dinsdag 11 november 2014

Doctor Faustus, Thomas Mann, 1947 (2007)

Duitse uitgave
Mann begon dit boek in 1943, en voltooide het in 1947. In 1943 was er al hoop dat er spoedig een einde zou komen aan het Hitler-tijdperk.
Dit tijdperk is één laag van dit complexe, filosofische boek. Mann noemt het een roman, wat slaat op de biografie van de fictieve componist Adrian Leverkühn. Dat is ook de ondertitel van het boek: Het leven van de Duitse toondichter Adrian Leverkühn, verteld door een vriend. De vriend heet Dr. phil. Serenus Zeitblom; de ik-figuur dus.
Het boek is moeilijk om te lezen, de vele 'Duitse' zinnen, allemaal betrekkelijke bijzinnen leidden bij mij nogal eens tot ontsporing. Bovendien is het verhaal bijzonder rijk aan filosofische gedachten, uitweidingen over muziek, de Duitse geest, et cetera, hetgeen het moeilijk maakt. Daarbij schrijft Mann een beetje zoals mijn broer Jan soms praten kan: met deftige volzinnen, nogal breedsprakig.

Dr. phil. Serenus Zeitblom (zie de naam!) is de vriend van jongs af aan van Adrian, en volgt diens leven op de voet. In hun jeugd speelt de muziek al een grote rol, bijvoorbeeld door het zingen van de stalmeid. Later ook door de lezingen van de organist Wendell Kretschmar. Zo houdt deze stotteraar lezingen over pianosonate III van Beethoven, waarom dat geen deel 3 heeft. En over de fuga bij Beethoven. Het zijn meteen essays in dit boek!
Ze groeien op in Kaisersaschern, waarvan Mann een heel levendig beeld schetst. Het is een middeleeuws aandoende stad, met zelfs nog vreemde figuren erin rondlopend als 'Kelder-Lijsje'.
Onverklaarbare figuur uit Sukorovs Faust.
Toen ik dit las, moest ik direct aan de film FAUST van Alexander Sukorov denken. Daar viel immers het middeleeuwse karakter van plaats en tijd op, en kwamen ook vreemde bij-figuren voor. In de nabeschouwing las ik, dat Lübeck, Manns geboorteplaats, model heeft gestaan voor deze plaats.
Buddenbrookshouse, zie mijn blog aldaar. Geboortehuis Mann in Lübeck.
Een huis in Kaisersaschern  behoort aan oom Nikolaus, die instrumenten verhandelt. Het was plezierig om die passage met de beschrijvingen van alle instrumenten te lezen. (p. 45 e.v.)
Adrian is een heel intelligente, maar wat onaangename, in elk geval: onaangedane leerling. Hij gaat theologie studeren, Serenus letteren. Maar Adrian verwisselt zijn theologiestudie voor de muziek.
Behalve zijn genialiteit blijft Adrian gekenmerkt door een wat koude afstandelijkheid. Hem benaderen met zijn voornaam en je-jij is aan haast niemand voorbehouden.
Serenus wordt leraar oude talen, trouwt en krijgt kinderen. Hij blijft contact houden met zijn muzikale vriend.
Adrian heeft ook een afstandelijke verhouding tot vrouwen. Hij raakt besmet met syfillus, een beetje willens en wetens, want de prostitué die hem ermee besmet waarschuwt hem van te voren. Toch doen! Serenus heeft dan al een hele beschouwing ten beste gegeven over het kwaad, dat zich in de opvattingen van de mensheid altijd wat geconcentreerd heeft rond het seksuele.
In hoofdstuk 25 komt het verbond met de duivel aan de orde. Adrian zelf heeft deze bladzijden geschreven, de vriend kon daar natuurlijk niet bij zijn geweest. Hij heeft zijn ziel aan Mefistoles verkocht - in zijn waan of niet, dat doet er niet toe. Voor 24 jaar hoogst geïnspireerd componeren mag de duivel hem komen halen. Samen met het bezoek aan de prostitué is zijn lot dan bezegeld.
Het duivelspact. 
Een huwelijksaanzoek dat Adrian doet, doet hij via een vriend. Dat neemt de vrouw in kwestie natuurlijk niet. Zij prefereert de boodschapper. Daarmee is Adrian vrouw én een vriend (de boodschapper) kwijt.
De enige keer dat we Adrian van een wat warmere kant zien, is bijna aan het eind van het boek, als zijn neefje Nepomuk een tijdje bij hem woont. Iederéén vindt dat jochie - die zichzelf Echo noemt - een schat, Adrian niet uitgezonderd. Helaas wordt het jochie ziek en sterft binnen veertien dagen.
Het gaat dan al heel slecht met de componist. Hij heeft het werk Doctor Faustus' Weeklacht gecomponeerd, waarvoor hij voor één keer een groot gezelschap bij hem thuis uitnodigt om het te presenteren. Maar tijdens die presentatie wordt duidelijk dat Adrian krankzinnig is  geworden. De vrienden verlaten hem een voor een.
De ondergang van Adrian loopt parallel met de ondergang van het Duitse rijk - let op de tijd waarin Serenus het schrijft: van 1943 tot 1947. Duitsland was altijd een belangrijke natie als het ging om het denken. Maar zoals dat bij Adrian Leverkühn heeft geleid tot zijn ondergang, is dat ook gebeurd met Duitsland.  In het hoofdstuk wordt ook geschreven over de Apocalyps.

