woensdag 13 augustus 2025

King Lear, Shakespeares tijdloze tragedies, Vrije Academie, Liesje Schreuders, 10 april 2024.

 
Ran, door Akira Kurosawa; 1985.
Ran zag ik in 1985, samen met mijn 13-jarige zoon Job, die deze film had uitgekozen. Het is een prachtige vertolking van het Shakespeare-drama King Lear. Er zijn zelfs mensen die vinden dat het de beste vertolking ervan is! 
Ran begint zó: in het centrum de machtige vorst Lord Hidetora Ichimonji,  trots, goedgekleed, hij heeft de wind eronder bij zijn onderdanen. 
En zo eindigt hij: zielig, verjaagd door oorlog en verraad....
... En ten slotte alleen nog over met zijn nar. Waanzinnig geworden.
A.I overzicht: 
Ran, geregisseerd door Akira Kurosawa, is een Japans episch historisch drama uit 1985, geïnspireerd door Shakespeares King Lear en de legendes van daimyo (krijgsheer) Mori Motonari. De film vertelt het verhaal van Lord Hidetora Ichimonji, een machtige krijgsheer die besluit af te treden en zijn koninkrijk te verdelen onder zijn drie zonen. Het plot verkent thema's als macht, verraad, hebzucht en de destructieve aard van ambitie, terwijl de zonen botsen over de controle, wat leidt tot chaos en de ondergang van de Ichimonji-clan.

Een meer gedetailleerde analyse:
Historische achtergrond
De film speelt zich af in het Japan van het Sengoku-tijdperkeen periode van burgeroorlog en politieke onrust.
Plot: 
Hidetora, die het einde van zijn leven nadert, gelooft dwaas genoeg dat hij de controle kan behouden door zijn koninkrijk te verdelen onder zijn drie zonen, Taro, Jiro en Saburo.
Het conflict:
Saburo, de jongste, uit zijn zorgen over het vermogen van de broers om verenigd te blijven, wat leidt tot zijn verbanning.
De Ondergang:
De twee oudste zonen, gedreven door hebzucht en ambitie, verraden hun vader en elkaar, wat leidt tot een brute burgeroorlog.
Hidetora's Lot:
Hidetora is getuige van de verwoesting die zijn zonen aanrichten en vervalt in waanzin nadat hij zijn vazallen heeft zien afslachten.

Thema's:
Ran onderzoekt de corrumperende invloed van macht, de gevolgen van verraad, de cyclische aard van geweld en de zinloosheid van menselijke ambitie.

Beelden:
De film staat bekend om zijn verbluffende beelden, met name het gebruik van kleur en epische gevechtsscènes, die bijdragen aan de krachtige en sombere weergave van de menselijke natuur.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Ik geef nu een samenvatting van Kin Lear zoals Shakespeare het schreef:
King Lear draait om de ouder wordende koning Lear die besluit zijn koninkrijk te verdelen onder zijn drie dochters, waarbij het grootste deel naar de dochter gaat die het meest overtuigend haar liefde voor hem belijdt. De twee oudste dochters, Goneril en Regan, vleien hem met onoprechte verklaringen, terwijl de jongste, Cordelia, weigert mee te doen aan de schijnvertoning en onterft wordt. Deze beslissing zet een reeks gebeurtenissen in gang die leiden tot Lears waanzin, verraad door zijn dochters en een tragische climax met dood en lijden voor veel van de hoofdpersonages.
Edwin Austin Abbey. King Lear, Act I, Scene I (Cordelia's Farewell) 
The Metropolitan Museum of Art. Dates: 1897-1898

Subplot: Gloucester's teleurstelling:
Een parallelle plot gaat over de graaf van Gloucester, die valse beschuldigingen tegen zijn loyale zoon Edgar gelooft, georkestreerd door zijn buitenechtelijke zoon Edmund. Edgar wordt ook gedwongen om in vermomming rond te zwerven.

Terugkeer en confrontatie:
Cordelia keert terug met een Frans leger om haar vader te redden, maar haar troepen worden verslagen. Lear en Cordelia worden gevangengenomen.

Tragische climax:

Het stuk culmineert in verschillende sterfgevallen, waaronder Cordelia en Lear, wat de gevolgen van verraad, onrecht en de destructieve aard van ongecontroleerde macht benadrukt.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0
De cursus van de Vrije Academie schonk eigenlijk weinig aandacht aan de intriges van het stuk. Dat gold net zo zeer voor de andere 'tijdloze tragedies'. Wel kwam de aandacht te liggen op thematiek, beroemde vertolkingen van het stuk, en uit welke handschriften we het stuk kennen, eerste voorkomen. 
Dit is King Lear in een verfilming van 2018.  Met Anthony Hopkins, Emma Thompson, Emily Watson, Florence Pugh; Pugh is Cordelia. 
Peter Brook regie, Paul Scofield Lear, 1970
En nog verder terug in de tijd: King Lear vertolkt door
Orson Welles, 1953

Dan vermeldt Schreuders nog een moderne bewerking van King Lear: de film A Thousand Acres, naar een boek van Jane Smiley. De film dateert van 1997.  Michelle Pfeiffer en Jessica Lange spelen er de hoofdrol in. 
Filmposter A Thousand Acres
1997
Docent Schreuders weidde uit over het thema koningschap: 
Nu is dat grondwettelijk vastgelegd, in Shakespeares tijd was het een absolute macht aan het worden. Wel was het onderwerp van debat. Koningschap vloeide voort uit het feodalisme, het ging om een 'militair leider', de aanvoerder van de adel. Dat waren bereden ridders, de vorst was de primus inter pares. Hij verdeelde de macht. In Groot-Brittannië van die tijd was er een problematische verhouding tussen land, adel en koning. Van wie is het land? Eigenlijk van de vorst.
Maar ook de kerk speelde er een rol, sinds Henry VIII, de Anglicaanse kerk.

