woensdag 14 januari 2015

'Wij zaaien noch wij maaien niet, wij teren op de boer.' - Joost van den Vondel, 1660.

WILDZANG

Op de Hofstede van ‘De Hinlopens’, buiten Naarden.

---------------------------------------------------

Wat zong het vrolijk vogelkijn,
Dat in de boomgaard zat!

'Hoe heerlijk blinkt de zonneschijn
van rijkdom en van schat!
Hoe ruist de koelte in ’t eiken hout,
En vers gesproten lof!
Hoe straalt de boterbloem als goud!
Wat heeft de wildzang stof!

Wat is een dier zijn vrijheid waard!
Wat mist het aan zijn wens;
Terwijl de vrek zijn potgeld spaart!
O slaaf! O arme mens!
Waar groeien eiken t’ Amsterdam?
O kommerzieke Beurs,
Daar nooit genoegen binnen kwam!
Wat mist die plaats al geurs!

Wij vogels vliegen, warm gedost,
Gerust van tak in tak.
De hemel schaft ons drank en kost,
De hemel is ons dak.
Wij zaaien noch wij maaien niet:
Wij teren op de boer.
Als ’t koren in zijn aren schiet
Bestelt al ’t land ons voer.
Wij minnen zonder haat en nijd,
En dansen om de bruid;
Ons bruiloft bindt zich aan geen tijd,
Zij duurt ons leven uit'.

Wie nu een vogel worden wil,
Die trekke pluimen aan,
Vermij de stad, en straatgeschil,
en kieze ruimer baan.

schrijver
Elke eerste januari komen wij met de familie van mijn man bij elkaar rond oliebollen en champagne om samen het Nieuwe Jaar in te luiden.
Met soms aangename verrassingen:
Ik weet niet meer wat de aanleiding was  voor Evert de regels uit de titel te citeren. Ik vond het leuk genoeg om ze eens na te zoeken. Trudy had een Verzameld Werk van Vondel staan, ikzelf  ging naar internet.
Tot mijn verrassing schreef Vondel dit gedicht "Op de hofstede van De Hinlopens, buiten Naarden.'
Zelf afkomstig uit Bussum, moest ik ook dit weer nazoeken. En wat blijkt:
De Hinlopens zijn een tijdje de bewoners geweest van Oud-Bussem. Er is een flink conflict geweest tussen de Hinlopens en de Erfgooiers over het zogenaamde 'schaarrecht', dit is het recht om het vee te beweiden op gemeenschappelijke grond. Maar daar gaat het hier verder niet om. Wel wilde ik zeggen, dat we als familie een band hebben met Oud-Bussem: een prachtig stukje landgoed + bebouwing, waar Ton en ik met enige regelmaat nog wel eens gaan wandelen.
Niet alléén vanwege de schoonheid: óók, omdat Ma Bogaard daar als 'Duits dienstmeisje' haar leven in Nederland is begonnen.
 
Roman van Vestdijk; er waren in het interbellum véél Duitse dienstmeisjes naar Nederland gekomen.
Monogrammen borduren,  lekker eten koken, het huishouden tot in de perfectie verzorgen: dat kon Ma allemaal.
Floris Vos, 1871-1943, werkgever van Ma Bogaard op Oud-Bussem
Floris Vos-stal, van de modelboerderij Oud-Bussem.
Daar ook heeft ze de jonge Bep Bogaard gevonden (en andersom); de jonge man die het wasgoed op de fiets kwam halen en brengen van en naar de wasserij (die van zijn moeder) waar hij toen werkte.
Ze trouwden en kregen zeven kinderen; mijn man Ton was de vijfde. Ik ben al weer 45 jaar met hem getrouwd.
Toegangspoort Oud-Bussem
Toestand (voorheen) modelboerderij nu. 
.... en toen.
Verscholen in een mooi park.
Bos van Bredius, altijd een geliefd wandelingsoord. Ligt rondom Oud-Bussem. 
Interieur van een vroegere wasserij. Het is altijd Pa's droom gebleven om een eigen zaak te hebben. Zijn moeder had die ook, een zogenaamde droogwasserij op Brinklaan 7 te Bussum; Pa werkte daar tot een zeker tijdstip.
Het huis is in 1991 afgebroken. Het oude drooghuis ernaast is verbouwd tot kantoor.
Pa werd later bij andere wasserijen stoker en wasser; zo ongeveer zag de ketel eruit. 
En dit lijkt op zijn werk; vieze zwarte kolen scheppen naast..... 
de zorg voor de wasmachines, waaruit kraakhelder wasgoed tevoorschijn kwam.
Stoomwasserij van De Beer; bij dit bedrijf (o.a.) werkte Pa Bogaard.