In de nabeschouwing van G.A. von Winter staan heel interessante waarnemingen. Die maken mij nog eens te meer duidelijk, dat Manns werk vol symboliek en eruditie zit. Voor mij was het lang niet allemaal te volgen. Ik denk dat je er met een goede leesgroep wel een paar maanden over zou kunnen doen om de diepte in te gaan.
Ik geef hier nog wat van de genoemde nabeschouwing weer, om althans een tipje van deze sluier van beschouwelijke ingewikkeldheid op te lichten.

Winter vraagt zich allereerst af, waarom het boek Doctor Faustus heet. Want wie is Faust in dit boek?
Winter ziet een verschil met het boek van Goethe. FAUST is daar dezelfde als die uit het Volksbuch van 1587. Mann ziet in het tijdperk van het Volksbuch het grote kwaad vertegenwoordigd in Luther, over wie hij op p. 99 zegt:

'Het lijdt immers geen twijfel dat de mensheid eindeloos bloedvergieten en de verschrikkelijke zelfverminking bespaard gebleven zouden zijn wanneer Maarten Luther de kerk niet had hersteld.'
Maarten Luther, volgens Thomas Mann veroorzaker van veel ellende.
In de rest van het boek hekelt hij uiteraard het Hitler-tijdperk; dat is globaal genomen het tijdperk van het leven van Adrian Leverkühn (1885 - 1941; Hitler: 1889 - 1945).
De bron van Duitslands ellende ten tijde van het schrijven van deze roman.
Winter merkt op, dat Leverkühn in tal van opzichten op Thomas Mann lijkt: vooral in het volkomen aan de kunst toegewijd zijn. Leverkühn leeft persé alleen, dat deed Mann niet, dank zij zijn discipline bracht hij het op zich uit zijn isolement los te rukken. Maar hij had dat isolement wel nodig!

Albrecht Dürer speelt een rol in de roman door de nadrukkelijke aanwezigheid van het magisch vierkant: het komt overeen met een beroemde gravure van Dürer.
Magisch vierkant, Dürer: welke rij men ook optelt, de uitkomst is steeds 34
Zelfportret Dürer, 1471-1528
Winter knoopt hier allerlei conclusies aan vast, die ik hier maar laat. Interessant is wel de uitkomst, dat bij een bepaalde herschikking van de cijfers er de initialen AH en ML in het centrum komen te staan (van Hitler en Luther).
Volgens Winter doet Mann veel aan getallensymboliek, maar ook aan namen-symboliek. Tal van namen lijken doorzichtig, in elk geval verwijzend naar iets of iemand anders. Ik noem de namen Schlagenhaufen, Schweigestill, Schleppfuss. Doen mij veelal vreemd aan.
 
