zaterdag 9 november 2019

CHAGALL, PICASSO, MONDRIAAN E.A. MIGRANTEN IN PARIJS Tentoonstelling — 21 sep 2019 t/m 2 feb 2020

Deze tentoonstelling in het Stedelijk, Amsterdam, hadden we al een tijdje op ons verlanglijstje staan. 
Poster
Bijbehorend boekje. 
De expositie was een verrassing. Het ging om een periode van grote vernieuwing in de beeldende kunst, zoals die gerealiseerd werd in Parijs, in de eerste helft van de twintigste eeuw. Heel veel buitenlanders klitten daar samen en inspireerden elkaar, probeerden zichzelf en elkaar te overtreffen in nieuwe vondsten. Picasso zat daar, Mondriaan, Chagall, Zadkine, noem het maar op, De periode wordt niet alleen maar gekenmerkt door een grote rijkdom aan kunst, het was ook een politiek drukke tijd. Nationalisme en antisemitisme staken de kop op. 
Het gaat me er hier niet om, alle feiten die ik gelezen heb te herhalen, dat wordt me veel te veel. De tentoonstelling was heel groot, alleen al daarom zou het me niet lukken. Wel werd alles heel goed uit de doeken gedaan met teksten op de wand, al wandelend en kijkend kreeg je zo als toeschouwer een heel mooi en inspirerend beeld. 
Ik beperk me er hier toe, wat markante schilderijen en beeldhouwwerken weer te geven. Het was een middag heel erg genieten, kijk maar mee:
Jan Sluijters, 1907, Bal Tabarin. Voor dit schilderij geldt heel sterk dat je het in het echt moet zien: de felle lamp schijnt bijna letterlijk in je gezicht. 
En in tegenstelling met Sluijters hierboven: Zwarte zon boven Parijs, Marc Chagall.
VERVAARDIGERS: Jean Chassaing - ontwerper 
Henri Chachoin - drukker 
Giorgio De Chirico, VERTAALDE TITEL: De archeologen
HOMMAGE À J.S. BACH
OSSIP ZADKINE
VERTAALDE TITEL Hommage aan J.S. Bach, 1936
Emmy Andriesse, ‘Parijs’, ca.1950; ik ken haar niet. Ik laat de foto zien als voorbeeld van de migrantencultuur van destijds al. 
Kees van Dongen, ‘Anna de Noailles’, 1931
Marc Chagall, ‘Zelfportret met zeven vingers’, 1912-13
Marc Chagall, ‘De violist’, 1912-13, collectie Stedelijk Museum Amsterdam
Germaine Krull, ’Métal’, 1928, collectie Stedelijk Museum Amsterdam
Piet Mondriaan, ‘Compositie no. IV, met rood, blauw en geel’, 1929
Ossip Zadkine, Le cerf, 1923, collectie Stedelijk Museum Amsterdam
LA MONTSERRAT, van JULIO GONZÁLEZ, 1935-1937
Dit werk kreeg geen bijzondere aandacht, maar mij trof het. Ik las er het volgende over:
Dit belangrijke werk in het oeuvre van Julio Gonzalez, begonnen als een werk over moederschap, kreeg later een politieke lading door de Spaanse Burgeroorlog. De titel verwijst tevens naar de berg Montserrat bij Barcelona, een traditioneel symbool van zijn geboortestreek Catalonië. Het beeld toont een eenvoudig geklede boerenvrouw staand op een houten kistje, strijdbaar, met in haar rechterhand een sikkel en op haar linkerarm een kind. Het is opgebouwd uit stukken geknipt, geklopt en aan elkaar gelast plaatijzer, zonder veel detaillering. Gonzalez, telg uit een edelsmedengeslacht, leerde al vroeg metaalbewerking en later (in de Renaultfabriek) ook lassen. Als eerste laste hij sculpturen, die op het laatst zijn pessimistische reactie op de oorlog weerspiegelen. ‘Het is hoog tijd dat ijzer ophoudt een moordwapen of werktuig te zijn, maar doordringt tot het domein van de kunst om eindelijk! door vredelievende kunstenaarshanden gehamerd en gesmeed te worden’. Het werk werd in 1937 op de Wereldtentoonstelling in Parijs tentoongesteld naast de Guernica , een politiek geladen werk van Picasso met wie hij jarenlang samenwerkte.c/o Pictoright Amsterdam / Stedelijk Museum Amsterdam.
Chagall, groen varken. Dit schilderij trof me ook. 
Kees van Dongen, ’Maria Lani’, 1928, collectie Stedelijk Museum Amsterdam.
Pablo Picasso, Zittende vrouw met vishoed (1942). BEELD COLLECTIE STEDELIJK MUSEUM AMSTERDAM.
Sibylle, Pablo Picasso. De foto is van een ansichtkaart. 
Chagall, Bella in het groen.
We sloten ons dagje uit af met een heerlijk glas wijn in café-brassserie Meuwese, aan het Rokin, vlak bij het Spui. 