Filmpje van een wasserij te Haarlem; veel groter dan de wasserijen te Bussum, maar wel leuk om een beeld te krijgen.
Hoe lekker het rook, dat weet Ton nog wel...

maandag 12 januari 2015

Antichrist, Lars von Trier, 2009.

Hoes. 
Omdat ik intussen Nymphomaniac en Melancholia, twee delen van de trilogie van Lars von Trier gezien had, en erover geblogd, wilde ik ook graag het laatste deel ervan zien en bespreken: de Antichrist uit 2009.
Antichrist gaat over een hij en een zij, die aan het begin van de film vrijen, onder de klanken van Händel; tegelijkertijd zien wij hun kleine peuterzoontje zich uit bed begeven, naar het raam toe, en te pletter vallen.
Jongetje stapt uit het raam, valt te pletter.
Dat is de proloog.
Vervolgens komt het enorme verdriet, waarbij onmiddellijk opvalt, dat Zij lijdt, en dat hij daar eigenlijk niet aan deelneemt. Hij beleeft het niet, hij behandelt haar als therapeut.

Hij alsmaar 'droog', boven alles staand. Zij intens verdrietig.
Het stel gaat naar Eden, wat in de film alles behalve een paradijselijke tuin is. Daar probeert hij haar te genezen door de oorzaak van haar angsten op te sporen. Eerst schrijft hij op, in een piramide, dat het de natuur is, vervolgens, satan, en ten slotte me, hijzelf?
Een recensent schreef zo mooi: 'behandelen, in plaats van doorleven, aanvaarden'.
Hij vindt op zolder de restanten van het proefschrift waaraan zij ooit bezig was te schrijven. Het heeft met hekserij en vrouwenhaat te maken.
Vanaf een zeker moment gaat het fout tussen de twee. Was zij tot dan toe een volgzaam leerling van haar wat arrogante alleswetende man, opeens leeft zij zich uit in geweld. Zij slaat hem op de buik met een stuk hout, als hij buiten westen is boort ze een gat in zijn been en maakt daar een stalen wiel aan vast.
Hij vlucht het bos in, hij ziet een hert die bezig is een jong te werpen, een vos die spreekt, en in een hol, een gewonde kraai. Desgevraagd aan Von Trier, vond hij dit zelf helemaal niet vreemd, hij had het in dit verband over sjamanisme, onder andere over een vos die de weg wees.
De hulpvaardige man - of was hij bezig haar te doordringen van haar schuld tegenover de dood van het jochie Nic? - wordt geteisterd door de vrouw, die veranderd is. Heeft ze een psychose? Zeker is, dat ze seks ziet als een hulpmiddel om de pijn niet te hoeven voelen.
Vallende eikels op hun hutje houden hem uit de slaap. De hele natuur lijkt schreeuwend te sterven, zegt zij.
Er zijn drie metgezellen in hun leven: pijn, verdriet en wanhoop. Uitgedrukt op verschillende wijzen: de beeldjes, een niet bestaand sterrenstelsel, en de drie al  genoemde dieren.
Zij, genitaal verminkt; bij haar het hert, de vos en de kraai.
De drie bedelaars: pijn, verdriet, wanhoop.
Het niet-bestaande sterrenstelsel, weer met de drie bedelaars.
De sprekende vos: chaos reigns. 
De hij kan niet met haar doorgaan, nu ze hem naar het leven staat. Hij wurgt en verbrandt haar. In de epiloog komen tal van vrouwen over de heuvel van Eden gelopen.

