dinsdag 15 augustus 2023

De Verrukkingen van Vermeer, Hovo-cursus Drs. Thea Willemsen, voorjaar 2023.

Afbeelding bij de cursus van Thea Willemsen, HOVO.
De cursus bestond uit drie colleges, en was ter inleiding bij de grote Vermeer-tentoonstelling van begin dit jaar in het Rijksmuseum.  
Catalogus, Nederlands, bij de tentoonstelling. 
De kaarten voor de tentoonstelling waren al uitverkocht toen we aan de cursus begonnen. We waren er gelukkig vroeg bij geweest. Ons bezoek hadden we zó gepland, dat we de cursusdagen precies achter de rug hadden. 
Het enige jammere was toen, dat Het Meisje met de Parel toen nét terug was naar het Mauritshuis. Die was maar uitgeleend tot 1 april.
Enfin. 
28 van de 37 werken - Vermeer heeft niet zo'n heel groot oeuvre nagelaten - werden tentoongesteld. Héél bijzonder, zó veel bij elkaar. 

Voor de cursus was een grote collegezaal nodig, veel belangstelling dus. De docent bediende zich van een microfoon. 
Zo'n zaal dus.... 
Johannes Vermeer leefde van 1632 tot 1675. Hij is dus helemaal niet oud geworden. Bij zijn dood liet hij een vrouw en elf kinderen achter....
Hij woonde in Delft. Tegelijkertijd met de tentoonstelling in Amsterdam zou er in Delft een expositie zijn over Het Delft van Vermeer: betreffende tijdgenoten, bronnenmateriaal. Delft is altijd de woonplaats geweest van Vermeer.
Het boek bij de tentoonstelling in Delft, Prinsenhof. 
Vermeer is na zijn dood eerst in de vergetelheid geraakt. Pas met het boek van kunstcriticus Thoré [Etienne-Joseph-] Théophile Bürger (ook wel: Willem Bürger) in 1866, getiteld Musées de la Hollande, Amsterdam et La Haye, veranderde dat, en ontstond er een ware jacht op zijn schilderijen. Daardoor verdween ook veel van zijn werk naar het buitenland. 
Boek dat een doorbraak voor het werk van Vermeer betekende. 
Johannes Vermeer was lid van het LucasgildeZijn oeuvre is opvallend klein. Een schilder als Rembrandt liet bijna tweeduizend etsen, schilderijen en tekeningen na. Vermeer liet slechts vierendertig schilderijen na, en niet één tekening of ets. Na zijn dood in 1675 was hij alleen bekend in bepaalde kringen in Delft en Amsterdam. 
Dit is het Vermeerhuis, Voldersgracht 21, Delft;
Voorheen Sint Lucasgilde.
Meesterschilders waren hier onder anderen de vader van Vermeer, Reynier Jansz Vermeer, Constverkoper (1631), en 'onze' Vermeer, voorzitter, 1653. 
Burger noemde Vermeer 'de Sfinx van Delft', omdat er zo weinig over hem bekend was. Het werd een geuzennaam.
Onbekend is, wie Vermeer heeft opgeleid. In 1653 was hij zelf meester-schilder. 
Het grootste raadsel is misschien nog wel dat hij zo'n klein oeuvre heeft. 
Hij had overigens een duobaan: hij verhandelde ook schilderijen.
Zoals gezegd, overleed Vermeer in 1675. Het Rampjaar 1672 heeft mogelijk invloed op zijn vroege dood gehad: de economische hoogtijdagen verdwenen in één keer. Vermeer verloor zijn handel, raakte ook zijn eigen schilderijen kwijt. 
Die zorgen zorgden voor zijn dood.

Vermeers grootouders kwamen van Antwerpen naar Delft, bij de val van Antwerpen rond 1585. De Spanjaarden namen de stad toen in, een grote uittocht van niet-katholieken volgde. 
Vermeers vader was herbergier, zijn herberg heette De Vliegende Vos, en die bestaat nog steeds. 
Voldersgracht 25, 2611 EV  Delft, 
Herberg De Vliegende Vos, (nog steeds in bedrijf onder dezelfde naam)
Geboortehuis Johannes Vermeer. 
Was in zijn leven een winkel voor kunst.
Het Lucasgilde was hier gehuisvest. 
Vermeers vader was kunstverkoper. In 1641 verhuisde hij naar een andere herberg: De Mechelen, op de Grote Markt. Die is er nu niet meer. 
Er bestond ook een tekenschool vlak bij de vliegende Vos, waar een basis-scholing voor kinderen in de kunst plaats vond. 
Vermeer maakte tronies, als tekenleraar. Hij zal daarvoor veel inspiratie in de herbergen hebben opgedaan. 
Meisje met de fluit;
 is (ook) een zogenaamde tronie, een studie van een opvallend gezicht of een gelaatsuitdrukking. 
Dit was een populair genre in de schilderkunst van de Gouden Eeuw. Tronies werden op grote schaal geproduceerd voor de open markt, niet voor specifieke opdrachtgevers. Anders dan bij portretten waren de modellen altijd anoniem. Ze droegen vaak exotische kleding, zoals het fluitmeisje met haar Chinese hoed.
Dit hier overigens is geen schets, maar een volledig schilderij van Vermeer. Hierover is trouwens veel discussie geweest, of het wel of niet aan Vermeer moet worden toegeschreven. Het Rijks meent van wel, in Amerika denken ze daar anders over. 
 Op 20 april 1653 trouwde Vermeer met Catharina Bolnes. Vermeer was waarschijnlijk calvinistisch opgevoed. Om met Catharina te kunnen trouwen ging Vermeer over tot het rooms-katholieke geloof. Zijn vrome en overtuigd katholieke schoonmoeder, Maria Thins, afkomstig uit een rijke Goudse familie ging met het huwelijk akkoord.
Het Melkmeisje, 1658-1659
Opvallend in dit schilderij ('Een meid die melk uytgiet') is het blauw: ultramarijn, verkregen uit lapis lazuli, een zeer duur pigment. Ook het geel valt op, het is loodtingeel. Was ook een duur pigment. 
Waarschijnlijk is de meid bezig met het bereiden van broodpap, gezien de ingrediënten op tafel. 
We zien verder een uitklapbare tafel. Het licht valt van links, en er is een witte achterwand - al is wit nooit echt wit. 
Andere afbeeldingen van keukeninterieuren:
Schilderij van Hendrick Martensz. Sorgh. 1611-1670; schilderde in de traditie van de Hollandse School. 
Zie vooral het kannenbord. 
Mw. Willemsen laat dit schilderij zien in contrast met Het Melkmeisje van Vermeer. Bij Sorgh zien we veel meer attributen, veel koper vooral. De armen vallen op bij Vermeer, en het gezicht laat veel witte puntjes zien, heeft een ruwe toets, een kenmerk voor de vroege Vermeer:
Detail Melkmeisje. 
Gerard Dou, Meisje dat uien hakt; 1646. Ook een keukentafereel, in contrast met dat van Vermeer. 
Johannes Vermeer begon zijn schildersloopbaan met het maken van enkele historische en een paar religieuze afbeeldingen. 
Van de laatste categorie is bij voorbeeld: Christus in het huis van Maria en Martha.
Circa 1654-1655.
Schilderij hangt in Schotland.
Een ander schilderij met een religieus onderwerp is dat van Sint Praxedis. Vermeer woonde naast de schuilkerk waarin de Jezuïeten gehuisvest waren. Mogelijk heeft hij van deze priesters de opdracht voor dat schilderij gekregen. 
Sint Praxedis, Vermeer. 1655
Diana en haar nimfen; 1654-1655, 
Verhaal uit de Griekse mythologie. 
Schilderij in eigendom Mauritshuis.
Dat het om Diana gaat, is te zien aan het maantje op het hoofd van de tweede vrouw van links: Diana. Zij is de godin van de jacht, en haar attribuut is de maan.
Detail.
De Koppelaarster, Vermeer.
Feitelijk is dit een bordeelscene. Het is Vermeers eerste genrestuk. 
Hij liet dit onderwerp vrijwel direct los, en legde zich bij de genrestukken hierna toe op intiemere situaties. 

