.
En oh ja, die giraffe: die speelt ook een rol bij Marshal Rosenberg, getuige deze foto:
Rosenberg, 1934-2015; met poppen jakhals en giraffe. 
De communicatie van de giraffe, een dier dat zelfs cactussen kan verteren, is met begrip. Een giraffe biedt een luisterend oor en oordeelt niet. Dit dier voelt zich met zijn lange nek minder snel persoonlijk aangesproken. Hij staat ‘boven’ alle kritiek.

De jakhals is best een agressief dier. Wie communiceert als een jakhals is vaak kritisch, oordelend, aanvallend, verwijtend of op de persoon.
Beide dieren, de jakhals en de giraffe, zijn in ons allemaal aanwezig, ook als we niet met anderen communiceren. We hebben namelijk een oordeel over onszelf: ‘Ik ben te groot, te dik, te dun, te klein, te serieus, te gevoelig, te oud…..’ En over die ander: ‘Hij snapt het niet, hij is arrogant, hij is dominant hij is…….’ Geweldloze Communicatie traint ons om als een giraffe te communiceren, ook als er een jakhals tegenover ons staat of in onszelf te kop opsteekt.

Zowel bij Rosenberg als bij 's Heeren Loo vond ik wat nuttige lijstjes, die ik hier graag overneem van 's Heeren Loo:

Vaak vinden we het best lastig de woorden te vinden die passen bij wat er in ons of de ander leeft. Daarom stelt Rosenberg met de Geweldloze Communicatie voor om woordenlijsten bij de hand te houden over de verschillende gevoelens en behoeften die je kunt hebben. 
BOOS: Kwaad Wrokkig Woedend Razend Verontwaardigd Kokend Furieus 
OPGELATEN: Verward Schuldig Gegeneerd Beschaamd Ongemakkelijk Opgelaten 
GEÏRRITEERD: Ontstemd Verontwaardigd Gefrustreerd Ontevreden Ongeduldig Narrig GESPANNEN: Gestrest Overweldigd Nerveus Ongerust Ademloos Zenuwachtig 
VERLANGEND: Jaloers Afgunstig Hunkerend Nostalgisch Smachtend Verlangend 
KWETSBAAR: Onveilig Hulpeloos Op mijn hoede Machteloos Moedeloos Breekbaar Wiebelig Onzeker 
Leuk plaatje bij Kwetsbaarheid: je 'inner sukkel', haha.
AFWEZIG: Teruggetrokken Onverschillig Vervreemd Apathisch verveeld Gelaten Koel Koud 
BANG: Benauwd Onzeker/klein Verschrikt Versteend Ongerust Paniek/angst Bezorgd Timide / verlamd 
ONRUSTIG: Ongemakkelijk Geschrokken Verontrust Vertwijfeld Overstuur Geschokt Bezorgd Verrast 
PIJN: Eenzaam Gekwetst Berouwvol Diep bedroefd Verschrikkelijk Verdrietig Beroerd Leeg AFKEER: Verbittering Verachting Walging Afschuw Ontzetting Haat 
TREURIG: Triest Bedroefd Wanhopig Ongelukkig Teleurgesteld Terneergeslagen 
VERDRIETIG: Hopeloos Depressief Ongelukkig Ontmoedigd Teleurgesteld Terneergeslagen VERMOEID: Afgemat Uitgeput Slaperig Beverig Futloos Leeg/koud 
VERWARD: In tweestrijd Ambivalent Verbaasd Onthutst Verloren Perplex
De bedoeling van geweldloze communicatie is om te verbinden. Dus niet de agressievelingen, gemeneriken, verbitterden, rotzakken en dergelijke uitsluiten. We hebben zelf ook een jakhals van binnen.
Voorbeelden van Behoeften: 
VERBINDING Nabijheid Acceptatie Erkenning Erbij horen Gezelschap Waardering Vertrouwen Vriendschap Genegenheid Betrokkenheid Communicatie Je thuis voelen Saamhorigheid Wederkerigheid Gelijkwaardigheid Verbondenheid Rekening houden met elkaar Eenheid Warmte| begrip Bevestiging Aandacht 
EERLIJKHEID Respect Integriteit Helderheid Consistentie Rechtvaardigheid (zelf)expressie Authenticiteit 
AUTONOMIE Keuze – vrijheid Ruimte|Eigenheid Flexibiliteit Zelfstandigheid Gelijkwaardigheid Daadkracht Open(hartig)heid 
STRUCTUUR Orde | overzicht Voortgang Richting | focus Afronding Vaardigheid Duidelijkheid Transparantie 
SAMENWERKING Collegialiteit Bekwaamheid Effectiviteit Doeltreffendheid Ondersteuning Waardering Perspectief 
LIEFDE Geborgenheid Intimiteit Empathie Mededogen Schoonheid (innerlijke) vrede 
WELZIJN Harmonie | Flow Helderheid Regelmaat Balans | Kracht Gemak | Steun Luchthartigheid FYSIEK WELZIJN Voedsel | Water Lucht | Slaap Beweging | Rust Veiligheid Beschutting Tederheid Koestering Gemak Flexibiliteit Stabiliteit Zorgzaamheid Gezondheid Aanraking 
ZINGEVING Betekenis Bewustzijn Besef | Inzicht Bijdragen Ertoe doen Ontdekken Participatie Deelname Rouwen | Vieren Leren | Groeien Van belang zijn Heelheid Zuiverheid | Puurheid 
SPEL & PLEZIER Vreugde Spontaniteit Dynamiek Variantie Flow 
CREATIVITEIT Avontuur Inspiratie Uitdaging Ontdekken Co-creatie.

