Poster (ik had nog weer een andere). Film naar het boek van Roald Dahl.
Na The Grand Budapest Hotel van Wes Anderson was ik ook wel nieuwsgierig naar Fantastic Mr. Fox. Ik hoopte zelfs dat het wat zou zijn voor de kleinkinderen. Maar dat is maar ten dele waar. De film was wat moeilijk voor de 6- en 7- jarige (bijna 7- en 8-) Ruben en Maarten. We moesten met ons vieren af en toe hard lachen - bijvoorbeeld als de beagles onderuit gingen na het eten van een zwarte bes met slaapmiddel; of als Mr. Fox in 2 tellen een heel bord vol pannenkoeken opvrat. Maar over het algemeen waren de grappen iets te veel voor grote mensen (of grotere kinderen?) bestemd.
Mr. an Mrs. Fox; hij met de stem van George Clooney, zij met die van Meryl Streep.
Meryl Streep bij de première, 2010.Zij doet de stem van Mrs. Fox.
Willem Dafoe, rat.
Michael Gambon, Franklin Bean.
Mrs. Fox.
George Clooney, Mr. Fox
Bill Murray, Badger
De drie boeren op wie Mr. Fox het voorzien heeft; en andersom. In het Engels: Boggis, Bunce en Bean; in het Nederlands: Bolus, Bits en Biet.
De rat; bewaker van de cider.stem van Dafoe.
Als Fox de boeren bestolen heeft, besluiten ze hem te doden.
Dat gaat heel ver.
Moeder Vos schildert.
Ash, het kind van de Foxes, en neef Kristofferson Silverfox. De neef komt in het boek niet voor.
De chique boomwoning van Mr. Fox. Anderson heeft de woning van Roald Dahl goed bekeken. Ook zijn kostuums.
De familie Vos bijeen.
Wes Anderson met zijn poppen.
De corduroy pakken zijn nagemaakt naar de kleding van Dahl. Hier Anderson ook in het corduroy.
Dank voor jullie advies. Ik ga het niet opvolgen.
Vriend Opossum. Kan soms zo intelligent kijken, dat je niet weet of er iets tot hem is doorgedrongen.
'Je moet de kip met één beet doden!'
Grappig en gemeen.
Ash probeert karate uit om Kristofferson te redden.
Zanger Petey, karikatuur van Tom Petty; zingt:
Zippy zee, zappy zah,
Yappy yo, doodle dum
Et cetera.
Een diagram ter verduidelijking van het spel whackbat.
How to play:
Whack-bat requires at least thirteen players, consisting of three grabbers, three taggers, five twig-runners, one center tagger, and the player at whack-bat. The center tagger lights a pinecone on fire and throws it to the player at whack-bat. The player hits the pinecone and runs to knock a cedar stick off the cross rods. Then the twig-runners dash back and forth until the pinecone burns out and the umpire calls "Hot box." Finally, the scoredowns are added up, then divided by nine.
Het slaghout van whackbat.
Rekken en strekken bij de woning. (Waar uiteindelijk erbarmelijk weinig van over blijft.)
Nee; er blijft zelfs niets van het hele vossenhol of de -boom over; de dieren leven voor de rest van hun leven voort in het riool, maar halen hun voedsel... uit de supermarkt van Bolus, Bits en Biet!
De wolf, aan het eind van de film. Net als Mr. Fox en zijn vrouw en kind: een wild dier. Mr Fox en hij zwaaien naar elkaar.
Over het type film: het is een poppenfilm, ook wel stop motion-film genoemd. Dat is iets heel anders dan een tekenfilm.
De film Waltz with Bashir kwam weer onder mijn aandacht door de aflevering van Zomergasten met Dyab Abou Djaja. Hij liet het laatste stuk van de film zien, waar de animatie overgaat in de gruwelijke werkelijkheid van het bloedbad in het Palestijnse vluchtelingenkamp Sabra en Shatila van 1982.
Er is na de film ook een graphic novel gemaakt van hetzelfde verhaal.
Ik vond het goed om beide eens goed te bestuderen. Eerst kwam het boek aan de beurt.
