Het gebouw is gesloten. De zon dringt door de vensterramen binnen en verwarmt de bovenkant van de bureaus die sterk genoeg zijn om de last van 's mensen lot te dragen.
We zijn buiten vandaag, op de lange brede helling. Velen dragen donkere kleding. Je kunt met gesloten ogen in de zon staan en voelen hoe je langzaam voorwaarts wordt geblazen.
Ik kom te zelden naar het water. Maar nu ben ik hier, tussen grote stenen met vredige ruggen. Stenen die langzaam achterwaarts de golven zijn uitgezworven.
Dit gedicht houdt me bezig, omdat het me niet duidelijk is. Er komen veel gedachten bij de beelden naar boven. Welk gebouw bedoelt hij, en waarom is het gesloten? Wat gebeurt er daar in het gebouw aan de bureaus, dat ze gekoppeld worden aan het lot van de mens?
Wat is het verband tussen deze, en de tweede strofe, waarin 'we' op de helling staan met donkere kleding, en waarin we voelen dat de wind ons voorwaarts blaast?
Dan komt die prachtige laatste strofe, waarin de 'ik' bij het water staat, waar hij te weinig komt, tussen grote stenen met vredige ruggen.
En tenslotte: waarom heet het Langzame muziek...?
Mijn interpretatie is, dat langzame muziek op het leven slaat. Het leven gaat rustig voorbij, zoals de wind, die je langzaam voorwaarts blaast. En op een dag ben je uit de stroom van het leven, als de grote stenen die langzaam uitgezworven zijn uit het water. Je draagt donkere kleren, het is een tijd van grotere ernst, misschien van méér rouw dan toen je jong was. Dan is het gebouw van het werkzame leven dicht, je kunt alleen nog door de ramen zien hoe daar de mensen werken, zoals God het gewild heeft. Maar voor jou is het gesloten.
De naam Slaperig geworden tijdens het rijden stuur ik de auto onder de bomen aan de kant van de weg. Ineengerold op de achterbank val ik in slaap. Voor hoelang? Uren. De nacht was gevallen. Plotseling wakker herken ik mijzelf niet. Klaar wakker, maar het helpt niet. Waar ben ik? w i e ben ik? Ik ben iets dat op een achterbank wakker schiet en in paniek rondworstelt als een kat in een zak. Wie? Eindelijk keert mijn leven terug. Mijn naam nadert als een engel. Buiten de muren klinkt een trompetstoot (als in de Leonore- ouverture) en de reddende schreden dalen pijlsnel de al te lange trap af. Ik ben het! Ik ben het!
Maar onmogelijk te vergeten die strijd van vijftien seconden in de hel der vergetelheid, een paar meter bezijden de hoofdweg waar het verkeer met licht aan voorbijglijdt.
Dit gedicht van Tranströmer - uit de bundel Nachtzicht van 1970 - is zo gemakkelijk herkenbaar; tegelijk zo mooi en eenvoudig vormgegeven dat ik het hier graag nog eens weergeef.
Het enige waar ik iets langer over moest denken waren de reddende schreden die pijlsnel de trap afdaalden... De reddende engel die afdaalt, zijn naam...? Ik ben het! Ik ben het!
Ik was ook benieuwd naar die 'trompetstoot' uit de Leonore-ouverture... Hoor maar op het YouTube-filmpje.
De stenen die wij gooiden hoor ik vallen, glashelder door de jaren. In het dal vliegen de verwarde handelingen van het ogenblik, krijsend van boomtop naar boomtop, komen tot zwijgen in ijlere lucht dan het heden, glijden als zwaluwen van bergtop naar bergtop tot aan de uiterste plateaus, rakend aan de grens van het bestaan. Daar zakken al onze daden glashelder naar geen andere bodem dan onszelf.
Waarom nu juist een gedicht als dit me treft weet ik niet. Of is het dit: dat een steen iets met me doet. Steentjes leggen op een Joods graf - of tegenwoordig op welk graf dan ook; steentjes leggen op een groeiend stapeltje stenen onderweg op een wandeling; steentjes zoeken met mijn kleinkinderen, mooie gladde witte, liefst met een glimmertje erin - of anders een wat grotere, die zo lekker in de hand ligt - een uit de kluiten gewassen ei. Of stenen verzamelen en ze op een plank uitstallen en er de naam van kennen. Al ben ik zelf daar niet van: ik ken de namen niet, en ik houd niet van verzamelingen die ik moet afstoffen.