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Het tweede college besteedden we aan het interieur bij Vermeer.
Van belang is daarbij te weten, dat de optica als wetenschap bloeide in Delft. Dat genereerde veel aandacht voor zowel perspectief als licht. Daarnaast kwamen geneeskunst en de natuurwetenschappen tot ontwikkeling. 
Voor andere aandachtspunten herhaalt Mw Thea Willemsen: de twee geloven waarmee Vermeer leefde: zijn eigen calvinistische afkomst, en het katholieke geloof van zijn vrouw en schoonfamilie. Bovendien de invloed van de Jezuïeten.
De Gouden Eeuw was trouwens ook zeer van invloed op hem; er ontstond een grote economische en culturele bloei. Vanuit heel Europa kwam men naar Nederland toe.
Portret van Hans Lipperhey in het boek van Pierre Borel: 'De vero telescopij inventore'(1655)
Hans Lipperhey woonde en werkte in Middelburg, maar zijn kennis en kunde als lenzenbouwer werd verspreid. Prins Maurits verkreeg dankzij hem een soort verrekijken.
 Constantijn Huygens Jr, 1628-1697.
Buisloze telescoop van Constantijn en Christiaan Huygens. 
Mw Willemsen staat bij deze ontwikkelingen stil omdat ze van invloed zijn op de manier van schilderen bij Vermeer. 
Maar sowieso was Delft een centrum van onderzoek; denk ook nog aan Anthoni van Leeuwenhoek.
Anthoni van Leeuwenhoek, 1632-1723.
Schilderij van Jan Verkolje
Van Leeuwenhoek fabriceerde zelf een microscoop te Delft. 
De geograaf, Johannes Vermeer, 1669. Soms wordt dit als een portret van Antoni van Leeuwenhoek aangeduid.
Specifieke voorbeelden van mensen die onderzoek deden en invloed hadden op Vermeer:
Evert Hartmansz van Steenwijck, brillenmaker en ontwikkelaar telescoop; zijn zoon was kunstschilder en ook lid van het Lucasgilde. Evert Harmensz van Steenwijck (circa 1597 - 1654) was een tijdgenoot van Van Leeuwenhoek. Hij was tussen 1600 en 1650 de enige brillenmaker in Delft. Hij leverde waarschijnlijk de telescoop waarmee de Oostfriese geleerde Johann Fabricius in 1611 zonnevlekken ontdekte.
Jacob Spoors, buurman; landmeter en notaris. Schreef in 1638 Oratie van de nieuwe wonderen des wereldts, de nuttigheyd, de waerdidigheyd, der wis- ende meetkunsten.  Hij spreekt van gesicht-gereetschap. 
Johann van der Wijck verder; was militair ingenieur, hij leverde lenzen over heel Europa. Bouwde die zelf in Delft; Reinier van der Graaf, arts.

Perspectief werd belangrijk, inzichten ontwikkeld. Denk aan de Camera Obscura. 
Of Vermeer had er zelf een, of anders Van der Wijck, of Van Leeuwenhoek. 
Hoe dan ook kende Vermeer de werking ervan. 
Korte uitleg werking Camera Obscura; voor kinderen.
Door dit instrument te gebruiken kwam Vermeer op ideeën.
Plaatje van de site Kunstvensters.
Zie aldaar ook voor nog meer informatie over Vermeer en de C.O. 
Het Straatje van Vermeer; Rijksmuseum. 
Willemsen stelt de vraag, of deze uitbeelding realistisch was. Het is in elk geval een bestaande plek, namelijk Vlamingenstraat 42.
Ik citeer: 
'In het najaar van 2015 publiceerde Frans Grijzenhout zijn spraakmakende bevindingen over de vermoedelijke locatie van het 'straatje' van Johannes Vermeer. Na diverse bronnen te hebben geraadpleegd, waaronder Legger van 't diepen der wateren binnen de stad Delft, 1667, was hij tot de conclusie gekomen dat het beroemde schilderij van Vermeer gebaseerd moet zijn op de huizen en twee tussenliggende doorgangen. In de tijd van Vermeer stonden die aan de Vlamingstraat, een bescheiden gracht in het oostelijk deel van Delft, waar nu de nummers 40 en 42 staan. Hij had ook vastgesteld dat een tante van Vermeer, Ariaentgen Claes van der Minne, destijds de bewoner was van Vlamingstraat 42.' Zie voor meer informatie: Bulletin KNOB.
Gezicht op Delft, Vermeer, Mauritshuis.
Hoewel ik dit schilderij ook natuurlijk al lang kende, drong de schoonheid ervan nu eigenlijk pas goed tot me door. Op een fotootje als hier komt het niet tot uiting, maar toen ik het groot geprojecteerd zag in de collegezaal (dus nog steeds niet het echte schilderij!) zag ik hoe prachtig de lichtval op de toren en de daken zijn, hoe waarachtig de twee figuurtjes op de kade zijn....
Te zien is de rivier de Schie.
Willemsen vertelt dat het grof geschilderd is, wat schaduw geeft, en reflectie van licht.
Overigens schildert Vermeer géén schaduw! 'Hij laat ons erin geloven', zegt Willemsen. En dat erken ik!
We besteden ook even aandacht aan de signatuur van Vermeer. Op dit schilderij staat die linksonder, op de boot. Vermeer varieerde in zijn signatuur. 
Zo is ie, los van het schilderij en de kleur.
De Geograaf, 1668/9
De Astronoom, 1669.
Het interieur is bij beide geleerden hetzelfde, alsook de lichtinval. Wellicht gaat het zelfs om dezelfde man. Bij de geograaf zien we de globe van Hondius. 

