maandag 16 november 2015

Paths of Glory - Stanley Kubrick, 1957.

De film is gebaseerd op "Paths of Glory" van Humphrey Cobb. Cobb schreef het boek in 1935, maar hij kon geen goede titel bedenken. Zijn uitgever schreef een wedstrijd uit voor de titel en de winnaar kwam met "Paths of Glory". Hij ontleende de titel aan het gedicht van Thomas Gray "Elegy Written in a Country Churchyard":
The boast of heraldry, the pomp of pow'r,
And all that beauty, all that wealth e'er gave,
Awaits alike th'inevitable hour.
The paths of glory lead but to the grave.
Posters
Een van de eerste films waarmee Stanley Kubrick beroemd werd. Hij maakte deze in Hollywood (dat wil zeggen, de filmopnames vonden plaats in Beieren, maar hij werkte vanuit Hollywood). Na deze film nam Kubrick meteen afstand van Hollywood, omdat hij vond dat hij niet volledig vrij kon werken. Hij verhuisde naar Engeland, waar hij in zijn achtertuin een eigen studio bouwde, en vanaf toen de ene succesfilm na de andere produceerde. Precies zoals hij het zelf. wilde. Hij was een perfectionist, die de acteurs en overige medewerkers tot wanhoop kon drijven met eindeloze herhalingen van scenes.

Ik heb de film met veel bewondering gekeken; maar ook met ergernis. 
De bewondering gold de prachtige uitbeelding van de loopgraven, met daartegenover de rijkdom van de generaals. Ik vond allebei heel authentiek. 
Ik had aanvankelijk moeite met het verhaal. Ik kon  niet geloven dat dit soort dingen echt gebeurd zouden zijn. Maar de realiteit leerde me dat dat wel degelijk het geval is geweest. 
Het gaat hierom: generaal Mireau, bevelhebber in de Eerste Wereldoorlog,  verwacht een promotie van zijn overste Broulard als hij Anthill op de Duitsers zal weten te veroveren. Het is een zelfmoordmissie, en dat zegt kolonel Dax hem - de man die het waar moet gaan maken. Er zullen veel mannen zinloos sterven. Maar de generaal is doof voor Dax' argumenten, Dax wordt gedwongen het bevel op te volgen.  
Dax - Kirk Douglas - gaat, blazend op zijn fluitje, zelf voorop in de aanval. Daarbij ontdekt Mireau dat een deel van de manschappen in de loopgraven achterblijft. Hij geeft bevel aan de artillerie om de eigen mensen te beschieten. 
Dax komt in de loopgraaf terug en probeert zijn mannen tegen alle redelijkheid in in beweging te krijgen. Ze doen dat, maar het heeft geen zin. Velen komen om, de heuvel wordt niet veroverd.
De hoge heren besluiten, dat er een voorbeeld gesteld moet worden. Er zullen mannen geëxecuteerd gaan worden, om hun lafheid te bestraffen, en te zorgen dat de rest van de mannen de volgende keer met wat meer enthousisasme hun dood tegemoet lopen. 
Drie mannen worden er uitgepikt. Een trekt gewoon het kortste strootje, een was getuige van een laffe daad van een luitenant (de luitenant voorkomt zo dat zijn daad ooit nog eens uitkomt). De laatste was juist altijd buitengewoon moedig.
Er volgt een rechtszaak, waarbij Dax de verdediging op zich neemt. Maar de zaak is een farce, geen enkel argument weegt op tegen de wil van de krijgsraad deze drie mannen ter dood te brengen. 
Dit gebeurt voor het oog van de troepen. Een van de ter dood veroordeelde soldaten is zelfs buiten kennis.
Dax klaagt Mireau aan, omdat hij op zijn eigen mensen wilde laten schieten. 
Broulard gaat de kwestie onderzoeken. Mireau beseft dat zijn rol is uitgespeeld. Broulard wil Dax de baan van Mireau geven. Dax weigert, woedend. Alsof promotie zijn doel was!
Een gevangen genomen Duitse vrouw zingt een lied dat iedereen ontroert. (Dit is echt Hollywood, tranen bij al die ruwe bonken. Niks voor mij.) 
Daarna gaat Dax weer met zijn mannen terug de loopgraven in. Op naar de volgende aanval....
Mannen richting Anthill (mierenhoop) 


