donderdag 23 april 2015

De Ondergang van Naarden, Lambertus Hortensius van Montfoort, 1572.

Het boekje, eindelijk van het Latijn naar kloppend Nederlands vertaald. 
Afbeelding van de stadsbrand, 1572
Dit is een leuk, klein boekje, uit het Latijn vertaald door W. Boekelman. Het is oorspronkelijk in het Latijn geschreven door Lambertus Hortensius van Montfoort. Wie was dat eigenlijk?
Ton en ik kennen nog goed de Lambertus Hortensiuslaan in Bussum, de verlenging van de Brinklaan richting Naarden. Ton is in die straat geboren, ik geloof ook de andere zes broers en zussen. Het was een huis van Te pas & Gebben, een bouwbedrijf, Ton weet niet meer welk nummer. Later verhuisden ze naar het huis van Oma op Brinklaan 7, even verderop.
Plaatjes uit de buurt van de Lambertus Hortensius, zoals het er in Tons jeugd uitgezien moet hebben. Hier een foto van de laatste rit van de Gooise Tram, ergens in de vijftiger jaren. Ook voor deze laatste maal wordt de 'tram' vooraf gegaan door de man met de rode vlag. Dat beeld zou voor altijd uit het straatbeeld van het Gooi verdwijnen. Hier de oversteek van de oude rijksweg.
 
 Getooid met bokkenhoorns en slingers rijdt de 'tram' na de oude rijksweg 1 overgestoken te hebben via de Lambertus Hortensiuslaan z'n laatste meters. 
Lambertus Hortensius is de zoon van een tuinman uit Montfoort; het beroep van Papa verklaart zijn naam: Lammert ten Hove, was de gewone Nederlandse naam van de zoon. Maar een geleerde als hij verlatiniseerde zijn naam.
Hij studeerde in Leuven, dat toen (hij leefde van circa 1500 tot 1574) een belangrijke universiteitsstad was. Hij kende goed Latijn en Grieks. Hij werd tot priester gewijd, maar dat belette hem niet twee zonen te verwekken bij zijn huishoudster. Hij heeft o.a. in Utrecht en in Deventer gewoond. Daar had hij zeer waarschijnlijk contact met de Broeders des Gemeenen Levens, de humanisten van die tijd.  Ten slotte kwam hij in Naarden terecht, waar hij meer dan dertig jaar gewoond heeft. Hij was daar rector van de Latijnse school. Zijn zoon Augustinus kwam om bij de Spaanse moordpartij  in 1572.
Hortensius was, hoewel katholiek, op de hand van de hervormers. Hij geldt als humanist. Hij schreef enkele geschiedkundige werken, o.a. over de strijd tussen protestanten en Karel V (De Smalkaldische Oorlog; dit werk was internationaal belangrijk), over de Wederdoperse opstand in Münster, de Wederdopers in Amsterdam,  en dit boekje, over Naarden. Zijn stijl geldt als helder en pragmatisch.

Het boekje zelf is een drieluik: het is de tekst van Hortensius, Leven en Werk van Hortensius, door Cok de Zwart, en ten slotte enige geschiedkundige aantekeningen door A. Perk.

