donderdag 5 maart 2020

Billy Budd, Voormarsgast, Herman Melville, 1924 (2006)

Voor het eerst uitgegeven in 1924, vele jaren na Melvilles dood.
Herman Melville, 1819-1891.
Dit boekje is een licht bewerkte versie van de in 1950 bij Wereldbibliotheek verschenen vertaling door Johan J. Palm. De oorspronkelijke titel; Billy Budd, foretopman, 1924. Ondertitel: wat hem overkwam in het jaar van de Grote Muiterij.
Ik moet eraan toevoegen, dat de Engelse titel hier kan verschillen: sommige uitgaven luiden: Billy Budd, Sailor.
Het manuscript werd laat ontdekt, en het was nog niet af. Misschien ligt het daaraan dat de titels verschillen.
Er zit ook een verschil in de benaming van het schip waarop het drama plaats vindt: in mijn uitgave heet het de Indomitable; in andere de Bellipotent. Indomitable betekent unbeatable, onverslaanbaar.  Bellipotent, the power of war / mighty in war, de kracht van de oorlog. 
Dat brengt mij meteen naar de andere scheepsnamen die voorkomen in het boekje: Billy is eerder aangemonsterd op het schip Rights-of-Man, een verwijzing naar het boek van Thomas Paine, dat een belangrijke rol speelde in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Het betoogt, dat een politieke revolutie gerechtvaardigd is als een overheid faalt in het beschermen van de individuele burger.
Boek van 1791. 
Individuele rechten gaan in Paines boek boven die van de maatschappij als geheel. Als Billy dit schip gedwongen is te verlaten, zegt hij, als een groet voor het schip zelf; 'En jij ook vaarwel, ouwe Rights-of-Man!' Daarmee doet hij afstand van zijn persoonlijke rechten.
Zo is al aan deze symbolische namen te zien waar het boek over gaat. Dit is het centrale conflict.
Historische muiterij; herkomst plaatje onbekend. (Pinterest.)
Terugdenkend speelt het verhaal na 1797, het jaar van de Grote Muiterij. De Royal Navy werd door twee grote muiterijen bedreigd, door de ambities van de Revolutionaire Franse Republiek. Het ging om de muiterij van Spithead en die van Nore, Ze waren buitengewoon zorgwekkend voor Groot-Brittanië, omdat het VK in oorlog was met Frankrijk. De marine was het belangrijkste onderdeel van de oorlogsinspanning. Maar ook de slag bij Trafalgar wordt genoemd, gewonnen door Horatio Nelson.
Slag bij Trafalgar, schilderij van William Turner, 1822.
De Britse Royal Navy vernietigde op 21 oktober 1805 een Frans-Spaans eskader, bestaande uit 33 linieschepen onder leiding van de Franse viceadmiraal Pierre de Villeneuve in een slag bij Kaap Trafalgar (Spanje, zeventig mijl ten noordwesten van Gibraltar) en verzekerde zo, voor een periode van meer dan honderd jaar, de heerschappij over de golven voor de Britten. Hierdoor konden zij, en niet de Fransen, een wereldrijk uitbouwen dat India, Canada, Hongkong en Singapore omvatte en bleef Londen het Europese financiële centrum.

Nog een mooie uitgave. 
Nu het eigenlijke verhaal van Billy Budd:
Billy, die van de Rights of Man wordt afgehaald om aan boord van de Indomitable te komen - hij wordt , zoala dat heet, gepresst: onder druk gezet om dienst te nemen, is niet alleen een heel knappe jongen, hij is ook de onschuld zelve, en door zijn zuiver karakter heeft hij een enorm goede invloed op de overige bemanningsleden. Iedereen is bijzonder op hem gesteld. Er is ook helemaal niks mis met hem, op één kleinigheid na: hij stotterde vroeger. Dat heeft hij overwonnen, maar in moeilijke situaties speelt dat manco wel weer eens op.
Een oude Danskman, een Deen, heeft in de gaten dat er één man aan boord van de Indomitable is, die 'de pik op Billy' heeft. Billy is te naïef om dat te geloven, laat staan om dat te zien.
Maar de Danskman heeft het goed gezien. Het gaat om John Claggart, de provoost. Een provoost is een soort politiecommandant op het schip. Kapitein van het schip is Geluksster Veere, een vaderlijke (tegen Billy althans) man.
Ik vond het hoofdstuk dat me Claggarts binnenkant liet zien, heel spannend. Melville spreekt over de 'natuurlijke verdorvenheid', een 'slechtheid naar de aard', waaraan  Claggart mank zou gaan, en vanaf dat moment voel je dat het fout moet gaan tussen de provoost 'Jimmy Langbeen' (Claggart) en 'Baby Budd'.
Sleutelscene in de hut van de kapitein. John Claggart beschuldigt Billy Budd van muiterij, en Billy’s “vocal defect” maakt het hem onmogelijk zichzelf te verdedigen. 
(Ik weet niet van welke film of uitvoering dit plaatje is.)
Langbeen beschuldigt Budd van het aanzetten tot muiterij tegenover kapitein Veere, in het bijzijn van Billy. Die is zó onderstebovven van deze onterechte beschuldiging, dat hij geen woord kan uitbrengen. Hij staat zowat te stikken in zijn pogingen tegenwerpingen te maken. Omdat dat niet gaat, brengt hij de provoost een slag toe, maar slaat hem helaas meteen dood.
De kapitein worstelt dan met hart en verstand: zijn hart zegt hem, dat de jongen uit noodweer handelde, vanwege een onterechte beschuldiging. Maar zijn verstand zegt hem, dat de tucht moet zegevieren, ze zitten hier op een oorlogsschip, het zal niet anders kunnen. Er komt een krijgsraad,  Billy Budd wordt ter dood veroordeeld, en opgehangen.

