vrijdag 21 november 2014

De laatste limousines, Daria Khlestkina, 2014.

De documentaire begint met beelden van het industrieterrein van ZIL. Dat is zo groot, dat ze een eigen spoorwegnet hebben. Er werden hier vanouds vrachtwagens gebouwd, en de ZIL-limousines, die ter beschikking stonden van de Sovjet-leiders.
 
ZIL- tankwagen
ZIL diesel
ZIL vrachtwagen
ZIL logo
Oudste ZIL, 101 1936
Laatste ZIL, 4112P,  2012
ZIL van Stalin
Van Brezjnev
Van Yanukovich
Met Castro, op Cuba
Van Gorbatsjov en Jeltsin
Op het Rode Plein
 
idem, bij Parades
De film wordt uitgezonden door de IKON
Voor het eerst sinds de ineenstorting van de Soviet Unie krijgen de arbeiders en de ingenieurs van de Russische ZIL autofabriek een speciale opdracht van het Russische Ministerie van Defensie. Er worden drie gloednieuwe handgemaakte ZIL-limousines besteld voor de komende parade op het Rode Plein ter gelegenheid van de Dag van de Overwinning. In het verleden zouden ze vijf jaar de tijd krijgen om die te maken, maar nu moeten ze in twee jaar klaar zijn.

 



Foto's uit de film. Ik kon helaas geen van de andere werknemers nog vinden, dan deze baas. Er werkten ook veel vrouwen.
Een van de vrouwelijke werknemers

Het meest schrijnende beeld: al het werk voor niets geweest. Zonder een woord ter verklaring is de bestelling afgezegd.
Voor het team een uitgelezen kans om hun speciale vakkennis te tonen, ondanks het feit dat het personeelsbestand aanzienlijk is gekrompen en de machines ontzettend zijn verouderd. Specialisten worden uit hun pensionering teruggeroepen en van de verste uithoeken van de Russische republiek worden werknemers opgeroepen om de deadline te kunnen halen. Ze houden vast aan hun routines, sommigen uit trots, anderen uit wanhoop en weer anderen uit de noodzaak te overleven.

De voortekenen zijn overduidelijk. De overheid heeft een nieuwe bestemming voor de grond onder het fabriekscomplex. Dit zou wel eens de allerlaatste productie-opdracht kunnen zijn. Maar als de eindcontroles zijn gedaan en de limousines klaar staan om in de parade te schitteren, wordt de bestelling zonder enige redenen geannuleerd. De Laatste Limousine is een Russische tragi-komedie op z’n best. 

Regie, productie en montage: Daria Khlestkina, montage: Mieneke Kramer, Geluid, Sergei Ovcharenko, Maria Ushenina, muziek: Anton Silaev, productie: Marina Razbezhkina, Heino Deckert.

Ik vond de film zo mooi, omdat hij goed weergeeft hoe oud en ouderwets fabriekswerk in Rusland nog is. Poetin mag dan verklaren dat Rusland een wereldmacht is, in deze film zie je hoe armzalig alles nog is. De fabriek hangt van ellende aan elkaar, alles is vies en oud. Je waant je in de vijftiger jaren bij ons. Ook de administratie eromheen, de bonnetjes, het luikje waarachter personeelszaken zit: het ademt allemaal armoede uit. Achterlijkheid.
Des te opmerkelijker, dat er met vereende krachten tóch nog deze 3 handgemaakte (!) limousines uit te voorschijn kwamen! En dan zonder opgaaf van redenen afzeggen...!
Nog een van de vrouwen. Zij verbrandt aan het einde de hele administratie in een ton! 
Daria Khlestkina, maakster documentaire 
Dat prachtige, verschrikkelijke loket.


 

 



De Rouille et d'Os, Jacques Audiard, 2012.

