dinsdag 19 december 2023

Arthur Schopenhauer - De woelige jaren van de filosofie, Rüdiger Safranski, 2020 (1987)

Boekomslag, slecht te lezen.
De ondertitel luidt: De woelige jaren van de filosofie. 
De laatste regel luidt: 
Een ware liefdesverklaring aan de filosofie.
De oorspronkelijke titel luidt: Arthur Schopenhauer und die wilden Jahre der Philosophie. Eine Biografie.
Ik heb dit boek met veel interesse gelezen. Mijn belangstelling begon na de cursus Melancholie, van Katja Rodenburg, in 2022.  Daar leerde ik, dat Schopenhauer de zoon was van een patricische zakenman, een handelaar. Die wilde dat zijn zoon hem zou opvolgen. Op een reis naar Marseille zag Arthur aldaar galeislaven, door wier lot hij getroffen was. Dat wetende, wilde hij zijn vader niet opvolgen, maar deed het aanvankelijk toch. Totdat hij  zich toch bevrijdde van die 'voorbestemming', met de hulp van zijn moeder. 
Galeislaven
Het roeien klopte waarschijnlijk niet in werkelijkheid, de blote ruggen, de zweep en de kettingen wel. 
Foto van DEZE SITE
Ook kwam aan de orde het begrip 'wil' bij Schopenhauer. Dat stamt uit het hoofdwerk van Schopenhauer: De Wereld als Wil en Voorstelling. 
Hoofdwerk van Schopenhauer. 1818.
Schopenhauer leefde van1788-1860
 'Wil' is een veel breder begrip dan ik tot dan toe verstond onder 'wil' , wat vanouds iets betekende als: 'ik wil dit-of-dat'. De docent aan de HOVO ging destijds niet op mijn vraag daarover in, maar Safranski legt dat uitgebreid uit.  Bij Schopenhauer is 'wil' meer: de levensdrift, die in iedereen zit, ook in dieren, in het algemeen: in de natuur. Iets wat blind is, en waar wij eigenlijk weinig van weten. Ook wat onszelf betreft, we hebben er geen zicht op, 'de wil' borrelt als het ware in ons op. We kunnen die ons proberen bewust te maken, en dat kan ook wel voor een deel, maar het meeste blijft toch voor onszelf verborgen. 
Het interessante is de dat er een goede vergelijking kan worden gemaakt met het onbewuste, of onderbewuste, zoals dat ook in de 19e eeuw verder door Freud werd ontwikkeld. 
Het plaatje van de ijsberg illustreert mooi wat we weten, en wat onder de oppervlakte blijft. 
Voor mijzelf was interessant stil te staan bij wat er maar op kon borrelen.... Je hebt er geen controle over, je kunt het waarnemen als iets nieuws dat in jezelf zit. 
Bij een juiste beoefening kun je wel komen tot een 'beter bewsutzijn',  zie verderop. 

Met die kennis in het achterhoofd ging ik de biografie lezen. Met ook al bij voorbaat de liefde voor Safranski, door het boek De Eenling. 
Maar dat komt later nog wel. 
Rüdiger Safranski, geboren 1945.
Het boek geeft een biografie van de filosoof,  een overzicht van zijn filosofische denkbeelden, en tegelijk een historisch overzicht van de tijd waarin hij leefde. 
Safranski doet dat chronologisch, en somt per hoofdstuk op welke thema's aan de orde komen. Als voorbeeld geef ik: 

Hoofdstuk 1. Danzig. Arthurs prenatale geschiedenis. Geen kind uit liefde. De eerste ervaringskern van de filosofie. Het Pakhuiseiland: het hart der duisternis. 

Ik schreef al, dat Arthur probeerde zijn vader te behagen en in diens voetsporen te treden. Na zijn vaders dood (zelfmoord?) in 1805 stopte hij daar toch mee, met hulp van zijn moeder, Johanna Schopenhauer.
Johanna Schopenhauer, 1766-1838
Zij haalde hem weg van kantoor. en Arthur kon zijn roeping volgen: studeren. Eerst geneeskunde, later filosofie.
De brief die zijn moeder schreef toen ze hem terug in huis haalde, is heel onthullend. Ze staat toe dat hij thuis komt wonen, maar stelt precies haar grenzen.
Johanna was schrijfster, en was zelf beroemd. Ze behoorde tot de literaire kring rondom Goethe. Ook Humboldt hoorde tot die kring, en vele anderen. Het is leuk om te lezen dat de cultuur van de salons, die ik al kende van Frankrijk (Proust!) ook in Duitsland bestonden. 
Goethe was een vriend, en ook Arthur maakte contact met deze man, met name over diens Kleurenleer. 
Johann Wolfgang von Goethe
1749-1832
Goethe beschouwde dit als een wetenschappelijk werk. De theorie werd later weerlegd door Newton. 
Het is leuk om te lezen dat Arthur Goethe aanviel op zijn kleurenleer. Nu was Goethe nogal een godheid, hij was behalve dichter en wetenschapper ook minister... Goethe beantwoordt de kritiek beleefd maar ook een beetje uit de hoogte. 
Enfin....
Arthur had trouwens één zusje, Adèle. 
Adele Schopenhauer in 1841 
1797-1847
Portret door Alexander von Sternberg
Wat ik verder heel leuk vond in dit boek, is dat je gaandeweg de geschiedenis van dit tijdperk meemaakt. Zo heb ik me nooit gerealiseerd dat Napoleon in Duitsland ook huisgehouden heeft! Hij is zelfs in Berlijn geweest. Ik vond dit kaartje: 
Duitse kaart van de Voorjaarsveldtocht in Duitsland tijdens de Napoleontische Oorlogen; 1813-1814. 
Kaartje komt uit dit boek. De Bevrijdingsoorlogen heten ook Coalitieoorlogen, de Geallieerden bevochten gezamenlijk de hegemonie van Napoleon. 
Dan over het leven van Schopenhauer zelf:
Hij was een moeilijke man. Ook tegenover zijn moeder en zus. Ik citeer een paar regels uit de brieven van zijn moeder aan hem gericht: 

Mijn beste zoon,

Ik heb je altijd verteld dat het moeilijk is om met jou samen te leven. Hoe beter ik je leer kennen, hoe meer ik voel dat deze moeilijkheid toeneemt. Ik zal het niet voor je verbergen: zolang je bent wat je bent, breng ik liever een offer dan toe te stemmen om bij je in de buurt te zijn.
Ik onderschat uw goede punten niet, en dat wat mij afstoot ligt niet in uw hart; het zit in je uiterlijke wezen, niet in je innerlijke wezen; in uw ideeën, uw oordeel, uw gewoonten. (...) 
Kortom, er is niets met betrekking tot de buitenwereld waar we het over eens zijn. Je slechte humeur, je klachten over onvermijdelijke dingen, je sombere blikken, de buitengewone meningen die je uit, net als orakels, mag niemand durven tegenspreken; dit alles deprimeert en verontrust mij(...). Je eeuwige gezeur, je klaagzangen over de stomme wereld en de menselijke ellende, bezorgen me slechte nachten en onaangename dromen...

En deze, het afscheid, van 17 mei 1814: 

De deur die je gisteren, nadat je je hoogst onbehoorlijk tegenover je moeder had gedragen, zo luidruchtig dichtsloeg, is voor altijd gesloten tussen jou en mij. Ik ben het beu om jouw gedrag nog langer te dulden. Ik ga naar het platteland en  zal niet naar huis terugkeren tot ik weet dat jij weg bent. Dat ben ik aan mijn gezondheid verplicht, want van nog eens zo'n scene als gisteren zou ik een beroerte kunnen krijgen die dodelijk zou kunnen zijn. Je weet niet wat een moederhart; hoe inniger het liefhad, des te smartelijker voelt het voelt het iedere slag van de eens geliefde hand. Dit verklaar ik voor God in wie ik geloof, jijzelf hebt jezelf van mij losgescheurd; jouw wantrouwen, jouw gevit op mijn levenswijze, de keuze van mijn vrienden, jouw minachtend gedrag jegens mij, jouw verachting van mijn kunne, jouw duidelijk uitgesproken weerzin om aan mijn vreugde bij te dragen, jouw hebzucht, jouw grillen die jij zonder respect jegens mij in mijn aanwezigheid de vrije loop liet, dit en nog veel meer waardoor ik je boosaardig vind, scheiden ons. 
(,,,)
Ik heb mijn plicht tegenover jou gedaan, verdwijn...Ik heb niets meer met je te maken... Laat je adres hier, maar schrijf mij niet, ik zal voortaan geen enkele brief van jou meer lezen of beantwoorden... Nuis het uit tussen ons...Je hebt me te veel pijn gedaan. Leef en wees zo gelukkig als je kunt.'