Of een steen met een bepaalde betekenis, zoals in het boek van Henning Mankell: waarom had Hakan van Enke een steen op zijn bureau liggen, die tegelijk met hem verdween? Ik weet het pas als ik het boek uit heb.
En wie van mijn kinderen overwoog toch ook weer om geologie te studeren? Zoals de hoofdpersoon in Nooit meer slapen....
Maar Tranströmer heeft het over andere stenen. Of zijn het dezelfde, stenen als daden?
Uit de verzamelbundel De herinneringen zien mij citeer ik hier een gedicht van Tranströmer.
De aanleiding is drieërlei: de film Het meisje met de parel die ik laatste gezien heb, zie dit blog; de Vermeertjes in de eregalerij in het Rijksmuseum, waar ik op eerste kerstdag met Ton en Tessel zo van genoten heb; tenslotte het feit dat Henning Mankell in De gekwelde man Tranströmer noemt!
Tenslotte vond ik, dat het voor mij weer eens tijd werd een gedicht te lezen.
Zo kwam ik hierop:
Vermeer
Geen beschermde wereld... Direct achter de muur begint het lawaai
begint de herberg
met gelach en gekanker, rijen tanden, tranen, klokgebeier
en de zwakzinnige zwager, doodsaanzegger voor wie iedereen moet beven.
De grote explosie en de verlate schrede van de redding,
schepen die een hoge borst opzetten aan de rede, geld dat in
verkeerde zakken kruipt
vordering op vordering gestapeld
opengesperde rode bloemkelken die oorlogsvrees zweten.
Daarvandaan en dwars door de muur het heldere atelier binnen
de seconde in die eeuwen mag leven.
Schilderijen die zich 'De Muziekles' noemen
of 'Het lezende vrouwtje in blauw' -
zij is in de achtste maand, twee harten trappelen daarbinnen.
Tegen de achtermuur hangt een gekreukelde kaart van Terra Incognita.
Ademt kalm... Een onbekende stof zit vastgenageld aan de stoelen.
De gouden kopspijkers vlogen er met enorme vaart in
en bleven daar steken
alsof zij nooit anders dan in rust waren geweest.
Je oren suizen door de diepte of de hoogte.
Het is de druk van de andere kant van de muur.
Hij laat ieder feit zweven
en verschaft het penseel houvast.
Het doet pijn om door muren te gaan, je wordt er ziek van
maar het is noodzakelijk.
De wereld is één. Maar muren...
En de muur is een deel van jezelf -
je weet het of je weet het niet, maar het geldt voor allen
Dit boek van Unamuno dateert van 1907, maar werd pas in 1914 voor het eerst in Spanje uitgegeven.
De oorspronkelijke titel was Niebla, Mist. Deze Nederlandse vertaling is van 2010.
Ik maakte kennis met de naam Unamuno op de HOVO-cursus over de Spaanse Burgeroorlog. Unamuno was iemand die zich politiek altijd heel duidelijk uitsprak. Hij had socialistische voorkeuren, maar koos in 1936 toch niet meteen die partij. Maar dit duurde niet al te lang, hij werd een bestrijder van de nationalisten. Unamuno was hoogleraar in Salamanca. Hij overleed 31 december 1936.
Ik kreeg Unamuno te leen van Marianne Nieuwenhuis, ik weet niet eens meer hoe we over hem te spreken kwamen.
Het is een roman, al noemde Unamuno het werkje zelf een nivola, om het te onderscheiden van de novela, Spaans voor roman. De vertaler van het boek, Bart Peperkamp, vertaalt dat als een nevelle, waarmee een aardige woordspeling met de titel ontstaat.
De roman begint met een voorwoord van Victor Goti, en op de een of andere manier was mij direct duidelijk dat Goti een alter ego van Unamuno is.
