dinsdag 29 juli 2025

Wij zijn de tijden, geschiedenis in crisistijd, Beatrice de Graaf, 2024.

,, Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.” 
(Een van de bekende uitspraken van Augustinus.) 
 
Boekomslag
Beatrice de Graaf, auteur van dit boekje. 
Geboren te Putten, 1976.
Hoogleraar te Utrecht;
Onderzoeksfocus: geschiedenis van veiligheid, crisis, (contra)terrorisme en internationale betrekkingen
Dit boekje is de tekst van de Johan Huizingalezing van december 2024. 
Johan Huizinga; naar hem zijn de jaarlijkse lezingen op 7 december vernoemd. 
Huizinga leefde van 1872-1945
Dit is een heel interessante tekst, die ons wil troosten en bemoedigen in onze moeilijke tijden. Er is van alles aan de hand, er woedt oorlog in Oekraïne en Gaza, en op nog veel meer plekken in de wereld, in Afrika, in Azië. Er dreigt nog veel meer, zie de verhouding China Taiwan, en ik kan nog wel even doorgaan. 
Dan hebben we ook nog de afschuwelijke klimaatcrisis, vluchtelingen overal die nergens heen kunnen. Hoe verhouden we ons tot deze problemen die ver boven onze hoofden uittorenen? 
Daarvoor is visie nodig, en een diepgaand inzicht in wat ons leiden kan. 
Beatrice de Graaf vindt - om ons een weg te wijzen - in het verleden een aantal prachtige voorbeelden. En het zijn geen gratuite praatjes die ze verkoopt, nee: de voorbeelden zijn van mensen die zelf in een periode van ondergang leefden. 

De eerste die ze aanhaalt is Augustinus, met zijn werk De Civitate Dei, De Stad van God. 
Geschreven door kerkvader Augustinus, tussen 413 en 426.

Oudste afbeelding van Augustinus
(6e eeuw), fresco in Sint-Jan van Lateranen, Rome
Augustinus leefde in de tijd van de ondergang van Rome. Rome ging ook werkelijk ten onder, al maakte Augustinus dat net niet meer mee. Gelukkig werd ook zijn bibliotheek gespaard. 
Augustinus voert Kakos op in De Civitate Dei. Hierin combineert hij geschiedenis met mythologie om uit te leggen dat de val van Rome niet de schuld van de christenen is. en ook niet het einde van de wereld betekende, maar wel het onvermijdelijk gevolg was van corruptie en oorlogszucht van de Romeinen zelf. Rome was gebouwd op moord, denk aan Romulus die Remus doodde. Dat leidde tot steeds grotere verwording, verval, wanhoop. Er was geen uitzicht meer, en die kwam ook niet. Er werd met name geen recht gedaan aan het natuurlijke vredesverlangen van mensen. Niet aan het streven naar harmonie, dat de mens ook ingebakken s. 
Augustinus  vindt derhalve, dat Rome geen stad Gods was, maar een stad van mensen. Een stad van mensen ontbeert goddelijke waarden, moed, eerlijkheid, trouw. 
De Graaf concludeert, dat je in een echte, of een beleefde crisistijd, de historie nodig hebt als hulpmiddel. En soms moeten we die op een bepaalde manier hanteren, namelijk die horen en vertellen vanuit een bepaalde grondhouding. Augustinus, vertelt zijn verhaal met een opzettelijk oogmerk. Dat oogmerk is, dat de verhalen worden gedragen door een moreel-epistemische grondhouding. 

"Het Griekse ἐπιστήμη (epistèmè) betekent 'weten' of 'kennis'. Epistemologie is dan de leer van het weten of de kennis en richt zich op de vraag naar waarheid of zekerheid."
Geschiedenis is dus nooit: kaal-wetenschappelijk, ook niet monumentalistisch ('die VOC-mentaliteit!") 

Het volgende voorbeeld dat ze aanhaalt is van Johan Huizinga zelf. 
Huizinga zelf leefde ook in een tijd van ondergang. In die periode en over die ondergang schreef ook Spengler, De Ondergang van het Avondland. Daarin vindt De Graaf niets van de 'moreel-epistemische pijlers' terug die ze zo noodzakelijk vindt. 
Herfsttij der Middeleeuwen schreef Huizinga in 1919. 
Dit is het hoofdwerk van Johan Huizinga. Voor een overzicht zie Literatuurgeschiedenis.
Twee andere  belangrijke werken over dezelfde vreselijke tijd van aftakelende waarden en normen én de oorlog en massavernietiging die daaruit voortkwamen  waren 
 en 

 Verder gebruikt ze als voorbeeld hoe het niet moet:

Oswald Spengler, Ondergang van het Avondland. 
1918 deel 1, 1922 deel 2. 
Spengler geeft geen hoop in zijn Ondergang. Huizinga vond dat Spengler de feiten verachtte; hij schreef 'mystagogie', i.p.v. geschiedenis. M.a.w.: alsof het om mysteries ging. 
Ik verwijs op deze plek graag naar nog een ander boek uit deze tijd, dat wél spoort met de gedachten van De Graaf. Zie Mijn blog De opstand der Horden, José Ortego y GassetY Gasset.

Een voorbeeld uit de recentere geschiedenis dat De Graaf aanhaalt zijn de Fireside Chats van Franklin D. Roosevelt. 
Fireside Chats, 
tussen 1933 en 1944
Roosevelt sprak met vol vertrouwen over de radio tegen miljoenen Amerikanen over het herstel van de Grote Depressie. Hij kondigde de Emergency Banking Act af, als reactie op de bankencrisis. Hij sprak over de recessie van 1936. de New Deal, en over het verloop van de Tweede Wereldoorlog. Op de radio weerlegde hij geruchten, bestreed hij conservatief gedomineerde kranten en legde zijn beleid rechtstreeks uit aan het Amerikaanse volk. Zijn toon en houding straalden zelfvertrouwen uit in tijden van wanhoop en onzekerheid.
Greep terug op Washington om mensen oorlogsbereid te maken.
Geschiedenis zijn nooit de kale feiten, het heeft ook geen zin om 'monumentale geschiedenis' te beoefenen. ('Die VOC-mentaliteit!')
We leven in een tijd die vaak gekenschetst wordt als een tijd van ondergang ('een tsunami aan immigranten'; 'de corrupte elite'). Wat dat betreft kun je teruggrijpen op alle genoemde werken, omdat die ook in een tijd van ondergang ontstonden. 
Augustinus zag in zijn tijd de ondergang van Rome aankomen. Rome ging inderdaad ten onder, in de jaren 354-430 na Christus. 
Augustinus heeft het over Kakos, een monster dat mensen eet en vuur spuwt. Hij verpersoonlijkt het Kwaad. Kakos is weliswaar ooit verslagen door Hercules, maar zijn geest waart nog rond, bij voorbeeld in Dantes Goddelijke Komedie. 
Hercules doodt Kakos. 
Zowel bij Augustinus, Huizinga als Roosevelt treft zij de moreel-epistemische grondhouding aan. 

