dinsdag 19 juli 2022

Erasmus dwarsdenker, een biografie - Sandra Langereis, 2022.

Boekomslag
Wat een indrukwekkende biografie van Erasmus heeft Sandra Langereis met dit boek geschreven...!
De eerste recensie die ik erover las - ik had het boek toen nog niet eens gelezen - was, dat het ondanks de omvang - 700 pagina's - bleef boeien tot en met de laatste bladzijde. - Nu ik het eenmaal gelezen heb, kan ik dit zó onderschrijven! 
Langereis heeft zeven jaar over dit boek gedaan.... Ik kan het me helemaal indenken, want ze beschrijft elke episode, elk werk van Erasmus met zó veel bijzonderheden uit Erasmus' tijd, dat je je heel goed kunt inleven. Je komt tegelijk met zijn biografie te weten hoe de maatschappij er toen uitzag. Buiten dat heeft ze alle geschriften van Erasmus in het Latijn wn het Grieks gelezen!
Ik geef een voorbeeld van hoe zij voortdurend schetst hoe de maatschappij begin zestiende eeuw werkte. Zó veel verschiilen zijn er met onze tijd. Bij voorbeeld: 
Erasmus was schrijver, maar dat betekende niet dat hij meteen goed verdiende. Hij moest enorm leuren met zijn werk, om een of meer mecenaten te verkrijgen. De gewoonte was, dat hij dan een mooie opdracht schreef voor de vorst of bisschop aan wie hij het boek opdroeg. In ruil vergunde deze toegezongene hem dan een bedrag aan geld. Een voorbeeld van zo'n mecenas was William Blount, 4de Baron Mountjoy (1478-1534).
.... Als dat ten minste ook loskwam. Want dat gebeurde vaak ook niet. Ook niet als het wél beloofd was.
Een ander aspect is bij voorbeeld, dat reizen enorm zwaar was. Erasmus reisde nogal wat rond door Europa: hij had werkzaamheden in Rome, in Venetié, in Basel, in Parijs, in Engeland, Londen of Canterbury.... Sommige reizen gingen te paard, hij is meerdere malen te paard de Alpen over gereden. Soms ging het per koets, en soms per schip, de Rijn op of af. 
Daarbij moest hij ook altijd rekening houden met rovers, of anderszins bedacht zijn op het verlies van kostbare materialen, of geld. Een zak wijn kwam een keer leeggelurkt aan. Er was geen verzekeringsmaatschappij die dit dekte... 
Portret van Erasmus, door Hans Holbein de Jonge (1523) — Louvre
Erasmus was een geestelijke, maar wel een uit een bijzonder hout gesneden. Hij was volkomen vrij in zijn denken. Zo vertaalde hij ook wereldlijke literatuur uit het Grieks, het was niet enkel theologie wat de klok sloeg. 
Loekianos, (circa 120-circa 185). 
(Door William Faithorne (1616-1691)
Rijksmuseum, publiek domein
Met zijn spottend commentaar doorprikte deze schrijver en satiricus de zelfvoldane ernst van zijn tijd.

Lucianus (Loekianos, schrijft Langereis) durfde de draak te steken met de geest van de eeuw. Hij was afkomstig uit het Syrische Samosata, nu Samsat in Oost-Turkije. Zijn moedertaal was het Aramees. Het Grieks waarmee hij als de lingua franca van het Oosten kennismaakte, was de Gemeenschappelijke Spraak (koinè dialektos), een soort vereenvoudigd Grieks. Het kostte hem tientallen jaren scholing om zich het Attisch van de vierde eeuw voor Christus eigen te maken (het Grieks van de vroege filosofen).
Erasmus bestudeerde Loekianos, leerde via hem Grieks kennen, en werd door dezze satiricus geïnspireerd tot het schrijven van de Lof der Zotheid. 
Zie mijn blog Lof der Zotheid.
Zo was Erasmus dan zeker priester, theoloog, geleerde.... maar hij was ook vooral scherp over de tekortkomingen van zijn tijd. Hij gebruikte veel van zijn kennis om te spotten met de trends van zijn tijd. Vrouwe Dwaasheid wordt geprezen omdat ze zo de macht in handen heeft bij kerkvorsten en wereldleiders. 
Overigens schreef Erasmus vrijwel alles in het Latijn of Grieks De Nederlandse vertaling van hierboven is van veel later datum. Erasmus schreef de Stultitiae laus (Latijn) e/o de Morias enkomion (Oud-Grieks. - In Morias zit een verwoijzing naar zijn vriend Thomas More.) 
Dat is ook de reden, dat ik, als Neerlandicus, uiteraard vanwege mijn studie de naam Erasmus wel kende, maar tijdens mijn studieperiode niets van hem gelezen had. Hij schreef eenvoudig niet in de volkstaal. Pas enkele jaren geleden las ik de Lof der Zotheid, in vertaling. Een openbaring!

