zondag 24 december 2023

Angel Heart, Alan Parker, 1987.

Angel Heart, Alan Parker, 1987.
De film is gebaseerd op de roman Falling Angel, van William Hjortsberg. 
Gezien op Arte, als inleiding op een documentaire over Robert de Niro. 
De Niro heeft altijd heel gewelddadige rollen gespeeld, waarin hij uitblonk. En in deze film speelt hij al even voortreffelijk de duivel in eigen persoon....
Niet, dat we dat meteen aan het begin al weten.  Hij stelt zich voor als Louis Cyphre. 
Hij ziet er wel een beetje griezelig uit, tiptop gekleed, koud en streng, maar ook raadselachtig. Je weet niet wat je van hem moet denken. 
Bij hem komt Angel Heart, een privédetective. Cyphre heeft Heart ingehuurd omdat hij op zoek is naar een man, genaamd Johnny Favorite. Die is hem nog iets schuldig, zegt hij.
 
Cyphre heeft trouwens gepunte en gelakte nagels; als klauwen. 
Harry Angel neemt de opdracht aan. We hebben dan als kijker al één lijk achter de rug: in een steegje lag een lijk met opengesneden keel; een hond loopt er rond, een kat kijkt van bovenaf uit een raam toe. Er gaan nog vele lijken volgen, allemaal op de zoektocht van Harry Angel naar Johny Favorite. 
Het is 1955, een jaar waarin in Amerika nog volop rassenscheiding is. Zwart versus wit speelt zeker een rol in de film, maar dat laat ik hier nog even. 
Belangrijker is dat de lijken die Angel vindt hem allemaal op het spoor zetten naar Johny Favorite. 
Intrigerend beeld. 
Het is nu even het gemakkelijkste om te beginnen bij de onthulling van het plot, dat maakt de uitleg iets eenvoudiger. Hoewel we in de film pas aan het einde erachter komen hoe het zit. Wel zijn er heel wat aanwijzingen dat we méér zien dan we zien.... 
Johny Favorite blijkt een man die zich bezig hield met duivel aanbidding. Hij was een zanger, die een pact met de duivel sloot om een gouden keeltje te krijgen. In ruil daarvoor kreeg de duivel zijn ziel. 
Om aan dat pact te ontkomen, trachtte Favorite de duivel te misleiden met een ritueel. 
Eten van een hart komt herhaaldelijk terug. 
Hij doodde een soldaat, Harry Angel, at diens hart op en bezat zo zijn ziel. (Hart is een belangrijk thema, zie ook de titel.) Mogelijk ook zijn lichaam. Die soldaat had gevochten in de Tweede Wereldoorlog waar hij door shellshock zijn geheugen was verloren. Hij kwam in een hospitaal terecht, daar vond het voodooritueel plaats waarbij Favorite Harry's hart opat. Zo kon het gebeuren dat Johny Favorite, met de hulp van een arts + meerdere andere mensen verder kon leven als Harry Angel. Ziedaar de misleiding van de duivel door Favorite.  
De duivel laat zich niet misleiden. En zo komt Louis Cyphre de ziel opeisen die hem toekomt.
Maar dan moet Harry/Johny wel achter de waarheid over zichzelf komen. Zo is de film een queeste naar de ware Johny.... 

Voordat ik verder vertel over de plot, eerst nog wat over de leitmotieven:
Harry is bang voor kippen, maar ook voor eieren. Er is een vreemde scene met Cyphre, die een ei verslindt: 
Onder en boven: Zie The Anomalous Host.
Het ei staat symbool voor de ziel die verslonden wordt, zoals al vermeld door Johny Favorite - die immers Harry Angels ziel opat -  maar voorspellenderwijs ook door Cyphre.
Verder komen er terugkerende scenes voor: zo is er, elke keer als Harry in de spiegel kijkt, weer een moord op handen. Dit wordt ook aangekondigd door het geluid van een hartslag, en we zien daarbij een langzaam draaiende ventilator. 
Behalve het ei, is water een symbool. Het staat voor zuivering. 
Mickey Rourke, in de rol van Harry Angel. 
Blik in de spiegel: wie ben ik eigenlijk?
Aan het eind van de film schreeuwt hij een paar keer: Ik weet wie ik ben. 
Misschien, maar hij ontkent een lange tijd de donkere kant in zichzelf. Zijn ware naam, Johny Favorite
Goed, terug naar de zoektocht van Harry Angel naar Johny Favorite. Cyphre zet hem op het spoor naar een psychiatrisch ziekenhuis, waar Johny behandeld zou zijn voor shellshock. Aldaar zouden zijn gegevens zijn vervalst. 
Twee koorleden die Harry Angel opwachten bij de ingang van een kerk vlak voor de dood van dokter Fowler. 
Het zijn dit soort beelden als hierboven die van de film iets bijzonders maken, Dat voel je. 
De dokter die Harry vindt, heet Fowler, en die geeft toe dat hij de gegevens destijds heeft vervalst. Een man en een vrouw gingen er met Harry vandoor en doken onder.
Vlak daarna is de dokter dood, omgekomen door kogels die afgeschoten werden uit een bijbel. Zelfmoord.
Met nog meer geld van Cyphr in de zak gaat Angel verder met zijn zoektocht. 
Margaret Krusemark, gespeeld door Charlotte Rampling.
Hij ontdekt dat Favorite een rijke verloofde had genaamd Margaret Krusemark, maar ook dat hij een geheime affaire was begonnen met een vrouw genaamd Evangeline Proudfoot. Harry reist naar New Orleans en ontmoet Margaret, die hem vertelt dat Favorite dood is, of in ieder geval dood voor haar. Evangeline stierf jaren eerder, maar heeft nog wel een  17-jarige dochter, Epiphany Proudfoot, die werd verwekt tijdens de affaire van haar moeder met Favorite.
Lisa Bonet als Epiphany Proudfoot. Bonet was totdantoe bekend voor haar rol in The Cosby Show. Ze kreeg ontslag vanwege haar rol hier, maar werd later weer in genade aangenomen. 
Lisa Bonet als Denise in de Cosby Show
Margarets Krusemarks hart - ik vervolg de filmplot - werd eruit gesneden met een mes uit haar eigen keukenla,  Zij nam ooit deel aan het ritueel  rond Harry Angel. Ze ondergaat dezelfde moord. 
Toots Sweet is het volgende slachtoffer: Sweet is een bandlid. In een zilveren tand staat het pentagram gegraveerd dat ook voorkwam als hanger aan de ketting die Krusemark droeg.
Schaduwbeeld van de langzaam draaiende ventilator. 
Margareths vader, Ethan Krusemark, is het volgende slachtoffer: zijn hoofd wordt gekookt, 'als een hardgekookt ei'. 
Vervolgens vindt Harry Epiphany Proudfoot, de dochter van Evangeline. Een 17-jarige voodoo-priesteres, die als zodanig in de voetsporen van haar moeder is getreden. Zij is de dochter van Johny en Evangeline. 
Harry gaat met haar naar bed, waarmee hij dus ook ongeweten incest pleegt. 
De scene is heftig, heel anders dan we van het preutse Amerika gewend zijn.  
Mickey Rourke, als Harry Angel.
Het vrijen gaat over in verkrachten, en bloed regent over de twee lichamen. 
Epiphany komt aan haar einde met een pistoolschot in haar vagina. 