Huizinga voegt aan de visie van Augustinus een extra klank toe: in zijn de profundis richt hij zich rechtstreeks tot God met een gebed. Dat deel is in sommige uitgaven weggelaten. Historie is ook geen gebed. Maar het wijst wel naar een zoeken. 

De Graaf legt uit: Huizinga werd in 1919 zwaar getroffen: zijn echtgenote May Schorer overleed, zijn oudste zoon Dirk ook, een jaar later. 
Zijn werk staat daardoor in het teken van verlies, melancholie en een schijnbaar cultuurpessimisme. Die elementen vloeiden samen met de wereldorde van dat moment. 
In Herfsttij beschrijft Huizinga de Middeleeuwen als een tijdvak in de ban van culturele ondergang. Bewijs voor die stelling ziet hij in de omgang van de adel met oorlog en geweld. Het ridderideaal moest de wereld schragen en zuiveren; het was het 'heilmiddel der slechte tijden'. 
In de 15e en 16e eeuw werden kooplieden geregeld overvallen door verarmde ridders.
© José Daniel Cabrera & Shutterstock
De cultuurkritieken en kroniekschrijvers zijn evenwel overduidelijk: de krijg werd niet meer nobel gevoerd. De werkelijkheid was bruut, in plaats van een poging tot realiseren van het hoofse ideaal. 
Wel bleef het beeld van ridderlijkheid overeind in gezangen e.d. 

Deze werkelijkheid was weer anders in 1935: in die periode van culturele ondergang werd ook het ideaal zelf te grabbel gegooid. 
Homo Ludens schreef Huizing in 1938. Het was een pleidooi voor de spelende mens. De mens heeft cultuur nodig:
Kern van Huizinga's betoog: spel ligt in het leven besloten en is een noodzakelijkheid voor het scheppen van cultuur; spel structureert menselijk handelen en is een drager van de culturele ontwikkeling van de mens.
Huizinga schreef dat in een tijd dat het internationale recht en het oorlogsrecht ondermijnd werden. Er was sprake van een ver gaande morele ontworteling.

Destijds hadden de ME een opvatting gevestigd van eer en adeldom. Die vormden een goede basis. Die basis was in 1938 verdwenen, er bestond geen systeem van volkenrecht meer. Enkel het belang van de eigen partij werd vooropgesteld. Er ws een verwildering door het ultranationalisme en vijanddenken.

De eenvoudige waarheid van Augustinus: de mens streeft naar harmonie en niet naar disharmonie, werd omgedraaid. Er was geen hoog ideaal van menselijke beschaving meer.

De Graaf komt ook uit - dat kan haast niet anders, op de zeven kardinale deugden: 
4 kardinale deugden zijn: wijsheid, moed,  rechtvaardigheid en beheersing (gematigdheid). Vanaf de tijd van Augustinus kwamen daar nog drie theologale deugden bij: geloof, hoop en liefde.  Bij een deugd gaat het zowel om het ideaal, als om de toepassing ervan. 
Impliciet of expliciet werden die deugden eeuwenlang ingezet het ging uiteraard ook om de toepassing van die deugden.
De vier kardinale deugden.
(van DEZE SITE)
Allegorische afbeelding van Geloof, Hoop en Liefde. 
Groninger Museum, Johan Wierix, 
1572

Othello, Shakespeares tijdloze tragedies, Vrije Academie, Liesje Schreuders, 3 april 2024.

Actuele Nederlandse uitgave (2018), vertaald door Peter Verstegen.
Shakespeare schreef het in 1603 of 1604
Een prachtige Ave Maria, gezongen door Maria Callas, uit de opera van Verdi, OtelloDesdemona zingt. 
Ton en ik volgden de cursus Shakespeares tijdloze tragedies, van de Vrije Academie, door Liesje Schreuders, in het voorjaar van 2024. De cursus werd gegeven in Utrecht. 
Enkele dagen na de voltooide cursus kreeg Ton een ernstig herseninfarct. Daardoor ben ik er totnogtoe niet aan toegekomen om een verslag te schrijven. 
Het gebeurde maakt ook dat ik met bijzondere gevoelens terugkijk op de cursus, bij voorbeeld op onze wandeling ernaartoe door de stad. Het was een van onze laatste  uitjes, een van onze laatste intellectuele bezigheden ook. Doordat Ton volledig afasie heeft, zal elke volgende cursus nooit meer dezelfde impact hebben. 
Desondanks...:

Othello hoort bij de zogenaamde problem plays. Bij dit type spel horen ook Shakespeares Merchant of Venice - waarin het antisemitisme thema is - en The Taming of the Shrew, met als thema misogynie, vrouwenhaat.  
In Othello is het grote thema: rassendiscriminatie. En natuurlijk om jaloezie: 'the greeneyed monster'. 
Portret van Ira Aldridge als Othello, geschilderd circa 1848.
Aldridge was een der eerste zwarte Amerikaanse acteurs. Aldridge was vooral bekend om zijn Shakespeare-rollen. 
Over de vertolkers van Othello, zwart én wit,  kom ik nog te spreken.
De hoofdlijn van het stuk draait om Jago, Desdemone en Othello. 
Jago, vaandrig in het leger onder aanvoering van generaal Othello, is woedend dat hij niet in aanmerking komt voor promotie en smeedt een plan om wraak te nemen op zijn generaal: Othello, de Moor van Venetië. Jago manipuleert Othello door hem te laten geloven dat zijn vrouw Desdemona ontrouw is, wat Othello's jaloezie aanwakkert. Othello laat zich door jaloezie verteren, vermoordt Desdemona en pleegt vervolgens zelfmoord.
Kenneth Branagh als Jago. 
Het gaat bij Shakespeare natuurlijk heel erg om de karakters. Over Jago vond ik dit: 
"Jago is charming, clever, and funny, and great company, and right at the center of the military community on Cyprus, where the army has been sent to deter the Turks from an attack on Venice. He lends a sympathetic ear to everyone as they pour out their problems to him and solicit his help.