De filosoof Nietzsche heeft voor een deel model gestaan voor Leverkühn.
Friedrich Nietzsche
Net als hij, lijdt Adrian aan migraine, krijgt syphillus, is wereldvreemd, doet een huwelijksaanzoek via een vriend, en eindigt krankzinnig.
Maar zoals Nietzsche door Hitler is geannexeerd door de Hitler-ideologie, zo wil Mann/Leverkühn  niet door Hitler geannexeerd worden.
 
Om op de vraag van Winter terug te komen: wie is nu eigenlijk Doctor Faustus?
Het is niet Adrian Leverkühn. Maar:
 
Wat Mann in het beeld van de Faust-figuur voor ogen stond was een integrale behandeling van het 'Duitse probleem', het probleem namelijk dat de wereld altijd met Duitsland, en Duitsland van oudsher met de wereld heeft gehad. (p. 574)
Als ik het goed begrijp, dan is dat: het doorslaan in het denken; het dóór-denken naar de verkeerde kant. Naar de kant van barbarij, dictatorschap, nihilisme, vernietiging.
Het duidelijkste is Mann daar misschien over in zijn eigen Naschrift
 
Eerst beschrijft hij de begrafenis van Leverkühn. Terwijl de aardkluiten op zijn kist vallen (dat is in 1940), noteert Mann:

Duitsland, de wangen met een hectische blos overdekt, zwijmelde toenmaals op het hoogtepunt van woeste triomfen, bezig de wereld te veroveren krachtens de enige overeenkomst die het van zins was na te komen, en die het met zijn bloed had ondertekend. Nu stort het, door demonen omstrengeld (...) van de ene wanhoop in de andere. (....) Een eenzaam man vouwt zijn handen en spreekt: God zij jullie genadig, mijn vriend, mijn vaderland.

Thomas Mann schreef zelf ook een boek over Doctor Faustus: Die Entstehung des Doktor Faustus.
Dan nog enkele opmerkingen:
 
De wijze van componeren van Leverkühn zoals beschreven in hoofdstuk XXII, de twaalftoonstechniek, is in werkelijkheid het geestelijke eigendom van Arnold Schönberg.
Arnold Schönberg
 
Thomas Mann, de schrijver.
 
 



 

 
 

zondag 9 november 2014

Ne le dis à personne - 2006, Guillaume Canet.

Het verhaal is gebaseerd op dat uit het boek Tell No One van Harlan Coben.
Weer een film van Canvas op de vrijdagavond. Spannend, maar uiteindelijk een beetje te veel van het goede - qua plot. Net iets te ingewikkeld. - Toch met plezier gekeken!
Alexandre en Margot Beck zijn elkaars jeugdliefde, thans gelukkig getrouwd. Maar op een avond wordt Margot vermoord, ogenschijnlijk door een seriemoordenaar.
Acht jaar later worden er op die plek twee lijken ontdekt, van twee mannen. Alexandre wordt meteen wéér verdacht. Net als ten tijde van de moord op zijn vrouw, verdenkt de politie hem nu wéér als eerste.
Een ingewikkeld spel volgt, waarbij de ernst van de verdachtmaking steeds groter wordt. Een niet geringe rol speelt de schoonvader van Alexandre daarin.
Alexandre krijgt met twee fenomenen te maken: hij ontvangt mails, die van zijn vrouw afkomstig lijken. Tegelijk krijgt hij foto's in handen, waaruit blijkt dat zijn vrouw een deel van leven had waar hij niets van af wist: ze was ooit in elkaar geslagen, er zijn foto's van haar vol blauwe plekken; slikte ze drugs? Er zijn aanwijzingen voor. Dit alles vormt een nieuwe verdachtmaking aan zijn adres. Alexandre wordt in een hoek gedreven, en kan zelfs zijn beroep als arts niet meer uitoefenen. Hij krijgt hulp van een stelletje gangsterachtige types uit de banlieue. Die heeft hij ook hard nodig!
De zaak neemt een andere wending als een politieman inziet dat Alexandre de moord niet gepleegd kan hebben. Al blijven de bewijzen zich opstapelen.
In de actualiteit gebeurt een nieuwe moord: een fotografe is de klos.
Uiteindelijk komt Alexandre erachter, wie de werkelijke moordenaar was. En wie daarbij behulpzaam was, was niet minder dan zijn eigen schoonvader.
De mails van zijn vrouw blijken te kloppen: ze leeft nog, en is naar hem op zoek. Na veel heen en weer gereis kunnen ze elkaar weer in de armen sluiten
Trailer
Bruno, een 'held' uit de banlieue, die Alexandre helpt. Een ereschuld omdat A. zijn zoontje gered heeft, als arts.