Kolonel Dax loopt door de loopgraven 
Generaal Mireau: uit op eigen promotie; bovendien ongevoelig voor leven en dood van zijn eigen mannen. Leeft zelf in grote luxe. 
Generaal Broulard, met kolonel Dax. 

tijdens de krijgsraad 
Vergeefs op weg naar Anthill  
In deze prachtige kasteelzaal wordt de krijgsraad gehouden. 
Het vuurpeleton, met daarachter de mannen die getuige moeten zijn. 

Een priester verleent de laatste bijstand. 
Mireau en Broulard; de hoge heren die in alle veiligheid over leven en dood van de gewone soldaten beschikken. 
Zo ziet de filmopname eruit.
Stukje uit de film. Imposant.
In de Romeinse tijd kende men het verschijnsel 'decimeren': als een hele compagnie bestraft moest worden, werd elke tiende man eruit gepikt. Dat scheelde levens. 
Wat in deze film gebeurt, doet daaraan denken: drie mannen straffen voor de hele compagnie.

Straffen als in deze film kwamen vaker voor. In de Verenigde Staten kwam het maar één keer voor, dat ging om 24 mannen. Het verschil met Europa was, dat die straf (executie) nooit werd uitgevoerd. In Europa gebeurde dat dus wel. 
Wrang en opmerkelijk was het, te lezen dat een dergelijk voorval ook in Zillebeke heeft plaatsgevonden - de plaats waar wij logeerden toen wij Ieper bezochten. Het ging daar om de 10e compagnie van het 8 battaljon van het Régiment Mixte de Tiraillerus Algériens. Op 15 december 1914 werden de mannen doodgeschoten in Zillebeke.
Voor meer informatie over het executeren van eigen mensen zie DEZE SITE. Ik lees daar overigens dat niet Amerika, maar Australië geen van zijn eigen mensen liet ter dood brengen. De Fransen maakten het het ergste. 

De film klopt dus toch.
Lieve hemel....

The Coward

I could not look on Death,
which being known,
Men led me to him,
blindfold and alone.

   

De Lafaard

Ik kon de Dood niet in de ogen zien.
En toen dit was geweten,
Leidden mannen mij erheen,
geblinddoekt en alleen

( Uit 'Grafschriften van den Oorlog', Rudyard Kipling, 1918 )
De film is gebaseerd op het boek van Humphrey Cobb, met dezelfde titel. Cobb baseerde zich losjes op een waar gebeurde geschiedenis, namelijk van de vier korporaals van Souain. Deze werden geëxecuteerd omdat ze niet uit de loopgraaf waren gekomen bij een aanval. De familie klaagde na de oorlog de staat aan. Ze wonnen. Één kreeg 1 franc schadevergoeding, de rest kreeg niets. (!)
In 1934 werden de korporaals gerehabiliteerd.
Monument voor de vier van Souain. Hun geschiedenis ligt aan de basis van deze film. 
Humphrey Cobb, auteur van het boek. 
Het boek.
De film werd  tot 1975 niet vertoond in Frankrijk, omdat hij het leger belachelijk zou maken. 
In Spanje was de film zelfs verboden onder Franco; het duurde tot 1986 voordat hij daar vertoond mocht worden. Franco vond de film te anti-militaristisch. 