In Paradisum, Kees Verheul, Trouw, 2 november 2019.

Er stond op Allerzielen een allerontroerendst essay in de Letter en Geest van Trouw, van de hand van Kees Verheul (1940). Verheul schreef onder de titel: Om hem in liefde los te laten over het In Paradisum, een Gregoriaans gezang. 
 In Paradisum, waarschijnlijk minstens veertienhonderd jaar oude tekst. Verheul schrijft dat hij deze tekst is "gaan waarderen als de bij zijn weten rijkste vormgeving van het onderwerp: de dood van een geliefd iemand."
Kees Verheul, geboren 1940; de tekst van het hier besproken essaykomt uit zijn grafrede voor zijn echtgenoot Kees Smit, 29 september 2018.

De Latijnse tekst van het katholieke liturgische gezang In Paradisum luidt als volgt:
"In paradisum deducant te angeli;
in tuo adventu suscipiant te Martyres
et perducant te in civitatem sanctam Jerusalem.
Chorus Angelorum te suscipiat
et cum Lazaro, quondam paupere
aeternam habeas requiem."
In notenschrift
Verheul geeft naast de Latijnse tekst de vertaling van de jonge Guido Gezelle, uit diens  Kerkhofblommen: 

"Ten Paradijze geleiden u de Engelen,
ga met de heilige Martelaars mede,
en uit Jerusalems zalige muren
komen de zingende koren u tegen!
Ga, eens met Lazarus arm en ellendig!
rust... in alle eeuwen der eeuwen onendig!"