Sandra Langereis parafraseert de Lof der Zotheid, waardoor je een heel goed beeld krijgt van de inhoud van het boek. Beter dan uit mijn blog, erken ik hier.
Parafraseren doet Langereis de hele tijd bijzonder goed. Er rijst een mooi beeld op van een dikwijls foeterende Erasmus - want stevige kritiek had hij, op een heleboel mensen. Geestelijken vooral. Erasmus zag - en dat is zijn grote verdienste - dat de Vulgaatbijbel, en ook de geschriften van de kerkvaders, in de loop der jaren zwaar gecorrumpeerd waren door afschrijvers. Er waren vaak toevoegingen die helemaal niet klopten met wat in de oorspronkelijke teksten stonden. 
Vulgaatbijbel, de Sixtijnse Vulgaat. Latijnse editie uit de 4e eeuw, grotendeels geschreven door Hiëronymus; gepubliceerd in 1590. 
Zó heb ik het ook op mijn studie geleerd: Erasmus wilde terug naar de bronnen. En dat deed hij ook. Voor de bijbel was niet alleen de latijnse vulgaat van belang, maar ook de Griekse bijbel, en liefst ook nog de Hebreeuwse. 
Met die herbronning kwam enorm veel talenkennis vrij. Erasmus moest zichzelf eerst Grieks leren. Om de lezer zijn nieuwe werk toegankelijk te maken schreef hij ook toelichtingen. Het is ongelooflijk wat Erasmus bestudeerd heeft, en gemoderniseerd heeft.
Vaak volgden herdrukken, en met elke herdruk voegde hij soms weer nieuw teksten toe. Dat geldt bij voorbeeld voor zijn Adagia, een boek vol met spreuken. 
Uitgave van de Adagia door 
Aldus Manutius, Venetië, 1508.
Erasmus parafraseerde ook de evangeliën, en was bij voorbeeld gegrepen door brieven van kerkvader Hiëronymus, die hij veel hoger achtte dan Augustinus. 
Hij heeft zich altijd weten omringen door vrienden die hem steunden en hielpen. Dikwijls lieten die hem ook in de steek, maar Thomas More, in Engeland, de schrijver van Utopia, was zijn 'aartsvriend'. Zie mijn blog over More. 
Gaat het het hele boek redelijk gemoedelijk eraan toe, we belanden natuurlijk uiteindelijk in de verschrikkelijke godsdiensttwisten. Die troffen ten slotte ook Erasmus. Luther, Zwingli - maar vooral Luther - waren  verschrikkelijke tegenstanders. Ik zie Maarten Luther als iemand met twee gezichten: want deze kerkhervormer uit Wittenberg had heus wel goed door dat er het een en ander te verbeteren viel in de kerk - er waren nogal was misstanden - maar hij schrok er niet voor terug om tegenstanders de dood in te jagen. Erasmus had door dat Luther niet tolereerde dat iemand ánders dacht dan hij deed. Alleen Luther wist wat waar was - eigenlijk wist hij ook wel wat God wilde. Erasmus heeft daar elke keer de vinger op de wonde gelegd. Luther ging daar één keer met een dik boek tegenin - maar een tweede keer zweeg hij hooghartig. 
Maarten Luther, 1543-1546
Lucas Cranach, 
© Culture Club / Getty Images
Erasmus raakte aan het eind van zijn leven in een isolement. De kaarten waren dusdanig geschud, dat hij door iedereen gewantrouwd werd, zowel door katholieken als door lutheranen. Zelf wilde hij helemaal geen kerkelijke uitspraken doen, dat liet hij aan de kerk zelf over. Hij wilde alleen de bronnen bestudeerd hebben, en oude teksten zo precies mogelijk weergeven, zodat mensen zelf konden oordelen wat er nu eigenlijk in die heilige bijbel stond..... 

