vrijdag 8 november 2013

Camille Claudel 1915 - Bruno Dumont

Vandaag weer het beproefde recept toegepast: lekker op de fiets naar Amsterdam-Noord, naar Eye gegaan, en de film van Bruno Dumont Camille Claudel 1915 gezien. De film is van dit jaar.

Juliette Binoche in de hoofdrol
 
Het verhaal gaat over Emille Claudel, die jarenlang de geliefde van Rodin was, en op een gegeven moment een einde maakte aan haar relatie met hem. Zij was zelf ook beeldhouwster. Omdat zij toen jarenlang zichzelf opsloot in haar huis, liet haar familie haar opnemen in een tehuis voor krankzinnigen.
Eigenlijk vertelt de film deze geschiedenis ternauwernood: we zien eigenlijk alleen de kunstenares zoals ze leeft in het gesticht. Met altijd mensen om haar heen, er is voortdurend toezicht; altijd hoort ze de kreten van de krankzinnigen, ziet ze hun afstotende uiterlijk.
 
Met een van de geesteszieken
 
Het tehuis in Avignon is prachtig, de natuur eromheen ook. Voor zover zichtbaar, want er staat een enorme muur om het complex. Er zijn altijd en overal nonnen, die hun werk liefdevol, maar wel immer controlerend uitvoeren.
De rollen van de krankzinnigen worden door echte gestoorden gespeeld.
 
Claudel eet haar eigen gekookt eten, uit angst voor vergiftiging
De manier van filmen maakt dat alles wat Emille voelt diep tot je doordringt. Het viel Ton op dat er geen muziek is. Je zit Binoche bijna voortdurend op de lip, je ziet haar huilen en hoort haar monologen.
Het enige waar ze zich nog op verheugt is de komst van haar broer, Paul Claudel. Hij is dichter. Komt hij eenmaal in beeld, dan weet je al gauw dat ze weinig aan hem zal hebben. Hij is een beetje godsdienst-gek, meent het licht te hebben gezien. Hij ziet er zalvend uit, en tegenover zijn verlaten zus - haar moeder en zus hebben haar laten opsluiten en willen niets met haar te maken hebben - is hij keihard.
Ik herinner me dat in de Trouwrecensie gesproken werd over de vraag in hoeverre Claudel nu werkelijk geestesziek was. Waarschijnlijk was ze werkelijk paranoïde, maar zeker is dat de psychiater op een gegeven moment wel vond dat ze mocht proberen om weer zelfstandig te gaan wonen.
Maar met die familie van haar lukte dat niet.
Ze moet verschrikkelijk hebben geleden, o.a. door het feit dat ze niet meer kon werken.
 
 

Verplicht wandelen met de nonnen en de 'schepsels' daar
Emille Claudel is tot haar 79e in het gesticht gebleven, tot aan haar dood in 1943. Haar broer Paul is haaar blijven bezoeken, maar kwam niet op haar begrafenis. Ze ligt in een gemeenschappelijk graf.

 Emille Claudel
 
Er bestaat ook nog een film over Camille Claudel van 1988, met Gerard Dupardieu als Rodin en Isabelle Adjani als Camille. Daarin worden meer feiten uit haar biografie getoond.
 
De poster uit 1988
 

Andere films van Bruno Dumont zijn: La vie de Jésus; Hadewych; Flandres; Humanité.
 
 
Meer informatie over de film  en over Camille Claudel .


 

 

 

 

 

 

 









  




donderdag 7 november 2013

You don't know Jack - Barry Levinson

Poster

Deze film is van 2010, van Barry Levinson. Deze regisseur maakte ook de films Rainman en Good morning Vietnam.

Al Pacino in de hoofdrol


You don't know Jack behandelt het leven van Jack Kevorkian, in Amerika ook 'Doctor Death' genoemd. Deze man vindt dat mensen met uitzichtsloos lijden recht hebben op euthanasie. Kevorkian kan zijn werk lange tijd doen, mede dank zij de hulp van een goede advocaat. Als deze hulp hem ontvalt, komt hij in de gevangenis terecht, gedurende 8 1/2 jaar. Hij is dan al een oude man.
Als hij vrijkomt, strijdt hij nog steeds, niet meer door euthanasie toe te passen, maar voor een andere wetgeving. Toch is die er in Amerika nog steeds niet.
Kevorkian was onconventioneel. Als hij vond dat hij gelijk had, ging hij zijn gang, dan maar tegen de wetten in. Dat maakt hem voor mij zo sympathiek, vooral omdat hij wél integer is. Zijn tegenstanders komen vooral uit het godsdienstige milieu.
Al Pacino vertolkt de rol van deze arts voortreffelijk. Hij is er dan ook terecht voor beloond, o.a. met de Golden Globe Award. Ook de film kreeg meerdere prijzen.
Een mooie bijrol voor Susan Sarandon.