Symboliek:
Behalve de al genoemde namen van de schepen, zit er symboliek in Billy Budd. Zijn naam betekent knop, bloemknop. Hij is nog niet eens geopend, tot volle wasdom gekomen. Hij symboliseert de kinderlijke onschuld in een wereld vol menselijk kwaad.
Bij het ophangen worden vergelijkingen getrokken met Christus, en zijn kruisiging.
Ook de naam van de kapitein heeft een dubbele betekenis: to veer betekent van koers veranderen. Wat hij voelt is vaderlijkheid voor Billy - toch laat hij hem hangen. Op zijn sterfbed mompelt hij drie keer Billy's naam. Veere komt om het leven in een gevecht tussen de Indomitable en het schip de Athéiste. 
Engelse uitgave (een van de meedere). 
Ik vond nog een tweetal bijzondere vergelijkingen. De een uit De Groene, die Billy Budd vergeleek met Kaspar Hauser, zie De Groene en Wikipedia.
Afbeelding van Kaspar Hauser, een Duitse vondeling uit het begin van de 19e eeuw. 
Dit boek vermeld ik er nog maar even bij, omdat Melville, net als in Moby Dick, heel veel scheepstermen gebruikt. In mijn uitgave worden die niet verklaard, ze zijn ook voor een goed begrip van het verhaal niet noodzakelijk. 
Het boekje - het is eerder een novelle dan een roman - staat ook bol van de 'typisch-Melville-zinnen: prachtig, maar niet eenvoudig. 
Dit plaatje lijkt me niet kloppen, is meer een plezierjacht dan een oorlogsschip. Toch maar erbij gezet, het tijdperk is van vóór de stoomschepen. 
Benjamin Britten schreef een opera naar aanleiding van het boek. Première in 1951. Libretto van E.M. Forster. 
Benjamin Britten.
Eve Sedgwick heeft weer een andere invalshoek voor het boek: in haar studie Epistemology of the Closet (1990/2008), betoogt zij, dat de interpersoonlijke relaties tussen Billy, Claggart en kapitein Veere gekenmerkt worden door homoseksuele verlangens, en de onderdrukking van / het verbod op die verlangens. Claggart zou de centrale homoseksuele figuur zijn. De angst voor de muiterij zou dan een verbeelding van de homofobie zijn. 
Ik vermeld het maar even. ;-) 
Het valt wel op, dat Billy een 'mooie jongen' is, de 'Knappe Matroos'. 
Eve Kosofsky Sedgwick, cultuurcriticus, gespecialiseerd in genderstudies, queer theory en kritische theorie. in haar huis in New York City. Overleed in 2009. 
In 1962 werd het boek ook nog verfilmd, door Peter Ustinov.

Terence Stamp in Billy Budd (dir. Peter Ustinov, 1962). (Allied Artists/Photofest)
Conclusie: prachtig boekje voor de Melville-liefhebber die ik ben!

dinsdag 3 maart 2020

Hell or High Water, David Mackenzie, 2016.