What they don’t know is that he is actually the cause of their problems and that the more information they give him, the more ammunition they are supplying him with to be used against them.

The character qualities listed above are all fake. He is, in fact, hypocritical, manipulative, cruel, unsympathetic, vicious, and, in fact, murderous."
Sonya Yoncheva as Desdemona
En over Desdemona vond ik dit: 
"It is difficult to assess Desdemona’s character as Shakespeare presents her as just about a perfect human being. She is, of course, a woman in the position of almost all Elizabethan women – the possession of her father until ownership is passed to another man in marriage. However, she shows a strong independent streak in choosing to defy her powerful father and marry where her heart is rather than where her father’s economic interest lies.

Her speech to the Council shows strength and determination, common sense, and commitment. In her marriage, her vow to honour her husband through thick and thin is carried out to the very end. In spite of that, she is basically innocent and unaware of the dangers of life. She is far too trusting and thus partly responsible for her fate.

She is inevitably a victim of her times, times in which, regardless of her courage and independent spirit, she is destroyed by the men around her."
Laurence Fishburn as Othello… but is he a villain?
En wat kunnen we zeggen over de hoofdfiguur, Othello?
Othello is the main character in Shakespeare’s play Othello. He’s a Christian Moor and the general of the armies of Venice. He’s in a position of power, but his racial background is something that consistently sets him apart from those around him. Additionally, Shakespeare imbued Othello with contrasting features. He’s a strong and skilled fighter, and an eloquent speaker, and a loving partner (at least for a time).

His characteristics, role in society, and relationships with those around him, unfortunately, make it easy for Iago (generally considered to be the true villain of Othello) to manipulate him. Othello eases away from his role as “hero” as Iago poisons his mind against his true love, Desdemona. His eloquence and thoughtfulness fall away, and his jealousy and rage take over. The heart of the play revolves around Iago’s deceit and his manipulation of Othello.


Karakterbeschrijvingen van Jago, Desdemona en Othello haalde ik van DEZE SITE

Het stuk heeft trouwens veel meer personages, die laat ik buiten beschouwing. 

Lijdt Othello aan seksuele jaloezie, Jago lijdt weer aan een ander soort jaloezie, hij meent dat hij recht had op de promotie in het leger, die nu aan Cassio te beurt is gevallen. Cassio werd tot luitenant bevorderd. 
Jago is een schurk, maar wel een van de interessantste schurken - aldus docent Liesje. Hij plant ook een val voor Othello, omdat hij hem, 'De Moor', haat. Die haat is gestoeld op ras en kleur. Huidskleur speelde toen een rol, en nu weer. Othello is een hooggeplaatste generaal in Venetië. Én hij is een Moor, Arabisch. Huidskleur heeft een sociale connotatie. 
Naast jaloezie is manipulatie een thema. Jago manipuleert Cassio, door hem dronken te voeren. Daardoor komt Cassio in een straatgevecht terecht, waarna Othello hem, een getrouwe, ontslaat. Dan adviseert Jago hem excuses te gaan maken bij Desdemona, die hem belooft te helpen. 
Jago misbrukt dat dan weer door te zorgen dat Othello dat samenzijn ziet, en in jaloezie ontbrandt. 

Helaas leidt dit tot feminiscide uxoricide: de vrouw wordt vermoord door haar partner. 

De historische context is ook interessant. Waar komt Othello vandaan?
Columbus had Amerika al ontdekt. 
Vikingen ook daar geweest. De wereld was sterk vergroot, een bron van avontuur en van rijkdom. Imperia werden opgebouwd. 
Rassendiscriminatie bestond toen ook al, net zo goed als het heden ten dage nog bestaat. Even een zijpaadje: Zelfs de onkreukbare Desdemona getuigt van discirminatie. Zo beweert ze: For example, while striving to confront Othello’s suspicions, she could not come up with anything better than the suggestion that her husband was naturally predisposed towards anger and distrust by virtue of his racial affiliation: “You Moors are of so hot a nature that ev­ery little trifle moves you to anger and revenge” (Shakespeare Act IV, Scene I).

Othello was, volgens A.C. Bradley (1904) 'the most painfully, exciting and the most terrible.
Shakespeare Tragedy.
Het werd niet als een gewone tragedie ervaren, want het stuk wekte hele hevige reacties bij het publiek.
De zogenaamde vierde wand wordt voortdurend doorbroken. De weerzin tegen wat daar gebeurt, gaat heel diep.
Patrick Hogan beweert zelfs, dat de discriminatie door witten de kijk van zwarten op henzelf heeft beïnvloed. waardoor zij nu ook zelf met minachting, haat en wanhoop naar zichzelf kijken. 
To ver in de 20e eeuw werd de rol van Othello meestal door een witte man gespeeld, die dan zwart gemaakt was. Eigenlijk verschrikkelijk! Zwarte mannen werden zelfs niet goed genoeg geacht om de rol te spelen! Zie ook de volgende foto's:
Hier speelt Orson Welles Othello, in de film Othello. 
1952.
Placido Domingo speelde Othello in 1979,
Metropolitan Opera production in New York.
Laurence Olivier speelde Othello nog in 1965;
poster
Laurence Olivier als Othello en Maggie Smith als Desdemona in de film Othello van 1965.  
Beeld: Cinetext Bildarchiv/Warner Bros/Allstar
In 1965 was Laurence Olivier een topacteur, en werd zijn rol zeer hoog gewaardeerd. Nu, zo veel jaar later, wordt er min of meer met afgrijzen naar gekeken, omdat de 'zwartgemaakte acteur'  juist alle raciale stereotypen gebruikte. 'Olivier's Othello was always a racially offensive anachronism',  schreef The Guardian in 2024. 
'Grotesque', zo herinnerde de recensent Geoffrey Wheatcroft zich Olivier in die rol. 

'Blackface' was de benaming voor een witte die de rol van een zwarte speelde in de slavernijtijd in Amerika. De rollen stonden bol van de stereotypen. Dit werkte door!

Whitewashing was een term van latere datum, die gebruikt werd om aan te tonen dat zwarten geen kansen kregen voor de rollen die toch werkelijk door hen gespeeld moesten worden. 
De rol van Laurence Olivier als Othello kwam in een tijd dat whitewashing eigenlijk al aan het verdwijnen was.  