Hemelglobe van 35,5 cm doorsnede door Jodocus Hondius (1563 - 1612), Amsterdam, 1600
Scheepvaartmuseum.
Aardglobe Hondius, 1600.
Dergelijke attributen hadden ook symbolische waarde: de hemellichamen waren uiteraard verbonden met God. 
Beide heren denken trouwens na: wordt het contemplatieve leven uitgebeeld, tegenover het actieve?
Vervolgens vergelijkt Willemsen deze schilderijen met een van Cornelis de Man, met de titel: Geleerde in zijn studeerkamer
Ik heb het niet terug kunnen vinden, onder Cornelis de man (ook uit Delft, Lucasgilde) vond ik wel onder andere dit schilderij met als titel: Portret van een schrijver. 
Cornelis de Man, Portret van een schrijver. (= Geleerde in zijn studeerkamer??) 
'Geen lichtval, vlak.'
(Als ik ten minste het goede schilderij heb gevonden. :-) )
Terugkomend op Vermeers geograaf en astronoom: impliciet wordt de grootheid van Gods schepping benadrukt, óók door de wetenschap. 
Dat die geloofsovertuiging een rol speelt in Vermeers werk, haalt Willemsen uit het boek van Gregor Weber, Geloof, licht en Reflectie. 
Gregor Webers boek.
Gregor Weber was hoofd van de afdeling beeldende kunst in het Rijksmuseum. Hij was ook medesamensteller van de tentoonstelling Vermeer. Ik meen te weten dat hij na deze tentoonstelling met pensioen is gegaan. 

Weber vertelt in zijn boek, dat Vermeer woonde in het zogenaamde 'papenkwartier': het rooms-katholiek deel van Delft. Vermeer woonde zelfs naast de Jezuïeten, die een schuilkerk hadden voor 700 gelovigen. 
De meisjesschool werd geleid door Jezuïeten, Vermeer had 8 dochters die daar naar school gingen. Twee kinderen van hem waren naar R.K.-heiligen vernoemd, Franciscus en Ignatius. Zijn vrouw en schoonmoeder waren katholiek, het lijdt geen twijfel of deze religie speelt door in het werk van Vermeer. 
Vrouw met weegschaal, 1664.
Op het schilderij aan de muur wordt het laatste oordeel uitgebeeld. 
Bij het laatste oordeel weegt de aartsengel Michaël de zielen met een balans. Links worden de barmhartigen in het paradijs opgenomen, rechts worden de verdoemden naar de hel gestuurd.
Hier bij Vermeer staat de vrouw op de plaats van Michaël: in het midden. Michaël is weg. Er is dus wel een duidelijke verwijzing naar een religieuze betekenis. 
Het kleed op de voorgrond heet een repoussoir; Vermeer gebruikt dat vaker. Het is bedoeld om diepte te creëren.
Pieter de Hooch; ook: Vrouw met Weegschaal. 1664.
Vermeer schilderde zijn schilderij met hetzelfde onderwerp na dit: in 1665. Hij kan het gekend hebben, via de kunsthandel die de familie ook dreef. 
Vrouw met parelsnoer, circa 1665. 
Een detail is, dat de stoel van de geograaf hier weer te zien is. 
Inhoudelijk valt op, dat achter de vrouw op een originele versie van dit schilderij een landkaart te zien is. Die heeft Vermeer overgeschilderd. 
Ze staat voor een spiegel, en is enkel bezig met haar uiterlijk. 
Weber houdt het erop, dat het licht van de witte muur God (het goddelijk licht) voorstelt. De vrouw met haar spiegel en poederkwast kan God niet gewaarworden. 
Ter vergelijking: vrouw staande voor de spiegel, van Frans van Mieris, 1662.
Weber spreekt van een 'gelovige ruimte'. Vermeer hing het katholicisme aan, middels zijn connectie met de Jezuïeten. 
Allegorie op het geloof, circa 1672.
Hier zijn weer allerlei symbolen terug te vinden die verwijzen naar de godsdienst. Wat dat betreft is het boek van Cesare Rippa verhelderend, want daarin zijn alle vaste symbolen terug te vinden.
Dit is een mode, Engelse heruitgave, eigenlijk meer een samenvatting, van Rippa's Iconologia. De oorspronkelijke Iconologia is van 1593.
Terug naar de Allegorie:
We zien de symbolen: appel, slang, wereldbol onder de voet, de zondeval die opgeheven is door Christus'kruisdood.
De glazen bol weerspiegelt de hele wereld, dat wil zeggen: Gods grootheid. 
Detail, de glazen bol uit de Allegorie. 
De Kantwerkster, circa 1670.
Werkzaamheid is een deugd, volgens de Jezuïeten. 
Zij hielden zich ook bezig met de camera obscura, mogelijk hadden ze er ook een in bezit. Alles heeft op dit schilderij een vaag effect, dat komt door het gebruik van de camera obscura. Alleen het kantwerk zelf is heel duidelijk. 
Detail kantwerkster.
Over het interieur bij Vermeer: 
We gaan nu na, welke objecten die Vermeer schildert (of gebruikt), had hij ook daadwerkelijk in zijn bezit? 
Het schilderij met het Laatste Oordeel bijvoorbeeld? Ik weet het antwoord hierop niet. Wel vond ik deze inventarislijst, (ik vond het Laatste Oordeel hier niet) waarop bij voorbeeld te lezen is, dat de twee Spaanse stoelen die vaak terugkeren (met de leeuwenkoppen) inderdaad in zijn bezit waren. Ook het schilderij met Christus aan het kruis (Allegorie op het geloof) was van hem. 
Signatuur op inventarislijst. Vermeer en Catharina Bolnes. 
Brieflezende vrouw aan het raam.
Dit schilderij van Vermeer is gerestaureerd in Dresden. Links is het resultaat te zien van na de restauratie. Na Vermeers dood was het schilderij met de cupido overgeschilderd. Die verflaag is weggehaald, tevens komen de kleuren van het schilderij nu beter uit.
De stoel was van hem, het kostbare kleed is mogelijk geleend. 
Puntjes verf suggereren de lichtval. 
De cupido verwijst naar de brief.
Detail brieflezeres; puntjes verf die lichtval suggereren. 
Gerard Houckgeest; ook lid Lucasgilde. Schilderij 1654.
Interieur oude kerk te Delft met trompe l'oeil 
Vergelijk het gordijn in het schilderij van de brieflezende vrouw hierboven. 
Otto van Veen, Embleem uit 1618:
Inconcussa Fide, oftewel Oprechte Liefde.
Te zien is dat Cupido hier met de voet op een masker stapt. 
Terug naar de brieflezende vrouw met de cupido op de achtergrond: het gaat om waarachtigheid.
Het schilderij met cupido kwam ook voor in de inventaris. 
De Onderbroken Muziekles
Hier op de achtergrond ook een cupido. En de Spaanse stoel.
Het vogelkooitje is waarschijnlijk niet echt des Vermeers. Nergens gebruikt hij dit attribuut. 
Staat het voor de maagdelijkheid van de vrouw? 
Ook bij deze staande vrouw aan het virginaal zien we het cupido-schilderij op de achtergrond. 
Landkaarten treffen we ook aan in de interieurschilderingen van Vermeer, Landkaarten waren een kostbaar bezit, hij had ze dan ook niet zelf in bezit. 
De Soldaat en het Lachende Meisje; met landkaart (het noorden zit rechts)
Brief lezende vrouw iu het blauw; aan de muur weer een landkaart.
De vrouw draagt een beddejak, wat wijst op intimiteit.
Vrouw met waterkan: kaart van Europa aan de wand.
Jonge vrouw met luit; opnieuw een landkaart erbij. 
Een andere luitspeelster: van Frans van Mieris.
1663.
De marmeren vloer bij Vermeer is verzonnen. Zijn schilderij 'vertelt', er is eenvoud, en een bijzondere lichtval.
Allegorie op de schilderkunst, circa 1667.
Dit schilderij was niet te zien op de tentoonstelling.
Zelfportret in het atelier; Michiel van Musscher, 1673.
Het zou vanwege de attributen dezelfde schilder kunnen zijn als op de Allegorie van de schilderkunst van Vermeer.

