zaterdag 4 februari 2017

O.J.: Made in America - Ezra Edelman, 2016. Deel 1.

Poster
Dit is deel één van een vijfdelige documentaire over O.J. Simpson. Ik zeg het eigenlijk niet goed, want het gaat niet alleen over O.J., het gaat vooral over zijn plaats in de tijd en de stad/steden waar hij woonde. Voor het grootste deel was dat  Los Angelos, waar we in die jaren te maken kregen met de beweging voor burgerrechten, rebellie van zwarten, black power, en gewelddadig optreden van de politie. Dat alles staat in contrast met het leven van Simpson. Juist die twee tegenstellingen maken de lange documentaire zo bijzonder.

O.J. ouders waren als jong koppel verhuisd van Louisiana naar Los Angelos. De zwarte bevolking daar was onevenredig veel méér toegenomen dan de witte. Zwarten verhuisden daarheen vanuit Louisiana, Texas, Georgia, omdat men meende dat er daar geen rassenscheiding was.  
O.J. werd geboren in Los Angelos in 1947. 
Het racisme daar leek minder erg dan in het diepe zuiden, maar dat was schijn. Er heerste een grote angst voor de politie. Die was sinds de dertiger en veertiger jaren gezuiverd van corruptie. De keerzijde van dat moois was wel, dat ze zich onaantastbaar waande. Er zat geen enkele zwarte bij de politie. Zij trad zeer hard op, met veel intimidatie, geweld, en discriminatie. De man hierachter was Parker, van wie o.m. beweerd werd dat hij banden met de KKK had.
William H. Parker, onkreukbaar, maar wel racistisch. In de witte wijken had men het goed. 
In de zomer van 1965, sloeg de vlam in de pan, met de zogenaamde Watts-rellen. De zwarten sloegen terug toen de politie weer eens een van hen onrechtvaardig behandelde. Het escaleerde. Uiteindelijk kostte het tientallen mensen het leven.
Watts-rellen, augustus 1965.

Het was een illusie geweest te menen dat er in dit land van zon en palmbomen geen rassen-discriminatie was, dat was nu wel duidelijk. Huizen, auto's vlogen in de fik, tanks reden op straat. 
De zwarten zouden uiteindelijk zelf de schuld krijgen. 
Het stadion van O.J. lag tegen de wijk Watts (een achterbuurt) aan. 
L.A. Coliseum, het stadion van USC.
O.J. ging in 1967 naar deze universiteit. Een witte universiteit.
Hij ging er spelen bij het USC team, de Trojans.
Logo van de Footballclub University of Southern California. USC. O.J. studenten-sportclub.
Hier rees zijn ster snel.
Altijd nummer 32.
1966, O.J's reputatie was groots. Hij legde grote afstanden af, en maakte veel 'touchdowns.'  Zijn conditie was fenomenaal. Hij kon sneller opzij lopen dan anderen vooruit; vond ook altijd wel een gaatje om ergens doorheen te kunnen komen. 
Hij trouwde met Marguerite Whitley; ze woonden op de campus, en kregen samen drie kinderen. 
Één van hun kinderen kwam op tragische wijze om, ze verdronk in hun zwembad. Ze was nog geen  twee jaar oud.
Tegenstander UCLA; hier maakte Simpson een rush die hem landelijk beroemd beroemd maakte. Eind jaren 60.
Simpson verdiende veel geld met het maken van reclame, bijvoorbeeld voor Chevrolet. Het was revolutionair dat zwarten reclame maakten in een witte wereld. Het paste ook totaal niet bij Simpsons afkomst, hij kwam uit een achterbuurt, waar hij als jochie met anderen kleine diefstallen pleegde, Als rolmodel hadden ze de pooiers die hun vrouwen sloegen om het geld binnen te halen.
Reclame voor Chevrolet, samen met zijn  vrouw.
O.J. bij een chevrolet. Zoals een hoogleraar betoogde in de film, was O.J. de eerste Afro-Amerikaan met wie witte mensen praatten!
Het USC speelde een leidende rol, onder andere op financieel terrein. Het football-team had veel macht. 
Terzelfdertijd kwam het woord black op, negro verdween. We spreken alleen nog over zwarte mensen.
Maatschappelijke kwesties werden ook opportuun in de sport, sporters werden geëngageerd. Als voorbeelden worden genoemd Cassius Clay, Jimmy Brown en Bill Russel.
Deze drie sporthelden kwamen op voor hun ras en hun principes; ze waren tegen de commerciële belangen in de sport.
Op 6 december 1967 kwam er een boycot van de Olympische Spelen van 1968 van de Burgerrechtenbeweging. Martin Luther King steunde die beweging. O.J. Simpson deed niet mee. Toen hij benaderd werd zei hij: 'Ik ben niet wit, ik ben niet zwart, ik ben O.J.'  Hij wilde niet op zijn huidskleur beoordeeld worden.