Antichrist is een film die niet meteen duidelijk is. En het misschien ook wel nooit zal worden. Ik geef hier een paar links naar mensen die pogen er iets verstandigs over te zeggen. Maar sommigen vinden dat er niks verstandigs over te zeggen valt. Von Trier is soms zelf vaag, en lijkt niet te weten waarom hij dit of dat doet. Er zijn mensen, die suggereren dat Von Trier na een paar geflopte films weer eens met iets schokkends wilde komen. Welnu: daar is hij dan in geslaagd. Aan het einde - zij verminkt zichzelf dan genitaal - kon ik niet meer kijken.
Met het bloed van haar man op haar bloes zoekt zij hem; chaos in Eden.
Trouwens, wat zij hém allemaal aandoet, zodanig dat hij bloed ejaculeert, is ook niet om aan te zien. Von Trier wordt wel misogynie verweten, dit is vrouwenhaat. Immers, alle kwaad lijkt in haar te zitten. Er zijn zelfs scenes waarin ze toekijkt hoe haar zoontje uit het raam valt, zodat de schuld echt alleen bij haar ligt.
Er zijn wel prachtige beelden nu en dan. De expliciete seks bevalt mij niks, evenmin als het al even expliciete geweld. Toch wilde ik deze film graag zien, en erover nadenken.
Dit soort beelden zijn prachtig. Misschien komt hiervandaan de opdracht aan Tarkovsky?
Von Trier draagt de film op aan Tarkovsky. Tarkovsky was de held van mijn vriendin Geert, ik ga me ook nog in hem verdiepen. Waar die opdracht vandaan komt, weet ik niet.
Onduidelijk waarom de film is opgedragen aan Tarkovsky
Von Trier zegt zelf nog ergens, dat hij de film maakte na een periode van depressies. Hij heeft alle beelden die hem toen kwelden in deze film verwerkt. Dit lijkt me nog de meest plausibele verklaring voor deze schokkende film.
HIER een discussie tussen filosofen over deze heftige film.

Ik vond deze recensie in de NRC zeer goed leesbaar.
Trailer
De hoofdrollen worden gespeeld door Willem Dafoe en Charlotte Gainsbourg. Zij won de prijs in Cannes in 2009 voor beste actrice met deze film.
 

 

 

 





 

 

 

 



 

 

 

 

woensdag 7 januari 2015

Ludwig Wittgenstein, een biografisch essay, Norman Malcolm en Georg Henrik von Wright, 1958 (1966)

