donderdag 27 augustus 2026

Excursie Groninger Kerken - HOVO, Saskia van Lier, augustus 2026

Aan het begin eerst maar een overzicht van de bezochte kerken en hun plaats op de kaart: 
We bezochten de kerken te Middelstum, Loppersum, Westerwijtwerd, Leermens en Garmerwolde.
Kerk 1, buitenzijde
Hippolytuskerk Middelstum
kruiskerk, 15e eeuws, laatgotisch bakstenen kerk.

Kerk 1, altaar
Ligging Middelstum
Kerk 2: Petrus en Pauluskerk Loppersum
Ligging Loppersum
Kerk 3: Westerwijtwerd
Ligging Westerwijtwerd
Kerk 4: Leermens; foto geeft heel mooi weer hoe prachtig (enhoog) hij ligt in het landschap.
Ligging Leermens
Kerk 5: Garmerwolde
5: Kerk Garmerwolde; met losstaande toren aan de weg:
De kerk compleet met toren + reisgezelschap
Ligging Garmerwolde
Het was niet de eerste keer dat wij de mooie, middeleeuwse kerkjes in Groningen bezochten. In 2018 waren we daar, eerst met de auto, toen met de fiets. Ik schreef er een blog over: zie deze link.
Nu, acht jaar later, zijn onze omstandigheden heel erg veranderd. Mijn man is rechtszijdig verlamd en heeft afasie. Uitstapjes als die in 2018 kunnen wij niet meer maken. 
Maar geen nood: de HOVO biedt al jaren excursies aan naar de Groninger kerken, en met dit cursusaanbod zagen we wél een mogelijkheid om nog eens in ons geliefde Groningen te komen. De maandag hadden we een college over het onderwerp, de donderdag reisden we vanaf de VU met een touringcar naar Groningen. 
Docente en gids Saskia van Lier
Eerst iets over het college op de maandag voorafgaand aan de excursie: 
Saskia vertelde heel veel. De kerkjes in Groningen stammen vanaf de tijd dat Groningen gekerstend werd. Dat was voornamelijk het werk van Liudger. Liudger was de opvolger van Bonifacius, die in Dokkum vermoord werd (rond 754).
Schoolplaat: Liudger predikt in de Groninger Gouwen. 785. - ca. 1932
Liudger werd later bisschop van Münster. Hij leefde van 742-809; hij werd ook 'de voltooier' genoemd, omdat hij het werk afmaakte dat Bonifatius begonnen was. 
De Groninger Ommelanden vielen onder het bisdom Münster.
Terzijde: het was ook nog wel even leuk vast te stellen dat delen van Groningen nóg vroeger onder Friesland resorteerden. 
Kaart van Fivelingo
Net als Hunsingo was Fivelingo (Fivelgo) van oorsprong een Friese gouw. In de 15e eeuw werd het een van de Groninger Ommelanden.
Het waren dus van oorsprong katholieke kerken, maar na de Beeldenstorm (die overigens in
Groningen niet zo erg heeft huisgehouden) werden ze allemaal protestants. 
De kloosters speelden een grote rol bij de bouw van de kerken. En niet alleen bij de bouw van de kerken: ook voor de Groninger infrastructuur. Daar het land vooral kwelderlandschap was, legden de monniken wegen aan van wierde naar wierde. Een wierde is hetzelfde als een terp, hoewel terp een verkeerde benaming is - aldus Saskia. 
Wierde; hier met boerderij. De kerken lagen oorspronkelijk op wierden waarop het hele dorp gebouwd stond. De huizen rondom de kerk zijn in de loop der tijden door oorlogen verwoest, de kerken staan er nog wel. 
'Esinge in 't Westerkwartier van Groeningen' aquarel door Aart Schouman, 1772
Vast een heel mooi boek, als je, zoals ik, getroffen bent door de schoonheid van dat landschap. Gebied ideaal om door te fietsen!
De Groninger kerkjes zijn te verdelen in romaanse, romano-gothische en gothische kerkjes. 
Van de bouwstijl is vooral de gebruikte steensoort opmerkelijk. Eerst werd er tufsteen gebruikt, grijze steen die uit Duitsland (voornamelijk de Eifel) gehaald werd. 
Later werden er grote, grove bakstenen gebakken door de kloosters, de zogenaamde kloostermoppen. Gebakken van klein. Met die stenen werd van alles gedaan om de muren en torens en vensters te versieren.