Martin Luther King, vermoord in 1968.
Robert Kennedy, enkele maanden later ook vermoord.

Olympische Spelen, 1968. Twee zwarten, Tommy Smith en Peter Norman, brengen de Black Panther-groet tijdens het spelen van het volkslied. Ze worden van de Spelen weggestuurd.

Pas veel later zou eerherstel volgen voor de twee atleten. (In 2016)
In 1968 haalde O.J. de 1709 yards, en 22 touchdowns. Hij leefde in een andere wereld, zijn cultus bleef groeien. Hij was een rolmodel voor zwarten. Hij behaalde de Heisman-trofee.
Winnaar van de Heisman-Trophy. De 'running back' werd geprezen om zijn 'onberispelijke karakter.'
Hij werd niet als 'black' gezien. Hij was tegen de revolutionairen in de sport.
Simpson ging ook sport verslaan voor ABC. Hij moest de straattaal van zijn jeugd afleren en onberispelijk Engels leren spreken. 
Zijn succesverhaal was daaraan te danken, dat hij 'very pleasing' was tegenover witten. Hij was verder zeer ambitieus, en 'maakte' zichzelf in zijn fantasie.
Jeugdvriend Joe Bel, die zijn afkomst niet vergeten was, en ook niet verloochende. Hij geeft het contrast tussen het nieuwe leven van O.J. en dat van vroeger duidelijk aan. O.J.'s moeder was een alleenstaande ouder, en werkte 's nachts. Zo moesten de kinderen voor zichzelf zorgen. Het werden kleine crimineeltjes. O.J. vocht niet, was niet luidruchtig, maar kletste zich wel overal uit. Hij had altijd gladde praatjes. en werd daardoor ook voorgetrokken. 
Zijn (latere) vrouw Marguerite pikte hij af van zijn beste vriend. 
O.J. werd prof-football-player bij de Buffalo Bills.
Prof-speler bij Buffalo Bills. Aanvankelijk werd dat geen succes, omdat de coach O.J. niet goed inzette. Hij kon helemaal niet vangen.
Maar toen de coach vervangen werd veranderde dat. Lou Saban stond hem weer toe zijn rushes te maken. Al bij de eerste wedstrijd ging de knop weer om. Het was 'amazing', adembenemend enzovoorts. 
The Electric Company was de bijnaam voor de Buffalo Bills. Er hoorde ook een lied bij, waarin ook het woord 'Juice'  voorkwam. O.J. staat voor 'orange juice'  in Amerika. O.J.'s naam is voluit Orenthal James. Dus iedereen sprak voortaan over O.J. als 'the Juice'. 