Margot, die niet dood blijkt. Papa had een prostitué laten begraven met haar sieraden om, om haar te vrijwaren van vervolging. Zij heeft de man die haar mishandelde doodgeschoten.

Als jeugdliefde, het paar.
Hun namen ingekerfd.
Zwemmen in hun meer.

De vreselijke schoonvader.
Hier is alles nog okay
Hier ook. Hier bij die mooie rododendrons eindigt het trouwens ook weer.
Onderzoek met een vriendin
Poster 

Opdrachtgever van de moord
Niet te geloven, elkaar weer teruggevonden na al die ellende!
Harlan Goblen, schrijver van het boek.
 De hoofdpersoon wordt gespeeld door Francois Cluzet, die zo op Dustin Hoffman lijkt. Hij speelt ook de hoofdrol in Les Intouchables van Olivier Nakache. Ik heb alleen over het boek Onaantastbaar geblogd.  

Claires Knie, Eric Rohmer, 1970.

Hoes

Deze film hebben we gekeken op Arte, in het Frans, met dito ondertiteling.
De film had mooie beelden, de natuur was prachtig, en vooral de twee jonge meisjes waren erg mooi. Maar er was vooral veel tekst, dat was minder leuk.
Het verhaal is, dat een iets oudere man, Jerome,  (35) het aanlegt met een jong meisje (16 of zoiets). Hij vertelt al zijn wederwaardigheden aan Aurora, een vriendin van hem, bij wie hij logeert in een huis aan het meer van Anécy. Het meisje Laura is trouwens verliefd op hem, en doet haar best hem te verleiden.
Elke keer gaat de man na afloop naar Aurora om precies van zijn ervaringen te vertellen. Ik begreep uit de recensies achteraf, dat hij het hele gebeuren in een boek wil verwerken. Ook Aurora is auteur.
Halverwege komt het zusje van Laura op de proppen, een prachtig meisje, rank van gestalte. Ze heeft een vriendje met wie ze het goed kan vinden, maar Jérôme raakt geobsedeerd door haar. Ook deze gevoelens vertolkt hij weer voor Aurora. Die obsessie concentreert zich op de knie van Claire.
Het gebeurt, dat Jerome en Claire samen in een onweersbui terecht komen, en moeten schuilen. Jerome vertelt Claire dat hij haar vriendje met een ander heeft gezien. Claire is er ondersteboven van, en Jerome troost haar door een hand op die fel begeerde knie te leggen en te blijven strelen. Claire trekt zich niet terug. Maar blijft huilen.
Dat is het verhaal. Ook nu weer vertelt Jerome alles door aan Aurora.
 
Ik kreeg een hekel aan die vent, die zich zo tussen die jonge mensen in drong, en zijn handen niet thuis kon houden. Hij stelde het aan zijn vriendin zo voor, dat hij zijn verloofde (elders) trouw bleef. Maar intussen zie je hem zijn macht uitoefenen op die jonge kinderen. En dan dat mom van literaire verwerking erbij: bah.
 
