maandag 19 december 2022

Melancholie VII - HOVO-cursus door Katja Rodenburg, herfst 2022.

Plaatje bij de cursus, Ode aan de Melancholie als creatieve kracht.
Evelyn the Morgan, The Cadence of Autumn, 1905.
College VII: De esthetische distantie & de kracht van de melancholie in het proces van kunst maken I.
Routekaart:
1. De esthetische distantie; de rol van het denken over kunst
2. Distantie & kunst bij Nietzsche
3. Test temperamenten: te vinden bij voorbeeld op DEZE SITE.
4. Melancholie als scheppende kracht
5. Mirror van Sylvia Plath;  en:  The loneliness of the soul: (virtuele tour van een 
expositie van Edward Munch & Tracy Emin 
Vragen: 
Waarom is distantie zo belangrijk? 
Hoe zit dat bij Nietzsche?
Hoe ook in ons eigen leven.

Esthetische distantie is voor een kunstenaar de positie die hij gaat innemen ten opzichte van zijn of haar kunstwerk. Het speelt ook bij het kijken naar een kunstwerk, denk aan het theater.
Er is een soort tegenstelling bij 'echt kijken': dan kan er sprake zijn van intimiteit. Intimiteit lijkt het tegenovergestelde van distantie.
Of...: is de intimiteit tegenover een kunstwerk alleen met afstand te bereiken?
En hoe zit het met melancholie als emotie; terneergeslagen zijn. Kun je in die emotie eigenlijk wel iets maken? Denk aan de prent bij Dürer, eerste college: alle instrumenten lagen werkeloos - hoewel alles wel aanwezig was. 
Vanuit de melancholie dient de maker opnieuw een houding in te nemen. De maker is 'de eerste toeschouwer'; voor het scheppingsproces heeft hij distantie nodig. Die zal hij zelf moeten zien te vinden. 
Friedrich Schiller,
1759-1805
Geschilderd door Anton Graff
We bespreken nu het volgende tekstfragment van Schiller: 

"Ein Dichter nehme sich ja in Acht, mitten im Schmerz den Schmerz zu besingen. [...] Aus der sanften und fernenden Erinnerung mag er dichten, [...] aber ja niemals unter der gegenwärtigen Herrschaft des Affekst, den er uns schön versinnlichten soll."
Uit: Friedrich Schiller, Kritik der Gedichte Gottfried August Bürgers (1791). 

Distantie is nodig bij pijn om méér te kunnen geven dan een eigen particuliere uiting. 
Als voorbeeld: een kast op de bieb met als categorie: 'waar gebeurd': het zet je op het verkeerde been, het gebodene is e particulier. Van 'de ruwe materie' oet iets van gemaakt worden: dit geldt voor alle kunsten. Auteur moet zelf afstand vinden. Tegelijk moet hij de intimiteit houden, 'schön versinnlichen'. 
Het gaat niet om tijd, maar om intensiteit. Voor wie schrijf/maak je iets?
Een kunstenaar moet het zijne op zo'n manier verbeelden dat toeschouwer/ lezer wel dichtbij kan, maar niet te dichtbij.
Je zit ook niet met je neus op het schilderij. Vergelijk Jonas Burgert: met zijn enorme doeken werkte hij op een grote ladder. Daar moest hij steeds vanaf om te kijken wat hij aan het doen was. Met andere woorden: hij moest het geheel zien, de esthetische distantie vinden. 
Doe je dat niet, dan werk je alleen op sentimenten.

Maar wat is die esthetische distantie nu precies? Je kunt zeggen, dat het met die esthetische distantie kunst wordt. 
Om de vraag te beantwoorden kijken we eerst naar Hölderlin: 
Friedrich Hölderlin
 1770-1843
Portret F.K Hiemer
Hölderlin:
"Es komtt alles darauf an, dass die Vortreflichen das Inferieure, die Schönen das Barbarische nicht zu sehr von sich ausschliessen, sich aber auch nicht zu sehr damit vermischen, dass die die Distanz, die zwischen ihnen und den anderen ist, bestimmt und leidenschaftslos erkennen, und aus dieser Erkenntnis wirken, und dulden."
Uit: Friedrich Hölderlin, Frankfurter Aphorismen: Sieben Maximen, 1799.
Dit gaat over dus de houding die je moet innemen tussen sentiment en kunst. De kunstenaar moet beide kanten zien. 
1901.
1912
Rodenburg illustreert de stelling van Hölderlin aan twee werken van Thomas Mann. Hij was een modern kunstenaar met veel filosofische ideeën. Hij schreef onder andere de boeken Dood in Venetie, en Tonio Kröger: 
De emoties die Mann beschrijft bekijkt hij heel precies; na observaties 'stelt hij ze kalt': hij legt de vurige pijn als het ware op het ijs. 
Nog weer anders gezegd: bij beschrijving moet de schrijver/maker niet in de emotie opgaan maar hij/zij moet het kunnen blijven beschrijven. 
Emotie + diepere verlangens daaronder zijn 'op het ijs' bijna nog intiemer. Dat is de paradox van de distantie, die intimiteit juist bewerkstelligt. 
Kunst werkt zo heel krachtig, de esthetische schoonheid of resonance werkt (resoneert) in ons. 
Moderne kunstenaar heeft Rodenburg hier in gedachten.
Denk bij voorbeeld aan Edward Hopper: lege schilderijen, eenzaamheid.
Sun in an empty room, 1963
Edward Hopper
Edward Hopper, 1882-1967
Edward Hopper. Ochtendzon
Om erachter te komen wat die esthetische distantie nu precies is, kijken we naar 
Edward Bullough. Bullough heeft hierover getheoretiseerd. Distantie, zegt hij, is een factor in kunst maken en kijken. 
Hij heeft het over psychische distantie. 
Edward Bullough; 1880-1934
Estheticus, kenner van moderne talen. 
Onder psychische afstand verstond hij: dat wat "lijkt te liggen tussen ons eigen zelf en zijn affecties" in esthetische ervaring. Een mooie zin die tot nadenken stemt.
Zie voor meer van Bullough: uit 1908. 'The 'Perceptive Problem' in the Aesthetic Appreciation of Single Colours." En uit 1912. 'Psychical Distance' as a Factor in Art and an Aesthetic Principle." 

Rodenburg legt uit: 
Er zijn twee mechanismen aan het werk:
1. Negatieve vorm: als je naar kunst kijkt, zie je af van de praktische aspecten; waar je naar kijkt, daarvan wis je de nuttige dingen uit. 
2. dat maakt ruimte voor een nieuw perspectief op de dingen
Door deze positieve kant van de distantie komen de in de alledaagse omgang verborgen aspecten aan de orde. 
Dit is een factor in elke kunst. De esthetische distantie onderscheidt kunst van het gewone. 