Saskia onderscheidde deze periodes in de geschiedenis: 
  • Romaanse tufsteenkerk 1000-1150/75
  • Romaanse baksteenkerk 1175-1200: kloosters bakten de stenen
  • Romanogotiek 1200-1350: belangrijkste; baksteenfeest!
  • Gotiek 1350-1500
Verder twee jaartallen: 
  • 1566 Ommelanden werden protestants
  • 1594 reductie (= reformatie)
Belangrijkste architectonische kenmerken van de romaanse periode:
Massieve muren: De muren zijn extreem dik en zwaar om het gewicht van de stenen constructie te dragen.
Ronde bogen: Dit is het absolute handelsmerk van de romaanse architectuur. Je vindt ze terug boven ramen, deuren en nissen.
Kleine vensters: Vanwege de draagkracht van de muren waren grote ramen onmogelijk. Hierdoor is het interieur vaak mysterieus en donker.
Gesloten indruk: De buitenzijde oogt robuust, bijna als een vesting of burcht.
Apsis: Een halfronde uitbouw aan de oostzijde van de kerk waar het hoofdaltaar stond.

Romaanse tufsteenkerk
Een romaanse tufsteenkerk is een middeleeuws kerkgebouw uit de periode 950 tot 1250, dat kenmerkend is door de zware, sobere architectuur en het gebruik van tufsteen als primair bouwmateriaal. Dit type kerk stamt uit de tijd voordat de baksteen (kloostermop) zijn intrede deed in de Lage Landen. Er werd in de loop der tijden nogal eens wat aangebouwd of verbouwd aan de kerken. Vandaar dat steensoorten en stijlperiodes nogal door elkaar lopen.

Wat is tufsteen?
Tufsteen is een relatief zachte, poreuze en gemakkelijk te bewerken vulkanische natuursteen. In de middeleeuwen werd deze steen op grote schaal gewonnen in de Duitse Eifel en het Zevengebergte. Via de Rijn en de IJssel werd het materiaal naar Nederland verscheept, met name naar distributiecentra zoals Utrecht en Deventer. Vanaf de 13e eeuw verving men tufsteen steeds vaker door de goedkopere, lokaal gebakken baksteen.