Na nog een woordje van Unamuno zelf begint het verhaal.
de Spaanse uitgave
Hoofdpersoon is Augusto Perez, die graag een vrouw wil na de dood van zijn moeder. Zijn oog valt op Eugenia, pianolerares. Maar zij is verliefd op de niksnut Mauricio. Augusto wordt eigenlijk op iedereen verliefd, na Eugenia op zijn dienstmeisje Rosario en zelfs op de oudere Liduvina. Hij kiest Eugenia, maar die misbruikt hem, waarna Augusto zelfmoord pleegt. Heel in het kort is dit het verhaal, maar er is zoveel meer aan de hand. Er worden tal van filosofische gedachten uit de doeken gedaan. Dit gebeurt zo aanhoudend, dat het boek meer een ideeënroman genoemd kan worden. Een van de voornaamste denkbeelden is, dat we niet weten wat leven of liefde is; alles kan in zijn tegendeel verkeren, en eigenlijk regeert de verveling. Augusto heeft veel liefde op de bodem van zijn ziel liggen, en hij voelt, dat die na de dood van zijn moeder wel naar buiten moet komen. Het doet er eigenlijk niet toe op wie die liefde zich richt, de vrouwen zijn inwisselbaar. We weten niets zeker, nevel is een kernwoord. De mens, in dit boek gepersonifieerd door Augusto, verkeert in duisternis over de betekenis van het leven. Al zijn gedachten over liefde of metafysica zijn als een mist. Wat men erover kan zeggen draagt er alleen maar toe bij dat die mist steeds groter wordt. Augusto denkt zelfs dat hij alleen maar bestaat in het hoofd van anderen. Iets wat aan het eind van het boek maar al te waar blijkt, omdat Augusto een verzinsel is van de schrijver. Zo kan de mens ook heel goed een verzinsel van God zijn: God, die de mens, net als Unamuno, laat sterven als hem dat het beste uitkomt.
Liefde, vrouwen, religie, onsterfelijkheid; gedachten over mystieke anarchie, vrouwen, de rol van muziek, barbaarse stierengevechten... Er zijn talloze gedachten waarmee het boek doorspekt is. Je kunt in het boek ook terugvinden hoe Unamuno denkt over het schrijven van literatuur: het moet tot stand komen als het leven zelf, niet volgens een vooropgezet plan. Toch is dit boek niet taai, maar heeft iets fris. En ondanks de triestheid kun je ook nog wel eens lachen. De gedachten worden voornamelijk uitgesproken in dialogen, wat ook een gedachte op zichzelf is. (Namelijk dat een gesprek dé manier is om een gedachte te uiten.)
Augusto pleegt tenslotte zelfmoord omdat Unamuno, zijn schepper, dit wilde. Doet God ook zo met ons? De laatste bladzijden hebben iets beklemmends.
In het verhaal treden ook de voorwoord-schrijver en Unamuno zelf op. Ná Unamuno kwamen er meer schrijvers die dit procédé toepasten, maar Unamuno was de eerste. O.a. Pirandello deed dit. Die originaliteit is er nu wel vanaf.
Het is leuk om te weten, dat uitgeverij Menken, Kassander & Wigman allerlei klassieke Spaanse werkjes uitgeven. Nevel is er daar een van. Ik zelf heb De boom der kennis, van Pio Baroja in mijn boekenkast staan. Nu is ook Colometa uitgebracht, van Mercé Rodoreda. Dat boekje heb ik al sinds Geert in een oudere uitgave in mijn bezit. Vond ik destijds prachtig, moest ik maar eens herlezen!
Tenslotte vond ik nog dit Youtubefilmpje, dat een aardige samenvatting geeft van Nevel, met plaatjes van Johny Depp. In het Spaans, een mooi oefenprogrammaatje!
Een twee uur durende, geweldige documentaire over de film Cleopatra, die tussen 1957 en 1963 gemaakt werd. De film kostte ongelooflijk veel geld, en bracht Twentieth Century Fox tot aan de rand van de afgrond. Andere films, met name The longest day, moesten het verlies goed maken. Cleopatra zou aanvankelijk in Engeland worden opgenomen, maar de buitenopnames waren meestal onmogelijk door het leuke Engelse weer.