Niet minder belangrijk zijn de zogenaamde Pseudo-gevoelens:
Pseudo-gevoelens lijken iets te zeggen over wat er leeft bij de ander, maar in feite zijn het instinkers. Bij deze gevoelens zit een impliciet oordeel over de ander. Deze zijn te herkennen doordat je er vaak ….door jou/ door iemand anders achter kunt zetten. Die ander kan dan bijvoorbeeld zeggen “ Ik val je helemaal niet aan!” Wanneer jij zegt Dat je je in de steek gelaten voelt, dan kan iemand zeggen, “Maar ik laat je niet in de steek!”. Wanneer je zegt dat je je verdrietig of eenzaam voelt, kan niemand daar iets van zeggen, dat is jouw gevoel. Zo neem je verantwoordelijkheid voor jouw gevoel, heb je het over jezelf en is de kans groot dat de ander zich met jou kan blijven verbinden omdat hij geen ‘aanval’ hoort.
Zo lukt het allemaal niet.

Voorbeelden van pseudo-gevoelens:
Ik voel me... 
aangevallen 
geïntimideerd 
in de steek gelaten 
niet serieus genomen 
onder druk gezet 
tegen gewerkt 
voor het blok gezet 
verkeerd begrepen 
op mijn nummer gezet 
niet begrepen 
niet gewaardeerd 
niet gewenst 
niet gezien 
in het nauw gedreven 
.....
gemanipuleerd 
onveilig 
opgejaagd 
verraden 
verwaarloosd 
wantrouwig 
opgesloten 
overwerkt 
genegeerd 
gewantrouwd 
achterdochtig 
afgewezen 
bedreigd 
bedrogen 
gebruikt.
Amerikaans logo
Ik neem ten slotte een citaat op van een academisch review, van Viviane Crowley, over de Amerikaanse versie: 'Nonviolent Communication: A Language of Life' by Marshall B. Rosenberg, foreword by Arun Gandhi. Hierin is interessante informatie te vinden over de reikwijdte van het werk van Rosenberg. 
By Vivianne Crowley.
The Middle Way: Journal of the Buddhist Society
With a foreword by Mahatma Gandhi's grandson Arun Gandhi, President of the M K Gandhi Institute for Nonviolence, Nonviolent Communication is not specifically a Buddhist book, but it is an interesting exposition of the principles and techniques of non-violent communication. Rosenberg's approach is to teach people to reframe confrontational encounters and to replace old patterns of defending, withdrawing or attacking in the face of criticism and judgement. He trained originally as a psychoanalytic psychotherapist but was later influenced by the work of the humanistic psychologist Carl Rogers. He has developed training in non-violent communication that is widely used in the United States, Europe, Palestine, Israel and major conflict centres such as Rwanda to help opposing individuals and groups to conduct a dialogue with one another. Where Rosenberg's approach sits easily with Buddhist practice is his emphasis on changing our interior state of being as a prelude to entering into dialogue with others. From our inner state, he moves to the use of language, advocating language that empathizes with the 'other' in any dialogue, whether between parent and adolescent, opposing religious or ethnic factions, management and staff, teachers and pupils, prisoners and prison staff, or different interest groups in a hospital setting. His approach is set out the in a text as a series of steps of observing a situation without evaluating, identifying and experiencing one's feelings in relation to the situation and taking responsibility for them rather than blaming others for them, expressing one's needs clearly so that the other party can understand them and practising empathy and compassion towards others and their needs. The focus of the book is on clarity and on recognizing our reactions to situations as the source of distress rather than the situations themselves. This is a valuable book. The only qualification is that the examples of non-violent communication are geared towards American readers and would need to be rephrased for a European readership.
Heel verduidelijkend filmpje, met ondertiteling, ruim 9 minuten. Filmpje helaas van slechte kwaliteit.