Volgt een voorbeeld uit Othello, van Shakespeare:
Othello wordt beïnvloed door vriend Desdemona. Vriend Jago ondermijnt Othello's wereld, Desdemona moet het loodje leggen. 
Gaat over jaloezie, vernietigende werking.
Bullough: jaloerse man die kijkt kan zich herkennen, maar alleen als kunstwerk zich aan de distantie houdt kan hij het stuk ook waarderen als kunst. 
Citaat Bullough: 
Stel dat een man, die meent dat hij reden heeft om jaloers te zijn op zijn vrouw, getuige is van een uitvoering van 'Othello'. Des te beter zal hij de situatie, het gedrag en het karakter van Othello waarderen, des te nauwkeuriger de gevoelens en ervaringen van Othello overeenkomen met die van hemzelf - althans dat zou hij moeten doen volgens het bovenstaande principe van overeenstemming. In feite zal hij waarschijnlijk alles doen behalve het stuk waarderen. In werkelijkheid zal de concordantie hem alleen maar scherp bewust maken van zijn eigen jaloezie; door een plotselinge omkering van perspectief zal hij Othello niet meer ogenschijnlijk door Desdemona verraden zien, maar zichzelf in een analoge situatie met zijn eigen vrouw. De omkering van perspectief is het gevolg van het verlies van Afstand.
Als dit als een typisch geval wordt beschouwd, volgt hieruit dat de vereiste kwalificatie is dat het samenvallen zo volledig moet zijn als verenigbaar is met het handhaven van Afstand. De jaloerse toeschouwer van 'Othello' zal inderdaad des te scherper het stuk waarderen en er in gaan, naarmate de gelijkenis met zijn eigen beleving groter is - vooropgesteld dat hij erin slaagt de afstand te bewaren tussen de handeling van het stuk en zijn persoonlijke gevoelens: een zeer moeilijke prestatie in de gegeven omstandigheden. Het is vanwege dezelfde moeilijkheid dat de expert en de professionele criticus een slecht publiek vormen, aangezien hun deskundigheid en kritische professionaliteit praktische activiteiten zijn, waarbij hun concrete persoonlijkheid betrokken is en voortdurend hun afstand in gevaar brengt. . . .
Dezelfde kwalificatie geldt voor de kunstenaar. Hij zal artistiek het meest effectief blijken in het formuleren van een intens persoonlijke ervaring, maar artistiek kan hij deze alleen formuleren op voorwaarde dat hij zich losmaakt van de ervaring als persoonlijk. Vandaar de verklaring van zoveel kunstenaars dat artistieke formulering voor hen een soort catharsis was, een middel om zich te ontdoen van gevoelens en ideeën waarvan ze de scherpte bijna als een soort obsessie voelden. Vandaar aan de andere kant het feit dat de gemiddelde man er niet in slaagt om anderen ook maar enigszins adequaat de indruk van een overweldigende vreugde of verdriet over te brengen. Zijn persoonlijke betrokkenheid bij het evenement maakt het hem onmogelijk om het zo te formuleren en te presenteren dat anderen, zoals hijzelf, alle betekenis en volheid voelen die het voor hem bezit.
Wat daarom, zowel in waardering als in productie, het meest wenselijk is, is de grootste afname (decrease) van Afstand zonder dat deze verdwijnt.
Ira Aldridge als Othello, De Moor van Venetië; 1830, 
Henry Perronet Briggs. 
De esthetische afstand bevrijdt kunstwerk uit de sfeer van de nuttige dingen; maar ook uit het direct persoonlijke. 
Bullough: kunstwerk is niet in de wereld, het is geen 'praktisch ding', het moet ook zo zijn dat het zichzelf genoeg is. Kunst ervaar je op esthetisch niveau.

Melancholie bij Nietzsche: zie zijn boek De vrolijke wetenschap. 
Titelblad Die fröhliche Wisseschaft, Nietzsche, 
eerste uitgave 1882.
Nietzsche schreef hierin: Waarvoor wij dankbaar moeten zijn.
Antwoord is: de kunst
Je kunt jezelf als het ware op het toneel te zetten; zo kom je over bepaalde details heen. 
Wat kunnen we van de kunstenaar leren?
Hoe we dingen aantrekkelijk kunnen maken die het niet zijn. Een arts verdunt het bittere. Een kunstenaar bevrijdt zich van de dingen zodat je het erge niet ziet of juist andere dingen ziet. Je kijkt bij voorbeeld om de hoek als in een uitsnijding, verandert zo je perspectief. Of kijkt als het ware door gekleurd glas of in het licht van het avondrood.
Ik citeer nu Trouw over Nietzsche: 
'Ons leven is ons kunstwerk
Maar hoe kunnen we leren houden van ons lot en van onze tegenslag? Door ons leven te beschouwen als een kunstwerk, antwoordde Nietzsche. Hij stelde dat we ‘de dichters van ons leven’ moeten willen zijn. We kunnen zelf van ons leven iets moois maken als we willen. Elke gebeurtenis die je overkomt, elke keuze die je maakt, is als een verfstreep in het schilderij van je leven. Hoewel we niet altijd kunnen kiezen wat ons overkomt, kunnen we wel zelf bepalen hoe we er mee omgaan, stelde Nietzsche. Die keuze bepaalt hoe we ons levensverhaal zullen vertellen. Een levensverhaal waarin de coronacrisis ongetwijfeld een rol speelt, of je nu zelf ziek wordt, zieken verzorgt of dat je winkel of kroeg dankzij de maatregelen op omvallen staat.

Dit perspectief van het leven als kunstwerk heeft nog een ander voordeel, toont Nietzsche in De vrolijke wetenschap: “We moeten tijdelijk van onszelf uitrusten door naar ons op en op ons neer te kijken en, van een artistieke afstand, om onszelf te lachen of om onszelf te huilen; we moeten de held én de dwaas ontdekken die in onze hartstocht van de kennis steekt; we moeten af en toe blij zijn met onze dwaasheid om blij te kunnen blijven met onze wijsheid!” Deze mindfulness avant la lettre geeft lucht door ons ook te laten lachen om onszelf. Het leven biedt immers al genoeg ernst en gewicht.'
Friedrich Nietzsche, 1844-1900
Een definitief antwoord over esthetische distantie is er nooit. Elk van de pogingen is een voorlopig eindpunt, maar daarna begint het opnieuw.
Dichters blijven soms hun leven lang bezig om het essentiële uit te drukken. 
Bullough ziet de positieve kracht van de distantie, want vanuit andere perspectieven werp je er een nieuw licht op; met dingen die we meestal al kennen. Woorden, dingen (op een schilderij bij voorbeeld) krijgen doms een heel andere kracht, een andere inhoud. 

