woensdag 25 november 2020

Politieke Filosofie V-A, Rawls, Vrije Academie, Humber van Straalen, november 2020.

Filmpje van ongeveer 6 minuten, waarin de hoofdzaken van Rawls Theorie worden uitgelegd. 
De op één na laatste politike filosoof die aan de orde komt is, één van de invloedrijkste politieke filosofen van de afgelopen zeventig jaar, John Rawls. Rawls staat in de lijn van Hobbes, Locke, en Rousseau. 
John Rawls, 1921 - 2002;
Amerikaans ethicus en politiek filosoof. 
Rawls werd geboren in Baltimore geboren, in de VS. Aanvankelijk overwoog hij priester te worden. Maar hij zag daar van af, nadat hij gediend had in de Tweede Wereldoorlog. Na zijn promotie in 1950 trok hij naar Oxford; vanaf 1962 doceerde hij aan Harvard. Hij had enorm veel studenten. Zijn roem dankt Rawls bijna volkomen aan de publicatie van het boek A Theory of Justice in 1971. In 1995 vulde hij die theorie over de rechtvaardigheid aan met zijn opvattingen over de relaties tussen volkeren, onder de titel The Law of Peoples. Vlak voor zijn dood in 2002 publiceerde hij nog een aanvulling op deze tekst met de titel Justice As Fairness: a restatement. 
Belangrijkste werk: A Theory of Justice (1971, en herzien in 1975 en 1999).
(Hierboven 1e uitgave.)

Rechtvaardigheid

De belangrijkste stelling van Rawls’ tekst is dat rechtvaardigheid de conditio sine qua non is van iedere samenleving. Zoals we niet serieus kunnen denken over de wereld zonder respect te hebben voor de waarheid, zo kunnen we niet serieus nadenken over de politiek zonder de notie van rechtvaardigheid te onderschrijven.
Rawls sluit zich in A Theory of Justice heel expliciet aan bij het denken van Locke en Rousseau. Wie denkt over politiek stuit op de oneindige waardigheid van ieder mens, die voor geen andere zaak kan worden ingeruild. Vanuit dit perspectief bezien is de samenleving in potentie een harmonieus geheel, waarin mensen er allemaal beter aan toe zijn dan wanneer zij in hun eentje zouden leven.

Een groot kenmerk van sociale organisatie is echter dat zij ongelijkheid tot stand brengt. Dit thema kennen we uit het werk van Rousseau. Rawls vraagt zich af, hoeveel ongelijkheid kan worden toegestaan onder de conditie dat de samenleving rechtvaardig is. Kunnen we misschien uitleggen wat rechtvaardigheid is door te kijken naar wat een eerlijke verdeling zou zijn? En kunnen we uitleggen wat eerlijk is door te kijken naar wat binnen de grenzen van rechtvaardigheid past? Justice as Fairness? 

Fundamentele structuur (basisstructuur)

"Rawls stelt dat we goed moeten kijken naar de rol die de basisstructuur speelt bij wat we kunnen bereiken in het leven. Sommige mensen stellen dat we voornamelijk zelf verantwoordelijk zijn voor wat we doen en bereiken in het leven. Rawls vraagt juist aandacht voor de dingen buiten onszelf die bepalen hoe succesvol we zijn in ons leven: zoals anderen of politieke en sociale instituties. Hij vat die dingen buiten ons samen met het begrip ‘basisstructuur’. Deze structuur omvat de belangrijkste politieke en sociale instituties, waaronder de verschillende lagen van de overheid, de grondwet, het rechtssysteem, de economie en zelfs sociale structuren als het gezin. Deze basisstructuur moet volgens Rawls het object van rechtvaardigheid zijn, want de basisstructuur bepaalt hoe de voor- en nadelen worden verdeeld in een samenleving. Je kunt hierbij denken aan hoe geregeld is wie er sociaal erkend worden binnen de samenleving, wie welke rechten heeft, wie het vermogen en de mogelijkheden om bepaalde banen te krijgen, hoe inkomen, welvaart en onderwijs wordt verdeeld, enz. Volgens Rawls heeft de basisstructuur een enorme impact op de mensen die leven in een samenleving. Als je nadenkt over rechtvaardigheid, moet je je daarom richten op de basisstructuur."
(Citaat van DEZE SITE)

Probleem

Zijn mensen echter in staat om na te denken over eerlijkheid? Zijn mensen onpartijdige rechters? Het antwoord van Rawls is zowel bevestigend als ontkennend. Het is bekend dat mensen zich laten leiden door overwegingen die strikt genomen helemaal niet eerlijk en intersubjectief geldig zijn. Mensen oordelen opportunistisch, alsof de regels die hen goed uitkomen ook de regels zijn waar iedereen zich vanzelfsprekend aan moet houden. Zo zal iemand die arm is de belangen van arme mensen veel meer gewicht toekennen dan iemand die rijker is. En zo zal iemand die wordt aangesproken op het breken van de mondkapjesplicht bij de NS plots de mond vol kunnen hebben van woorden als ‘vrijheid’ en ‘lichamelijke autonomie’. De menselijke intuïtie is diep getekend door belangen. Tegelijkertijd zijn mensen echter ook bij uitstek eerlijke wezens. Van jongs af aan krijgen we hele reeksen aan technieken aangeleerd om eerlijker te oordelen, ons eigenbelang te relativeren, of het perspectief van een ander in te nemen. Bovendien doet niemand in een discussie een beroep op argumenten die niet ook voor een ander geldig kunnen zijn. Rawls noemt de mens morele wezens omdat zij in staat zijn om het perspectief van eigenbelang te boven te komen. Het feit dat mensen het dikwijls oneens zijn over waar mensen recht op hebben of wat wiens plicht is bewijst daarom nog niets. We worden het ook dikwijls juist wel eens.
  