De speler, Jean-Claude Brialy, is een man die veel voor films uit de Nouvelle Vague gespeeld heeft. De regisseur Eric Rohmer is een van de bekendste regisseurs uit dat genre. In de Nouvelle Vague zette men zich af tegen de geijkte Hollywood-films. Een van de bekendste regisseurs uit deze stroming is Jean Luc Godard.
Meer van Anecy, en de mooie knie van Claire
Een gewoon, jong vriendje van een van de zusjes
Zo komt en gaat Jerome, met speedboot over het meer.
Ik vond hem steeds vervelender worden, deze 'dirty old man' (bij die jonge kinderen was hij dat zeker!)
Hier nog even als terloops die knie aangeraakt.
Hier opzettelijk, het meisje in zijn macht.
Het was niet om aan te zien.
Trailer 
Éric Rohmer, in 2004. Hij overleed in 2010.
 
 
 

 

 

 

 

 



 

 
 

zaterdag 8 november 2014

Workshop Lichtenberg-methode - Esther Putter, 5 november 2014

Inleiding


Woensdagavond 5 november jl. hadden we met het koor een workshop Lichtenberg-methode. Deze methode wordt ook wel klankgericht zingen genoemd.
De workshop werd gegeven door Esther Putter, zangpedagoge en sopraan uit De Bilt.

Esther aan het werk.
Het koor kende Esther al als sopraan. We hebben goede herinneringen aan haar van toen zij in 2013 de prachtige solopartij Ihr habt nun Traurigkeit, uit Ein Deutsches Requiem van Johannes Brahms vertolkte.

Deel van het Waterlands Kamerkoor in Ein Deutsches Requiem, 2013.  

Achtergronden Lichtenberg-methode

Ik heb vóór- en achteraf een klein onderzoek verricht naar de Lichtenberg-methode.  Dit mede om het blog wat te verduidelijken, daar we met Esther vooral gewerkt hebben aan onze ervaring van de klank. Om het beleefde in een kader te zetten geef ik hierbij wat achtergrond.
De Lichtenberg-methode stamt uit Duitsland, waar ook het  LICHTENBERGER INSTITUT zetelt.
Lichtenberg-Institut

Zangeres en zangpedagoge Gisela Rohmert stond aan de wieg ervan, samen met haar man, Walter Rohmert, wetenschapper.
Het Instituut biedt opleidingen, cursussen en seminars aan.
Het gaat er, in het algemeen gesproken bij het klankgericht zingen om, het geproduceerde geluid zo vrij en zo licht mogelijk te laten klinken. Talrijke lichaamstechnieken worden toegepast met het doel het strottenhoofd zo gezond mogelijk te laten functioneren. Hierbij wordt gewerkt aan de samenwerking met het sensorisch zenuwstelsel. Beïnvloeding van het strottenhoofd gebeurt onbewust, via het sympathisch zenuwstelsel. Spiertonus en ontspanning zijn daarbij belangrijk.
Uiteraard zijn de oren het eerste waarnemings-'station' in onszelf. Maar ook onze botten en onze huid (ons bloed?) trillen mee. Nemen we dat eigenlijk waar? Esther vertelde dat er zelfs een sensor voor geluid in de rug schijnt te zitten.

'De oren sturen het strottenhoofd aan.' Dat is een interessante vaststelling, en het bleek ook interessant om met dat gegeven te werken. Zie beneden, voor de praktijk.
Het Lichtenberg Institut heeft allerlei meettechnieken voor het op een andere manier beïnvloeden van geluid. (Ze beperken zich niet tot het zingen, het gaat ook om het bespelen van instrumenten.) Wij zelf hebben uiteraard maar een klein deel kunnen beproeven van alle technieken die er zijn om een rijkere klank te maken.
Er wordt een andere manier van werken gebruikt: geen instructies meer als:  'de tong moet zo....' of: 'de opening van de kaak moet altijd zo....' Het is een zelfregulatie die wordt toegestaan, hetgeen iets heel anders is.
Een mens kan deze manier van zingen veel langer, dat wil zeggen tot op hoge leeftijd volhouden. In tegenstelling tot zingen volgens de geijkte methodes. 

Het wordt na al deze theorie tijd om te gaan kijken hoe wij er in de praktijk mee omgingen!