Ik kan deze teksten bijna niet lezen zonder te huilen. Ik geef ze bovendien omdat het Schopenhauer in al zijn contacten tekent: een nare man, die bovendien een hekel aan vrouwen had. Hij leefde eenzaam. 
Het Weimar Hof van de Muzen
De Duitse dichter en toneelschrijver Friedrich Schiller leest voor in Schloss Tiefurt, met Christoph Martin Wieland, Johann Wolfgang Goethe en Johann Gottfried Herder onder de toehoorders 
(gravure van Theobald Reinhold von Oer)
Wat zijn filosofie betreft, had hij het ook moeilijk. Zijn belangrijke hoofdwerk werd niet als zodanig gezien. In zijn tijd bestond er veel meer belangstelling voor het werk van Hegel. Terwijl daar de collegezalen vol liepen, was het stil bij Schopenhauer. 

Georg Wilhelm Friedrich Hegel 
1770-1831
Hegel portret door Schlesinger 1831
Hegel was een van de centrale representanten van het Duitse idealisme
Ik citeer Wikipedia: 
"Het Duitse idealisme gaat ervan uit dat inzicht en veranderingen eerst op het niveau van de ideeën moeten plaats hebben. In haar vroege vorm, onder meer bij Kant en Fichte, draait het rond de stelling dat het het menselijke verstand en de menselijke rede zijn die de werkelijkheid structuur geven. In haar latere fase, bij Schelling en Hegel, is de centrale stelling dat deze rede zich ook doorheen de hele werkelijkheid, de natuur en de geschiedenis, voltrekt. De 'Duitse idealisten' werkten samen aan een basis voor een systematische eenheid van de verzamelde kennis. Zij worden daardoor ook weleens de laatste grote systeemfilosofen genoemd."
En: 
"Het woord 'idealisme' heeft meer dan één betekenis. De filosofische betekenis heeft niets te maken met "het beste over mensen en hun kwaliteiten denken", maar houdt verband met de kennis die de mens heeft over 'objecten'. We kunnen alleen directe kennis hebben van gevoelens, ideeën en voorstellingen in onze gedachten. Objecten kunnen door ons alleen indirect waargenomen worden; de ideeën representeren deze objecten. In deze zin kunnen we het woord 'idealisme' bij het Duitse idealisme gebruiken."

Ik voeg hier dit aan toe:
Kant introduceerde het begrip 'das Ding an sich'. Dat slaat op  het ding zoals het op zichzelf bestaat, zoals het in wezen is. Dit filosofische begrip werd bedacht door de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804), die het uitwerkte in zijn Kritik der reinen Vernunft. Volgens Kant kan de mens de werkelijkheid  zoals ze is (de Dinge an sich) niet kennen.
Immanuel Kant.
Zoals ik in het begin vertelde, stelde Schopenhauer dat we 'das Ding an sich' eigenlijk helemaal niet kunnen kennen, omdat het zich aan ons kennen (of onze waarneming) onttrekt. 
Schopenhauer leefde in de tijd van de Romantiek. Behalve Kant en Hegel had je Fichte, Schleiermacher, en nog meer filosofen die een rol speelden in het publieke debat. De ondertitel luidt niet voor niets 'de woelige jaren van de filosofie'. 
Schopenhauer kreeg uiteindelijk wel de erkenning die hij verdiende, maar met een ander werk dan zijn hoofdwerk. In 1850 publiceert hij zijn Parerga und Paralipomena, met daarin  het later zo beroemd geworden boek Aphorismen zur Lebensweisheit.  
'Bijlagen en Omissies', is de betekenis van de titel. 
Vooral dit deel maakte hem beroemd in zijn tijd. 
"De Nijl is in Caïro aangekomen", schreef hij, toen hij van de één op de andere dag in de mode raakte - op het moment dat hij zelf al helemaal niet meer verwachtte ooit nog succes te hebben. 
Met ditzelfde citaat beluit de biografie. 

Tot slot wijd ik nog aandacht aan een review in Nexus, over Schopenhauer van David Cartwright. Ik citeer daaruit: 
Schopenhauer was een filosoof die buiten de universitaire gemeenschap werkte. Zelfs een baan om in zijn levensonderhoud te voorzien had hij niet nodig. Toen hij zeventien was, overleed zijn vader, die hem genoeg geld naliet om van te leven. Dankzij zijn vrije bestaan hoefde hij niemand naar de mond te praten en dat was dan ook wel het laatste wat hij zou doen. Schampere opmerkingen aan het adres van de gevestigde orde zijn in zijn werk niet van de lucht: een typisch voorbeeld van het niet meedoen aan ‘het systeem’ (drop out).
Een ander kenmerk van Schopenhauers hippiedom avant la lettre is dat hij, als een van de eersten in het Westen, de Oosterse filosofie niet neerbuigend bekeek. Integendeel, hij bewonderde en omarmde het Oosterse denken en zag veel parallellen met zijn eigen filosofie. Ten slotte is de ‘hippie’ Schopenhauer vol belangstelling voor wat tegenwoordig exceptional experiences worden genoemd, op een niet-vrijblijvende wijze. De veelheid aan wonderlijke ervaringen die men destijds onderbracht bij magie, mystiek, dierlijk magnetisme, somnambulisme en helderziendheid, zag hij als praktische metafysica, die in zijn ogen een empirische bevestiging bleek te zijn van de wilsmetafysica zoals hij die verwoord had in zijn hoofdwerk De wereld als wil en voorstelling.
David Cartwright, nieuwe biografie 2014. Met andere gezichtspunten. 
Ik noem deze biografie, omdat ik het interessant vind met betrekking tot de beperktheid van het denken, waarvoor ook Schopenhauer oog had. Er was een manier om tot bewustzijn te komen 'waarin men boven de alledaagse wereld uitstijgt. Er bestaat geen oordeelsrelatie meer met de wereld, daarom ook geen ja of nee.' Met voldoening zal Schopenhauer later kennis nemen  van de Oud-Duitse mystici Jakob Böhme, Meister Eckhart, Tauler en de Indische wijsheidsleraren die met soortgelijke woorden dat onnoembare, niet-grijpbare niets dat tegelijk alles is, omcirkelen.  (Safranski, p. 191.)
Schopenhauer noemde dit ook 'het betere bewustzijn'.
Het doet alleszins denken aan Zen. 
In DIT ARTIKEL legt K.J. Pen uit hoe je via de wil uit kunt komen bij het nirwana van het betere bewustzijn. 

Kunst is belangrijk voor Schopenhauer. 'Het essentiële, de idee, is haar object. (...) In de kunst beschouwen we de werkelijkheid niet in haar rusteloosheid, (zoals in het wetenschappelijk denken, AdW), niet als 'de geweldige storm die zonder begin en doel voorbijraast, alles buigt, beweegt, met zich meesleurt maar (volgens een tweede methode, gelijkend AdW)  op 'de rustige zonnestraal  die de weg van deze storm doorkruist en er niet door wordt geraakt.'  