Geen van deze moorden zien we trouwens gebeuren, we zien alleen het resultaat. 
Harry alias Johny heeft de moorden allemaal zelf gepleegd, dat wordt aan het eind ook wel duidelijk. Hij ontkende die voor zichzelf. 
Alleen pleegde hij niet de moord op Epiphany, die kwam voor rekening van  Cyphre-Lucifer zelf. Het was het moment dat Cyphre gevraagd had, aangekondigd: een moment van opperste gelukzaligheid. Angel zelf eindigt uiteraard in handen van de duivel, de hel. Vanzelfsprekend. 

Het is interessant te weten hoe de film in een grote literaire traditie staat. Ik citeer daarvoor uit DIT ARTIKEL
Boek van Christopher Marlowe.
"De Duitse legende van Faust en het klassieke toneelstuk van Christopher Marlowe, The Tragical History of Doctor Faustus (1604), behoren tot de grondleggers van het horrorgenre. De originele Duitse legende laat een verveelde en ontgoochelde man genaamd Faust een overeenkomst sluiten met de duivel, in ruil voor rechten op zijn ziel. Die duivel is Mephistopheles, en Faust krijgt voor een bepaalde periode magische krachten. Na het verstrijken van de overeenkomst zal de Duivel het verschuldigde opeisen. Marlowe maakte (de oudere) Faust explicieter tot een zoeker naar kennis, wiens arrogantie en hoogmoed hem ertoe brengen een pact met Lucifer te sluiten als hij voelt dat hij alles heeft geleerd wat de rede kan leren.
Samen met de duivel in de kerk.
In 1808 publiceerde de Duitse auteur Johann Wolfgang von Goethe zijn Faust, zijn eigen interpretatie van de legende. Goethe introduceerde een ernstige complicatie in het oorspronkelijke simplistische christelijke moraliteitsverhaal. Zijn Faust is specifiek het doelwit van Mephistopheles. Hij wordt verleid tot de deal, maar hij voegt een lastige clausule toe. Mephistopheles zal Faust dienen totdat hij een transcendent moment van volledig geluk bereikt. Op dit punt, en alleen op dit punt, zal Lucifer zijn ziel opeisen. Natuurlijk denkt Faust dat een dergelijke verwezenlijking onmogelijk is. Faust denkt niet dat hij de duivel heeft bedrogen, maar het idee om de duivel zelf te 'bedriegen' zou onweerstaanbaar worden voor toekomstige generaties horrorschrijvers.
Dikwijls duistere beelden.
Ditzelfde element zit in Angel Heart: het is de vrijscène tussen Harry Angel en Epiphany. Daarom is die zo wezenlijk, en gaat op dat moment in vervulling wat de duivel wenst. 
Louis Cyphre laat zich gemakkelijk herleiden tot Lucifer. 
Harry Angel drinkende.
Ik geef nog DEZE SITE  voor heel veel informatie over voodoo en angsten tussen blank en zwart. Ik heb dat verder niet verwerkt in mijn blog, het gaat best ver.
Voor mijn verslag heb ik geput uit het al genoemde The Anomalous Host. 
Trailer
Alan Parker, met Mickey Rourke op the set van Angel Heart, 1987.
Photograph: Bertrand LAFORET/Gamma-Rapho/Getty Images
Nog een paar toevoegingen:

De vrij-scene bracht een hoop opschudding te weeg in Amerika, en dat kan ik goed begrijpen: hij is veel explicieter dan ik van Amerikaanse films gewend ben. Bovendien was het een jonge speelster, die bekend was van de onschuldige Cosby-show. 

Voor een overzicht van de moorden + de foto's zie deze LIST OF DEATHS.
Met een rustig voorbeeld, Evangeline Proudfoot. 

vrijdag 22 december 2023

Brief aan mijn moeder, Ischa Meijer, 1990 (1974.