Betrof dit alles de uitvoering van het stuk, de historische context is ook belangrijk voor de inhoud van het stuk, Dat speelt zich namelijk af tegen de achtergrond van de Ottomaans-Venetiaanse oorlogen in de late 16e eeuw. Specifiek gaat het over de oorlog om Cyprus, een Venetiaans eiland dat in 1570 door de Ottomanen werd aangevallen en een jaar later werd veroverd. Deze gebeurtenissen vormden een belangrijke inspiratiebron voor het stuk, dat zich deels op Cyprus afspeelt.
Slag bij Lepanto, 1571.
In deze strijd op zee werd behaalden de Ottomanen de overwinning. 
Toch stopte deze strijd verdere expansie van de Ottomanen in de Middellandse Zee, waardoor de westerse dominantie behouden bleef. Het vertrouwen in het Westen groeide dat de Turken, voorheen onstuitbaar, verslagen konden worden.
Venetië was grote belanghebber bij de strijd tegen de Ottomanen, samen met de Kerk, Spanje en andere landen. Er waren grote handelsbelangen. Er was een lange periode van intense vijandigheid tussen de Republiek Venetië en het Ottomaanse Rijk.
Wat een moeilijk rol vervulde Othello dan!

De oorlog om Cyprus:
De val van Cyprus in 1571 - een overwinning voor de Turken - was een grote klap voor Venetië en een belangrijke gebeurtenis in de regio. Dit conflict vormt de achtergrond van het stuk.

De positie van Othello:

Othello is een zwarte Venetiaanse generaal! Dat was een in die tijd ongebruikelijke situatie, en leidde  tot vooroordelen en discriminatie.

De Renaissance:
Het stuk werd geschreven tijdens de Engelse Renaissance, een periode van culturele en intellectuele vernieuwing. Denk ook aan de grotere contacten wereldwijd, die uitwisseling op gebied van handel, kunst en wetenschap bevorderde. 

De positie van vrouwen:

In de tijd van Shakespeare hadden vrouwen beperkte rechten en werden ze geacht gehoorzaam en kuis te zijn.

Militaire cultuur:
Othello's status als generaal is cruciaal voor het verhaal en benadrukt de waarde die in die tijd aan militaire bekwaamheid werd gehecht. Othello dankte dit aan zijn talenten!

Religie en moraal:
Het stuk verkent thema's als christelijke moraal, zonde en vergeving.

Kolonialisme en ontdekkingsreizen:
De Renaissance was ook een tijd van kolonisatie en ontdekkingsreizen, wat invloed had op de manier waarop mensen naar andere culturen keken.

De historische context helpt om de personages, hun motivaties en de thema's van het stuk beter te begrijpen.

Een zeer informatieve site over Othello en andere Shakespeare-drama's, ook met citaten is hier te vinden: ZIE DEZE LINK .

De belangrijkste bron voor Othello is een novelle uit een Italiaans prozawerk, de novellebundel Hecathommithi van Giovanni Battista Giraldi ("Cinzio") uit 1565, het verhaal van een niet bij name genoemde Moor en Disdemona. Aan het oorspronkelijke verhaal van Cinzio voegde Shakespeare een aantal eigen 'ingrediënten' toe zoals de naam Othello, de jaloerse Rodrigo die naar Desdemona's hand dingt, en Brabantio, de woeste, door verdriet overmande vader van Desdemona. Het meest memorabele personage dat hij schiep was echter Jago, die hij van een onbetekenende schavuit in een gewetenloze schurk omtoverde.
Titelpagina uit 1630.

donderdag 10 oktober 2024

Hamlet, Shakespeares tijdloze tragedies, Vrije Academie, Liesje Schreuders, voorjaar 2024.

Engelse editie
Hamlet is de beroemdste, meest gespeelde, meest bestudeerde tragedie van Shakespeare. Er zijn ook veel bekende citaten van die nog steeds in omloop zijn. 

Wie is Hamlet?
Hamlet is een jonge man, een prins van Denemarken, student te Wittenberg (NB: het klooster waar Luther zijn stellingen aan de kerkmuur spijkerde!) Hij gaat altijd gekleed in het zwart, hetgeen zijn melancholisch - zwarte gal! - karakter tekent. Vaak ook wordt hij afgebeeld met een schedel. 
'Alas, poor Yorick, I knew him Horatio.'
De schedel symboliseert het thema vergankelijkheid.

De oudste foto van Hamlet: de acteur 
Herbert Beerbohm Tree, 1892.
Thematiek:
Aan het einde van het verhaal is iedereen dood; dat komt omdat het grote thema thema van dit stuk wraak is.  
Hamlet krijgt aan het begin van het stuk de opdracht van zijn vader de moord op hem te wreken. Hamlets vader verschijnt aan Hamlet als een spook. Zijn vrouw, Gertrude, Hamlets moeder, is nu getrouwd met de moordenaar, Claudius, de broer van Hamlets vader. Het was een laffe moord, Claudius goot vergif in het oor van de slapende Hamlet de Oude. Hij, Hamlet (de zoon) hoort op de troon, niet Claudius!

Wraak was altijd al een heel populair thema. Het zet de plot in werking. Aangezien Hamlet een prins is, gaat het hem om zijn eer! Hij moet zijn oom vermoorden, maar doet het niet; pas aan het eind, en dan nog min of meer per ongeluk. Shakespeare problematiseert de wraak: Hamlet is een denker, hij twijfelt. Zelfs over 'het zijn', of het 'niet-zijn. 
Toneel is eigenlijk een handeling, maar dit stuk is vooral tekst. Zonder actie. Het gaat hier om Hamlets inertie, de traagheid, een van de klassieke zonden. Hamlet wil zekerheid. 
Hij zorgt dat hij zijn oom in de val kan lokken. Per ongeluk vermoordt hij Polonius, in plaats van Claudius. (Polonius is een raadsman van Claudius. Hij is de vader van Ophelia en Laërtes. Bij het afluisteren van een gesprek tussen Gertrude en Hamlet wordt hij door Hamlet neergestoken.)
Hamlet misleidt vervolgens zijn oom, door waanzin voor te wenden. 
De vader-zoon relatie is ook een thema. Tegenover zijn moeder Gertrude gedraagt Hamlet zich raar. Freud baseerde zijn Oedipus-complex mede op de relatie Hamlet-Gertrude. 

Het gaat om eer, of eerlijkheid.... Maar Hamlet liegt de hele tijd. Is het spel, of is hij depressief? Denk aan de monoloog To be, or not to be...

