dinsdag 8 december 2015

Al Ghazali en Das Buch der Ehe.

Güner Yasemir Balci, maakster van de documentaire.


Toevallig bleven wij op een avond hangen bij een documentaire op Arte: Der Jungfrauenwahn. Dit was een film van Güner Yasemin Balci, over de sexuele moraal binnen de Islam. In het bijzonder het belang dat er gehecht wordt aan het intact zijn van het maadenvlies bij het sluiten van het huwelijk.
Zij betoogt dat die moraal al ver achter de meesten van ons ligt, maar dat die nog levensgroot regeert over jonge moslims en moslima's. Er zijn trucs voor vrouwen om in de eerste huwelijksnacht toch te bloeden, hoewel men al geen maagd meer is. Je kunt het maagdenvlies laten herstellen, of een uurtje voor de sex een zakje met bloed inbrengen.
Moslim-bruid: witte jurk, met rood lint, die samen maagdelijkheid en het einde ervan symboliseren.
Er kwam onder meer aan het woord de uit Algerije afkomstige Dalil Boubakeur. Hij is directeur van de Grote Moskee in Parijs.  Hij sprak als een psychiater (ik vond op internet alleen dat hij arts is; maar hij klonk als een psychiater; hoe dan ook als een zeer ontwikkeld man.) over de sexuele moraal bij moslims. Ik schrok van zijn onverschrokken uitspraken. Hij zei, dat Moslim-mannen niet anders zijn dan anderen, maar dat ze zijn blijven steken in de pre-oedipale fase. Dat geeft een voedingsbodem voor neuroses als angst, paranoia, obsessies. De moslimman kent de realiteit van vrouwen niet, omdat hij in die infantiele fase is blijven steken. Hij ziet de vrouw als satan. Tegelijk is ze voor hem zijn speelgoed, ze dient nergens anders voor dan voor zijn bevrediging. 
Ik werd er stil van.
Dalil Boubakeur, de man die mijn hart stal met zijn moedige uitspraken. 
De Grote Moskee in Parijs, waarvan Boubakeur directeur is. Hij bepaalt wie daar mogen preken.
Ik vond nog iets anders:  de huwelijksmoraal zoals die nog steeds leeft, is nog altijd terug te voeren op Al-Ghazali's Das Buch der Ehe. (Het is wel in het Duits, niet in het Nederlands te krijgen.)
Al Ghazali leefde van 1058 tot 1111. Hij was een Perzisch filosoof en soefist. Zijn eretitel is 'bewijs van de islam', hoeddjat al islaam. Voor de Islam is hij de tweede leermeester na Mohammed. Zo iemand als Thomas van Aquino voor het christendom was. 
Afbeelding van Al Ghazali
Het werk waarmee Al Ghazali het beroemdste werd, is het boek De verwarring der filosofen, 'Tahufut al falasifa'. Dit boek luidde de stagnatie en relatieve achteruitgang in van de Islam, na een grote bloeiperiode. Al Ghazali betoogt daarin, dat de wet van de causaliteit onjuist is: alles wat gebeurt, gebeurt door de wil van God. God is niet kenbaar langs rationele weg. Onderzoek naar causaliteit is verspilling van intellect. Al Ghazali wees filosofen als Plato en Socrates af. 

Tot dan toe kwamen Arabische studies over wiskunde, geneeskunde, sterrenkunde en ook vertalingen uit de Oudheid naar Europa. Maar die tijd was na Al Ghazali voorbij.
Dit is het boek dat de sexuele moraal bepaalt binnen de islam; het dateert van de 11/12e eeuw.. 
Een beeld van de documentaire Der Jungfrauenwahn, Arte, begin december. 
Over het Soefisme:
Het soefisme van Al Ghazali is een ander soefisme dan het zogenaamde universeel soefisme. Van dat laatste is Johan Witteveen de voorman. Witteveen is een oud VVD-er, oud-voorzitter van het IMF enzovoorts. In Katwijk staat de enige Soefitempel ter wereld.
Johan Witteveen
Soefitempel te Katwijk
Via het  boek van Witteveen Soefisme, De religie van het hart, heb ik een aantal jaren geleden kennis gemaakt met het Soefisme. De inspirator voor dit universeel soefisme is Hazrat Inayat Khan. De stroming preekt harmonie, liefde en schoonheid, en omarmt alle wereldgodsdiensten.  