Praktijk: de workshop


Esther begon de koorleden verder uit elkaar te zetten, zodat we ons beter bewust werden van onze eigen stem.
Weliswaar moet je in een koor goed onderling kunnen 'mengen' , maar alles begint met je eigen geluid. Daar moet je eerst goed 'in zitten'  (Esther zei: voor 80%). Dan pas komen de anderen daar bij, dirigent en mede-koorleden.

'Loslaten' is belangrijk, betoogde zij.
Om dit te demonstreren, liet zij ons vuisten maken, en vroeg ons daarbij wat we waarnamen in strottenhoofd en oren.
Duidelijk voelbaar was, dat er op beide spanning kwam te staan.

De grijp-reflex
De vuist is een afgeleide van de grijpreflex. Het is een sterke, levensreddende reflex, die alles te maken heeft met moeten presteren. Maar dit 'grijpen' belemmert dus wel het strottenhoofd.

We kunnen nu zingen vanuit dat weten, zonder overigens te oordelen als je die spanning vaststelt bij jezelf. Het gaat niet (meer) om presteren, maar om waarnemen.

Vervolgens oefenden we op klanken, de mannen op o - a- , de vrouwen op oe - o. De vraag was: 'waar is mijn klinker?'

Eerlijk gezegd had ik geen idee wat ik hierover had kunnen zeggen.
 
Vervolgens pakten we ons strottenhoofd met één hand vast. 
 
Model strottenhoofd

Het gaat om het blauwe gedeelte in het model. Dezelfde klanken producerend, voelde je de trillingen vanuit het strottenhoofd doorgaan in je vingers, handen - bij mij tot in mijn ellebogen.
Opnieuw was de vraag: waar zitten mijn klinkers? De gevoelde trillingen geven misschien het antwoord. Maar voor iemand voor wie dit te vaag was, lag het anders: nu we hiermee oefenen, hoor ik in de kapel meer boventonen.



Het strottenhoofd als resonantieruimte wordt in de reguliere zangles vaak overgeslagen. Terwijl het de eerste holte van het lichaam is waar de amplificatie plaats vindt.

Geluids-amplificatie
  

Keelholte en luchtpijp komen daar nog bij (afgezien van de mondholte). Dit is bij elkaar een trechtervormige ruimte.

Ook de onderkaak speelt mee. 

 
 Belangrijke kennis: de oren sturen het strottenhoofd aan.


Model gehoorgang
We hadden ons nu beter bewust gemaakt van het strottenhoofd, het volgende was de oren wakker te maken.
Afwisselend dekten we het ene, dan het andere oor af, zodanig dat je handpalm je oor 'vacuüm' trok. (Plop)
De oe - o - of o -a - klank kon je nu vooral waarnemen via het binnenoor.
Esther vroeg ons waar te nemen wát we precies hoorden. Waren dat boventonen? Een piep, of een metalig geluid? Je bloedsomloop? Zo zing je méé met wat je hoort, en dat verandert de klank.
 
Een volgende stap was, beide oren af te dekken. Weer dezelfde vragen: wat nam je ánders, méér waar?
 
De laatste stap in het 'wakker maken van de oren'  was 'de oren te wassen': eerst weer 'in je klank gaan', dan duchtig de handen op en neer bewegen over de oren.
De klank was nu weg, er bleef een soort blubber over. Chaos.
Daarna weer luisteren: waar zijn nu de boventonen? Hoe staat het met je trommelvliezen?
 
Ik voor mij had nog altijd geen antwoord op deze vragen. Boventonen hoorde ik niet (omdat ik ze nog niet kende, zie verderop); natuurlijk hoorde ik van alles, maar hoe zeg ik dat nou precies??
Iemand van ons hoorde de boventonen in de kapel, buiten zichzelf. Daar had je het weer.
Wow!
 