zaterdag 14 november 2015

De Thibaults, Roger Martin du Gard, Deel 2. 1936-1940


Boekomslag deel 2
Deel 1 van dit epos heb ik gelezen in 2014, zie MIJN BLOG daarover. Hierin staan 6 boeken: Le Cahier Gris; Le Penitencier; La Belle Saison; La Consultation; La Sorellina; La Mort du Père. Het boek is ruim 800 bladzijden dik.
Deel 2 kent twee boeken: L'éte 1914; Epilogue; samen 1037 bladzijden.
Dat deel 2 is recentelijk verschenen, en uiteraard wilde ik graag weten hoe het verder zou gaan met de twee broers Thibault, Antoine en Jacques. Het viel me niet mee om uit mijn eigen blog op te maken wat er precies al in het eerste deel voorgevallen was. Daarvoor is het handig om DIT ARTIKEL van Michel Krielaars te lezen, uit de NRC van 21 maart 2014. De hoofdlijnen staan daar helder in beschreven. Het artikel heeft de prachtige titel De dood maakt van reuzen muizen, hetgeen slaat op Oscar Thibault, de  altijd tiranniek gebleven pater familias, die op zijn sterfbed overvallen wordt door onzekerheid en angst: wás ik wel zo'n geweldig mens? 
Om het hele verhaal in mijn herinnering terug te halen was het artikel niet helemaal voldoende, ik kwam niet uit de vele bijfiguren die een rol spelen in deel 1, en deels terugkeren in deel 2. Nu ja, daarvoor was mijn eigen blog weer behulpzaam. 

Deel 2. Ook nu weer een dikke pil,1038 bladzijden.
Met deel 2 is het epos compleet. Deze Franse site geeft een goed resumé van het hele boek. Deel twee is in een paar zinnen samen te vatten:

Jacques heeft zich ontwikkeld tot een pacifistische communist. Hij woont in Genève, waar veel revolutionairen zitten. Martin du Gard laat via Jacques zijn hele gamma aan pacifistische opvattingen zien.

Op het Franse boekomslag een mooi plaatje van waar het boek vol mee zit: een uitleg van de politieke ontwikkelingen en aanloop naar de WO-I; vooral de rol die de socialisten daarin speelden. Wat dit onderdeel van het boek betreft - uiteenzetting van overtuigingen - is het boek zeer verhelderend.

Jacques keert terug naar Parijs, waar hij Jenny Fontanin ontmoet, de zus van Daniel. Ze bekennen elkaar hun liefde. Jenny begrijpt Jacques politieke ideeën, zijn broer Antoine juist helemaal niet. Antoine is de succesvolle arts geworden die hij wilde zijn. Hij leeft tamelijk oppervlakkig, heeft ook nog steeds alleen maar liefdesavonturen, geen ware liefde. In de loop van het boek verandert hij wat dat betreft van inzicht en maakt een einde aan zijn vluchtige relatie met Anne Battaincourt.

Jenny en Jacques gaan één keer met elkaar naar bed, vlak voordat hij vertrekt naar het buitenland. Ondanks zijn grote liefde voor Jenny wil Jacques vrij zijn, vooral om trouw te kunnen blijven aan zichzelf. Iedereen om hem heen is patriottistisch geworden. Het heeft er een tijdje de schijn van gehad dat 'de socialisten van alle landen zich zouden verenigen' tegen de oorlog, die immers enkel goed is voor de kapitalisten.
La Union Sacrée was een verbond dat links en alle overige partijen aangingen met de regering. Dit ging uit van Poincaré. Hierdoor stemde men ermee in niet tegen de regering in te gaan, ook geen stakingen te organiseren.
Maar uiteindelijk slaat de stemming overal om, zowel in Parijs als in Berlijn. Elke arbeider vindt nu dat hij zijn vaderland moet verdedigen, de oude strijd tussen Frankrijk en Duitsland over de Elzas heeft weer nieuwe brandstof gekregen. Jacques is een eenling, een roepende in de woestijn. Hij twijfelt of zijn houding misschien óók voortkomt uit lafheid: wil hij op deze manier deserteren?