Helm met logo Simpson.
Even tussendoor: vooraan zien we de oudere Simpson, in de gevangenis. Een boek geschreven door een bewaker. 
16 december 1973 was zijn laatste wedstrijd voor de Buffalo Bills. Hij brak het 2000 yards record van Jim Brown.
In de sneeuw, 1973, meer dan 2000 yards. Tegenstanders waren de Jets. Na afloop wilde hij zijn eigen volledige ploeg bij het pers-interview hebben. Ze pasten amper in het kleine kamertje.  Hij was genereus, gaf elke speler een gouden armband.
Hij had veel erkenning nodig, en zei 'exceptioneel te willen leven.'
Hij werd een icoon in de reclamewereld voor autoverhuurbedrijf Hertz. Die wilden benadrukken dat ze voorop gingen in snelheid in service. Symbool daarvan werd O.J.
Groot succes voor Hertz: verbeeldt de snelle service.
Hertz zag hem niet als een zwarte man. En de gekke contradictie deed zich voor, dat blanken spullen willen hebben die zwarten aanprijzen.
O.J. had zijn hele eigen zwarte cultuur uitgewist; hij had alleen nog witten om hem heen. 
Hij had het helemaal gemaakt; hij keerde terug naar Los Angeles, witten omarmden hem, hij had geld, was beroemd, kortom: dé man van de jaren 70.
Intussen voelde zijn vrouw zich als een alleenstaande moeder. Hij was bijna nooit thuis. Hij hada affaires met andere vrouwen.
Zijn jeugdvriend Joe Bel oordeelde dat hij gehersenspoeld was, en zijn eigen identiteit verloren. Hij had zogenaamd niets te maken met de Black Power-beweging.
Bel noemt ook nog en passant het feit, dat O.J.'s vader homoseksueel was. Voor iemand uit de zwarte ghetto's was gay zijn ongeveer het ergste wat je je voor kon stellen. 
Terug in L.A., en football-player áf, werd O.J. filmster. Hij speelde onder andere in de films The Towering Inferno,
Zie zijn foto rechts, tweede van onder.
In The Towering Inferno.
In de film Capricorn One.
En ook in afleveringen van The Naked Gun.
In Hollywood kreeg hij toegang tot de besloten, witte club Daisy. Daar ontmoette hij de toen 18-jarige Nicole Brown. Zij was bloedmooi, en hij bezwoer de eerste avond dat hij haar wilde trouwen.
Hij ontmoette Nicole Brown voor het eerst in de besloten club Daisy in Beverly Hills. Nicole was toen pas 18.
Een vriend van Nicole getuigt dat hij haar de eerste avond de spijkerbroek van het lijf scheurde. Ja, het was heftig, maar ze vond hem leuk. Hij gaf haar een appartement en een auto, hoewel O.J. toen nog getrouwd was. Ze trouwden binnen een paar maanden. Ja, er was sprake van 'echte liefde' tussen deze twee mensen. 

donderdag 2 februari 2017

Laura Starink in de Weidevenne.

Het was een gezellige middag, in de Weidevenne, rond Laura Starink en De schaduw van de grote broer. 
 Én rond de minisoesjes, die wij met z'n allen - maar vooral Henk - met smaak verorberden:
Hmmmm.
Maar als ik eerlijk ben, is geen enkele lekkernij bestand tegen onze snoeplust - maar vooral niet tegen die van Henk.
In het midden denk ik Henk. :-)
Maar achteraf bleken die soesjes symbolisch. Want de verzuchting van Kennedy Ich bin ein Berliner klopt niet - al slaat die niet op een soort worstje. 
Want kijk: 
Je hebt: hamburgers, 
Voor de gelegenheid druk ik hier mini-hamburgertjes af.
frankfurters,
Daar heb je de worstjes.
Én je hebt berliners:
Dat is toch sprekend onze heerlijke schaal met soesjes...? 
Wim wist het: Kennedy had moeten zeggen: Ich bin Berliner. Maar hij zei wat anders.