Toch kijken we in dit stuk minder historisch naar de personen. Er is wat dat betreft een verschil met de koningsstukken die wel historisch waren. (Bij voorbeeld Richard II.)
Er worden vragen behandeld over identiteit, religie, en psychologische vragen - 'bij de gratie Gods': hoe zit dat met de macht die je zo krijgt? 
Maar Lear verliest uiteindelijk zijn verstand, en wordt zwerver. Lijdt hij aan een psychose? 

Waanzin kwam ook in Hamlet voor. In het begin van het stuk doet Lear afstand van het koningschap; zo ook van zichzelf. 
Hij gaat naar buiten in een apocalyptische storm. van hem is alleen nog een geesteszieke, oude man over. 

Centraal ook staat de relatie met zijn dochters, en de overerfbaarheid van het koningschap. Van de drie is de jongste de mooiste en de beste. De twee oudste maken hun vader maar wat wijs, smeren met stroop. Toch stuurt Lear de jongste, de oprechtste, weg. Hij verdeelt het land onder de twee oudste slijmballen.
Er ontstaat chaos. De natuur, en alle elementen worden vijandig en onherbergzaam. Goneril en Regan, de twee oudsten,  kleineren hun vader en sturen hem weg. Lear gaat de woeste heide op in een storm. Shakespeare verbeeldt dit kosmisch-universeel, de hemel daalt neer. Alles wat hoog was, wordt laag, alles raakt omgekeerd. Slecht en goed wisselen dan voortdurend. 
In zijn razernij houdt Lear alleen het gezelschap over van de nar, 'the fool'. Die is wel het laagste in de rangorde. Maar: hij kan wel de waarheid zeggen!
Koning Lear en de dwaas
Willem Holmes Sullivan, eind 19e eeuw, olieverf op canvas. 
00-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Er is ook veel over King Lear geschreven; Schreuders noemt enkele schrijvers, die eigenlijk allemaal bespreken dat het stuk weliswaar de absolute top is, maar tegelijk zeer 'huge'; 'too huge for the stage' zoals A.C. Bradley zegt, ook door de vele wisselende scenes. Bernard Shaw zei: 'No one will ever write a better tragedy than Lear.' 

Het stuk is vóór 1606 geschreven. Het komt voor in twee oude handschriften, de Quarto (Q1) uit 1608, en de First Folio (F1) uit 1623. Deze handschriften verschillen aanzienlijk van elkaar, wat leidt tot discussie over de "ware" tekst van het stuk. Het gaat om maar liefst 300 regels die alleen in de Q1 staan. 

Vermeldenswaard is nog, dat iedereen steeds een andere gedaante aanneemt: er zijn voortdurend verkleedpartijen. 
William Shakespeare, 1564-1616
Beroemdste citaat uit Lear: 

"Nothing will come of nothing."

Dit zegt Lear tegen dochter Cordelia als die weigert haar liefde voor hem in woorden uit te meten. Ze wil daarmee zeggen dat ze niet wil huichelen of stroopsmeren. Zoals haar zusters doen.  
Het erge is, dat Lear dit werkelijke bewijs van liefde uitlegt als een afwezigheid van erkenning. Als zij 'niets' meer wil zeggen, zal er ook niets van komen. Geen koninklijk erfdeel. 
Tegelijk komt er zo de aandacht te liggen op de leegheid van verklaringen van de andere dochters. Die holheid leidt inderdaad tot niks. 

o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o 

Shakespeare haalde zijn kennis / gebruikte als bronnen ook hier uit bestaande verhalen. Zo was er het Griekse volkssprookje over zout, "Zoo geren as zout": het gaat over een koning die zijn drie dochters vraagt hoeveel ze van hem houden. De oudste dochter zegt "zo veel als de zon", de middelste "zo veel als de maan". De jongste dochter antwoordt "zo veel als zout". De koning is beledigd en verbant haar omdat hij zout als waardeloos beschouwt. Later blijkt zout echter onmisbaar, en de koning beseft zijn fout wanneer hij zonder zout komt te zitten. De dochter keert terug en wordt vergeven.
Het sprookje benadrukt de waarde van iets dat vaak als vanzelfsprekend wordt beschouwd, en de onvoorwaardelijke liefde van de dochter.
Er zijn verschillende versies van dit sprookje, vaak met kleine variaties in details, maar het centrale thema van de waarde van zout en de liefde van de jongste dochter blijft hetzelfde.

Edgar in King Lear vermomt zich als de gekke "Tom o' Bedlam". De termen "Tom o' Bedlam" en "Bedlam-bedelaar" werden gebruikt om bedelaars en zwervers te beschrijven die een geestesziekte hadden of veinsden dat te doen. Ze gaan terug op een anoniem gedicht aan het begin van de 17e eeuw. Ze beweerden, of werden verondersteld, voormalige gevangenen te zijn van het Bethlem Royal Hospital (Bedlam). 
Zo zag het ziekenhuis eruit in 2007.
Bethlem Royal Hospital , ook bekend als St Mary Bethlehem , Bethlehem Hospital en Bedlam , is een psychiatrisch ziekenhuis in Bromley, Londen . De beroemde geschiedenis ervan heeft verschillende horrorboeken, films en televisieseries geïnspireerd, met name Bedlam , een film uit 1946 met Boris Karloff.

Er bestond destijds al een verhaal met de titel: The True Chronicle History of King Leir. Shakespeare was du ook hier niet persé origineel. Publicatie 1605, geen auteur bekend. 

Verder geldt als bron:  Geoffrey of Monmouth's Historia Regum Britanniae (Geschiedenis van de koningen van Groot-Brittannië). Deze kroniek bevat de eerste bekende versie van het verhaal van Koning Lear, dat vervolgens door Shakespeare is bewerkt In Geoffrey's verhaal is Koning Leir een Britse koning die zijn koninkrijk onder zijn dochters verdeelt, met een relatief gelukkig einde waarin hij weer op de troon komt. Shakespeares Koning Leir verandert het einde aanzienlijk en beeldt een tragische ondergang uit.
Eigentijdse uitgave; het origineel dateert van 1136.