Logo van de CGT, de Confédération Générale du Travail
Zijn besluit maakt hem innerlijk vrij: hij zal met zijn oude leermeester, Meynestrel, boven de gevechtslinies duizenden pamfletten gaan uitstrooien, met de dringende oproep aan de gewone soldaten het vechten te staken.
Het is een wanhoopsdaad, die gedoemd is te mislukken. Meynestrel - die ook wanhopig is doordat zijn vriendin hem in de steek gelaten heeft, waarna het leven voor hem geen zin meer heeft - komt om in het brandende toestel. Jacques ligt ernstig gewond op de aarde, en wordt een tijd lang op een brancard meegesleept door de Fransen, die hem aanzien voor een Duitse spion. Als de grond hen te heet onder de voeten wordt, en ze de draagbaar nodig hebben voor hun eigen mensen, wordt Jacques doodgeschoten. Antoine is arts-officier in het leger geworden, maar raakt getroffen door een gasaanval, mosterdgas.

Gas-aanval Eerste Wereldoorlog; Antoine Thibault wordt hier het slachtoffer van. Mosterdgas.
Na de oorlog zien we hem terug, hoestend en ziek. Hij ontmoet Jenny en haar zoontje Jean-Paul; verder Gise, Nicole, Daniel en Madame Fontanin.

Madame Fontanin heeft het buitenhuis van de Thibaults ingericht als hospitaal, en is daar hoofdverpleegster.
Op de foto twee verpleegsters en een gewonde uit de Eerste Wereldoorlog.
Jenny leeft trots met haar kind, haar verleden heeft haar niet vernederd. Jean Paul, drie jaar, heeft trekjes van zijn vader: hij is roodharig, eigenzinnig, koppig. Anders dan anderen. Daniel heeft een been verloren, en is impotent. Dat laatste bekent hij in een brief aan Antoine. Antoine raakt doordrongen van het besef dat hij nooit zal genezen en pleegt zelfmoord.

In het boek komt de aanslag op Jaurés voor, die historisch is. Het hele kader is uiteraard historisch.
Jean Léon Jaurés, 1859-1914, leider Franse socialisten. Verdedigde in de negentiende eeuw de jood Dreyfuss. Hij was hoofdredacteur van het dagblad l'Humanité (een van de vaste bezoekadressen van Jacques Thibault in het boek). Hij wordt 31 juli 1914 vermoord, één dag voor de mobilisatie. Drie dagen later breekt de oorlog uit.
Raoul Villain, vermoordde op 31 juli 1914 Jean Léon Jaurés, leider van de Franse socialisten en hoofdredacteur van l'Humanité. De moordenaar kwam zonder gevolgen voor zijn daad weg na de rechtszaak. (!) Stierf uiteindelijk op Ibiza, voor een vuurpeleton van Spaanse anarchisten. 
Raymond Poincaré, 1860-1934. Was sterk anti-Duits. Bezocht in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog twee maal Rusland, om te proberen een Russisch-Franse alliantie aan te gaan.Hij werd op een zijlijn gezet door Clemenceau.
Georges Clemenceau, 1841-1929. Hij was leider van de radicalen in Frankrijk in de 19e eeuw. In 1906 onderdrukte hij wreed de stakers, hetgeen hem vervreemdde van Jaurés. Hij was premier in oorlogstijd. Bij de Vrede van Versailles toonde hij zich revanchist, die voor vernietiging van Duitsland was. 

In Frankrijk bestaat er ook een tv-serie van Les Thibault; hier de hoes, Les Thibault, Franse miniserie, 2003.
Roger Martin du Gard, 1881-1958; was zowel archivaris als paleograaf. Won de Nobelprijs voor de literatuur.
Paleografie; ontcijfert handschriften en archiefstukken. R. M. du Gard was behalve archivaris ook paleograaf. 
Deze kaart is geschreven in de Eerste Wereldoorlog naar een Belgische militair die in Nederland was geïnterneerd. 
Hier een krantenknipsel uit de jaren 1914-1918. Het betreft een brief van Anatole France. De boodschap zoals die in de kop staat, is exact dezelfde als die van Jacques (of van Roger Martin du Gard.
Onder de volgende link gaat de Recensie deel 2 door Johannes van der Sluis schuil.