Poster
Jacques Audiard is de maker van Un prophète , maar dat wist ik nog niet toen ik deze film ging kijken. Ik was alleen thuis, en was volkomen overrompeld door de schoonheid van deze film. Terwijl hij alle valkuilen in zich heeft om tot een draak van een film te worden, met één en al melodrama, gebeurt dat niet. De film is authentiek, spannend, verrassend én mooi.
Ali is een jonge vader, die weg is gegaan van zijn vrouw en onderdak gevonden heeft bij zijn zus en zwager met zijn 5-jarige zoontje Sam.
Zo leren Ali en Steph elkaar kennen.
De prachtige bewegingen waarmee Stéphanie de killer-orka's traint
Hij wordt uitsmijter, en ontmoet op een avond de mooie Stéphanie, die hij probeert te versieren. Lukt niet, ze is haarscherp tegen hem.
Voor Matthias Schoenaerts, Ali in de film, betekende deze film een doorbraak in Frankrijk.
Zij traint orka's, vertelt ze hem. En we zien haar op een dag bezig - prachtige beelden, drie orka's die simultaan 'dansen' op aanwijzingen van hun dompteurs. Maar dan gebeurt er een verschrikkelijk ongeluk. Een orka verplettert de steiger waarop de dompteurs staan, Steph raakt te water en verliest beide onderbenen.
Verscheurend moment, letterlijk
Hier die prachtige bewegingen waarop de dieren reageren.
Haar werk
Intussen vindt Ali werk als beveiliger, maar hij heeft een wat louche werkgever. Via hem verdient hij ook geld als straatvechter. Op een dag wordt hij gebeld door Stéphanie. Hij zoekt haar op, en zonder medelijden helpt hij haar weer het leven op te pakken, door met haar naar buiten te gaan, en te gaan zwemmen.
Vader en zoon, vader en Stephanie
In een gesprek vertellen ze elkaar van hun seksuele gewoontes: hij heeft scharrels, zij weet niet eens meer of alles nog wel werkt bij haar. Hij biedt haar droog aan om te neuken, hij is 'opé', dat wil zeggen operationeel, beschikbaar. Ze belanden in bed, haast zakelijk. Zij knapt daar aanzienlijk van op. Als enige eis stelt zij aan hem, dat hij 'teder' is, dat wil zeggen geen scharrel opduikelt waar zij bij is. Ook mag hij haar niet zoenen.
Zij vindt het vreselijk dat hij gaat straat-vechten voor zijn geld, en biedt hem zelfs geld aan als hij dat nalaat. Maar hij gaat toch, en zij gaat mee.

Twee foto's van het prachtige moment dat Steph teruggaat naar het bassin en haar orka opzoekt. Ik werd er stil van..
Bij het straatvechten
Er vindt een grote verandering in Ali's leven plaats, als zijn zus dank zij de verboden camera's van Ali's werkgever ontslagen wordt. Zij en haar man zetten Ali en Sam de deur uit.
Dan zien we vader en zoon plezier maken in de bergen in de sneeuw. Wat afschuwelijk afloopt, want Sam zakt door het ijs. Vader Ali hakt er met zijn handen op in, en kan zijn zoon bevrijden. Na drie uur in coma te hebben gelegen komt hij weer bij.
Stéphanie belt hem in het ziekenhuis, zoals altijd is ze op haar hoede (ook is ze kwaad omdat hij zomaar verdwenen was). Nu wil hij haar  niet meer laten gaan. Hij vertelt van het grote ongeluk, de opluchting, huilt, en bekent haar haar liefde. Einde film.

Maatje
'Opé'...
Beeld aan het slot van de film, vlak voordat er weer een ander vreselijk ongeluk gebeurt.
 
 
Gruwelijk spannend moment
In de Washington Post staat een recensie die zo lovend is als ik zelf ook vind dat de film verdient. gek genoeg zag ik dat de films geen prijs gewonnen heeft. het kan raar lopen.
Trailer 
Audiard in 2009.
De titel is: Roest en Botten. Roest verwijst naar de smaak van bloed in de mond (van de straat-vechten), botten vereist nog nadere toelichting:
Niet alleen verliest Steph haar onderbenen, Ali verliest met het slaan op het ijs om zijn zoontje te bevrijden de kracht uit zijn handen. Na een handfractuur schijnen de handbotten nooit meer geheel te genezen, de hand blijft voorgoed pijnlijk. Dit vertelt Ali aan het einde van de film in een voice-over. Voor een bokser is dat het einde. 
 

woensdag 19 november 2014

Buren, De vernietiging van de joden in Jedwabne, Jan T. Gross, 2001.

Boek
Paul Scheffer schrijft een voortreffelijke recensie in het NRC van april 2001 over dit boek. Het is eigenlijk meer een essay.
Ik zal proberen hier een korte samenvatting van mijzelf te geven.