Hoe vind je woorden voor het on-uitdrukbare?
Met neologismen; of door het oude een nieuwe lading te geven
Iets bekends op iets nieuws betrekking laten hebben
Door een onderlaag aan te boren, en daarmee te verwijzen naar een soort essentie. 
Die twee roepen bij elkaar iets op wat niet goed over te brengen is. 
Sylvia Plath, 1932-1963
Hier in 1961. 
Sylvia Plath kon dit heel goed. Zij was een groot dichteres, juist door de dingen die ze had meegemaakt. Dit is de positieve kant die de melancholie kan hebben. Plath gaat diep in op dagelijkse dingen. 
The Mirror is een beroemd gedicht van haar: 

Mirror
I am silver and exact. I have no preconceptions.
Whatever I see I swallow immediately
Just as it is, unmisted by love or dislike.
I am not cruel, only truthful‚
The eye of a little god, four-cornered.
Most of the time I meditate on the opposite wall.
It is pink, with speckles. I have looked at it so long
I think it is part of my heart. But it flickers.
Faces and darkness separate us over and over.

Now I am a lake. A woman bends over me,
Searching my reaches for what she really is.
Then she turns to those liars, the candles or the moon.
I see her back and reflect it faithfully.
She rewards me with tears and an agitation of hands.
I am important to her. She comes and goes.
Each morning it is her face that replaces the darkness.
In me she has drowned a young girl, and in me an old woman
Rises toward her day after day, like a terrible fish.

Er zijn 2 lagen in het gedicht: standpunt is dat van de spiegel; is ijskoud, doet haar plicht.
De afstand die Plath schept is die van de spiegel; zij als persoon verandert, de spiegel niet. In het gedicht wordt het voorwerp wordt drager van het gevoelde. 


Bij een diepere lezing: komt naar boven de vraag: is het die spiegel die de vrouw definieert? Wie is ze eigenlijk? Reflecteer ik haar?
Vergelijk de zin: Searching my reaches for what she really is.

Elders schrijft Plath: 'The silence depressed me': 

“The silence depressed me. It wasn't the silence of silence. It was my own silence. I knew perfectly well the cars were making noise, and the people in them and behind the lit windows of the buildings were making a noise, and the river was making a noise, but I couldn't hear a thing. The city hung in my window, flat as a poster, glittering and blinking, but it might just as well not have been there at all, for all the good it did me.”

Terug naar het gedicht: 
'I am a lake, drowned a young girl': refereert aan Narcissus, lake is de spiegel van Narcissus. Hij kon zich niet losrukken; sterft

Het beeld van de terrible fish is gruwelijk van schoonheid - maar beeldt iets definitief suit.
Melancholie bij Plath is heel mooi maar veroorzaakte onrust. Veel eenzaamheid en melancholie. Zij had een moeilijke verhouding met het leven. 

Tracy Emin
Tracey Emin, geboren 1963.
Tracey Emin voelde zich verwant met Edward Munch. Vergelijk de volgende twee schilderijen: 
“Crouching Nude” (1917-1919) by Edvard Munch.
Credit...Edvard Munch/Artists Rights Society (ARS), New York
It didn't stop, 2020 
Tracey Emin.
Emin werd in haar jeugd misbruikt, en onderging een abortus. Ze heeft daar erg onder geleden.
In haar werk toont ze direct haar kwetsbaarheden. Ze werkt vanuit het idee: more solitude, als een schild.
More Solitude, Tracey Emin.
Zij werd ernstig ziek in het jaar van haar expositie (zie de Virtual Tour beneden.)
“Every Part of Me Kept Loving You” (2018)
 
Credit Tracey Emin/Artists Rights Society (ARS), New York; All rights reserved, DACS 2020
Tracey Emin, I was too young to be carrying your Ashes, 2017–18. 
I took you home
 Photo © White Cube (Theo Christelis)

Dictaat Katja R.: 
De kunst staat heel dicht bij Emin. De werking van de afstand krijgt bij haar dus een aparte betekenis. Emin bewonderde Munch om de kwetsbaarheid van het lichaam.
Royal Academy of Arts formuleert het als volgt: de ziel in de diepte is niet af te beelden. Toch hebben zowel Munch als Emin daar een vorm voor gevonden. Er vindt iets plaats in de esthetische ervaring, iets onzichtbaars wordt voelbaar gemaakt. 

Bijzonder de moeite waard is de virtuele tour door de Royal 
Academy, 14 minuten. Op de expositie aldaar hingen naast en door elkaar werken van Emin en Munch. Prachtig! 
Zie: https://www.royalacademy.org.uk/exhibition/tracey-emin-edvard-munch
De expositie heet The loneliness of the soul.
Edward Munch - Weeping Woman 
Munch, Women in hospital.
Uit een review (ik kan hem niet meer terugvinden!):

"Oude kritische restricties om naar het werk te kijken, niet naar het leven, heeft nooit enige zin gehad bij Tracey Emin. Haar werk is altijd haar leven geweest, weergegeven in rommelige close-ups, alsof haar lichaam en ziel - ze heeft bijna nooit een scheiding erkend - binnenstebuiten kunnen worden gekeerd zodat ze zo de hele wereld kan onderzoeken.
Deze virtuele tour, waarin Emin haar eigen werk koppelt aan geselecteerde werken van haar mede-oerschreeuwer Edvard Munch, voelt zoiets als het hoogtepunt van die diepgewortelde relatie."
Because you left, 2016.

Melancholie VIII, HOVO-cursus Katja Rodenburg, herfst 2022.