0-0-0-0-0-0-0-0-0
Laatste les, 31 maart 2023. 
Dit is het boek Het Delft van Vermeer. Het was een uitgave bij de expositie in het Prinsenhof te Delft, bijna gelijktijdig met de grote Vermeer-tentoonstelling in het Rijksmuseum. 
Aan de orde in deze les komt nu wat Vermeer onderscheidt van tijdgenoten. Vermeer beoefent de genre-schilderkunst: dat zijn schilderijen met voorstellingen uit het alledaagse leven. In deze kunstvorm is het aantal onderwerpen zeer gevarieerd, maar toch zijn er meerdere vaak terugkerende thema's te onderscheiden: huiskamer- en salontaferelen, keukenscènes, markten en herbergen en voorstellingen van figuren uit diverse beroepen. De afgebeelde personen waren meestal anoniem. 

Vergelijken we nu bij voorbeeld de Vrouw met de Weegschaal, van Pieter de Hooch en die van Vermeer, dan zien we bij De Hooch als typerend kenmerk: het doorkijkje. De strekking bij Vermeer is heel anders. 
Er valt ook een verschil waar te nemen tussen de Allegorie op de Schilderkunst, en het Zelfportret in Atelier van Musscher. Bij Vermeer is het een allegorie, Musscher geeft puur een zelfportret. 

Hoe was het kunstzinnig klimaat ten tijde van Vermeer in Delft?
We zagen al dat hij lid was van het Lucasgilde. Er ging daar veel invloed van uit door collega-schilders. Maar ook door de handel in kunst, die zijn vader dreef. Verschillende stijlen oefenden hun invloed op hem uit, zowel door rijken, als door gelovigen. 
De hele cultuur centreerde zich sowieso in het westen, in Noord- en Zuid-Holland. De rijkdom van toen in die gewesten werd overigens lang niet altijd aan schilderijen besteed, zilver of damast waren toen méér waard dan schilderijen. Wel deden bepaalde landschapsschilderijen het goed. Ook daarin zat een boodschap.
Dat alles in het verlengde van de emblemata: de 'praatjes bij plaatjes'. De handeling daarop lijkt alledaags, de situering niet. Objecten worden zorgvuldig gekozen door de schilder. 

In Dordrecht had je Nicolaas Maes, Samuel van Hoogstraten. In de andere gewesten bloeiden Amsterdam, Deventer, en Delft - met hun eigen kunstenaars of andere cultuurdragers. Gerard Dou uit Leiden was een 'grootverdiener.
In het Delft trad op de helft van de 17e eeuw een verandering op. Kunstenaars kwamen en gingen. De architectuurschilderkunst bloeide, er ontstonden veel afbeeldingen van de Oude en de Nieuwe Kerk. 

Een overzicht van schilders midden 17e eeuw: 
Delft 1654: buskruitmagazijn ontploft. Carel Fabritius sterft.
De Schildwacht, Carel Fabritius. Fabritius is vooral bekend vanwege het Puttertje; ik vind bovenstaand schilderij zo mooi. Het dateert van 1654, kort voor zijn dood. 
Fabritius is geboren in Midden-Beemster. 
Het springen van de kruittoren te Delft, 12 oktober 1654, door 
Egbert Lievensz. van der Poel.
Fabritius werd onderwezen door van de Poel; verder door Emanuel de Witte, 
Emanuel de Witte, Interieur Oude Kerk Delft, 1650.
Hendrick Cornelsiz. van Vliet, 1650 interieur Nieuwe kerk. 
Carel Fabritius vormt met Rembrandt en Vermeer een categorie apart.
Dat ligt aan het perspectief en de kleuren in zijn schilderijen; de helderheid en schaduwen.  Fabritius had geen expliciete boodschap.   
Arnold Bon (vóór 1634 - Delft, begraven 1691 was een Delfts uitgever en drukker.
Hij gaf het beroemde boek Beschryvinge der stadt Delf van Dirck van Bleyswijck uit (deel I 1667; deel II 1680), waarin hij een lovend gedicht over Johannes Vermeer en Carel Fabritius opnam.
Tronie Vermeer, meisje met de rode hoed. 
Studie van een jonge vrouw, Vermeer.
Meisje met de sluier; zij kijkt de beschouwer heel gericht aan. 
Schilderij in New York. 
Meisje met de fluit.
Wij aanvaarden dit als een echte Vermeer, de kunsthistorici in Washington niet. 
Meisje met de parel is ook een tronie, geen portret. 
Een tronie geeft een overdreven of karakteristieke gezichtsuitdrukking weer. Deze werken waren niet bedoeld als portretten of karikaturen, maar als studies van uitdrukking, type, fysionomie of een interessant personage zoals een oude man of vrouw, een jonge vrouw, de soldaat, de herderin, de oosterling of een persoon van een bepaald ras. 