Zie verder:

Over Jack Kevorkian, Barry Levinson, en Humo . En over de film zelf.




Jack Kevorkian zelf






 










 














 
 
 
 








 





Claudy Jongstra, in de documentaire Verweven Wereld van Allard Detiger

Dinsdagavond 5 november jl. was er in Avro's Close Up een documentaire over Claudy Jongstra. Een kunstenares die werkt met wol en vilt. Ze is wereldberoemd, vooral door haar grote wandtapijten in openbare gebouwen. In Nederland hangt ze bijvoorbeeld in het Utrechts Medisch Centrum en in het Fries Museum in Leeuwarden. Maar ze heeft ook werk in Amerika hangen.
Haar methode is te werken vanuit de rust, en vanuit de natuur. Ze doet dat bijvoorbeeld door zich te omringen met medewerkers. Heel belangrijk daarbij is de vrouw met wie ze zielsverwantschap voelt, ik weet helaas haar naam niet, maar die verzorgt al haar public relations. Claudy zelf kan daardoor de benodigde tijd besteden aan rust, natuurbeleving en het invoelen van welke kant ze op wil. We zien haar in de documentaire dikwijls langs de zee, of in de duinen. Meestal nog wel met een vinger-handwerkje met mooie draden.
Het materiaal dat ze gebruikt, is allemaal door haar bedrijfje zelf op de natuur gewonnen: wol van prachtige schapen, zelf gesponnen - het ouderwetse geluid van het spinnewiel! - zelf geweven, zelf geverfd. Dat verven maakte ook indruk: bloemetjes verzamelen, mooi rood en geel, die de verfstof leveren die nodig is.
Er is zo veel vraag naar haar werk, dat er een spanning komt te staan op de eisen die ze zichzelf stelt - het moet 'intuïtief' blijven - en de eisen van de opdrachtgevers. Aan het eind van de documentaire vertelt ze dat ze eigenlijk nog alleen tijd heeft voor haar kunst, niet meer voor die hele grote opdrachten.
De documentaire was van Allard Detiger.
 

Claudy Jongstra
 
 
  
wol
 
wol
 
wol
 
wol, na verfbad
wol, in een detail van haar werk
 
De documentaire greep mij zo aan, omdat zij zo ondubbelzinnig koos voor de rust. Een grote erkenning van het eigen gevoelsleven, de eigen intuïtie. Ze wist welke kant ze op moest door innerlijk te luisteren.
Een mooi stuk uit de documentaire ging over de totstandkoming van een bepaald tapijt. Hiervoor liet ze mensen in een rechthoek lopen, en de computer sloeg op wat de meest gegane routes waren, en de knooppunten. Dat beeldde ze vervolgens uit in patronen van verschillende strengen. Het werden prachtige figuren!
Het was opvallend hoe gevoelig niet alleen de kunstenares was, maar ook de mensen die haar werk ondergingen.
De documentaire was indrukwekkend. Het lijkt me prachtig om eens werk van haar in het echt te gaan zien. Ik moet maar eens naar het UMC, of naar Leeuwarden.
Want Amerika is wel erg ver weg:

 
Zie Trouw, voor een recent artikel dat ik zelf helaas gemist heb. 
Verder de website van de kunstenares zelf en tenslotte het Fries museum, Leeuwarden.





 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


zaterdag 2 november 2013

Walther Rathenau - Alfred Krans

Naar aanleiding van Haffners Verhaal van een Duitser besloot ik meer te gaan lezen over Walther Rathenau. Haffner vond dat de man een biografie verdiende, dat maakte mij nieuwsgierig.  



Walther Rathenau, naar wie in Nederland een instituut genoemd is.