 
Dit is mijn uitgave, 1990, oorspronkelijke 1974. 
Ischa Meijer leefde van 1942 tot 1995; hij was dus pas 31 toen hij dit boek publiceerde. Ik vind dit nogal belangrijk om te beoordelen hoe hij zijn ouders ziet. 
Het boek staat al enige tijd in mijn kast, en dat ik het nu (weer?) lees, is omdat we bezig zijn met de biografie van Meijer, door Annet Mooy. Daarover zal ik later uitgebreid schrijven. 
Nu eerst een opmerking over een ander boek, namelijk dit:
Eerste deel van de dubbelbiografie over Ischa Meijer en zijn vader Jaap. Eveline Gans. Deel 2 verscheen nooit,. Gans overleed in 2018, door zelfdoding. 
Mooij schreef haar biografie min of meer als vervolg op dit boek. 
Annet Mooij in 2018.
Haar biografie is wel de directe aanleiding voor mij om Brief aan mijn moeder te lezen. Mooij verwijst er dikwijls naar. 
Er is trouwens nog iemand die over Ischa geschreven heeft. tot mijn verrassing ontdekte ik dit boek:
Gijs Groenteman... Ik had geen idee dat hij ook schrijver was.
Uitgeversinformatie:
"In dit boek schetsen de dertig mensen die hem het best hebben gekend - vrienden, familie, geliefden en collega's - een genadeloos eerlijk portret van hem, dat tegelijkertijd liefdevol en nietsontziend is. Het is de ultieme karakterschets van een fascinerende man."
Voor mij zit het grote belang van Ischa in zijn interviews. Hier een voorbeeld daarvan, met Annie M.G. Schmidt. 
Van: doculinktv
Maar nu dan naar mijn eigenlijke onderwerp: het boekje van Ischa zelf. Zijn Brief aan mijn moeder is ongelooflijk triest. Je leest hoe hij ervaren heeft hoe zijn ouders, meer in het bijzonder zijn moeder, met hem omgingen. 
In elke uiting die hij noteert, voel je de verdraaiing van werkelijke gevoelens. Anders gezegd: er ligt altijd iets onder de oppervlakte. Dat is wat Ischa toont. En wat hij voelt, ziet.... ik kan niet anders dan meevoelen. Nergens voel je liefde. Ik denk wel, dat die schuil gaat - wel schuil móet schuil gaan, als je naar deze interacties kijkt. Alleen het oorlogsverleden is daar al voor zo veel procent debet aan. Er is één stroom aan rechtstreekse, of onderhuidse minachting, miskenning, uitleg-de-verkeerde-kant-op is. Nergens een aai over de bol, nergens geborgenheid. nergens troost. Nergens erkenning. In plaats daarvan: verlorenheid. 
Het ergste vond ik misschien nog wel dat beide ouders totaal niet in staat waren om over de eigen oorlogservaringen te spreken. Toen er een kans was om elkaar naderbij te komen, gewoon door te vertellen wat het leed was dat nog steeds zo pijnlijk schrijnde, zwegen ze. Héél erg.....
Ischa werd een rot joch, later ook een vreselijke man. Verbaal scherp, gemeen. Hij pest, pest nog erger dan hij zelf thuis door beide ouders gepest werd. Hij kan geen liefde geven, geen liefde vinden/ontvangen. Hoeren lopen heeft hij nodig, en zal hij zijn hele leven nodig blijven hebben. 
Hij is al heel jong vader, maar kan op zijn beurt niet aan zijn zoon (Jeroen) geven wat die nodig heeft. Hij laat hem heel gemakkelijk in de steek. Zijn eerste vrouw speelt al gauw geen enkele rol meer in zijn leven, is al lang vervangen door hoeren en andere seksuele relaties. 
Foto van Ischa Meijer en zijn moeder, circa 1947, meer dan dertig jaar later door Ischa zelf verscheurd.
Beeld Collectie Jenny Arean
De informatie die ik uit dit boek heb, loopt een beetje doorheen de informatie die ik put uit de biografie. De biografie is veel feitelijker, Ischa beschrijft zijn gevoelens, en geeft zijn persoonlijke duiding van wie zijn moeder was. Overigens laat dat niks aan duidelijkheid te wensen over.  Maar je voelt je een beetje de therapeut die probeert te begrijpen. 
Een paar voorbeelden: 
Zijn moeder liet hem voelen dat hij lelijk en vies was. Lelijk was hij door een defect aan zijn gezichtsspieren na een hersenvliesontsteking in zijn vroege jeugd. Wij kennen zijn vreemd scheve gezicht. Vies was hij volgens zijn moeder, omdat hij in het concentratiekamp in Bergen-Belsen nooit een wc had gezien.... 
Ach....
Jaap Meijer met zijn zoon Ischa
(uit Evelien Gans, Jaap & Ischa Meijer, Een Joodse Geschiedenis (Amsterdam 2008) 
Foto DEZE SITE
'Jij, jij bent een verrader' was een van de andere zinnen die terugkeerden. Wat ga je voelen als kind, als je ouders je dit bij herhaling voor de voeten gooien, en je weet niet eens waarop het slaat? 
Zijn moeder zei dingen over zichzelf  die Ischa helemaal niet begreep. Er zat een bepaalde lading aan, die hij voelde, maar niet doorzag. Zo 'sleepte zij haar zoon door het kamp heen',  zegt zij meer dan eens. Ischa voelt dat als een verwijt aan hem. 
Wat ik herkenbaar vind, zijn de stereotypen  die steeds gebruikt worden, en die ook los staan van de werkelijkheid. In mijn leven maakte die elke communicatie zo leeg, voorspelbaar. Je had het nooit over wat je werkelijk voelde, je kon al raden wat een volgende zin was. 
Bij Ischa waren het ook nog eens beweringen die op hem inbeukten, Wat moet je bij voorbeeld met een zin als 'Ik moest altijd jouw vuile onderbroeken wassen?" Waarom zegt iemand dat?  
Een klassieker is natuurlijk dit In Memoriam, van Connie Palmen. 
25 jaar na zijn sterfdatum is dit ook vervat in een tv-serie, met Ramsey Nasr en Wende Snijders in de hoofdrollen. 

Of dit: 
"'Jij was altijd ziek.' - Tegelijkertijd werd daar dan altijd aan toegevoegd 'dat ik daar niets aan kon doen' - wat een natuurlijke omstandigheid bij ziekte is. Maar juist het gevolg dat ik, ondanks mijzelf, mijn moeder constant tot last was, vergrootte steeds meer mijn angst om mijn moeder met mijn aanwezigheid op te zadelen."

Voor een dertigjarige doorziet hij best al veel van de onderliggende boodschappen die hij 'toegezonden' krijgt. 
Opmerkelijk vind ik trouwens wel dat hij de brief aan zijn moeder richt, want er bestond ook een heel belangrijke band met zijn vader - zo lees ik in de biografie. Maar het lijkt alsof de gevoelsband met het leven, met de realiteit, met het eigen hart, voornamelijk is gestoeld op de heel grillige en wonderlijke verhouding met zijn moeder. 