Vorm:

In het toneelstuk zit ook nog een toneelstuk: De Muizenval. 
Een groep toneelspelers komt aan, en gaan een stuk spelen over de dood van koning Priamus. Hamlet vraagt een acteur die achter is gebleven of de groep die avond De Muizenval voor het hof kan spelen met toevoeging van een paar regels die Hamlet zal schrijven. Daarin moet de moord op Priamus duidelijke gelijkenis vertonen met de moord op Hamlets vader. Hamlet zal de reactie van zijn oom observeren. Zo wil hij achterhalen of de geest van zijn vader de waarheid heeft gesproken.
Door dit spel komt de waarheid aan het licht. 

Shakespeares taal:
De taal van het stuk is geweldig, met mooie monologen, pure poëzie. Ook de dialogen zijn prachtig. Peter Verstegen vertaalde ook dit stuk. 
Hamlet, vertaald door Peter Verstegen.
Dit stuk is eigenlijk 'verplichte kost', omdat het een zoektocht is naar de zin van het bestaan. Zoals Peter Verstegen zegt: 'Het stuk der stukken'. 

Waardering: 
Hamlet is niet altijd zo populair geweest, tijdens het Frans Classisisme raakte Shakespeare wat uit de mode. Het ging allemaal te veel 'alle kanten op', de classicisten hielde alles graag gereglementeerd. Er was geen eenheid van tijd, plaats of ruimte, au fond was het maar 'een grof en barbaars stuk dat nooit getolereerd had mogen worden' (Voltaire). Hij noemde het het werk van 'een dronken wilde'. (!)

To be, or not to be, that is the question'. Wat is die question? Een zoektocht? Vraag? Kwestie?
Dit is gewoon leuk.....
(Als het filmpje weg is, zie dan onder deze link: 
https://www.youtube.com/watch?v=23hZQiMoB7A)

Qua vorm zien we weer de blank verse, met een onopvallend jambisch metrum, 5-voet (pentameter)
In de Renaissance bloeide het genre van de tragedie natuurlijk wel. Dat kwam mee met de herleving van de Oudheid, uit die periode stamt de tragedie. 
Het Theater van Epidaurus, het best bewaarde theater uit de Griekse oudheid, was verbonden aan de cultusplaats voor Asclepius, god van de geneeskunde, in het antieke Epidaurus. Datering: 4e eeuw voor Christus. 
Dit theater bestond voornamelijk voor de opvoering van tragedies. De hele gemeenschap ws daarbij betrokken. Zie voor meer informatie over Klassieke tragedieën: IS GESCHIEDENIS:
Na de Grieken zetten de Romeinen de traditie van de tragediespelen voort. Denk aan Seneca, die veel invloed uitoefende op Shakespeare. Verder waren bekende tragediedichters: Aeschylos, Sophocles en Euripides. Wraak was ook bij hen vaak het thema, rond koningshuizen.

Behalve tragedieschrijvers had je ook schrijvers óver tragediën: Aristoteles schreef de Poetica, circa 335 voor Christus. Hierin doet hij onder meer uit de doeken wat een tragedie is. Helaas zijn het losse stukken die overgeleverd zijn, vermoedelijk zijn het college-aantekeningen van zijn  studenten. 
De tragedie definieert Aristoteles als volgt: 

"De tragedie is een nabootsing van een nobele actie. De taal van de verschillende delen van het toneelstuk is verfraaid met ritme, melodie en zang. Deze imitatie wordt getoond door middel van de acties van de personages, niet door een vertelling. Het drama bevat voorvallen die door medelijden en vrees tot een katharsis van deze emoties leiden."

De stukken gaan uitdrukkelijk niet over de gewone man, maar over nobelen, het betreft ook een ernstige handeling. 'De besten van de mensen.'  De term  'spoudaios' valt, die in het algemeen gesproken betekent: ernstig, serieus; kennis van zaken hebbend. De term slaat ook op de uitvoering: de verzen die in uiteenlopende ritmen geschreven waren, en ook de koorgedeelten, werden eerder zangerig dan sprekend gedeclameerd. Ook dat vereist deskundigheid. 
Handelende personen zijn altijd Goden, de adel, de aristocratie. Die hadden in de tragediën maar één fout: de 'hamartia':
Die ziet er gewoonlijk uit als volgt: de held-protagonist, een symbolische voorstelling van de mens, veroorzaakt een fatale storing van de natuurlijke orde. Hij wordt daartoe gedreven door een tragische vergissing of door een psychologisch motief zoals haat of overmoed (hybris). Deze fout, nl. de miskenning van zijn eigenlijke situatie als mens tegenover de godheid, maakt hem tot speelbal van het oppermachtige Noodlot.

Zijn lot wekt medeleven en vrees, en het gehele verloop leidt tot katharsis.
Er is altijd een omslagpunt, de peripateia. Er is géén oplossing, wel soms een deus ex machina. 
Hamlet sterft uiteindelijk zelf ook, er is dus inderdaad geen oplossing. 

De tragedie verdween met de ondergang van het Romeinse rijk. 
Niet het toneel verdween echter, zie de volgende afbeelding uit het Rijksmuseum:
Boerenkermis met een opvoering van de klucht ‘Een cluyte van Plaeyerwater’, Peeter Baltens, ca. 1570
In onze gebiedsdelen was er zeker ook toneel. Zowel serieuze spelen, de zogenaamde mirakelspselen, alsook moraalspelen, denk aan Elckerlyc. Het verschil met de klassieke tragediën is, dat de moraalspelen goed afliepen, het thema wraak past niet in de christelijke cultuur. 
Bij Shakespeare keert juist de tragedie weer terug, onder invloed van de Renaissance-idealen afkomstig uit Italië. We noemen het het Elisabethaans theater, waarvoor ook weer theaters werden gebouwd, zoals in de Oudheid.

Shakespeare schreef 10 tragedies, 13 komische stukken, en 3 historische stukken. Hierin kwam een stuk voorgeschiedenis van de Tudors voor, onder ander King Richard. Verder schreef hij nog 5 'romances',  een ervan was The Tempest.
In totaal 39 toneelstukken.

Hamlet was bijzonder, omdat het het eerste stuk was over de moderne mens. 