Elisabeth Taylor als Cleopatra
Liz Taylor was in het begin ook voortdurend ziek. De hele set werd afgebroken en verplaatst naar Rome. De werkelijkheid was nog niet mooi genoeg voor deze film, de regisseur (en of producer) vond het Forum Romanum te klein, het werd groter nagebouwd. Er werd ongelooflijk met geld gesmeten, acteurs waren bijvoorbeeld weken tot maanden werkeloos, maar werden toch doorbetaald.
Op een bepaald moment in het verhaal werd zelfs het hele script herschreven! Daar gingen vele meters kostbaar materiaal!
Richard Burton, als Marcus Anthony
Uiteindelijk waren er vele uren film, maar er werd slechts een film van 3 uur en tien minuten uit gedistilleerd. Een van de redenen was, dat er een romance gaande was tussen Taylor en Burton; men wilde van alle publiciteit daaromheen profiteren, en die twee samen zouden pas in deel 2 aan de orde komen. Voor alle zekerheid dus maar nú komen met de film met deze twee sterren, want wie weet was de relatie straks weer verbroken....
Taylor was ontevreden met het resultaat, ze vond dat het beste van haar weggeknipt was. Toch won de film een aantal Oscars.
Taylor had met haar Cleopatra-look een enorme invloed op de mode van die jaren.
De liefde tussen Taylor en Burton kostte beiden hun huwelijk
We zagen prachtige scenes uit de film, met als hoogtepunt de intocht van Cleopatra in Rome. Tjongejonge, wat een scene!
Ik was eigenlijk doodmoe, op Nieuwjaarsdag na alle feestelijkheden van de avond en dag ervoor, maar móest de film uitzien.
Er zijn nog steeds mensen - althans in 2001, toen deze documentaire verscheen - die hopen op een remake van de film met al het materiaal dat niet gebruikt is. Maar het zal er wel nooit meer van komen, daarvoor is er sinds 2001 al weer te veel tijd verstreken, en het is er nog niet van gekomen... Maar wat zou het interessant zijn!
Ziehier een heel precieze SAMENVATTING DOCUMENTAIRE .
Op Oudejaarsavond eens heerlijk gelachen met de film Kind Hearts and Coronets, van Robert Hamer, uit 1949. Zoals op de poster staat, een 'hilarious study in the gentle art of murder.' Maar liefst acht prachtige rollen waren weggelegd voor Alec Guinness, die alle telgen van het geslacht Ascoygne d'Ascoygne voor zijn rekening nam, inclusief de suffragette.
Guinness als suffragette
In elke rol blonk Guinness uit, steeds gaf hij met weinig middelen een heel ander personage weer.
de 8 d'Ascoygnes, door Guinness
Alle d'Ascoygnes moeten uit de weg worden geruimd door de hoofdrolspeler, Louis Mazzini, die uiteindelijk de tiende hertog van Chalfont wordt. Deze 'grappige' moorden pleegt hij uit wraak omdat zijn moeder ooit uit deze adellijke familie gezet is vanwege haar huwelijk uit liefde met een Italiaan.
Het verhaal wordt verteld door Louis zelf, die in de gevangenis zijn memoires schrijft. Als er nog maar één d'Ascoygne over is, blijkt dat die een natuurlijke dood sterft. Louis erft alles en is nu zelf van adel. Dan zit hij met het probleem met welke vrouw hij verder door het leven gaat: met zijn minnares of zijn verloofde. Zijn minnares chanteert hem, maar krijgt hem uit de gevangenis, onder voorwaarde dat hij zijn verloofde zal doden; dat wordt dan de negende moord. Louis staat buiten de gevangenispoort en ziet aan de ene kant zijn minnares, aan de andere zijn verloofde, allebei in een koets klaar zitten. Wie van de twee wordt het? Dan herinnert hij zich, dat hij in zijn cel zijn complete memoires met al zijn bekentenissen heeft laten liggen. Einde film. ;-)
Er is op Engelstalige sites veel over deze film terug te vinden, zie bijvoorbeeld DEZE REVIEW.