Toen Vermeer dit meisje schilderde was zijn oudste dochter 13 jaar. Dat hij haar geschilderd zou hebben hier, is twijfelachtig. 
De parel is niet echt, het is een glasparel. Echtte parels kon Vermeer zich niet permitteren. 
Anthonie Palamedesz, Vrolijk Gezelschap, 1632.
Genrestuk, lijkt niet op een Vermeer. 
Het glas wijn, 1658-1660. Een typisch genrestuk van Vermeer. 
Het gaat hier om moderne hofmakerij. 
Genrestukken werden gemaakt voor burgers, ze waren klein, i.c. 65 x 77 cm. 
De wijn drinkende dame (prachtig, hoe dat gezicht verdwijnt in het glas) wordt bediend door heer.
In het raam zien we het wapen van de buskruitfabriek. 
Detail het glas wijn. 
Hier nog een genrestuk met hetzelfde thema: hofmakerij. Nu dame met 2 heren. 
In het raam hetzelfde wapen van de buskruitfabriek. 
Ter vergelijking: hier de drinkende vrouw van Pieter de Hooch
Met het voor De Hooch kenmerkende doorkijkje.
Zowel brieven als de liefde - of beide - waren moderne onderwerpen in de tijd. In Noord-Nederland waren de mensen hoog geletterd geraakt, door de Bijbelkennis. 
Brieflezende vrouw in het blauw. 
Op tafel staat een juwelenkistje uit Goya, India. Dit is dus een element van buiten Delft. 
Schrijvende vrouw met haar dienstbode; dienstbodes hadden vaak een bemiddelende rol in de liefde. 
De liefdesbrief, Vermeer.
Met waarschuwingen tegen promiscuïteit. 
Vermeer heeft ook een aantal schilderijen met muziekinstrumenten geschilderd: 


Zie verder boven de instrumenten op: het meisje met de fluit, de luit spelende vrouw, de liefdesbrief, de onderbroken muziekles, en de wijn drinkende vrouw. 
 
Licht wordt steeds belangrijker aan het eind van Vermeers leven. 
Abbie Vandivere, restaurateur Mauritshuis

Abbie Vandivere heeft als restaurator bij het Mauritshuis hier (o.a.) onderzoek naar  gedaan:

Ik citeer: 

"Het verschil tussen een vroege en een late Vermeer is heel goed te zien in de details. Zoals op de foto te zien is in de mouwen van de vrouwen. Links een detail uit het vroege werk ‘Dianne en haar nimfen’ en rechts een later werk ‘De schrijvende vrouw’. In het vroege werk is de mouw heel vloeiend en zacht geschilderd en in het late werk heeft de mouw een blokkige, geometrische stijl. In zijn late werk creëert hij diepte door licht en donker heel duidelijk van elkaar te scheiden. Vermeer schilderde dus steeds scherper en steeds strakker. Alles om nog gedetailleerder te werk te gaan.”


0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Tot zover de cursus.
Hierna gingen wij naar de tentoonstelling Dichter bij Vermeer, waarvoor we al maanden tevoren kaarten hadden gereserveerd.
Catalogus Rijksmuseum Vermeer
Helaas was dat nét in april, per 1 april verhuisde Het Meisje met de Parel weer naar het Mauritshuis.... 
Maar goed, het Rijks: Alles was uitverkocht, het was bere-druk. Om daar een indruk van te geven besluit ik met wat impressies van de hoofden die er vóór de schilderijen bleven 'hangen'. Ja, ook die van ons…. 






dinsdag 8 augustus 2023

De blinde uil, Sadegh Hedayat, 1957 (2018)

 
Boekomslag
Ik kan me niet herinneren hoe ik op dit boek gekomen ben... Even dacht ik, dat ik het gevonden had in The Outsider, van Colin Wilson. Want ja, de verteller in dit boek is zéker een outsider....
Colin Wilson, beschrijft het fenomeen Outsider in de letterkunde aan de hand van talloze voorbeelden, te beginnen met L'Enfer, van Henri Barbusse. 
Maar nee, terugblikkend in The Outsider tref ik nergens Sadegh Hedayat aan...
Helaas, wie mij op hem en op dit boek geattendeerd heeft, ik weet het niet meer. 
Hoe dan ook: ik heb het bij de bieb geleend, en het duurde even voor ik het kon waarderen. Aanvankelijk stootte het negatieve mij erg af... Maar dat veranderde later tóch in interesse. 
Dit boek heet te horen bij de wereldliteratuur, en dat is wat mij betreft terecht, misschien juist wel omdat Hedayat zo uiterst prachtig schrijft over zijn inktzwarte belevenissen. 
In feit zijn het twee verhalen in dit boek; beide keren komt er een moord in voor op een jonge vrouw. - Die overigens nooit zal hebben plaats gevonden, de ik-figuur lijdt aan hallucinaties, is verslaafd aan opium en alcohol; hij ziet visioenen. Wat echt is en wat innerlijk beleefd is, is niet te scheiden. Hij lijdt enorm aan angstgevoelens. 