Sandra Langereis is er ook achtegekomen wie de vader van Erasmus was: deze Gerard was ook een overschrijver van manuscripten. Langereis geeft daar ook een heel mooi inkijkje in, in die wereld. 

Het boek begon voor mij aanvankelijk nogal raadselachtig: een zeereis op een schip met Erasmus aan boord. Ik had niet meteen door dat het om een houten boegbeeld van Erasmus ging. 
Deze reis was ook weer een goed 'vehikel' voor langereis om uit de doeken te doen hoe zeereizen er in die tijd uitzagen.... 
Boegbeeld Erasmus, afkomstig van het schip De Liefde
Jaar uiterlijk 1598
Materiaal eikenhout
Locatie Nationaal Museum van Tokio.
In 2007 bezochten wij Freiburg. We stuitten daar op een woning van Erasmus. 
Ik was het bijna vergeten... totdat ik in dit boek las dat hij ook hier gewoond had. Ik herinnerde me de verrassing van toen...
Auteur Sandra Langereis, geboren 1967.
Ik schreef het blog n.a.v. een tentoonstelling in Gouda over Erasmus, met als titel: 
'Ik wijk voor niemand'.
The Pharmacy Museum, Basel. Photo by Daniel Spehr.
Dit was de drukkerij van Froben, waar Erasmus veel werk uitgaf. Basel. Tegenwoordig dus een Farmaciemuseum. 
Zur alten Treu... In zijn ouderdom kon Erasmus in het huis met deze naam rustig en warm (met een mooie haard) wonen. De geldzorgen van voorheen waren voorbij. Hij had hier ook hulp, onder anderen een huishoudster. 
Helaas kon hij hier niet tot zijn einde blijven wonen, de godsdienst-ellende kwam ook hierheen, Erasmus moest weg. 'Ik heb geen talent voor het martelaarschap.' 

Nog een enkel woord over zijn afkomst: 
Erasmus' afkomst heeft hem lang parten gespeeld: hem ontbraken allerlei rechten, omdat hij een bastaard was. Enkele malen in zijn leven vroeg hij om dispensatie bij de hoge geestelijkheid, ook de paus. die is hem ook gegeven. 
Erasmus was een groot geleerde, en een geweldige lezer. Én schrijver, natuurlijk. Hij heeft zijn leven lang zo veel gedaan, dat hij, zoals hij zelf schreef, geen tijd had voor de liefde. Hij leefde celibatair. En hoewel hij gewijd was, oefende hij niet daadwerkelijk een kerkelijk ambt uit. Hij had wel twee posities/ambten, een in Belgie en een in Engeland.... maar die kon hij rustig uitbesteden aan iemand anders. Die persoon betaalde hij, en van de rest van het geld kon hij zelf leven. 
Ook gaf hij heel veel les, toen hij nog zo moest vechten voor zijn middelen van bestaan. 

Erasmus liet altijd en overal van zich horen, als hem iets niet zinde. Hij haatte domheid, of zogenaamde godsdienstigheid. Theologaster. noemt Langereis de mindere goden in de kerk: een theologaster is een armzalig soort theoloog, iemand die alleen maar pretendeert een theoloog te zijn. 