Derwisjen zijn weer een ander onderdeel van de soefi's: de naam wordt verklaard als 'bedelaar', maar ook als 'deur', en 'zittend' (voor de ene deur van Allah). Het is een aparte groep binnen de Soefi's, met veel onderlinge verschillen.
Dansende derwisjen.
Er was nóg iets dat me trof over Al Ghazali: er zijn moslimscholen die zo heten. Dat vond ik toch wat merkwaardig, gezien Al Ghazali's denken over causaliteit.
Ik heb de website van één zo'n school bekeken, en zag daar niets raars aan. Integendeel, de website zag er keurig uit, en ook de afspraken en de protocollen waarvan men op die school uitgaat oogden goed. 
Ik zag wel, dat er vanaf groep vijf gescheiden gym- en zwemles gegeven wordt. Dat vind ik wel erg jong. Ik heb niet uitgezocht hoe afwijkend dat is van reguliere scholen. 
Hier is de hele Arte-docu te zien. Niet ondertiteld, maar zeer de moeite waard. 

Slotopmerking:
Ook Dalil Boubakeur is een soefi. Ik weet niet van welke soort precies, maar het viel me op.

maandag 7 december 2015

Papyri: over het ontstaan van de Islam



"De briefjes bevatten soms flarden van teksten die later terechtkwamen in de officiële Arabische bronnen. Zo is er een papyrus gevonden uit het jaar 700 met een oproep van de kalief om mee te doen aan de hadj, de bedevaart naar Mekka. “Dat is belangrijk bewijsmateriaal, het toont aan dat de bedevaart er al is in deze periode. Maar dat wil niet zeggen dat ‘de islam' zoals we die nu kennen al bestond toen de Arabieren Egypte en Syrië veroverden.”
"Uit de papyri blijkt ook dat er in deze vroege periode al verdeeldheid was over de vraag hoe moslims zich dienden te gedragen. Voor islamitische stromingen die terugverlangen naar de zuivere en ware islam kan dat een lastige boodschap zijn, maar ook voor niet-moslims die allerlei kwaden van onze tijd toeschrijven aan één onveranderlijke islam.”
Klik hier voor meer informatie over dit onderzoek.'
Hoogleraar Petra Sijpesteijn met haar studenten, Universiteit van Leiden. Petra is arabiste en papyroloog. De leerstoel Arabisch in Leiden bestaat al meer dan 400 jaar.
Het gebeurt eigenlijk nooit meer dat we de radio 's avonds aanzetten, in plaats van de tv. Maar gisteren hoorden we dat er een interview zou zijn tussen Coen Verbraak en Petra Sijpesteijn. Zij is arabiste en historica aan de Universiteit van Leiden. Onder andere zou het ontstaan van de Islam aan de orde komen. De uitzending was in de serie De kennis van nu, een wetenschappelijk programma.
Sijpesteijn met beschermde stukjes papyri.
Sijpesteijn is één van de tien papyrologen op de wereld. Zijn leest en onderzoekt papyri, teksten op bladen van de papyrusplant. Er zijn dus maar zeer weinig van deze geleerden op de hele wereld, al vertelde ze dat het aantal zich uitbreidt, omdat zij deze kennis doceert.

Er wordt volgens haar niet veel gepraat in de hele Islam-discussie. Ze wilde ook dat zij meer gevraagd werd om achtergrond-informatie te geven.