Buren is een verschrikkelijk boek om te lezen, de moord op 1600 Joodse dorpelingen wordt in alle gruwelijkheid weergegeven. Ik herinner me ook nog goed de schok die dit boek in 2001 gaf, ik heb het toen ook direct gelezen. Het is altijd al afschuwelijk om over dergelijke praktijken te lezen als ze door de Duitsers (of in Rusland, door de Russen) worden bedreven, maar in dit verhaal wordt de massamoord gepleegd door mede-dorpelingen. Gross gaat dit verhaal na aan de hand van getuigenverklaringen, in 1949 is er een proces in Polen over gevoerd. Verder is er een ooggetuigenverslag van Szmul Wasersztajn, dat al in 1945 is opgetekend. Gross draagt het boek aan hem op. Een laatste bron vormt de documentaire van Agnieszka Arnold, met interviews met inwoners van het dorp. De gebeurtenissen blijken allerminst vergeten te zijn!
Plaats op de kaart
Polen heeft een bijzondere geschiedenis. In 1939 werd er een niet-aanvalsverdrag gesloten tussen Duitsland en Rusland, waarbij Polen werd opgedeeld tussen de twee mogendheden. Jedwabne werd toen Russisch, en leed onder de Stalin-dictatuur. Toen Duitsland toch binnenviel, verruilde Polen de ene dictator voor de andere. Natuurlijk werd het geenszins beter onder de Duitsers. Niet alleen waren zij slachtoffer van de Duitse Jodenhaat, zij kregen van hun landgenoten de schuld van de communistische invloeden. Zij werden - naar Gross zegt, ten onrechte - aangezien voor de communistische vrienden. Dit was trouwens ook wat er in Duitsland altijd over de Joden gezegd werd.
Polen heeft enorm geleden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo heeft het land door die twee achtereenvolgende dictaturen veel van zijn intelligentsia verloren, het communisme noch het stalinisme wilde ontwikkelde mensen hebben. Het is gruwelijk je zoiets voor te stellen! Een soort van geestelijke onthoofding.
Vóór de oorlog gingen Poolse christenen en Joden gewoon met elkaar om, al was er zeker latent al wel antisemitisme. Er zijn voorbeelden van eerdere pogroms, zelfs 19e eeuwse. Maar vanaf 1939 werd de onderlinge haat als het ware geïnstitutionaliseerd, en gelegaliseerd. Toen de gewone buren hun joodse medeburgers afslachtten, grepen de Duitsers niet in. Ze stonden er bij en fotografeerden alles. De Poolse christenen namen de Duitsers eigenlijk het werk uit handen. Dergelijke slachtpartijen vonden overigens in méér plaatsen dan in Jedwabne plaats.
Plattegrond van de plaats. De Joden werden eerst samengebracht op het plein; toen naar het kerkhof gebracht om te worden vernederd en geslagen. Ten slotte werden ze levend verbrand in de schuur. Daarna volgde de plundering van hun huizen en bezittingen.

Het is moeilijk te begrijpen waaróm dit zo kon plaats vinden. Hebzucht speelde een belangrijke rol, het ging er de moordenaars zeker ook om om de bezittingen van de Joden te roven.
Er waren enkele Polen die wél Joden hielpen. Maar die werden min of meer uit de gemeenschap gestoten. Na de oorlog was er een vrouw - zij had de Joden geholpen in de oorlog - die zelf het land uit vluchtte, omdat haar gedrag van tijdens de oorlog door de anderen niet getolereerd werd (Antonia Wyrzykowska).
Het proces dat in 1949 werd gevoerd, geschiedde gehaast en onnauwkeurig. De communisten hadden er niet veel belang bij dat de zaak goed werd uitgezocht. Er verrees een monument in Jedwabne met de tekst dat de nazi's de moord gepleegd hadden. Dit is pertinent onjuist, het standbeeld is inmiddels verwijderd.

Net als met de verhalen over Hutu's en Tutsi''s, of over de moslims en de christenen in Joegoslavië, kun je je verbazen over de omslag in gedrag van mensen. Eerst goed samenleven, daarna moord en doodslag. Gross probeert daar toch wat meer licht over te laten schijnen.
De moord ging gepaard met wreedheden en vernederingen. De mensen moesten rare dansjes uitvoeren met brokstukken van het neergehaalde monument van Lenin; ze werden gestoken met hooivorken en messen en geslagen met knuppels en bijlen. Sommigen werden verdronken. De meesten werden levend verbrand in een schuur.