Hedayat pleegde uiteindelijk zelfmoord in een pension in Parijs; hij vergaste zichzelf.
Auteur Sadegh Hedayat, 1903-1951
Toen ik nog bezig was het boek te verfoeien, schoot ik wel een aantal keren in de lach om zijn beeldende taalgebruik. Zo bij voorbeeld 'de kus die smaakt als het uiteinde van een augurk'. 
Soms ook trof me een zin, zoals deze: "De nacht ging er op zijn tenen vandoor."
Wat op mij ook 'literair' werkte - maar niet in de verkeerde zin, als dat het 'gemaakt' was - eerder juist dat het een indringend effect op me had - was het terugkeren van bepaalde uitdrukkingen. Een voorbeeld is de al eerdergenoemde smaak van het uiteinde van de augurk. En de lach die nu en dan klinkt: 'Een valse, bijtende lach die je de stuipen op het lijf joeg.' Het zijn de straatventer, de slager, maar ook de ik-figuur zelf die die lach laten klinken. 
Ook herhaald wordt de linker vinger in de mond, de vrouw ('die slet') bijt op de nagel van die vinger. De huid heeft vaak 'de kleur van het vlees in de vitrine van de slager. Zijn vrouw én háar broer hebben schuinstaande, Aziatische ogen. 
Plaatje uit Rayy, stad nabij Teheran. Hedayat noemt Rayy een paar keer.  Dit hier is een Zoroastrische vuurtempel. 
In het begin vertelt hij, dat hij móet schrijven, en zijn verhalen vertelt aan zijn schaduw op de muur. Voor de rest kan het hem niet schelen, wat mensen mogelijk over hem zullen denken, hij wil zijn schaduw precies vertellen wat hij heeft meegemaakt, gedacht, gedroomd... Aan het einde van het tweede verhaal heeft de schaduw de vorm van een uil. Een uil heeft in de Perzische cultuur de symbolische betekenis van 'onheil'. 

De figuren die een rol spelen krijgen niet echt een gezicht, en ze lijken ook allemaal erg op elkaar. Denk ook aan die bijtende lach. Ook dragen de mannen een tulband en een schouderdoek; wit borsthaar komt tevoorschijn. 
De ik-figuur leeft van het beschilderen van pennekokers - in het begin alleen, later is hij vooral ziek - en daarop schildert hij dat figuur (onder een cipres), met de jonge vrouw die hij ten slotte vermoordt en begraaft. Een kruik met wijn wordt in he tweede deel en kruik wijn met vergif erin. 
In het nawoord van de vertaler Gert J.J. de Vries lezen we:

'(....) Er is slechts één werkelijke hoofdpersoon en dat is de verteller. Alle anderen zijn schimmen; abstracties zonder gezicht of stem, die louter genoemd maar nooit beschreven worden. (..... het zijn) extensies van de verteller zonder eigen identiteit, die allemaal op elkaar lijken en allemaal met de dood te maken hebben. Archetypes uit ons eigen onderbewuste.
Hedayats opvattingen over het menselijk bestaan zijn pikzwart. 'De mens is eenzaam en hulpeloos. Hij leeft in een vijandige wereld waarin hij niet thuishoort. Dat weet hij zelf ook: dat kun je aan zijn gezicht zien.'

De mensen om hem heen benoemt hij steeds als 'het gepeupel', zijn vrouw is steeds 'die slet'. Niets deugt, wat heel veel zegt over hoe hij zich voelt in de wereld. 
Hedayat wordt vergeleken met Kafka, en nog een paar groten. 
Zijn wijnkruik van zijn vader geërfd komt ook uit Rayy. 
Rayy is inderdaad bekend om zijn aardewerk, deze kruik is 12e eeuws. 
Dit boek is fascinerende, zwarte poëzie, en is onthullend over de donkere kant van de mens. 
Tzum geeft een mooie recensie. Ook in Literair Nederland valt nog wat meer informatie te halen. 
Waarom de uil blind is, is niet duidelijk. Mogelijk omdat het een nachtuil is, doet de duisternis hem niets anders zien dan duisternis? Ik opper maar wat, echt aanwijzingen geeft Hedayat niet. 
Ik citeer in dit verband wel een sleutelpassage, aan het eind van het boek: 

'Mijn schaduw op die muur had aanzienlijk helderdere en preciezere vormen aangenomen dan hoe mijn werkelijke gestalte eruitzag. Mijn schaduw was echter dan mijn bestaan geworden. Zouden die straatventer, de slager, Nandjoen (zijn voedster, tevens de moeder van zijn vrouw, die ook zijn nicht was, AdW) en die slet van een vrouw van mij soms allemaal schaduwen van mij zijn; schaduwen waartussen ik gevangenzat? Ik voelde me op dit moment een nachtuil, maar het klaaglijke geluid dat ik had willen maken bleef in mijn keel steken en spuugde ik uit in de vorm van klonters bloed. Misschien lijden nachtuilen aan een of andere ziekte, waardoor ze net zoals ik denken. Ja, mijn schaduw op de muur had nu precies de vorm van een uil aangenomen, die voorovergebogen nauwlettend meelas wat ik schreef.'

En dan treft me wéér zo'n prachtige zin, óók een kernzin: 
'Zachtjes begon de dood zijn melodie te neuriën, zich steeds herhalend als een stotteraard die elk woord opnieuw moet zeggen en die, zodra hij een bepaald gezegde helemaal heeft afgemaakt, meteen weer van voren af aan begint. De dood neuriede zijn melodie, die zich als een zaag klaaglijk jankend in mijn lichaam kerfde, en volume toenam en toen abrupt tot zwijgen kwam.'
Ook De Groene geeft een verhelderend, mooi artikel. Met nog enige achtergrondinformatie over Hedayat. 
Filmpje over wat precies Kafka-esk is. 
Hedayat zei dat hij beïnvloed was door Kafka, en schreef ook over hem. 
Het geeft zijdelings ook informatie over Hedayat, in het bijzonder over zijn gevoel niet op zijn plaats te zijn in de wereld, zijn angsten en de absurditeit van het leven. 

zondag 6 augustus 2023

Sunless Shadows, Mehrdad Oskouei, 2019.