Navolgingen:
Agatha Christie baseerde haar stuk The Mousetrap op het toneel in het toneel bij Shakespeares Hamlet.
Poster Agatha Christie's stuk; geschreven in 1952.
Over de tekstoverlevering van Hamlet: 
De tekst is geschreven tussen 1600 en 1602. We kennen hem in gedrukte versie, uit zowel Q1, Q2 en de First Folio (F) uit 1623. Hij beslaat 4042 verzen tezamen goed voor 3½ uur!
Er komen alleenspraken in voor, soliloquies. Die richten zich niet direct tot het publiek, het zijn gedachten die worden uitgesproken. De beroemdste daarvan is To be or not to be.
Koningin Elisabeth 1, Armada-portret.
De tijd waarin Hamlet speelde was de regeerperiode van Elisabeth I, 1558-1603. Zij was de laatste Tudor. King James Jacobus was haar opvolger, het was een roerige overgangstijd. 
Portret van Jacobus I van Engeland (1566-1625)
De Renaissance plaatste de mens centraal, denk aan Leonardo da Vinci: 
Vitruviusman van Leonardo da Vinci, ca. 1490, 
Gallerie dell'Accademia, Venetië (inv. 228)
Bij Elkerlyc (Middeleeuws) was er nog sprake van de exemplarische mens, vanaf nu gaat het om de individuele mens; mens tussen andere mensen. Denk aan Faust (van Christopher Marlowe), Don Quichotte, en dus ook: Hamlet. Je kunt ook zeggen dat ze zowel exemplarisch als individueel waren. 
Keuzes waren niet meer alléén op het hiernamaals gericht, maar ook op het Fortuin, het Lot. Hamlet noemt Fortuin een hoer. 
Fortuna staat naast (tegenover) Virtus (deugd): daadkracht, verantwoordelijkheid nemen. 

Een mooie film-uitvoering lijkt me die met Kenneth Branagh, uit 1996. To be, or not to be, spreekt Branagh uit voor de spiegel. 
To be or not to be, 1996. 

maandag 8 april 2024

Het Beloofde land, George Steinbeck 1971 (1932)

Boekomslag
De oorspronkelijke titel van dit boekje is The Pastures of Heaven. Het zijn verhalen, die met elkaar samenhangen doordat alle personen wonen in een vallei in het westen van Amerika met die naam. Er is ook een centraal punt in de familie Munroe, rond wie zich alle gebeurtenissen afspelen. 
Ik citeer nu een stukje uit Wikipedia:

"In een brief uit mei 1931 aan literair agent legde Steinbeck uit hoe hij de setting en het thematische materiaal voor zijn verhalencyclus bedacht:

Er is, ongeveer twaalf mijl van  Monterey, een vallei in de heuvels genaamd Corral de Tierra [aarden corridor]. Omdat ik de mensen in mijn boek gebruik, heb ik het Las Paturas del Cielo genoemd. De vallei stond jarenlang bekend als een gelukkige vallei vanwege de unieke harmonie die er tussen de twintig families bestond. Ongeveer tien jaar geleden trok een nieuw gezin op een van de ranches. Het waren gewone mensen, slecht opgeleid, maar eerlijk en net zo vriendelijk als wie dan ook. In feite kan ik in hun hele geschiedenis niet ontdekken dat ze een echt kwaadaardige daad hebben begaan... maar aan de Morans ['Munroes' in Pastures ] zat een vleugje kwaad. Iedereen waarmee ze in contact kwamen, raakte gewond. Overal waar ze naartoe gingen ontstond er onenigheid... "
Latere editie van het boek.
Ik vind het lastig om het boek samen te vatten, elk verhaal concentreert zich om een of meer andere personen. Ik onthoud dat allemaal niet. 
Terugblikkend valt wel op, dat er aan verschillende mensen 'een steekje los' is. Eén van de wetenschappers die zich bezig hielden met Steinbecks werk, ziet datzelfde terug in bij voorbeeld Of Mice and Man, waarin ook een krankzinnige voorkomt. In dit boek doet vooral Tularecito, hoofdstuk IV, daaraan denken.  Ik vond dit een van de mooiste verhalen. 
Engelse uitgave.
Overigens speelt in East of Eden, 'het kwaad' als aparte thema ook een prominente rol:  de vrouw van Adam, Cathy. wordt  als een monster beschreven - als een verpersoonlijking is van het kwaad. (Later in de roman iets teruggenomen.) 
Hoe het zij: de verhalen in Het beloofde land zijn heel boeiend om te lezen. Tot nu toe vond ik alles mooi van Steinbeck, ook dit boekje. Het doet trouwens erg denken aan East of Eden, omdat het daar ook gaat om een streek (de Salinasvallei) waar meerdere families samenwonen. Daar is de roman tot één groots geheel uitgewerkt, hier zijn het losse, en toch samenhangende verhalen. 
Een soort voorloper dus. 
Er bestaat ook deze geïllustreerde uitgave van het boek.
De genoemde Wikipedia-site geeft heel veel informatie ook over de plot en de verschillende personages. Daar verwijs ik graag naar. 

Verder verwijs ik nog graag naar DEZE SITE, waarvan ik met instemming dit citaat plaats: 
"Steinbeck's objective narration allows readers to enter the psyche of the characters and to judge the actions and decisions of those characters for themselves. Throughout the book, Steinbeck explores themes familiar to his later works, such as farming in rural America, the importance of landscape, human frailties, and family and marital relationships. He also delves into controversial subject matter such as mental instability and the oppression of Native Americans. He uses the fertile valley named Las Pasturas del Cielo, or the Pastures of Heaven, not simply as a backdrop, but as an entity that plays an integral role in the success or failure of the residents."
John Steinbeck,  1902-1968

zaterdag 6 april 2024

Romeo en Julia, Shakespeares tijdloze tragedies, Vrije Academie, Liesje Schreuders, voorjaar 2024.

 
Romeo and Juliet - Sir Frank Dicksee
circa 1851, Tate Galery
We volgden een serie van 5 colleges over de grote tragedies van Shakespeare. Dat zijn 'the big four', met daaraan toegevoegd Romeo en Julia. De big four zijn Hamlet, King Lear, Othello en Macbeth. 
Er zijn diverse boek- en filmbewerkingen van beschikbaar, en er is ook nog een ballet. namelijk van Prokofiev, met Nourijev en Fonteyn.
Balkon Scene uit Prokofievs Romeo en Julia, 
 Act II,  met Rudolf Nureyev en Margot Fonteyn.
Het toneelstuk is beschikbaar in het Nederlands in een vertaling van Gerrit Komrij. 
Vertaling Komrij uitgave 2010.

