woensdag 27 augustus 2025

MacBeth; Shakespeares tijdloze tragedies, Vrije Academie, Liesje Schreuders, 17 april 2024.

Met Macbeth heb ik me al vaker beziggehouden in mijn blog-leven! 
De meeste indruk maakte The Tragedy of Macbeth, film - Joel Coen, 2021.
Verder was er een interessante eigentijdse bewerking, de film  Lady MacBeth, van William Oldroyd,  uit 2016.
Tot slot las ik de stukken:  
Macbeth, William Shakespeare, in het Nederlands vertaald door Peter Verstegen, 2020.
Zie 
en
Macbeth, William Shakespeare, ca. 1604 
Oxford School Edition, edited by Roma Gill e.a. 2004

 En nu dan het college van Liesje Schreuders.....

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Schreuders noemt Macbeth het meest duistere treurspel van Shakespeare. Het speelt zich ver weg af van het zonnige Italië. Macbeth was een Schot. Er is veel onmenselijks in het stuk, denk aan hekserij, verraad, moord, boosheid, ambitie die door roeien en ruiten gaat. 
De ambitie vloeit voort uit behaald eigen succes; opvolging van de vorst moet het goede gevolg van je daden zijn. Hieraan zitten filosofische gedachten vast over het thema tijd. De dingen die gebeuren vloeien voort uit het verleden. De vermeende 'verdiende' opvolging wordt gebaseerd op het behaalde succes. 
De heksen kunnen in de toekomst kijken, zij wekken de ambitie bij MacBeth. En Lady Macbeth speelt een grote rol. Zij vrouwen twijfelen allemaal niet. 'Ben jij geen man?' zegt Lady Macbeth. Ze eist daadkrachtigheid van haar man. Het wordt al bij al een bloederig stuk, mede door het psychologisch effect van de moord op Duncan op zowel Macbeth als zijn vrouw. Ook Banqo wordt vermoord door Macbeth, waarna beide echtelieden gek worden. 
Er ligt een stapel lijken, de Lady slaapwandelt en heeft bloed aan haar handen. Er vindt een wrakende gerechtigheid plaats aan het eind van zijn  bewind. Nemesis: 
Beeld Nemesis, ca. 150 n.Chr.
Nemesis
(Oudgrieks: Νέμεσις, letterlijk: 'het toekennen/uitdelen van de verdiende straf') is een figuur uit de Griekse mythologie. Zij is de meedogenloze godin van de gerechtigde wraak, maar ook van de gelijkheid. 
Terzijde zij opgemerkt, dat MacBeth de kortste tragedie van Shakespeare is, 2477 verzen, dat is minder dan de helft van Hamlet.
Macbeth werd in 2015 verfilmd door Justin Kurzel; 
filmposter.
Vaak werd Macbeth aangeduid als The Scottish play: de titel noemen bracht ongeluk, meende men. Schreuders geeft een paar voorbeelden van voorstellingen in het verleden waarbij doden vielen. Bij de première zou een acteur het leven gelaten hebben door een echte dolk. Rustte er een vloek op het stuk?  In 1953 zou Charlton Heston vlam gevat hebben bij een openluchtvoorstelling op Bermuda.  
James I, 1566 - 1625
Koning van Engeland, was al James VI van Schotland
Zoon van  Maria I Stuart. Opvolger van Elisabeth I
Schreuders legt vervolgens verband met het toneelstuk en de geschiedenis: Koning James I was heel bijgelovig. Hij werd koning van het Verenigd Koninkrijk, maar de Schotten waren niet populair. Schotten golden als ruwe drinkebroers. 
Tussen Macbeth en de geschiedenis van het koningshuis zou een verband bestaan: Banquo zou een voorvader van James zijn. 
Verder was er in 1605 het gunpowderplot, een poging de katholieken weer aan de macht te krijgen.  Dat was ook een complot tegen de heersende vorst. Het "Guy Fawkes" plot, de aanstichter van het complot. Zijn dood op de brandstapel wordt elk jaar nog op 5 november herdacht bij de Bonfire Night
Dan schreef James I nog de filosofische verhandeling Daemonologie, in 1597 over necromantie, waarzeggerij, zwarte magie et cetera. Het werd opnieuw gedrukt in 1603. James onderschreef de heksenjacht. Je ziet het terug in de rol van de heksen in MacBeth.
Titelpagina van het boek van James I, herdruk van 1603. 
In 1590 werden nog volop heksen verbrand.
J.A. Koch, Macbeth und die Hexen
1835
De drie heksen uit bovengenoemde film van Joel Coen
Was er wellicht ook een complot tegen James? Dat weten we niet echt. MacBeth is niet een echt politiek stuk, Het laat Schotland zien als een plek waar MacBeth vrij spel heeft. 
Onder en boven:
Twee plaatjes van Mr. Macready, Engels acteur, in zijn rol als MacBeth, de Schot
Macready leefde van 1770-1874

De Schotten waren dappere krijgers. MacBeth ook, hij vocht voor Duncan. 
Elisabeth I regeerde van 1558-1603; voorafgaand dus aan James I
Er zitten veel polariteiten in het stuk: in het begin is MacBeth nobel, aan het eind moordt hij. Hoe zit dat precies. Is hij verworden tot een moordenaar? Of was hij dat al van meet af aan? Is het kwaadaardigheid? Of is het een zwakte? 'Fair and faul', "groots en voos", zeggen de heksen aan het begin. De Nederlandse tekst is volgens de vertaling van Verstegen.  
Er is een heel interessant blog te vinden over dit onder werp onder DEZE LINK.
We zien hem als man, als soldaat/krijger. Het woord 'bloody' keert steeds terug, het plot is erg bloederig. 
Schreuders wijst ook nog op Simon Forman, (1552-1611), astroloog. 
Simon Forman, astroloog, occultist en kruidkundige in tijdperk Elisabeth I en James I
Deze bezocht het theater vaak, en schreef daar de ervaringen die hij onderging op. Zie 
DEZE LINK.  De aantekeningen zijn bewaard gebleven in Forman’s “The Bocke of Plaies and Notes therof”. 'He went to see Macbeth, and was impressed by the medical and magical elements of the play, especially the presence of a doctor making notes of Lady Macbeth’s words as she sleep-walked. You can find the full description here , but this is an extract:

"In Macbeth at the Globe, 1610, the 20 of April, Saturday, there was to be observed, first, how Macbeth and Banquo, two noble men of Scotland, riding through a wood, there stood before them three women fairies or nymphs, and saluted Macbeth, saying three times unto him, “Hail, Macbeth, King of Codon; for thou shall be a King, but shall beget no kings,” etc. Then said Banquo, “what all to Macbeth, and nothing to me?” “Yes”, said the nymphs, “hail to thee, Banquo, thou shall beget kings, yet be no king”; and so they departed …

And Macbeth…through the persuasion of his wife did that night murder the King in his own castle, being his guest; and there were many prodigies seen that night and the day before. …

Then was Macbeth crowned kings; and then he…contrived the death of Banquo…. The next night…the ghost of Banquo came and sat down in his chair behind him. And he…saw the ghost of Banquo, which fronted him so, that he fell into a great passion of fear and fury, uttering many words about his murder, by which, when they heard that Banquo was murdered, they suspected Macbeth. …

Observe also how Macbeth’s queen did rise in the night in her sleep, and walked and talked and confessed all, and the doctor noted her words."

Dan is er nog een connectie tussen toneelstuk en geschiedenis in de figuur van Edward the Confessor 1042-1066.
Edward the Confessor, enthroned, opening scene of the Bayeux Tapestry 
Edward dient als tegenpool van Macbeth; Macbeth is wreed, misdadig, Edward is welwillend, verleent MacDuff asiel. Hij heeft alleen een beschrijvende rol, treedt niet op als personage in het stuk. 

Rapfhael Holinshed (ca. 1520 - ca. 1580) was een Engels geschiedschrijver. Over zijn leven is niets met zekerheid bekend. Zijn naam is verbonden aan één werk, The Chronicles of England, Scotland and Ireland, dat ook wel naar hem Holinshed's Chronicle wordt genoemd. Het werk verscheen in 1577. Dit werk geldt als de eerste bron voor Shakespeare's MacBeth.  
‘Still it cried ‘Sleep no more!’ to all the house:
‘Glamis hath murder’d sleep, and therefore Cawdor
Shall sleep no more; Macbeth shall sleep no more.’’
Macbeth, Act 2, Scene 2

Henri Fuseli schilderde heel wat Shakespeare-taferelen, voor de Boydell Shakespeare Gallery.
Henri Fuseli, Lady MacBeth, Sleepwalking. 
1784
Fuseli was Oostenrijker van origine. Hij beschouwde het theater als de beste leerschool voor een buitenlander om de uitspraak van de Engelse taal te leren. Hij liet nooit de kans voorbijgaan om een bepaalde speler (Garrick)  te zien optreden en hij was doorgaans op de voorste rij van de tribune te vinden. 
Zo zag hij zeer regelmatig Shakespeares toneelstukken op het toneel in de oorspronkelijke taal. Maar liefst 70 stuks van zijn werken waren geïnspireerd door Shakespeare. 
Onder de Shakespeareaanse toneelstukken ontwikkelde Fuseli een unieke relatie met Macbeth.  
The Armed Head Appears to Macbeth - Henry Fuseli
(Licht-donker-effecten. Mooi schilderij.)

Tot slot bespreekt Schreuders de opera van Shostakowith, Lady Macbeth of Mtsensk.

Cd-omslag Shoshtakovitsj Opera.
Interessant is, dat ik de filmversie van dit verhaal al aangaf in het begin. Lady MacBeth, van William Oldroyd,  uit 2016.

woensdag 13 augustus 2025

King Lear, Shakespeares tijdloze tragedies, Vrije Academie, Liesje Schreuders, 10 april 2024.

 
Ran, door Akira Kurosawa; 1985.
Ran zag ik in 1985, samen met mijn 13-jarige zoon Job, die deze film had uitgekozen. Het is een prachtige vertolking van het Shakespeare-drama King Lear. Er zijn zelfs mensen die vinden dat het de beste vertolking ervan is! 
Ran begint zó: in het centrum de machtige vorst Lord Hidetora Ichimonji,  trots, goedgekleed, hij heeft de wind eronder bij zijn onderdanen. 
En zo eindigt hij: zielig, verjaagd door oorlog en verraad....
... En ten slotte alleen nog over met zijn nar. Waanzinnig geworden.
A.I overzicht: 
Ran, geregisseerd door Akira Kurosawa, is een Japans episch historisch drama uit 1985, geïnspireerd door Shakespeares King Lear en de legendes van daimyo (krijgsheer) Mori Motonari. De film vertelt het verhaal van Lord Hidetora Ichimonji, een machtige krijgsheer die besluit af te treden en zijn koninkrijk te verdelen onder zijn drie zonen. Het plot verkent thema's als macht, verraad, hebzucht en de destructieve aard van ambitie, terwijl de zonen botsen over de controle, wat leidt tot chaos en de ondergang van de Ichimonji-clan.

Een meer gedetailleerde analyse:
Historische achtergrond
De film speelt zich af in het Japan van het Sengoku-tijdperkeen periode van burgeroorlog en politieke onrust.
Plot: 
Hidetora, die het einde van zijn leven nadert, gelooft dwaas genoeg dat hij de controle kan behouden door zijn koninkrijk te verdelen onder zijn drie zonen, Taro, Jiro en Saburo.
Het conflict:
Saburo, de jongste, uit zijn zorgen over het vermogen van de broers om verenigd te blijven, wat leidt tot zijn verbanning.
De Ondergang:
De twee oudste zonen, gedreven door hebzucht en ambitie, verraden hun vader en elkaar, wat leidt tot een brute burgeroorlog.
Hidetora's Lot:
Hidetora is getuige van de verwoesting die zijn zonen aanrichten en vervalt in waanzin nadat hij zijn vazallen heeft zien afslachten.