Er is niet één Islam; door de eeuwen heen zijn er verschillende beelden van de Islam te zien geweest. Het grootste misverstand is dat de islam door de Koran verklaard kan worden. Alsof ze allemaal hetzelfde zeggen. Dat is niet zo. Sociaal-economische omstandigheden spelen een grote rol, de Islam verschilt naar tijd en plaats. De omgeving bepaalt de interpretatie, en het handelen. De koran is de leidende tekst, maar de interpretatie verandert elke keer. De meeste moslims kennen ook niet de hele koran.

De Islam ontstond in de zevende eeuw. Mohammed preekte vanaf 632 na Christus. Direct na zijn dood zwermden de Islam uit over het gehele Romeinse, Byzantijnse en Perzische Rijk. In 711 bereikte het een gebied van de Atlantische Oceaan tot aan India; zijn grootste omvang. Dit hield 300 jaar stand, een kalifaat, een politieke eenheid. Het was de grote bloeitijd, waaruit ook wij voor onze beschaving geput hebben: denk aan onze wiskunde. Herinneringen aan die tijd zijn nu nog levend. Er zijn nauwelijks bronnen bekend, de eerste dateert pas uit de negende eeuw. De hoofdstad van dit Arabische Rijk was Bagdad. Pas in dit bloetijdperk werden teksten opgeschreven, daarvóór werd het verhaal over Mohammed grotendeels mondeling verspreid.
We moeten een verschil maken tussen arabisering en islamisering: die twee gaan niet gelijk op!

Pas in de 9e eeuw ontstond een definitieve versie van de koran, met theologisch-juridische teksten. Slechts kleine stukjes 7e eeuw zaten erin.
Bronnen hiervoor zijn de papyri. De stengel van de papyrusplant werd verwerkt tot 'drager van teksten'; al het geschrevene kwam hierop terecht, van belastingregels, verkoopcontracten tot en met brieven en kattebelletjes. Zo ook religieuze teksten.
.
Een van de papyri; de oorsprong kan koptisch, grieks of arabisch zijn.
Het schrift was in dit kalifaat wijd verbreid, veel mensen konden schrijven. Het was een literaire, een geletterde wereld. Overal zag je inscripties, de herkenning was groot. Europa liep hierop achter, dat was een contrast met deze beschaving.


          Het Arabisch Kalifaat met zijn grootste omvang; het was het tijdperk van de Abassiden Wikipedia vermeldt hier 850, niet 711. 
Het bijzondere van papyri is dat het een organisch materiaal is. Het is maar op een paar plekken bewaard gebleven. Het zijn losse vellen. Ze zijn vaak op de vuilnishoop gegooid, omdat ze niet meer van belang geacht werden. Ze hebben soms 1300 jaar onder de grond gelegen, veel is beschadigd. 2% is misschien maar over van het geheel.
Dank zij het scherpe woestijdzand werden honderduizenden tijdcapsules bewaard.
Er zijn geen koranische fragmenten. Een paar maar, voor amuletten, en die zitten in museumcollecties. Sijpestein weet af en toe niet wat ze tegenkomt, ze noemt een correspondentie tussen broers over hun moeder. Ze zijn moeilijk te lezen, na 1300 jaar. Er zitten gaten in de papyri, ze heeft soms maar een halve tekst, er wordt jargon gebruikt. Het vreemdste dat ze ooit is tegengekomen was een scheldwoord: 'zoon van overspelige'. Dat is precies hetzelfde als nu, 'son of a bitch'.
De verspreiding van de Arabieren gebeurde niet door Bedoeïenen, maar door geletterden. 
Hier: bedoeïenentent.
FOI, formation of Islam, is een speciaal studieproject aan de Unversiteit van Leiden, waaraan behalve Sijpesteijn meer geleerden werken.
Ook Griekse en Koptische teksten (ook papyri) helpen mee om het project 'formation of the islam' gestalte te geven. In 643 werd de Islam in Egypte gebracht. Anders dan lang is gedacht waren de brengers van het nieuwe geloof geen stelletje bedoeïenen, maar geletterden. Ze namen hun Arabische administratieve ervaring mee naar het nieuwe land. Een speciaal belastingstelsel werd ingesteld waarmee niet-moslims hun vrijheid konden behouden. Joden bijvoorbeeld kregen gewoon vrijheid van godsdienst, met hun eigen rechtbanken. Elke periode respecteerde de rechten van minderheden, hoewel ook weer niet altijd.