Houten standbeeld van Geoffrey of Monmouth in Tintern, Monmouthshire

Monmouth; (ca. 1095 - ca. 1155 ) was een katholieke geestelijke uit Monmouth, Wales, en een van de belangrijkste figuren in de ontwikkeling van de Britse geschiedschrijving
King Lear and the Fool in the Storm,
ca. 1851, William Dyce
Lear fulmineert tegen de elementen:
Blow, winds, and crack your cheeks!

King Lear Weeping over the Dead Body of Cordelia
1786–8, James Barry
(Stonehenge op de achtergrond?)
In de climax van het stuk houdt Lear Cordelia in zijn armen, en dan sterft zij. Het stuk eindigt met haar dood, en die van Lear. Er vallen nog meer doden, waardoor een gevoel van totale verwoesting overblijft.


"Lear in the Storm"; George Romney, tekening uit de 19e eeuw, datum onbekend.
Wat mij betreft is dit een ontroerend plaatje. Het menselijke van Lear komt hier vooral tot uitdrukking. 
Het gaat in Lear om het koningschap, om ouderdom en waanzin, en om menselijkheid. 


Aandacht voor de betekenis van het woord KNOW: 
KNOW that we have divided in three our kingdom

Zat Lear hier al fout? 
Hugo Claus laat in zijn vertaling dat KNOW  weg.
Maar het komt steeds terug. Zowel in de betekenis van weten, als erkennen en herkennen. 
Denk aan de subplot van de echte/natuurlijke zoon van Gloucester, tegenover de bastaard, de 'valse', 'onechte' zoon. Echtheid wordt synoniem met  goedheid, natuurlijkheid.

Dan: De 'tragische fout' (hamartia) van King Lear is zijn arrogantie en buitensporige trots. Hij ziet niet in wie van de drie dochters werkelijk van hem houdt. 


"Blow, winds, blow, crack nature's mould"

Deze zin is een beroemd citaat. In deze scene in de derde acte, fulmineert Lear tegen de storm, en eist dat de winden hun wangen uiteen zullen blazen, en de 'mallen' van de natuur kapotslaat. Eigenlijk roept hij op tot verwoesting van de wereld, en geeft de mensheid, in het bijzonder de ondankbaren (zijn dochters!)  de schuld van zijn lijden.
"The storm in King Lear is not just a weather event; it symbolizes the chaos in Lear's mind and the political turmoil in Britain. It reflects his inner turmoil, madness, and fall from power. The storm serves as a powerful metaphor for his vulnerability and loss of authority."

Roger Allam as King Lear: ‘Blow, winds, and crack your cheeks’ | Shakespeare Solos
Guardian Culture

dinsdag 29 juli 2025

Wij zijn de tijden, geschiedenis in crisistijd, Beatrice de Graaf, 2024.

,, Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.” 
(Een van de bekende uitspraken van Augustinus.) 
 
Boekomslag
Beatrice de Graaf, auteur van dit boekje. 
Geboren te Putten, 1976.
Hoogleraar te Utrecht;
Onderzoeksfocus: geschiedenis van veiligheid, crisis, (contra)terrorisme en internationale betrekkingen
Dit boekje is de tekst van de Johan Huizingalezing van december 2024. 
Johan Huizinga; naar hem zijn de jaarlijkse lezingen op 7 december vernoemd. 
Huizinga leefde van 1872-1945
Dit is een heel interessante tekst, die ons wil troosten en bemoedigen in onze moeilijke tijden. Er is van alles aan de hand, er woedt oorlog in Oekraïne en Gaza, en op nog veel meer plekken in de wereld, in Afrika, in Azië. Er dreigt nog veel meer, zie de verhouding China Taiwan, en ik kan nog wel even doorgaan. 
Dan hebben we ook nog de afschuwelijke klimaatcrisis, vluchtelingen overal die nergens heen kunnen. Hoe verhouden we ons tot deze problemen die ver boven onze hoofden uittorenen? 
Daarvoor is visie nodig, en een diepgaand inzicht in wat ons leiden kan. 
Beatrice de Graaf vindt - om ons een weg te wijzen - in het verleden een aantal prachtige voorbeelden. En het zijn geen gratuite praatjes die ze verkoopt, nee: de voorbeelden zijn van mensen die zelf in een periode van ondergang leefden. 

De eerste die ze aanhaalt is Augustinus, met zijn werk De Civitate Dei, De Stad van God. 
Geschreven door kerkvader Augustinus, tussen 413 en 426.

Oudste afbeelding van Augustinus
(6e eeuw), fresco in Sint-Jan van Lateranen, Rome
Augustinus leefde in de tijd van de ondergang van Rome. Rome ging ook werkelijk ten onder, al maakte Augustinus dat net niet meer mee. Gelukkig werd ook zijn bibliotheek gespaard. 
Augustinus voert Kakos op in De Civitate Dei. Hierin combineert hij geschiedenis met mythologie om uit te leggen dat de val van Rome niet de schuld van de christenen is. en ook niet het einde van de wereld betekende, maar wel het onvermijdelijk gevolg was van corruptie en oorlogszucht van de Romeinen zelf. Rome was gebouwd op moord, denk aan Romulus die Remus doodde. Dat leidde tot steeds grotere verwording, verval, wanhoop. Er was geen uitzicht meer, en die kwam ook niet. Er werd met name geen recht gedaan aan het natuurlijke vredesverlangen van mensen. Niet aan het streven naar harmonie, dat de mens ook ingebakken s. 
Augustinus  vindt derhalve, dat Rome geen stad Gods was, maar een stad van mensen. Een stad van mensen ontbeert goddelijke waarden, moed, eerlijkheid, trouw. 
De Graaf concludeert, dat je in een echte, of een beleefde crisistijd, de historie nodig hebt als hulpmiddel. En soms moeten we die op een bepaalde manier hanteren, namelijk die horen en vertellen vanuit een bepaalde grondhouding. Augustinus, vertelt zijn verhaal met een opzettelijk oogmerk. Dat oogmerk is, dat de verhalen worden gedragen door een moreel-epistemische grondhouding. 

"Het Griekse ἐπιστήμη (epistèmè) betekent 'weten' of 'kennis'. Epistemologie is dan de leer van het weten of de kennis en richt zich op de vraag naar waarheid of zekerheid."
Geschiedenis is dus nooit: kaal-wetenschappelijk, ook niet monumentalistisch ('die VOC-mentaliteit!") 