En sindsdien is die zin natuurlijk een eigen leven gaan leiden...
Ik ben al als vanzelf in het wat serieuzer gedeelte van mijn verslag gekomen.
Want hoe kwamen wij ook alweer op Berlijn? 
Doordat de Duitsers daar ten minste hun eigen holocaust-schuld erkennen. Dat is te zien aan het grote monument in Berlijn.
Holocaust Mahnmal, Berlijn.
Omstreden herdenkingsteken in Jedwabne
En dat in tegenstelling tot de katholieken in Polen, die moeite hebben te erkennen dat zij een kwade rol hebben gespeeld bij de moord op de Joden in Jedwabne. 

Nee, leuk zijn de vier essays van Starink niet te noemen; wel zeer belangwekkend. Onze discussie daarover was dan ook levendig. 
Interessant vond ik het te horen dat Henk en Gea Kaliningrad bezocht hadden. Voor mij en ook voor anderen was dit een nieuw stuk geschiedenis dat we tot ons hebben genomen. 
Schokkend is de geschiedenis van Oekraïne, van Kaliningrad, van Jedwabne. Bedroevend, en ingewikkeld. 
En waarom, zo kwam toch weer die onvermijdelijke vraag op, waarom bestaat het antisemitisme al zo lang, en verdwijnt het maar niet? 
Ik vond dit antwoord op internet. Het zit zo diep, dat ik me afvraag of hier niet een kern van waarheid in zit. Het gaat over de schrijver-filosoof  Abel Herzberg:

De Nederlands-Joodse schrijver Abel Herzberg, die het naziconcentratiekamp Bergen-Belsen overleefde, meende dat christenen Joden niet haten omdat ze Jezus hebben omgebracht - een vaak gehoorde verklaring voor het christelijke antisemitisme - maar omdat ze hem hebben voortgebracht. Door hem hebben ze de Tien Geboden aangenomen, Joodse leefregels die zo veeleisend zijn dat ze er wel weer onderuit zouden willen. De 'heiden' in hen verlangt zijn vrijheid terug en haat daarom de Jood die hem gebonden heeft. 'De heiden haat de Jood omdat de christen hem knevelt.'
Daarmee krijgen de twee tegenpolen elk hun eigen rol. Het antisemitisme wordt een primitief verlangen terug te keren naar een amoreel bestaan, een onbeteugeld driftleven. Het Jodendom wordt het verlangen naar moraal, beschaving, zelfoverwinning. Het zijn twee tegenstrijdige verlangens die in elk mens leven, ongeacht geloof of wat dan ook, en die ten eeuwigen dage in gevecht zullen zijn. 'Der Jude sitzt immer in uns' zoals Hitler zei en omgekeerd zit in de Jood nog steeds een heiden. Jodendom is geen verdienste, maar een opdracht, aldus Herzberg.
Jodendom en Jodenhaat zijn beide eeuwig, meent de schrijver, want ze zijn de buitenkant van onveranderlijke innerlijke drijfveren, en Joden kunnen daarom weinig anders doen dan leven met het lot dat de geschiedenis hun toebedeeld heeft. Amor fati, noemt Herzberg dat in zijn gelijknamige essays over Bergen-Belsen. Het is leven in een poging de bedreiging van het antisemitisme buiten maar ook in jezelf met opgeheven hoofd tegemoet te treden en, waar mogelijk, in toom te houden. Het is beschaving door zelfoverwinning. 
Abel Herzberg in 1982.
Terug naar de gezelligheid. 
Want Wim had plezier beleefd aan de man met het honkbalpetje, en de gouden tanden. Het gaat om dit heerschap:
Vjatsjeslav Ponomasjev, Russisch rebel. Volksburgemeester van Slavjansk. Hij was destijds in het nieuws omdat hij waarnemers uit het westen van de OVSE gevangen had genomen. 

Hierboven twee maal dezelfde figuur.
En kijk: toeval bestaat niet. Harry Mulisch zei het al, overal zijn de verbanden voor het oprapen. Bijvoorbeeld over gouden tanden gesproken:
Het is uitkijken met al dat lekkers op tafel. :-)