Het belangrijkste vond Saskia de romanogotiek.
  • Kenmerken romanogotiek:
  • rijk wandreliëf en - indeling
  • siermetselwerk
  • rechtgesloten koor
  • losstaande toren: ook veel in Denemarken; geen verdedigingswerk, wel soms als gevangenis gebruikt
  • meloengewelven
  • spaarveld: loze ruimte voor raam
  • Oostzijde van de kerk is het belangrijkste: kant van de opkomst van het licht, wijst naar plaats waar Jezus geboren werd; die kant werd het meest versierd;
  • Bouwers werden aangestuurd door de kloosters.
Door elkaar heen: Groninger moppen (kloosters bakten deze grote, onregelmatige bakstenen) en de oudere grijze tufsteen. 
De kerken veranderden nog wel eens in de loop der tijden. Aan de uit-stekende delen links en rechts  kun je nog zien dat daar vroeger een muur stond. 
Nog een keer, totaalplaatje; Garmerwolde, met afgebroken muren voor herbouw. 
De van oorsprong katholieke kerken hadden een altaar, heiligenafbeeldingen et cetera. Maar na de Beeldenstorm stond het altaar niet meer centraal. Het werd veelal afgesloten met een zogenaamd doksaal, of anders door een herenbank. De preekstoel kwam centraal te staan. 
Deel van een doksaal, kerk Leermens. Hier staat het overblijfsel in een hoek, oorspronkelijk was het veel groter en sloot het het hele altaargebeuren af.
Foto: Anton Tiktak, Arte del Norte
Herenbank Middelstum. Hippolytuskerk
We zagen in één van de kerken ook een verrijdbare herenbank. 
Een ander iets was, dat sommige kerken 'geadopteerd' werden door de adel, de zogenaamde adelskerken. De rijke heren staken veel geld in de kerkjes, maar dat betekende wel dat zijzelf erg centraal kwamen te staan. De zogenaamde 'herenbanken', soms rijk versierde banken waarin de adel plaats kon nemen, stonden meestal recht tegenover de preekstoel, zodat zij de beste zegeningen over zich heen kregen. De preekstoel werd ook dank zij hun geld rijk  geornamenteerd. Ook werden er soms prachtige orgels geplaatst. 
Preekstoel Adelskerk Middelstum
Wat van de katholiek periode wel overbleef, waren de schilderingen in het gewelf. Tijdens de excursie besteedde Saskia daar erg veel tijd en aandcht aan. Meer dan eens werd de 'heilsgang' uitgebeeld: hoe de mens, na de zondeval, via Jezus' kruisdood en opstanding, gered kon worden. 
Ook veel plaatjes van Maria en haar leven in de Mariakapel. 
Een bijzondere plaats wat betreft gewelfschilderingen nam het zogenaamde friese kampgevecht in, in de Mariakerk te Westerwijtwerd.
Kampgevecht, Mariakerk Westerwijtwerd. 
Bij geschillen kon een kampgevecht worden gehouden om te kijken wie aan de kant van God stond. Net zo geldig als de heksenproef (met handen en voeten aan elkaar gebonden in het water gegooid worden; een heks bleef drijven, een onschuldige zakte weg (en verdronk!)
Sfeerplaatjes

Schilderingen zijn er vanaf 1500: figuratief, gotiek.
Witkalk was het kenmerk van protestantse kerken.

De ontdekker van de prachtige middeleeuwse gewelfschilderingen (secco's, geen fresco's, want droog aangebracht) van Maria was de Jezuïet Pater Franciscus Mijleman. Hij leefde van 1610-1667 en was missionaris in de Ommelanden. Hij kon zijn missioneringsarbeid behoedzaam verrichten onder de weinige katholieken in de Ommelanden onder de bescherming van enkele katholiek gebleven jonkerfamilies. 
Uitleg op papier bij één van de plafondschilderingen: de Emmausgangers. 
En hier zoals het er in de hoogte uitzag. 
Heel, heel veel gegevens deelde Saskia ons mee, zowel op het college als in de kerken. Te veel om allemaal in me op te kunnen nemen. Tijdens het college noteerde ik wel onder andere: knielnissen (nissen zijkant met een kijkgat, zodat je van buiten naar binnen kon kijken), spaarveldjes, piscina's (waardoor Gods water over Gods akker kon lopen: de handwassing van de priester na de consecratie), meloengewelven met niet-dragende ribben.
Meloengewelf, met niet dragende ribben. 
Tijdens het reizen in de provincie Groningen kwam ons niet alleen veel ter ore over het landschap, maar ook over de gevolgen van de aardbevingen. Herhaaldelijk wees Saskia ons op de zogenaamde 'wisselwoningen': 
Wisselwoningen Ten Post
Het zijn tijdelijke behuizingen voor mensen wier woning nog hersteld moeten worden. Dit levert enorm veel vertraging op, gezinnen wonen daar soms al een paar jaar. En dat, terwijl bewoners van de stad Groningen, voor van alles geld krijgen, onder ander gratis zonnepanelen. De mensen die in wisselwoningen terecht komen komen uit eenvoudige, kleine huisjes op het platteland. 
Nog twee sfeerplaatjes. De molensteen rechts kan van alles betekenen. Hij lag op een kerkhof. We hebben het hier niet over gehad, maar wat het zou kunnen zijn: het graf van een molenaar, een relict van een bestaand hebbende molen, of een symbool met bijbelse betekenis. 
Onze lieve familie, die ons een steun in de rug was bij onze eerste excursie.
Bij de laatste kerk stond een losstaande toren. Die stond vaak aan de hoofdweg. Had geen verdedigingsfunctie, bevatte soms wel gevangeniscellen. 
Het voelde als een hele leuke 'vakantie'! 
De touringcar bracht ons heen over de Afsluitdijk, terug via Lelystad. Helemaal veilig. 
Touringcar Hellingman.

woensdag 19 augustus 2026

Pessoa 2 - HOVO college door Peter Swanborn, 2026.