(...) "Daarom kon Schopenhauer later ook als de kunstenaarsfilosoof invloed uitoefenen op Richard Wagner, Thomas Mann, op Marcel Proust, Franz Kafka en Samuel Beckett tot Wolfgang Hildesheimer toe." 
Safranski. p. 310

Maar ook op wetenschappers als Freud en Nietzsche oefende Schopenhauer veel invloed uit. 

zaterdag 16 december 2023

Dier, bovendier - Frank Westerman, 2010

 
Boekomslag
Ik heb lang tegen dit boek aan zitten hikken, omdat het onderwerp: Lipizzaner paarden, me afschrikte. En nu toch, zo veel jaren later  - nog wel steeds geïnteresseerd in Frank Westerman! - toch maar eens dit boek aangepakt. 
En wat een geluk, wat een indrukwekkende geschiedenis! Samen met Ton gelezen, voorgelezen aan elkaar, bij wijze van dessert. Heerlijke gewoonte!

Wat me destijds afschrikte, het onderwerp paarden - staat voor zo veel meer! En niet alleen omdat een deel van de Europese mensengeschiedenis (in grote stappen: vanaf Napoleon tot heden) met die van de dieren verweven is, ik heb ook anders leren kijken naar de paarden zelf. Het boek wakkert de liefde voor het dier zeker aan!

Westerman begint met 'een' paard (ik zet 'een' tussen aanhalingstekens, omdat het  om een telg uit het geslacht der lipizzaners is; niet zomaar 'een' paard dus.) uit zijn jeugd. Dat was te Deurze, een klein plaatsje in Drenthe. Hij heeft er als jongetje ook op gereden, en ziet een paring van de dieren, de boer fokte ook met de dieren. Dat alles doet ook de lezer wat! 
Onder de indruk als hij was van dat dier, is hij de geschiedenis ervan nagegaan, zoals die zich ontrolde in Europa. 
Hij komt dan allereerst uit bij het Oostenrijks-Hongaarse rijk, dat heeft bestaan tot 1919.  
Keizer Franz Josef I, 
laatste monarch van de dubbelmonarchie. 
1830-1916.
Hoe die enorm rijke tijd eruitzag, is goed te lezen in het boek van Joseph Roth, 
Radetzkymars. 
Dit boek van Joseph Roth haalt Westerman aan om de welvaart en overdaad van het Habsburgse rijk te illustreren. 
Zie ook MIJN BLOG
Geschiedenis.nl geeft een korte samenvatting van Dier Bovendier. 
Ik volg hier mijn eigen gedachtegang. 
Alles begon met de Spaanse Hofrijschool te Wenen, ik geloof dat hij nu alleen nog Hofrijschool genoemd wordt. Daar werden de prachtige witte luxe-paarden de finesses van de dressuur bijgebracht. Lipizzaner waren exclusief koninklijk, letterlijk in de dubbele betekenis: zelf vorstelijk, en vooral in het bezit van vorsten. Of, zoals ze worden aangeduid:  K.u.k.: kaiserlich und königlich. 
Filmpje over de kunststukjes van de lippizaner...
Spaanse Rijschool Wenen
Zulk enorm rijk bezit werd dus ook betwist, en behoefde vaak extra bescherming. Zo werden de paarden door Napoleon op diens rooftochten gestolen...
Standplaats was Lipica, Slovenië -  plaats van oorsprong zo te zeggen. Daar kwam de naam lipizzaners ook vandaan.  
\
Prachtig filmpje over Lipica. Je ziet hier de dieren in een veel natuurlijker staat (dan in de Spaanse rijschool, zie filmpje boven). Ze draven hier ook gewoon buiten, in kudden. Ook zie je ze als trekdieren voor een rijtuig. 
k.u.k.: Kaiserlich und königlich: dat zijn de stallen hier.  
Ook de Eerste Wereldoorlog vormde een bedreiging. Er volgde na de oorlog een exodus van de paarden naar Slot Laxenburg aan de Donau. De kudde ging achteruit, werd rusteloos. Er werden minder veulens geboren, tal van drachtige merries stierven ook nog eens. 
Citaat Geschiedenis.nl

"Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest de Lipizzaner worden opgefokt tot een “bovenpaard.” Hitler beschouwde het Lipizzaner paardenras zoals hij de ariërs onder de mensen zag. Bij paarden werden de termen ‘ras’ en ‘bloedzuiverheid’ als normaalste zaak van de wereld gezien."

Dit ontaardde zoals bekend op vreselijke wijze in de rassenwetten die Hitler ook toepaste op mensen. Westerman geeft achtergronden over het ontstaan van die wetten, welke geleerden daarachter zaten. Hij laat zien hoe wetenschap veranderde in een afschuwelijke politiek. En in zekere zin lopen de geschiedenissen van ras-verbetering en raszuiverheid van mens en paard parallel. Ze spiegelen elkaar, en dat is onthutsend en onthullend om te lezen. 
De titel Dier Bovendier verwijst uiteraard naar Hitlers concept 'Übermensch'. Feitelijk stamt de term van Nietzsche, maar die doelde op meer individualiteit, die moest komen in de plaats van kuddegeest. Hitler legde het op zijn manier uit, en voegde het concept 'Untermensch' toe. Dat kwam bij Nietzsche niet voor. 
Gebroeders Heinz en Lutz Heck;
Een van de interessante uitstapjes in het boek over de eugenetica, de rasverbetering. De broers Heck - een van hen was directeur van een dierentuin - slaagden erin uit bastaarddieren de zuivere lijn van onder andere de oeros en de tarpan terug te halen. Ze kregen bij dit toepassingsgericht onderzoek alle steun van het nazibewind. 
Na dit zeer interessante gedeelte volgt een episode die filmwaardig is - en dat verfilmen is is dan ook gebeurd. 
In 1945 gebeurde het, dat de lipizzaners bedreigd werden door het 'slagersmes' (beter: de honger!)  van de Russen. Die hadden geen enkel idee van de adel van het paard, ze wilden ze alleen maar eten! Een Duitser (!) wist met de hulp van Geallieerden een groep paarden te redden van een leven (of de dood!) achter het IJzeren Gordijn. 
Deze hele opzienbarende geschiedenis heeft de naam gekregen Operation Cowboy. Hij is later ook verfilmd door Walt Disney. 
In dit filmpje wordt de Operation Cowboy uit de doeken gedaan. Hoe Lipizzaners gered werden door enkele Duitsers en Geallieerden samen van de SS en de Russen. 
Alois Podhajski; ruiter en manegehouder. had Patton verzocht hengsten én merries te redden - 1945
Hubert Rudofsky heeft de teugels van twee raszuivere paarden in Hostau.
Foto: DE COLUMBUS-VERZENDING
Deze Rudofsky is vooral een held, omdat hij - zelf een Duitser - tegen zijn  nazi- meerderen inging. 
En dit is een plaatje van de genoemde Disneyfilm over Operatie Cowboy. De film is van 1963; de feiten kloppen wel, schrijft Westerman, maar 'ze hebben de waarheid gedisneyficeerd'. 
U.S. forces and German officers team up in May 1945 to guide a herd of prized equines toward Allied lines—and far away from the advancing Russians. ((Lipizzanermuseum, KHM, Vienna))
Piber – Lipzzaner hengsten
 © Archiv Boiselle/ Gabriele Boiselle
Het verhaal vervolgt met wat meer informatie over de paarden zelf: 
In stoeterij Piber in het Oostenrijkse Stiermarken groeien de sterren van de Spaanse Rijschool op. Te midden van groene heuvels daar staat de stoeterij waar de veulens worden geboren en hun kleutertijd doorbrengen. De eerste zes maanden blijven de veulens, dan nog bruin of zwart, bij hun moeders. Overdag staan ze allemaal bij elkaar in een grote loopstal of in de aanpalende weilanden. De dapperste jonge paarden laten zich tijdens een rondleiding strelen door de bezoekers. Dat mag, want het wennen aan menselijk contact kan niet vroeg genoeg beginnen. Zie DEZE SITE. Daaruit citeer ik nog dit: 

"Dubbele naam
In Piber worden elk jaar circa veertig veulens geboren. Fokmerries komen uit zeventien klassieke (oorspronkelijk uit hofstoeterij Lipizza afkomstige) merriefamilies; fokhengsten zijn nakomelingen van zes ‘oervaders’: Pluto (geboren in 1765), Conversano (1790), Neapolitano (1790), Favory (1779), Maestoso (1773) en Siglavy (1810). Lipizzaner hengsten krijgen bij hun geboorte twee namen. De eerste verwijst naar de stamlijn van de vader; de tweede is die van hun moeder. Conversano Perletta is dus een zoon van moeder Perletta en een hengst die afstamt van de lijn Conversano. Er wordt geregeld ‘vers bloed’ gehaald van een van de circa tien andere door de overheid erkende stoeterijen (onder meer in Hongarije en Italië)."