Poster
Tanner (Ben Foster) keert na dertien jaar gevangenisstraf terug naar het ouderlijk huis waar zijn broer Toby (Chris Pine) en neefjes wonen. Omdat ze wegens financiële problemen dreigen hun huis te verliezen, besluiten de twee broers om banken te overvallen. Door enkel kleine lokale banken te overvallen, hopen ze onder de radar van de politie te blijven. Officier Hamilton (Jeff Bridges), een Texas Ranger die bijna op pensioen gaat, bijt zich echter in de zaak vast en gaat op zoek naar de bankovervallers. (Wikipedia tekst))
David Mackenzie, Schots regisseur en scenarioschrijver, geboren 1966.
Het scenario voor deze film is van Taylor Sheridan.
Er zit een hoop humor in de film, waardoor je er aanvankelijk met veel plezier naar zit te kijken. Het lachen vergaat je wel een beetje op het laatst, er vloeite toch behoorlijk wat bloed.
Opvallend is de liefde voor zijn kinderen van Toby, één van de twee broers. Hij is misschien de ergste niet, maar hij heeft wel het hele plan bedacht, dus hij is net zo verantwoordelijk.
Jeff Bridges is Hamilton, Chris Pine is Toby Howard, en Ben Foster Tanny Howard. 
Grappig, maar wel ook enigszins wrang, zijn de grappen die rancher Hamlton maakt naar zijn collega; tamelijk racistische Indianen- en/of Mexicanengrappen. Ik kon het hebben, omdat ik voelde dat 'hij het niet zo erg bedoelde'. Dat bleek ook wel aan het einde.
Af en toe waen er prachtige beelden van het landschap. Ik heb genoten van deze film!
Prachtig, dat lege land!
Dit citaat ligt ten grondslag aan de hele affaire; Toby wil zijn kinderen een betere toekomst geven. De titel van de film: Hell of high water, is een gezegde: come hell or high water wil zeggen: je bent vastbesloten iets te doen, welke moeilijkheden er ook op je pad mogen komen. 'Strong-willed' dus. 
Hij houdt zich buiten elke schietpartij; dat doet zijn lekkere broertje. 
Hamilton met zijn collega, die hij met woorden steeds de baas is, met zijn racisitische grapjes. Toch is hij niet slecht. 
Aanvankelijk denk je met een stelletje sukkels te maken te hebben.
Na elke overval begraven ze hun auto, ha!

Bittere ernst. 
Hij voorspelt wat er gaat gebeuren, en het komt uit ook. 
Toby met zijn zoon. 
De twee ranchers, de tweede is Gill Birmingham, als Alberto Parker.
Trailer.

Spiegel van de ziel, Toorop tot Mondriaan; Singer Laren; expositie 2020.

Poster, met Passiebloem, van Piet Mondriaanm 1900-1908. Het schilderij is in werkelijkheid wat langer. 
Voor ons was het al weer een tijdje geleden dat we het Singermuseum in Laren bezochten. Het had een grondige verandering ondergaan, zie de foto hieronder:
In september 2017 opende Singer Laren een nieuw theater en een centrale entree die het museum, theater en de beeldentuin met elkaar verbindt.
Het oude Singer, zoals ik het me herinnerde. 
Het ging ons om de tentoonstelling Spiegel van de ziel. Toorop tot Mondriaan. Deze werd gemaakt in samenwerking met het Rijksmuseum Amsterdam, en sluit aan bij het boek Spiegel van de werkelijkheid. 19de-eeuwse schilderkunst in Nederland door Jenny Reynaerts, senior conservator schilderijen in het Rijksmuseum. Het boek is verschenen bij uitgeverij Mercatorfonds en het Rijksmuseum en is het langverwachte antwoord op de vraag naar een nieuw overzicht van de 19de-eeuwse schilderkunst in Nederland. Reynaerts is tevens gastcurator van de tentoonstelling. 
Zware, dikke pil, ruim € 50,--.  Verder géén catalogus voorhanden. 
Schrijfster van het boek, gastconservator van de tentoonstelling. Jenny Reynaerts. 
Ik vond het jammer dat er geen catalogus was, ik had er graag kennis van genomen. Ik las in de Trouw, dat dit dikke boek te laat uitkwam voor het Rijksmuseum om er een tentoonstellling aan te wijden. Er is nu gekozen voor het Singer, waar eigenlijk alleen schilders uit het laatste deel van het boek een plaats kregen. Dit was toepasselijk ook, omdat in die hoofdstukken een aantal Larense kunstenaars en/of schilderijen van 'de kunstenaarskolonie' Laren voorkomt. Ik laat er hier een paar zien: 
‘Het uitgaan van de Oude Sint Jans Kerk op de Brink te Laren, Gijs Bosch Reitz (Singer Laren).
Dan een aantal portretjes uit de buurt:
Jan Veth, Karen, 1892. Kröller-Müller
Jan Veth, Larens kind. Helaas geen betere afbeelding kunnen vinden. 
Heintje, een Goois Meisje, Jan Veth. Er hingen meerdere mooie portretjes. 
De tentoonstelling gaat over een boeiende episode in het boek, het tijdvak 1885-1900, toen Nederland als gevolg van de industrialisatie grote veranderingen doormaakte. De welvaart nam toe, steden groeiden explosief en er ontstond een nieuwe ‘stadse’ cultuur, waarin voor het eerst vrouwen toegelaten werden op kunstacademies.
Het is de kunst van de intimiteit.
Wie denkt aan de Nederlandse kunst voor 1900, komt vaak uit bij George Hendrik Breitner en Isaac Israels. Schilders die, in tegenstelling tot hun leermeesters, kiezen voor een realistische weergave van het leven op het platteland of het drukke leven in de groeiende steden.