Het volgende voorbeeld dat ze aanhaalt is van Johan Huizinga zelf. 
Huizinga zelf leefde ook in een tijd van ondergang. In die periode en over die ondergang schreef ook Spengler, De Ondergang van het Avondland. Daarin vindt De Graaf niets van de 'moreel-epistemische pijlers' terug die ze zo noodzakelijk vindt. 
Herfsttij der Middeleeuwen schreef Huizinga in 1919. 
Dit is het hoofdwerk van Johan Huizinga. Voor een overzicht zie Literatuurgeschiedenis.
Twee andere  belangrijke werken over dezelfde vreselijke tijd van aftakelende waarden en normen én de oorlog en massavernietiging die daaruit voortkwamen  waren 
 en 

 Verder gebruikt ze als voorbeeld hoe het niet moet:

Oswald Spengler, Ondergang van het Avondland. 
1918 deel 1, 1922 deel 2. 
Spengler geeft geen hoop in zijn Ondergang. Huizinga vond dat Spengler de feiten verachtte; hij schreef 'mystagogie', i.p.v. geschiedenis. M.a.w.: alsof het om mysteries ging. 
Ik verwijs op deze plek graag naar nog een ander boek uit deze tijd, dat wél spoort met de gedachten van De Graaf. Zie Mijn blog De opstand der Horden, José Ortego y GassetY Gasset.

Een voorbeeld uit de recentere geschiedenis dat De Graaf aanhaalt zijn de Fireside Chats van Franklin D. Roosevelt. 
Fireside Chats, 
tussen 1933 en 1944
Roosevelt sprak met vol vertrouwen over de radio tegen miljoenen Amerikanen over het herstel van de Grote Depressie. Hij kondigde de Emergency Banking Act af, als reactie op de bankencrisis. Hij sprak over de recessie van 1936. de New Deal, en over het verloop van de Tweede Wereldoorlog. Op de radio weerlegde hij geruchten, bestreed hij conservatief gedomineerde kranten en legde zijn beleid rechtstreeks uit aan het Amerikaanse volk. Zijn toon en houding straalden zelfvertrouwen uit in tijden van wanhoop en onzekerheid.
Greep terug op Washington om mensen oorlogsbereid te maken.
Geschiedenis zijn nooit de kale feiten, het heeft ook geen zin om 'monumentale geschiedenis' te beoefenen. ('Die VOC-mentaliteit!')
We leven in een tijd die vaak gekenschetst wordt als een tijd van ondergang ('een tsunami aan immigranten'; 'de corrupte elite'). Wat dat betreft kun je teruggrijpen op alle genoemde werken, omdat die ook in een tijd van ondergang ontstonden. 
Augustinus zag in zijn tijd de ondergang van Rome aankomen. Rome ging inderdaad ten onder, in de jaren 354-430 na Christus. 
Augustinus heeft het over Kakos, een monster dat mensen eet en vuur spuwt. Hij verpersoonlijkt het Kwaad. Kakos is weliswaar ooit verslagen door Hercules, maar zijn geest waart nog rond, bij voorbeeld in Dantes Goddelijke Komedie. 
Hercules doodt Kakos. 
Zowel bij Augustinus, Huizinga als Roosevelt treft zij de moreel-epistemische grondhouding aan. 

Huizinga voegt aan de visie van Augustinus een extra klank toe: in zijn de profundis richt hij zich rechtstreeks tot God met een gebed. Dat deel is in sommige uitgaven weggelaten. Historie is ook geen gebed. Maar het wijst wel naar een zoeken. 

De Graaf legt uit: Huizinga werd in 1919 zwaar getroffen: zijn echtgenote May Schorer overleed, zijn oudste zoon Dirk ook, een jaar later. 
Zijn werk staat daardoor in het teken van verlies, melancholie en een schijnbaar cultuurpessimisme. Die elementen vloeiden samen met de wereldorde van dat moment. 
In Herfsttij beschrijft Huizinga de Middeleeuwen als een tijdvak in de ban van culturele ondergang. Bewijs voor die stelling ziet hij in de omgang van de adel met oorlog en geweld. Het ridderideaal moest de wereld schragen en zuiveren; het was het 'heilmiddel der slechte tijden'. 
In de 15e en 16e eeuw werden kooplieden geregeld overvallen door verarmde ridders.
© José Daniel Cabrera & Shutterstock
De cultuurkritieken en kroniekschrijvers zijn evenwel overduidelijk: de krijg werd niet meer nobel gevoerd. De werkelijkheid was bruut, in plaats van een poging tot realiseren van het hoofse ideaal. 
Wel bleef het beeld van ridderlijkheid overeind in gezangen e.d. 

Deze werkelijkheid was weer anders in 1935: in die periode van culturele ondergang werd ook het ideaal zelf te grabbel gegooid. 
Homo Ludens schreef Huizing in 1938. Het was een pleidooi voor de spelende mens. De mens heeft cultuur nodig:
Kern van Huizinga's betoog: spel ligt in het leven besloten en is een noodzakelijkheid voor het scheppen van cultuur; spel structureert menselijk handelen en is een drager van de culturele ontwikkeling van de mens.
Huizinga schreef dat in een tijd dat het internationale recht en het oorlogsrecht ondermijnd werden. Er was sprake van een ver gaande morele ontworteling.

Destijds hadden de ME een opvatting gevestigd van eer en adeldom. Die vormden een goede basis. Die basis was in 1938 verdwenen, er bestond geen systeem van volkenrecht meer. Enkel het belang van de eigen partij werd vooropgesteld. Er ws een verwildering door het ultranationalisme en vijanddenken.

De eenvoudige waarheid van Augustinus: de mens streeft naar harmonie en niet naar disharmonie, werd omgedraaid. Er was geen hoog ideaal van menselijke beschaving meer.