"Ik ben niet eens dichter: ik zie."
Fernando Pessoa

Op dit tweede college komt het heteroniem Alberto Caeiro aan de orde. 
Horoscoop van de ‘meester’ Alberto Caeiro
Van Alberto Caeiro maakte Pessoa zelfs een horoscoop. Hij werd geboren in 1889, maar kwam tot Pessoa in 1914. Pessoa gaf hem als enige heteroniem ook een sterfdatum mee; in 1915 sterft hij aan tuberculose. 
Pessoa beschrijft hem als een kind dat geen angst kent.  Voor Pessoa is hij de meester. 

Caeiro's gedichten staan in het boek De hoeder van kudden. 
De hoeder van kudden, boekomslag.

"Ik ben een hoeder van kudden.
De kudde, dat zijn mijn gedachten
En al mijn gedachten zijn gewaarwordingen."

(Uit: gedicht IX)
De titel Hoeder van kudden betekent niet dat Pessoa Caeiro zag als een verkapte Christusfiguur, hij denkt bij hem meer aan Vergilius, met zijn bucolische literatuur. Letterlijk dus: een herder, een landman. In de bucolische literatuur wordt het eenvoudige herdersleven verheerlijkt. De gedachten zijn pantheïstisch. Caeiro schrijft bucolische, pastorale (herders-)poëzie.
Bucolica, Vergilius, ca 40 voor Christus. 
Vergilius tussen twee muzen 
(3e eeuw), mozaïek in het Bardomuseum

Centraal staan eenvoud, rust en het ongecompliceerd landleven. Dit werk staat lijnrecht tegenover intellectuele boeken die zich meer in de stadswereld afspelen. Het zien als een kind is zijn thema, in tegenstelling tot het zien zoals dat gebeurt in de filosofie en metafysica. 
Zien dus kernwoord; het gaat om manieren van kijken. Caeiro ziet alles alsof het voor de eerste keer is. Hij wil ook niet méér zien dan er is, wil niets 'in de dingen leggen'. 


XXVI 

Soms, op dagen van volmaakt en zeer scherp licht, 
Waarop de dingen zo werkelijk zijn als ze maar kunnen zijn, 
Vraag ik mij langzaam af 
Waarom ik nog steeds schoonheid 
Toeken aan de dingen. 

Een bloem bijvoorbeeld, heeft die schoonheid? 
Is er soms schoonheid in een vrucht? 
Nee: ze hebben kleur en vorm 
En ze bestaan, meer niet. 
Schoonheid is de naam van iets dat niet bestaat 
Die ik de dingen geef in ruil voor het genot dat zij mij geven. 
Hij betekent niets. 
Dus waarom zeg ik van de dingen: ze zijn mooi? 

Ja, zelfs mij, die slechts van leven leeft, 
Bezoeken, onzichtbaar, de leugens der mensen
Jegens de dingen, 
Jegens de dingen die eenvoudigweg bestaan. 

Hoe moeilijk is het jezelf te zijn en slechts het zichtbare te zien! 

(11.3.1914) Alberto Caeiro / Fernando Pessoa 
vertaling: August Willemsen 
uit: Gedichten (tiende, herziene druk 2009)

Pessoa noemt de geesteshouding die ons belet te zien 'de vloek van het denken'. Er is géén andere werkelijkheid achter de onze. Pessoa/Caeiro gaat hiermee in tegen het eigentijdse symbolisme, die juist áchter de werkelijkheid een verborgen waarheid zag.
Swanborn vergelijkt Caeiro op dit punt met Gertrude Stein, die dichtte: 'A rose is a rose is a rose.'
Portret Gertrude Stein door Picasso.
1905-1906
Stein leefde van 1874-1946.
Mensen waren gewend symbolisch te denken: in een zandkorrel weerspiegelde zich het hele universum. Het was moeilijk terug te keren naar het loutere zien. Het vergde ook een andere leeshouding.