Hoewel het boek al enige jaren oud is, leek mij de bibliotheekversie die ik te leen kreeg (van de vestiging Muiden) nog ongelezen.
Ik vond het goed om te lezen, omdat ik mij herinner dat ik de film (na de eerste keer kijken) niet meteen goed begreep.
Eerst de titel: Wals met Bashir. Bashir staat voor Gemayel Bashir, zoon van Pierre Gemayel, oprichter van de Falangisten. De Gemayels waren maronitische christenen, hun falangistische beweging bestreed de PLO en Hezbollah ten tijde van de burgeroorlog in Libanon. Vanwege deze positie steunde Israël Bashir. Gemayel werd in 1982 tot president gekozen - alleen een maroniet kon president worden. Gemayel steunde Israël, toen dat land in 1982 Libanon binnenviel. Hij pleitte ervoor dat de Libanese christenen niet zouden wijken voor een islamitische overheersing; daarna werd nog vóór de eedaflegging vermoord - overigens ook door een maroniet. maar wel een die vond dat hij het land verkocht aan Israël.
Bashir Gemayel, vermoord in 1982. De titel van boek en film verwijzen naar hem.
Dit zijn vader Pierre en zoon Bashir Gemayel; de vader is oprichter van de Falangisten. De Falangisten zijn ook de lui die de bloedbaden hebben aangericht;daarbij ging het wel om een splintergroep binnen de falangisten, die eerder niet waren toegelaten binnen de reguliere groep.
Dit zijn de falangisten, de Kataeb Regulatory Forces. De moordenaars in Saba en Shatila waren de Special Forces, onder leiding van Elie Hobeika. Hobeika werd in 2002 vermoord door een autobom.
Maar nu naar het boek:
Ari Folman was in 1982 een 19-jarige soldaat in het Israëlische leger. Hij is zijn geheugen kwijt over die periode. Hij spreekt een landgenoot, die geplaagd wordt door nachtmerries over honden.
De landgenoot Rein Buskilas vertelt Folman over de nachtmerries met de honden. Ze verwijzen naar een traumatische oorlogservaring van hem. Uit de Engelse uitgave.
Folman zelf heeft dergelijke herinneringen nauwelijks; het enige is dat hij zichzelf vanuit het water het land ziet opgaan in de vluchtelingenkampen.
Hij gaat op zoek naar dat stuk verleden, en praat daarom met vrienden, landgenoten, een psycholoog, over zijn ervaringen. Er komt steeds meer bij hem boven.
Er komt vooral tot uiting hoe gruwelijk en angstaanjagend de oorlog voor iedereen was. Uiteindelijk ontdekt Ari Folman, dat hij bij een van de 'buitenste ringen' betrokken was bij het bloedbad van Shaba en Satila: zij die de lichtkogels afschoten, zodat de milities binnen de kampen hun 'werk' goed konden doen.
Het boek eindigt, net als de film, met de gruwelijke werkelijkheid: de talloze doden die verminkt opgestapeld liggen. Het gehuil van de vrouwen, de lijken overal: het grijpt je bij de keel. Folman herinnert het zich nu allemaal precies. Het surrealisme van de strips is werkelijkheid geworden.
De moordpartijen in september 1982 kostten 700-3500 Palestijnen het leven. Elie Hobeika was de leider van de Special Force.
Hobeika, rechts, 1985. Elie Hobeika werd na 1982 o.a. verscheidene keren minister. In 2002 werd hij vermoord.
Een opmerking op het boek vermeld, van Arnon Grunberg, intrigeerde me: 'Wat Maus was voor de Holocaust, is Waltz with Bashir voor de Libanonoorlog.'
Maus blijkt een grafische roman te zijn voor volwassenen uit 1986 en 1991 (twee delen) van Art Spiegelman. Het boek geeft in een stripverhaal de strijd weer van Spiegelmans vader om als Poolse Jood te overleven tijdens de Holocaust.
De Joden worden hier als muizen voorgesteld, de nazi's als katten.
Maus, graphic novel over de Holocaust.