Portret Wittgenstein geschilderd door Brunhilde
Binnenkort bespreken we met onze Senia-Geschiedenisgroep het boek De Wittgensteins, van Alexander Waugh. Leuk was het, om in onze boekenkast nog dit onderhavige boekje aan te treffen, over de filosoof Ludwig Wittgenstein.
Hier de Engelse editie. 
Deze 'memoir' is ook als bronmateriaal gebruikt door Waugh.
Het eerste deel van dit boekje heet Kort Levensbericht, en is geschreven door Von Wright.
Wittgenstein, vertelt Von Wright, behoort met zijn werk tot twee filosofische scholen: het logisch positivisme, en de linguïstische filosofie. Ik kan hier verder weinig méér over vertellen, ik ben geen filosoof. Von Wright en Malcolm waren dat beiden wel.
Ludwig was niet metéén geïnteresseerd in de filosofie, hij had belangstelling voor techniek. Als jongen maakte hij een naaimachine, die goed werkte. Later studeerde hij ook eerst techniek, en ontwierp een propeller. De aandacht kwam toen meer bij de wiskunde te liggen, de stap naar de filosofie lag weer in het verlengde daarvan.
In 1913 reisde hij naar Noorwegen, en bouwde daar een hut, waar hij een tijdlang volkomen in afzondering leefde.  Daarna verhuisde hij naar Cambridge, waar hij de invloed onderging van Russell en Moore. Ook toonde hij interesse voor psychologisch onderzoek, o.a. naar het ritme van muziek. Hij was zelf erg muzikaal, speelde klarinet, kon goed fluiten en heeft overwogen om dirigent te worden. Hij correspondeerde met Russell, die brieven zijn bewaard gebleven. Hij schreef zijn Tractatus Logica Philosophicus.
In de Eerste Wereldoorlog ging hij als vrijwilliger in het Oostenrijkse leger.
Zijn leven lang hield Wittgenstein aantekenboekjes bij, waarin hij zijn gedachten noteerde. Dat van 1916 vindt Von Wright bijzonder interessant, omdat het over het Ik gaat, de vrijheid van de wil, de zin van het leven, en de dood. Het is aforistisch van aard.
Wittgenstein schreef meestal in code. Twee van zijn aantekenboekjes zijn beroemd, het ene: het Blue Book, met aantekeningen van de colleges die hij gaf in het studiejaar 1933 en 1934; het andere het Brown Book, uit het collegejaar 1934-1935.
Maar ik loop vooruit, we zijn nog maar in de buurt van de Eerste Wereldoorlog. In 1912 stierf Ludwigs vader, Ludwig erfde een groot vermogen. Hij gaf dit meteen allemaal weg, o.a. aan de dichters Trakl en Rilke.
Hij werkte na de oorlog een tijdje als onderwijzer, totdat het hem niet meer beviel. Vanaf 1926 werkte hij als architect voor zijn zus. Het huis dat hij neerzette was kenmerkend voor hem, geheel vrij van ornamentiek. Ook beeldhouwde hij, een beetje klassiek-Grieks.
In 1929 keerde hij terug naar Cambridge. Hij mocht zijn Tractatus als proefschrift indienen en behaalde in datzelfde jaar zijn doctorsgraad.
In de jaren 1929-1932 heeft hij ontzettend veel op papier gezet, hij was een harde werker. Toch publiceerde hij tijdens zijn leven behalve de Tractatus alleen nog Some Remarks on Logical Form.
Een leuke anekdote die hiermee verbonden is, is dat hij met dit werkstuk een lezing ging houden. Maar ter plekke liet hij zijn voornemen varen en sprak over iets heel anders!