De Oorspronkelijke positie en de Sluier van onwetendheid

Rawls’ vraag luidt daarom vooral hoe we de zaak in het juiste perspectief kunnen zien. En zijn claim is dat dit mogelijk is door een gedachte-experiment uit te voeren. Hij gaat daarbij terug op het gedachte-experiment van de natuurtoestand bij Hobbes, Locke, en Rousseau:
Stelt u zich voor dat we met z’n allen in een gezamenlijke vergadering zouden zitten die moet bepalen hoe de instituten in onze samenleving gestalte zullen krijgen. Noem dit de oorspronkelijke positie (original position). Dit beeld is mooi in harmonie met het idee dat eerlijke verdelingen ook publiek verdedigd kunnen worden. En ook met het beeld dat de staat uiteindelijk verbonden is met de wil van haar inwoners.
Maar neem verder aan dat wij tijdens de onderhandeling nog niet weten waar we uiteindelijk in de samenleving terecht zullen komen. Dat wil zeggen, we verkeren tijdens de onderhandeling achter een sluier van onwetendheid (veil of ignorance) die ons geen inzicht geeft in of wij geluk of pech zullen hebben in ons leven, of wij gezond zullen zijn of ziek, rijk of arm, een bankier of stratenmaker, oud of jong, getalenteerd of niet. In een dergelijke situatie zou de optimale situatie bestaan om na te denken over eerlijkheid. En deze situatie kunnen wij ons in feite ook voorstellen. 
Een visuele weergave van de hypothetische sluier van onwetendheid van filosoof John Rawls. Burgers links zitten in de 'oorspronkelijke positie' van gelijkheid, achter een 'sluier van onwetendheid' (muur, midden). Ze weten niet, welk geslacht, ras, bekwaamheden, smaak, rijkdom of positie in de samenleving ze zullen hebben (rechts). Rawls beweert dat toepassing van dit gedachteexperiment ervoor zal zorgen dat de mensen "eerlijke" afspraken zullen gaan maken.
Bron plaatje: Wikipedia. 
Bij al die onwetendheid, voegt Rawls wel als voorwaarde toe:
Wel mogen zij aannemen dat hun samenleving in een situatie verkeert die rechtvaardigheid toestaat.
The veil of ignorance, Thought Experiment, University of Leeds.

A thin theory of the good

Als we gaan nadenken over de inrichting van een samenleving, is het wel dienstig om te weten welke zaken überhaupt van belang zijn. Daartoe maakte Rawls een lijstje, met en beroep op de antropologie. Daarin staat een aantal zaken die mensen nodig hebben:
1. Vrijheid, en de kans om het leven vorm te geven;
2. De mogelijkheid beroep en woonlocatie te kiezen
3. Recht op inspraak in relatie tot invloedrijke instituten en posities
4. Een zekere welvaart en inkomen
5. Een gevoel van zelfrespect.
Rawls noemt dit 'a thin theory of the good'. Het zegt nauwelijks iets en is dus ‘dun’, maar het is wel degelijk een reeks van zaken die ‘goed’ zijn voor mensen.

Het gaat hierboven om zogenaamde primaire goederen. Verdeling daarvan zou moeten geschieden op basis van twee principes: 

Eerste principe: Liberty principle: Aan iedere persoon komt een gelijk recht toe op een zo uitgebreid mogelijk totaalsysteem van gelijke basisvrijheden, dat in overeenstemming is met een gelijkwaardig systeem van vrijheid voor allen. (M.a.w.:  iedereen heeft gelijke rechten. Resultanten van dit principe zijn bij voorbeeld: een Grondwet, onafhankelijke rechtspraak, vrijheid van geweten enzovoorts.
Tweede principe: - Sociale en economische ongelijkheden moeten zodanig worden ingericht dat ze zowel :a) in het grootste voordeel zijn van de minst gegoeden: het Difference principle, als b) verbonden zijn met functies en betrekkingen die openstaan voor allen onder de voorwaarden van eerlijke gelijkheid van kansen, het Equality principle.

Samen vormen ze Rawls' drie principes voor rechtvaardigheid. Rawls schrijft nergens iets voor, hij geeft principes volgens welke we erover kunnen spreken met elkaar. 

Ter illustratie van ongelijke verdeling voert Rawls Jan Pen aan, met zijn 'parade van dwergen en een enkele reus'; ook wel 'income equality' genoemd. Zie onderstaand filmpje: 
Jan Pen, verdeling van inkomen. 
Zie voor een duidelijker weergave van dit plaatje + een artikel: The Atlantic - artikel 2006.

Rawls stelling met betrekking tot figuren als John Paul Getty luidt dat deze ongelijkheid in bezit slechts onder één enkele conditie te verantwoorden valt, namelijk dat zij het welzijn van de mensen die het slechtst af blijvend ten goede komt. Rawls vraag is hoe de mensen die het slechtst af zijn er toch het best aan toe kunnen zijn. Hierin respecteert Rawls de ‘eindigheid’ die Rousseau vast stelde. De ongelijkheid tussen mensen is voor het grootste deel te danken aan het systeem waaraan iedereen ‘medeplichtig’ is. Daarom kan alleen de instemming van iedereen  dit systeem legitiem maken. En dit veronderstelt weer, dat zelfs mensen die het slechtst af zijn niets te klagen hebben. We zouden het  misschien ook zo kunnen herformuleren: de wereld is pas rechtvaardig als de armste mensen tevreden zijn dat er ook rijkere mensen bestaan.

Politieke Filsofie IVB, Kritische Theorie.