Thema's:
Ran onderzoekt de corrumperende invloed van macht, de gevolgen van verraad, de cyclische aard van geweld en de zinloosheid van menselijke ambitie.

Beelden:
De film staat bekend om zijn verbluffende beelden, met name het gebruik van kleur en epische gevechtsscènes, die bijdragen aan de krachtige en sombere weergave van de menselijke natuur.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Ik geef nu een samenvatting van Kin Lear zoals Shakespeare het schreef:
King Lear draait om de ouder wordende koning Lear die besluit zijn koninkrijk te verdelen onder zijn drie dochters, waarbij het grootste deel naar de dochter gaat die het meest overtuigend haar liefde voor hem belijdt. De twee oudste dochters, Goneril en Regan, vleien hem met onoprechte verklaringen, terwijl de jongste, Cordelia, weigert mee te doen aan de schijnvertoning en onterft wordt. Deze beslissing zet een reeks gebeurtenissen in gang die leiden tot Lears waanzin, verraad door zijn dochters en een tragische climax met dood en lijden voor veel van de hoofdpersonages.
Edwin Austin Abbey. King Lear, Act I, Scene I (Cordelia's Farewell) 
The Metropolitan Museum of Art. Dates: 1897-1898

Subplot: Gloucester's teleurstelling:
Een parallelle plot gaat over de graaf van Gloucester, die valse beschuldigingen tegen zijn loyale zoon Edgar gelooft, georkestreerd door zijn buitenechtelijke zoon Edmund. Edgar wordt ook gedwongen om in vermomming rond te zwerven.

Terugkeer en confrontatie:
Cordelia keert terug met een Frans leger om haar vader te redden, maar haar troepen worden verslagen. Lear en Cordelia worden gevangengenomen.

Tragische climax:

Het stuk culmineert in verschillende sterfgevallen, waaronder Cordelia en Lear, wat de gevolgen van verraad, onrecht en de destructieve aard van ongecontroleerde macht benadrukt.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0
De cursus van de Vrije Academie schonk eigenlijk weinig aandacht aan de intriges van het stuk. Dat gold net zo zeer voor de andere 'tijdloze tragedies'. Wel kwam de aandacht te liggen op thematiek, beroemde vertolkingen van het stuk, en uit welke handschriften we het stuk kennen, eerste voorkomen. 
Dit is King Lear in een verfilming van 2018.  Met Anthony Hopkins, Emma Thompson, Emily Watson, Florence Pugh; Pugh is Cordelia. 
Peter Brook regie, Paul Scofield Lear, 1970
En nog verder terug in de tijd: King Lear vertolkt door
Orson Welles, 1953

Dan vermeldt Schreuders nog een moderne bewerking van King Lear: de film A Thousand Acres, naar een boek van Jane Smiley. De film dateert van 1997.  Michelle Pfeiffer en Jessica Lange spelen er de hoofdrol in. 
Filmposter A Thousand Acres
1997
Docent Schreuders weidde uit over het thema koningschap: 
Nu is dat grondwettelijk vastgelegd, in Shakespeares tijd was het een absolute macht aan het worden. Wel was het onderwerp van debat. Koningschap vloeide voort uit het feodalisme, het ging om een 'militair leider', de aanvoerder van de adel. Dat waren bereden ridders, de vorst was de primus inter pares. Hij verdeelde de macht. In Groot-Brittannië van die tijd was er een problematische verhouding tussen land, adel en koning. Van wie is het land? Eigenlijk van de vorst.
Maar ook de kerk speelde er een rol, sinds Henry VIII, de Anglicaanse kerk.

Toch kijken we in dit stuk minder historisch naar de personen. Er is wat dat betreft een verschil met de koningsstukken die wel historisch waren. (Bij voorbeeld Richard II.)
Er worden vragen behandeld over identiteit, religie, en psychologische vragen - 'bij de gratie Gods': hoe zit dat met de macht die je zo krijgt? 
Maar Lear verliest uiteindelijk zijn verstand, en wordt zwerver. Lijdt hij aan een psychose? 

Waanzin kwam ook in Hamlet voor. In het begin van het stuk doet Lear afstand van het koningschap; zo ook van zichzelf. 
Hij gaat naar buiten in een apocalyptische storm. van hem is alleen nog een geesteszieke, oude man over. 

Centraal ook staat de relatie met zijn dochters, en de overerfbaarheid van het koningschap. Van de drie is de jongste de mooiste en de beste. De twee oudste maken hun vader maar wat wijs, smeren met stroop. Toch stuurt Lear de jongste, de oprechtste, weg. Hij verdeelt het land onder de twee oudste slijmballen.
Er ontstaat chaos. De natuur, en alle elementen worden vijandig en onherbergzaam. Goneril en Regan, de twee oudsten,  kleineren hun vader en sturen hem weg. Lear gaat de woeste heide op in een storm. Shakespeare verbeeldt dit kosmisch-universeel, de hemel daalt neer. Alles wat hoog was, wordt laag, alles raakt omgekeerd. Slecht en goed wisselen dan voortdurend. 
In zijn razernij houdt Lear alleen het gezelschap over van de nar, 'the fool'. Die is wel het laagste in de rangorde. Maar: hij kan wel de waarheid zeggen!
Koning Lear en de dwaas
Willem Holmes Sullivan, eind 19e eeuw, olieverf op canvas. 
00-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Er is ook veel over King Lear geschreven; Schreuders noemt enkele schrijvers, die eigenlijk allemaal bespreken dat het stuk weliswaar de absolute top is, maar tegelijk zeer 'huge'; 'too huge for the stage' zoals A.C. Bradley zegt, ook door de vele wisselende scenes. Bernard Shaw zei: 'No one will ever write a better tragedy than Lear.' 