Overigens was dat kenmerkend voor hem: hij bereidde zijn colleges nooit voor, hij dacht zijn toehoorders vóór; op hetzelfde moment dus. Vaak in samenspraak met hen. Hoe meer er uit de luisteraars zelf kwam, hoe interessanter het college werd. Zijn leer was ook in voortdurende ontwikkeling, er is een verschil in vroege en late opvattingen. Het kostte hem veel innerlijke strijd.
Wittgenstein was streng, hij duldde niet dat studenten te laat kwamen, of maar één of twee keer verschenen. Ook voor zichzelf was hij zo streng.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij als ziekendrager. In 1947 trok hij zich terug in Ierland, wilde geen colleges meer geven.
De laatste twee jaar van zijn leven was hij ernstig ziek. Hij stierf in 1951.
Georg Henrik von Wright.
Norman Malcolm was evenzeer een persoonlijke vriend van Wittgenstein. Het is leuk om zijn essay te lezen, omdat daarin veel stukken uit brieven van Wittgenstein staan. Het zijn bijna allemaal herinneringen en gegevens van persoonlijke aard.
Malcolm beschrijft het uiterlijk van Wittgenstein: slank, gebruind, mooie krullenbol, sober gekleed, nooit met een das. Altijd keurig gewassen kleding (behalve de jas). Zijn kamer was kaal, een tafel, stoel, haard, maar ook alles weer keurig schoon.
Wittgenstein was iemand die grote invloed op anderen uitoefende, velen waren bang voor hem. Tegelijk was hij ook een heel goede vriend, en kon hij zorgzaam en liefdevol zijn. Bijvoorbeeld toen hij Malcolm eens kwam opzoeken toen die ziek was, en hem verzorgde. Anderzijds was hij eens héél lang kwaad op hem, omdat Malcolm een opvatting had (over het plaatsen van een bom door de Engelsen om Hitler te vermoorden) die Wittgenstein afkeurenswaard vond. 
Wittgenstein heeft ook voor Malcolm 5 maanden lang zijn studie betaald, anders zou Malcolm hebben moeten stoppen. Het ging niet om lenen, het was geven!
Doordat hun wegen zich dikwijls scheidden - Malcolm ging naar de VS, Wittgenstein verhuisde een zeker moment naar Ierland - correspondeerden de twee ook veel met elkaar.
Malcolm gaat ergens in zijn essay wel wat dieper in op een stukje van de filosofie van Wittgenstein. Het betreft het item waarmee Wittgenstein verschilde van mening met de filosoof Moore, namelijk over het weten. Is weten hetzelfde als een psychische gesteldheid? Hoe weet ik of mijn hand tot een vuist gebald is? Of dat het huis dat ik zie, een huis is? Hoe weet ik dat iets rood is?
(Ik heb eerlijk gezegd geen flauw benul van dit soort vragen, en durf er dan ook niets over te zeggen.)
Aan het eind van zijn leven kreeg Wittgenstein prostaatkanker. Hij was erg bang in een ziekenhuis te moeten sterven. Zijn huisarts, dokter Bevan, bood hem toen aan dat hij bij hem thuis mocht sterven. Mevrouw Bevan was eerst erg bang voor hem, maar raakte in de loop der tijd juist heel erg bevriend met hem.
Wittgenstein vond het niet erg te sterven, en zei zelfs dat hij een goed leven had gehad.  Voor iemand die het dikwijls zo moeilijk had gehad, vond Malcolm dat een ontroerende opmerking.
Norman Malcolm.
 