Erasmus heeft een testament geschreven, waarin hij er zorg voor droeg dat al zijn boeken op goede plaatsen terecht kwamen en bewaard bleven. Want let op, het was natuurlijk ook de tijd van de boekverbrandingen! Een collectie van zijn verzameld werk kwam in het Vaticaan terecht. 
Tegenwoordig is in Rotterdam zijn volledig werk te raadplegen. 
Inmiddels is ook alles naar het Nederlands vertaald. 
Sandra Langerei zelf heeft alle werken in het Grieks én in het Latijn bestudeerd. Pffft, wat een Titanenklus...!!!

Erasmus wordt humanist - of ook wel bijbels humanist genoemd. Hij was zowel christen als tekstliefhebber. Dat laatste hoort bij het humanisme. Hij wilde de lezer emanciperen, zodat hij zelf kon oordelen over de waarheid betreffende God en zijn geboden. Zijn humanisme kwam ook sterk tot uiting in zijn levenshouding. Hij stond verzoenend in het leven, Uit de canon van Nederland: In het humanisme staat het mens-zijn centraal. Als mens moet je zelfbewust, met veel zorg en aandacht, nadenken over de omgang met jezelf en je omgeving.
Eerder las van ik Sandra Langereis het prachtigde boek over Christoffel Plantijn, 
Zie mijn blog De Woordenaar. 
Er zijn veel raakvlakken met de biografie van Erasmus, omdat het Erasmus'levenswerk was boeken uit te geven. Daarvoor reisde hij ook naar Venetié, Basel, enzovoorts. 
Het verhaal van het houten boegbeeld aan boord van het schip De Liefde, bracht mij het verhaal in herinnering uit de film Silence, van Scorsese. 
Ik wist niet eerder dat er ook christenen in Japan gewoond hebben. Opmerkelijk immers dat het boegbeeld in Tokio staat.... 

maandag 11 juli 2022

The Real Charlie Chaplin, Peter Middleton en James Spinney, 2021.