Geschiedenis van het Marxisme, Leszek Kolakowski, vertaling 1980.
Het Marxisme is van wereldhistorische betekenis geweest, denk aan de communistische revoluties tussen 1900 en 1960 over de hele wereld: (1917 Rusland, 1919 Hongarije, 1921 Mongolië, 1936 Spanje, 1945 Vietnam, 1959 Cuba, etc.). 
In 1960 merken veel Amerikaanse sociologen en wetenschappers echter op dat het Communisme inmiddels eerder een religieuze beweging is geworden dan een vorm van wetenschappelijk of filosofisch denken. Ze is een reeks van vaste leerstellingen, aangehangen in blind vertrouwen, en afgedwongen door de staat. Dit geldt ook voor het Soviet-Marxisme. Filosofisch gezien is hun werk amateuristisch te noemen, aldus Kolakowski. De stalinistische terreur is het niveau van wetenschap en filosofie in Rusland niet ten goede is gekomen. Het is daarom vooral in de Westerse landen (Italië, Frankrijk, en vooral Duitsland) dat in het denken van Marx inspiratie wordt gevonden voor filosofische reflectie. Vooral van belang is daarbij een in de jaren twintig in Frankfurt opgericht onderzoeksinstituut, dat de nadrukkelijke missie voerde om een wetenschappelijke analyse van het Marxisme te geven. In de daaropvolgende jaren ontwikkelt het Marxisme zich veel sneller in deze School van Frankfurt. De stijl van door Marx geïnspireerd denken van de School van Frankfurt staat nu bekend als Kritische Theorie.

NB: De term kritische theorie verwijst naar het programmatische opstel Traditionelle und kritische Theorie van Max Horkheimer,  uit 1937.

De kritische theoretici hangen de idee van de Verlichting aan: alleen de rede voert de mensheid naar de verlossing. De rede is het vermogen het eigen lot te bepalen op basis van vermogens die ook voor anderen begrijpelijk zijn. Daarnaast dient de rede verbonden te zijn met het ideaal van vrijheid, beheersing van de natuur, welvaart, en vrede. Men is overtuigd van de heilsbelofte.
Boek Max Horkheimer en Theodro W. Adorno, eerste druk 1947
Horkheimer en Adorno maakten deel uit van de School van Frankfurt. Zij waren ervan overtuigd dat het ideaal heel moeizaam te bereiken was. De pure rede riep soms schrijnende tegenstgellingen op, denk aan de vernietigingskampen en de atoombom, die onnoemelijk veel ellende teweeg brachten. Dat geweld deed de mens zichzelf en zijn medemensen aan, en tegelijkertijd leek niemand er zich verantwoordelijk voor te voelen. Onze redelijke ontwikkeling tot autonomie en vrede lijkt steeds om te slaan naar een werkelijkheid van onredelijkheid, geweld, en verdriet. (these-antithese!)
Toegangspoort van Auschwitz-Birkenau
Auschwitz is dus het einde van de droom van redelijkheid. Auschwitz, plus de horror van het stalinisme,  de uitbuiting van koloniale volken, en de invloed van mensen op het milieu, vormen met elkaar de achtergrond waartegen grote groepen van intellectuelen in Frankrijk hebben verklaard afscheid te willen nemen van ‘het moderne’. We leven in een Post-moderne tijd. 

Voor de Kritische Theoretici geldt dat cultuur het belangrijkste is, niet de productiemiddelen. 

Dit Nieuwe Marxisme mogen we geen post-modernisme noemen, aldus Habermas. Er is geen afwending van waarden, (zie zijn Post-Metaphysical Thinking (1994)) Maar eerder is hun kritiek erop gericht deze waarden in bescherming te nemen. Zij is immanente kritiek
Jürgen Habermas, geboren 1929.
Een citaat:
“Universele gelijkwaardigheid, de waarde waaruit idealen van vrijheid, collectieve solidariteit, autonome zelfbepaling, emancipatie, individuele gewetensethiek, mensenrechten en democratie zijn gesproten, is een erfenis van een Joodse ethiek van recht en een Christelijke ethiek van liefde. Deze erfenis, in substantie ongewijzigd, is het object van voortdurende kritische toeëigening en herinterpretatie. Tot op de dag van vandaag is er geen alternatief voor. En in het licht van onze huidige uitdagingen van een post-nationale stellage, dienen we ons er opnieuw mee te voeden, zoals wij vroeger gewoon waren te doen. Al het andere is slechts postmodern geklets.”  (Habermas 2008: 150.)

De Kritische theorie ontwikkelt zich vanuit de opvatting dat de Rede dialectisch is. Het is precies de dialectiek van de Rede dat zij haar tegendeel produceert (dus: rede versus onredelijkheid). Maar dit proces dient geanalyseerd te worden, en waar mogelijk dient de redelijkheid gecorrigeerd te worden. Ook dit is redelijkheid.

Hieronder zullen we zeven elementen uit de Kritische Theorie aanstippen die te beschrijven zijn als een verdere ontwikkeling van elementen uit het denken van Marx.

1. Marcuse en de ééndimensionele mens
2. Instrumentele redelijkheid
3. Publiek domein
4. Kolonisatie van de leefwereld
5. Culturele verarming
6. Ideologie
7. Wetenschap
Herbert Marcuse 1898-1979; foto van 1955.
1. Herbert Marcuse en de ééndimensionale mens. 
Marcuse is beroemd geworden door het begrip repressieve tolerantie, dat wil zeggen dat onder het mom van vrijheid er sprake van onderdrukking kan zijn. Zijn boek One-dimensional Man kreeg wereldfaam vanwege zijn kritiek op het kapitalistische systeem en het lege consumentisme. Hij gold als de geestelijke vader van het studentenprotest uit de jaren 60.
Eerste editie, 1964; met de denkbeelden van Marcuse: 
De gehele machinerie van de georganiseerde maatschappij dient in dienst te staan van de mensen. De menselijke natuur dient ten diepste een plaats te krijgen. - Maar dat is niet zo, de mens kan zichzelf niet ten diepste zijn, de maatschappij is evident onderdrukkend. Enkel de marktwaarde wordt gewaardeerd, niet enige vorm van menselijke waardigheid. Er is repressie op het gebied van seksualiteit, levensgeluk, genot, of lust.
Wat Marcuse toevoegt aan Marx, is dat er géén zicht is op een Wereldrevolutie. De geesten en verlangens van mensen gaan nergens uit boven alles wat er in dit systeem al is. "Ons leven verschijnt daarom als ééndimensionaal: onder Westerlingen heerst een vredige gemoedelijkheid, zelfs al sterven aan de andere kant van de wereld duizenden."
Met andere woorden: 'De eendimensionale mens (1) kan zich alleen de werkelijkheid voorstellen, zoals die nu is en hij is niet bereid om naar verandering te streven.'
Max Horkheimer, 1895-1973.
2. Max Horkheimer en de Instrumentele rede 
Zoals gezegd gaat de kritische theorie gaat ervan uit dat cultuur een belangrijke rol speelt in de maatschappij. Binnen de cultuur zou het geloof in Verlichting, rede en vooruitgang dominant zijn, gekoppeld aan de verwachting dat de menselijke vrijheid hierdoor toe zal nemen. Echter:
Deze cultuur wordt ook gekenmerkt door een instrumentele rede, die zich niet richt op waarheid, noch op de uiteindelijk te bereiken maatschappelijke doelen (waarden), maar die zich alleen richt op middelen en praktische doelen.
Ook mensen en de natuur verworden in dit denken tot middel of instrument om andere doelen te bereiken.
Dit kun je zien aan de overwaardering van de economische efficiëntie. Deze efficiëntie wordt erg belangrijk geacht, en is motivatie voor vrijwel alle veranderingen. Menselijke belangen raken aldus ondergeschikt aan economische overwegingen.