Caeiro formuleert helder, in vrij, onregelmatig parlando. Hij vraag zich af waarom mensen geen genoegen nemen met wat ze zien, en waarom we er meningen op na moeten houden - van mooi, niet mooi et cetera.  "Waarom [dan]  zeg ik van de dingen: ze zijn mooi? Ja, zelfs mij, die alleen van leven leeft, bezoeken, onzichtbaar, de leugens der mensen."
Allerlei onzichtbare zaken belemmeren het zicht op het zichtbare. 
Je moet het kind in jezelf bewaren, Pessoa waarschuwt voor een denkende houding.

Swanborn wijst op de invloed van de Griekse en Romeinse cultuur, en herinnert aan de grot van Plato. Immers, Plato leerde dat de 'werkelijke dingen' niet voor ons zichtbaar waren. Dit komt later nog aan de orde. 
Tegenover de onbevangenheid staat de strengheid. 




0=0=0=0=0=0=0=0=0=0

XXXIX  

Het mysterie der dingen, waar is dat? 
Waar is het dat het zich niet laat zien 
Althans om ons te tonen dat het mysterie is? 
Wat weet de rivier daarvan en wat weet de boom? 
En ik, die niet meer ben dan zij, wat weet ik daarvan? 
Telkens als ik naar de dingen kijk en denk aan wat de mensen ervan denken, 
Lach ik zoals een beek koel klatert op een steen. 

Want de enige verborgen zin der dingen 
Is dat ze geen enkele verborgen zin hebben. 
Het is vreemder dan alles wat vreemd is, 
Vreemder dan de dromen van alle dichters 
En de gedachten van alle filosofen, 
Dat de dingen echt zijn wat ze lijken te zijn 
En dat er niets te begrijpen valt. 

Ja, dit hebben mijn zintuigen geheel alleen geleerd: 
De dingen hebben geen betekenis: ze bestaan. 
De dingen zijn de enige verborgen zin der dingen. 

(3?.1914)
Alberto Caeiro / Fernando Pessoa 
vertaling: August Willemsen 
uit: Gedichten (tiende, herziene druk 2009)
August Willemsen, vertaler. 
1936-2007
Geweldig hoe hij alle Pessoa-gedichten heeft omgezet naar het Nederlands!

Gedicht XXXIX is erg belangrijk. Het begint met vier vragen. De 'ik' weet niet meer dan de rivier en de boom. Het is een leerhouding, een poging om de symbolische leeswijze uit te stellen.
Willemsen stelt ergens dat Pessoa's werk 'één weigering was om volwassen te worden.' Daar moet dan bij vermeld worden dat hij een groot sociaal leven had, hij praatte veel met andere mensen.
Opnieuw valt het parlando op, de vrije, onregelmatige versvorm. Pesso spreekt van 'het proza van mijn vrzen.
Hij formuleert helder. Waarom nemen wij mensen geen genoegen met wat we zien? We zitten vol meningen, mooi/niet mooi; die zitten het zuivere kijken in de weg. Hoe moeilijk is het jezelf te zijn, allerlei onzichtbare zaken belemmeren het zicht op het zichtbare.


De bundel Hoeder der Kudden is de enige die Pessoa zelf heeft samengesteld. Hij voltooide vele plannen niet. denk aan zijn boekenkist vol paperassen met werk die na zijn dood gevonden werd.
Nagelaten literair werk. Veel was onvoltooid gebleven.


Terug naar De hoeder der kudden:
Het boek beslaat 3 delen:
1. De hoeder der kudden;
2. de herder verliefd (over de mislukte romance van Pessoa);
3. onverzamelde gedichten.
Het boek heeft een voorwoord van Ricardo Reis, een ander heteroniem.