Afbeelding bij de cursus. 
Laatste college, routekaart:
1. Melancholie als esthetische ervaring
2. Gedichten Armando
2. Anselm Kiefer.
0-0-0-0-0-0-0-0-0-0
Citaat Robert Burton: 
'A most incomparable delight it is
so to melancholize, and build castles
in the air - to go smiling to themselves
acting an infinite variety of parts
which they suppose and strongly imagine
they represent, or that they see acted or done.' 
Robert Burton, 1577-1640 
Portret van Gilbert Jackson, 1635
Burton schreef het encyclopedische werk The Anatomy of Melancholy.
Uit het citaat kunnen we halen, dat Burton melancholie ziet als onderdeel van het creatieve proces.
Feitelijk is de kunstenaar de eerste toeschouwer. Wij zijn het ná hem, en maken zo het kunstwerk vol: we gaan er een relatie mee aan. Zo is er een wisselwerking. 
Ook is er een band tussen melancholie en de herinnering. 
De vraag waar we deze les naar zullen kijken is wat melancholie te maken heeft met esthetisch ervaren. Anders gezegd: op welke manier kan melancholie een esthetische emotie zijn? 
Hebben we het eenvoudigweg over een gevoel, een gewaarwording, sprekend over melancholie?
Op zichzelf is het al een complexe term, waarin verschillende elementen meespelen. Het heeft te maken met je ondervinding, en wordt doorgaans opgeroepen door mensen of door plaatsen. 
Melancholie lijkt dikwijls heel veel op andere emoties, vooral op verdriet. Een culminatie van deze visie vinden we bij Freud, het gaat bij hem (zowel bij rouw als bij melancholie) om iets wat weg (verloren) lijkt te zijn
Toch heeft de melancholie iets onderscheidends, iets dat alleen háár bepaalt, en wat ook het meest kenmerkend voor haar is, de meest bepalende: de reflectie.
Wat bedoelen we daarmee?
Reflectie is beschouwen: eigenlijk: naar binnen kijken; zich bezinnen; in zichzelf gekeerd zijn. Er wordt gereflecteerd op het gevoel. In die zin is melancholie een 
uitgestelde reactie op verdriet. - Dat is het meest kenmerkend voor melancholie. 
Verdriet daarentegen is een onmiddellijke reactie; er zit nog geen beschouwing op. 

In college VII behandelden we het begrip distantie; distantie is noodzakelijk om over kunst te kunnen spreken.
Distantie hoort ook bij melancholie als reflectie. Je reageert op afstand op verdriet. 

Als voorbeeld noemt Rodenburg hier de filosoof Immanuel Kant, waar die spreekt over het sublieme. 
Ik haal hier eerst een citaat uit Wikipedia aan, omdat ik het een lastig voorbeeld vind.
Wikipedia schrijft onder het lemma HET SUBLIEME: 

"Filosofen als Edmund Burke en Immanuel Kant maakten met betrekking tot het oordeelsvermogen al in de achttiende eeuw een onderscheid tussen het schone en het sublieme: daar waar het schone harmonie tussen verbeelding en rede impliceert en gaat over welgeproportioneerde vormen, verwijst het sublieme naar disharmonische, onregelmatige, niet te bevatten en daarmee vaak ook angstwekkende vormen. 'Alle dingen die, op welke manier dan ook angstaanjagend zijn of verband houden met iets verschrikkelijks, of een vergelijkbare uitwer­king hebben als angst en afschuw, zijn een bron van het sublieme', schreef Burke over dat laatste: 'Ze zijn in staat de sterkste emotie op te wekken die de geest kan ondergaan'. Het kan mede verklaren waarom de mens vaak gefascineerd wordt door dingen die hij eigenlijk verafschuwt of toch wil kijken naar dingen die hij eigenlijk niet wil zien, zoals rampen."

Terug naar Katja Rodenburg:
Ze vertelt, dat de filosoof Kant bij een wandeling in de bergen bij een afgrond
bevangen werd door angst. Hij besefte dat hij als mens niets was in dat landschap. 
Uit die angst werd hij gered door zijn verstand.  We kunnen hier inzien dat we ons boven die situatie verheffen, omdat er iets groters is wat je overeind houdt. Tegelijk geniet je!
Zo vindt er dus een zich distantiëren plaats van onmiddellijk gevaar.

Dat is nu net precies hetzelfde als bij melancholie. Ook daar is de reflectieve eigenschap het onderscheidende kenmerk. 
De objecten van onze melancholie worden indirect ervaren. Ze zijn aanwezig door een gedachte, een herinnering of de verbeelding. Niet werkelijk aanwezig dus, maar latent. Ze presenteren zich wel. 
De emotionele, melancholische ervaring komt voort uit hoe je reageert; bij voorbeeld op een woeste heidevlakte (Wuthering Heights). Die woeste leegte zou op zichzelf al een reactie/gevoel teweeg kunnen brengen, maar bovendien reageer je met je ideeën op wat jij als stemming van het landschap ervaart. Je eigen verhaal/reactie wordt opgeroepen. 
Wuthering Heights, roman van 
Emily Brontë
Ook in veel gedichten komen beschouwingen voor die door iets zijn opgeroepen, indirect dus. Herinneringen maken een verhaal bij je wakker; of plaatsen doen dat. De melancholie zet het proces bij je aan. In die zin is melancholie een esthetische ervaring. De emoties zijn complex, je hebt er niet meteen grip op. Je weet ook niet meteen waar het vandaan komt, het werkt indirect. In tegenstelling tot rouw/ verdriet: dat is een rechtstreeks gevolg van een bepaald verlies. Bij melancholie roept iets externs jouw eigen verhaal op. Inhoud van de werking hangt van de persoon af.
Er is een brede zintuiglijke ervaring - denk aan de lege heidevlakte - maar daarmee gaat je hoofd aan de slag. 
Edward Munch; 
melancholie opgeroepen aan het strand.
Ook een kunstwerk kan die hele complexiteit van ervaringen en beschouwingen bij je teweegbrengen. Het logische zien wordt enorm beïnvloed. Het overweldigt je, het overkomt je. 
Burke schrijft ook nog, dat iets wat heel stil is, afwezig is, soms heel veel indruk op je maakt. Eigenlijk is melancholie een doorlopend proces. Latente ideeën worden door bepaalde herinneringen, plaatsen e.d. wakker gemaakt.
Bij Freud en Schopenhauer komen we dit tegen als een bepaalde onrust, iets klopt er niet. Melancholie ontstaat zo dan als kracht, die je ook kunt opzoeken. Duiken in de emoties (Keats): 'smaak daar uw pijn.'
John Keats (1795-1821),
Postuum gemaakt portret door Joseph Severn
Ook in gevallen waarin niet duidelijk is waardoor die ervaring wordt aangezet treedt melancholie op. Denk aan het binnengaan van een kerk. Is dit een gevoel zonder onderwerp? 
Of gaat het om een ruimte die ergens voor bedoeld is?
Vergelijkbaar: het betreden van een onderaards gangenstelsel; een kapel, of een holte. 
In een kerk raak je wellicht vervuld van eerbied, van stilte. 
Ziekenhuisgangen 's nachts kunnen wat teweegbrengen. Maar ook bos, of strand. 
Alleen zijn in een bos in het donker, en dan ontmoeting hebben met een dier (!) geeft een diep besef dat je alleen bent.