Naar men zegt, moet men Ischa zelf lezen om hem een beetje te begrijpen. Naast de twee genoemde boeken moet daar dan nog dit boek bij. 
Ik weet niet waar ik de informatie vandaan haal, dat Ischa's zusje Mirjam op een gegeven moment voor de deur van haar vader stond - dat hij open deed, en zei: 'Ik ken u niet.' En de deur weer sloot. Dat vond ik altijd het summum van in de steek worden gelaten door je eigen ouders. 
Hoe dan ook, dit verhaal komt niet uit dit boek. Mogelijk uit IM, van Connie Palmen? 

Verleden en heden lopen soms door elkaar heen in Brief, zo treedt opeens Elizabeth op, een vrouw uit het Nu van de schrijfperiode. 
Het laatste stuk van het boek is voor mij haast niet te begrijpen, door de staccato-zinnen en de opeenstapeling van namen die mij niet veel zeggen. Dat springen in de tijd en neersmijten van namen en plaatsen maakten het lezen lastig. 
Aan de hoofdzaak deed dat ook weer niks af. Ik was hoe dan ook zeer aangeslagen door dit boek. Wat een jeugd! 
Ik geef nog een paar interessante boeken over en van Meijer:
Uitgeversinformatie bij dit boek:
"In zijn werk streed hij tegen hypocrisie en onwaarachtigheid. Hij rekende genadeloos af met het verstikkende Joodse milieu waaruit hij voortkwam. Zijn uitgangspunt: iedereen heeft iets te verbergen. Palache deed uitgebreid onderzoek naar het werk van Ischa Meijer. Zij laat in dit boek zien hoe hij zich in diverse gedaanten uitsprak over Joodse kwesties: als gevreesd theater recensent die in latere jaren zélf het podium beklom, als nietsontziend interviewer die anderen liet zeggen wat hij zelf niet kon verwoorden, als dichter en schrijver en als columnist, via zijn personage De Dikke Man."
Volledigheidshalve vermeld ik hier dit boek, dat over zijn vader ging. Met name over de periode in Paramaribo. Uitgave 1977.


dinsdag 19 december 2023

Arthur Schopenhauer - De woelige jaren van de filosofie, Rüdiger Safranski, 2020 (1987)

Boekomslag, slecht te lezen.
De ondertitel luidt: De woelige jaren van de filosofie. 
De laatste regel luidt: 
Een ware liefdesverklaring aan de filosofie.
De oorspronkelijke titel luidt: Arthur Schopenhauer und die wilden Jahre der Philosophie. Eine Biografie.
Ik heb dit boek met veel interesse gelezen. Mijn belangstelling begon na de cursus Melancholie, van Katja Rodenburg, in 2022.  Daar leerde ik, dat Schopenhauer de zoon was van een patricische zakenman, een handelaar. Die wilde dat zijn zoon hem zou opvolgen. Op een reis naar Marseille zag Arthur aldaar galeislaven, door wier lot hij getroffen was. Dat wetende, wilde hij zijn vader niet opvolgen, maar deed het aanvankelijk toch. Totdat hij  zich toch bevrijdde van die 'voorbestemming', met de hulp van zijn moeder. 
Galeislaven
Het roeien klopte waarschijnlijk niet in werkelijkheid, de blote ruggen, de zweep en de kettingen wel. 
Foto van DEZE SITE
Ook kwam aan de orde het begrip 'wil' bij Schopenhauer. Dat stamt uit het hoofdwerk van Schopenhauer: De Wereld als Wil en Voorstelling. 
Hoofdwerk van Schopenhauer. 1818.
Schopenhauer leefde van1788-1860
 'Wil' is een veel breder begrip dan ik tot dan toe verstond onder 'wil' , wat vanouds iets betekende als: 'ik wil dit-of-dat'. De docent aan de HOVO ging destijds niet op mijn vraag daarover in, maar Safranski legt dat uitgebreid uit.  Bij Schopenhauer is 'wil' meer: de levensdrift, die in iedereen zit, ook in dieren, in het algemeen: in de natuur. Iets wat blind is, en waar wij eigenlijk weinig van weten. Ook wat onszelf betreft, we hebben er geen zicht op, 'de wil' borrelt als het ware in ons op. We kunnen die ons proberen bewust te maken, en dat kan ook wel voor een deel, maar het meeste blijft toch voor onszelf verborgen. 
Het interessante is de dat er een goede vergelijking kan worden gemaakt met het onbewuste, of onderbewuste, zoals dat ook in de 19e eeuw verder door Freud werd ontwikkeld. 
Het plaatje van de ijsberg illustreert mooi wat we weten, en wat onder de oppervlakte blijft. 
Voor mijzelf was interessant stil te staan bij wat er maar op kon borrelen.... Je hebt er geen controle over, je kunt het waarnemen als iets nieuws dat in jezelf zit. 
Bij een juiste beoefening kun je wel komen tot een 'beter bewsutzijn',  zie verderop. 

Met die kennis in het achterhoofd ging ik de biografie lezen. Met ook al bij voorbaat de liefde voor Safranski, door het boek De Eenling. 
Maar dat komt later nog wel. 
Rüdiger Safranski, geboren 1945.
Het boek geeft een biografie van de filosoof,  een overzicht van zijn filosofische denkbeelden, en tegelijk een historisch overzicht van de tijd waarin hij leefde. 
Safranski doet dat chronologisch, en somt per hoofdstuk op welke thema's aan de orde komen. Als voorbeeld geef ik: 

Hoofdstuk 1. Danzig. Arthurs prenatale geschiedenis. Geen kind uit liefde. De eerste ervaringskern van de filosofie. Het Pakhuiseiland: het hart der duisternis. 