Een stap verder was het zoeken naar beweeglijkheid en toenadering. Beweeglijkheid van de trommelvliezen (het wapperen, 'met je oren klapperen' haha) en ook toenadering ervan.
We stelden ons bij het klank-maken voor, dat we de trommelvliezen naar elkaar toe brachten.
Esther liet ons horen dat dat het effect van crescenderen heeft. Het kan heel goed toegepast worden op het stuk van Olja Gjeilo. (Alleen bij het decrescenderen hoef je de trommelvliezen niet in omgekeerde richting te bewegen; je houdt je oren actief.
 
Toenadering kan ook plaats vinden tussen vóór- en achterkant van de nek:
Leg je hand achter in de nek, de ander op het strottenhoofd. Denk ze naar elkaar toe bij het klank-maken.
Hier kun je, bij het in-ademen, de onderkaak mee laten bewegen met het strottenhoofd richting nek.
Dit kan een goed hulpmiddel zijn als je een flinke sprong de hoogte in moet maken met je stem.
Let op: de toenadering moet een doorgaande beweging zijn.
Je kunt eventueel switchen van toenadering voor - achter naar toenadering tussen de trommelvliezen.
Pauze

 Samen werken


  


 

Na de pauze werkten we met elkaar. Eerst twee aan twee (of drie aan drie); later als koor.
We stonden op gelijke hoogte met elkaar, gezicht naar elkaar toe. We hielden onze oorschelpen omvat, om grotere 'opvang-schalen' te maken.
Beter horen
Vervolgens keerden we elkaar de rug toe, en legden de handen omgekeerd over de oren; opening naar achteren. De afstand tussen elkaar onderling werd nu kleiner. Opnieuw: klank maken, en luisteren.
 
Weer verderop, stonden we in kooropstelling, maar dan met de rug naar Esther. Ook nu weer de handen om de oren heen, ook weer met de opening naar achteren (naar Esther) toe.
Het was bij deze oefening dat ik een bijzondere gewaarwording van het geluid had. Ik schrok haast van de intensiteit en de schoonheid. Het was maar een paar maten, maar het drong diep tot me door. Het is overigens moeilijk er de goede woorden voor te vinden.
 
We hebben alles bij elkaar ook nog wat van de in te studeren werken doorgenomen, maar wat mij betreft was dat lastig: zodra ik me weer op de tekst, of op de waarde van de noten etcetera concentreerde, viel de aandacht voor het waarnemen weg. Ik denk eerlijk gezegd dat ik nog lang met het geleerde moet oefenen om het me méér eigen te maken.

Samenvattend: zodra je sensitiever luistert (en er zijn middelen om je oren en je gevoel voor geluid te activeren, zie boven) hoor je meer. Daardoor zing je voller, meng je beter met je mede-koorleden.

 

Extra: Boventonen 



 
In het bovenstaande kwam regelmatig de term 'boventonen' voor.
Ik zelf ken de term, maar weet eigenlijk niet precies wat dat is.
Internet is wat dat betreft heerlijk, en ik vond het volgende:
 
 
 



Dit filmpje leerde me niet zo veel over 'onze' boventonen. Het is een beetje een terzijde; maar  ik vond de in trilling gebrachte rode snaar mooi. 
Deze man vond ik interessant, omdat hij dezelfde klanken gebruikte als wij deden tijdens de workshop. Overigens kan ik zelf hier de boventonen niet horen; mijn man wel.
Het beluisteren van dit filmpje was voor mij een openbaring! Tijdens het zingen hoorde ik plotseling vanuit het niets een 'kringeltje' opduiken. Alsof er een fluitje mee speelde rondom de melodie. Dat zijn dus boventonen! Nu begrijp ik pas het enthousiasme van mensen daarvoor!  
Nog eens: Esther 
De avond was bijzonder snel voorbij. We konden ook een beetje lachen met elkaar (hè Alice? ;-)). En dat kon ook best.
Björn had voor een bloemetje gezorgd voor Esther. We waren haar dankbaar voor een leuke en leerzame avond. Voor mij was dit allemaal nieuw, en zeker bij nadere beschouwing, heel bijzonder!
Misschien hebben we alles bij elkaar maar een fractie waargenomen van deze manier van zingen, toch gaan we er vast en zeker de vruchten van plukken! 
 