De tomeloze agressie van de terroristen tegenwoordig is slechts één van de mogelijke interpretaties van de islam. Vergelijk onze eigen kruistochten van vroeger, de anti-abortusbeweging.
In totaal zijn er 8 kruistochten geweest. Pas in 1291 gaven de christenen de strijd om Jeruzalem op.
Omdat de religie sinds Mohamed in de 7e eeuw van orale cultuur overging tot geschreven cultuur in de negende eeuw, is het van groot belang die papyri-bronnen te bestuderen.
Hier een filmpje over Engelse papyrologen. 
Ik kon dit blogje eigenlijk alleen maar schrijven door me er nogmaals goed in te verdiepen; via de radio-uitzending kwam het helaas toch niet helemaal duidelijk over. Dit wat hier staat is maar een beetje, ben ik bang. 
Coen Verbraak.

zondag 6 december 2015

1812, Napoleons fatale veldtocht naar Moskou - Adam Zamoyski, 2005.



'Napoleons invasie van Rusland in 1812 was een van de meest dramatische episoden in de Europese geschiedenis, een gebeurtenis van heroïsche allure, die gegrift is in de collectieve verbeelding.'

Boek. 
Na Oorlog en Vrede van Lev Tolstoi lazen Ton en ik elkaar 1812 voor, van Zamoyski. Voor mij was dit boek niet onbekend, maar deze tweede lezing (hardop, in elkaars gezelschap) was een veel heftiger ervaring dan de eerste keer.
Het lukte mij niet om de beide boeken met elkaar te vergelijken, wat betreft de veldslagen. 
Zamoyski's boek is vooral door de details gruwelijk. Er zijn ongelooflijk veel ooggetuigenverslagen bewaard gebleven, die allemaal getuigen van  het verschrikkelijke lijden van de mensen in deze oorlog.

De schrijver geeft alle aspecten van de oorlog weer: de diverse strategieën, de politieke achtergrond, gegevens over de uitrusting, de tekorten, het plunderen, het lijden en sterven.

Politiek is van belang te weten dat het Napoleon vooral te doen was om Engeland. Hij had in mijn ogen  een obsessie met Engeland. Hij wilde Rusland dwingen zich aan het Continentaal Stelsel te houden, dat wil zeggen dat het land net als de rest van Europa ook geen handel meer mocht drijven met Engeland. Het liefst zag hij de tsaar als zijn vriend, sinds het verdrag van Tilsit. Maar Alexander was Napoleon gaan zien als een vertegenwoordiger van het barbarendom, waartegenover hij de verdediging van de christelijke monarchale traditie had te verdedigen.

Napoleons leger was een ratjetoe van nationaliteiten, logisch gevolg van de veroveringsoorlogen die hij gevoerd had.
Kaart van Europa op het hoogtepunt van Napoleons macht. Uit al deze 'blauwe' landen streden soldaten mee aan de kant van Napoleon, dus o.a. Pruisen, Italianen, Belgen, Hollanders, Polen. Op de kaart is goed te zien dat Oostenrijk er buiten valt. Dat was precies de reden dat Napoleon scheidde van Joséphine de Beauharnais en in het huwelijk trad met de Oostenrijkse prinses Marie-Louise. Ze kregen samen een zoon. Zo hoorde Oostenrijk toch bij de Coalitie.
Napoleons doel was overal de moderne tijd te brengen, zijn wetten, zijn democratie, alle verworvenheden van de Franse Revolutie.