Jan Tomasz Gross is geboren in Polen, en thans hoogleraar politicologie en sociologie in Amerika. Hij vluchtte weg uit Polen omdat hij zelf Joods was.

Deze documentaire gaat over het weghalen van het historisch foute monument. Ik schrok een beetje van het commentaar eronder: dat het een leugen zou zijn dat Polen deze mensen vermoord zouden hebben.
In Gross' boek wordt verscheidene malen de documentaire aangehaald van Agnieszka Arnold, Waar is mijn oudere broer Kaïn. Ik heb iets op YouTube gevonden, helaas niet te volgen, omdat het helemaal in het Pools is. Toch vond ik de beelden authentiek genoeg om er hieronder iets van weer te geven. Het geeft voor mij iets van de sfeer van het dorp van toen weer. 

Deel van de documentaire van Agnieszka Arnold. Helaas alleen in het Pools. 
Engels-Amerikaanse uitgave 
Jan Tomasz Gross 
Ik denk dat dit het vernieuwde, op waarheid berustende Joodse monument is.
Ik wil nog een paar woorden wijden aan de oorzaak van de diepgewortelde Jodenhaat: de mythe gaat, dat Joden kinderbloed gebruikten met Pesach voor de matzes. Als een moeder een kind kwijt was op die dag, dan werd er meteen gezocht in de Jodenbuurt.
Mijn laatste opmerking gaat over iets anders opmerkelijks: de werkelijke boosdoeners ziet Gross in de mensen die met alle winden meewaaien: ze zijn communistisch met de communisten, nazi's met de nazi's. Het gaat hier om de echte, actieve conformisten, die met iedere ideologische wind meewaaien. Dit soort mensen maakt totalitaire regimes mogelijk, aldus Gross. (Ik citeer hier uit Boekenstrijd.)
 

dinsdag 18 november 2014

De Boerenoorlog na honderd jaar, Dr. G.J. Schutte, 1997.

Dit boekje is een uitgave van het Suid-Afrikaan Instituut uit Amsterdam.
Zuid-Afrikahuis, Keizersgracht 141, Amsterdam
Met de grootse bibliotheek van Zuid-Afrika in Nederland
Het is maar een dun boekje, maar ik vond het interessant om te lezen. Schutte laat zien welke boeken er successievelijk verschenen zijn over de Boerenoorlog, en hoe die de kijk op de gebeurtenissen veranderden.
Toen het boekje verscheen, was de 100e verjaardag van het begin van de Boerenoorlog natuurlijk aanstaande.(Schutte spreekt trouwens over de Anglo-Boerenoorlog, 1899-1902.)

De fase van de vestiging van de blanken in Transvaal en de eerste decennia van de Zuid-Afrikaansche Republiek vormden een verwarde periode. Dat is te lezen in het boek van Pelzer, Geskiedenis van die Zuid-Afrikaansche Republiek: Wordingsjare.
Lang werd er niet gepubliceerd over die periode; als standaardwerk ging vanaf 1933 gelden Thomas Francois Burgers, 'n Lewenskets, van S.P. Engelbrecht.
Burgers, president van 1872-1877
President Thomas Francois Burgers (1872-1877) heeft de Engelse annexatie van zijn land in 1877 niet weten te voorkomen. Burgers was intelligent, idealistisch en ondernemend, maar totaal geen politicus. Hij ging nogal amateuristisch te werk bijvoorbeeld bij de pogingen een eigen munt en spoorweg in te stellen. Door hem werd de hele situatie alleen maar verwarrender, en van die omstandigheid hebben de Engelsen gebruik gemaakt.
Het voordeel van de aanval door de Engelsen was wel dat de verdeelde Transvalers zich verenigden.
De wording van dit moderne Afrikaner nationalisme als protestbeweging is beschreven door M.C. van Zyl. Oud-Nederlanders speelden in dit verzet een rol, zoals Jorissen, Bok, die bijvoorbeeld weigerden Britse belasting te betalen. Zij vormden de toplaag, waren meer intellectueel geschoold dan de meeste 'zonen des lands.' Toch bleven de Hollanders voor de Afrikaners vreemdelingen.
Paul Kruger werd de eigenlijke leider, al ging van hem niet in de eerste plaats het gewapende protest uit. Dit kwam van de mensen/boeren zelf, in opstanden bij o.a. Potchefstroom, Rooihuiskraal en vooral Majuba in 1881, waar de Engelsen smadelijk verloren.
Majuba 