Art Spiegelman
Er zijn inmiddels heel veel historische stripboeken geschreven, zie hiervoor dit artikel over Lesmaterialen.
Nog even over de titel, Waltz with Bashir: één van de soldaten, Frenkel, trotseert de kogels van de vijand en danst met zijn geweer in de hand, onder het portret van de vermoorde Bashir. Op nog geen 200 meter daarvandaan maakten Bashirs volgelingen zich klaar om de kampen aan te vallen.
Ook slaat de titel op de korte tijd dat Libanon en Israël samenwerkten.
Regisseur van de film David Polonsky, tevens schrijver van het boek.
Ari Folman, soldaat, hoofdpersoon; mede-auteur.
Ariel Sharon; speelde ook nog een rol in dit drama; uit een officieel onderzoek bleek dat hij te weinig had gedaan om te voorkomen dat de falangisten deze misdaad gingen plegen.
Woensdag 3 augustus jl. stond in de Trouw een artikel over stripboeken over de Spaanse Burgeroorlog. Hierbij wat plaatjes daaruit, het boek is van Arturo Pérez-Réverte.
Hier de schrijver bij de presentatie van zijn boek, 2015. De verdeeldheid in Spanje over de Burgeroorlog bestaat nog steeds, hoewel wat ondergronds. Het blijkt hier wel uit, dat er een tweede boek in de maak is, van Carlos Fernández Liria, dat wat linkser is dan het boek van Perez-Réverte. David Ouro zal de illustraties maken. Verkrijgbaar over enkele maanden.
Ik had nog nooit van dit boek gehoord, terwijl het geldt als een meesterwerk.
De Nederlandse vertaling is van Marion Op Den Camp, 2005; eerder werd het vertaald als Het hart is een havik, door W.F.H. ten Bruggen; er is alweer een nieuwe vertaling van Molly van Gelder; die komt binnenkort uit.
Het ís ook een meesterwerk, heb ik inmiddels vast kunnen stellen. Geschreven door een 24-jarig meisje, ongelooflijk! Met heel veel gevoel voor verhoudingen, voor literatuur, voor drama. Het boek houdt de aandacht aan één stuk vast, wordt nergens sentimenteel, en geeft een heel mooi inkijkje in de sociale geschiedenis. En dat terwijl het fictie is! Geen wonder, dat er inmiddels al weer een derde vertaling van dit prachtige boek aankomt!
Het verhaal speelt zich af in een stad in het zuiden van de Verenigde Staten. De hoofdpersoon is John Singer, een doofstomme zilversmid. Hij woont samen met zijn doofstomme vriend, de Griek Antonapoulos. Antonapoulos luistert altijd naar Johns verhalen, die hij met drukke gebaren vertelt. Maar Antonapoulos, die alleen maar bezig met met aan lekker eten denken en het ook opeten, wordt gek en gaat naar een gesticht. John Singer is alleen en mist zijn vriend verschrikkelijk.
Er is niet alleen een verhaallijn over John Singer, maar ook over een aantal anderen: over Mick Kelly, een jongensachtig meisje, dochter van de grote familie Kelly. Zij droomt ervan piano te leren spelen en te componeren, zij hoort de hele tijd muziek in zichzelf en probeert overal met de klassieke muziek (radio) van anderen mee te luisteren. Zij heeft twee kleinere broertjes, Ralph en Bubber, voor wie zij moet zorgen. Er zijn nog veel meer mensen in huis, ook twee oudere zusters, en verder pensiongasten. Onder hen bevindt zich John Singer.
Er is een café in de stad, waar de kroegbaas Biff Brannon en zijn vrouw Alice de scepter zwaaien. Singer eet daar altijd, Mick komt daar, en ook: Jake Blount. Blount is een alcoholist, met marxistische ideeën. Blount ontfermt zich over Blount, die van dan af steeds met hem praat. Hij voelt zich begrepen door Singer.
In de keuken van het restaurant werkt Willie, de stotterende zoon van dokter Copeland. Diens dochter Portia werkt bij de Kelly's; zij is getrouwd met Highboy. Dokter Copeland is voortdurend bezig met zijn roeping, dat is: de zwarten te verheffen. Je zou denken dat dat goed samenging met Jake Blount, met diens marxisme, maar de twee krijgen juist enorme ruzie.