Filmposter
Charles Spencer Chaplin (1889-1977)
Deze film heeft grote indruk op ons gemaakt. Het was een biografische film, waarin Chaplin's leven belicht werd vanuit een bepaalde hoek: wie was hij nou echt?
Zevenjarige Chaplin (midden, beetje opzij leunend) aan de Central Londen District School voor armelui. 
Charlie groeide op in verpauperd Zuid-Londen, zijn vader liet het gezin in de steek voor een revue-meisje, zijn moeder werd langzaam maar zeker gek en verdween in een inrichting. Charlie moest naar een werk- of weeshuis. Hij vermaakte zich toen al het liefst met verkleedkleren: wandelstok, te grote schoenen, snor, te klein hoedje. 
Chaplin als de Vagebond, the Tramp: het "meest universele icoon" van de bioscoop, in 1915
Hij kwam in 1914 terecht bij een variétégezelschap in Amerika. Als acrobatiscvh performer had hij geleerd te vallen, van trappen te rollen, klappen te krijgen en te geven. Alles met een komisch effect. Al die vaardigheden kwamen van pas bij de film, films die vaak vertoond werden in de zogenaamde nickelodeons, buurtbioscoopjes. 
Pearl Mackie, spreekt de film in, in prachtige, rustige zinnen. 
Actrice, 1987.
Het hele verhaal van Chaplin wordt heel mooi verteld, heel rustig, in prachtige zinnen, door de actrice Pearl Mackie. 
De armoede waaronder Chaplin geleden heeft, maar ook de treurige opvoeding, komen terug met boemerang-effect in zijn volwassen leven. Chaplin is ervan overtuigd dat niemand van hem houdt. Dat doet pijn, als je de massás bewonderaars ziet, die hem van tijd tot tijd omgaven. Bewondering is iets anders dan liefde, ging door me heen. 
Een afbeelding uit 1922 van  de Charlie Chaplin Studio's, waar alle films van Chaplin tussen 1918 en 1952 werden geproduceerd. Met zijn vertrek uit Amerika werd dit complex afgebroken. 
Zijn leven, jeugd, en zijn manier van in het leven staan - de clown uithangen - brachten zijn enorme talent tot bruisend leven. Hij creëerde het mannetje Charlie Chaplin, de vagebond, de 'tramp'. Die was gebouwd uit tegenstellingen: groot hoofd, kleine hoed, grote schoenen, wandelstok, snorretje. Hij had een grote schare aan imitators - een andere invalshoek om te kijken wie 'de echte Charlie' nu precies was/ 
Dat hij een beschadigde ziel had, komt het beste tot uiting in de seksuele relaties en huwelijken die hij had: hij is vier keer getrouwd geweest, steeds met een uitzonderlijk jong meisje, die hij trouwens éérst zwanger had gemaakt. Een van de vrouwen schreef ooit een boek over haar huwelijk, na hun echtscheiding. Mij staat bij, dat Charlie 'uitzonderlijke geestelijke wreedheden' had gepleegd jegens haar.
Lita Gray, tweede echtgenote van Chaplin. Zij schreef een boek over hun  bittere scheiding; het veroorzaakte een schandaal.
Maar zijn 'gekte' uitte zich ook hierin, dat hij géén andere mening naast zich duldde. Enkel hij had gelijk, in alles. Bijzonder duidelijk werd dat uit de getuigenissen van zijn drie kinderen uit zijn laatste huwelijk, met Oona. Praten kon hij ook al niet echt met zijn kinderen - al kreeg dochter Jane er dan op het allerlaatst ooit uit, dat hij zo getwijfeld had in zijn leven. 
Scene uit The Dictator (1940).
Wat bijzondere indruk op mij maakte, heeft te maken met de film The Dictator. Daarin speelt hij een dubbelrol, die van Hynkel, een persiflage van Hitler, en een Joodse kapper. Ik heb de film al een aantal keren gezien, hij blijft wonderbaarlijk mooi. Aan het eind van de film houdt hij een toespraak, die regelrecht tegen de nzai's en tegen Hitler ingaat. Het is een pleidooi voor vrede onder de gehele mensheid. Een prachtig sluitstuk van de film!
Modern Times, (1936), beschreven door Jérôme Larcher als een "grimmige contemplatie over de automatisering van het individu" 
In een andere film, Modern Times, wordt Charlie als arbeider vermalen in de raderen van de grootindustrie. In deze film valt op niet mis te verstane wijze kritiek te lezen/horen/zien op het kapitalistische systeem. Het was één van de films die Chaplin verdacht maakte in Amerika. Verdacht werd hij van sympathisant te zijn van het communisme. 
Er was nóg een film waaruit voor de Amerikanen de verkeerde sympathieën spraken: de film The Gold Rush. 
De Vagebond neemt zijn toevlucht tot het eten van zijn laars in The Gold Rush (1925).
Twee doodarme goudzoekers houden zich in leven met het koken en het eten van... een laars. 
Chaplins houding leidt in de VS tot de verdachtmaking dat hij communist is. Hij moet dat officieel uitspreken.We zien een bijeenkomst met Charlie Chaplin, en enkele opruiende lieden, die hem verwijten dat hij rijk heeft kunnen worden in Amerika en dat hij nu de hand bijt die hem gevoed heeft. Chaplin kreeg ook naar zijn hoofd dat hij een Jood was.Vreselijk om te zien, en bij mij kwam een vergelijking met de opruiende types van nú als vanzelf naar boven. Fascisten, dacht ik verontwaardigd.  
Charlie verdween uit de VS, hij ging terug naar Engeland. Later ging hij wonen in Zwitserland, in een prachtige villa in de bergen, met een tuin vol met de prachtigste rozen. 
Chaplin in zijn tuin, voor de villa. Foto van DEZE SITE.
(Het huis is nu een museum; Corsier sur Vevey, Zwitserland.
Zijn laatste, vierde huwelijk schijnt gelukkig geweest te zijn. De kinderen betoogden, dat hun vader goed luisterde naar hun moeder, er was een vertrouwensband. Met de kinderen zelf had hij nauwelijks contact.
Volgens Wikipedia is dit Chaplin met zijn vrouw Oona en zes van hun kinderen. Maar uit de documentaire begreep ik dat ze drie kindren hadden. 
Zijn vrouw Oona intussen schreef dagboeken vol, en maakte veel notities. Toch kon niets daarvan gebruikt worden voor de film, we weten niet wat zij zelf van Charlie gedacht heeft.
Chaplins vierde vrouw, en weduwe: Oona. 
Ze heeft, vertelde een van haar kinderen (ik meen Geraldine Chaplin),  haar laatste levensjaren of -maanden gebruikte moeder om alles wat ze geschreven had te vernietigen. 