De Graaf komt ook uit - dat kan haast niet anders, op de zeven kardinale deugden: 
4 kardinale deugden zijn: wijsheid, moed,  rechtvaardigheid en beheersing (gematigdheid). Vanaf de tijd van Augustinus kwamen daar nog drie theologale deugden bij: geloof, hoop en liefde.  Bij een deugd gaat het zowel om het ideaal, als om de toepassing ervan. 
Impliciet of expliciet werden die deugden eeuwenlang ingezet het ging uiteraard ook om de toepassing van die deugden.
De vier kardinale deugden.
(van DEZE SITE)
Allegorische afbeelding van Geloof, Hoop en Liefde. 
Groninger Museum, Johan Wierix, 
1572

Othello, Shakespeares tijdloze tragedies, Vrije Academie, Liesje Schreuders, 3 april 2024.

Actuele Nederlandse uitgave (2018), vertaald door Peter Verstegen.
Shakespeare schreef het in 1603 of 1604
Een prachtige Ave Maria, gezongen door Maria Callas, uit de opera van Verdi, OtelloDesdemona zingt. 
Ton en ik volgden de cursus Shakespeares tijdloze tragedies, van de Vrije Academie, door Liesje Schreuders, in het voorjaar van 2024. De cursus werd gegeven in Utrecht. 
Enkele dagen na de voltooide cursus kreeg Ton een ernstig herseninfarct. Daardoor ben ik er totnogtoe niet aan toegekomen om een verslag te schrijven. 
Het gebeurde maakt ook dat ik met bijzondere gevoelens terugkijk op de cursus, bij voorbeeld op onze wandeling ernaartoe door de stad. Het was een van onze laatste  uitjes, een van onze laatste intellectuele bezigheden ook. Doordat Ton volledig afasie heeft, zal elke volgende cursus nooit meer dezelfde impact hebben. 
Desondanks...:

Othello hoort bij de zogenaamde problem plays. Bij dit type spel horen ook Shakespeares Merchant of Venice - waarin het antisemitisme thema is - en The Taming of the Shrew, met als thema misogynie, vrouwenhaat.  
In Othello is het grote thema: rassendiscriminatie. En natuurlijk om jaloezie: 'the greeneyed monster'. 
Portret van Ira Aldridge als Othello, geschilderd circa 1848.
Aldridge was een der eerste zwarte Amerikaanse acteurs. Aldridge was vooral bekend om zijn Shakespeare-rollen. 
Over de vertolkers van Othello, zwart én wit,  kom ik nog te spreken.
De hoofdlijn van het stuk draait om Jago, Desdemone en Othello. 
Jago, vaandrig in het leger onder aanvoering van generaal Othello, is woedend dat hij niet in aanmerking komt voor promotie en smeedt een plan om wraak te nemen op zijn generaal: Othello, de Moor van Venetië. Jago manipuleert Othello door hem te laten geloven dat zijn vrouw Desdemona ontrouw is, wat Othello's jaloezie aanwakkert. Othello laat zich door jaloezie verteren, vermoordt Desdemona en pleegt vervolgens zelfmoord.
Kenneth Branagh als Jago. 
Het gaat bij Shakespeare natuurlijk heel erg om de karakters. Over Jago vond ik dit: 
"Jago is charming, clever, and funny, and great company, and right at the center of the military community on Cyprus, where the army has been sent to deter the Turks from an attack on Venice. He lends a sympathetic ear to everyone as they pour out their problems to him and solicit his help.

What they don’t know is that he is actually the cause of their problems and that the more information they give him, the more ammunition they are supplying him with to be used against them.

The character qualities listed above are all fake. He is, in fact, hypocritical, manipulative, cruel, unsympathetic, vicious, and, in fact, murderous."
Sonya Yoncheva as Desdemona
En over Desdemona vond ik dit: 
"It is difficult to assess Desdemona’s character as Shakespeare presents her as just about a perfect human being. She is, of course, a woman in the position of almost all Elizabethan women – the possession of her father until ownership is passed to another man in marriage. However, she shows a strong independent streak in choosing to defy her powerful father and marry where her heart is rather than where her father’s economic interest lies.

Her speech to the Council shows strength and determination, common sense, and commitment. In her marriage, her vow to honour her husband through thick and thin is carried out to the very end. In spite of that, she is basically innocent and unaware of the dangers of life. She is far too trusting and thus partly responsible for her fate.

She is inevitably a victim of her times, times in which, regardless of her courage and independent spirit, she is destroyed by the men around her."
Laurence Fishburn as Othello… but is he a villain?
En wat kunnen we zeggen over de hoofdfiguur, Othello?
Othello is the main character in Shakespeare’s play Othello. He’s a Christian Moor and the general of the armies of Venice. He’s in a position of power, but his racial background is something that consistently sets him apart from those around him. Additionally, Shakespeare imbued Othello with contrasting features. He’s a strong and skilled fighter, and an eloquent speaker, and a loving partner (at least for a time).

His characteristics, role in society, and relationships with those around him, unfortunately, make it easy for Iago (generally considered to be the true villain of Othello) to manipulate him. Othello eases away from his role as “hero” as Iago poisons his mind against his true love, Desdemona. His eloquence and thoughtfulness fall away, and his jealousy and rage take over. The heart of the play revolves around Iago’s deceit and his manipulation of Othello.


Karakterbeschrijvingen van Jago, Desdemona en Othello haalde ik van DEZE SITE

Het stuk heeft trouwens veel meer personages, die laat ik buiten beschouwing. 

Lijdt Othello aan seksuele jaloezie, Jago lijdt weer aan een ander soort jaloezie, hij meent dat hij recht had op de promotie in het leger, die nu aan Cassio te beurt is gevallen. Cassio werd tot luitenant bevorderd. 
Jago is een schurk, maar wel een van de interessantste schurken - aldus docent Liesje. Hij plant ook een val voor Othello, omdat hij hem, 'De Moor', haat. Die haat is gestoeld op ras en kleur. Huidskleur speelde toen een rol, en nu weer. Othello is een hooggeplaatste generaal in Venetië. Én hij is een Moor, Arabisch. Huidskleur heeft een sociale connotatie. 
Naast jaloezie is manipulatie een thema. Jago manipuleert Cassio, door hem dronken te voeren. Daardoor komt Cassio in een straatgevecht terecht, waarna Othello hem, een getrouwe, ontslaat. Dan adviseert Jago hem excuses te gaan maken bij Desdemona, die hem belooft te helpen. 
Jago misbrukt dat dan weer door te zorgen dat Othello dat samenzijn ziet, en in jaloezie ontbrandt. 