De vraag is, of alleen zijn een voorwaarde is.
Het melancholische gevoel gaat rakelings langs de nostalgie, maar nostalgie heeft een verklaarbare reden, spijt om het voorbije. Melancholie blijft werken, en heeft geen verklaarbaar begin en einde.

Melancholie wordt vaak geassocieerd met de natuur, hoe zou dat komen?
De rust die daar heerst is nodig om de beelden naar boven te laten komen. 
Bos beekje, oever, stroompje: allemaal plekken voor melancholie; die zijn te gebruiken voor het creatieve proces. 
Kierkegaard noemde melancholie 'de meest geliefde minnaar'.

Alleen zijn kan soms gedwongen zijn, bij voorbeeld in gevangenissen. Zo ben je welhaast gedwongen na te denken, en tot reflectie te komen. Rodenburg noemt hier de dagboeken van Nelson Mandela, die hij schreef op Robbeneiland. 
Ook nadenken door sommigen wekt reflectie op, zie dagboeken Nelson Mandela. 
Hij dacht na hoe hij zich verhield tot zijn eigen zijn. 
Dagboek Nelson Mandela, 2004.
Verbeeldende reflectie is mogelijk door het alleen zijn.
1) De verbeeldingskracht/voorstellingsvermogen legt een lijntje van associaties tussen ervaringen van dat moment met het verleden. 
Rilke let dat uit voor zijn gedichten; op die manier ontstaat de melancholische stemming.
Verleden + nu worden zo samengebald.
2. We kunnen de verbeeldingskracht nog meer gebruiken door te fantaseren, groter maken. Het geheugen wordt zo als het ware uitgebreid, hetgeen de reflectie verdiept.
Op die manier kom je op het gebied van het maken van kunst.

Proces van sublimatie: er vindt een omzetting plaats; voor dingen die je niet aan het licht wilt laten komen, kun je een 'veredelde' vorm vinden waarin je dat wel kunt doen.

In de Romantiek ontstond in dit verband de Cultus van het genie. Bij alle pracht van de kunst, was er ook een gevaar, namelijk het gevaar van de waanzin. Het genie loopt op een dun pad, je kunt jezelf verliezen. Of, als je aan de 'goede kant' blijft, jezelf goed uitdrukken.
Het gevaar is, dat je erin kunt blijven, het werk blijft in hoofd zitten. Dan gaat de verbeeldingskracht de verkeerde kant op.
Dvd- uitvoering Taming of the Shrew, 2020
Shakespeare zei, in The Taming of the Shrew: melancholy is the nurse of frenzy (waanzin).
Ook in Hamlet laat Shakespeare zien hoe onrust en melancholie Hamlet een bepaalde kant opdrijven.
Als melancholie gelijk staat aan depressie, dan is het geen creatieve scheppende kracht meer.
Van de positieve kant uit bezien, houdt melancholie sommige kunstenaars juist overeind. Maar: het blijft een smal pad.
Melancholie - het 'pensive' gedeelte - is in staat ons aan onze eigen haren overeind te trekken. Verdriet kun je uitschreeuwen, uithuilen, hetgeen zuiverend kan werken. 
Melancholie biedt mogelijk ook troost, al is de bron zeer pijnlijk. De distantie blijft essentieel, daarmee kun je iets doen, er iets van maken. 'Je hebt meer aan melancholie dan aan verdriet.'
0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0
Armando,
artiestennaam van Herman Dirk van Dodeweerd (1929-2018)
Foto 2012, door Oscar van Dillen
Armando laat in zijn gedichten precies die band zien: de oorlogservaring wordt gekoppeld aan de distantie. Armando neemt afstand, in plaats van een directe weergave te doen. 
Schuldig landschap, Kröller-Müller
drieluik Armando 1974
Rodenburg publiceerde dit boek over Armando en de Melancholie. (2009)
het kwam niet expliciet aan de orde in de cursus. 
We bespreken het begrip 'schuldig landschap' van Armando. 

Armando woonde als kind vlakbij Kamp Amersfoort, waar de Duitsers een schrikbewind voerden. Deze ervaring hield hem zijn hele leven bezig en voerde de boventoon in zijn werk.

Jammerende gevangen, een brood dat over de hekken werd gegooid en schietende bewakers. De herinneringen die de jonge Armando aan Kamp Amersfoort had, waren indrukwekkend. De uitgehongerde mensen kreeg hij nooit meer van zijn netvlies. Armando praatte er niet graag over, maar in zijn schilderijen was het zijn belangrijkste thema.

Hij verbaasde zich er altijd over dat de natuur onverstoorbaar was voor dit menselijke leed. Bomen groeiden door, struiken versperden de bospaden. ‘Schuldig landschap’ noemde Armando het, alsof de bomen er iets aan hadden kunnen doen. Juist deze verstilde en gruwelijke landschappen zette hij op doek.

Armando wilde nooit expliciteren wat er voor zijn ogen gebeurde, vlak bij kamp amersfoor. Hij zocht juist de distantie. Die vond hij door het landschap schuldig te verklaren, in plaats van de mensen. 
Uitgegeven in 2015.
Hieruit het gedicht: 

Waarom

Niet zeggen wat er was
wat verzwegen werd
verbannen naar de tralies
van de trots

Waarom?
Moet het nog hoger?
Is het niet hoog genoeg?
Der Zaun, 1997. 

Daarom

Op de deur hing een gesloten slot
Buiten groeiden de bloemen
en toch moesten de mannen wachten
Hoe luidde de opdracht?

Daarom.
Ze vlogen naar rechtvaardige oorden,
spraken onbekende goden aan
en verdwenen.

Waarheen.
Ze slikken gapende gebieden
en zijn nog niet verzadigd
Ze staan nu stil en hijgen.

Hier wordt de executie van mannen verwoord, het kan gaan om de slachtoffers, maar ook om de daders. 
De straat en het struikgewas, Armando.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Ingeborg Bachman, 1926-1973
Biografie van Bachman

3. In Nebelland vraagt Bachman zich af wie ze is na de Tweede Wereldoorlog:

(Tekst en vertaling van DEZE SITE): 

Nebelland
Im Winter ist meine Geliebte
unter den Tieren des Waldes.
Dass ich vor Morgen zurück muss,
weiß die Füchsin und lacht,
Wie die Wolken erzittern! Und mir
auf den Schneekragen fällt
eine Lage von brüchigem Eis.