Zoals boven al vermeld, bouwde Chaplin een studio met het fortuin dat Chaplin verdiende. Daar  maakte hij films geheel naar eigen inzicht. Productie, regie, scenario, muziek en acteren: het liefst deed hij alles zelf.
Ook in zijn regie-aanwijzingen kon hij meedogenloos zijn, zoals gedemonstreerd werd met een scene uit de film City Lights. De actrice die het blinde bloemenmeisje vertolkt die een bloem deelt met Chaplin, doet het zo vaak verkeerd, dat er over de 500 (!) filmdagen aan worden besteed. De acrtrice werd een paar maal verwisseld. 
531 draaidagen en meerdere hoofdrolspelers versleet Chaplin om een cruciale scène in de tearjerker City Lights (1931) te maken.
Uiteindelijk komt het goed, met de filmscene - en dan begrijp je zelfs dat er inderdaad iets aan de scene ontbrak: het heeft met de auto te maken, waarvan het portier dichtknalt (al is het een stomme film). Die auto stopt voor het blinde meisje. Ze denkt dat Charlie, een rijk man, daaruit stapt. 
Uiteindelijk hervindt ze Charlie, als ze weer kan zien. Hij is helemaal niet rijk, maar alweer gewoon de tramp. Gelukkige liefde - Ton en ik kregen er allebeide tranen van in de ogen. 
Ook in de film The Kid (1921) toont Chaplin zich sociaal bewogen: hij ontfermt er zich over een weesjongetje. 
We hoorden als commentaar op de film, iemand zeggen 'dat het een vervelende man' was geweest. 
Ik zie het anders: hij had inderdaad onaangename kanten, als rusteloze, kille echtgenoot van tienerbruiden en als afstandelijke vader. Ook als beterweter was hij bepaald ongemakkelijk.
Maar bovenal laat de documentaire zien hoe hij steeds maatschappelijk geëngageerde vertellingen creëerde. Des te schrijnender is het, dat juist die mooie kant van hem, hem in de vijftiger jaren fataal werd. 
Het is later wel weer goedgekomen tussen hem en Amerika. Toch keerde hij er niet definitief terug.
Diverse standbeelden van Charlie Chaplin, van over de hele wereld. 
Peter Middleton, één van de regisseurs. 
James Spinney, de andere. 
Chaplin was ook muzikaal,. Hier speelt hij cello. Hij maakte alle muziek voor zijn films. Deze kant van hem wordt niet benoemd in de film. 
Een jonge Chaplin
Een van zijn eerste filmrollen
Nog een jonge Chaplin, zonder 'pakkie'
En zo zag hij eruit in 1965. Zo komt hij ook voor in de film, in een interview.
Film die Chaplin in Zwitserland maakte; autobiografisch, geen 'tramp'. De film mislukte.
Trailer
Conclusie: aangrijpende, prachtige film. Kijken!

vrijdag 8 juli 2022

Il Buco, Michelangelo Frammartino, 2022.