Helaas leidt dit tot feminiscide uxoricide: de vrouw wordt vermoord door haar partner. 

De historische context is ook interessant. Waar komt Othello vandaan?
Columbus had Amerika al ontdekt. 
Vikingen ook daar geweest. De wereld was sterk vergroot, een bron van avontuur en van rijkdom. Imperia werden opgebouwd. 
Rassendiscriminatie bestond toen ook al, net zo goed als het heden ten dage nog bestaat. Even een zijpaadje: Zelfs de onkreukbare Desdemona getuigt van discirminatie. Zo beweert ze: For example, while striving to confront Othello’s suspicions, she could not come up with anything better than the suggestion that her husband was naturally predisposed towards anger and distrust by virtue of his racial affiliation: “You Moors are of so hot a nature that ev­ery little trifle moves you to anger and revenge” (Shakespeare Act IV, Scene I).

Othello was, volgens A.C. Bradley (1904) 'the most painfully, exciting and the most terrible.
Shakespeare Tragedy.
Het werd niet als een gewone tragedie ervaren, want het stuk wekte hele hevige reacties bij het publiek.
De zogenaamde vierde wand wordt voortdurend doorbroken. De weerzin tegen wat daar gebeurt, gaat heel diep.
Patrick Hogan beweert zelfs, dat de discriminatie door witten de kijk van zwarten op henzelf heeft beïnvloed. waardoor zij nu ook zelf met minachting, haat en wanhoop naar zichzelf kijken. 
To ver in de 20e eeuw werd de rol van Othello meestal door een witte man gespeeld, die dan zwart gemaakt was. Eigenlijk verschrikkelijk! Zwarte mannen werden zelfs niet goed genoeg geacht om de rol te spelen! Zie ook de volgende foto's:
Hier speelt Orson Welles Othello, in de film Othello. 
1952.
Placido Domingo speelde Othello in 1979,
Metropolitan Opera production in New York.
Laurence Olivier speelde Othello nog in 1965;
poster
Laurence Olivier als Othello en Maggie Smith als Desdemona in de film Othello van 1965.  
Beeld: Cinetext Bildarchiv/Warner Bros/Allstar
In 1965 was Laurence Olivier een topacteur, en werd zijn rol zeer hoog gewaardeerd. Nu, zo veel jaar later, wordt er min of meer met afgrijzen naar gekeken, omdat de 'zwartgemaakte acteur'  juist alle raciale stereotypen gebruikte. 'Olivier's Othello was always a racially offensive anachronism',  schreef The Guardian in 2024. 
'Grotesque', zo herinnerde de recensent Geoffrey Wheatcroft zich Olivier in die rol. 

'Blackface' was de benaming voor een witte die de rol van een zwarte speelde in de slavernijtijd in Amerika. De rollen stonden bol van de stereotypen. Dit werkte door!

Whitewashing was een term van latere datum, die gebruikt werd om aan te tonen dat zwarten geen kansen kregen voor de rollen die toch werkelijk door hen gespeeld moesten worden. 
De rol van Laurence Olivier als Othello kwam in een tijd dat whitewashing eigenlijk al aan het verdwijnen was.  

Betrof dit alles de uitvoering van het stuk, de historische context is ook belangrijk voor de inhoud van het stuk, Dat speelt zich namelijk af tegen de achtergrond van de Ottomaans-Venetiaanse oorlogen in de late 16e eeuw. Specifiek gaat het over de oorlog om Cyprus, een Venetiaans eiland dat in 1570 door de Ottomanen werd aangevallen en een jaar later werd veroverd. Deze gebeurtenissen vormden een belangrijke inspiratiebron voor het stuk, dat zich deels op Cyprus afspeelt.
Slag bij Lepanto, 1571.
In deze strijd op zee werd behaalden de Ottomanen de overwinning. 
Toch stopte deze strijd verdere expansie van de Ottomanen in de Middellandse Zee, waardoor de westerse dominantie behouden bleef. Het vertrouwen in het Westen groeide dat de Turken, voorheen onstuitbaar, verslagen konden worden.
Venetië was grote belanghebber bij de strijd tegen de Ottomanen, samen met de Kerk, Spanje en andere landen. Er waren grote handelsbelangen. Er was een lange periode van intense vijandigheid tussen de Republiek Venetië en het Ottomaanse Rijk.
Wat een moeilijk rol vervulde Othello dan!

De oorlog om Cyprus:
De val van Cyprus in 1571 - een overwinning voor de Turken - was een grote klap voor Venetië en een belangrijke gebeurtenis in de regio. Dit conflict vormt de achtergrond van het stuk.

De positie van Othello:

Othello is een zwarte Venetiaanse generaal! Dat was een in die tijd ongebruikelijke situatie, en leidde  tot vooroordelen en discriminatie.

De Renaissance:
Het stuk werd geschreven tijdens de Engelse Renaissance, een periode van culturele en intellectuele vernieuwing. Denk ook aan de grotere contacten wereldwijd, die uitwisseling op gebied van handel, kunst en wetenschap bevorderde. 

De positie van vrouwen:

In de tijd van Shakespeare hadden vrouwen beperkte rechten en werden ze geacht gehoorzaam en kuis te zijn.

Militaire cultuur:
Othello's status als generaal is cruciaal voor het verhaal en benadrukt de waarde die in die tijd aan militaire bekwaamheid werd gehecht. Othello dankte dit aan zijn talenten!

Religie en moraal:
Het stuk verkent thema's als christelijke moraal, zonde en vergeving.

Kolonialisme en ontdekkingsreizen:
De Renaissance was ook een tijd van kolonisatie en ontdekkingsreizen, wat invloed had op de manier waarop mensen naar andere culturen keken.