Kort gezegd:
We kunnen in deze situatie niet langer redelijk discussiëren over vragen waar het met de samenleving heen moet, omdat we niet weten wat het betekent om in deze context ‘redelijk’ te zijn. Daarmee verschraalt de rede uiteindelijk tot een louter instrumentele Rede.

3. Jürgen Habermas en het Publieke domein 
Jürgen Habermas introduceert de term het publieke domein. Met zijn theorie hierover verwierf hij  vroege bekendheid. De theorie houdt in dat er voor een optimale publieke sfeer een ruimte moet zijn waarbinnen rationele discussies kunnen worden gevoerd, vrij van dwingende machten. Volgens Habermas was hiervan sprake in de bourgeoismaatschappij van de achttiende eeuw, toen er druk gediscussieerd werd over allerlei literaire, kunstzinnige, politieke en scoiale onderwerpen, binnen de verschillende koffiehuizen en filosofische salons. Onder de leden van deze bijeenkomsten heerste een gevoel van gelijkheid en gold enkel de kracht van het argument.
In de laatste eeuwen voltrekt zich echter een proces waarin deze kostbare publieke sfeer langzamerhand verloren gaat. 
Twee delen, 1981;  hierin de theorie over het publieke domein.
De liberale samenleving kweekt het type mens dat zich opsluit achter de eigen voordeur en zijn buren nauwelijks spreekt. In de politiek, cultuur, en ethiek lijkt als gevolg geen rationaliteit meer te bestaan, omdat er geen plek is voor werkelijk communicatief spreken. Een gevolg hiervan is dat we al snel denken over taal en communicatie in termen van overdracht of manipulatie van andere mensen. Het handelen van de mens verschijnt dan als strategisch handelen in plaats van communicatief handelen. Met onze achtergrond in het denken van Machiavelli hebben wij hier misschien aan een half woord al genoeg.

4. Habermas en de Kolonisatie van de leefwereld  
Wat hier nauw mee samenhangt is dat volgens Habermas de systemen van economie en de staat de rol van publieke discussie grotendeels overnemen. Deze systemen hebben echter een reeks van sterk gecodificeerde principes waarover geen discussie mogelijk is. Dit is op zichzelf geen probleem, zolang men binnen discussies niet een beroep doet op louter deze systemen. Precies dit zien we echter gebeuren. 
Citaat van DEZE SITE: 
Habermas’ theorie over de kolonisering van de leefwereld raakt vooral organisaties in de zorg en het onderwijs. Immers, de krachtigste geluiden dat professionals nauwelijks meer aan hun eigen werk – lees: leefwereldwerk – toekomen door de taken waar het management hen mee opzadelt, komen uit die sectoren.
Bijvoorbeeld in de zorg komen die geluiden van thuiszorgers en verpleegkundigen. Qua aard heeft hun werk oorspronkelijk veel leefwereld-karakteristieken. Ziekte en ouderdom grijpen diep in in de persoonlijke levenssfeer van de patiënt, en de zorg en verpleging die hij krijgt spelen zich voor een groot deel op dat terrein af. Maar met het oog op beheersing en management zijn hun werkzaamheden steeds meer geprotocolliseerd: voor iedere handeling staat een vast aantal minuten, zaken moeten precies volgens het boekje verlopen, en er moet ontzettend veel geadministreerd worden.

5. Habermas: Culturele verarming.
De leefwereld die wij met elkaar delen dient geïnformeerd te blijven door grote culturele domeinen die het publiek voorzien van informatie en prikkelende gedachten. Deze culturele domeinen specialiseren zich echter op zo’n wijze dat zij onnavolgbaar dreigen te worden. De wetenschap richt zijn alleen nog op experts en bedrijven. De kunstenaars pogen zich in ivoren torens op te sluiten, en ethiek wordt een zaak voor achter de voordeur. Er vindt geen terugkoppeling meer plaats naar de publieke sfeer, en het algemene publiek bezit nauwelijks nog de wetenschappelijke, ethische, of kunstzinnige fijngevoeligheid om met elkaar te kunnen discussiëren over iets anders dan hun consumptiepatroon of wat zij middels media binnen krijgen.