Julia's balkon in Verona, Italië
spencer77/Flickr
Liefde is het thema van dit treurspel, gedwarsboomde liefde door de vete tussen de families Montegue en Capulet. Julia is een Capulet, het balkon hangt aan de villa van de Capulets, nog steeds in Verona. 
Het stuk hangt van tegenhangers aan elkaar: liefde-haat, geweld, oorlog, moordpartijen. Het gaat om de jeugd, een bijzondere levensperiode, weer in tegenstelling tot de oudere generatie, die verstrikt zit in onderlinge haat. De jeugd trouwt in het geheim, wetend dat de ouderen hun liefde zullen afkeuren. Maar de vijandschap is zo sterk dat de liefde daarbij niet gedijen kan. Het Fortuin, het Lot slaat toe. Fortuna is een godin, op wie we geen invloed hebben. 

Beeld van de godin Fortuna met een hoorn des overvloeds.

De godin werd  ook vaak afgebeeld met vleugels, of met deze hoorn des overvloeds, ook wel cornucopia genoemd, met scepter en een rad, als symbool voor de veranderlijkheid van het lot. Aan dit laatste attribuut herinnert het hedendaagse Rad van Fortuin.
"I am a fortunes fool", zegt Romeo: hij pleegt een moord, namelijk op Tibold, nadat Tibold Romeo's vriend Mercurio gedood heeft. De jonge mannen zijn 'testosteronbommen', zo lopen ze rond, en zo kan het gebeuren dat in het heetst van de strijd de mannen gaan moorden. Daarmee is het gebeurd met Romeo's vrijheid, hij wordt verbannen en moet vluchten. Er is slechts één liefdesnacht voor hem en Julia mogelijk.
Romeo vlucht naar Mantua. Father Laurent en Julia beramen een plan, ze zetten de dood van Julia in scene, de bedoeling is dat Romeo dat weet, maar dat bericht bereikt hem niet. Romeo pleegt zelfmoord op het graf van Julia. Als zij ontwaakt en de dode Romeo ziet, pleegt ook zij zelfmoord. De familie verzoent zich hierna. 

De tegenstelling is het grote thema, licht tegenover duisternis. Er zitten allerlei dualiteiten in.
Julia heeft meer aandacht voor de donkere aspecten, Romeo voor de lichtere. 
Er zit ook een tegenstelling in de generaties, een generatieconflict. 

Bij onderzoek naar dit stuk is op diverse kanten de nadruk gelegd: de psychologie, sociale omgeving, historische aspecten, hoe het stuk geactualiseerd kon worden, op tekst en poëzie, op de tragedievorm. 

Er zit ook een voorwoord bij: 

PROLOGUE
Two households, both alike in dignity,
In fair Verona, where we lay our scene,
From ancient grudge break to new mutiny,
Where civil blood makes civil hands unclean.
From forth the fatal loins of these two foes
A pair of star-cross'd lovers take their life;
Whose misadventured piteous overthrows
Do with their death bury their parents' strife.
The fearful passage of their death-mark'd love,
And the continuance of their parents' rage,
Which, but their children's end, nought could remove,
Is now the two hours' traffic of our stage;
The which if you with patient ears attend,
What here shall miss, our toil shall strive to mend.

Bij twee families, nobel en gezeten, 
(Verona is ons glanzend schouwtoneel) 
Barst nieuw geweld los uit een oude vete, 
En burgers vliegen burgers naar de keel. 
Uit bloeddoordrenkte lendenen creëren 
De kampen twee geliefden die, misleid 
Door lot en sterren, jammerlijk kreperen: 
Hun dood begraaft de ouderlijke strijd. 
De loop van hun ten dode opgeschreven 
Romance, van rancune die moest duren 
Tot kinderen betaalden met hun leven, 
Toont ons toneel u nu een aantal uren. 
Schenk ons uw aandacht. 
Valt er iets te laken, 
We zullen het proberen goed te maken.

Veel van de stukken van Shakespeare spelen zich af in Italië: dit stuk in Verona, The Merchant of Venice in Venetië, evenals Othello.
William Shakespeare, 1564-1616
door Martin Droeshout (1622)
We weten niet veel van Shakespare, bovenstaand portret is na zijn dood gemaakt. 

William Shakespeare,
portrait associated with John Taylor circa 1610
Shakespeare is geboren in Stratford upon Avon,  en is daar ook gestorven. 
Het huis dat er nu staat is gebouwd/herbouwd in de 19e eeuw. 
Welke talen hij kende is onbekend. De King Edward Grammar School heeft hij bezocht, zoveel is bekend.
Zijn vader was een handelaar in grootgrondbezit, en maakte handschriften. 
Een biografie over Shakespeare is geschreven door Peter Akroid; een iets dunnere door Bill Bryson. 
Peter Ackroyd's Biography. 
Een wat dunnere uitgave van de biografie, Bill Bryson.
Vanaf 1590 werkt Shakespeare in Londen, toen de grootste stad van Europa, met meer dan 200.000 inwoners. Er waren veel nationaliteiten, Italianen, Fransen. 

London Bridge | History, Old London Bridge,
Britannica, lithografie van circa 1500. 
De stad had al een groot handelscentrum, de Tower, St. Paul's en het koninklijk paleis stonden er al. 
Shakespeare begon daar als acteur, al gauw werkte hij ook als schrijver. 

Van zijn werken bestaan geen manuscripten, dus niets met de hand geschreven. Van zevenjaar na zijn dood dateert de zogenaamde First Folio, gedrukt werk op folioformaat. 
First Folio, 1623, uitgegeven door vrienden na Shakespeares dood. 
bijna al zijn werken staan hier in. 
Van de First Folio zijn nog maar een paar honderd exemplaren over, te vinden in musea of bibliotheken. Op het portret staat hij bijna adellijk afgebeeld. Er staat ook een portret op zijn grafmonument, maar eigenlijk zijn we niet zeker hoe hij eruit heeft gezien. 
Grafmonument Shakespeare Holy Trinity Church, Stratford upon Avon. 
Er is veel gegist naar Shakespeares leven, omdat er feitelijk weinig bekend was over hem. Er zijn ook geen getuigenissen over zijn leven. Er is geopperd dat zijn naam een schuilnaam zou zijn, waaronder mogelijk Francis Bacon, Christopher Marlowe, of Edward de Veer zou schuilgaan. 
Behalve de talloze toneelstukken schreef Shakespeare ook nog eens `150 sonnetten, uitgebracht in 1609.
Een voorbeeld is het bekende: Shall I compare thee to a Summer's Day
Shall I compare thee to a summer's day? 
Sonnet 18, voorgedragen door Harriët Water.
Hier vertaald door Peter Verstegen: 

Vind ik jou als een zomerdag zo mooi?
Nee, lieflijker en milder nog ben jij.
De tere meiknop valt aan storm ten prooi,
En al te snel verloopt het zomertij;
‘t Is soms te heet als ‘t oog des hemels schijnt,
En vaak ook wordt zijn gouden teint gedoofd;
Eenmaal wordt alle schoonheid ondermijnd,
Door de natuur of ‘t lot van glans beroofd;
Maar in jouw zomertijd schuilt eeuwigheid,
Die zich jouw schoonheid niet ontroven laat,
In eeuwge verzen rijp jij met de tijd,
Dood pocht niet dat jij in zijn schaduw gaat.
Zolang de mens adem en ogen heeft,
Zolang leeft dit, wat jou nieuw leven geeft.