Het stuk is vóór 1606 geschreven. Het komt voor in twee oude handschriften, de Quarto (Q1) uit 1608, en de First Folio (F1) uit 1623. Deze handschriften verschillen aanzienlijk van elkaar, wat leidt tot discussie over de "ware" tekst van het stuk. Het gaat om maar liefst 300 regels die alleen in de Q1 staan. 

Vermeldenswaard is nog, dat iedereen steeds een andere gedaante aanneemt: er zijn voortdurend verkleedpartijen. 
William Shakespeare, 1564-1616
Beroemdste citaat uit Lear: 

"Nothing will come of nothing."

Dit zegt Lear tegen dochter Cordelia als die weigert haar liefde voor hem in woorden uit te meten. Ze wil daarmee zeggen dat ze niet wil huichelen of stroopsmeren. Zoals haar zusters doen.  
Het erge is, dat Lear dit werkelijke bewijs van liefde uitlegt als een afwezigheid van erkenning. Als zij 'niets' meer wil zeggen, zal er ook niets van komen. Geen koninklijk erfdeel. 
Tegelijk komt er zo de aandacht te liggen op de leegheid van verklaringen van de andere dochters. Die holheid leidt inderdaad tot niks. 

o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o 

Shakespeare haalde zijn kennis / gebruikte als bronnen ook hier uit bestaande verhalen. Zo was er het Griekse volkssprookje over zout, "Zoo geren as zout": het gaat over een koning die zijn drie dochters vraagt hoeveel ze van hem houden. De oudste dochter zegt "zo veel als de zon", de middelste "zo veel als de maan". De jongste dochter antwoordt "zo veel als zout". De koning is beledigd en verbant haar omdat hij zout als waardeloos beschouwt. Later blijkt zout echter onmisbaar, en de koning beseft zijn fout wanneer hij zonder zout komt te zitten. De dochter keert terug en wordt vergeven.
Het sprookje benadrukt de waarde van iets dat vaak als vanzelfsprekend wordt beschouwd, en de onvoorwaardelijke liefde van de dochter.
Er zijn verschillende versies van dit sprookje, vaak met kleine variaties in details, maar het centrale thema van de waarde van zout en de liefde van de jongste dochter blijft hetzelfde.

Edgar in King Lear vermomt zich als de gekke "Tom o' Bedlam". De termen "Tom o' Bedlam" en "Bedlam-bedelaar" werden gebruikt om bedelaars en zwervers te beschrijven die een geestesziekte hadden of veinsden dat te doen. Ze gaan terug op een anoniem gedicht aan het begin van de 17e eeuw. Ze beweerden, of werden verondersteld, voormalige gevangenen te zijn van het Bethlem Royal Hospital (Bedlam). 
Zo zag het ziekenhuis eruit in 2007.
Bethlem Royal Hospital , ook bekend als St Mary Bethlehem , Bethlehem Hospital en Bedlam , is een psychiatrisch ziekenhuis in Bromley, Londen . De beroemde geschiedenis ervan heeft verschillende horrorboeken, films en televisieseries geïnspireerd, met name Bedlam , een film uit 1946 met Boris Karloff.

Er bestond destijds al een verhaal met de titel: The True Chronicle History of King Leir. Shakespeare was du ook hier niet persé origineel. Publicatie 1605, geen auteur bekend. 

Verder geldt als bron:  Geoffrey of Monmouth's Historia Regum Britanniae (Geschiedenis van de koningen van Groot-Brittannië). Deze kroniek bevat de eerste bekende versie van het verhaal van Koning Lear, dat vervolgens door Shakespeare is bewerkt In Geoffrey's verhaal is Koning Leir een Britse koning die zijn koninkrijk onder zijn dochters verdeelt, met een relatief gelukkig einde waarin hij weer op de troon komt. Shakespeares Koning Leir verandert het einde aanzienlijk en beeldt een tragische ondergang uit.
Eigentijdse uitgave; het origineel dateert van 1136.

Houten standbeeld van Geoffrey of Monmouth in Tintern, Monmouthshire

Monmouth; (ca. 1095 - ca. 1155 ) was een katholieke geestelijke uit Monmouth, Wales, en een van de belangrijkste figuren in de ontwikkeling van de Britse geschiedschrijving
King Lear and the Fool in the Storm,
ca. 1851, William Dyce
Lear fulmineert tegen de elementen:
Blow, winds, and crack your cheeks!

King Lear Weeping over the Dead Body of Cordelia
1786–8, James Barry
(Stonehenge op de achtergrond?)
In de climax van het stuk houdt Lear Cordelia in zijn armen, en dan sterft zij. Het stuk eindigt met haar dood, en die van Lear. Er vallen nog meer doden, waardoor een gevoel van totale verwoesting overblijft.


"Lear in the Storm"; George Romney, tekening uit de 19e eeuw, datum onbekend.
Wat mij betreft is dit een ontroerend plaatje. Het menselijke van Lear komt hier vooral tot uitdrukking. 
Het gaat in Lear om het koningschap, om ouderdom en waanzin, en om menselijkheid. 


Aandacht voor de betekenis van het woord KNOW: 
KNOW that we have divided in three our kingdom

Zat Lear hier al fout? 
Hugo Claus laat in zijn vertaling dat KNOW  weg.
Maar het komt steeds terug. Zowel in de betekenis van weten, als erkennen en herkennen. 
Denk aan de subplot van de echte/natuurlijke zoon van Gloucester, tegenover de bastaard, de 'valse', 'onechte' zoon. Echtheid wordt synoniem met  goedheid, natuurlijkheid.

Dan: De 'tragische fout' (hamartia) van King Lear is zijn arrogantie en buitensporige trots. Hij ziet niet in wie van de drie dochters werkelijk van hem houdt. 