6.  Ideologie.
Spreken en denken kunnen mensen losweken van de werkelijkheid. Ideologie - een wijze van spreken en denken die op een gegeven moment dominant is - leidt soms tot een vals bewustzijn, en Zizek kritiseert dat geweldig!
Slavoj Zizek: why white liberals like to humiliate themselves. Mooie vorm van cultuurkritiek. 
7. Horkheimer, Marcuse: Wetenschap
Wetenschap is niet politiek neutraal, zoals de neo-positivisten meenden. Processen in de samenleving beïnvloeden de wetenschap, omgekeerd beïnvloedt de wetenschap ook de samenleving. Als voorbeeld noemt Van Straalen De Depressie-Epidemie, van Trudy Dehue.
Boekomslag (boek 2015).
Informatie uitgever over dit boek: 
Nederland is een welvarend, vrij, veilig en dus vrolijk land. Dat constateren wetenschappelijk onderzoekers van het geluk. Maar tegelijk horen antidepressiva tot de meest geslikte medicijnen. Talloos zijn bovendien de andere therapieën, de zelfhulpboeken en internetpagina’s over depressiviteit. Is depressie een biologisch verankerde ziekte die nu pas goed herkend en behandeld wordt? Praten de hulpverlening en de farmaceutische industrie ons psychische stoornissen aan? Of bracht de verzorgingsstaat mentale kleinzerigheid op grote schaal? Trudy Dehue betoogt dat deze verklaringen onjuist of niet afdoende zijn en stelt er een andere tegenover.
Van Straalen gebruikt dit boek voor de uitleg van Kritische Theorie;
uitgave van 1981. 

maandag 23 november 2020

Politieke Filosofie IVA, Marx en Engels - Vrije Academie, Humber van Straalen, 2020.


De term Marxisme heeft een aantal belangrijke stromingen:
Ten eerste verwijst het naar de filosofie van Karl Marx en Friedrich Engels.
Ten tweede is het echter ook een verzamelnaam voor een reeks hedendaagse marxistisch-filosofische projecten die op veel punten juist sterk van Marx afwijken.
Tot slot is het Marxisme ook een woord voor de staatsideologie (of religie) in de Soviet Unie en Maoistisch China.

Marx en Engels.

Karl Marx (1818-1883)
in 1875. 
Friedrich Engels (1820-1895)
in 1877.
Engels werd twee jaar na Marx geboren. Beiden zijn aanvankelijk geïnteresseerd in de filosofie van Hegel. Kritiek blijft ook niet uit, zij constateren dat de Duitse (Hegeliaanse) filosofie vooral een geschiedenis is van ideeën. Samen schrijven zij onder andere Het Communistisch Manifest, 1846. 
Hier een heruitgave van 2019.
Het Communistisch Manifest bevat een beknopte uiteenzetting van de denkbeelden van Marx en Engels over economie, klassenstrijd en revolutie, die later verder zouden worden uitgebouwd in Das Kapital Marx  en die uiteindelijk de basis vormden voor het marxisme. Deze uiteenzetting is vervat in een literaire stijl die gebaseerd is op de gothic novel: de industriële revolutie wordt voorgesteld als een tovenaar die de door hem opgeroepen krachten (de moderne arbeidersklasse en de explosieve bevolkingsgroei) niet onder controle kan houden, een duidelijke verwijzing naar Goethes Tovenaarsleerling en Mary Shelleys Frankenstein. 
Intellectueel is Marx de meerdere van Engels. Na Marx' dood verzorgt Engels wel diens nalatenschap, waaronder het manuscript van de omvangrijke studie Das Kapital. 
«Das Kapital» von Karl Marx in einer Ausgabe von 1867 aus der Sammlung Saitzew in der Zentralbibliothek Zürich
Marx beweert hierin, dat de manieren waarop mensen leven hun ideeën bepalen, en niet andersom, zoals steeds werd gedacht. We noemen dit het historisch materialisme. 
Dialectiek van Hegel. 
Voor de ontwikkeling van het materialsime gebruikten Marx en Engels het idee van de dialectiek van Hegel:  Bepaalde patronen en vormen van produceren en samenleven komen tot stand, ontwikkelen zich steeds verder, en gaan vervolgens ten onder aan de gevolgen van hun eigen ontwikkeling. Ze worden dan vervangen door nieuwe vormen van produceren en leven. Of in jargon: de geschiedenis heeft een dialectische verloop. (Een these roept een antithese op, en de twee komen samen tot een sythese; die wordt een nieuwe these, die weer een antithese oproept, enzovoorts.)
Marx zag als laatste these het kapitalisme, met als voornaamste kenmerken: 
een wereldwijde communicatie; mondiaal gezien is er sprake van een enorme productiekracht en techniek; specialisatie en daardoor grote diversiteit in beroepen; de ‘meerwaarde’ van arbeid komt ten goede aan de eigenaars van de produktiemiddelen; ambachten van vroeger zijn verdwenen;  productiemiddelen en kennis zijn in het privébezit van enkelen; tradities en religies zijn verdwenen; er wordt niet meer gewerkt met de gebruikswaarde, maar met de ruilwaarde; Succes wordt louter gedefinieerd in termen van financieel gewin; er is een neiging tot verspilling en verwoesting van landschappen.
Toren van het Kapitalistisch Systeem: uit een publicatie van de Industrial Workers of the World uit 1911.
Uiteindelijk zullen de steeds schrijnender wordende verschillen leiden tot het opgaan van de maatschappij in twee klassen, de proletariërs en de kapitalisten. 
Deze klassenscheiding voert echter tot instabiliteit binnen het kapitalisme. Het proletariaat draagt volgens Marx en Engels uiteindelijk alle lasten van de enorme productiekracht die de industriële revolutie mogelijk heeft gemaakt, maar dat alles zonder in haar baten te kunnen delen. De proletariër wordt dus uitgebuit in de productie waarin hij een onmisbaar element vormt. 
Deze uitbuiting is zelf weer gebaseerd op een bijna allesomvattend kenmerk van het kapitalisme,  namelijk dat alle mensen tegenover elkaar komen te staan als vijanden en concurrenten (concurrentie als gevolg van uitbuiting). Dit geldt zowel voor arbeiders onderling, als arbeiders tegenover de machthebbers (de kapitalisten). 
Beeld van vervreemding: 
"Wie dit (vervreemding) als gevoel ervaart, herkent dat hem of haar iets wezenlijks is afgenomen. Het omvat een verlies aan controle, en er is sprake van een vreemde, zelfs vijandige kracht die individuen en hele groepen ondergeschikt maakt aan zijn eigen doelen."
Daarbij treedt ook vervreemding op, volgens een concept van Hegel. De Jong-Hegelianen namen dit concept over, met name Feuerbach, en Marx bouwde daarop voort. Bij Marx treedt vervreemding (Entfremdung of Entäußerung) op wanneer het product van arbeid niet eigen is, in economische zin: arbeid wordt in het kapitalisme verkocht als een waar, waarna het product wordt onteigend door de kapitaalbezitter, die de meerwaarde als winst incasseert of herinvesteert. Arbeid geeft dan geen bevrediging meer, geen idee van controle over de materie.
De vervreemding uit zich in de aanbidding van een zelf geschapen macht buiten de mens, zij het in de vorm van religie (zoals bij Feuerbach; de "opium van het volk") of als warenfetisjisme. 
In latere jaren zou Marx kiezen voor preciezere en politiek effectievere termen als "uitbuiting".
"Uitbuiting"
Beeld: Albert Hahn, van de site Ad Valvas. 
Onvermijdelijk zullen de enorme verschillen leiden tot Revolutie. Denk aan het feit, dat de grootste delen van de wereldbevolking in ellende leven. Aan het feit ook,  dat deze wereldbevolking steeds meer met elkaar in contact zal treden. Aan de potentiële rijkdom die er is dank zij de techniek. De fabrieken die de arbeiders uitbuiten creëren ook klassenbewustzijn en een plek waar de arbeiders samenkomen.
NB: Marx gelooft alleen in een wereldrevolutie, geen lokale revolutie. 
Het idee van een wereldrevolutie is nog levend: zie 
(Over de protesten wereldwijd: Hong Kong, Catalonië....) 
Materialisme: deze revolutie is bovendien een materiële. Het gaat niet om een andere wijze van denken, het gaat om een aanpassing in de manier waarop geproduceerd kan worden. 