(William Shakespeare (1564 - 1616))

Volgde nu een stuk over de sonnetvorm, die uit Italië afkomstig was, en hoogtij begon te vieren in de Renaissance. tot vandaag de dag weet die dichtvorm zich te handhaven. Ik laat die technische kant nu maar even buiten beschouwing. Evenals de begrippen Renaissance (Rinascemento: oude teksten uit de klassieke tijden worden opnieuw bestudeerd en vertaald. Tijd van het Humanisme, in oude kloosters worden manuscripten bekeken van vóór het Christendom. 
Botticelli vormt het beginpunt, met de geboorte van Venus. 
Circa 1483, de geboorte van Venus, Botticelli.
Renaissance kenmerkt zich ook door het humanisme, omdat de mens centraal komt te staan, in plaats van God of hiernamaals. Botticelli's schilderij staat daar symbool voor. 

Ook bij Shakespeare staat de mens centraal, na eeuwen van andere aandacht. Het leven mag gevierd worden, rijke stadstaten bieden tegen elkaar op in rijkdom, weelde en schoonheid. Dat gebeurde ook in Londen. 
De novelle komt op. 
Schreuders noemt Bocacio, maar, hier ter zake doende: 
Masuccio Salernitano, 1476; schreef een verhaal over twee geliefden in Siena, precies hetzelfde verhaal als Romeo en Julia.
En in 1530 schreef Luiggi da Porto een Romeo en Juliaverhaal dat zich zelfs ook in Verona afspeelde, het zou waar gebeurd zijn begin 14e eeuw! de namen Tibaldo, Lorenzo komen er in voor, identiek dus aan Shakespeare; ook de familienamen Monteque en Capulet.
Ook in Dantes Divina Comedia komen de namen Montegu en Capulet voor, waar Dante de Purgatoria beschrijft; eeuwige vetes spelen zich daar af.
Met welke teksten Shakespeare bekend was, is niet bekend. In 1554 schreef Matteo Bondello nog een Romeo and Juliet, met extra elementen toegevoegd. Er kwamen ook vertalingen in het Frans en Engels.
Oudst bewaard gebleven amfitheater;  in Verona.
In Nederland bestonden van ouds her geen theaters; opvoeringen vonden plaats op markten of bij/in kerken. Met de Renaissance komt ook het theater op.
Theater Olimpico, Vicenza, Italië.  1580-1585.
photo: philip-brown, CC BY-ND 2.0)
The Globe Theatre, op zuidoever Londen, helft 16e eeuw opgericht. 
Hetzelfde gebouw is nu nagebouwd, 8-hoekig; open in het midden, van hout, met staanplaatsen dicht om het podium heen. 
Foto: https://secretldn.com/the-globe-visitor-guide/
Muziek is er ook volop van Romeo and Juliet: Tsjaikovski schreef een fantasie-ouvertures Berlioz een symfonie, Prokovjev een ballet. Bellini en Gounod een opera. West Side Story is een moderne adaptatie van het Rome en Juliaverhaal. 
Ik was zelf getroffen door de muziek bij de verfilming van Romeo en Juliet uit 1968, de muziek is van Nino Rota. 
Muziek Nino Rota, uitvoerende Harry Mancini.
Hoort bij de film uit 1968 Romeo en Julia, van Franco Zeffirelli. Hoofdpersonen Leonard Whiting en Olivia Hussey.
Er is een prachtige film uitgebracht in 1996:
Trailer film uit 1996, met een heel jonge Leonardo di Caprio.
De First Folio kwam al ter sprake. Het is de eerste complete uitgave van Shakespeares werk. 
Verder bestaan er twee Quarto-uitgaven: een piraten-editie (met verminkte teksten, fouten en lacunes: de zogenaamde Bad Quartet) en een goede. 

De al geciteerde proloog is in sonnetvorm. De tragedie zelf (evenals de andere) zijn geschreven in blank verse. 
Een liefdessonnet zit er ook in, op het bal. Daaruit spreekt, dat Julia meteen beseft wat de verschillen tussen haar en Romeo betekenen.

O Romeo, Romeo, wherefore art thou Romeo?
Deny thy father and refuse thy name.
Or if thou wilt not, be but sworn my love
And I’ll no longer be a Capulet.
‘Tis but thy name that is my enemy:
Thou art thyself, though not a Montague.
What’s Montague? It is nor hand nor foot
Nor arm nor face nor any other part
Belonging to a man. O be some other name.
What’s in a name? That which we call a rose
By any other name would smell as sweet;
So Romeo would, were he not Romeo call’d,
Retain that dear perfection which he owes
Without that title. Romeo, doff thy name,
And for that name, which is no part of thee,
Take all myself.

 (Romeo and Juliet Act II, scene 2) 

O Romeo, Romeo! Waarom ben jij Romeo?
Ontken je vader en verzaak je naam;
Of, als je dat niet wil, bezweer mij dan je liefde,
en ik zal niet langer een Capulet zijn.
Het is slechts je naam die mijn vijand is;
Jij bent wie je bent, jezelf, niet een Montague.
Wat is een Montague? Is het een hand, een voet,
een arm, een gezicht, of enig ander deel
behorend aan een man? O, had je maar een andere naam!
Wat betekent een naam? Dat wat wij een roos noemen
zou met een andere naam net zo zoet geuren;
Zo zou ook Romeo, had hij een andere naam,
even volmaakt zijn als hij nu is.
Romeo, doe weg die naam,
Hij is geen deel van jou, verruil hem
voor alles wat ik ben.

 -vertaling: J. Grandgagnage-
Ik besluit met dit mooie stukje uit de 1996 film, met het sonnet en de prachtige regel 'what's in a name'
Julia had meteen door waar het probleem zat....