"Blow, winds, blow, crack nature's mould"

Deze zin is een beroemd citaat. In deze scene in de derde acte, fulmineert Lear tegen de storm, en eist dat de winden hun wangen uiteen zullen blazen, en de 'mallen' van de natuur kapotslaat. Eigenlijk roept hij op tot verwoesting van de wereld, en geeft de mensheid, in het bijzonder de ondankbaren (zijn dochters!)  de schuld van zijn lijden.
"The storm in King Lear is not just a weather event; it symbolizes the chaos in Lear's mind and the political turmoil in Britain. It reflects his inner turmoil, madness, and fall from power. The storm serves as a powerful metaphor for his vulnerability and loss of authority."

Roger Allam as King Lear: ‘Blow, winds, and crack your cheeks’ | Shakespeare Solos
Guardian Culture

dinsdag 29 juli 2025

Wij zijn de tijden, geschiedenis in crisistijd, Beatrice de Graaf, 2024.

,, Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.” 
(Een van de bekende uitspraken van Augustinus.) 
 
Boekomslag
Beatrice de Graaf, auteur van dit boekje. 
Geboren te Putten, 1976.
Hoogleraar te Utrecht;
Onderzoeksfocus: geschiedenis van veiligheid, crisis, (contra)terrorisme en internationale betrekkingen
Dit boekje is de tekst van de Johan Huizingalezing van december 2024. 
Johan Huizinga; naar hem zijn de jaarlijkse lezingen op 7 december vernoemd. 
Huizinga leefde van 1872-1945
Dit is een heel interessante tekst, die ons wil troosten en bemoedigen in onze moeilijke tijden. Er is van alles aan de hand, er woedt oorlog in Oekraïne en Gaza, en op nog veel meer plekken in de wereld, in Afrika, in Azië. Er dreigt nog veel meer, zie de verhouding China Taiwan, en ik kan nog wel even doorgaan. 
Dan hebben we ook nog de afschuwelijke klimaatcrisis, vluchtelingen overal die nergens heen kunnen. Hoe verhouden we ons tot deze problemen die ver boven onze hoofden uittorenen? 
Daarvoor is visie nodig, en een diepgaand inzicht in wat ons leiden kan. 
Beatrice de Graaf vindt - om ons een weg te wijzen - in het verleden een aantal prachtige voorbeelden. En het zijn geen gratuite praatjes die ze verkoopt, nee: de voorbeelden zijn van mensen die zelf in een periode van ondergang leefden. 

De eerste die ze aanhaalt is Augustinus, met zijn werk De Civitate Dei, De Stad van God. 
Geschreven door kerkvader Augustinus, tussen 413 en 426.

Oudste afbeelding van Augustinus
(6e eeuw), fresco in Sint-Jan van Lateranen, Rome
Augustinus leefde in de tijd van de ondergang van Rome. Rome ging ook werkelijk ten onder, al maakte Augustinus dat net niet meer mee. Gelukkig werd ook zijn bibliotheek gespaard. 
Augustinus voert Kakos op in De Civitate Dei. Hierin combineert hij geschiedenis met mythologie om uit te leggen dat de val van Rome niet de schuld van de christenen is. en ook niet het einde van de wereld betekende, maar wel het onvermijdelijk gevolg was van corruptie en oorlogszucht van de Romeinen zelf. Rome was gebouwd op moord, denk aan Romulus die Remus doodde. Dat leidde tot steeds grotere verwording, verval, wanhoop. Er was geen uitzicht meer, en die kwam ook niet. Er werd met name geen recht gedaan aan het natuurlijke vredesverlangen van mensen. Niet aan het streven naar harmonie, dat de mens ook ingebakken s. 
Augustinus  vindt derhalve, dat Rome geen stad Gods was, maar een stad van mensen. Een stad van mensen ontbeert goddelijke waarden, moed, eerlijkheid, trouw. 
De Graaf concludeert, dat je in een echte, of een beleefde crisistijd, de historie nodig hebt als hulpmiddel. En soms moeten we die op een bepaalde manier hanteren, namelijk die horen en vertellen vanuit een bepaalde grondhouding. Augustinus, vertelt zijn verhaal met een opzettelijk oogmerk. Dat oogmerk is, dat de verhalen worden gedragen door een moreel-epistemische grondhouding. 

"Het Griekse ἐπιστήμη (epistèmè) betekent 'weten' of 'kennis'. Epistemologie is dan de leer van het weten of de kennis en richt zich op de vraag naar waarheid of zekerheid."
Geschiedenis is dus nooit: kaal-wetenschappelijk, ook niet monumentalistisch ('die VOC-mentaliteit!") 

Het volgende voorbeeld dat ze aanhaalt is van Johan Huizinga zelf. 
Huizinga zelf leefde ook in een tijd van ondergang. In die periode en over die ondergang schreef ook Spengler, De Ondergang van het Avondland. Daarin vindt De Graaf niets van de 'moreel-epistemische pijlers' terug die ze zo noodzakelijk vindt. 
Herfsttij der Middeleeuwen schreef Huizinga in 1919. 
Dit is het hoofdwerk van Johan Huizinga. Voor een overzicht zie Literatuurgeschiedenis.
Twee andere  belangrijke werken over dezelfde vreselijke tijd van aftakelende waarden en normen én de oorlog en massavernietiging die daaruit voortkwamen  waren 
 en 

 Verder gebruikt ze als voorbeeld hoe het niet moet:

Oswald Spengler, Ondergang van het Avondland. 
1918 deel 1, 1922 deel 2. 
Spengler geeft geen hoop in zijn Ondergang. Huizinga vond dat Spengler de feiten verachtte; hij schreef 'mystagogie', i.p.v. geschiedenis. M.a.w.: alsof het om mysteries ging. 
Ik verwijs op deze plek graag naar nog een ander boek uit deze tijd, dat wél spoort met de gedachten van De Graaf. Zie Mijn blog De opstand der Horden, José Ortego y GassetY Gasset.