Guido Gezelle, 1830-1899
Eerste uitgave was 1888; deze is van circa 1900. 
Ik voeg aan bovenstaande informatie nog het volgende toe: 
de echtgenoot van Kees Verheul was dement, 'de-ment' betekent letterlijk: 'arme van geest'. Ondanks die ziekte herinnerde Kees Smit zich nog de begrafenis van een bevriende jonge aidspatiënt, begin jaren negentig. De kist werd uit het Begijnhof gedragen, 'naar het plotselinge stadskabaal van het Spui, en telkens klonk opnieuw dat onverstoorbare, als een vogelvlucht boven de kist op en neer deinende eenstemmige gezang.' - Beide mannen waren diep onder de indruk, het leidde er bijna toe dat Smit katholiek werd. 
Toen de muziek van Smits eigen begrafenis aan de orde kwam, en Verheul In Paradisum voorstelde, wist Smit ondanks zijn ziekte dat hij daar helemaal mee akkoord was.
Ik moet nog iets toevoegen: 
De Lazarus die in het gezang wordt genoemd, is niet de Lazarus die we kennen van de opstanding uit de dood. 
"Hier is het diens naamgenoot uit een tegenwoordig haast vrijwel vergeten geraakte gelijkenis van Jezus. Deze Lazarus is een bedelaar, ziek, haveloos, door het personeel van rijke woningen geweerd uit de eetzaal waar nettere armen dan hij mogen komen profiteren van etensresten op de vloer. Naar Lazarus kijkt niemand om. Alleen straathonden, zo vertelt de gelijkenis, likten zijn wonden. Maar na zijn dood wordt Lazarus, in woorden die de maker van 'In paradisum' welbewust uit het evangelie lijkt te citeren, 'opgetild door de engelen' en rechtstreeks 'omhooggedragen' naar de hemel."
De gelijkenis van de rijke man en Lazarus, afbeelding uit de Liber aureus Epternacensis (11e eeuw) Het gaat om de parabel zoals verteld door Jezus in het Evangelie volgens Lucas 16:19-31.
Verheul herkent in de pauper Lazarus zowel de vroegere aidspatiënt, uitgekotst als hij destijds was door de maatschappij, maar ook iets van zijn man Kees Smit, "in zijn schrijnende, nu gelukkig voorbije toestand als armoedelijder-naar-de-geest."
Voor de aanstaande dood van zijn man greep Verheul terug op de begrafenis van de voormalige aidsvriend, met het mooie, steeds herhaalde In Paradisum. Verheul verdiepte zich in de tekst, en kwam uit bij Willem Jan Otten.
Willem Jan Otten
Otten bekeerde zich op latere leeftijd tot het katholicisme. Hij zei tegen Verheul over het In Paradisum: 'In paradisum' is op zijn minst een heilzaam tegenwicht bij de gangbare sfeer tijdens een moderne begrafenis. Die draait immers meestal om het verlangen de dierbare nog uit alle macht tegen te houden bij zijn vertrek uit ons leven, om vóór alles zijn of haar 'leven te vieren', zoals dat heet."
Het leven vieren bij een uitvaart
Verheul herkent dit, "al was het alleen maar omdat vrijwel alle toespraken vanaf het spreekgestoelte-met-microfoon gaan over hoe geweldig, hoe lief, hoe geestig, kortom hoe énig onze opgebaarde in betere tijden is geweest. En hoeveel hij of zij wel van de spreker heeft gehouden. En wat een humor ook die spreker toont bij het opdissen van zijn anekdotes. Ik voor mij ben blij dat zulke onderwerpen vanmiddag zeker een plaats zullen krijgen, maar dan waar ze ideaal thuishoren: in de spontane onderonsjes met z'n tweeën, drieën, vieren tijdens de nazit van de 'besloten kring' van Kees Smits naaste vrienden."
En dan komt de kern van het essay:

'In paradisum' geeft op het dramatische moment van gezamenlijk opstaan en vertrekken naar het concrete doel van de uitvaart, een heel andere wending aan de realiteit van dood en begrafenis dan wat we gewend zijn. Het focust de aandacht op wat hij of zij nú is en wat zij of hij nú, onbereikbaar voor ons, steeds meer zal worden. In plaats van het zojuist geschetste egocentrisch vasthouden, de bereidheid om een gestorvene onzelfzuchtig zijn eigen weg te gunnen. Om hem in liefde los te laten.

dinsdag 5 november 2019

La Fayette, De ruiter op den regenboog, Andreas Latzko, 1935.