Het laatste deel van de overlappende geschiedenis van Europa en de Lipizzaners gaat over de Joegoslavië-oorlog 1992-1995. Westerman leest een krantenbericht, in 2007, waarin staat dat Lipizzanerpaarden de hongerdood riskeren in vredestijd als verwaarloosde krijgsgevangenen. 
Ook deze geschiedenis gaat Westerman na, want hij is in 1995 als journalist in Joegoslavië geweest. De lipizzaners kwamen toen in zijn verslagen niet voor, wel in zijn aantekeningen. 
Ook hier komt de grotere geschiedenis weer om de hoek kijken, onder andere bepaalde aspecten van de Sovjetideologie, die speelt hier ook mee. 
Zo komt Lysenko komt aan de orde, de Sovjet-bioloog die beweerde dat erfelijke eigenschappen beïnvloed konden worden door opvoeding, of in het algemeen: door invloeden van buitenaf. Tarwe kon 'sterker' worden gemaakt door het in ijswater te dompelen. Wat is bepalender: nature, of nurture? 
Trofim Denisovich Lysenko. 
Lysenko staat tegenwoordig - en gelukkig al enige tijd - te boek als een pseudo-wetenschapper, maar hij heeft heel veel kwaad aangericht, want lange tijd legde de 'echte' wetenschap in de Sovjetrepubliek het loodje tegen zijn onzin. Zo werden de lipizzaners  aan een soort tucht onderworpen, in de mening dat dat het ras zou verbeteren. 

Nu die episode van de Joegoslavië-oorlog.  Of het 'harden' van de paarden ermee te maken had, weet ik niet. Wel dit: 
Op een gegeven moment, een aantal jaren na de oorlog, wordt er een massagraf ontdekt met lipizzaner paarden. 
Ook deze geschiedenis gaat Westerman na. Er werden paarden gevonden die gedood waren door schotwonden, maar ook dieren die aangevreten waren, door honden, of door soortgenoten. De stallen die hij terugvond waren verwaarloosd, hout van de boxen was aangevreten. Blijkbaar was elke verzorging van de dieren weg. Afschuwelijk om te lezen.  Mensen waren vreselijk geschrokken, en verontwaardigd. 
Ook deze geschiedenis wordt verteld, wat er over is van de dieren, hoe ze werden  gered en uiteindelijk weer op een goede plaats terechtkomen, waar ze goed worden verzorgd. Aandoenlijk hierbij is het verhaal van de oude stalmeester, die in het nieuwe verblijf een nederig baantje heeft als stalknecht. Wel een beetje wordt miskend door de rest van de mensen daar. 

Conclusie: 
Ik vond dit een geweldig interessant boek, maar moeilijk te memoriseren. Dat komt omdat Westerman je meeneemt op alle stadia van zijn zoektocht. Dat maakt het onthouden soms erg lastig. 
Toch bieden juist zijn onderzoeks-stapjes leuke uitzichten op. Zo begint hij zijn boek met een vluchtverhaal van Ehrenfried Brandts.
Dat verhaal is gebaseerd op dit boek, van 2007. 
Het is heel illustratief voor een evacuatie van dier en mens voor de naderende oorlog. Het is bovendien een prima binnenkomer!
Frank Westerman, bij de 4 mei lezing van 2012.
Westerman heeft heel wat onderzoek verricht, groot respect daarvoor. Hij bezoekt en interviewt mensen, leest boeken en archieven, bekijkt films. Ik noem hier nog de film Die Spanische Hofreitschule zu Wien, van documentairemaker Wilhelm Prager, 1876 - 1955. Prager maakte onder andere ook de propagandafilm Wege zu Kraft und Schönheit.

Trailer van de propagandafilm Wege zu Kraft und Schönheid; verheerlijking van het menselijk lichaam; voorloper nazi-gedachtegoed. 
Interview met Frank Westerman over dit boek. 
Ten slotte merk ik op, dat dit blog maar een greep weergeeft uit al het materiaal, er valt heel veel te lezen en te leren. Soms wat te veel, wat het lastig maakt de draad vast te houden. 
Tóch, en vooral: dit is het zoveelste indrukwekkende boek van Frank Westerman!

vrijdag 8 december 2023

Homerus en Odysseus, HOVO-cursus Hein van Dolen, herfst 2023.

 
Odysseus en de Sirenen
Schilderij van John William Waterhouse 
Verschrikkelijk leuke cursus aan de HOVO, door docent Hein van Dolen
Van Dolen gaf er een mooie reader bij, een getypte exemplaar van dit onderstaande boek (nog bijgewerkt bovendien!)
Boek Hein van Dolen
De cursus hield in dat er steeds bepaalde aspecten van Odysseus naar boven kwamen. Zodoende kwamen we op allereli interessante wetenswaardigheden aan de weet. Die komen in het onderstaande verhaal wel aan de orde. 
Maar het werd al met al wel wat lastig voor mij om een samenhangend verhaal van dit blog te maken. De docent heeft zo'n enomre kennis van de geschiedenis van de mythologie, + hij heeft gereisd in Griekenland, + hij lardeerde zijn verhaal elke keer met voorgelezen citaten..... Dat het voor mij heel veel werd. Er zit een schat aan namen van helden en goden, vader van die, dochter van die, wonderlijke gebeurtenissen, strijdgevechten.... 
Nee, een samenhangend overzicht heb ik niet. Iets wijzer ben ik er wel van geworden. Al heb ik de Odyssee zelf niet gelezen, en ik weet ook niet of ik het ga doen. 
Ik laat hier nu wat dingen zien die ik geleerd heb. 

Op het plaatje bovenaan - daarmee werd de cursus aangekondigd - zien we de held Odysseus die  zich aan de mast heeft laten vastbinden zodat hij niet zal ingaan op de verleidingen van de Sirenen. Hij kan ze wel horen. Hij vraagt zijn mannen hem los te maken, maar die hebben op zijn bevel hun oren met was dichtgestopt. Ze gehoorzamen hem niet. Zo ontkomt Odysseus aan zijn ongeluk.
Zo schilderde Rembrandt van Rijn de blinde dichter Homerus. 
Tegenwoordig veronderstelt men dat Homeros leefde tussen 900-850 voor Christus. 
De zangen over Odysseus en de Trojaanse oorlog bestonden toen waarschijnlijk al in de orale literatuur. Het genie van Homeros voegde de verhalen samen: die over de Trojaanse Oorlog in  Ilias) en het vervolg, de Odyssee.
De Odyssee heeft drie rode draden: 
1. De zwerftocht en de avonturen van Odysseus
2. Hoe het met zijn achtergebleven vrouw Penelope vergaat op Ithaka
3. De tocht van hun zoon Telemachus om informatie over zijn vader in te winnen. 
Marmeren buste, Homeros. 
British Museum. Romeinse kopie van een Grieks origineel uit de 2e eeuw voor Christus.
Eigenlijk betekent Homerus: gijzelaar. Grieken zelf verwezen naar hem als DE dichter. Onzeker is of hij daadwerkelijk zelf blind was. De naam Homerus zou de betekenis hebben ho mè horoon, de niet ziende. Dichters, zieners en waarzeggers waren volgens de traditie blind. Homerus zelf voerde in zijn verhaal een blinde dichter op. 
Vogels Thracie,
Over Homerus 'geboorteplaats woedt een concurrentiestrijd. De plaatsen lopen uiteen van Noord-Anatolië tot Cyprus. Docent Dolen kijkt naar de argumenten. Hij noemt de stormen van Izmir/Smyrna. Die zijn nog hetzelfde, dat is een argument. Een ander is de vogeltrek: die stopt bij de Thracische weiden.