Het cruciale punt voor Marx is, dat de productiemiddelen niet in het bezit zijn van de mensen die die het hardste nodig hebben.  
Het proletariaat dient daarom te leren inzien, dat het privébezit op productiegoederen dient te worden afgeschaft. De proletariërs zullen de revolutionaire klasse moeten zijn. 
De situatie ná het kapitalisme noemen Marx en Engels het communisme. 

Hoewel strikt genomen over het leven in deze toekomstige situatie nog weinig gezegd kan worden, meent Marx dat in ieder geval duidelijk zal zijn dat zij gekenmerkt wordt door: 1. een opheffing van de vervreemding van de mens en diens productiekracht, en 2. een realisatie van het algemeen belang boven het belang van enkelen, en 3. de opheffing van privébezit van de productiemiddelen die niemand kan ontberen om in zijn levensonderhoud te voorzien. 
Filmposter, 2012. Droom en Daad.
Eind 19e, begin 20e eeuw, was er een gevoel van grote idealistische verwachtingen vanwege de denkbeelden van het communisme. In Nederland waren onder anderen Herman Groter en Henriëtte Roland Holst  mensen die heilig in die idealen geloofden. Annette Apon maakte een documentaire over Roland Holst, waaarin na haar hooggestemde verwachtingen, haar grote teleurstelling wordt uitgedrukt. 

zaterdag 21 november 2020

De Nederlandse Slavenhandel 1500-1850, P.C. Emmer, 2003.

Boekomslag. Ontwerp Bram van Baal. Op de illustratie is te zien
Een suikerfabriek op een landgoed in Brazilië, circa 1650; geschilderd door Frans Jansz. Post, ca. 1650, collectie Boymans. 
Auteur Piet Emmer in 2018. 
(geboren 1944)
Dit was een goed boek - maar met een verschrikkelijk verhaal. Ik had me niet eerder gerealiseerd hoe erg het is geweest, wat wij als rijke westerlingen onze tot slaaf gemaakte medemensen hebben aangedaan. De ogen werden mij eigenlijk pas goed geopend door de vergelijking die Emmer maakte met de Holocaust. 
Tot aan dit boek toe heb ik niet werkelijk voor de problematiek opengestaan. Films als Twelve years a slave, waren films voor me. Akelige fictie, weliswaar historisch, maar toch: fictie. Ik vind het erg om te bekennen. 
Filmposter Twelve Years a Slave; 
naar het gelijknamige boek van Solomon Northup, van 1850. 
Maar Emmer beschrijft de feiten. 
Internationale dag voor de herdenking van de slavenhandel en de afschaffing ervan. Ik weet niet waar dit monument staat. 
Boven en onder: afbeeldingen uit Trouw, 4 november 2020. 
Rechts onder staat: 
Het ladingsplan van het Franse slavenschip Marie Séraphique, dat via Congo-Angola naar het Caribisch gebied voer in 1769-1770.
Collectie Historisch Museum van Nantes. 
Het artikel in Trouw ging over de publicatie van het boek 'Rotterdam in slavernij', van Alex van Stipriaan.
Toeval of niet, deze publicatie, terwijl ik me voor het eerst serieus verdiep in de geschiedenis van de slavernij. 
Emmer maakt overigens onderscheid tussen de handel in slaven en de slavernij zelf. De handel is een gruwelverhaal op zich: de mensen lagen opeengepakt, als tonnen bier... 
Als haringen in een tonnetje; van Zalig Zeeland.
Slavenkijkdag Middelburg, zelfde site als boven. 
Middelburg was belangrijk voor de slavenhandel. Er staat ook een monument voor de slavernij. Er komt mogelijk ook een museum, daar zijn veel argumenten voor te geven. 
Terug naar het boek van Emmer:
De term 'zwarte holocaust' voor het slavernijverleden van de zwarte mensen is van Martin Luther King. Naast alle overeenkomsten geeft Emmer in zijn boek ook wel de verschillen. Zo was het bij de holocaust de bedeoling mensen uit te moorden, bij de slaven was dat geenszins het geval. Integendeel, een dode slaaf was verlies voor de handelaar, alsook voor de eigenaar.  
In de jongste geschiedschrijving van de slavenhandel wordt geschat dat er in de Atlantische slavenhandel ruim 10 miljoen mensen als slaven zijn verscheept. Van hen werden er 554.336 verhandeld door Nederlanders, dit is ruim 5%.
Een tekening van slavenschip, onderweg naar Amerika. 
Bron: Wikimedia Commons.
Wat ik het schokkendste misschien wel vond, was hoe 'gewoon' wij de handel vroeger vonden. Er was nauwelijks meegevoel, of respect. Een uitzondering is de arts D.H. Gallandat, aantrof op schepen. die beschreef wat hij  De beeldvorming is zeer veranderd. 
David Henri Gallandat (1732-1782)
Mede op basis van zijn ervaringen als scheepsdokter op slavenschepen schreef medisch doctor David Henri Gallandat een gids met richtlijnen voor slavenhandelaren. Tekening door A. Schouman, 1759  Zeeuws Museum, Collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen'.