Ik schreef al, dat Arthur probeerde zijn vader te behagen en in diens voetsporen te treden. Na zijn vaders dood (zelfmoord?) in 1805 stopte hij daar toch mee, met hulp van zijn moeder, Johanna Schopenhauer.
Johanna Schopenhauer, 1766-1838
Zij haalde hem weg van kantoor. en Arthur kon zijn roeping volgen: studeren. Eerst geneeskunde, later filosofie.
De brief die zijn moeder schreef toen ze hem terug in huis haalde, is heel onthullend. Ze staat toe dat hij thuis komt wonen, maar stelt precies haar grenzen.
Johanna was schrijfster, en was zelf beroemd. Ze behoorde tot de literaire kring rondom Goethe. Ook Humboldt hoorde tot die kring, en vele anderen. Het is leuk om te lezen dat de cultuur van de salons, die ik al kende van Frankrijk (Proust!) ook in Duitsland bestonden. 
Goethe was een vriend, en ook Arthur maakte contact met deze man, met name over diens Kleurenleer. 
Johann Wolfgang von Goethe
1749-1832
Goethe beschouwde dit als een wetenschappelijk werk. De theorie werd later weerlegd door Newton. 
Het is leuk om te lezen dat Arthur Goethe aanviel op zijn kleurenleer. Nu was Goethe nogal een godheid, hij was behalve dichter en wetenschapper ook minister... Goethe beantwoordt de kritiek beleefd maar ook een beetje uit de hoogte. 
Enfin....
Arthur had trouwens één zusje, Adèle. 
Adele Schopenhauer in 1841 
1797-1847
Portret door Alexander von Sternberg
Wat ik verder heel leuk vond in dit boek, is dat je gaandeweg de geschiedenis van dit tijdperk meemaakt. Zo heb ik me nooit gerealiseerd dat Napoleon in Duitsland ook huisgehouden heeft! Hij is zelfs in Berlijn geweest. Ik vond dit kaartje: 
Duitse kaart van de Voorjaarsveldtocht in Duitsland tijdens de Napoleontische Oorlogen; 1813-1814. 
Kaartje komt uit dit boek. De Bevrijdingsoorlogen heten ook Coalitieoorlogen, de Geallieerden bevochten gezamenlijk de hegemonie van Napoleon. 
Dan over het leven van Schopenhauer zelf:
Hij was een moeilijke man. Ook tegenover zijn moeder en zus. Ik citeer een paar regels uit de brieven van zijn moeder aan hem gericht: 

Mijn beste zoon,

Ik heb je altijd verteld dat het moeilijk is om met jou samen te leven. Hoe beter ik je leer kennen, hoe meer ik voel dat deze moeilijkheid toeneemt. Ik zal het niet voor je verbergen: zolang je bent wat je bent, breng ik liever een offer dan toe te stemmen om bij je in de buurt te zijn.
Ik onderschat uw goede punten niet, en dat wat mij afstoot ligt niet in uw hart; het zit in je uiterlijke wezen, niet in je innerlijke wezen; in uw ideeën, uw oordeel, uw gewoonten. (...) 
Kortom, er is niets met betrekking tot de buitenwereld waar we het over eens zijn. Je slechte humeur, je klachten over onvermijdelijke dingen, je sombere blikken, de buitengewone meningen die je uit, net als orakels, mag niemand durven tegenspreken; dit alles deprimeert en verontrust mij(...). Je eeuwige gezeur, je klaagzangen over de stomme wereld en de menselijke ellende, bezorgen me slechte nachten en onaangename dromen...

En deze, het afscheid, van 17 mei 1814: 

De deur die je gisteren, nadat je je hoogst onbehoorlijk tegenover je moeder had gedragen, zo luidruchtig dichtsloeg, is voor altijd gesloten tussen jou en mij. Ik ben het beu om jouw gedrag nog langer te dulden. Ik ga naar het platteland en  zal niet naar huis terugkeren tot ik weet dat jij weg bent. Dat ben ik aan mijn gezondheid verplicht, want van nog eens zo'n scene als gisteren zou ik een beroerte kunnen krijgen die dodelijk zou kunnen zijn. Je weet niet wat een moederhart; hoe inniger het liefhad, des te smartelijker voelt het voelt het iedere slag van de eens geliefde hand. Dit verklaar ik voor God in wie ik geloof, jijzelf hebt jezelf van mij losgescheurd; jouw wantrouwen, jouw gevit op mijn levenswijze, de keuze van mijn vrienden, jouw minachtend gedrag jegens mij, jouw verachting van mijn kunne, jouw duidelijk uitgesproken weerzin om aan mijn vreugde bij te dragen, jouw hebzucht, jouw grillen die jij zonder respect jegens mij in mijn aanwezigheid de vrije loop liet, dit en nog veel meer waardoor ik je boosaardig vind, scheiden ons. 
(,,,)
Ik heb mijn plicht tegenover jou gedaan, verdwijn...Ik heb niets meer met je te maken... Laat je adres hier, maar schrijf mij niet, ik zal voortaan geen enkele brief van jou meer lezen of beantwoorden... Nuis het uit tussen ons...Je hebt me te veel pijn gedaan. Leef en wees zo gelukkig als je kunt.'

Ik kan deze teksten bijna niet lezen zonder te huilen. Ik geef ze bovendien omdat het Schopenhauer in al zijn contacten tekent: een nare man, die bovendien een hekel aan vrouwen had. Hij leefde eenzaam. 
Het Weimar Hof van de Muzen
De Duitse dichter en toneelschrijver Friedrich Schiller leest voor in Schloss Tiefurt, met Christoph Martin Wieland, Johann Wolfgang Goethe en Johann Gottfried Herder onder de toehoorders 
(gravure van Theobald Reinhold von Oer)
Wat zijn filosofie betreft, had hij het ook moeilijk. Zijn belangrijke hoofdwerk werd niet als zodanig gezien. In zijn tijd bestond er veel meer belangstelling voor het werk van Hegel. Terwijl daar de collegezalen vol liepen, was het stil bij Schopenhauer. 

Georg Wilhelm Friedrich Hegel 
1770-1831
Hegel portret door Schlesinger 1831
Hegel was een van de centrale representanten van het Duitse idealisme
Ik citeer Wikipedia: 
"Het Duitse idealisme gaat ervan uit dat inzicht en veranderingen eerst op het niveau van de ideeën moeten plaats hebben. In haar vroege vorm, onder meer bij Kant en Fichte, draait het rond de stelling dat het het menselijke verstand en de menselijke rede zijn die de werkelijkheid structuur geven. In haar latere fase, bij Schelling en Hegel, is de centrale stelling dat deze rede zich ook doorheen de hele werkelijkheid, de natuur en de geschiedenis, voltrekt. De 'Duitse idealisten' werkten samen aan een basis voor een systematische eenheid van de verzamelde kennis. Zij worden daardoor ook weleens de laatste grote systeemfilosofen genoemd."
En: 
"Het woord 'idealisme' heeft meer dan één betekenis. De filosofische betekenis heeft niets te maken met "het beste over mensen en hun kwaliteiten denken", maar houdt verband met de kennis die de mens heeft over 'objecten'. We kunnen alleen directe kennis hebben van gevoelens, ideeën en voorstellingen in onze gedachten. Objecten kunnen door ons alleen indirect waargenomen worden; de ideeën representeren deze objecten. In deze zin kunnen we het woord 'idealisme' bij het Duitse idealisme gebruiken."