 
Ik vond in het Nederlands het boekje Walther Rathenau, van Alfred Krans, van 2010. Het is een boekje in de serie Aspekt Biografie. Een misleidende aanduiding, want een biografie is het niet. Het is van de uitgeverij Aspekt, en een goede lezer vindt al snel de ondertitel: De keizer en andere politieke beschouwingen; auteur Walther Rathenau.
Echte biografieën zijn er wel, ik vond er twee:  de een van Shulamit Volkov , de ander van Lothar Gall . Gall (2009) geeft aan dat Rathenau een zogenaamde 'derde weg' zag, een tussen socialisme en kapitalisme.
Shulamit Volkov (2012) laat zien wat Rathenau wilde, een organocratie. Intussen was hij daarvoor zelf  te paternalistisch. Rathenaus gedachtengangen worden niet altijd even consistent genoemd.
In 2005 verscheen nog een boek van Wolfgang Brenner, met de titel Deutscher und Jude.
 
Het boekje van Krans begint met een inleiding van dr. Perry Pierik, een hedendaags historicus, over de betekenis van Rathenau.
Dan komt het stuk De keizer, dat Rathenau tijdens zijn leven al uitgaf.
Rathenau heeft een wijze van schrijven die niet direct toegankelijk is. Toen ik het boekje voor de tweede keer las, ging het wel veel beter. Hij schildert als het ware het milieu en het leven van de keizer en zijn rijk, en hoe het daarmee wel moest aflopen. Een citaat:
 
Troonsbestijging (van Wilhelm II)
Intrede in de wereldgeschiedenis. Er is geen privé-handeling meer, het leven is sacraal, een ononderbroken kijkspel, tijdperk.
Ieder woord een genade, een zegen. Priesters, generaals, staatslieden, hoogwaardigheidsbekleders ontvangen hem met grote vooruitzichten. Voor iedereen is dat het moment het hoogste in het leven.
Bij iedere stap knalt, luidt, trommelt, toetert, blaast en vlagt het. (p. 42)
 
Toch vindt Rathenau niet dat Wilhelm schuld aan de oorlog had:
 
Iedereen die maar een beetje benul had, wist, dat de oorlog niet dreigde, maar allang was uitgebroken; dat de arme wereldveroveraars kinderen waren, die tussen de kruitvaten met een gewichtig gezicht ongeoorloofde sigaretten rookten. (p. 68)
 
Gaandeweg het lezen sleepte Rathenau mij helemaal mee in zijn visie. Hij bedenkt een uitweg, een echte verandering in lang bestaande en verkeerd geworden instituties en gewoonten. Alles wat tot de verschrikkelijke Eerste Wereldoorlog geleid heeft.
Lees bijvoorbeeld ook dit stuk, uit zijn tafelrede bij zijn 50e verjaardag:
 
Maar het laatste, het eigenlijk kiemende (het gaat hier over vredesverdragen, AdW) ontstaat niet uit oorlogen, dat ontstaat niet uit overwinningen, dat ontstaat niet uit catastrofen, dat ontstaat niet uit papieren, dat ontstaat alleen uit de geest en gaat in de geest: dat ontstaat uit datgene, wat menselijke vorm heeft, en uit niets, wat levenloos in de handen ligt. Als er een Duitse toekomst is, is het het slagveld, waarop ze wordt veroverd, niet het slagveld van Vlaanderen en niet het slagveld ter zee, maar het is het slagveld van ons hart, waar voor de toekomst van ons land wordt gestreden. (p.100)
 
Ergens anders zegt hij, dat de Duitsers weer moeten gaan doen waar ze goed in zijn: gaan denken.
En dat in een tijd die zeer onrustig is: de Duitse revolutie net achter de rug, grote economische problemen, opkomend fascisme en Jodenhaat.
 
Er staat ook een stuk in bij de oprichting van de Volkenbond. Rathenau wil dat de burgerij opkomt voor zijn mening, en een macht vormt tussen de arbeiders en de oude kapitalisten in. Het denken moet weer belangrijk worden, we moeten in naam van het land en voor de bestwil van het land vrije, goedaardige, bereidwillige en bedachtzame medewerkers zijn en blijven. (p. 108)
Hij besluit zo:
 
Laat ons hier een verbond sluiten van mensen, die verschillende meningen mogen hebben, maar die dat ene willen: de orde en de rust, de organische ontwikkeling, de toekomst, de vrijheid en de waarachtige innerlijke grootheid van ons land. Laat ons dit verbond sluiten. Het zal de eerste bond van vrije mannen in het vrije land zijn. (p. 110)
 
In zijn rede voor de Rijksdag houdt hij een treffend pleidooi voor Duitsland, dat gebukt gaat onder grote economische problemen als gevolg van de veel te zware herstelbetalingen. Rathenau pleitte geenszins voor medelijden zomaar, maar wel of er niet eens gewoon gekeken kon worden door de internationale machten naar het te gronde gaan van het Duitse rijk door de veel te grote schuldenlast. Hij staaft het met vele voorbeelden.
 