Napoleon had tijdens de Russische veldtocht ook nog te maken met de nederlaag in Spanje, waar Wellington Jozef Bonaparte versloeg
.
Een jonge Napoleon, uitgebeeld zoals hij over de Alpen naar Italië trok.
Napoleon was wel machtig, maar dat betekende niet dat iedereen in alle landen loyaal aan hem was. Er was genoeg reden zich tegen de machthebber te verzetten, zoals Pruisen, dat door Napoleon leeggeroofd werd.
De Fransen hadden in hun cultuur veel uit het Frans geput. Sommige Russen spraken beter Frans dan Russisch.
Onder de nieuwe wetten van Napoleon kregen arme mensen het veel beter; dat was voor de adel in tal van landen een bedreiging, want die zou daarmee hun macht verliezen.
In Rusland werden lijfeigenen gedwongen mee te vechten. Ze meenden dat daarmee een eind aan hun lijfeigenschap zou komen, in ruil voor het meedoen. Maar daarmee kwamen ze bedrogen uit, na de oorlog bleef alles uiteindelijk bij het oude.

Het 'Grande Armée' was het grootste leger dat er ooit gezien was. Het omvatte niet alleen soldaten en officieren, maar ook bijvoorbeeld cantinières, paardendieven en hoeren. Er reden rijk versierde rijtuigen mee.
.
Het Grande Armee in 1804, Boulogne. Dat waren betere tijden.
De bevoorrading was een zaak apart, die was in handen van een transportkorps, de zogenaamde 'trein'. De ellende in Rusland kwam voor een groot deel door die bevoorrading: de Russen trokken zich voortdurend terug, en brandden dan alles plat. Daardoor konden de Fransen nergens voedsel of brandhout vinden. De paarden aten stro van de daken, wat ze ziek maakte.

Het is ook van belang te weten, dat zo'n leger grotendeels te voet ging. Er werden enorme afstanden afgelegd. Elke officier had één koets, voor zijn uniformen, zijn wapens en zijn kaarten.
Opnieuw het Grande Armée
Napoleon 'stak de Rubicon over' bij de rivier de Njemen op 24 juni 1812. Tegenover zich vindt hij de veldheer Bagration en minister van oorlog Barclay de Tolly. Barclay de Tolly wint van Napoleon door de tactiek van de verschroeide aarde. Maar binnen Rusland vindt Barclay veel oppositie, vooral van Bagration.
Oversteek van de Njemen op 24 juni 1812.
Slagen worden geleverd bij Vitebsk en Smolensk. Napoleon heeft die laatste slag dan wel gewonnen, maar ook veel manschappen verloren.
De volgende slag zou die om Moskou zijn. Maar daar aangekomen(14 september) is de stad leeg, en staat in brand.
.
De brand van Moskou
Al die tijd aarzelt Napoleon, het zou steeds het beste zijn 'het hierbij maar te laten,' Maar hij gaat toch steeds verder. Ook met het verlaten van Moskou wacht hij te lang.
Alexander heeft inmiddels Koetoezov aagensteld als opperbevelhebber: een sluwe zestiger, blind aan één oog.
Napoleon neemt dezelfde weg terug, over Smolensk. De oversteek van de Berezina gaat gepaard met een enorm bloedbad.
Op 5 december verlaat Napoleon zijn Grande Armée: hij heeft gehoord dat Claude de Malet een staatsgreep heeft gepleegd in Parijs, en moet daarheen.
5 december: Caulaincourt en Napoleon verlaten de Grande Armée.
Van de 690.000 mannen die het leger van Napoleon vormden keerden er slechts 20.000 terug. (De getallen wisselen: in De Hermitage werd gesproken over respectievelijk 900.000 en 30.000 man.) Het Russische leger telde een ongeveer gelijk aantal overlevenden en slachtoffers als de Fransen, maar Rusland zelf had ook heel veel burgerslachtoffers.