Ik voeg hier dit aan toe:
Kant introduceerde het begrip 'das Ding an sich'. Dat slaat op  het ding zoals het op zichzelf bestaat, zoals het in wezen is. Dit filosofische begrip werd bedacht door de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804), die het uitwerkte in zijn Kritik der reinen Vernunft. Volgens Kant kan de mens de werkelijkheid  zoals ze is (de Dinge an sich) niet kennen.
Immanuel Kant.
Zoals ik in het begin vertelde, stelde Schopenhauer dat we 'das Ding an sich' eigenlijk helemaal niet kunnen kennen, omdat het zich aan ons kennen (of onze waarneming) onttrekt. 
Schopenhauer leefde in de tijd van de Romantiek. Behalve Kant en Hegel had je Fichte, Schleiermacher, en nog meer filosofen die een rol speelden in het publieke debat. De ondertitel luidt niet voor niets 'de woelige jaren van de filosofie'. 
Schopenhauer kreeg uiteindelijk wel de erkenning die hij verdiende, maar met een ander werk dan zijn hoofdwerk. In 1850 publiceert hij zijn Parerga und Paralipomena, met daarin  het later zo beroemd geworden boek Aphorismen zur Lebensweisheit.  
'Bijlagen en Omissies', is de betekenis van de titel. 
Vooral dit deel maakte hem beroemd in zijn tijd. 
"De Nijl is in Caïro aangekomen", schreef hij, toen hij van de één op de andere dag in de mode raakte - op het moment dat hij zelf al helemaal niet meer verwachtte ooit nog succes te hebben. 
Met ditzelfde citaat beluit de biografie. 

Tot slot wijd ik nog aandacht aan een review in Nexus, over Schopenhauer van David Cartwright. Ik citeer daaruit: 
Schopenhauer was een filosoof die buiten de universitaire gemeenschap werkte. Zelfs een baan om in zijn levensonderhoud te voorzien had hij niet nodig. Toen hij zeventien was, overleed zijn vader, die hem genoeg geld naliet om van te leven. Dankzij zijn vrije bestaan hoefde hij niemand naar de mond te praten en dat was dan ook wel het laatste wat hij zou doen. Schampere opmerkingen aan het adres van de gevestigde orde zijn in zijn werk niet van de lucht: een typisch voorbeeld van het niet meedoen aan ‘het systeem’ (drop out).
Een ander kenmerk van Schopenhauers hippiedom avant la lettre is dat hij, als een van de eersten in het Westen, de Oosterse filosofie niet neerbuigend bekeek. Integendeel, hij bewonderde en omarmde het Oosterse denken en zag veel parallellen met zijn eigen filosofie. Ten slotte is de ‘hippie’ Schopenhauer vol belangstelling voor wat tegenwoordig exceptional experiences worden genoemd, op een niet-vrijblijvende wijze. De veelheid aan wonderlijke ervaringen die men destijds onderbracht bij magie, mystiek, dierlijk magnetisme, somnambulisme en helderziendheid, zag hij als praktische metafysica, die in zijn ogen een empirische bevestiging bleek te zijn van de wilsmetafysica zoals hij die verwoord had in zijn hoofdwerk De wereld als wil en voorstelling.
David Cartwright, nieuwe biografie 2014. Met andere gezichtspunten. 
Ik noem deze biografie, omdat ik het interessant vind met betrekking tot de beperktheid van het denken, waarvoor ook Schopenhauer oog had. Er was een manier om tot bewustzijn te komen 'waarin men boven de alledaagse wereld uitstijgt. Er bestaat geen oordeelsrelatie meer met de wereld, daarom ook geen ja of nee.' Met voldoening zal Schopenhauer later kennis nemen  van de Oud-Duitse mystici Jakob Böhme, Meister Eckhart, Tauler en de Indische wijsheidsleraren die met soortgelijke woorden dat onnoembare, niet-grijpbare niets dat tegelijk alles is, omcirkelen.  (Safranski, p. 191.)
Schopenhauer noemde dit ook 'het betere bewustzijn'.
Het doet alleszins denken aan Zen. 
In DIT ARTIKEL legt K.J. Pen uit hoe je via de wil uit kunt komen bij het nirwana van het betere bewustzijn. 

Kunst is belangrijk voor Schopenhauer. 'Het essentiële, de idee, is haar object. (...) In de kunst beschouwen we de werkelijkheid niet in haar rusteloosheid, (zoals in het wetenschappelijk denken, AdW), niet als 'de geweldige storm die zonder begin en doel voorbijraast, alles buigt, beweegt, met zich meesleurt maar (volgens een tweede methode, gelijkend AdW)  op 'de rustige zonnestraal  die de weg van deze storm doorkruist en er niet door wordt geraakt.'  

(...) "Daarom kon Schopenhauer later ook als de kunstenaarsfilosoof invloed uitoefenen op Richard Wagner, Thomas Mann, op Marcel Proust, Franz Kafka en Samuel Beckett tot Wolfgang Hildesheimer toe." 
Safranski. p. 310

Maar ook op wetenschappers als Freud en Nietzsche oefende Schopenhauer veel invloed uit. 

zaterdag 16 december 2023

Dier, bovendier - Frank Westerman, 2010

 
Boekomslag
Ik heb lang tegen dit boek aan zitten hikken, omdat het onderwerp: Lipizzaner paarden, me afschrikte. En nu toch, zo veel jaren later  - nog wel steeds geïnteresseerd in Frank Westerman! - toch maar eens dit boek aangepakt. 
En wat een geluk, wat een indrukwekkende geschiedenis! Samen met Ton gelezen, voorgelezen aan elkaar, bij wijze van dessert. Heerlijke gewoonte!