Gladstone won de verkiezingen in 1880, hij was liberaal. Hij wilde onderhandelen met de Boeren.
De Boeren ontwikkelden steeds meer een eenheidsgevoel. Sinds 1880 groeiden ze in maatschappelijk, economisch, cultureel en politiek opzicht. Daardoor konden ze de overwinning van de Engelsen in 1902 ook overleven.
De Engelsen waren zeer imperialistisch, hetgeen natuurlijk versterkt werd door de ontdekking van de vele bodemschatten. De verpersoonlijking van dat imperialisme waren Cecil Rhodes en Joe Chamberlain, minister van koloniën.
Louwrens Penning schreef over de Boerenoorlog vol romantiek. Via deze jeugdboeken kenden de meeste Nederlanders de Boerenoorlog: zwart-wit.
Dat taaie leven van dat mooie beeld werd aangetast door het werk van dr. J.H. Breytenbach, die De geskiedenis van die Tweede Vrijheidsoorlog in Suid-Afrika 1899-1902 schreef. Het waren vijf delen van ongeveer 600 bladzijden. Breytenbach heeft het werk niet kunnen voltooien.
Deel van het standaardwerk van Breytenbach
Het is zeer uitvoerig, met te veel details. Hij schreef eraan door toen hij al met pensioen was. Toch moet er ook een andere reden zijn dat hij het niet afmaakte, dan zijn hoge leeftijd: de oorlog verviel steeds meer tot een guerilla-strijd, daar was minder onderzoeksmateriaal van overgebleven.
Breytenbach verleende eenheid en samenhang aan zijn verhaal, en kon ook naar de andere kant kijken. Belangrijk was de strijd bij Paardeberg, waar Cronjé zich over moest geven. De Boeren vochten alleen maar defensief, en lieten de aanval aan de Engelsen over, die daar graag gebruik van maakten.
De Boeren raakten oorlogsmoe, er heerste 'verlofpest' . Daarbij moeten we wel in het oog houden, dat de Boeren geen soldaten, maar gewone burgers waren. Zij ontbeerden de training en alle middelen die de Engelse soldaten wel hadden. Er kwam een duidelijke scheiding tussen 'hensoppers' en 'bittereinders'. (De eersten liepen over naar de Engelsen, of gaven zich over; de anderen hielden tot het einde vol.)
De Britten haalden een doorbraak aan de Tugela, nota bene op Majubadag.

Schutte noemt Breytenbach een overgangsfiguur als geschiedschrijver. De slag bij Paardeberg liet zien dat de Boeren niet alleen maar helden waren: Cronjé blunderde, en Breytenbach liet dat zien.
De Boeren dienden offensiever te worden., en dat gebeurde ook.
Het traditionele zelfbeeld van de Afrikaners veranderde doordat  De Wet veel oorlogsmoede mannen naar huis stuurde. Dit werd de 'verlofpest' genoemd Behalve de Hensoppers had je de National Scouts, die beiden als verraders werden gezien. Door Breytenbach werden mythes doorgeprikt. Boeren waren niet alleen vaderlandslievend en dapper, maar soms ook laf, dom, en vaak onbekwaam.
Officieren kozen ze zelf, zo kwam lang niet altijd de beste man op de beste plaats. Bovendien hadden ze geen militaire kennis, ik noemde het al. Er zijn militaire geschiedschrijvers (o.a. J. Allum, en J.H. Ram) die dat als de werkelijke oorzaak van de Boeren hun uiteindelijke nederlaag zien.
Uit de hele rijstebrij-berg van Breytenbachs boek komen enkele individuen als levende persoonlijkheden naar voren. Schutte noemt Generaal de la Rey, en Louis Botha.
En ten slotte gaaf Breytenbach ook aandacht aan het ellendige lot van de gewone soldaat, bijvoorbeeld het vechten zonder nachtrust of ontbijt te hebben genoten, of de vreselijke hitte.
Het was wel de laatste oorlog waarin ridderlijkheid een rol speelde: de Boeren stonden een wapenstilstand toe om de doden te begraven.

Pakenham schreef The Boer War in 1979. Pakenham was een aristocraat. Een zeer kritisch boek, waarin de Engelsen zelf geenszins gespaard worden. Hij geeft ook aandacht aan de zwarte bevolking.
Zijn blik is vooral op de Engelsen gevestigd, zijn hart gaat niet echt uit naar wat er bij de Boeren gebeurt.