Mooie uitspraak van Wittgenstein om mee te besluiten: 
Alles wat uitgesproken kan worden, kan duidelijk uitgesproken worden.
Origineel: Alles, was sich aussprechen lässt, lässt sich klar aussprechen.

ALHIER staat een interessante samenvatting van het voornaamste van Wittgensteins filosofie.











 
 


Het nieuwe Rijksmuseum: De Film, Oeke Hoogendijk, 2014.

In 2013 werd een documentaire in vier delen uitgezonden over de 10 jaar durende verbouwing van het Rijksmuseum. Een happening! Natuurlijk omdat toen eindelijk het museum weer heropend werd, maar ook om de soms hilarische beelden van de geschiedenis van de restauratie. Om maar wat te noemen: de Franse deskundige die in slaap valt tijdens een vergadering. Het voortdurende uitstellen van de opening.
 
Eind 2003 begon toenmalig directeur Ronald de Boer met de verbouwing, het Rijks ging voor onbepaalde tijd dicht.
De vier delen documentaire zijn intussen niet meer op Uitzending Gemist te zien. Inmiddels draait wel in de bioscoop de film met de hele geschiedenis van de verbouwing. De documentaire is hier ingedikt tot ruim twee uur. Héél erg leuk, onthullend soms, interessant zeker. 
De zelfverzekerde rug van Wim Pijbes. De conservatoren hebben ander werk te doen, zie achtergrond.
Alles wat we uit de geschiedenis weten komt weer naar boven: het protest van de fietsers tegen het sluiten van de onderdoorgang; de budgetoverschrijdingen; het probleem van de wateroverlast, waardoor het werk weer stil kwam te liggen; het voortijdige vertrek van Ronald de Boer; de poging van Wim Pijbes, de nieuwe directeur, om alsnog de fietsers te weren, oftewel een wat grootsere entree te realiseren...
Maar ook dingen die ik niet wist zag ik: dat er een huisbewaarder was, één man, met een fotografisch geheugen, die al die tijd in een keet bij het Rijksmuseum woonde. Ik heb van hem helaas geen beelden terug kunnen vinden, noch zijn naam. Maar genoot wel van zijn rol.
Sommige veranderingen waren erg leuk om mee te maken, bijvoorbeeld die rond het Japanse paviljoen, en de aankoop van de twee Tempelwachters.
 
De Twee Tempelwachters
Verantwoordelijke hiervoor was de conservator van die afdeling, Menno Fitski.
Menno Fitski
De eerbied waarmee hij zijn kunstvoorwerpen tegemoet trad, was zeer sympathiek. Hij bouwde bijvoorbeeld zelf een maquette om te kunnen zien wat het effect van de plaatsing van beelden en kunstvoorwerpen was. Dat werkte beter dan een tekening alléén. Ook liet hij, toen alles stond waar het moest staan, een Japanse ceremonie houden, omdat de twee wachters nu hun verder leven hier zouden slijten; ze moesten zich thuis kunnen voelen.

Beeld van de ceremonie.
Verhuizing van een ander beeld
Dit waren ook hele leuke beelden om naar te kijken: de restauratie en het vernissen van 'de Ketel'. Dat vernissen moest snel, het was hard werken en puffen!
Let op de kleuren van de wanden. Uit Parijs werd deskundigheid ingehuurd voor o.a. de kleuren van de wanden. Maar Pijbes vond het allemaal 'te'; het advies werd in de wind geslagen.
Laatste hand aan de verhuizing: het ophangen van de stukken. 
Hier staat hij er onopgemaakt op. Maar voor de foto van Erwin Olaf werd hij keurig geschminkt.
Wim Pijbes, directeur vanaf 2008 tot heden. 

Zijn topmoment, vertelt hij later, is als hij met Obama voor de Nachtwacht gefotografeerd wordt.
Henk van Os, directeur van 1989-1996. Een totaal andere persoonlijkheid dan Pijbes. 
Arthur van Schendel, directeur van 1959-1975. Dit feit was nieuw voor mij.
Taco Dibbits, directeur collecties. Toen Ronald de Leeuw wegging, vertelde Dibbits in de film, vond hij wel dat hij de gedoodverfde opvolger was.
Niet dus.
Ronald de Leeuw, directeur van 1996 tot 2008.

De fietsers die hun zin kregen in de Gemeenteraad. Tegen de zin van architecten en museumdirecteuren in.  
Trailer van de film, met die ontzettend leuke beelden van de opening.
Erg leuke film, het was ook één van de weinige keren dat Eye flink bezet was.
Genoten!
Documentairemaakster Oeke Hoogendijk.


dinsdag 6 januari 2015

Liefde en Pedagogiek, Unamuno, 1902.

Boek
Na NEVEL van Miguel de Unamuno las ik dit keer Liefde en Pedagogiek (Amor y Pedagogía) van Unamuno, de hoogleraar te Salamanca die (een natuurlijke dood) stierf aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog, in 1936. 
Hier treft men enige Biografische gegevens aan over Unamuno. En in onderstaand filmpje worden enkele grondbegrippen van Unamuno uitgelegd.
Met het Requiem van Mozart enkele grondbegrippen van Unamuno; in het Spaans.
Eén van die grondbegrippen is het Don Quichottisme: de permanente strijd die de mens levert voor een irreëel ideaal.
Dit Don Quichottisme komt ook voor in Amor Y Pedagogía: in Don Avito Carrascal, die zijn zoon Apollodoro tot genie wenst op te voeden. 
De Spaanse uitgave.
Het boek heeft een voor- en een nawoord; de structuur staat hieronder keurig weergegeven. 
 