Boekomslag; mijn uitgave is met de twee delen in één band. 
Uitgave van de Wereldbibliotheek. Zonder jaartal, maar het boek is van 1935. Latzko zelf noemde het alleen La Fayettte - De ruiter op de regenboog is een toevoeging van de vertaler Nico van Suchtelen.
Dit boek wordt ook wel een romanbiografie genoemd. Het gaat over het leven van Gilbert du Motier de La Fayette, beter bekend als Marquis de La Fayette (Chavaniac-La Fayette, 1757 – 1834). 
Chavaniac-La Fayette, 1757 – 1834). 
De markies was een Frans aristocraat die beroemd werd vanwege zijn rol in de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd en de Franse Revolutie. Volgens Alphonse de Lamartine gaf hij de democratie haar karakter: de eerlijkheid. (uit: Wikipedia.)
In het boek staat deze tekening van La Fayette. 
La Fayettte heeft een buitengewoon interessant leven geleid. Hij viel geheel buiten de normen van zijn eigen stand, die grosso modo uit was op eigen gewin en een luxe leventje. De La Fayettes vader was Michel de Lafayette, die gedood werd in de slag bij Minden tijdens de Zevenjarige Oorlog met Engeland. Op twaalfjarige leeftijd stierven La Fayettes moeder en grootvader, hij bleef achter als een steenrijke wees.
Domicilie van La Fayette. 
Kasteel Chavaniac-La Fayette; erfgoed van de markies. In het departemenet Haute-Loire, gebouwd in de 14e eeuw. 
In 1771 trad hij toe tot het Koninklijke Leger. Hij was 14 jaar oud. Op zijn 16e trouwde hij met Marie Adrienne Francoise de Noailles, hetgeen zijn rijkdom nog vele malen vergrootte.
Portret van Marie Adrienne Francoise de Noailles, 18e eeuw, onbekende artiest. 
Lafayette hoorde in 1775 bij een diner hoe er met sympathie gesproken werd over de strijd in de koloniën. Hij maakte geheime afspraken, en smeedde een band tussen tussen Frankrijk en de Amerikaanse koloniën.
Hij kwam per schip aan in Charleston, South Carolina, in 1777, en reisde naar Philadelphia, waar hij binnen een paar weken tot Generaal Majoor werd benoemd. Dit weerspiegelde eerder zijn rijkdom en status als edelman dan zijn ervaring op het slagveld. Hij was pas 19! Hij werd als snel voorgesteld aan zijn opperbevelhebber, generaal George Washington, die een vriend voor het leven van hem zou worden. Lafayette raakte gewond in de slag bij Brandywine, en vocht onder andere ook samen met Washington en het leger bij Valley Forge. Toen de revolutioaniren trachtten Washington eruit te gooien (complot bekend als de Conway Cabal) stond La Fayette naast Washington.
Thomas de Conway, 1733-1800. Hij was  een Ier die tijdens zijn leven in verschillende legers als huurling diende.Hij heeft een controversiële carrière gehad, eerst vocht hij in de Franse legers in Europa. Hierna ging hij naar de Verenigde Staten om de kolonisten te helpen in hun strijd tegen de Britten. Hier werd hij bevorderd tot inspecteur-generaal in het leger van George Washington.
In 1777 intrigeerde hij met een aantal ontevreden Amerikanen (Benjamin Rush en Thomas Mifflin) om George Washington te vervangen door generaal Horatio Gates. De markies de La Fayette maakte aan dit plan echter een einde en waarschuwde dat Conway een gevaarlijk man was, waardoor hij later in Frankrijk als een held werd begroet. Als beloning werd Conway (die bijna 50 was) (rond 1780) als de gouverneur van de Franse kolonie Pondicherry naar het door hem verfoeide Azië gestuurd.
Via Horatio Gates kreeg La Fayette nog meer aanzien, en mocht hij de invasie in Canada leiden.
Horatio Gates; onbetrouwbaar, wilde zelf Washington vervangen. Dat mislukte. 