Nadat ik mijn blog had afgesloten, vond ik dat ik nog wat moest toevoegen over de epiloog. Niet alleen leek het me van belang wat informatie uit de realiteit - Wilson, Volkenbond - toe te voegen, zie boven. Ook is van belang dat Antoine Jenny had willen huwen, om haar zoon de schande van 'de bastaard' te besparen. Maar Jenny weigert dit - ik zou bijna zeggen vanzelfsprekend. Niet alleen wil ze Jacques niet verloochenen, ze is ook nog eens als communiste tegen elke burgerlijke moraal gekant. 
Verder is Antoine op het eind van zijn leven erg bezig met de moraal, en ziet hij in dat hij met een masker op geleefd heeft. 

woensdag 11 november 2015

Francisco Valls, circa 1671-1747



Het is gemakkelijker om van Francisco Valls i Galan na te gaan waar hij zijn werkzame leven sleet, dan om wat meer te weten te komen over zijn persoonlijke biografie.
Valls was een Catalaan, hij werd zeer waarschijnlijk geboren in Barcelona ergens tussen 1567 en 1571.
Hij staat bekend als componist en muziektheoreticus van de Barok. Hij begon zijn werk als maestro de capilla in de Basílica Santa Maria del Mar, in 1696.
Basilica de Santa Maria del Mar, Barcelona.
Spel van licht, in het  interieur van de Basilica Santa Maria del Mar.
In 1696 werd hij, behalve in de Basilica, ook benoemd in de Kathedraal van het Heilige Kruis en van de Heilige Eulalia, ook in Barcelona. Hij werd hier plaatsvervanger van Juan Barter, kapelmeester. Toen Barter in 1706 stierf, ging Valls definitief over naar deze 'Catedral de Santa Creu i Santa Eulalia'. Ook hier was hij maestro de capilla, tot aan 1726. Hij verkreeg toen zijn pensioen, na 30 jaar van hard werken en vanwege een  zwak gestel. Hij stierf in 1747.
Crypte onder het altaar met de resten van de heilige Eulalia.
Elke toerist in Barcelona bezoekt de Sagrada Familia, wij ook. Maar er zijn méér kerken dan die van Gaudi! De Catedral de la Santa Creu i de Santa Eulalia hebben we gelukkig óók bezocht. Zoals heel veel toeristen, gelukkig maar. 
Marmeren altaarscheiding
Heel bijzonder zijn hier de ganzen die hier huizen in de kloostergangen. Het zijn er dertien, de leeftijd die Eulalia had toen zij de marteldood stierf.


Het is leuk om opnieuw naar de foto's te kijken, ook naar die van onszelf. En me dan te realiseren dat Valls daar óók heeft rondgelopen, muziek heeft gemaakt, leerlingen heeft opgeleid. 
Hij moet hier bij het orgel gewerkt hebben:
Orgel kathedraal
En net als wij, zal hij de prachtige houten (priester)koorbanken bewonderd hebben. 
Ik lees op internet dat er tegenwoordig een kamerkoor aan de kathedraal verbonden is,  El Coro de Cámara Francesc Valls. Ze zingen elke zondagmorgen in de kathedraal en geven ook elders concerten. 

Het Kamerkoor Francesc Valls in actie.
Nog even genieten van het interieur: de geweldige kolommen, en de mooie kroonluchters. 
En van het beeldje van St.Joris met de draak, in de tuin.
Of via dit filmpje; vooral de laatste helft; ik waan me weer even terug in de kerk.
De volgende keer meer over Valls; over zijn baan als maestro de capilla.