 
 Ik maak het me dit keer misschien wat gemakkelijk, door deze schema's over te nemen. Wat nu volgt is een sociogram, een schema dat alle menselijke verhoudingen weergeeft:

Maar ik ontkom er toch niet aan, mijn eigen ervaringen met dit boek op te schrijven. Welnu:
Apolodoro wordt in zijn korte leven op pedagogisch 'verantwoorde' wijze tot genie opgevoed door zijn vader. Zijn moeder leeft juist geheel en al uit haar gevoel, zij noemt haar zoon Luis, maar haar man mag dat niet weten. Zo staat liefde (de moeder) tegenover pedagogiek (de vader), die Apolodoro bekoopt met de dood. Hij voelt zich geheel en al mislukt en pleegt zelfmoord.
Behalve Don Avito spelen een rol: Fulgencio, de excentrieke filosoof. In hem heeft Unamuno het meeste van zichzelf gelegd. Heeft sympathieke vrouw Edelmira.
Het boek heeft een uitgebreid voor- en nawoord.
Het voorwoord is het beste te lezen als je het boek uit hebt, anders begrijp je er toch niets van. Hij zegt in andere woorden wat hij ook in de vertelling (over Apolodoro, het middendeel) vertelt.
Unamuno schreef associatief, zonder vooropgezet plan. De karakters in zijn boeken zijn marionetten, dragers van ideeën; zijn romans zijn meer ideeënromans. Hij spot met zichzelf, en propageert wat hij zegt te bestrijden.
De epiloog is belangrijk vanwege de zogenaamde cocotologie. Unamuno legt dit uit aan de hand van dit gevouwen vogeltje:
Leidraad bij de cocotologie: het gevouwen vogeltje.
De wetmatigheden waaraan dit gevouwen vogeltje (cocotte: Frans voor vrouw van lichte zeden, maar ook, Spaans voor vogeltje, kuikentje, en gevouwen vogeltje) voldoet, gelijken wel heel sterk op de religieuze waarheden van de mens. Zo maakt Unamuno op een vriendelijke manier de godsdienst, en met name het scheppingsverhaal belachelijk.
De filosofie die hij voorstaat, is humanistisch en existentieel. Het gaat hem om de hele mens, en tegenstrijdigheden horen daarbij. In het nawoord speelt hij ook subtiel in op de heersende idealen (begin van de Burgeroorlog) van zowel links als rechts: niemand kan goed opvoeden als er vooropgestelde idealen bestaan. Unamuno richt zich specifiek als schrijver tot de lezer, hij legt uit: tot het individu. Overigens zet hij die lezer steeds graag op het verkeerde been.
Vertaler Bart Peperkamp heeft het over 'het sympathieke geouwehoer' van Unamuno in voor- en nawoord, wat later zo in de mode zou komen. Waarschijnlijk was één van de redenen dat de uitgever het boek van een bepaalde omvang wilde hebben.
De eerste druk van Liefde en Pedagogiek was in 1902, de volgende in 1934.
Unamuno hoort tot de Generatie van 1898; de periode van 1900-1933 wordt in de Spaanse letterkunde ook wel de Zilveren Tijd genoemd. Het was de tijd van het Modernismo.
Unamuno was gelukkig getrouwd (hoewel hij zegt geen verstand van vrouwen te hebben) en was vader van negen kinderen.
Aforisme van Unamuno
De schrijver.
Ik heb dit boek met veel plezier gelezen; eerst het kernverhaal. na afloop pro- en epiloog, waarna ik des te meer bewondering en liefde voor hem voelde. Wat een fijne man, en wat schrijft hij leuk over deze filosofische gedachten! Liefde gaat voor alles.