Gates had een brief naar Washington gestuurd, om hem te informeren dat het Congres met de invasie had ingestemd. Lafayette wilde niet, maar Washington overrulede zijn bezwaren, zodat La Fayette de missie met tegenzin aanvaardde.
Al snel bleek dat de Canadese expeditie - geleid door La Fayette vanuit Albany - uiteen aan het vallen was. Het bleek La Fayette dat de troepen en de bevoorrading onvoldoende waren. Andere generaals (Schuyler, Lincoln and Arnold) waren  het met hem eens. De manschappen liepen ver achter met het krijgen van soldij. La Fayette schreef  op 23 februari 1778 aan George Washington een brief, waarin hij zijn vermoedens kenbaar maakt, dat de hele Canadese campagne en zijn leiderschap ervan niets anders is dan een slimme streek om hem uit de buurt te krijgen, zodat de anderen (Gates, Conway) des te beter kunnen samenzweren tegen Washington.
De hele expeditie naar Canada viel uiteen, en vond uiteindelijk nooit plaats.
Washington in 1793/94; 
Painting George Washington by Charles Peale Polk
Aan de kant van Washington en Lafayette stond De Kalb. Terwijl er samengezworen werd (Conway en Gates) vergiste men zich in zéér Lafayette. Ik citeer uit Encyclopedia.com:
Although La Fayette was young and had been only a captain in the French army, he came from the court nobility, unparalleled masters of intrigue and power politics. He promptly informed Congress that he would accept the command only if the orders were to come from Washington and General Johann De Kalb replace Conway, implying dire consequences if Congress did not comply. Not only would he go home, he would take all the other French volunteers with him, and inform his father-in-law (the duc d'Ayen) that the king should be urged to send no more aid. While the cabal quickly collapsed, Lafayette went to Albany to take charge of the operation. There he found that neither the supplies nor the troops had been assembled and that the invasion could not work because the British were prepared. On his recommendation, Congress canceled the operation.
Johann baron de Kalb (1721 – 1780), geboren in Beieren als Johann Kalb. Kalb schreef het volgende over La Fayette aan John Adams aan het Franse hof: 
"Over het algemeen heb ik ergenissen te verdragen, waarvan u zich nauwelijks een voorstelling kan maken. Eén ervan is de onderlinge jaloezie van bijna alle Franse officiers, in het bijzonder tegen hen die een hogere rang hebben dan de anderen. Deze mensen denken aan niets anders dan hun onophoudelijke intriges en achterbaksheid. Ze haten elkaar als de bitterste vijanden, en trachten elkaar te schaden telkens een gelegenheid zich voordoet. Ik heb hun gezelschap opgegeven, en zie ze heel zelden. La Fayette is de enige uitzondering; ik ontmoet hem altijd met dezelfde hartelijkheid en hetzelfde plezier. Hij is een uitstekende jongeman, en we zijn goede vrienden... La Fayette wordt zeer op prijs gesteld. Hij staat op een zeer goed blaadje bij Washington."
Zo heb ik dit enkele wapenfeit van LaFayette genoemd, ter illustratie waardoor hij in de Amerikaanse Revolutie zo beroemd is geworden.
Een ander groot wapenfeit van La Fayette was de Slag bij Yorktown (1781): een gevecht tussen de Verenigde Staten en Frankrijk enerzijds, en Groot-Brittanië anderzijds.
De overgave van Cornwallis bij Yorktown, 28 september - 19 oktober 1781; Yorktown, Virginia.
Resultaat Frans-Amerikaanse overwinning.
De in Amerikaanse dienst vechtende Friedrich Wilhelm von Steuben had het commando.