Im Winter ist meine Geliebte
ein Baum unter Bäumen und lädt
die glückverlassenen Krähen
ein in ihr schönes Geäst. Sie weiß,
dass der Wind, wenn es dämmert,
ihr starres, mit Reif besetztes
Abendkleid hebt und mich heim jagt.

Im Winter ist meine Geliebte
unter den Fischen und stumm.
Hörig den Wassern, die der Strich
ihrer Flossen von innen bewegt,
steh ich am Ufer und seh,
bis mich Schollen vertreiben,
wie sie taucht und sich wendet.

Und wieder vom Jagdruf des Vogels
getroffen, der seine Schwingen
über mir steift, stürz ich
auf offenem Feld: sie entfiedert
die Hühner und wirft mir ein weißes
Schlüsselbein zu, Ich nehm′s um den Hals
und geh fort durch den bitteren Flaum.

Treulos ist meine Geliebte,
ich weiß, sie schwebt manchmal
auf hohen Schuh′n nach der Stadt,
sie küsst in den Bars mir dem Strohhalm
die Gläser tief auf den Mund,
und es kommen ihr Worte für alle.
Doch diese Sprache verstehe ich nicht.

Nebelland hab ich gesehen,
Nebelherz hab ich gesehen.
======================
Nevelland (Vertaling: Christiaan Germonpré)

In de winter is mijn geliefde
onder de dieren van het bos.
Dat ik voor morgen terug moet,
weet de wijfjesvos en lacht.
Hoe sidderen de wolken!
Een laagje brokkelig ijs
valt op mijn besneeuwde kraag.

In de winter is mijn geliefde
een boom onder de bomen,
ze nodigt de godvergeten kraaien
in haar fraaie takken. Ze weet
dat de wind, als het schemert,
haar gesteven, berijpte avondjurk
optilt en mij naar huis jaagt.

In de winter is mijn geliefde
een vis onder de vissen en stom.
Verslaafd aan het water, dat de streek
van haar vinnen inwendig beweegt,
sta ik aan de oever en zie,
tot ijsschotsen mij verdrijven,
hoe ze duikt en keert.
En opnieuw verschrikt door de jachtkreet
van de vogel, die met gestrekte vleugels
over mij heen scheert, val ik
op het open veld: ze plukt
een hoen en gooit me een wit
sleutelbeen toe. Ik hang het om mijn hals
en loop verder door het bittere dons

Ontrouw is mijn geliefde,
ik weet hoe ze soms
op hoge hakken de stad in zweeft,
hoe ze in de bars, met een rietje
de glazen diep op de mond kust,
ze kan dan met iedereen praten,
maar die taal versta ik niet.

Nevelland heb ik gezien,
Nevelhart heb ik gegeten.
0-0-0-0-0-0-0-0-0-0
In dit allerlaatste deel van deze collegereeks bespraken we enkele werken van Anselm Kiefer: 
Anselm Kiefer, geboren 1945.
©Les Echos
Anselm Kiefer, Dei grosse Fracht, 2005. 
Die grosse Fracht laat een loden boot zien, beladen met boeken. Dit verbeeldt dat wat we uit de oorlog gered hebben. 
Alles is beschadigd. 
De vraag die Kiefer vaak oproept, na de Tweede Wereldoorlog, is: wat doe ik als kunstenaar, met mijn Duitse herinneringen?
Die werken sterk mentaal op hem in; toch werd er weinig over gesproken. 
Ook dient de vraag zich aan: wat is er van de Duitse beschaving over?
Boeken weerhielden ons niet van de barbarij - en aan de andere kant is het het enige wat we hebben.
Aschenblume 1983-1997
Foto van deze site
Aschenblume laat de ruïne zien van groot gebouw. In het bijzonder: 
"This specific piece depicts the grand Mosaic Room in the Reich Chancellery. The Reich Chancellery was the traditional name of the office for the leader of Germany. In 1938, Hitler built this grand Mosaic Room and designated it as his living quarters. The project cost an enormous amount of money—some equate it to over $1 billion dollars today. And yet, the building was seriously damaged during World War II and eventually demolished."
Tekst ryanjnoble. 
Hitlers werkkamer in de Rijkskanselarij.
Foto Bundesarchiv. 

Eis und Blut, 1971
Anselm Kiefer
Foto: Bénédicte Peyrat, uit de privé collectie van Kiefer. 
Foto overgenomen van The Guardian. 
In Eis und blut brengt Kiefer de Hitlergroet; niks groeit daar. 
Verbrande zonnebloem.
Tekst bij expositie te Gent: 
"In contrast to the flowers painted by the 19th century Dutch artist, which seem to capture the sunlight, Kiefer's flowers are dark and omnious."
Tekst en foto van DEZE SITE.
Sprache der Vogel, 2013
Hier ook boeken, wankel, indrukwekkend.
Morgenthauplan, 2013.
Afbeelding van DEZE SITE.
[Wat je bij dit schilderij moet weten, is dat er na WO-II een plan bestond om Duitsland voor 1/3 een landbouwgebied te maken, opdat Duitsland nooit meer oorlog zou kunnen voeren. Dit stond bekend als het Morgenthauplan. Kiefer laat zien hoe hij daarover denkt: er kan überhaupt weinig groeien in dat plan. - AdW]
Die Orden der Nacht 1996 (zonnebloem)
Die Erdzeitalter, 2014
(Ages of the world)
Foto van DEZE SITE.
In dit laatste object zien we dat Kiefer allerhande materialen gebruikt.
Het laatste kunstwerk dat Rodenburg noemt, heet Saturn-zeit. Ik kan het niet laten zien, maar geef een link naar Artsy-net. 
Daar is een duidelijke foto van de vitrine. De cirkel (van de collegereeks) is met dit kunstwerk rond: Saturnustijd is de tijd van de melancholie, zie het eerste college in deze serie, bij Dürer. Saturnus verbeeldt bij uitstek de melancholie. 
Uit Ficino:
"Het was ‘reason’ (ratio) die bij Jupiter hoorde en de sfeer van morele en politieke actie beheerste. Verbeelding “imagination” (imaginatio) die de hand van artiesten en ambachtslieden leidde, hoort bij Mars of bij Sol (de zon). In overeenstemming met Agrippa van Nettesheim echter is de ‘furor melancholicus’ een Saturnijnse inspiratie en kan deze elk van de drie mogelijkheden tot een buitengewone ja zelfs ‘superhuman’ activiteit stimuleren."  (Citaat van DEZE SITE.)
'I go back to the beginning....'
Construction afgewisseld met demolition.
(Ik vond het moeilijk om naar te kijken.)

vrijdag 2 december 2022

Uit de tijd vallen, David Grossman, 2012.