Bronzen beeldje van een homerische zanger, negende of achtste eeuw v.C.
Archaeologisch Museum Chalkis.
De zangers zoals boven afgebeeld heetten Aioden; ze droegen de verhalen voor, waarbij ze zich begeleidden op de lier, ofwel de phorminx. Dit was gemaakt van de schild van een schildpad, of van hout. 
Ze hadden een speciaal taaleigen, samengesteld uit diverse dialecten. 
Rapsode; letterlijk: stikker, of wever. Droegen ook voor, maar zonder begeleiding van de lier. Een stok was hun attribuut. De grootste onder hen zou Homeros geweest zijn. Hij was een meester in het samenvoegen van de losse verhalen. 
Antieke rest, Izmir; mogelijk geboorteplaats van Homerus.
Het was erg leuk om te horen over de stijl van de taal van Homerus: 
Bij voorbeeld over:
De  epitheta ornans: versierende toevoegingen. Bij voorbeeld: Athena de uilogige; Achilles de snelvoetige; Odysseus, de stralende.  
Athene, de Uilogige. 
Foto van DEZE SITE.
Athena glaukios is een bijnaam die door de dichters vaak aan Athena gegeven werd. Glaukopis, dit is "de godin met schitterende ogen". Maar er staat letterlijk: de uilogige, er zijn eigenlijk geen vertalers die die precieze vertaling aandurven. Wel is de uil altijd haar trouwe begeleider. 
Homerische vergelijkingen: breed uitgewerkte vergelijkingen;
Verrassende beeldspraak en uitdrukkingen: goden lachen onblusbaar, woorden vliegen uit de kooi van de tanden; of, als ze  uit de mond zonder vleugels komen, dan worden nutteloze woorden bedoeld. 
Woorden als: onheilsprofeet, de drempel van de ouderdom, het scherp van de snede, van top tot teen - stammen uit Homerus, en worden nog altijd gebruikt.
Strak metrum, geweldige ritmiek; de docent citeert een stuk uit het Grieks waarin je de stenen hoort rollen; ook: hout sprokkelen! Ook zonder Grieks te kennen hoor je de onomatopee. 
Formulaire structuren: hele passages en verzen die steeds met dezelfde woorden terugkeren; bij voorbeeld een strijd, het aan boord gaan van een schip, een maaltijd gebruiken. (Milman Parry). Deze vergemakkelijken het de zangers het verhaal uit het hoofd te leren.
Milman Perry, 1902-1935;
Wordt om zijn grote kennis van Homerus de Darwin van de Homerische studies genoemd. Was ook een pionier in de studie van de orale traditie.
Ook vaste bijvoeglijke naamwoorden: de rozenvingerige dageraad. 
Klanknabootsingen, al genoemd, de onomatopeeën. 
Psychologie is ook goed: de helden (en goden) zijn nergens zwart-wit, ook de vijand niet. Homeros kon zich in vrouwen verplaatsen, bij voorbeeld is de herkenning van Odysseus door Penelope mooi. Robert Graves veronderstelt zelfs dat Homeros een vrouw geweest zou zijn!
In dit boek doet Graves uit de doeken dat Nausica de Odyssee geschreven zou hebben. 
 Nausicaa
1878 Frederick Leighton 
Nausikaä (Ναυσικάα) is in de Odyssee de beeldschone dochter van koning Alkinoös en koningin Arete van de Faiaken. Nadat Odysseus als schipbreukeling was aangespoeld op haar geboorte-eiland, werd hij door haar geholpen en gastvrij ontvangen.
De godin Pallas Athene spoort de prinses in een droom aan om bij het aanbreken van de dag samen met haar dienaressen de was te doen bij een naburige rivier. Daar vindt ze Odysseus.
0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0
Tijdens de tweede cursusochtend kwamen heel veel leuke concrete zaken aan de orde, die te maken hebben met Homerus en de Odyssee. 
Een opsomming: 
- Burchten en hun bewoners; Homerus beschrijft er vier, drie ervan zijn in de Odyssee te vinden. Ik noem die van Odysseus zelf, en die van Menelaüs, koning van Sparta. 
Op internet vond ik Larissa, voor de burcht van Argos, (volgens Homerus);
Burcht Larissa
Ruïnes van het oude Griekse fort Larissa met stenen muren en torens op de top van een heuvel
Foto van DEZE SITE

Dit is een muurtje (!) van Tiryns, een van de oudst bewaarde burchten. Cyclopische muur. 
Deze en nog veel meer prachtige afbeeldingen en uitleg over resten van burchten zijn te vinden op de site: Pausanias Footsteps . Ook plattegronden van de inrichting.
De koning woonde in de burcht. Maar anders dan het ons bekende begrip 'koning' betekent het in de Oudheid veeleer een soort hereboer die een dorp beheert. Het blijkt ook uit het werk waar hij zich mee bezighoudt, vorst Odysseus bij voorbeeld heeft zijn eigen bed getimmerd. De koningin doet ook gewone werkjes, Nausica bij voorbeeld doet de was. Vrouwen en godinnen weven veel. 
Behalve 'herenboer' was de koning rechter, priester en legeraanvoerder. 
Tempels bestaan in die vroege Oudheid nog niet, alle religieuze handelingen vinden plaats op de burcht, in ons geval onder de leiding van Odysseus. Hij wordt bijgestaan door een groepje oude mannen, de gerousia (denk aan ons woord geriater.)
De Gerousia
Hoewel men dacht dat de koningen aan de top van de Spartaanse regering stonden, hadden ze feitelijk heel weinig politieke macht. Dat lag vooral bij de Gerousia. Dit was een groep van in totaal 30 mensen, 28 oudsten gekozen door de Algemene Vergadering, en de twee koningen. Deze groep was verantwoordelijk voor het opstellen van de wetten en ander beleid van de Spartaanse staat. Maar ze hadden geen absolute macht. Het beste wat ze konden doen was voorstellen indienen bij de Spartaanse Vergadering.
Het volk kwam wel bijeen, maar had geen inspraak. Ze mochten 'alleen mompelen of grommen.' 😂
Er was een groot contingent slaven. Dikwijls waren het krijgsgevangenen, die van generatie op generatie in dienst bleven van de vorst. 
Vrouw als oorlogsbuit. (Kassandra)
Louvre
Odysseus had 120 mannelijke slaven, 70 boeren, 50 voor het huishouden en 50 slavinnen.
Penelope had de zorg voor de slavinnen. Slaven werden wel als mensen beschouwd. De Romeinen later zouden hen ontmenselijken. Slechts één slavin van Penelope was ondankbaar: Melanto. 
Penelope, wachtend.
Geschilderd door John Roddam Spencer Stanhope. Publiek Domein
De slaven van Odysseus noemden hem atta, vadertje. 
Bedelaars waren er ook bij elk paleis, bij zijn terugkeer vermomde Odysseus zichzelf als bedelaar. Met een van hen vecht hij.
Odysseus tracht verkleed als bedelaar te worden herkend door Penelope. Terracottareliëf, ca. 450 v.Chr., afkomstig uit Melos, 
Louvre.
In de burcht van Odysseus waakt de hond Argos. Hij is de enige die Odysseus bij zijn terugkeer onmiddellijk herkent.
Odysseus, leunend op zijn pelgrimsstaf, wordt herkend door zijn oude hond Argos.
1885. 
Ieder huis had een altaar. Ook stond er ergens voorin een ronde zuil, in Odysseus' burcht hing Telemachus daar de slavin Melanto op, die Penelopes geheim verraden had aan de vrijers. 
Odyssee: De slachting van de vrijers
Newell Convers Wyeth Amerikaans illustrator, overleden 1945.
Kleurenlithografie.
Docent Hein van Dolen vertelt nog veel meer en heel enthousiasmerend over allerlei concrete zaken: dat er meubels waren, stoelen. De Grieken lagen niet aan, aan tafel, maar zaten gewoon. 
Ook de kleding komt aan de orde. De peplos van de vrouw.
Koré (Persephone) met peplos (Griekse jurk)
De veiligheidsspeld die de kleding van de vrouw op de schouder bijeenhoudt. Er zit ook weer een verhaal aan die veiligheidsspeld vast, die is ooit dodelijk geweest, en toen moest hij kleiner gedragen worden. 
Odysseus droeg altijd een petje, een pilos.
Odysseus met pilos.
Grieken hadden sandalen voor buiten, binnen liep men blootsvoets. 
 