Filmposter
Deze film draaide in Eye, en ik kwam erop om deze te bekijken na een enthousiaste recensie in Trouw. 
Woensdag jl. hadden we een voorstelling om 10.00 uur. Voor ons ook wel wat vroeg, maar ah la! 
Officieel openden de deuren pas om 10.00 uur, net als het restaurant. 
De geluidjes van de koeherder waren heel leuk, prettig, rustgevend. 
Maar om 9.50 mochten we toch naar binnen; koffie kregen we een beetje stiekem, of we het 'niet al te opvallend op wilden drinken'. 
En in de bioscoopzaal waren wij de enige twee bezoekers!!!!
Een van de beginplaatjes: de weidende koeien nemen een kijkje in Il Buco, 'het gat'. 
Foto: Venice film festival
Over het algemeen gesproken krijgt Il Buco het oordeel mee 'een meditatieve film' te zijn.  "Unhurried meditation on the beauties of geological time", zegt The Guardian. 
"De eerste keer dat we helemaal naar de bodem van Bifurto vielen, werden we overmand door vermoeidheid; het kostte ons 20 uur voordat we weer omhoog konden." - Woorden van Frammartino. 
Ik vroeg me tijdens de film meermaals af, hoe ze het op hadden kunnen nemen. Ik las later, dat er een enorme electriciteitsskabel liep van onder naar boven. Boven zat iemand die de gebeurtenissen al als film op een scherm kon bekijken. 
Hert verhaal is, dat een ploeg speleologen een toch na-maakt, die in 1961 werd ondernomen in het zuiden van Italië, in Calabrië. In 1961 werd de Bifurto ontdekt. 
In de film is dat allemaal prachtig nagemaakt: de ploeg (uit Noord-Italië afkomstig) rijdt in een oude vrachtwagen; de dorpjes waar ze doorheen komen zijn arm en onontwikkeld; hun werktuigen - vooral veel touwladders en houwelen) zien er behoorlijk primitief uit; de proppen papier die ze naar beneden gooien om de diepte bij beandering te peilen, laten foto's zien van Kennedy en Nixon. Het landschap zelf is ook volkomen ongerept. Dat wordt heel erg benadrukt door de afwisseling van de scenes met Bifurto, en die met een oude koeherder. 
Eigenlijk vonden we die tweede verhaallijn nog interessanter dan dat rots- en grotonderzoek. De prachtige oude man maakte lokkende geluidjes naar de koeien, die met een bel rondkiepen. 's Avonds begaf hij zich met zijn ezel naar huis. Hij had daarop twee takkenbossen verzameld voor het vuur in huis. Zijn onderkomen deelde hij met zijn twee zoons; het was niet meer dan een flinke schuur, met nog wat aanbouwsels. 
De volgende dag ging hij weer het vee hoeden, de mooiste opnames waren die van de oude, verweerde man, naast een al even verweerde boomstam....
De oude koeherder bij zijn boom.
Intussen gaat het onderzoek van de grot voort. De mannen en een enkele vrouw dalen steeds dieper af, je ziet de prachtigste beelden. Maar zoals het mij vaak vergaat met grotten: op een gegeven moment weet ik het wel. 
Een paar kindren voetballen over de kloof van de grot heen, totdat natuurlijk de bal ook in de diepte verdwijnt. 
Een tekenaar in de groep tekent de grot, in de gang naar de diepte. 
Als het eindpunt bereikt is, is inmiddels de oude man overleden: op een avond keerde hij neit terug; na een dag lang zoeken vinden de zoons hem ineengezakt. Thuisgekomen wordt een dokter geroepen, die hem zorgvuldig onderzoekt. Enige tijd later leeft hij niet meer. - Eindpunt grot, eindpunt oude man. 
Na zijn dood neemt een van de zoons het vee-hoeden over... met dezelfde geluidjes. 

Prachtige, prachtige film! Met schitterende ladschapsbeelden, wolkenluchten. Zwijgzaamheid. 
10 jaar geleden maakte Michelangelo Frammartino zijn eerste film, Le Quatro Volte. 
(© La Biennale di Venezia - Foto ASAC/Giorgio Zucchiatti)
Trailer. Je kunt hier de geluidjes terughoren van de koeherder, + de tekening zien die van de grot gemaakt is.