Een voorbeeld uit de recentere geschiedenis dat De Graaf aanhaalt zijn de Fireside Chats van Franklin D. Roosevelt. 
Fireside Chats, 
tussen 1933 en 1944
Roosevelt sprak met vol vertrouwen over de radio tegen miljoenen Amerikanen over het herstel van de Grote Depressie. Hij kondigde de Emergency Banking Act af, als reactie op de bankencrisis. Hij sprak over de recessie van 1936. de New Deal, en over het verloop van de Tweede Wereldoorlog. Op de radio weerlegde hij geruchten, bestreed hij conservatief gedomineerde kranten en legde zijn beleid rechtstreeks uit aan het Amerikaanse volk. Zijn toon en houding straalden zelfvertrouwen uit in tijden van wanhoop en onzekerheid.
Greep terug op Washington om mensen oorlogsbereid te maken.
Geschiedenis zijn nooit de kale feiten, het heeft ook geen zin om 'monumentale geschiedenis' te beoefenen. ('Die VOC-mentaliteit!')
We leven in een tijd die vaak gekenschetst wordt als een tijd van ondergang ('een tsunami aan immigranten'; 'de corrupte elite'). Wat dat betreft kun je teruggrijpen op alle genoemde werken, omdat die ook in een tijd van ondergang ontstonden. 
Augustinus zag in zijn tijd de ondergang van Rome aankomen. Rome ging inderdaad ten onder, in de jaren 354-430 na Christus. 
Augustinus heeft het over Kakos, een monster dat mensen eet en vuur spuwt. Hij verpersoonlijkt het Kwaad. Kakos is weliswaar ooit verslagen door Hercules, maar zijn geest waart nog rond, bij voorbeeld in Dantes Goddelijke Komedie. 
Hercules doodt Kakos. 
Zowel bij Augustinus, Huizinga als Roosevelt treft zij de moreel-epistemische grondhouding aan. 

Huizinga voegt aan de visie van Augustinus een extra klank toe: in zijn de profundis richt hij zich rechtstreeks tot God met een gebed. Dat deel is in sommige uitgaven weggelaten. Historie is ook geen gebed. Maar het wijst wel naar een zoeken. 

De Graaf legt uit: Huizinga werd in 1919 zwaar getroffen: zijn echtgenote May Schorer overleed, zijn oudste zoon Dirk ook, een jaar later. 
Zijn werk staat daardoor in het teken van verlies, melancholie en een schijnbaar cultuurpessimisme. Die elementen vloeiden samen met de wereldorde van dat moment. 
In Herfsttij beschrijft Huizinga de Middeleeuwen als een tijdvak in de ban van culturele ondergang. Bewijs voor die stelling ziet hij in de omgang van de adel met oorlog en geweld. Het ridderideaal moest de wereld schragen en zuiveren; het was het 'heilmiddel der slechte tijden'. 
In de 15e en 16e eeuw werden kooplieden geregeld overvallen door verarmde ridders.
© José Daniel Cabrera & Shutterstock
De cultuurkritieken en kroniekschrijvers zijn evenwel overduidelijk: de krijg werd niet meer nobel gevoerd. De werkelijkheid was bruut, in plaats van een poging tot realiseren van het hoofse ideaal. 
Wel bleef het beeld van ridderlijkheid overeind in gezangen e.d. 

Deze werkelijkheid was weer anders in 1935: in die periode van culturele ondergang werd ook het ideaal zelf te grabbel gegooid. 
Homo Ludens schreef Huizing in 1938. Het was een pleidooi voor de spelende mens. De mens heeft cultuur nodig:
Kern van Huizinga's betoog: spel ligt in het leven besloten en is een noodzakelijkheid voor het scheppen van cultuur; spel structureert menselijk handelen en is een drager van de culturele ontwikkeling van de mens.
Huizinga schreef dat in een tijd dat het internationale recht en het oorlogsrecht ondermijnd werden. Er was sprake van een ver gaande morele ontworteling.

Destijds hadden de ME een opvatting gevestigd van eer en adeldom. Die vormden een goede basis. Die basis was in 1938 verdwenen, er bestond geen systeem van volkenrecht meer. Enkel het belang van de eigen partij werd vooropgesteld. Er ws een verwildering door het ultranationalisme en vijanddenken.

De eenvoudige waarheid van Augustinus: de mens streeft naar harmonie en niet naar disharmonie, werd omgedraaid. Er was geen hoog ideaal van menselijke beschaving meer.

De Graaf komt ook uit - dat kan haast niet anders, op de zeven kardinale deugden: 
4 kardinale deugden zijn: wijsheid, moed,  rechtvaardigheid en beheersing (gematigdheid). Vanaf de tijd van Augustinus kwamen daar nog drie theologale deugden bij: geloof, hoop en liefde.  Bij een deugd gaat het zowel om het ideaal, als om de toepassing ervan. 
Impliciet of expliciet werden die deugden eeuwenlang ingezet het ging uiteraard ook om de toepassing van die deugden.
De vier kardinale deugden.
(van DEZE SITE)
Allegorische afbeelding van Geloof, Hoop en Liefde. 
Groninger Museum, Johan Wierix, 
1572

Othello, Shakespeares tijdloze tragedies, Vrije Academie, Liesje Schreuders, 3 april 2024.