Filmposter
In een Iraanse jeugdgevangenis zit een groep minderjarige meisjes hun straf uit voor een zware misdaad: de moord op hun vader, hun echtgenoot of een ander mannelijk familielid. 
Hier is te zien dat ze onderling nog best plezier kunnen hebben. 
De bijzondere band die filmmaker, Mehrdad Oskouei met hen opbouwde, is voelbaar in observaties van openhartige onderlinge gesprekken en speels gestoei, en privé-momenten waarin ze vertellen over de gevolgen van, en soms de redenen voor hun daad.
Slaapzaal; er is ook een baby'tje, Mohammed.
Soms laat hij hen alleen met zijn camera, die zij dan gebruiken om zich te richten tot hun overleden slachtoffers of hun medeplegers – drie van de meisjes pleegden de moord samen met hun moeders, die in een andere gevangenis hun executie afwachten. 
Een van de vrouwen op bezoek bij haar moeder. Een opvallend hechte band. 
In tegenstelling tot de veel troostelozer situatie van deze moeders, hangt in de woonvertrekken van de meisjes – een gezamenlijke cel die aanvoelt als een grote meisjesslaapkamer, een leslokaal en een groene binnenplaats waar een nestje eendenkuikens rond waggelt – een bijna zorgeloze sfeer. Gaandeweg begint het te dagen dat deze gesloten vrouwenwereld niet alleen een gevangenis is, maar ook een plek die haar bewoners afschermt van een samenleving waarin mannen op vaak agressieve wijze de dienst uitmaken.
Mehrdad Oskouei, geboren 1969.
Hier gewoon bezig met de was.
Ik kon me levendig voorstellen dat deze vrouwen hun gruweldaad begingen. Ze werden soms met kettingen geslagen - om maar één ding te noemen. 
Hun broers kozen onvoorwaardelijk voor hun vader. Ze wilden niets liever dan dat hun moeder, die haar man vermoordde, terechtgesteld werd, 
De regisseur benaderde de vrouwen heel voorzichtig. Ze konden ook zelf de camera instellen als ze alleen waren; dat vergemakkelijkte het praten. 
Trailer
De film is opgenomen in Iran, en uitgekomen in Noorwegen

Demian, Hermann Hesse, 1919.

 
Boekomslag

Motto van het boek is: 

Ik wilde immers alleen dat trachten te leven wat uit mijn binnenste opwelde. Waarom was dat zo moeilijk?

Het boek had me aanvankelijk heel erg te pakken. Het begon met de eerste ontmoeting van Sinclair met Max Demian.
Sinclair groeide heel beschermd en gelukkig op in het huis van zijn ouders, samen met zijn zussen; alles was er even sereen, vriendelijk en schoon. 
Toch ontdekt hij in zichzelf een heel andere, duistere kant. Wat moet hij daarmee aanvangen? Hij kan er 'niet mee thuis komen'. 
Titiaan, Kaïn doodt Abel, 1542-44
Het gebeurde, doordat een klasgenoot hem in zijn macht kreeg, Franz Kromer. In het klein gebeurt er wat er met mensen gebeurt die in de greep van de maffia komen: in ruil voor 'voorrechten' ben je je hele vrijheid kwijt, en moet je je 'hulpverlener' allerlei diensten (geld!) bewijzen. Sinclair gaat er door stelen en is zijn heilige rust thuis kwijt. 
Dan verschijnt Max Demian ten tonele, werkelijk een redder in de nood. Hij komt haast als een engel (demon!) over. Demian ontlokt Sinclair het geheim van de vervelende jongen Kroger. Hij 'doet' iets met (beïnvloedt, iets spiritueels) Kroger, waardoor als bij toverslag de hinderlijke chantages ophouden. Zo wordt Sinclair bevrijd van zijn kwelgeest. 
Sinclair bedankt Demain eigenlijk niet; hij ziet hem ook lange tijd niet terug. Wel neemt hij een wijsheid van Demian mee: over het Kaïnsteken. Dat vind ik een lastig stuk. Het voert terug naar het Bijbelverhaal, waarin God Kaïn voorziet van een teken op zijn voorhoofd, omdat hij gemoord heeft. 
De naam Demian verwijst naar 'demonen'.
Het leger van superwezens (demonen) - uit het Saugandhika Parinaya-manuscript
Hier zijn ze dus niet 'slecht'. 

Ik vond deze interpretatie op Spark Notes
Het teken van Kaïn
Het teken van Kaïn speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van Sinclair. Demian's alternatieve verklaring van dit kenmerk als een kenmerk van onderscheid, in plaats van schaamte, is de eerste serieuze intellectuele uitdaging die Sinclair's christelijke overtuigingen ooit hebben gekregen. Als adolescent herinnert Sinclair zich vaak deze interpretatie en het gesprek waarin het werd aangeboden, en put er veel troost uit. 
Het motief reikt verder dan het Bijbelse Kaïnsteken. Demian vertelt Sinclair vaak dat hij een bepaald merkteken draagt, hoewel het op verschillende momenten min of meer zichtbaar is. Evenzo herkent Frau Eva Sinclair onmiddellijk nadat ze hem heeft ontmoet, vermoedelijk vanwege dit merkteken. Dit merkteken is bedoeld om Sinclair als speciaal te onderscheiden, net zoals Demian het merkteken van Kaïn interpreteert om zijn superioriteit aan te geven. Dit motief belicht Sinclairs karakter - het stelt hem voor als anders en laat zien dat dit verschil zeer verschillende morele waarden met zich meebrengt voor verschillende mensen. 
De kwaadwillende meneer Hyde van Dr. Jekyll en Meneer Hyde is door Jungiaanse analyse gezien als een schaduwfiguur.
In wezen is Sinclair ook zo'n 'gespleten persoonlijkheid'. 
(Foto Henry Van der Weyde (1838-1924; London, England)
De onderwijzer op school en Demian verschillen in hun interpretatie van het Kaïnsteken, en net zo verschillen de reguliere samenleving en Demian in hun mening over Sinclairs anders-zijn. 
Demian heeft het Kaïnsteken, en ook zijn moeder, Frau Eva. Sinclair draagt het ten slotte ook. 

Op de genoemde site Spark Notes staat een prachtige samenvatting van het boek, een overzicht van de karakters, motieven en symbolen. 
Er is ook interessante informatie terug te vinden op deze (eveneens) Engelse site: Analyse van Hermann Hesses Demian.
Faust en Mefistofeles, schilderij van Eugne Delacroix, 1827 
Bron: Wallace Collection, Wikimedia. 
Faust met zijn demon.
Ik probeer nu in mijn eigen woorden verder te vertellen:
Hesse wil vertellen, dat het christelijk geloof alléén niet voldoende is om een goed, volwassen mens te worden. Met alléén maar het goede in gedachten verwaarloos je een groot stuk in jezelf. Dat hoort er ook bij! 
Pistorius, de organist, heeft ook een tijd lang veel invloed op Sinclair. Maar uiteindelijk vindt Sinclair niet voldoende bij hem, Pistorius heeft te veel boekenwijsheid, is puur rationeel. 
Een beetje merkwaardig vond ik wel de liefde van Sinclair voor vrouw Eva: het is de moeder van Demian, die al een oudere vriend was; en Sinclair vindt daar behalve een leidende figuur, met mannelijke en vrouwelijke trekken, ook een geliefde in. Enfin, het moeten symbolen zijn, mogelijk is er ook verband met de archetypen van Jung.... 
Hermann Hesse, 1877-1962
Het slot is buitengewoon mooi, en geeft denk ik ook wel weer een sleutel (naar innerlijke volgroeiing):
Sinclair is gewond geraakt als luitenant in de Eerste Wereldoorlog. Als hij in het lazaret ligt, ligt opeens Demian op het matras naast hem. 
Ik citeer nu het slot: 