De historische context helpt om de personages, hun motivaties en de thema's van het stuk beter te begrijpen.

Een zeer informatieve site over Othello en andere Shakespeare-drama's, ook met citaten is hier te vinden: ZIE DEZE LINK .

De belangrijkste bron voor Othello is een novelle uit een Italiaans prozawerk, de novellebundel Hecathommithi van Giovanni Battista Giraldi ("Cinzio") uit 1565, het verhaal van een niet bij name genoemde Moor en Disdemona. Aan het oorspronkelijke verhaal van Cinzio voegde Shakespeare een aantal eigen 'ingrediënten' toe zoals de naam Othello, de jaloerse Rodrigo die naar Desdemona's hand dingt, en Brabantio, de woeste, door verdriet overmande vader van Desdemona. Het meest memorabele personage dat hij schiep was echter Jago, die hij van een onbetekenende schavuit in een gewetenloze schurk omtoverde.
Titelpagina uit 1630.

donderdag 10 oktober 2024

Hamlet, Shakespeares tijdloze tragedies, Vrije Academie, Liesje Schreuders, voorjaar 2024.

Engelse editie
Hamlet is de beroemdste, meest gespeelde, meest bestudeerde tragedie van Shakespeare. Er zijn ook veel bekende citaten van die nog steeds in omloop zijn. 

Wie is Hamlet?
Hamlet is een jonge man, een prins van Denemarken, student te Wittenberg (NB: het klooster waar Luther zijn stellingen aan de kerkmuur spijkerde!) Hij gaat altijd gekleed in het zwart, hetgeen zijn melancholisch - zwarte gal! - karakter tekent. Vaak ook wordt hij afgebeeld met een schedel. 
'Alas, poor Yorick, I knew him Horatio.'
De schedel symboliseert het thema vergankelijkheid.

De oudste foto van Hamlet: de acteur 
Herbert Beerbohm Tree, 1892.
Thematiek:
Aan het einde van het verhaal is iedereen dood; dat komt omdat het grote thema thema van dit stuk wraak is.  
Hamlet krijgt aan het begin van het stuk de opdracht van zijn vader de moord op hem te wreken. Hamlets vader verschijnt aan Hamlet als een spook. Zijn vrouw, Gertrude, Hamlets moeder, is nu getrouwd met de moordenaar, Claudius, de broer van Hamlets vader. Het was een laffe moord, Claudius goot vergif in het oor van de slapende Hamlet de Oude. Hij, Hamlet (de zoon) hoort op de troon, niet Claudius!

Wraak was altijd al een heel populair thema. Het zet de plot in werking. Aangezien Hamlet een prins is, gaat het hem om zijn eer! Hij moet zijn oom vermoorden, maar doet het niet; pas aan het eind, en dan nog min of meer per ongeluk. Shakespeare problematiseert de wraak: Hamlet is een denker, hij twijfelt. Zelfs over 'het zijn', of het 'niet-zijn. 
Toneel is eigenlijk een handeling, maar dit stuk is vooral tekst. Zonder actie. Het gaat hier om Hamlets inertie, de traagheid, een van de klassieke zonden. Hamlet wil zekerheid. 
Hij zorgt dat hij zijn oom in de val kan lokken. Per ongeluk vermoordt hij Polonius, in plaats van Claudius. (Polonius is een raadsman van Claudius. Hij is de vader van Ophelia en Laërtes. Bij het afluisteren van een gesprek tussen Gertrude en Hamlet wordt hij door Hamlet neergestoken.)
Hamlet misleidt vervolgens zijn oom, door waanzin voor te wenden. 
De vader-zoon relatie is ook een thema. Tegenover zijn moeder Gertrude gedraagt Hamlet zich raar. Freud baseerde zijn Oedipus-complex mede op de relatie Hamlet-Gertrude. 

Het gaat om eer, of eerlijkheid.... Maar Hamlet liegt de hele tijd. Is het spel, of is hij depressief? Denk aan de monoloog To be, or not to be...

Vorm:

In het toneelstuk zit ook nog een toneelstuk: De Muizenval. 
Een groep toneelspelers komt aan, en gaan een stuk spelen over de dood van koning Priamus. Hamlet vraagt een acteur die achter is gebleven of de groep die avond De Muizenval voor het hof kan spelen met toevoeging van een paar regels die Hamlet zal schrijven. Daarin moet de moord op Priamus duidelijke gelijkenis vertonen met de moord op Hamlets vader. Hamlet zal de reactie van zijn oom observeren. Zo wil hij achterhalen of de geest van zijn vader de waarheid heeft gesproken.
Door dit spel komt de waarheid aan het licht. 

Shakespeares taal:
De taal van het stuk is geweldig, met mooie monologen, pure poëzie. Ook de dialogen zijn prachtig. Peter Verstegen vertaalde ook dit stuk. 
Hamlet, vertaald door Peter Verstegen.
Dit stuk is eigenlijk 'verplichte kost', omdat het een zoektocht is naar de zin van het bestaan. Zoals Peter Verstegen zegt: 'Het stuk der stukken'. 

Waardering: 
Hamlet is niet altijd zo populair geweest, tijdens het Frans Classisisme raakte Shakespeare wat uit de mode. Het ging allemaal te veel 'alle kanten op', de classicisten hielde alles graag gereglementeerd. Er was geen eenheid van tijd, plaats of ruimte, au fond was het maar 'een grof en barbaars stuk dat nooit getolereerd had mogen worden' (Voltaire). Hij noemde het het werk van 'een dronken wilde'. (!)