De film is een zogenaamde Ealing-comedy, zo genoemd naar de studio's van die naam, met een specifiek soort humor. Deze studio's maakten 'a series of comedies so dry and droll, so literate and cynical, that the phrase "Ealing comedy" described them and no others.'
Alec Guinness speelt niet eens de hoofdrol, maar is toch de belangrijkste figuur.
Het Engels van de film is een heerlijkheid om naar te luisteren, lekker met de stiff upper lip, en dan soms de vreselijkste dingen zeggen.
De titel komt van een gedicht van Tennyson, Lady Clara Vere de Vere. Het gaat om een aanklacht van een jonge man tegenover een edelvrouw, die dan wel hooggeboren is, maar verder innerlijk niet veel waard is. Afgezet tegenover een gewoon, edel hart. Kind hearts are more than coronets, And simple faith than Norman blood. De strekking van het gedicht steekt weer mooi af, als achtergrond bij het verhaal. De 'betere' Louis, die voor zijn lieve moeder de moorden pleegt!
Lady Clara Vere de Vere,
Of me you shall not win renown:
You thought to break a country heart
For pastime, ere you went to town.
At me you smiled, but unbeguiled
I saw the snare, and I retired:
The daughter of a hundred Earls,
You are not one to be desired.
Lady Clara Vere de Vere,
I know you proud to bear your name,
Your pride is yet no mate for mine,
Too proud to care from whence I came.
Nor would I break for your sweet sake
A heart that doats on truer charms.
A simple maiden in her flower
Is worth a hundred coats-of-arms.
Lady Clara Vere de Vere,
Some meeker pupil you must find,
For were you queen of all that is,
I could not stoop to such a mind.
You sought to prove how I could love,
And my disdain is my reply.
The lion on your old stone gates
Is not more cold to you than I.
Lady Clara Vere de Vere,
You put strange memories in my head.
Not thrice your branching limes have blown
Since I beheld young Laurence dead.
Oh your sweet eyes, your low replies:
A great enchantress you may be;
But there was that across his throat
Which you hardly cared to see.
Lady Clara Vere de Vere,
When thus he met his mother's view,
She had the passions of her kind,
She spake some certain truths of you.
Indeed I heard one bitter word
That scarce is fit for you to hear;
Her manners had not that repose
Which stamps the caste of Vere de Vere.
Lady Clara Vere de Vere,
There stands a spectre in your hall:
The guilt of blood is at your door:
You changed a wholesome heart to gall.
You held your course without remorse,
To make him trust his modest worth,
And, last, you fix'd a vacant stare,
And slew him with your noble birth.
Trust me, Clara Vere de Vere,
From yon blue heavens above us bent
The grand old gardener and his wife [1]
Smile at the claims of long descent.
Howe'er it be, it seems to me,
'Tis only noble to be good.
Kind hearts are more than coronets,
And simple faith than Norman blood.
I know you, Clara Vere de Vere:
You pine among your halls and towers:
The languid light of your proud eyes
Is wearied of the rolling hours.
In glowing health, with boundless wealth,
But sickening of a vague disease,
You know so ill to deal with time,
You needs must play such pranks as these.
Clara, Clara Vere de Vere,
If Time be heavy on your hands,
Are there no beggars at your gate,
Nor any poor about your lands?
Oh! teach the orphan-boy to read,
Or teach the orphan-girl to sew,
Pray Heaven for a human heart,
And let the foolish yoeman go.
Tennyson, circa 1842
Trailer Kind Hearts and Coronets
De film is gemaakt naar een boek van Roy Horniman, getiteld Israël Rank, van 1907. De hoofdrol is hier weggelegd voor een Jood, wat niet kón in 1949, het zou als antisemitisch uitgelegd kunnen worden. Dus is de hoofdpersoon in de film half Italiaans gemaakt.
Robert Hamer, de regisseur
Dennis Price als Louis Mazzini, in de gevangenis
nog twee oude posters
Helaas moet deze geestelijke ook dood
Prachtige kanten opening van de film
Tenslotte: het is heerlijk dat buitenlandse zenders tegenwoordig gemakkelijk met ondertiteling te ontvangen zijn! Het maakt voor mij heel veel uit, van de taal begrijp ik nu veel meer. Wat een plezier!