Aan Franse zijde streden onder anderen Eugène de Beauharnais, stiefzoon van Napoleon, en Jerôme Bonaparte. Vooral Eugène, 'de koning van Napels'. was populair bij de soldaten.
De slachtoffers vielen niet alleen door de strijd, ook door overvallen van Kozakken, honger en dorst, ziekte, luizen, en vooral door de kou.
Vaandel en standaard.
Klein stukje uit de geweldige film van Sergei Bondartsjoek, jaren zestig 20e eeuw. (Oorlog en Vrede: Vojna i Mir.)
Adam Zamoyski, historicus. Anders dan Andrew Roberts (biograaf van Napoleon) vindt hij Napoleon niet 'groot'. 

zaterdag 5 december 2015

De Vergaderzaal, A. Alberts, 1974.

Alberts hield dit boek lang in portefeuille, zo'n 20 jaar. Tot ongenoegen van uitgever van Oorschot. Alberts draagt het boek aan hem op, aan 'de geduldigste en lankmoedigste, kortom de Griseldus onder de uitgevers.' 
.
Eigentijdse vergaderzaal
Opnieuw een prachtig verhaal van Alberts. Een tiental heren heeft een vergadering afgesproken, voorzitter, secretaris, conciërge, enzovoorts. Een van de heren, meneer Dalem, wordt tijdens deze vergadering gek, en vertrekt. Wat hem gek maakt, is wat Kees Fens 'de echoput van het formalisme' genoemd heeft. Zie DEZE LINK. Fens prijst de eenvoud van Alberts, maar merkt tegelijkertijd op:  'Wat eenvoudig lijkt, wordt zelden voor ongewoon aangezien.'  Voor Kees Fens vallen óók De Eilanden en De Bomen onder dat hoge niveau. De vergaderzaal maakte van Alberts éven de best verkochte auteur. Even maar, want Alberts wordt  'de zwijgzaamste schrijver van Nederland' genoemd. Dit niet alleen omdat hij niet veel in het openbaar optrad, maar ook vanwege zijn extreme eenvoud.
Kees Fens; Schreef fantastisch en verhelderend over literatuur! 1928-2008,  als 'toonaangevend literair criticus en essayist.'
Die eenvoud levert geweldige, hilarische zinnen op. Fens vergelijkt Alberts met Gogol, en vindt dit verhaal van Alberts zeker van dat niveau.
In het jaar van zijn sterven ontving Alberts de P.C. Hooft-prijs. Eerder kreeg hij al de Constantijn Huygens-prijs, en de Marianne Philips-prijs. (Het doet me deugd dat hij wel erkenning heeft gekregen.... Al ontdek ik hem zelf wel laat!
 
Er blijkt ooit een tv-bewerking van het boek gemaakt te zijn.Paul Steenbergen is daarin meneer Dalem.
Een citaat om iets meer weer te geven van de stijl: 

Hij (Van Dalem) zei: Ik zit eigenlijk op mijn vrienden te wachten.
Dat zei u, zei de vriend van de dikke man. Uw twaalf vrienden.
Twaalf? vroeg meneer Dalem. Zegt u twaalf? Ik had niet gedacht dat het er zoveel zouden zijn.
Men kent nooit het getal van zijn vrienden, zei de vriend van de dikke man.
Van je vijanden wel, zei de dikke man.
Dat is belachelijk, zei de vriend. Je kunt immers je vrienden niet van je vijanden onderscheiden? En je vijanden niet van je vrienden. Dat zal je me toch ook moeten toegeven.
Dat kan ik donders goed, zei de dikke man. Ik kan mijn vijanden van mijn vrienden onderscheiden, maar mijn vrienden niet van mijn vijanden. 
Enzovoorts. 
A.Alberts. Hij schreef méér dan romans en korte verhalen. Hij debuteerde met een proefschrift over Baud en Thorbecke; verder schreef hij o.m. een essay over Wilhelmina, en over Lodewijk XIV 1638-1715 ('Een koning die van geen nee wil horen.')
Nescio 
Elsschot 
Gogol; hij, Nescio en Elsschot vormen het illustere gezelschap waarmee  Alberts vergeleken wordt.
Wat een aanbeveling! 

vrijdag 4 december 2015

De Bomen, A. Alberts, 1953.