De gebeurtenissen strekken zich mogelijk uit over een jaar. Singer is alleen, maar wordt bezocht door de andere hoofdfiguren: Blount, Mick, Brannon en Copeland. Zij hebben hem nodig, hij luistert naar hen allemaal en zij voelen zich op een bijzondere manier door hem, de doofstomme begrepen. Hij lijkt een soort verlosser.
Intussen weten ze niets van Singer zelf af. Die verdwijnt om de zoveel maanden naar het gesticht waar de dikke Griek zit, om hem te verwennen met mooie cadeaus en lekker eten. Ook kan hij dan zélf tenminste weer eens praten, met zijn handen.
Op een dag gaat hij erheen en ontdekt dat Antonapoulos dood is. Thuisgekomen pleegt Singer zelfmoord. De anderen blijven verweesd achter, zonder hem.
De gebeurtenissen laten goed zien hoe het toegaat in het arme zuiden: tekenend is dat het overal stinkt, in de huizen van de zwarten hangt dat speciale 'negerluchtje'. McCuller schrijft zeker niet denigrerend over negers, en het zijn ook niet speciaal de zwarten die stinken. De huizen zijn klein, er wonen veel te veel mensen bij elkaar, sanitaire voorzieningen zijn nog primitief. Ook ziekte komt veel voor: Copeland heeft tbc en blijft daarmee rond lopen. Alice ligt ziek te bed, Willie verliest zijn benen, doordat hij gemarteld wordt (hij zit onschuldig in de gevangenis). Zwarten mogen niet in het restaurant komen; als ze werk hebben - Portia, Highboy - zijn ze voorzichtig met klachten bij de politie, al staan ze in hun recht: meestal geeft het hun nog meer ellende. Dat strijdt met de roeping van dokter Copeland en de strijdlust van Jake Blount. In a review of McCullers’ first novel, “The Heart Is a Lonely Hunter” (1940), Richard Wright remarked:
To me, the most impressive aspect of [this book] is the astonishing humanity that enables a white writer, for the first time in Southern fiction, to handle Negro characters with as much ease and justice as those of her own race. This cannot be accounted for stylistically or politically; it seems to stem from an attitude toward life which enables Miss McCullers to rise above the pressure of her environment and embrace white and black humanity in one sweep of apprehension and tenderness.
Blount is werkzaam bij de Sunny Dixie Show, een soort permanente kermis. Daar vinden ook opstootjes plaats, die hij probeert te bedwingen.
In de stad zijn veel katoenspinnerijen, verffabrieken, houtzagerijen. Er wordt veel gedronken en gerookt.
Een heel mooi passage is die tussen Mick en Harry Minowitz. Harry is een lange, joodse jongen; hij en Mick gaan op een warme dag samen zwemmen. Ze liggen in elkaars armen en hebben op een vanzelfsprekende manier seks. Maar Harry voelt zich zeer schuldig. Vanwege zijn 'zondigheid' verdwijnt hij uit Micks leven.
Micks broertje Bubber schiet per ongeluk op het meisje Baby Wilson. Een beetje een over het paard getild kind, dat volgens haar moeder het helemaal zal gaan maken in het theater. Ze is niet dood, maar gewond aan haar hoofd, haar mooie haar is weg. Haar moeder eist genoegdoening in de vorm van een privéverpleegster en een eigen kamer. Het gezin Kelly komt daardoor nog meer in financiële moeilijkheden. Mick gaat maar werken bij Woolworth om haar ouders te helpen. Haar droom om pianiste te worden is voorbij. Bubber noemt zich vanaf de schietpartij George, hij wordt eenzelvig, en nooit meer dezelfde.
Biff Brannon ontwikkelt zich tot een soort pedo, met veel gevoel voor schoonheid. (Hij is seksueel niet actief, maar heeft wel bijzondere belangstelling voor Mick). Een goedmoedige man.
Het is bijna altijd snikheet in deze stad, en maar een paar maanden per jaar winter.