In 1990 schreef dr. J. Ploeger Die Lotgevalle van die burgerlike bevolking gedurende die Anglo-Boerenoorlog, 1899-1902. Hij schrijft over de gevolgen van drie jaar oorlog voor alle bevolkingsgroepen.
Velen sloegen op de vlucht; anderen werden gedeporteerd. Opperbevelhebber Roberts kreeg te maken met de noodzaak burgers te beschermen tegen de strijdende Boeren. De Burgher Peace Committees wensten een verzoening tussen  Boer en Brit, omdat voortzetting van de strijd alleen maar verwoesting, verwijdering en wrok kon veroorzaken.
Zeer velen leden oorlogsschade, omdat de Britten de tactiek van de verschroeide aarde toepasten. Overigens plunderden de Boeren net zo veel als de Engelsen, is de conclusie van Ploeger.
Ploeger was staatshistoricus, benoemd in 1973. Hij was zich wel bewust van de gevoeligheid van de informatie die hij gaf.
Veel vrouwen en kinderen stierven in de concentratiekampen. Meer dan 26.000 slachtoffers vielen. Ploeger concentreert zijn verhaal op dat van 'Arme Lizzy'. Een meisje van twaalf jaar, uit een kamp te Bloemfontein, zie afbeelding.
Arme Lizzy, Bloemfontein. Meteen al bekend rond 1900 als slachtoffer van de Britten Jaren later blijkt het toch wat anders te liggen.
In 1901 bezocht de Engelse anti-oorlogs activiste Emily Hobhouse Zuid-Afrika. Haar rapportage werd één aanklacht tegen het Britse beleid in Zuid-Afrika.
Emily Hobhouse
Ploeger meldde, dat het Bloemfonteinse kamp geen concentratiekamp was, maar een opvangcentrum voor oorlogsslachtoffers. Lizzy's ouders behoorden tot de 'bijwoners' , arme en weinig ontwikkelde Afrikaners. Waarschijnlijk gaf de moeder te weinig aandacht aan haar kind. Dit alles is wel in tegenstelling met het gangbare verhaal dat de Britten schuld waren.
Ploeger zorgde er dus voor, dat de feitelijke weergave het beeld veranderde. Schurken en domkoppen zaten aan beide kanten van de strijds-lijn. Ook heel wat individuele erekronen vielen.
Hij vond ook heel wat ontluistering.

Dan noemt Schutte nog enkele relazen van oudstrijders, o.a. een Nationaal Scout en een dichter.
Oorlogsmisdaden waren er ook. Schutte noemt de Kapenaar Japie Neser. Hij schreef zijn herinneringen op, Het was een harde, echte bittereinder, die zonder pardon zwarten en bruinen 'feitlik voor die voet en summier laat doodskiet het nadat hy hulle krygsgevange geneem het'.
De gemiddelde Afrikaner dacht racistisch, en dat leidde soms tot oorlogsmisdaden.

Velen geraakten in ballingschap: op de vlucht voor de oprukkende Britse legers trokken tal van mensen in de loop van 1900 de Mozambikaanse grens over. Lourenco Marques (Maputo) kon de stroom vluchtelingen niet aan, en Engeland oefende druk uit die mensen verder van het strijdtoneel te verwijderen. Zo kwamen ze in Portugal, waar ze op diverse plaatsen gehuisvest werden. Ze hadden het er redelijk goed, al verveelden ze zich er vooral.
Concentratiekamp bij Volksrust
Sol Plaatje, zwarte journalist in 1900; schreef een oorlogsdagboek. De zwarten waren verre van onpartijdige toeschouwers, 100.000 dienden aan de Engelse kant, 10.000 aan de kant van de Boeren.
 
Ik vond het nog wel even interessant om na te gaan in Bossenbroeks De Boerenoorlog welke van de hier genoemde boeken door hem zijn gebruikt. Welnu: Breytenbach, Ploeger, Hobhouse, Pakenham, Plaatje en ook Schutte zijn allemaal gebruikt.
Rest me nog een definitie te geven van jingoïsme, aangezien dat zowel in Schutte als in Bossenbroek onverklaard blijft: 'jingoïsme is de oorlogszuchtige politiek van de Engelse chauvinisten, 1900'.