De Engelsen, Fransen en Portugezen hebben veel meer slaven verhandeld dan wij. Ook is niet onbelangrijk te weten, dat Afrikanen zelf eraan meegewerkt hebben, en eraan hebben verdiend. 
Arabische slavenhandelaren met hun 'vangst' in Mozambique
Slavenmarkt in Khartoem, Sudan; beide foto's van Historiek.net.
Emmer betoogt dat de slavenhandel niet is uitgevonden door de westerse machten, maar door de Arabieren. Via hun karavaan- en scheepvaartroutes verlieten de meeste slaven hun continent. Wel zeker bevorderden de Europeanen die handel!
Emmer wijst erop, dat de slaven het lot van de indianen in de Nieuwe Wereld moesten verzachten. Zo krijgt die mensenhandel een klein menselijk trekje. 
Ook relativeert hij de ellende van de zwarte man, door te wijzen op het lot van de Joden op het Iberisch schiereiland, en dat van de hugenoten in Frankrijk. Met andere woorden: ze waren de enigen niet. 

De Portugezen waren voor de Nederlanders het grote voorbeeld. In Zuid-Spanje en Portugal bestond 6 à 10 procent van de bevolking uit slaven. Toen de Portugezen ontevreden waren over het aanbod van de Afrikaanse slaven, besloten ze ze zelf te gaan halen. 
Nederland aapte de Portugezen niet meteen na, dat kwam pas toen ze mankracht zochten voor de suikerplantages in Brazilië. 
Historisch aanzicht op Elmina in de 17e eeuw.
Elmina Slave Castle; mina slaat op goudmijn. 
Het fort van Elmina vandaag de dag; oorspronkelijk Portugees.
Een serieuze tegenstem in Nederland van meet af aan was die van dominee Bernard Smijtegeld. Slavenhandel was diefstal, dus dat mocht niet. De dominee was geliefd onder het volk, maar de hoge heren luisterden niet naar hem. 

Na 1635 kwam er een geregelde Nederlandse slavenhandel naar Brazilië. Vanaf 1621 leed de West Indische Compagnie verlies op de slavenhandel. In 1645 brak er een opstand uit onder de Portugese planters tegen het koloniale gezag, de macht van Nederland werd beperkt. 
Bestraffing van een Braziliaanse slaaf, door J.M. Rugendas, 1830.
Er werden aanvankelijk ook contractarbeiders uit Europa gestuurd naar de Engelse en Franse eilanden in de Caraïbische Zee. Maar de berichtgeving over leefomstandigheden en hoge sterfte leidden ertoe dat Afrikaanse slaven de opvolgers werden voor deze witte arbeiders. Bij deze omslag speelden de Nederlanders een grote rol. 
Ook de Engelsen begonnen deel te nemen aan de slavenhandel. 

Het eiland Curacao werd een van de belangrijkste doorvoerhavens. De rol van de Nederlandse handelaren werd beëindigd door politieke verschuivingen (Spaanse Successie-oorlog, 1702-1714). 
Curacao:
Planter vergezeld door zijn slaven op weg naar de kerk, Pierre Jacques Benoit - 1839 (Afb: museumkennis.nl)
Een prent uit 1839. Slaven op Curaçao verdienden vaak een klein salaris waarvan zij zich uiteindelijk konden vrijkopen.Beeld KIT Tropenmuseum.
Ook waren er geregeld en opeenvolgend oorlogen met Engeland. Daardoor duurde het lang voordat de WIC Suriname tot de belangrijkste afzetmarkt van slaven maakte.
De WIC ging uiteindelijk ten onder door financiële meningsverschillen tussen Hollandse en Zeeuwse aandeelhouders van de WIC.
Vlag WIC
West Indisch Huis, Amsterdam.
De MCC (Middelburgse Commercie Compagnie) werd de grootste slavenhaler, met een marktaandeel van 15 à 20 % van de totale Nederlandse slavenhandel. 
De bemanning van de schepen bestond voor het grootste deel uit buitenlandse gastarbeiders. Discipline was moeilijk te handhaven, matrozen smeerden 'm nogal eens wanneer er een haven werd aangedaan. De gages waren laag, de ziektes en de sterfgevallen veelvuldig. In Engeland werd dat een argument voor de tegenstanders van de slavenhandel. In Nederland niet, men accepteerde hoge sterftecijfers. 
Kaart van West-Afrika, één van de gebieden waar de schepen van de MCC hun slaven kochten. In: Geschiedenis van de MCC.

Snauwschepen van de MCC (1767-1780), Engel Hoogerheyden, Zeeuws Archief / Stadscollectie Middelburg

Bij de inkoopboeken van de rederijen staat uitvoerig genoteerd welke ruilmiddelen de slavenhalers aan boord haalden om de aankoop van slaven mee te betalen. Het waren verschillende soorten textiel,  buskruit en geweren (vaak verouderd of defect). Daarna kwamen mog alcohol, spiegeltjes en snuisterijen. Vooral de kraaltjes en spiegeltjes deden lang opgeld voor het idee dat de slaven voor een appel en een ei te koop waren. 

Emmer bestrijdt dat de slavenhandel Afrika zodanig verzwakt had, dat de vestiging van koloniën een makkie was voor ons rijke westerlingen. 
De meeste slaven werden op of voor de Afrikaanse kust aangekocht van slavenmakelaars. Dezen werden steenrijk met hun handel. 