Carson MacCullers; dit is de foto op het boek van Jacques Tournier, A la recherche de Carson McCullers.
Het boek is ook verfilmd: Sondra Locke is Mick.
Een stukje uit de film, 1968, regie Robert Ellis Miller.
De schrijfster
Ik heb inmiddels het een en ander opgezocht over McCullers: ze heeft een kort, stormachtig leven achter de rug. Ze is dikwijls ziek geweest, leed o.a. aan reuma. Ze is twee keer getrouwd geweest met James Reeves McCullers, die haar ook veel heeft moeten verzorgen. Ze werd alcoholiste. Ze had ook een intensieve lesbische relatie met de Zwitserse Annemarie Schwarzenbach. Haar huwelijk was notoir slecht, wat uiteindelijk leidde tot James' zelfmoord. Carson zelf - die herhaaldelijk getroffen werd door beroertes - stierf uiteindelijk door een heel zware beroerte.
Ze heeft een moeder gehad die dacht dat haar kind heel wat bereiken kon in het leven, en wel als pianiste. Uiteindelijk werd ze dat niet, maar wel beroemd, als schrijfster. Carson had het behoorlijk hoog in de bol zitten, wat dat betreft lijkt ze op Baby Wilson uit haar boek (die ook door haar moeders verlangens geregeerd werd.)
Aan haar biografie zie je ook, dat het personage Mick trekken van Carson zelf heeft: het jongensachtige, het verlangen naar muziek, piano willen spelen.
Poster van de film; Alan Arkin speelt John Singer
McCullers en haar man
Karikatuur; in de tekst een verwijzing zowel naar haar drankzucht, als naar haar boek The ballad of the sad café. Dat moet een mooi boekje zijn, al heeft ze het mooiste geschreven met The heart is a lonely hunter.
Andere karikatuur, laat zien hoe ze zichzelf groot maakte.
Het is misschien een beetje flauw van mij om met die karikaturen op de proppen te komen. Ik doe het toch, omdat ze ook zó onthouden wordt.
Het belangrijkste blijft, dat ze ons een geweldig mooi boek geschonken heeft. (En wie weet hoe mooi die andere van haar ook nog zijn!)
En zo schilderde de Italiaanse kunstenaar Emanuel Romano haar.
In Amerika is haar verzameld werk uitgegeven. Zie hierover de recensie in de New Yorker, door Hilton Als.
Een gedicht van Bukowski, bij de dood van McCullers.
Er is ook een spirituele component in het boek, of een filosofische:
Zo flapt Jake er op een gegeven moment uit: Wrok is de kostbaarste bloem van de armoede.
Dat is mooi.
Zo vond ik het ook mooi, dat Alice de bijbel gaat lezen.
'De schriftlezing van vandaag gaat over de roeping van de discipelen' zei Alice ter voorbereiding tegen zichzelf. 'En de tekst is: zij zoeken U allen.'
Plaatje bij de betreffende bijbeltekst: 'Volgt mij na, en Ik zal maken dat gij vissers der mensen zult worden. En zij terstond hunne netten verlatende, zijn Hem gevolgd.'
Dokter Copeland leest veel, o.a. Spinoza. Maar deze mensen met hun idealen staan geïsoleerd in het leven, ze worden niet begrepen.
John Singer lééft het ideaal van luisteren, hoffelijkheid, vriendelijkheid.... Maar hij is zelf ook verschrikkelijk eenzaam.
Eenzaamheid is het hoofdthema, daar duidt de titel natuurlijk ook op.
De meisjesnaam van McCullers was Lula Carson Smith; ze leefde van 1917 tot 1967.
Aanvankelijk was Harry Minowitz de hoofdpersoon van haar boek; maar Carson veranderde dat in een doofstomme, ze wist zelf niet waarom.
McCullers is erg beïnvloed door Isak Dinesen, naar wie ze altijd teruggreep. Isak Dinesen is een pseudoniem voor Karen Blixen.
Ik vond het een indrukwekkend boek! Wat een verrassing, dankzij een artikel op 23 juli jl, van Rob Schouten, in de Trouw: herlezing van een klassieker.