Rathenau was een Jood, en een welgesteld zakenman. Zijn vader Emil was eigenaar van het grote AEG-concern. In 1921 werd Rathenau minister van wederopbouw, in 1922 van buitenlandse zaken. Hij werd in die hoedanigheid vermoord door extreemrechtse jongelui, toen hij in een open auto reed. Men beweerde, dat hij deel uitmaakte van een joods-communistische samenzwering, omdat hij bij het verdrag van Rapallo Rusland wilde erkennen.
 
Zijn karakter is uitgebeeld door Musil in Der Mann ohne Eigenschaften. Hij is daar de industrieel Paul Arnheim. 
postzegel met beeltenis Rathenau

Robert Musil, auteur Mann ohne Eigenschaften
 
In Nederland bestaat het Rathenau instituut, voor onderzoek en debat over wetenschap en technologie. Ziekte en gezondheid, kennisinfrastructuur, informatiemaatschappij en duurzaamheid zijn enkele van hun thema's. 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Ademschommel - Herta Müller

In 2009 won Herta Müller de Nobelprijs voor literatuur. Ze kreeg de prijs voor haar hele oeuvre.

Zie  de blog van De papieren Man over Herta Müller en de Nobelprijs voor literatuur.

het boek
 
 
 
Mijn verslag:
Ik las het boek voor de tweede keer. De eerste keer maakte het diepe indruk op me, en ook nu was het weer raak. De taal is heel bijzonder, heel poëtisch. Ik heb ook andere boeken van Müller gelezen, maar die waren mij te cryptisch. Dit boek bleef ondanks het bijzondere taalgebruik goed te begrijpen.
Er ligt een stuk geschiedenis aan ten grondslag, namelijk dat de Russen in 1944 alle mannen tussen de 17 en 45 oppikten en naar strafkampen brachten voor de wederopbouw.
De hoofdpersoon is pas 17, als hem dat overkomt. Wij volgen hem gedurende de 5 jaar dat hij gevangen zit. Hij wordt vergezeld door de hongerengel. Hij beschrijft veel van zijn dagelijkse werkzaamheden, met steenkool, met cement, met slakken.
We krijgen te maken met zijn medekampbewoners, Tur Prikulitsch, de kapo; Bea Zakel, zijn geliefde; Kati-de-planton en vele anderen.
Na vijf jaar keert Oskar terug naar huis. Het heimwee gaat niet meer over, in zijn hoofd is hij nog altijd in het kamp, en komt daar ook niet meer vandaan. Hij praat nergens meer over, er is een nietaanraker in hem. Hij pakt zijn oude bezigheid van homosexuele contacten in het park weer op.
 
Herta Müller schrijft in het nawoord dat ze ooit begonnen was samen met Oskar Pastior zijn verhaal op te schrijven. Het was een slag voor haar toen hij stierf. Met de schriftjes die hij had nagelaten schreef ze alleen zijn verhaal af.

Herta Müller, Nobelprijswinnares literatuur in 2009
 
 


Lat den rätte komma in - Let the right one in; film van Toma Alfredson.

Zweedse film, met Kare Hedebrant, Lina Leandersson en Per Ragnar.

 
Dvd-hoes, met Lina Leandersson
 
Een film met vijf rode sterren beloond in de VPRO-gids. 2008 
Toch was het even schrikken, toen er een moord gepleegd werd en van een ondersteboven gehangen lijk bloed moest worden afgetapt.
Let the right one in is een vampierfilm. Een meisje van 12 is het beest. Maar hoe hard ze ook knort van de honger naar bloed, haar vriendje Oskar valt ze niet aan.
Oskar is van dezelfde leeftijd, en is zeer eenzaam; hij wordt gepest op school en heeft weinig contact met zijn gescheiden ouders.