'Hij  (= Barre, AdW) zei zachtjes: Donder op. Donder in jezusnaam op, man. Hij zei het nog een paar keer, omdat het zo lekker gesmeerd klonk. Hij zei: Donder op, Matthias, grootmajoor van London. Hij zocht naar een ander woord voor Matthias, omdat het niet op London rijmde.'

Ontroerend mooi verhaal over de verhouding van het jongetje Aart tot het bos vlakbij zijn huis - of beter: tot de bomen.
Hij is erdoor gefascineerd, vanaf het begin van het verhaal. Aart is dan zeven, zijn zusje Fientje elf. Hij wil graag naar die bomen toe, vooral naar het grote bos. Denkt dat het reuzen zijn, hij meent dat hij met ze kan praten, en dat ze tegen hem terug mompelen. Als hij erdoor heen loopt of rijdt, valt hem op dat de bomen met hem meegaan.
Aart is een leuke, wat zwijgzame jongen. Zijn onderwijzer, Barre, noemt hem Aart van Aardenburg.
'Aardenburg'
Aart denkt over een reus van een boom met zevenmijlslaarzen aan. 
Albert heeft een roggeveld. 
Reuzen-bomen 
De bomen. 
Twee reuzen
Hij maakt een mooi tekening voor hem op het bord van een aarden burcht. Aart gaat die in werkelijheid bouwen.
Later krijgt hij ook nog een mooie tekening van meneer Barre van een open plek.
We maken ook kennis met de mensen uit de omgeving van Aart: zijn moeder, mevrouw Duclos, zijn zusje Fientje. Zijn oom Matthias, die veel drinkt (net als meneer Barre, overigens). De vriend van Aart op de HBS, Theo. Marietje en Mientje, dochters van Albert met zijn roggeveld en suikerbieten.
De zinnen in het verhaal zijn heel kort, soms denk je even dat je met een kinderverhaal van doen hebt.
Als Aart het koud heeft, zet hij een theemuts op zijn hoofd.
Aan het eind van het verhaal is Fientje getrouwd met Jan Lambrechts. Fientje noemt hem Lamme. Lamme moet helemaal ingewijd worden in het leven daar op het land, vlak bij het bos. Aart gaat studeren, en wordt ontgroend.
Beeld van een ontgroening.
Hij keert terug naar het bos, hij wil met de bomen praten, schreeuwt tegen ze. Albert vraagt later of Aart of  de bomen net ook hoorde. Nee, zegt Aart, dat was ik.

Dit schrijft de Nederlands Bibliotheek over De Bomen:

De bomen

In 1953 verscheen Alberts’ eerste roman: De bomen. De hoofdpersoon is Aart Duclos, die zich meer verwant voelt met de bomen dan met de mensen. Hoewel hij de hoofdpersoon is, leert de lezer hem niet echt kennen. De verteller geeft geen blik in de ziel van Aart. Hij wordt alleen benaderd via de andere personages, waarover soms iets, maar ook weinig, méér wordt verteld. Het dorp waar Aart opgroeit, lijkt op Apeldoorn, maar het krijgt nergens een naam. Grote gedeelten van het boek bestaan uit zeer beknopte dialogen, waarin steeds niets wezenlijks wordt gezegd, maar waardoor met omtrekkende bewegingen toch de wereld van Aart wordt getekend. De schrijver Bernlef zei over deze typische Alberts-stijl: ‘Alberts is als een beeldhouwer die ons niet het uitgehakte beeld toont maar het materiaal dat hij heeft weggehakt.’