vrijdag 15 mei 2015

Foto's van Tonnis Post, 1913. Trouw, woensdag 13 mei 2015

Een indrukwekkend artikel in de bovengenoemde Trouw over armoede in Vlagtwedde rond 1913.
De huisarts aldaar, Pieter Bloemers Middendorp trok met fotograaf Tonnis Post over het platteland van Groningen, en samen deden ze daar nauwkeurig verslag van de woonomstandigheden van de allerarmsten.
De foto's van Post beklijfden het meeste.
Ik geef hier de foto's die in de Trouw stonden afgedrukt:
'Slaapgelegenheid boven een kelder achter de afdakskamer, uitkomende in de schuur daarachter van Derk Louis. '(Foto Openluchtmuseum)
'Woning van Albertus Kruizinga in Vogelenzang te Vlagtwedde'.
'Interieur even bouwvallig, vuil en slordig als het exterieur.'
'Plaggenhut in Tange, Onstwedde. Hut zonder zijmuren, gedeeltelijk in de grond uitgegraven.
'Bedstede in de schuur bij Freerk Smit in de Lete, uitgebouwd van schollen planken.'
(Schollen planken zijn planken gemaakt van de boom met het bast er nog op.)

De tekst onder de foto's is van dokter Middendorp. Hij zelf woonde in betere omstandigheden:
Huis van de dokter in Vlagtwedde.
Wij kennen Vlagtwedde trouwens als het landschap met de prachtige boerderijen van de herenboeren.
De andere kant van Vlagtwedde, de rijke herenboeren.
Sociaal gezien haalde het werk van Middendorp en Post weinig uit, pas ver na de Tweede Wereldoorlog waren de plaggenhutten echt verdwenen.
Ik heb overigens voor mijn blog gebruik gemaakt van Foto's Streekhistorie Vlagtwedde, inclusief de schrijnende onderschriften. Daar komen ook de volgende foto's nog vandaan: 
De woning van Hiske Stel, Rhederweg, Bellingwolde, oktober 1913. Een lekkende en tochtende bouwval, bewoond door 2 volwassenen en 5 kinderen (de oudste 23, de jongste 3). De 'woning' bestond uit één kamer van 3 bij 3 meter, 2 meter hoog. Er was geen vloer, geen behang, geen gordijnen, geen kalk in de voegen, geen dokken onder de pannen. Er waren twee bedsteden, ze zagen er "haveloos en ellendig" uit. 's Winters werd een laag turf tegen de wanden opgezet om het tochten te verminderen. Het huis werd gebouwd in 1895 en onbewoonbaar verklaard in 1912: het bord hangt tegen het hout dat voorheen een van de zijkanten van het portaal vormde (het werd ooit weggebroken omdat men er niet rechtop door naar binnen kon). "Vele dieren hebben beter onderdak" schreef Middendorp achterop de foto. Maar ook: "Stel heeft alle moeite gedaan overal geld te krijgen, doch zonder succes. En wat blijkt nu; hij heeft voldoende geld om materialen, al zijn deze ook van de tweede soort, te betalen, en ook het timmerloon contant te voldoen. Naar men zegt had hij 800 gulden in een 'hole' in de grond begraven". Het huis werd kort na het maken van de foto afgebroken. 
Privaat achter het 'werkhuis' te Bellingwolde, juli 1915. Onder de gaten (drie voor volwassenen en één, de linker, voor kinderen) zat een reservoir van circa 10 kubieke meter. In het werkhuis, gebouwd in 1865, waren gemiddeld zo'n 20 mensen gehuisvest. De slaapplaatsen waren ingericht in voormalige koestallen.  
De achterzijde van de woningen in het Kazerne Kwartier te Oude schans, 1912 (zie plattegrond). De huizen, alle één kamer groot, dateerden uit de 17de eeuw. Ze waren zeer vochtig: de vloeren lagen direct op het maaiveld. In de uitbouwsels zat het privaat; een ton met een deksel. De hokken werden ook gebruikt voor het houden van schapen en geiten. 
 
De uit plaggen opgetrokken hut van J. van Dijk, Onstwedder Holte, oktober 1913. De scheefhangende deur werd door palen gestut opdat het geheel niet uiteen zou vallen. Naar verluid werd de hut vanwege de bultige vorm van het dak wel 'de dromedaris' genoemd. Het gat voor de deur was de mestvaalt. Aan de achterzijde van de woning was een waterput gegraven.  
Houten hut van Fr. Smit bij het Lieske Meer, Bellingwolde. Het dak stond direct op het maaiveld, de afstand van de grond tot de nok bedroeg 3 meter. Op ongeveer 2 meter was een zoldering aangebracht waarop twee bedsteden waren afgetimmerd. 
Boven: de woonwagen van Jacob Keizer, Veele, november 1915. Middendorp: "Het geheel maakt een armzalige indruk. Binnen in de wagen allerlei rommel - kleren, touw, beddengoed, alles even stoffig en vuil." De wagen was 1,33 meter hoog, 2,55 lang en 1,15 breed. Er zaten geen ruiten in, de deur kierde en werd op z'n plaats gehouden door een stoel. Het dak was slecht afgedekt met asfalt en stenen. De wagen werd bewoond door Jacob Keizer, 48 jaar, en zijn 10-järige dochter (twee oudere kinderen "dienden"). "Keizer riekt naar jenever" noteerde Middendorp.