To be, or not to be, that is the question'. Wat is die question? Een zoektocht? Vraag? Kwestie?
Dit is gewoon leuk.....
(Als het filmpje weg is, zie dan onder deze link: 
https://www.youtube.com/watch?v=23hZQiMoB7A)

Qua vorm zien we weer de blank verse, met een onopvallend jambisch metrum, 5-voet (pentameter)
In de Renaissance bloeide het genre van de tragedie natuurlijk wel. Dat kwam mee met de herleving van de Oudheid, uit die periode stamt de tragedie. 
Het Theater van Epidaurus, het best bewaarde theater uit de Griekse oudheid, was verbonden aan de cultusplaats voor Asclepius, god van de geneeskunde, in het antieke Epidaurus. Datering: 4e eeuw voor Christus. 
Dit theater bestond voornamelijk voor de opvoering van tragedies. De hele gemeenschap ws daarbij betrokken. Zie voor meer informatie over Klassieke tragedieën: IS GESCHIEDENIS:
Na de Grieken zetten de Romeinen de traditie van de tragediespelen voort. Denk aan Seneca, die veel invloed uitoefende op Shakespeare. Verder waren bekende tragediedichters: Aeschylos, Sophocles en Euripides. Wraak was ook bij hen vaak het thema, rond koningshuizen.

Behalve tragedieschrijvers had je ook schrijvers óver tragediën: Aristoteles schreef de Poetica, circa 335 voor Christus. Hierin doet hij onder meer uit de doeken wat een tragedie is. Helaas zijn het losse stukken die overgeleverd zijn, vermoedelijk zijn het college-aantekeningen van zijn  studenten. 
De tragedie definieert Aristoteles als volgt: 

"De tragedie is een nabootsing van een nobele actie. De taal van de verschillende delen van het toneelstuk is verfraaid met ritme, melodie en zang. Deze imitatie wordt getoond door middel van de acties van de personages, niet door een vertelling. Het drama bevat voorvallen die door medelijden en vrees tot een katharsis van deze emoties leiden."

De stukken gaan uitdrukkelijk niet over de gewone man, maar over nobelen, het betreft ook een ernstige handeling. 'De besten van de mensen.'  De term  'spoudaios' valt, die in het algemeen gesproken betekent: ernstig, serieus; kennis van zaken hebbend. De term slaat ook op de uitvoering: de verzen die in uiteenlopende ritmen geschreven waren, en ook de koorgedeelten, werden eerder zangerig dan sprekend gedeclameerd. Ook dat vereist deskundigheid. 
Handelende personen zijn altijd Goden, de adel, de aristocratie. Die hadden in de tragediën maar één fout: de 'hamartia':
Die ziet er gewoonlijk uit als volgt: de held-protagonist, een symbolische voorstelling van de mens, veroorzaakt een fatale storing van de natuurlijke orde. Hij wordt daartoe gedreven door een tragische vergissing of door een psychologisch motief zoals haat of overmoed (hybris). Deze fout, nl. de miskenning van zijn eigenlijke situatie als mens tegenover de godheid, maakt hem tot speelbal van het oppermachtige Noodlot.

Zijn lot wekt medeleven en vrees, en het gehele verloop leidt tot katharsis.
Er is altijd een omslagpunt, de peripateia. Er is géén oplossing, wel soms een deus ex machina. 
Hamlet sterft uiteindelijk zelf ook, er is dus inderdaad geen oplossing. 

De tragedie verdween met de ondergang van het Romeinse rijk. 
Niet het toneel verdween echter, zie de volgende afbeelding uit het Rijksmuseum:
Boerenkermis met een opvoering van de klucht ‘Een cluyte van Plaeyerwater’, Peeter Baltens, ca. 1570
In onze gebiedsdelen was er zeker ook toneel. Zowel serieuze spelen, de zogenaamde mirakelspselen, alsook moraalspelen, denk aan Elckerlyc. Het verschil met de klassieke tragediën is, dat de moraalspelen goed afliepen, het thema wraak past niet in de christelijke cultuur. 
Bij Shakespeare keert juist de tragedie weer terug, onder invloed van de Renaissance-idealen afkomstig uit Italië. We noemen het het Elisabethaans theater, waarvoor ook weer theaters werden gebouwd, zoals in de Oudheid.

Shakespeare schreef 10 tragedies, 13 komische stukken, en 3 historische stukken. Hierin kwam een stuk voorgeschiedenis van de Tudors voor, onder ander King Richard. Verder schreef hij nog 5 'romances',  een ervan was The Tempest.
In totaal 39 toneelstukken.

Hamlet was bijzonder, omdat het het eerste stuk was over de moderne mens. 

Navolgingen:
Agatha Christie baseerde haar stuk The Mousetrap op het toneel in het toneel bij Shakespeares Hamlet.
Poster Agatha Christie's stuk; geschreven in 1952.
Over de tekstoverlevering van Hamlet: 
De tekst is geschreven tussen 1600 en 1602. We kennen hem in gedrukte versie, uit zowel Q1, Q2 en de First Folio (F) uit 1623. Hij beslaat 4042 verzen tezamen goed voor 3½ uur!
Er komen alleenspraken in voor, soliloquies. Die richten zich niet direct tot het publiek, het zijn gedachten die worden uitgesproken. De beroemdste daarvan is To be or not to be.
Koningin Elisabeth 1, Armada-portret.
De tijd waarin Hamlet speelde was de regeerperiode van Elisabeth I, 1558-1603. Zij was de laatste Tudor. King James Jacobus was haar opvolger, het was een roerige overgangstijd. 
Portret van Jacobus I van Engeland (1566-1625)
De Renaissance plaatste de mens centraal, denk aan Leonardo da Vinci: 
Vitruviusman van Leonardo da Vinci, ca. 1490, 
Gallerie dell'Accademia, Venetië (inv. 228)
Bij Elkerlyc (Middeleeuws) was er nog sprake van de exemplarische mens, vanaf nu gaat het om de individuele mens; mens tussen andere mensen. Denk aan Faust (van Christopher Marlowe), Don Quichotte, en dus ook: Hamlet. Je kunt ook zeggen dat ze zowel exemplarisch als individueel waren. 
Keuzes waren niet meer alléén op het hiernamaals gericht, maar ook op het Fortuin, het Lot. Hamlet noemt Fortuin een hoer. 
Fortuna staat naast (tegenover) Virtus (deugd): daadkracht, verantwoordelijkheid nemen. 

Een mooie film-uitvoering lijkt me die met Kenneth Branagh, uit 1996. To be, or not to be, spreekt Branagh uit voor de spiegel. 
To be or not to be, 1996.