Bruiloft van Peleus en Thetis.
Cornelis Cornelisz van Haarlem
Vervolgens spraken we over offergaven aan de goden. Die bestonden uit ambrozijn en nectar. Wat ambrozijn precies is, weten we niet. Hefaistos, zoon van Zeus en Hera, bedient hier de goden. Hephaistos was mank omdat hij van de Olympus was gegooid. 
Ambrozijn komt ook in het verhaal van Tantalus voor, hij zou het gepikt hebben van de goden, en kreeg daarvoor de bekende straf. 
Tantalus
Anonieme imitatie van Jusepe de Ribera
Copyright ©Museo Nacional del Prado
Verder over eten en drinken: er was brood, dat 'het merg der mensheid' werd genoemd. Het werd opgediend op een bijzettafeltje. 
Grieken wasten ook al hun handen voor de maaltijd. 
Er waren drie maaltijden: ontbijt, de hoofdmaaltijd, en de avondmaaltijd, die na zonsondergang plaatsvond. 
Alles werd alleen met het mes gegeten, soep werd gegeten met brood, in de holte gegoten. Vlees was het lekkerste, maar werd met mate gegeten. Vis was normaal. Het vlees werd door de herenboer zelf gebraden. 
De cycloop Polyphemus at mensenvlees. 
De Cycloop Polyphemos (1802) 
 Johann Heinrich Wilhelm Tischbein
Wikipedia. 
Odysseus verblindde Polyphemus. Ook noemde zichzelf Niemand, waardoor hij ontkwam aan de wraak van de reus. 
Er zijn ook Griekse visborden gevonden, met midden in een holtetje voor saus
Tonijn werd gegeten; kaas alleen door Polyfemus. Fruit wordt zelden genoemd. Wel de olijfboom. Olijfolie werd alleen om te eten of te zalven of strijken gebruikt, niet om in te braden. 
Vis was alleen offerspijs voor Poseidon. Hij was de vader trouwens van Hephaistos. 
Neptunes (Poseidon) en de rijkdom van de zee – Luca Giordano
Wijn werd zeker gedronken, maar altijd sterk verdund: 10 eenheden water op 1 eenheid wijn. Wijn was zeer sterk. Alleen barbaren en Spartanen drinken ongemengde wijn. 
Circe – Cerrini, 17de eeuw
Circe is een tovenares in de Odysseus. Ze betovert mensen met haar toverdrank, zo ook de makkers van Odysseus. Ze mengt wijn met kaas, bloem, honing, een giftig toverkruid. Na de betovering sluit ze hen op in varkenskotten. 
Menelaos en Helena gebruikten weer kruiden in de wijn, om niet te hoeven huilen, om vrolijk te worden. 
Zie voor al dergelijke weetjes de site If this is now.

Over Bruiloft en huwelijk vertelt de docent, dat het goddelijke huwelijk bij uitstek dat tussen Zeus en Hera is. 
Jupiter (Zeus) en Juno (Hera) - 
James Barry
Het huwelijk is een goddelijke aangelegenheid. Wat niet wil zeggen dat de goden volmaakt waren, verre van dat: Afrodite was Hefaistos (de lelijkste god) ontrouw. 

Hephaistos verrast Ares en Aphrodite in bed in het bijzijn van de andere goden. 
Johann Heiss, 1679.
Mensen waren (soms) wél gelukkig getrouwd; voorbeelden zijn Odysseus en Penelope, en de ouders van Nausica. Koning Alkinoös en koningin Arete
Een huwelijk werd uitgedrukt in koeien: een bruid was zoveel koeien waard. 
Maagdelijkheid was geen eis. Werd ze later onteerd, dan kon ze verkocht worden als slavin. 
De vrouw was bij Homeros aanvankelijk nog tweederangs, maar zij kreeg later weer wel zijn waardering. 
Aegisthus spoort Klytaimnestra aan om Agamemnon te doden.
Pierre-Narcisse Guérin
Afschuwwekkend verhaal: Agamemnon had dochter Iphigeneia (van hem en Klytaimnestra)  vermoord om wind in de zeilen te krijgen. 
Begrafenis en dood werden gedetailleerd beschreven. Doden werden afgelegd, in Homerus' tijd werden ze nog begraven, gecremeerd werden ze pas in later tijd.

Odysseus komt ook in de onderwereld terecht. Daar ontmoet hij zijn moeder Anticlea, die gestorven is door het gemis van haar zoon. 
 Anticlea (Moeder Odysseus) in de onderwereld. 
"Teiresias foretells the Future to Odysseus",
Johann Heinrich Füseli, 1741-1825
Museum Wales
Overigens waren er geen echte graven. 
Bij het sterven komt uit de mond een schim, de psyche. Die vliegt eruit, naar de ingang van de Hades. Daarin dient ze af te dalen. De rivier de Styx moet worden overgevaren door de veerman Charon. De hellehond vraag geld. 
Charon en Psyche. 
John Roddam Spencer Stanhope, 1883.
Er was geen straf in de onderwereld, alleen als je de wetten van de goden hebt overtreden. Voorbeelden zijn Sisyphus, Tantalus, de Dardaniden. 
Slechte mensen leefden gewoon door.
De Elyseese velden waren voor de helden; zij lagen in het zonlicht, in tegenstelling tot de duistere Hades. Desalniettemin was het slechtste baantje op aarde beter dan Elysium! 
Plato weerlegde deze gedachte later. Die bitterheid kon niet.  

Bidden ws nooit een persoonlijk iets, het gebeurde altijd in gemeenschap. Samen met het plengen van offers was het een hele cultus. 
Het plengen gebeurde met wijn. De offergaven bestonden uit vlees (schaap), koeken, fruit. 
Aan Zeus werd een stier geofferd. Athena kreeg een kalf met gouden/vergulde horens. Goden kregen de beste stukken. Prometheus verzon daarop een list: de beste stukken werden bedekt met een laag huid en botten, de slechtste met een laag spek. De goden kozen eerst, en kozen voor die offers met een laag spek. Zo konden de mensen lekker blijven eten... 
Prometheus stal natuurlijk ook nog het vuur van de goden. De straf daarvoor was het uitpikken van zijn lever, die 's nachts were aangroeide. 
De straf van Prometheus van Theodoor Rombouts (1597-1637) in het Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België
Goden komen in de Odysseus niet zoveel voor, met uitzondering van de godin Athene. Vermomd als vogel, als herderin, enzovoorts. 
Poseidon haat Odysseus, omdat hij zijn zoon blind heeft gemaakt
In de oudste Griekse periode had je vooral godinnen; Hera en Athene vormden daar een restant van. 
Zeus probeerde de godinnen te verdringen. 
Goden hadden kenmerken als onsterfelijkheid, eeuwig jong blijven; maar verder waren ze verre van volmaakt. Ze waren jaloers en wraakzuchtig. Mensen waren in vergelijking met hen 'als bladeren'. 
Zeus hier in de gedaante van een stier, die Europa ontvoert. 
Peter Paul Rubens.
Zeus zocht als woning voor de goden de hoogste berg; dat werd de Olympos.  Waren ze onder de mensen, dan waren ze onherkenbaar. 
De Olympus, de hoogste berg van Griekenland
Goden waren niet alwetend, bij Homeros. En ook waren zij, als de mensen, afhankelijk van het noodlot. 
Goden werden ook als mensen afgebeeld, met uitzondering van de god Pan, die half mens, half bok was. 
Pan leert zijn jongere geliefde Daphnis de panfluit te bespelen. 
Roeminse kopie van Grieks origineel, 100 voor Chrristus, Pompeï. 
In de Odyssee komen weinig goden voor, Zeus een enkele keer. Wel vaak de godin Athene, die een speciale relatie met Odysseus had. Zij was een mooie, rijzige vrouw, die ook mooi kon handwerken. Zij helpt hem bij voorbeeld ook zich te verkleden als bedelaar bij zijn terugkeer 
Standbeeld van Athene met een Korinthische helm, 
ca. 180-190 n.Chr. 
Liebieghaus, Frankfurt am Main.
Poseidon.
Beeld werd in zee gevonden in een wrak. Armen afzonderlijk gevonden. 
Poseidon was kwaad op Odysseus, en bezorgde hem daarom een schipbreuk. Poseidons woede kwam door de het blind maken door Odysseus van Poseidons zoon Cycloop. 