Er is - ik kan niet meer nagaan in welk jaar - een tentoonstelling geweest, onder de titel: Versche Lucht en Zonlicht in onze woningen. Met een selectie uit de Middendorp-Post collectie.
Middendorp en Post
Vermeldenswaard is nog, dat er nóg een fotograaf uit die tijd het leven van de allerarmsten heeft vastgelegd. Het is Jacob Riss, van wie ik hier twee foto's  weergeef:

The Tramp, van Jacob Riss.                            Kinderen slapend op straat, New York, 1988.
Riss trok door de sloppenwijken van New York, in zijn eentje. Hij schreef erover en fotografeerde. Het kwam allemaal terecht in zijn boek How the other half lives. Het boek had groot succes en werd gevolgd door een tweede, Children of the Poor. Hoewel Riss ook kritiek kreeg, opende zijn werk bij velen de ogen voor de armoede.  

Jacob Riis
En oh ja: het interessante artikel in de Trouw was van Paul van der Steen.
Schrijver van het artikel in Trouw.



vrijdag 8 mei 2015

De Hallen, Amsterdam, vanaf 2014

 
De film Atlantic die ik gisteren beschreef, keken wij in de Filmhallen, in de nieuwe Hallen in Amsterdam. Ik had er al veel over gehoord, over deze verbouwde oude tramremise. Gisteren was het dan zo ver, en combineerden wij ons bioscoopbezoek aan de bezichtiging van dit nieuwe culturele centrum. Hieronder een aantal plaatjes, van vroeger en van nu.
Ik vond het heel erg leuk om met dit project kennis te maken. We gaan er beslist nog eens heen, omdat je zo van een eenvoudig filmpje een leuk uitje kunt maken.
Een van de bioscoopzalen; bij ons in zaal 5 hingen Perzische tapijtjes aan de wand.
Werkplaats uit vroeger jaren. De tramremise is ongeveer 100 jaar oud. De Stichting TROM heeft zich ingezet voor hergebruik. Het resultaat is erg mooi!
Mooie, heel hoge deuren
Maquette
Nog een plan
Dit is het officiële adres; een nieuwe naam tussen Ten Cate, Tollens, Kinker. Voor meer informatie over deze vrouw zie dit artikel in de Trouw.

Er is een hotel...
Een prachtige passage 
De Belccampo-leeszaal
Een bibliotheek
Alle bordjes met verwijzingen: Foodhallen, fietsenmakerij, kledingmakerij, dure winkeltjes, kunstuitleen.... 
En dan hier nog wat plaatjes uit het verleden. Leuk dat de constructie van het gebouw nog zo goed te zien is. Hier en daar zelfs nog de tramrails.

 
Het heeft een aantal jaren er zo bij gestaan. 
Dit zijn de mooiste plaatjes: je kunt je die rommel nog zo goed voorstellen!
Dit is van langer geleden: voor mij echt geschiedenis. 
Zo alleen zaten wij er nou ook weer niet; we waren wel met z'n.... VIEREN! 
 

Tegenwoordige entrees.
Hier volgen wat plaatjes uit de gezellige Foodhallen: je kunt hier allerlei heerlijke hapjes kopen, en aan tafeltjes nuttigen. Doet wat uitheems aan. Wel wat aan de dure kant, maar je bent wel echt uit! Hotspots, heet dat....
 


Hier hebben wij een heerlijk broodje Iberico gekocht en opgesmuld, met verse olijven, en een glas witte wijn, hhhmmmm!
Oude filmprojector aan het begin van de Bioscoop (met 9 zalen!)
En dit alles grenst aan de oude Ten Catemarkt, die er nog steeds is. Toen Geert nog leefde, ging ik hier altijd over om even een bloemetje voor haar te kopen.
Ten slotte nog een filmpje dat een leuke indruk geeft, en iets meer zegt over het project Recycle.

donderdag 7 mei 2015

Atlantic, Jan Willem van Ewijk, 2015.