Oskar met zijn moeder
 
'Ik kan je vriendinnetje niet worden,' is het eerste wat Eli tegen hem zegt, als ze elkaar voor het eerst ontmoeten. Toch ontwikkelt zich een vriendschap door de Rubik's Cube puzzel.

 
Eli kan het natuurlijk héél erg goed...

Oskar leert Eli morse, zodat ze via de muren - ze zijn buren - kunnen communiceren.

Morsetekens naar elkaar


Papa vlucht uit angst voor ontdekking van de moord

Eli's vader helpt haar aan bloed te komen. Maar dat mislukt twee keer jammerlijk. Papa verminkt zijn gezicht, komt in het ziekenhuis, en offert zich op door zijn bloed te laten drinken. Eli moet nu voor zichzelf zorgen.
Als Eli geen bloed drinkt, verzwakt ze. Zo verleidt ze als een zielig uitgeput meisje een man om haar te helpen. Helaas voor hem bespringt ze hem als een wild beest en drinkt zijn bloed. De man sterft.
Er volgen tal van ontwikkelingen met de buren.
Eli helpt Oskar met zijn pestprobleem: 'ik zou maar eens een keertje terugslaan als ik jou was.' Dat doet Oskar, en hij verplettert het oor van zijn pestkop. Dit komt hem later duur te staan: de broer van de sarduivel komt wraak nemen. Maar dan komt toch Eli te hulp.
Intussen weet Oskar wel dat hij met een vampier te maken heeft.

Eli lustte het bloed van Oskar dat op de grond druppelde voor het bloedverbond zo graag, dat Oskar het nu wel begreep.


Hij redt zijn vriendin als ze bijna vermoordt wordt door een van de buren (die zelf zijn vrouw verloren heeft aan het vampierdom: ze kon dat leven (als wordende vampier) niet aan, maakte dat de dokter de gordijnen opentrok, waarna het daglicht haar lijf spontaan liet ontbranden.
Film met een mooi einde: Eli helpt Oskar, als hij 3 minuten onder water wordt gehouden. Je ziet de afgerukte armen en hoofden in het zwembad terechtkomen, juist als hij dreigt te sterven.

twee vrienden
 
Oskar vertrekt in een trein, een kartonnen doos staat voor hem, hij krabbelt eroverheen, morsetekens voor zijn vriendinnetje daarin.

De film is naar een boek van John Ajvide Lindqvist; hij schreef tevens het scenario. De film haalde een aantal prijzen.

Zie ook: VPRO-cinema en Wikipedia voor meer informatie.









Lista de espera - Waiting list; Juan Carlos Tabío

Dvd-hoes, met de geliefden
(Vladimir Cruz en Thaimi Alvariño)
 
Waiting list leenden we ook weer van onze profesora de Español, Marianne Nieuwenhuis.
In het jaar dat de Cubaanse Jorge Martinez op 4 september ons koor enig gevoel van ritme voor ons programma Te Quiero probeerde bij te brengen, keken we deze Cubaanse komedie.
Op een busstation staat een grote groep mensen te wachten tot ze eindelijk eens mee mogen, het zij richting Havana, hetzij richting Santiago. Alles verloopt volgens de regeltjes, maar vertrekken doen de mensen niet.
...maar vertrekken doen ze niet
 
Totdat de passagiers in spe het heft zelf in handen nemen. Alle beschikbare hand- en denkkracht + aanwezige etenswaren en andere middelen worden ingezet om de bus te repareren. Maar dat loopt steeds verder uit, tot er een soort paradijsje ontstaat op de plaats waar eerst het grauwe busstation stond.
Toch blijkt het maar een droom, een droom die voor allen hetzelfde was.

Zullen de geliefden ook buiten de droom nog samen zijn? Antwoord pas aan het eind

Heel leuke, kleurrijke film. Natuurlijk ook rond een liefdesgeschiedenis. Arme mensen, die het met elkaar heel goed doen in de nieuwe commune.
Een film van 2000.
Regisseur Tabío maakte eerder de wereldwijd bejubelde films Fresa y chocolate (1994) en Guantanamera (1995).
Lista won de publieksprijs in Cannes.

Juan Carlos Tabío
 
 
Zie verder: VPRO-cinema  over de film, en over de Cubaanse regisseur: Havana cultura.