Hij had het teken op zijn voorhoofd. (...)
Ik kon niet spreken, en ook hij kon of wilde dat niet. Hij keek mij slechts aan. Op zijn gezicht lag het schijnsel van een lamp die boven hem aan de muur hing. Hij glimlachte tegen mij.
Een oneindig lange tijd keek hij mij voortdurend in de ogen. Langzaam schoof hij zijn gezicht naar mij toe tot wij elkaar bijna beroerden.
'Sinclair', fluisterde hij.
Ik beduidde hem met mijn ogen dat ik hem verstond. 
'Kleine jongen!' zei hij glimlachend. 
Zijn mond lag nu vlak bij de mijne. Zacht sprak hij verder. 
'Herinner je je nog Franz Kromer?' vroeg hij.
Ik knipoogde tegen hem en kon ook glimlachen.
'Kleine Sinclair, luister! Ik zal moeten vertrekken. Je zult mij misschien weer eens nodig hebben, tegen Kromer of anderszins. Als je mij dan roept, dan kom ik niet meer zo ruw aangereden op een paard of met de trein. Je moet dan luisteren naar je binnenste, dan merk je dat ik in je ben. Begrijp je? - En nog iets! Frau Eva heeft gezegd, als je eens in de ellende zit, moet ik je de kus van haar geven, die ze mij heeft meegegeven... Sluit je ogen, Sinclair!'
Ik sloot gehoorzaam mijn ogen, ik voelde een lichte kus op mijn lippen, waarop steeds wat bloed lag, dat niet minder wilde worden. En toen sliep ik in.
's Ochtends werd ik gewekt, ik moest verbonden worden. Toen ik eindelijk helemaal wakker was, draaide ik mij vlug om naar de matras naast mij. Er lag een vreemde op, die ik nog nooit gezien had.
Lazaret WO-I, Roeselare.
Vervolg citaat: 
Het verbinden deed pijn. Alles wat sindsdien met mij gebeurde deed pijn. Maar als ik soms de sleutel vind en helemaal afdaal, naar de plek waarin de donkere spiegel de beelden van het lot sluimeren, dan behoef ik mij slechts te buigen over de zwarte spiegel, om mijn eigen beeltenis te zien, die nu gelijkt op hem, mijn vriend en leider. 

In de Analyse van Hermann Hesses Demian valt te lezen dat Hesse het boek schreef in een zeer turbulente tijd, na WO-I.  Demian kwam vrijwel gelijktijdig uit met Zarathustra’s Widerkehr. Ein Wort an die Deutsche Jugend; 'a rather short but flamboyant manifesto through which Hesse saluted the ending of World War I and expressed his ardent belief in the emergence of a new, spiritual era, rising like the phoenix from its own ashes.'
Dit manifest.
Ik citeer nogmaals de Analyse van Hermann Hesses Demian

The plot’s motivation was determined by the complex existential and psychological turmoil that Hesse experienced at the dawn of World War I. In 1915 he published the novel Knulp. Its protagonist is a luminous social outcast and wanderer whose role as a paradoxical “anti-Christ” figure (in Nietzsche’s terms) is to relieve people from the burden of their everyday life by helping them to act out their personality through play, joy, and artistry. In 1916, however, Hesse himself suffered a nervous breakdown, which was rooted, beyond his general psychic fragility, in three immediate causes: the war itself, experienced by Hesse as a German outcast, exiled to Switzerland; then the sudden death of the writer’s father, Johannes Hesse (on March 8, 1916); and, finally, the prolonged recovery of his four-year-old son, Martin, from a severe bout of meningitis.
Sommat, psychiatrische kliniek waar Hesse verbleef. Luzern.
All this entailed Hesse’s confinement to a mental sanatorium, Sommat bei Luzern, where he met Dr. J. B. Lang, who introduced him to the depths of Freudian and especially Jungian psychoanalysis. Hesse would later praise Lang for performing miracles by the new technique of analyzing the inner symbols of a tormented psyche. Hesse left the hospital within less than two months, apparently fully recovered. The cure had opened his interest in the relatively new discipline of psychoanalysis, which would produce deep imprints on his future literary work.

As a consequence, Hesse’s character and style gradually changed and diversified. This was demonstrated in the Faustian, elementary darkness of the novel Demian (1919), articulated on the binary personality structure of the split man or double figure (doppelgänger), another theme derived from Nietzsche. The cataclysm of World War I and the relief that accompanied its conclusion drew Hesse into the frantic conviction that great historical anomalies can be avoided only if humanity generates a superior spiritual elite, comprising thinkers and artists who can represent a standard for the others and relegate malignity beyond the margins of a balanced, mutual social understanding. Hesse considered that each person should realize his individuation (opening up one’s unconsciousness) by integrating the dark energies of his personality, rather than fighting against them, and by transforming the inner completion of his soul into a socially accepted moral norm. Light and darkness, considered as the intertwined parts of a split soul, would mark Hesse’s spiritual formula well beyond the novels Steppenwolf and Narcissus and Goldmund. They would become associated with another complementary dichotomy: the antithetical formative influence of the father and the mother, which was typical of the expressionist categories in Hesse’s style at that time.
Beeltenis van Abraxas; komt onder andere voor in gnostische teksten. 
De god Abraxas speelt een rol: de god die goed en kwaad vertegenwoordigt. En de sperwer, de vogel boven de voordeur van Sinclair's huis: symbool van uit willen vliegen, vrij zijn. 
Kopportret van een volwassen havik. Fotograaf: Sanne te Pas
Conclusie:
Er zit heel veel in dit boek, zoals in alle boeken van Hesse. Ik vond het interessant te lezen welke invloed de oorlog en zijn eigen psychische ontwikkeling op hem hebben gehad. 
In het boek zitten veel symbolen, en het is haast een demonstratie van hoe de mens in elkaar zit, en spiritueel bevrijding kan vinden. 
Jung is zeer herkenbaar: Demians ontwikkeling is exemplarisch.  
Carl Gustav Jung, 1875-1961.
Het is interessant om te filosoferen over de archetypes die de personages in dit boek zijn.