0=0=0=0=0=0=0=0=0=0


Het laatste gedicht van deze les :
*


De verbijsterende werkelijkheid der dingen
Is mijn ontdekking van elke dag.
Alles is wat het is,
En het is moeilijk iemand uit te leggen hoe mij dat verblijdt
En hoezeer mij dat volstaat.

Het volstaat te bestaan om volledig te zijn.

Ik heb heel wat gedichten geschreven.
Ik zal er nog veel meer schrijven, uiteraard.
Elk gedicht van mij zegt dat,
En al mijn gedichten zijn anders,
Want alles wat er is is een manier om dat te zeggen.

Soms kan ik gaan zitten kijken naar een steen.
Ik ga niet zitten denken of hij voelt.
Ik ga niet zo ver hem mijn broeder te noemen.
Maar ik hou van hem omdat hij een steen is,
Ik hou van hem omdat hij niets voelt,
Ik hou van hem omdat hij in niets met mij verwant is.

Andere keren luister ik naar het waaien van de wind,
En dan denk ik dat het alleen al om de wind te horen waaien loont te zijn geboren.
Ik weet niet wat anderen zullen denken als ze dit lezen;
Maar ik geloof dat het goed is omdat ik het denk zonder moeite,
En zonder gedachte aan anderen die mij horen denken;
Want ik denk het zonder gedachten,
Want ik zeg het zoals mijn woorden het zeggen.

Men heeft mij ooit een materialistisch dichter genoemd,
En ik was verbaasd, want ik had niet gedacht
Dat men mij wat dan ook zou kunnen noemen
Ik ben niet eens dichter: ik zie.
Als wat ik schrijf enige waarde heeft, dan is die niet de mijne:
De waarde ligt daar, in mijn verzen.
Dat alles staat absoluut los van mijn wil.

Alberto Caeiro / Fernando Pessoa
vertaling: August Willemsen uit: De hoeder van kudden (2003)

Het laatste huis van Pessoa, van 1920 tot zijn dood in 1935, is tegenwoordig het Fernando Pessoa Museum; Lissabon.

Pessoa wil 'denken zonder gedachte', de nadruk ligt op de spontaniteit, directheid, zonder reflectie.
De laatse strofe drukt het pregnant uit: ik ben niet eens een dichter, ik zie. Kijken centraal. Als dichter heeft hij geen identiteit, de waarde ligt in zijn gedichten. Het schrijven overkomt hem, hij is als het ware doorgeefluik. Hij maakt zichzelf ondergeschikt aan de natuur.

Swanborn wijst op een innerlijke tegenspraak in Pessoa's/Caeiro's gedichten: over wat hij ziet, horen we niets. Zijn natuur is een gedroomde wereld. Feitelijk zijn het gedichten over de kunst van het kijken. Met intrinsiek: de aansporing om alle aannames los te laten.
Swanborn stelt de vraag of dit onderscheid tussen zien en denken wel bestaat. 
(Hmmmmm.... AdW)

Uiteindelijk blijkt Caeiro een doodlopende weg te bewandelen. Hij heeft ook als enige een sterfdatum, Pessoa kende hem van 1914-1915, dat laatste was zijn sterfjaar. Willemsen stelt de vraag of zijn visie te theoretisch was. Wel is Caeiro als dichter zeer geslaagd. 
A rose is a rose is a rose

"Naast de heteroniemen Alberto Caeiro, Ricardo Reis en Álvaro de Campos en het semi-heteroniem Bernardo Soares, creëerde Pessoa meer dan honderd figuren die verbonden waren aan het auteurschap van teksten en gedichten, waaronder personages als António Mora, Jean Seul de Mérulet, Dr. Pancrácio, Charles Robert Anon, Alexander Search en Abílio Quaresma.

Zijn laatste woorden waren met potlood in het Engels opgeschreven, de dag voor zijn dood: 

'Ik weet niet wat morgen zal brengen.'"