Varen
Er zijn enkele zeilers geweest die de tocht van Odysseus zouden hebben na-gevaren. Ze schreven er een boek over. De tocht zou 4120 km lang zijn geweest. 
Boek van Henk van Oosten. 
Ik weet niet zeker of de docent dit boek bedoelde, maar het geeft wel veel informatie over het varen in de Griekse Oudheid. 
Homerus heeft het bij het varen vaak over een tijdsspanne van 'zeven dagen', maar dat valt niet letterlijk te nemen. Het getal zeven geeft meer een volheid aan. 

Grieken waren geen zeevaarders: ze waren eigenlijk bang voor de zee. Ze voeren dicht langs land, en sleepten 's avonds de schepen op het strand. De zee wordt beschreven als 'een muil', een 'afgrond.'
Vaartuigen kregen vele epitheta: 'gemeniede wangen', 'gewelfd'. 
Odysseus was overigens de enige die ook kon zwemmen. Bij een schipbreuk is hij de enige overlevende. 

Schrift
De Myceense periode kende schrift, maar dat was in Homeros' tijd vergeten. Er waren weinig kleiblokjes over, omdat die normaal gesproken bij nat worden werden uitgewist. Maar een paar waren in het vuur beland, en zo hard geworden en dus bewaard geblven. 
Homerus wist niks van dat schrift. 
Het Fenicische schrift was wel bekend in zijn tijd, en het werd ook snel verbreid. 
Hand getrokken oud Fenicisch alfabet, voorvader van de meeste moderne alfabetische systemen.
De persoon van Odysseus
Odysseus was een zoon van Laërtes, die een kleinzoon was van Zeus.
Gravure van Odysseus en de oude Laërtes
Laërtes leefde teruggetrokken en verrichtte veldarbeid. 'Ik voel me als Laërtes', zei Odysseus in de onderwereld. Op het land, eenzaam, met ook nog eens het verdriet om zijn kleinzoon Telemachus. 
Odysseus' moeder was Anticlea.
Griekse vaas die het huwelijk laat zien van Laërtes en Anticlea, ouders van Odysseus. Een ionische zuil verdeelt de scene in tweeën. Links neemt Laërtes de hand van zijn bruid, rechts staat Autolycus, vader van Anticlea, die drie figuren toespreekt. 
Overigens staat er later, dat niet Laërtes, maar Sisiphys de vader van Odysseus zou zijn. Toch zegt Odysseus steeds: Laërtes. Een litteken op zijn dijbeen zou het bewijs zijn van Laërtes' vaderschap. 
Sisyphus
Antonio Zanchi c. 1660-1665
Mauritshuis.
Het karakter van Odysseus
Hij stelt zich voor als de enige zoon van Laërtes. Hij is koning van Ithaka, en vader van Telemachus.
Hij is een liefhebbende koning, als een vader voor zijn onderdanen. Een milde, rechtvaardige heerser.
Zijn vaste epitheton is: veel-listig, of rijklistig. Zijn slimheid weegt op tegen die van Zeus.
Zijn schaduwkanten zijn: hebzucht (pikt het grootste stuk vlees in; is op geschenken uit, telt ze ook).
Hij kan goed liegen: dist zeven leugenverhalen op, ook tegen zijn oude vader Laërtes.
Bloeddorst kent hij ook, wraakzucht. 
Hij is nieuwsgierig: denk aan de Sirenen: hij wil wel horen wat ze te zingen hebben. 
Odysseus is klein van gestalte, en draagt een donkere baard. 
Hij bidt ook: bidden kwam bij de Grieken vooral voor in koren, maar Odysseus bidt ook alleen. 

Odysseus is beslist de verbindende persoon, zowel in de Ilias als in de Odyssee: zijn tent staat in het miden, hij is de probleemoplosser. Niet Agamemnon, noch Achilleus is de belangrijkste. 
Hij heeft oog voor de noden van de soldaten, laat ze eerst laekker ontbijten vóór de strijd begint.
Hij is ook populair bij iedereen.
Toch heeft hij ook wel wat vlekken op zijn blazoen. Bij voorbeeld in de geschiedenis met Palamedes, toen hij een zak met goud in diens tent zette, waardoor hij ten onrechte werd veroordeeld en gestenigd. Palamedes had Odysseus ontmakserkd, toen deze zich trachtte te onttrekken aan de strijd tegen Troje. Hij dreigde Telemachus voor de ploeg te gooien, toen Odysseus deed of hij gek was en zout aan het zaaien was. 
Treurspel Joost van den Vondle. 'Vermoorde Onnooselheyd,' ondertitel. 
Vondel noemt Odysseus een 'fielt'. 
Palamedes geldt als schoolvoorbeeld voor een ten onrechte ter dood veroordeeld mens. Vondel gebruikte Palamedes in een toneelstuk, als voorbeeld voor Johan van Oldenbarneveld. 
'Waarheid, ik beklaag u, want gij zijt eerder dan ik gestorven.' Laatste woorden Palamedes
Er ging ook iets flink mis tussen Odysseus en Ajax, dat betrof de wapenrusting van Achilleus. Met de hulp van Athene kreeg Odysseus die. Odysseus was klein, Ajax heel groot. Ajax was de vriend van Achilleus, en kon het niet verkroppen dat die wapenrusting naar Odysseus ging. Hij eindigde krankzinnig, en pleegde zelfmoord. 
Gevecht Odysseus en Ajax
Zelfmoord van Ajax – Nicolas Poussin
Athena zorgt er uiteindelijk voor dat Ajax krankzinnig wordt en zijn woede afreageert op een kudde schapen. Na de periode van krankzinnigheid voelt de held zich zo vernederd dat hij de hand aan zichzelf slaat. De held stort zich in een zwaard dat hij eerder van de Trojaan Hector heeft gekregen. Waar zijn bloed op de grond valt, bloeien hyacinten op.
Trailer
Film The Trojan women, met onder anderen Irene Papas als Helena,
Een volgende scheve schaats van Odysseus staat in een tragedie van Euripides, en dat is dat hij de laatste van de 50 zonen van Priamus, koning van Troje, ook doodt. Priamus was de belangrijkste verdediger van Troje. Odysseus krijgt Hekabe toegewezen na Priamus' dood. 
Dood van Priamus, Tommaso Piroli, naar Vincenzo Camuccini, naar Antonio Canova, 1794 - 1795
Rijksmuseum.
Bij het altaar gewijd aan de god Zeus staat Neoptolemus, zoon van de Griekse held Achilles, op het punt de koning van Troje, Priamus, te doden. Vooraan ligt het onteerde lichaam van diens oudste zoon Hector. Priamus’ dood markeerde het einde van de Trojaanse Oorlog. 

Odysseus in later eeuwen
Odysseus kreeg een slechte naam bij de Grieken; ze verafschuwden vooral zijn sluwheid. In Pindarus' Oden was de scene met Ajax het ergste. 
De tragedieschrijvers hadden ook een hekel aan hem. Ze zeggen steeds dat hij de zoon is van Sisyphus, terwijl hij zelf zegt: van Laërtes. 
In kluchten na de tragedies treedt Odysseus steevast op als clown. 
Sophocles vond Odysseus ook niet deugen, hij verheerlijkte daarentegen Ajax. 