Wat me destijds afschrikte, het onderwerp paarden - staat voor zo veel meer! En niet alleen omdat een deel van de Europese mensengeschiedenis (in grote stappen: vanaf Napoleon tot heden) met die van de dieren verweven is, ik heb ook anders leren kijken naar de paarden zelf. Het boek wakkert de liefde voor het dier zeker aan!

Westerman begint met 'een' paard (ik zet 'een' tussen aanhalingstekens, omdat het  om een telg uit het geslacht der lipizzaners is; niet zomaar 'een' paard dus.) uit zijn jeugd. Dat was te Deurze, een klein plaatsje in Drenthe. Hij heeft er als jongetje ook op gereden, en ziet een paring van de dieren, de boer fokte ook met de dieren. Dat alles doet ook de lezer wat! 
Onder de indruk als hij was van dat dier, is hij de geschiedenis ervan nagegaan, zoals die zich ontrolde in Europa. 
Hij komt dan allereerst uit bij het Oostenrijks-Hongaarse rijk, dat heeft bestaan tot 1919.  
Keizer Franz Josef I, 
laatste monarch van de dubbelmonarchie. 
1830-1916.
Hoe die enorm rijke tijd eruitzag, is goed te lezen in het boek van Joseph Roth, 
Radetzkymars. 
Dit boek van Joseph Roth haalt Westerman aan om de welvaart en overdaad van het Habsburgse rijk te illustreren. 
Zie ook MIJN BLOG
Geschiedenis.nl geeft een korte samenvatting van Dier Bovendier. 
Ik volg hier mijn eigen gedachtegang. 
Alles begon met de Spaanse Hofrijschool te Wenen, ik geloof dat hij nu alleen nog Hofrijschool genoemd wordt. Daar werden de prachtige witte luxe-paarden de finesses van de dressuur bijgebracht. Lipizzaner waren exclusief koninklijk, letterlijk in de dubbele betekenis: zelf vorstelijk, en vooral in het bezit van vorsten. Of, zoals ze worden aangeduid:  K.u.k.: kaiserlich und königlich. 
Filmpje over de kunststukjes van de lippizaner...
Spaanse Rijschool Wenen
Zulk enorm rijk bezit werd dus ook betwist, en behoefde vaak extra bescherming. Zo werden de paarden door Napoleon op diens rooftochten gestolen...
Standplaats was Lipica, Slovenië -  plaats van oorsprong zo te zeggen. Daar kwam de naam lipizzaners ook vandaan.  
\
Prachtig filmpje over Lipica. Je ziet hier de dieren in een veel natuurlijker staat (dan in de Spaanse rijschool, zie filmpje boven). Ze draven hier ook gewoon buiten, in kudden. Ook zie je ze als trekdieren voor een rijtuig. 
k.u.k.: Kaiserlich und königlich: dat zijn de stallen hier.  
Ook de Eerste Wereldoorlog vormde een bedreiging. Er volgde na de oorlog een exodus van de paarden naar Slot Laxenburg aan de Donau. De kudde ging achteruit, werd rusteloos. Er werden minder veulens geboren, tal van drachtige merries stierven ook nog eens. 
Citaat Geschiedenis.nl

"Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest de Lipizzaner worden opgefokt tot een “bovenpaard.” Hitler beschouwde het Lipizzaner paardenras zoals hij de ariërs onder de mensen zag. Bij paarden werden de termen ‘ras’ en ‘bloedzuiverheid’ als normaalste zaak van de wereld gezien."

Dit ontaardde zoals bekend op vreselijke wijze in de rassenwetten die Hitler ook toepaste op mensen. Westerman geeft achtergronden over het ontstaan van die wetten, welke geleerden daarachter zaten. Hij laat zien hoe wetenschap veranderde in een afschuwelijke politiek. En in zekere zin lopen de geschiedenissen van ras-verbetering en raszuiverheid van mens en paard parallel. Ze spiegelen elkaar, en dat is onthutsend en onthullend om te lezen. 
De titel Dier Bovendier verwijst uiteraard naar Hitlers concept 'Übermensch'. Feitelijk stamt de term van Nietzsche, maar die doelde op meer individualiteit, die moest komen in de plaats van kuddegeest. Hitler legde het op zijn manier uit, en voegde het concept 'Untermensch' toe. Dat kwam bij Nietzsche niet voor. 
Gebroeders Heinz en Lutz Heck;
Een van de interessante uitstapjes in het boek over de eugenetica, de rasverbetering. De broers Heck - een van hen was directeur van een dierentuin - slaagden erin uit bastaarddieren de zuivere lijn van onder andere de oeros en de tarpan terug te halen. Ze kregen bij dit toepassingsgericht onderzoek alle steun van het nazibewind. 
Na dit zeer interessante gedeelte volgt een episode die filmwaardig is - en dat verfilmen is is dan ook gebeurd. 
In 1945 gebeurde het, dat de lipizzaners bedreigd werden door het 'slagersmes' (beter: de honger!)  van de Russen. Die hadden geen enkel idee van de adel van het paard, ze wilden ze alleen maar eten! Een Duitser (!) wist met de hulp van Geallieerden een groep paarden te redden van een leven (of de dood!) achter het IJzeren Gordijn. 
Deze hele opzienbarende geschiedenis heeft de naam gekregen Operation Cowboy. Hij is later ook verfilmd door Walt Disney. 
In dit filmpje wordt de Operation Cowboy uit de doeken gedaan. Hoe Lipizzaners gered werden door enkele Duitsers en Geallieerden samen van de SS en de Russen. 
Alois Podhajski; ruiter en manegehouder. had Patton verzocht hengsten én merries te redden - 1945
Hubert Rudofsky heeft de teugels van twee raszuivere paarden in Hostau.
Foto: DE COLUMBUS-VERZENDING
Deze Rudofsky is vooral een held, omdat hij - zelf een Duitser - tegen zijn  nazi- meerderen inging. 
En dit is een plaatje van de genoemde Disneyfilm over Operatie Cowboy. De film is van 1963; de feiten kloppen wel, schrijft Westerman, maar 'ze hebben de waarheid gedisneyficeerd'. 
U.S. forces and German officers team up in May 1945 to guide a herd of prized equines toward Allied lines—and far away from the advancing Russians. ((Lipizzanermuseum, KHM, Vienna))
Piber – Lipzzaner hengsten
 © Archiv Boiselle/ Gabriele Boiselle
Het verhaal vervolgt met wat meer informatie over de paarden zelf: 
In stoeterij Piber in het Oostenrijkse Stiermarken groeien de sterren van de Spaanse Rijschool op. Te midden van groene heuvels daar staat de stoeterij waar de veulens worden geboren en hun kleutertijd doorbrengen. De eerste zes maanden blijven de veulens, dan nog bruin of zwart, bij hun moeders. Overdag staan ze allemaal bij elkaar in een grote loopstal of in de aanpalende weilanden. De dapperste jonge paarden laten zich tijdens een rondleiding strelen door de bezoekers. Dat mag, want het wennen aan menselijk contact kan niet vroeg genoeg beginnen. Zie DEZE SITE. Daaruit citeer ik nog dit: 