Boekomslag
Ondertitel: een verhaal in stemmen.
Uit het Hebreeuws vertaald door Ruben Verhasselt. 

David Grosmann schreef dit boek op basis van eigen ervaringen. In de zomer van 2006 sneuvelde zijn zoon Uri in Libanon toen zijn tank slechts een paar uur voor de wapenstilstand werd getroffen. 

Samenvatting (van Bol.com):
Na het avondeten staat hij plotseling op, neemt afscheid van zijn vrouw en vertrekt naar ‘daar’ om – één keer, heel kort – hun dode zoon te zien. Anders is het verdriet niet meer uit te houden, nadat hij er vijf jaar over zweeg. Onderweg sluiten zich tot zijn verbazing meer en meer mensen bij hem aan, allemaal vaders en moeders die geen vrede kunnen vinden met de dood van hun kinderen. In de veelstemmige stoet bevinden zich een stadschroniqueur, die alles moet optekenen, een hertog, een oude rekenonderwijzer, een vroedvrouw en een schoenmaker. Zij passeren in een lange optocht de centaur. Deze ongelukkige – ‘half schrijver, half schrijftafel’ – probeert het verdriet om de dood van zijn zoon al jaren in woorden te vatten. Schrijven, zegt hij, is de enige manier om iets te begrijpen. Tegen de stadschroniqueur met zijn droge aantekeningen brult hij: ‘Schrijf nu dan alsjeblieft op in koeienletters: ik moet het herscheppen in de vorm van een verhaal! Begrepen?’ Het lukt hem uiteindelijk om daar de juiste woorden voor te vinden, maar de prijs die hij betaalt is hoog. Met het afronden van zijn verhaal, is hij zijn zoon definitief kwijt. Uit de tijd vallen verkent in precieze en tegelijkertijd poëtische taal de pijn en het verdriet van ouders die een kind verloren hebben. Vijf jaar na de dood van zijn in de oorlog gesneuvelde zoon Uri slaagt David Grossman op ongeëvenaarde wijze in deze bijna onmogelijke onderneming. Waar het nodig is zelfs met vertwijfelde humor. Uit de tijd vallen ontleent zijn overweldigende kracht en meesterschap paradoxaal genoeg aan de combinatie van ontroostbaarheid over het verlies en de distantie daartoe. Zoiets, mompelt de centaur, kan alleen in een verhaal lukken. Grossman heeft al lang naam en faam als een groot verteller. Uit de tijd vallen leest als een onsentimenteel verhaal, dat ons tot lang na de laatste bladzijde niet loslaat.
Stevo Akkerman
Beeld Jörgen Caris
Waarom heb ik dit boek gekozen? 
David Grossman ontving onlangs de Erasmusprijs. Hij kwam meerdere malen in de publiciteit, onder meer bij Buitenhof, in een interview met Pieter-Jan Hagen, en in de Trouw stond een nog veel mooier interview met hem, door Stevo Akkerman.
Ik citeer uit dat laatste enkele stukken die mij ertoe aanzetten dit boek van Grossman te gaan lezen: 

Akkerman: 
De Stichting Erasmusprijs zegt over u: ‘Grossman is net als Erasmus een ware humanist: hij laat ons de mens zien, naakt en feilbaar, even goddelijk als monsterlijk. Het werk van Grossman verandert de lezer: de vergevende blik waarmee hij zijn personages beziet straalt ook op ons af’.
Grossman: 
Ik ben geen religieus mens. Integendeel, het is belangrijk voor mij dat er geen God is. Dat we naakt staan tegenover de gruwel van leven en dood. Ik ben zeer Joods, ik voel een sterke verbondenheid met het Joodse volk, de cultuur, de humor – ik ben gewoon zeer, zeer Joods. Al meer dan dertig jaar heb ik elke week mijn bijbelavond met dezelfde twee mensen. We lezen de Bijbel, en de Bijbel is als een oceaan. Al die mythes, die zoveel vertellen over het leven. Je hoeft niet religieus te zijn om daarvan te genieten.
Akkerman:
Wat is eigenlijk het verschil?
Grossman: 
Als je religieus bent kun je de meest rebelse persoon zijn die er is, maar er is een grens die je niet over gaat: het bestaan van God. Je moet geloven dat er een God is, zelfs als je die God niet begrijpt of Hij jou niet veel kan schelen. Maar ik zeg actief nee. Ik wil beseffen dat er niets staat tussen mij en de zinloosheid van het bestaan. Het is míjn verantwoordelijkheid om deze zinloosheid te vullen met waarden en idealen. Het is mijn verantwoordelijkheid om moedig te zijn in de confrontatie met de leegheid, het duister, de afgrond. Om goede dingen te doen.
Grossmann leest iedere week in de Bijbel. ‘Maar ik zeg actief nee tegen het bestaan van God.’
Beeld Getty Images
Ik vervolg mijn citaat uit Trouw:

Akkerman: 
Laten we het dan hebben over uw boek Uit de tijd vallen, waarvan de titel is ontleend aan een Nederlandse uitdrukking, mogelijk Zeeuws. Er is nog een andere variant, in het Twents: ‘Uit de tijd komen’. Dan is de dood geen val, eerder een stap.
Grossman: 
Beide zijn heel mooi. Als je spreekt over ‘komen’ in plaats van ‘vallen’ is het bijna pijnloos, alsof een persoon overstapt van de ene dimensie naar de andere.
Akkerman:
In uw boek gaan mensen op pad naar hun doden, die ‘Daar’ zijn. Wat is dat ‘Daar’?
Grossman:
Het is de laatste plaats waar je tegelijkertijd de vitaliteit van het leven kan voelen en het duister ervan – het duister van de dood. Het is zwaar om voor langere tijd op die plaats te zijn. Ik schreef dit boek omdat ik mijzelf daar wilde brengen. Naar het uiterste. En ook omdat ik wilde weten of ik nog terug kon keren van die plaats. Ik was zo wanhopig, ik had een plaats nodig die me de leegheid en het duister zou laten zien, en me tegelijkertijd terug zou laten keren naar het leven.
Akkerman:
Dit was na de dood van Uri; moest u naar het duister om daarna het licht weer te kunnen ervaren?
Grossman: 
Ik schreef anderhalf jaar lang aan dat boek. ’s Ochtends verliet ik het huis en ging ik naar mijn werkplek, maar als ik daar aankwam wilde ik niet naar binnen, zo angstig vond ik het. Elke dag weer. Maar elke dag was het ook zo dat ik aan het einde van de middag niet meer weg wilde. Dit was de enige plek waar ik kon zijn, daar waar ik probeerde woorden te vinden voor iets waar geen woorden voor zijn. Ik was nooit van plan geweest poëzie te schrijven, maar het werd vanzelf poëzie. Ik beschreef de verschrikkelijke ervaring om hem te verliezen, terwijl er nog steeds een sprankje hoop in mij was dat de hele situatie kon worden teruggedraaid. Nu weet ik: het is onomkeerbaar. Ik ben hier, hij is daar, en ik zal hem nooit meer zien.
Akkerman: 
Toen Uri was gesneuveld zei uw dochter: ‘Maar wij leven toch nog, niet? Wij blijven leven en reizen en ik wil in het koor blijven zingen en we blijven lachen zoals voorheen en ik wil gitaar leren spelen’. Is dat uitgekomen?
Grossman: 
Ja. We zijn heel actief, elk van ons. We leven.