Overigens kwam slavernij in Europa zelf niet voor. In Afrika hoorde het er eenvoudig bij, in stammenoorlogen werden krijgsgevangenen niet langer gedood maar verkocht. 
Bovendien was slavernij overal ter wereld normaal!
Vrouwen en kinderen vormden een groot aantal, vermoedelijk wat de vrouwen betreft  vanwege hun vruchtbaarheid.

De prijzen van de slaven werden na 1750 zo hoog, dat  er bendes ontstonden die dorpen overvielen en bewoners kidnapten om ze als slaaf te verkopen.

Er bestaat een autobiografie van een slaaf die later in Engeland een vooraanstaand lid werd van de antislavernijbeweging. Het gaat om Equiano, een Eboe-jongetje uit het koninkrijk Benin. Rond 1760 werd hij op tien-jarige leeftijd ontvoerd, en kwam als slaaf in West-Indië terecht. Hij leerde Engels, en trof het goed: hij werd vrijgelaten en ging naar Engeland. 

De slavenreizen waren verschrikkelijk, dat kwam door de slechte huisvesting, dicht opeengepakt in het ruim zonder frisse lucht, inferieur voedsel, ongezuiverd drinkwater en besmettelijke ziekten. Veel slaven waren al in slechte conditie als ze werden aangekocht. 
In de loop van de 18e eeuw werden nieuwe inzichten wat betreft hygiëne en medische kennis toegepast. Een arts adviseerde katten aan boord te nemen in de strijd tegen muizen en ratten, die besmettelijke ziekten verspreidden. 

Opstanden waren een ander probleem aan boord. Hoewel de meeste daarvan met gemak werden neergeslagen.Toch was er voor de kapitein veel aan gelegen dat de slaven heelhuids overkwamen,

De overtocht duurde als regel twee maanden, bij uitzondering liep dat uit tot vier. In de 17e eeuw bracht een volwassen slaaf rond tweehonderd gulden op, in de achttiende eeuw liep dat op tot 700 gulden.

Eenmaal in Zuid-Amerika groeide de slavenbevolking niet goed. Het is nog steeds niet goed duidelijk waar dat aan lag. Mogelijk was er sprake van een 'geboortestaking'  door de slavinnen? Maar verwerpt die mogelijkheid toch zelf. Wel denkt hij dat geïmporteerde ziektes uit Afrika de schuld kunnen zijn. Slechte zorg door de plantagehouders wijst hij af, die hadden daar zelf geen voordeel bij. 

Slaven werden onmiddellijk gebrandmerkt bij aankomst!
Brandmerken slaven. bron: Virginia University; soms 2 x, bij vertrek uit Afrika, en bij aankomst op de plantage. 
Er werd flink verdiend in en aan de slavenhandel, maar in zijn totaliteit was hij toch niet erg winstgevend. De winstpercentages in de Engelse slavenhandel lagen veel hoger dan die bij ons, 6 à 7 % tegen 2 à 3. 
In 1773 ontstond er een financiële crisis omdat de planters hun schulden niet meer konden betalen. Uit de cijfers blijkt geen groot belang voor de Nederlands economie als geheel. 
Het beeld is ontstaan van Suriname als het grootste slavenkerkhof ter wereld, als gevolg van de brute behandeling door calvinisten of Joden. Maar dat beeld kwam hoofdzakelijk door een populair geschrift van de Schotse schrijver J.G. Stedman, met veel gruwelijke tekeningen. Emmer spreekt dit tegen, het slavenregime in Suriname was niet erger dan elders; planters waren bovendien voornamelijk uit Frankrijk, Duitsland of Engeland. 
Ophanging aan een rib, de straf voor een opstandige slaaf in Suriname. 
Illustratie van William Blake bij Stedmans Reize naar Surinamen.
Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana, 
oorspronkelijk in 1797 in het Engels uitgegeven als Narrative, of a five years' expedition, against the Revolted Negroes of Surinam. 
Het is een reisverslag van John Gabriël Stedman, die in 1773 in Suriname arriveert. Het is vertaald door Johannes Allart en gepubliceerd in 1799. Het boek beschrijft Suriname en een expeditie tegen opstandige slaven.
De uitgave speelde een belangrijke rol in de beeldvorming over de slavernij in Suriname en de afschaffing daarvan.
Toen er steeds meer kritiek op de slavenhandel kwam en veroden werd, ging hij toch nog een tijdlang illegaal door. Daarbij waren ook schepen met Nederlandse papieren. 
Het was nog een lange weg naar een wereld zonder slaven. Pas in 1826 werden de planters in Suriname verplicht een deugdelijke administratie voor hun slavenpersoneel op te zetten. Afschaffinf van de slavernij gebeurde in Nederland pas in 1863. Engeland verbood de slavernij in haar gebiedsdelen uiteindelijk in 1833, via de Slavery Abolition Act.
Engeland had natuurlijk internationaal veel in de melk te brokkelen. Ze hadden de Nederlandse koloniën in beslag genomen, en al in 1806 de invoer van slaven verboden. De economische gevolgen van de afschaffing van de slavernij werden vooral gevoeld in de Nederlandse forten aan de Afrikaanse westkust. Tussen 1837 en 1867 werden er nog enkele duizenden Afrikanen geronseld voor dienstneming in het KNIL. Later werden de forten overgedragen aan de Engelsen.
Er wordt in dit boek alleen geschreven over de transatlantische slavenhandel. Niet over die in Nederlands Indie. Zie daarvoor: https://geschiedenismagazine.nl/de-onbekende-slavernij-in-oost-indi; ook het boek: 
Reggie Baay, boek van 2015. Over de slavernij aan de andere kant van de wereld. 
Deel 1 slavernijmonument: slavernij, verleden.
deel 2: de muur van weerstand
deel 3: de vrijheid, monument erwin de vries. 
Emmer maakt gebruik van dit boek van de bevrijde slaaf Equiano. Hij ontkwam naar Engeland, en werd een bekend abolitionist. 
Professor Emmer heeft veel kritiek gekregen op zijn boek, het zou te relativerend zijn. Zie voor deze discussie. DE GROENE.