Actuele Nederlandse uitgave (2018), vertaald door Peter Verstegen.
Shakespeare schreef het in 1603 of 1604
Een prachtige Ave Maria, gezongen door Maria Callas, uit de opera van Verdi, OtelloDesdemona zingt. 
Ton en ik volgden de cursus Shakespeares tijdloze tragedies, van de Vrije Academie, door Liesje Schreuders, in het voorjaar van 2024. De cursus werd gegeven in Utrecht. 
Enkele dagen na de voltooide cursus kreeg Ton een ernstig herseninfarct. Daardoor ben ik er totnogtoe niet aan toegekomen om een verslag te schrijven. 
Het gebeurde maakt ook dat ik met bijzondere gevoelens terugkijk op de cursus, bij voorbeeld op onze wandeling ernaartoe door de stad. Het was een van onze laatste  uitjes, een van onze laatste intellectuele bezigheden ook. Doordat Ton volledig afasie heeft, zal elke volgende cursus nooit meer dezelfde impact hebben. 
Desondanks...:

Othello hoort bij de zogenaamde problem plays. Bij dit type spel horen ook Shakespeares Merchant of Venice - waarin het antisemitisme thema is - en The Taming of the Shrew, met als thema misogynie, vrouwenhaat.  
In Othello is het grote thema: rassendiscriminatie. En natuurlijk om jaloezie: 'the greeneyed monster'. 
Portret van Ira Aldridge als Othello, geschilderd circa 1848.
Aldridge was een der eerste zwarte Amerikaanse acteurs. Aldridge was vooral bekend om zijn Shakespeare-rollen. 
Over de vertolkers van Othello, zwart én wit,  kom ik nog te spreken.
De hoofdlijn van het stuk draait om Jago, Desdemone en Othello. 
Jago, vaandrig in het leger onder aanvoering van generaal Othello, is woedend dat hij niet in aanmerking komt voor promotie en smeedt een plan om wraak te nemen op zijn generaal: Othello, de Moor van Venetië. Jago manipuleert Othello door hem te laten geloven dat zijn vrouw Desdemona ontrouw is, wat Othello's jaloezie aanwakkert. Othello laat zich door jaloezie verteren, vermoordt Desdemona en pleegt vervolgens zelfmoord.
Kenneth Branagh als Jago. 
Het gaat bij Shakespeare natuurlijk heel erg om de karakters. Over Jago vond ik dit: 
"Jago is charming, clever, and funny, and great company, and right at the center of the military community on Cyprus, where the army has been sent to deter the Turks from an attack on Venice. He lends a sympathetic ear to everyone as they pour out their problems to him and solicit his help.

What they don’t know is that he is actually the cause of their problems and that the more information they give him, the more ammunition they are supplying him with to be used against them.

The character qualities listed above are all fake. He is, in fact, hypocritical, manipulative, cruel, unsympathetic, vicious, and, in fact, murderous."
Sonya Yoncheva as Desdemona
En over Desdemona vond ik dit: 
"It is difficult to assess Desdemona’s character as Shakespeare presents her as just about a perfect human being. She is, of course, a woman in the position of almost all Elizabethan women – the possession of her father until ownership is passed to another man in marriage. However, she shows a strong independent streak in choosing to defy her powerful father and marry where her heart is rather than where her father’s economic interest lies.

Her speech to the Council shows strength and determination, common sense, and commitment. In her marriage, her vow to honour her husband through thick and thin is carried out to the very end. In spite of that, she is basically innocent and unaware of the dangers of life. She is far too trusting and thus partly responsible for her fate.

She is inevitably a victim of her times, times in which, regardless of her courage and independent spirit, she is destroyed by the men around her."
Laurence Fishburn as Othello… but is he a villain?
En wat kunnen we zeggen over de hoofdfiguur, Othello?
Othello is the main character in Shakespeare’s play Othello. He’s a Christian Moor and the general of the armies of Venice. He’s in a position of power, but his racial background is something that consistently sets him apart from those around him. Additionally, Shakespeare imbued Othello with contrasting features. He’s a strong and skilled fighter, and an eloquent speaker, and a loving partner (at least for a time).

His characteristics, role in society, and relationships with those around him, unfortunately, make it easy for Iago (generally considered to be the true villain of Othello) to manipulate him. Othello eases away from his role as “hero” as Iago poisons his mind against his true love, Desdemona. His eloquence and thoughtfulness fall away, and his jealousy and rage take over. The heart of the play revolves around Iago’s deceit and his manipulation of Othello.


Karakterbeschrijvingen van Jago, Desdemona en Othello haalde ik van DEZE SITE

Het stuk heeft trouwens veel meer personages, die laat ik buiten beschouwing. 

Lijdt Othello aan seksuele jaloezie, Jago lijdt weer aan een ander soort jaloezie, hij meent dat hij recht had op de promotie in het leger, die nu aan Cassio te beurt is gevallen. Cassio werd tot luitenant bevorderd. 
Jago is een schurk, maar wel een van de interessantste schurken - aldus docent Liesje. Hij plant ook een val voor Othello, omdat hij hem, 'De Moor', haat. Die haat is gestoeld op ras en kleur. Huidskleur speelde toen een rol, en nu weer. Othello is een hooggeplaatste generaal in Venetië. Én hij is een Moor, Arabisch. Huidskleur heeft een sociale connotatie. 
Naast jaloezie is manipulatie een thema. Jago manipuleert Cassio, door hem dronken te voeren. Daardoor komt Cassio in een straatgevecht terecht, waarna Othello hem, een getrouwe, ontslaat. Dan adviseert Jago hem excuses te gaan maken bij Desdemona, die hem belooft te helpen. 
Jago misbrukt dat dan weer door te zorgen dat Othello dat samenzijn ziet, en in jaloezie ontbrandt. 

Helaas leidt dit tot feminiscide uxoricide: de vrouw wordt vermoord door haar partner. 

De historische context is ook interessant. Waar komt Othello vandaan?
Columbus had Amerika al ontdekt. 
Vikingen ook daar geweest. De wereld was sterk vergroot, een bron van avontuur en van rijkdom. Imperia werden opgebouwd. 
Rassendiscriminatie bestond toen ook al, net zo goed als het heden ten dage nog bestaat. Even een zijpaadje: Zelfs de onkreukbare Desdemona getuigt van discirminatie. Zo beweert ze: For example, while striving to confront Othello’s suspicions, she could not come up with anything better than the suggestion that her husband was naturally predisposed towards anger and distrust by virtue of his racial affiliation: “You Moors are of so hot a nature that ev­ery little trifle moves you to anger and revenge” (Shakespeare Act IV, Scene I).