Dank je wel, Esther!


 

maandag 3 november 2014

Barbara, Christian Petzold, 2012

Hoes
Barbara (dokter Wolff) is een arts die verbannen is uit Oost-Berlijn, en nu in een provinciestad ergens in de buurt van de Baltische Zee in een ziekenhuis werkt. Haar chef is de arts André Reiser, en Barbara is wantrouwig tegenover hem. Is hij met opzet wreed als hij een patiënt een pleister afrukt? Schaduwt hij Barbara? We weten het niet. Zij blijkt een prima, gewetensvolle en vriendelijke arts. Ze beschermt bijvoorbeeld Stella, een meisje uit een werkkamp, die het daar niet meer uithoudt en Barbara's bescherming vraagt.
Intussen gebeuren er allerlei dingen die we niet voor 100% begrijpen, maar waarnaar we des te meer gaan raden. Zo rijdt Barbara regelmatig met de fiets naar een plek ergens in de natuur, waar een kruis staat. Daar begraaft ze pakjes met geld, en haalt daar weer wat anders (of ook geld?) op. Thuis verbergt ze die pakketjes, want de Stasi doet regelmatig invallen bij haar. Dan wordt ze gevisiteerd, en het hele huis wordt overhoop gehaald.
Haar chef André doet langzaamaan pogingen om haar dichter te benaderen. Barbara zoekt een evenwicht tussen vriendelijk contact, en voorzichtigheid, ze weet nog steeds niet of de man te vertrouwen is.
Ze blijkt ook een partner te hebben, die haar af en toe heimelijk opzoekt om met haar te vrijen.
Met hem besluit ze naar Denemarken te vluchten.
In het weekend dat ze daarvoor gepland hebben, is ze plotseling nodig voor een patiënt. Weet André dat, of is het toeval dat hij haar juist nu vraagt? Ze belooft hem dat ze komt.
Dan breekt eindelijk het moment van de bevrijding aan... Maar dan staat Stella bij haar op de stoep, ze is ontsnapt uit het werkkamp. Barbara neemt haar mee naar de plek waar Barbara met haar geliefde heeft afgesproken. Maar in plaats van zelf in het kleine bootje richting Denemarken plaats te nemen, laat Barbara Stella ontkomen. Ze fietst terug naar haar werk.
André intussen heeft zich moeten verzoenen met het ontkomen van Barbara, de Stasi-officier heeft hem gezegd dat hij overtuigd is dat ze niet terugkomt, haar flat is geheel open en verlaten.
Maar dan keert Barbara terug in het ziekenhuis. Tóch. De film besluit met de enorm blije blik in de ogen van André.
 
De film is mooi en spannend. Barbara is een mooie vrouw, haar gezicht intrigeert. Omdat ze in de gaten gehouden wordt, én omdat ze dingen doet die niet mogen in dat politieke tijdperk - het is 1980 - blijf je als kijker in spanning. En wat is precies de plaats van André? Hij behandelt de vrouw van de Stasi-officier, zij heeft terminale kanker.. Doet hij alleen maar zijn werk, of heeft hij daar in dat huis meer, ándere belangen? Hoe gaat het allemaal aflopen?
Het feit dat Barbara ervoor kiest haar patiëntje voor te laten gaan boven haar eigenbelang, maakt de film extra mooi. En verrassend.
De vergelijking dringt zich op tussen deze film en Das Leben der Anderen. Hoewel dat zeker ook een prachtige film is, geeft deze film mij een gevoel van grotere authenticiteit.
Barbara met Stella 
Barbara met geliefde, klandestien. 
Barbara met haar chef. Respektievelijk vertolkt door Nina Hoss en Ronald Zehrfeld 
Barbare bij haar geheime plek voor de overdracht van geld.  
De Stasi-officier bij haar thuis. 
Dokter André Reiser. 

Christian Petzold, de regisseur. Won een Gouden Beer in Berlijn, in 2012.
Trailer