Mijn eigen woorden voor dit boek:
Het is ontroerend mooi en verdrietig. Het is ongelooflijk hoe Grossman de woorden weet te vinden voor zijn gevoelens van diepe rouw. Terwijl ik niet heb meegemaakt wat hij heeft meegemaakt, kan ik aanvoelen wat hij beschrijft: de leegte die achterblijft, die tegelijk geen leegte is omdat je hele wezen nog zo vol herinneringen zit aan de geliefde gestorvene, al het verlangen dat je nog voelt, het pijnlijke gemis...
Grossman laat de stemmen van de rouw horen via: de stadschroniqueur en diens vrouw, de nar, rekenonderwijzer, de vroedvrouw en de schoenmaker, de nettenboetster en de hertog. 
Ik vond de lopende man het diepst rakende:

Lopende man
Kijk, nu val ik,
zal ik vallen -
en ik val niet.

Kijk, mijn hart, nu
zal het stilstaan -
en het valt niet stil.

Kijk, een schaduw,
flarden mist,
elk ogenblik,
ja, nu val ik,
zal ik vallen -  

En: 

(...) al vijf jaar lang,
een schavot van gemis en verlangen - 

Ten slotte: 

Ik ben niet alleen, met hem
ben ik niet in mijn eentje,
alleen met hem ben ik
in al mijn krochten,
al mijn kronkels,
hij klopt in mij, leeft met mij,
is één met mij, met hem ben ik
in het onmetelijk heelal
dat in mij geschapen is
met zijn dood -
hij zuigt zich vol met mij
en slinkt. Niet stil
hij is niet stil
hij wiegt en weent
verlost en ketent
loutert, heelt
en laat niet los,
nee, laat niet los,
dat eenzame, dode kind. 

Voor nog meer prachtige citaten: zie DEZE SITE.

donderdag 24 november 2022

Nachtschrijver, Jannie Regnerus, 2017.

'In byld fan dy yn é golven'
Motto van het boek, vertaald:
'Een beeld van jou in de golven'
Boekomslag
Geschenk voor mijn verjaardag, van mijn vriendin Tony. 
Wat een prachtig boekje! Het was haar antwoord op mijn vraag: Welk boek kun jij mij geven dat voor jouzelf veel betekend heeft?
Dat werd dit dus. Niet om het verhaaltje, maar om de thematiek had het haar aangegrepen. 
Eerdere uitgave; de mijne is van 2021.
Ik had nog nooit van Jannie Regnerus gehoord, en was afwachtend. 
's Avonds meteen in begonnen.... En wat een verrassing: de Blindman waarover Jannie spreekt, kén ik. Noemt ze hem ook? 
Ach, ik zag het motto over het hoofd: daar staat hij al, de Blindman. 
En uit een recensie: 
"De lezer herkent de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga (1949-2013), de dichter van klassieke regels, in het Fries, als 'It is slim simmer/ En de sinne winkt dizze middei mei it ljocht dat earst / Op de griene harpen fan 'e heuvels syn gruntoan fynt' ( 'Het is wreed zomer, / En de zon wenkt deze middag met het licht dat pas hier / op de groene harpen van de heuvels zijn grondtoon vindt.' Vert. Benno Barnard). Maar bij Regnerus heet hij gewoon Blindman en ze citeert hem niet.
Tsjêbbe Hettinga, foto Leeuwarder Courant.
Tsjebbe Hettinga.... Natuurlijk! Zie MIJN BLOG over de documentaire van Pieter Verhoeff van 2006.
En ook mijn blog It Faderpaard,
.... het prachtige dichtbundeltje, tweetalig, Fries en Nederlands....
Later kreeg zijn Verzameld Werk dezelfde titel; uitgave ik meen 2017, 
Jannie Regnerus, geboren 1971. 
Schrijver en beeldend kunstenaar
Maar goed, nu Jannie Regnerus:
Zij schrijft fictie, waarin hoofdpersoon Hannah restaurateur is in het Rijksmuseum, en kennis heeft gemaakt met het werk van Hettinga. Wat de roman biedt, zijn impressies en tegenover elkaar-plaatsingen van leven en kijken van haar, als restaurateur, en Tsjêbbe als blinde dichter. Voor beiden is het kijken essentieel, voor haar om alle licht en leven en glans op het doek terug te brengen, zo, als het ooit door de kunstschilder gezien werd.
De dichter Tsjêbbe doet hetzelfde, hij graaft in zijn geheugen, van uit de tijd toen hij nog zag. Hoe doet hij dat? Jannie laat je dat voelen door prachtige zinnen:
'Achter Blindmans doffe pupillen barst de binnenwereld uit haar voegen. Voor een blinde bevat zijn poëzie opvallend veel licht. Junilicht kleurt de dunne huid van konijnenoren knalroze, late augustuszon geeft koeien in de wei reusachtige schaduwen. (...) Er zijn blauwe vensters boven de horizon en wolken gaan op bedevaart.'

Jannie ensceneert een ontmoeting met Tsjêbbe, ze brengt een vakantie met hem door op een Waddeneiland, en zwemt met hem in zee. Nogmaals, dat is fictief, maar ze laat daarbij wondermooi zien hoe de blinde man met heel zijn wezen proeft en voelt wat er te zien is, waarbij hij met zijn blinde ogen recht de zon in kijkt.
Het boekje is pure poëzie, ik vond het heel verrassend.
Tot slot wat nog het meeste bij mij leeft: de voordracht van Tsjêbbe Hettinga zelf, It Faderpaard.