Ik was bijzonder nieuwsgierig naar deze film, nadat ik de recensies erover gelezen had. Hij kreeg ook 4 of 5 sterretjes mee, en het ging over WATER, wat wil ik nog meer...
Een Belgisch-Nederlandse-Duitse-Marokkaanse produktie. 
Wisal, het nichtje van hoofdrolspeler Fettah. Ik begreep niet zo goed dat speciaal de band met haar zo uitgelicht werd. 
Fettah is een arme visser, en hij kan ontzettend goed surfen. Hij is verliefd geworden op de vriendin van een Amerikaanse vriend, die daar elk jaar in het dorp komt surfen aan de kust van de Atlantische Oceaan. Als ze weg is, wil hij haar achterna, weg uit zijn dorp, met zijn surfplank over de oceaan, naar Europa. Hij moet via een omweg de militaire zone rond Spanje vermijden. Op zijn tocht over zee langs Marokko zien we in flashbacks zijn voorgeschiedenis. 
Als hij 300 mijl zonder onderbreking moet surfen, gaat het mis.
Mohamed Majid, ook bekend van Incendies. In werkelijkheid heeft hij in het dorp waar ook de imaginaire Fettah vandaan komt, een restaurant. Hij is getrouwd met een francaise en heeft een paar kinderen. 
Het filmen was een reuze werk; alles moest 'echt' zijn, géén stuntwerk. Surfen moest dan ook dikwijls ver uit de kust gedaan worden. 
De maker, Jan Willem van Ewijk 
Er waren soms de prachtigste beelden te zien. 

Ja, de beelden waren soms fantastisch, en voor iemand als ik, die houdt van water in beweging, viel er veel te zien.
Toch viel de film me na alle ophef wat tegen; ik houd niet van dat poëtische gedoe, althans niet als ik er niet in geloven kan. Ik geloof meteen dat mensen dáár liever naar Europa gaan, maar dit is een wat al te fantastische opgave. Het afscheid van zijn (grotere) nicht (die verliefd op hem is) vond ik weer wel prachtig. Maar vooral de beelden deden het hem, erg mooi.

zaterdag 2 mei 2015

À perdre la raison, Joachim Lafosse, 2012.

De Filmkrant geeft een heel goede samenvatting van deze ongelooflijk aangrijpende film. Het overkomt mij niet vaak, dat ik oprecht medelijden voel met een personage. Maar met Murielle, de hoofdpersoon in deze film, lukte het me prima.
(Altijd als ik een film zo mooi vind als een zoals deze, heb ik eigenlijk geen zin om erover te praten of te schrijven. Net of woorden aan de schoonheid, en de indringendheid afbreuk doen.
Maar dan toch maar:)
De film begint met het einde, 'ze moeten in Marokko begraven worden,' zegt de vrouw in het ziekenhuis een paar keer achtereen. Het deel met de lijkkisten die in het vliegtuig gedragen worden, weet ik niet meer, maar zo staat het in de samenvatting van de Filmkrant.
Dan begint de film met de liefde tussen Muriëlle en Manour. Ze trouwen, wonen in bij de dokter André Pinget, en krijgen achter elkaar vier kinderen.
Manour is van Marokkaanse afkomst, de dokter heeft hem ooit geadopteerd. Hij is getrouwd met een zus van Manour, maar alleen om haar papieren te verschaffen. Hij helpt André aan werk en aan woonruimte, maar is alom tegenwoordig in het gezin, dat compleet van hem afhankelijk is. Je ziet als toeschouwer hoe Muriëlle aan die verhouding ten onder gaat, hoe ze niet gehoord noch gezien wordt door de beide mannen, van wie je je afvraagt wat hen bindt.
Met de moeder van Manour heeft Muriëlle een heel goede band: je merkt dat zij doorheeft dat het echt niet meer gaat met Muriëlle. De dokter en haar eigen man bagatelliseren voortdurend haar problemen van oververmoeidheid en depressie.
Ten slotte, als ze een keer alleen is met haar kinderen, roept ze hen één voor één naar boven. Wij zien niets, alleen een beeld van het huis aan de buitenkant. Even later belt ze met de alarmdienst, ze vertelt dat ze haar kinderen vermoord heeft. Ze had ook zelfmoord willen plegen, maar dat lukte niet.
Einde film.
De film is gebaseerd op de waar gebeurde geschiedenis van Geneviève Lhermitte, die op 28 februari 2007 haar kinderen één voor een de keel doorsneed, in Nijvel, België.
Hoes 
Tahar Rahir; speelde ook in Un prophète, van Jacques Audiard. Met ook Niels Arestrup (dokter André) al belangrijke tegenspeler. 
De twee mannen die de vrouw domineren. 
Muriëlle in haar trouwjapon, die door de dokter betaald is; hij gaat zelfs mee op huwelijksreis. 
 
De enorme invloed van de arts-adoptievader wordt verder niet verklaard.
Joachim Lafosse, regisseur
Trailer
Ik voeg hier nog een foto toe van Émilie Dequenne, die de hoofdrol prachtig vertolkte.
En vermeld bovendien dat de muziek erg mooi was.