Othello was, volgens A.C. Bradley (1904) 'the most painfully, exciting and the most terrible.
Shakespeare Tragedy.
Het werd niet als een gewone tragedie ervaren, want het stuk wekte hele hevige reacties bij het publiek.
De zogenaamde vierde wand wordt voortdurend doorbroken. De weerzin tegen wat daar gebeurt, gaat heel diep.
Patrick Hogan beweert zelfs, dat de discriminatie door witten de kijk van zwarten op henzelf heeft beïnvloed. waardoor zij nu ook zelf met minachting, haat en wanhoop naar zichzelf kijken. 
To ver in de 20e eeuw werd de rol van Othello meestal door een witte man gespeeld, die dan zwart gemaakt was. Eigenlijk verschrikkelijk! Zwarte mannen werden zelfs niet goed genoeg geacht om de rol te spelen! Zie ook de volgende foto's:
Hier speelt Orson Welles Othello, in de film Othello. 
1952.
Placido Domingo speelde Othello in 1979,
Metropolitan Opera production in New York.
Laurence Olivier speelde Othello nog in 1965;
poster
Laurence Olivier als Othello en Maggie Smith als Desdemona in de film Othello van 1965.  
Beeld: Cinetext Bildarchiv/Warner Bros/Allstar
In 1965 was Laurence Olivier een topacteur, en werd zijn rol zeer hoog gewaardeerd. Nu, zo veel jaar later, wordt er min of meer met afgrijzen naar gekeken, omdat de 'zwartgemaakte acteur'  juist alle raciale stereotypen gebruikte. 'Olivier's Othello was always a racially offensive anachronism',  schreef The Guardian in 2024. 
'Grotesque', zo herinnerde de recensent Geoffrey Wheatcroft zich Olivier in die rol. 

'Blackface' was de benaming voor een witte die de rol van een zwarte speelde in de slavernijtijd in Amerika. De rollen stonden bol van de stereotypen. Dit werkte door!

Whitewashing was een term van latere datum, die gebruikt werd om aan te tonen dat zwarten geen kansen kregen voor de rollen die toch werkelijk door hen gespeeld moesten worden. 
De rol van Laurence Olivier als Othello kwam in een tijd dat whitewashing eigenlijk al aan het verdwijnen was.  

Betrof dit alles de uitvoering van het stuk, de historische context is ook belangrijk voor de inhoud van het stuk, Dat speelt zich namelijk af tegen de achtergrond van de Ottomaans-Venetiaanse oorlogen in de late 16e eeuw. Specifiek gaat het over de oorlog om Cyprus, een Venetiaans eiland dat in 1570 door de Ottomanen werd aangevallen en een jaar later werd veroverd. Deze gebeurtenissen vormden een belangrijke inspiratiebron voor het stuk, dat zich deels op Cyprus afspeelt.
Slag bij Lepanto, 1571.
In deze strijd op zee werd behaalden de Ottomanen de overwinning. 
Toch stopte deze strijd verdere expansie van de Ottomanen in de Middellandse Zee, waardoor de westerse dominantie behouden bleef. Het vertrouwen in het Westen groeide dat de Turken, voorheen onstuitbaar, verslagen konden worden.
Venetië was grote belanghebber bij de strijd tegen de Ottomanen, samen met de Kerk, Spanje en andere landen. Er waren grote handelsbelangen. Er was een lange periode van intense vijandigheid tussen de Republiek Venetië en het Ottomaanse Rijk.
Wat een moeilijk rol vervulde Othello dan!

De oorlog om Cyprus:
De val van Cyprus in 1571 - een overwinning voor de Turken - was een grote klap voor Venetië en een belangrijke gebeurtenis in de regio. Dit conflict vormt de achtergrond van het stuk.

De positie van Othello:

Othello is een zwarte Venetiaanse generaal! Dat was een in die tijd ongebruikelijke situatie, en leidde  tot vooroordelen en discriminatie.

De Renaissance:
Het stuk werd geschreven tijdens de Engelse Renaissance, een periode van culturele en intellectuele vernieuwing. Denk ook aan de grotere contacten wereldwijd, die uitwisseling op gebied van handel, kunst en wetenschap bevorderde. 

De positie van vrouwen:

In de tijd van Shakespeare hadden vrouwen beperkte rechten en werden ze geacht gehoorzaam en kuis te zijn.

Militaire cultuur:
Othello's status als generaal is cruciaal voor het verhaal en benadrukt de waarde die in die tijd aan militaire bekwaamheid werd gehecht. Othello dankte dit aan zijn talenten!

Religie en moraal:
Het stuk verkent thema's als christelijke moraal, zonde en vergeving.

Kolonialisme en ontdekkingsreizen:
De Renaissance was ook een tijd van kolonisatie en ontdekkingsreizen, wat invloed had op de manier waarop mensen naar andere culturen keken.

De historische context helpt om de personages, hun motivaties en de thema's van het stuk beter te begrijpen.

Een zeer informatieve site over Othello en andere Shakespeare-drama's, ook met citaten is hier te vinden: ZIE DEZE LINK .

De belangrijkste bron voor Othello is een novelle uit een Italiaans prozawerk, de novellebundel Hecathommithi van Giovanni Battista Giraldi ("Cinzio") uit 1565, het verhaal van een niet bij name genoemde Moor en Disdemona. Aan het oorspronkelijke verhaal van Cinzio voegde Shakespeare een aantal eigen 'ingrediënten' toe zoals de naam Othello, de jaloerse Rodrigo die naar Desdemona's hand dingt, en Brabantio, de woeste, door verdriet overmande vader van Desdemona. Het meest memorabele personage dat hij schiep was echter Jago, die hij van een onbetekenende schavuit in een gewetenloze schurk omtoverde.
Titelpagina uit 1630.