Gelijktijdig en als reactie op de oppervlakkigheid van het moderne leven en de materiële welvaart, richt een aantal kunstenaars zich op de intimiteit van de binnenwereld met thema’s als de besloten tuin, het interieur, het stilleven en de geesteswereld van de kunstenaar. Bekende kunstenaars als Jan Toorop, Johan Thorn Prikker, Vincent van Gogh, Matthijs Maris, Willem Witsen en Piet Mondriaan gunnen de kijker een blik in hun diepere zelf; ze richten de blik naar binnen op zoek naar spiritualiteit.
Een nieuwe kijk op de Nederlandse kunst rond 1900.

Ook minder befaamde kunstenaars komen aan bod zoals Piet Meiners, Carel de Nerée tot Babberich, Frans Stamkart, Henri van Daalhoff, Gijs Bosch Reitz, Jacobus van Looy, Jan Veth, Antoon Derkinderen en Richard Roland Holst. Met ruim 70 schilderijen, aquarellen en tekeningen biedt deze expositie een nieuwe kijk op de Nederlandse kunst rond 1900.
Weg achter de pastorietuin te Nuenen, Vincent van Gogh. Een schilderij op de eerste zaal dat me meteen trof. En ja hoor: een Van Gogh!
‘Carriages at the Victoria Embankment’, Willem Witsen (Singer Laren).
Beeld Rijksmuseum.
Dit hing ook in de eerste zaal. Mij trof dit schilderij om zijn bijzondere kleuren, en de mist. Heel apart.
 Portret van de priester-dichter Henri van Booven, door Carel de Nerée tot
Babberich. De kunstenaar heeft ook een priesterlijke taak. Van Booven schrijft op dat moment - 1900-1901 - aan zijn boek Tropenwee. Hij verbleef twee jaar daarvoor in Congo, en keerde daar doodziek van terug. 
Ditzelfde schilderij was ooit op een tenttonstelling van het symbolisme te zien. De term symbolisme komt hier nergens voor, maar het is wel duidelijk dat spiegel van de ziel daarop duidt. 
Eduard Karsen, circa 1890; het verlaten huis. Karsen zelf noemde dit een zelfportret, en dat trof me reusachtig. Prachtig beeld voor een gevoelig en introvert iemand. 
Ik ga nu over naar andere schilderijen; dit bij voorbeeld:
Matthijs Maris, De schaapsherderin (Monumental Concept of Humanity) ca 1885-1898; Maris ging zo ver met overschilderen en puntjes, dat de voorstelling haast verdween. Ik zou het schilderij niet in mijn kamer willen hebben, maar ik bleef toch lang kijken of ik het schaap en de vrouw terug kon vinden..... 

Jan Toorop, Lijnenspel de komst van de nieuw kunst, 1893.

Moeder in interieur, Jan Mankes. Opvallend schilderijtje, door de hoog gehangen doek en spiegel, het uiltje. Hierdoor is het duidelijk dat we hier geen weergave van de realiteit puur hebben. 
Wat meer informatie over het werk van Jan Mankes zie DEZE LINK
Floris Verster, Anemonen, Door de lichtval leken het wel geëmailleerde bloemen, heel apart. 
Een ander stilleven van Verster: donkere pioenen in een aardewerken vaas. 
Piet Meiners, stilleven met ton en gipsen afgietsel .
Antoon Derkinderen, Maagd. Circa 1892. 
Franz Deutman, Vlaams meisje. 1887.
Theo Molkenboer, moeder bij de linnenkast, 1894-1895, collectie Drents musuem
Ik besluit met een typisch Larens beeld: dat van de jaarlijkse Sint Jansprocessie. Als kind heb ik daar ook één keer mee meegelopen. Het was een groot evenement in het Gooi. Mooi drieluik.
Gijs Bosch Reitz, Sint Jansprocessie, 1895.Op de zondag die het dichtst bij 24 juni ligt, de naamdag van Johannes de Doper, wordt in Laren de Sint Jansprocessie gelopen. In oude, gemythologiseerde verhalen uit de negentiende eeuw werd ook wel gesproken van het zonnewendefeest. 
Floris Verster, Avond te Warmond, 1894.
(Voor Trudy.)