Plato is de eerste die positiever is over Odysseus. Volgens hem had hij goed geleefd, en dat zou beloond worden in de onderwereld. Had iemand slecht geleefd, dan zou zielsverhuizing plaats vinden naar weer een slecht leven. Zo zou
Agamemnon een aap geworden zijn, Ajax een leeuw. 
Odysseus koos voor zijn zielsverhuizing het leven van een gewone man, een ambteloos burger.
De reputatie van Penelope was ook slecht; er zouden aanwijzingen zijn voor een relatie met één of meerdere vrijers. 
Dat werd erger bij de Romeinse schrijvers, Penelopes reputatie zakte steeds verder weg. Ze zou zelfs de moeder zijn van de god Pan!

De omslag bij de Romeinen komt bij Ovidius, die wel begrip had  voor Odysseus en zijn familie. In de Ars Amatoria.
Ars Amatoria, 
over de kunst van het beminnen
oorspronkelijke tekst van Ovidius. 
Titelpagina van een reproductie van "Ars Amandi" uit 1644, gedrukt in Frankfurt
In de Ars Amatoria past wel een gunstig beeld van Odysseus. Bedenken we dat zowel Circe als Calypso, twee zeegodinnen, Odysseus liefhadden. Bovendien prees Ovidius de welbespraaktheid van Odysseus.   

Vergilius gaf Odysseus opnieuw een heel slechte naam: hij beschouwde hem als  de verpersoonlijking van het kwaad. Vergilius haatte de Gieken. In zijn epos Aeneis blijkt, dat de Romeinen zich afstammelingen van de Trojanen voelen. Zij waren de onkreukbaren, de Grieken waren de wispelturige graeculi, zoals de Grieken minachtend genoemd werden. Odysseus was het schoolvoorbeeld van hun onbetrouwbaarheid. 

De held werd Odysseus weer bij de Stoïcijnen. Stoïcijnen wilden hun gevoel onderdrukken. Of daarheen onderweg zijn, zoals Odysseus: die was onderweg, een homo viator, op weg naar stoïsch ideaal. Ook de vele praktische oplossingen van Odysseus prezen zij. Daarentegen werd het hem wel weer kwalijk genomen dat hij erg veel huilde, hij was te emotioneel. 

Bij de overige Latijnse schrijvers kreeg Odysseus weer een slechte pers. Wel weer werd hij beoordeeld door de kerkvaders: Clemens van Alexandrie zag in de aan de mast gebonden Odysseus - en opgewassen tegen de sirenen - Christus aan het kruis terug.  Ook zou hij lijken op de aartsvaders Job en Jona. 

Odysseus treedt ook weer op in de Hel van Dante. Daar hoorde hij thuis, volgens Dante, omdat Odysseus mensen misleidde. Denk aan het paard van Troje. Met al zijn reizen leidde hij mensen naar hun ondergang. 

Bij Shakespeare treedt Odysseus op in het drama Troilus and Cressida. Hierin spreekt verzet tegen oorlog en chaos. Shakespeare scheldt op alle Giekse helden, maar vindt wel dat Odysseus zijn verstand erbij houdt, er moet orde en discipline zijn. Verder was het wel een lepe vos. 
Portret van een dame die Cressida uitbeeldt. 
George Silk, 1834 
Vondel vond Odysseus 'een gemene calvinist', zie het verhaal  van Palamedes - Johan van Oldenbarneveld hierboven. 
De Fransen Racine en Corneille waren bewonderaars van de Latijnse literatuur.  Odysseus was volgens hen een  hoerenloper en een dronkenlap. Homerus werd als veel primitiever gezien dan Vergilius, die ze 'de hoogste poëet' noemden. 
De Romantici waren weer heel complimenteus tegenover Odysseus. Goethe las elke dag(!)  een boek uit Homerus. Tot aan zijn dood. 

In de 20e eeuw schreef  Nikos Kazantzakis een nieuwe Odysseus: 
Kazantzakis' Odysseus, 33.333 verzen. 
Kazantzakis had met dit werk een grote invloed. Hij is overigens ook bekend van de boeken  Zorba, en  Christus wordt opnieuw gekruisigd. 
Heel belangrijk was natuurlijk van James Joyce, Ulysses.  
Vertaling van boek van Joyce, door Paul Claes. 
'Meestervertaler.'
James Joyce volgt een nieuwe indeling van de Odysseus, die bovendien is  overgeplaatst naar de nieuwe tijd
Leopold Bloom geïnspireerd op Odysseus, Penelope is Molly Bloom.

Odysseus' Reizen: 
Speelden zich af in het oosten van de Middellandse Zee. Maar bij nader onderzoek in de loop der tijden werd dat gebied steeds verder uitgebreid, tot aan Gibraltar, en later nog verder dan dat (de exokeanisten). Herodotus bij voorbeeld ging de plaatsen na die werden genoemd. 
De tocht werd steeds gekker, in allerlei plaatsnamen of stukken tekst werd een verwijzing naar het een of ander gebied gedacht - of omgekeerd: in een plaatsnaam meende men een etymologie naar de Odysseus te lezen. Denk voor de tekst aan de poolnacht. Maar ook voor de ontdekking van Amerika, Palestina, varen voorbij Kaap de Goede Hoop 'vond' men bewijzen...

Strabo, ca. 64v.Chr. - vermoedelijk tussen 23 en 25 na Chr..
Strabo was een Grieks historicus die zeer verstandig schreef over Odysseus' reizen: we moeten al die plaatsnamen niet  al te letterlijk nemen, Homerus  is vooral een dichter..
 
In alweer de laatste les bespraken we nog wat verder de reizen van Odysseus. Onze docent heeft vele plekken bezocht in het Mediterrane gebied waar men aanspraak maakte op een stukje geschiedenis van Odysseus; bij voorbeeld Sicilië, Ithaka, het eiland van de Faeaken (zeer waarschijnlijk Corfu). 
Paleokastritsa Baai, met het Versteende Schip van Odysseus, 
Ook Monte Circeo bezocht de docent: daar in een grot zou de woning van de heks Circe geweest moeten zijn. 
Een grot in de berg Circeo, een schiereiland 100 kilometer ten zuiden van Rome. 
Het laatste deel van dit college (tevens van de hele reeks) besteedde Hein van Dolen aan de vertalingen van de Odysseus in het Nederlands. 
Problemen bij de vertaling zijn onder andere dat de Odysseus oorspronkelijk gezongen werd: hoe breng je dat over? En ook:  vertaal je naar de geest, of naar de letter?
Hij noemde twee vertalingen van Imme Dros, de laatste was een herziening van de eerste, en weer veel beter ook. Respectievelijk 1991 en 2016. Dros schrijft metrisch. 
Er is een oude vertaling van de dichter Coornhert, uit 1561, Coornhert vertaalde de Odysseus maar voor de helft, gebruikte bovendien het Latijn als bron!
D.V. Coornhert, 1522-1590
De dichter P. C. Boutens maakt een heel plechtige vertaling, in  'stadhuistaal'. Van Dolen laat horen dat de zinsconstructies totaal niet Nederlands (of: niet te pruimen) zijn. 
Bertus Aafjes schreef er een in volkstaal, wel in jamben. 
Vosmaer schreef er een in de 19e eeuw; het gold als vertaling in die tijd. Wij vinden die nu stijf. Vosmaer schreef in hexameters. 
Verder noemt Van Dolen nog: de vertalingen van De Roy van Zuydewijn, en die van Patrick Lateur. 
Joost van den Vondel, 1587-1679.
Vondel heeft over het fenomeen vertalen gezegd: 
"Je giet een tekst van het ene vat in het andere, dat gaat nooit zonder morsen." 
Dit vond Van Dolen een goede karakterisering van het hele probleem.
Wat mijzelf betreft: ik vond de stukken die Hein van Dolen voorlas erg leuk, heel aansprekend, gewone taal, eigentijds. Het waren vertalingen van zijn eigen hand vertaald uit het Grieks Dat het niet metrisch was, vond ik zelf geen enkel probleem. Integendeel. Hij gebruikte die teksten voor kinderboeken. 
Hein L. van Dolen
Foto: Koos 
Met dank voor deze heerlijke cursus aan docent Hein van Dolen, een enthousiasmerende leraar, die eigenlijk nog meer een ras-verteller was!
Recent jeugdboek, van de hand van Van Dolen.