In datzelfde jaar 1781 keerde La Fayette terug naar Frankrijk, en na de Vrede van Parijs in 1783 was zijn terugkeer naar Amerika niet meer nodig. Bij de Vrede van Parijs erkende Engeland de onafhankelijkheid van Amerika. 
Madame de Pompadour
Er komt ook veel informatie over Frankrijk. 
Zo was daar Jeanne Antoinette Poisson, beter bekend als Madame de Pompadour. Zij was de belangrijkste minnares van Louis XV. Haar positie was politiek belangrijk en ook seksueel. Dat gold voor meer vrouwen in die periode, maar voor haar in het bijzonder. Het hof van Louis XV was nog maar een generatie verwijderd van de Franse Revolutie, maar de periode gold als desastreus voor Frankrijk, omdat alle kiemen werden gelegd voor die opstand. Historicus Tess Lewis schrijft over haar: ze functioneerde de facto als eerste minister, was de eerste vertrouweling van de koning, doordat zij bepaalde wie wel of geen toegang tot hem kreeg. Ze kreeg veel schuld op haar schouders gelegd voor de blamage van Frankrijks falen in de Zevenjarige Oorlog, alsook voor de grote schulden van het hof.

Met de geschiedenis van Lafayette in Amerika is deel één nog niet gedaan: terug in Frankrijk speelt hij wederom een belangrijke rol in die andere revolutie, de Franse. Dat komt aan de orde in deel II.
Madame de Pompadour komt voorbij, met haar geld- en hebzucht, haar hardheid. Maar ook Marie-Antoinette, en Koning Lodewijk XVI.
Ik vertel wat hoofdzaken uit de voorgeschiedenis van de Franse Revolutie, zoals die aan de orde komen in deel I van La Fayette:
Portret in pastel door Liotard van de 7-jarige Marie Antoinette.
Gravure van Marie Antoinette in hofkledij; galerie des Modes
De 'diamanten halssnoer'-affaire  was een enorm schandaal, met als belangrijk hoofdpersoon Marie Antoinette. Hierboven een replica van het halssnoer, Château de Breteuil, Frankrijk.
 Jacques-Louis David, Marie-Antoinette, op weg naar het schavot. 
Executie van Marie Antoinette op 16 oktober 1793.
Louis XVI door Antoine-François Callet in 1788
De populaire controleur-generaal van financiën Jacques Necker; deze leent enorme bedragen in plaats van de belastingen te verhogen.
Neckers opvolger, Charles-Alexandre de Calonne bleef met Neckers schuldenberg opgescheept
Opening van de Staten-Generaal op 5 mei 1789 in de Grande Salle des Menus-Plaisirs in Versailles.
De broodtocht naar Versailles door de Parijse vrouwen, op 5 oktober 1789. Het is gruwelijk om te lezen hoe arm, hongerig en uitgebuit de 'derde stand' was (mislukte graanoogst, belastingdruk, graan voor andere doeleinden dan het volk te eten geven.) 
De bestorming van de Bastille 1789 door tijdgenoot Jean-Pierre Houël (1735-1813). Met in het midden de arrestatie van de directeur van de Bastille Bernard René Jourdain, markies de Launay.
De bestorming geldt als het begin van de Franse Revolutie. De opstandelingen dachten dat daar kruit en munitie waren. In de Bastille werd de adel door de adel opgesloten. Die hadden daar een zeer luxueuze gevangenis. Overigens zaten er tijdens de bestorming slechts 7 gevangenen.
De onthoofding van de koning op de Place de la Révolution (voorheen Place Louis XV, nu Place de la Concorde), vóór de sokkel van het verwijderde standbeeld van Lodewijk XV.
Monument voor Lodewijk XVI en Marie Antoinette door Edme Gaulle en Pierre Petitot uit 1830, in de Kathedraal van Saint-Denis
De Bastille voor de sloop op een 19e-eeuwse gravure
BIBLIOGRAPHY door Unger, Harlow Giles. Lafayette. New York: John Wiley, 2002.
revised by Robert K. Wright Jr.
Ik noem deze biografie, omdat het boek van Latzko voor mij bijna onleesbaar was, met heel abstracte zinnen, vergelijkingen die ik na drie keer lezen nog niet begreep, en in het algemeen gesproken vaag en gedateerd taalgebruik. 
De auteur, Andreas Latzko. 1876-1943
Latzko komt oorspronkelijk uit Oostenrijk-Hongarije. Hij werd vooral bekend door zijn boek Mensen in oorlog, over de Eerste Wereldoorlog. Zijn boeken werden in 1933 door de nazi's verbrand. Hij leefde en werkte voornamelijk in Nederland. Zijn graf is op Zorgvlied, Amsterdam. Georg B. Deutsch gaf opnieuwzijn autobiografie uit, getiteld Lebensfahrt; in 2017.. 
Autobiografie heruitgegeven in 2017.
Over de vertaler Nico van Suchtelen is ook nog wel wat interessants te melden: zie over hem Biografisch Woordenboek van Socialsime en Arbeidersbeweging. Nico van Suchtelen was net als Latzko van adel, maar ook voorvechter van het socialisme. 
Nico van Suchtelen, 1878-1949. Hij werd ook directeur van de Wereldbibliotheek, waarvan dit boek een uitgave is. 
Plaatje van Latzko in het boek. Nog even over de ondertitel: Lafayette is de ruiter op de regenboog, omdat hij de onmogelijke taak op zich had genomen om de uitersten van adel en gewone mensen (democratie)  te verenigen. 
Deel 2 heb ik niet gelezen. 
Als spelling heb ik consequent geprobeerd La Fayette te schrijven; maar de schrijfwijze Lafayette komt minstens even vaak voor.