"Dubbele naam
In Piber worden elk jaar circa veertig veulens geboren. Fokmerries komen uit zeventien klassieke (oorspronkelijk uit hofstoeterij Lipizza afkomstige) merriefamilies; fokhengsten zijn nakomelingen van zes ‘oervaders’: Pluto (geboren in 1765), Conversano (1790), Neapolitano (1790), Favory (1779), Maestoso (1773) en Siglavy (1810). Lipizzaner hengsten krijgen bij hun geboorte twee namen. De eerste verwijst naar de stamlijn van de vader; de tweede is die van hun moeder. Conversano Perletta is dus een zoon van moeder Perletta en een hengst die afstamt van de lijn Conversano. Er wordt geregeld ‘vers bloed’ gehaald van een van de circa tien andere door de overheid erkende stoeterijen (onder meer in Hongarije en Italië)."

Het laatste deel van de overlappende geschiedenis van Europa en de Lipizzaners gaat over de Joegoslavië-oorlog 1992-1995. Westerman leest een krantenbericht, in 2007, waarin staat dat Lipizzanerpaarden de hongerdood riskeren in vredestijd als verwaarloosde krijgsgevangenen. 
Ook deze geschiedenis gaat Westerman na, want hij is in 1995 als journalist in Joegoslavië geweest. De lipizzaners kwamen toen in zijn verslagen niet voor, wel in zijn aantekeningen. 
Ook hier komt de grotere geschiedenis weer om de hoek kijken, onder andere bepaalde aspecten van de Sovjetideologie, die speelt hier ook mee. 
Zo komt Lysenko komt aan de orde, de Sovjet-bioloog die beweerde dat erfelijke eigenschappen beïnvloed konden worden door opvoeding, of in het algemeen: door invloeden van buitenaf. Tarwe kon 'sterker' worden gemaakt door het in ijswater te dompelen. Wat is bepalender: nature, of nurture? 
Trofim Denisovich Lysenko. 
Lysenko staat tegenwoordig - en gelukkig al enige tijd - te boek als een pseudo-wetenschapper, maar hij heeft heel veel kwaad aangericht, want lange tijd legde de 'echte' wetenschap in de Sovjetrepubliek het loodje tegen zijn onzin. Zo werden de lipizzaners  aan een soort tucht onderworpen, in de mening dat dat het ras zou verbeteren. 

Nu die episode van de Joegoslavië-oorlog.  Of het 'harden' van de paarden ermee te maken had, weet ik niet. Wel dit: 
Op een gegeven moment, een aantal jaren na de oorlog, wordt er een massagraf ontdekt met lipizzaner paarden. 
Ook deze geschiedenis gaat Westerman na. Er werden paarden gevonden die gedood waren door schotwonden, maar ook dieren die aangevreten waren, door honden, of door soortgenoten. De stallen die hij terugvond waren verwaarloosd, hout van de boxen was aangevreten. Blijkbaar was elke verzorging van de dieren weg. Afschuwelijk om te lezen.  Mensen waren vreselijk geschrokken, en verontwaardigd. 
Ook deze geschiedenis wordt verteld, wat er over is van de dieren, hoe ze werden  gered en uiteindelijk weer op een goede plaats terechtkomen, waar ze goed worden verzorgd. Aandoenlijk hierbij is het verhaal van de oude stalmeester, die in het nieuwe verblijf een nederig baantje heeft als stalknecht. Wel een beetje wordt miskend door de rest van de mensen daar. 

Conclusie: 
Ik vond dit een geweldig interessant boek, maar moeilijk te memoriseren. Dat komt omdat Westerman je meeneemt op alle stadia van zijn zoektocht. Dat maakt het onthouden soms erg lastig. 
Toch bieden juist zijn onderzoeks-stapjes leuke uitzichten op. Zo begint hij zijn boek met een vluchtverhaal van Ehrenfried Brandts.
Dat verhaal is gebaseerd op dit boek, van 2007. 
Het is heel illustratief voor een evacuatie van dier en mens voor de naderende oorlog. Het is bovendien een prima binnenkomer!
Frank Westerman, bij de 4 mei lezing van 2012.
Westerman heeft heel wat onderzoek verricht, groot respect daarvoor. Hij bezoekt en interviewt mensen, leest boeken en archieven, bekijkt films. Ik noem hier nog de film Die Spanische Hofreitschule zu Wien, van documentairemaker Wilhelm Prager, 1876 - 1955. Prager maakte onder andere ook de propagandafilm Wege zu Kraft und Schönheit.

Trailer van de propagandafilm Wege zu Kraft und Schönheid; verheerlijking van het menselijk lichaam; voorloper nazi-gedachtegoed. 
Interview met Frank Westerman over dit boek. 
Ten slotte merk ik op, dat dit blog maar een greep weergeeft uit al het materiaal, er valt heel veel te lezen en te leren. Soms wat te veel, wat het lastig maakt de draad vast te houden. 
Tóch, en vooral: dit is het zoveelste indrukwekkende boek van Frank Westerman!