Het is interessant te weten, dat deze tekst al eerder is uitgegeven door ene professor Peerlkamp, negentiende eeuw. Maar deze geleerde heer maakte een potje van de vertaling. De onderhavige volgt  het origineel op de voet.
Naarden vestingstad nu. 
Het verhaal zelf  gaat over méér dan de ondergang van de stad, het behandelt ook in kort bestek de ontstaansgeschiedenis ervan. De volledige titel in het Latijn luidt: De origine et interitu oppidi Nerdae Liber. De stad is gesticht door Keizer Otto I, ergens rond 900. Het lag eerst dichter bij de Zuiderzee, maar de talrijke overstromingen deden de stad zich steeds verder terugtrekken.
Naarden maakt deel uit van Het Gooi, en is al eens eerder verwoest geweest. De stad werd welvarend door de lakenindustrie. Laken is een soort wol. Laren en Hilversum waren in het Gooi gerechtigd schapen te houden. (Onze lakens voor bed en tafel hebben dus niks te maken met de lakense stoffen waar we het hier over hebben.)
Huidige schaapskooi bij Laren
Oude plaat van schaapskooi bij Hilversum
Pak voor de Zweedse koning Gustaaf Adolf II, van donkerpaars laken en goud
Bij de Staalmeesters van Rembrandt hebben we ook te maken met de lakense stoffen. Zij keurden de rollen lakense stof, en hechtten er de zogenaamde spekjes aan, lakenloodjes.
 De geweven wollen stoffen zijn in stevige linnen hoezen verpakt.
'De mannen werkten op het land en hun vrouwen kamden en sponnen de wol die jonge meisjes hadden gekaard, andere mannen weefden de lakens die door talrijke volders glad werden gemaakt met vollersaarde en urine.' Ziedaar de lakenindustrie in een notendop van het oude Naarden.
Ook de andere Gooise plaatsen worden kort beschreven, de troebelen die er waren om land, de piraterij die ook op de Zuiderzee plaats vond, de bestuursinrichting onder de baljuw,  enzovoorts.
Dit is het landhuis Oud Bussem in 2010. In 1570 schonken de besturen van Naarden en de Gooise dorpen het landgoed Oud Bussem aan Paulus van Loo, de Baljuw van Gooiland. Het zegt wel iets over de rijkdom van 't Gooi!
 
Een aardig detail van het dagelijks leven toen vond ik, dat  de jacht geoorloofd was, maar niet  op konijnen.
Er was strijd om land met vooral Utrecht, de Gooise ingezetenen gingen daarop af met knuppels, gaffels en mestvorken. Zoals we ook bij het leven van Johann de Wit hebben kunnen lezen, maakten de mensen soms ook korte metten met mensen met bestuursfuncties die hun werk volgens hen niet goed hadden gedaan. 
Naarden was welvarend, en bracht ook wat geleerden voort. Vandaar ook de stichting van een Latijnse school waar Hortensius les gaf. De mensen waren godsdienstig. Een schuttersgilde bewaakte de orde.
Ten tijde van de Beeldenstorm kwamen de Geuzen in de stad gelegerd, Naarden werd als garnizoensstad gebruikt. Dit was natuurlijk tegen de zin van de hertog van Alva. Zijn zoon, Don Frederik, rukte op tot de stadspoorten.
Fadrique Álvarez de Toledo, oftewel Don Frederik, zoon van de Hertog van Alva. Leider van de Spaanse killers, die het Bloedbad te Naarden aanrichtten.
Zijn gehate vader, Fernando Álvarez de Toledo, 'onze' hertog van Alva.
Uit vrees voor wraak lieten de Naardense ingezetenen hen binnen, en smeekten om hun leven. Maar in en bij het stadhuis vermoordden de Spanjaarden  700 mensen, velen op gruwelijke wijze. Hierbij waren ook ouderen, vrouwen en kinderen. Hortensius beschrijft het geheel onverbloemd, maar niet zwelgend in de ellende.  Toch zat zijn eigen zoon Augustinus hier ook bij.
Gevelsteen te Naarden die herinnert aan het bloedbad van 1572, door de Tercio's, de Spaanse soldaten. 
Naarden werd verwoest: de Spanjaarden stichtten brand en braken de stadsmuren af.  Hortensius verdween in 1572 naar Utrecht, maar keerde in 1573 terug en ging in een hofstede 'de Hoogen Eng alias Crailoo' genoemd, onder Huizen, wonen, waar hij in 1574 overleed. Zijn graf is in de Grote Kerk te Naarden.
Grafsteen Lambertus Hortensius, Grote Kerk Naarden. Helaas niet te lezen. Er staat:  "Hier ligt begraven het lichaam van Lamvertus Hortensius, een man van grote geleerdheid, een voortreffelijk letterkundige, een vernuftig historicus en een scherpzinnig leider der Naardense jeugd."
 
Deze tekst staat op de grafsteen van Hortensius in de Grote Kerk in Naarden. Op de grafsteen staat in het kort zijn leven beschreven. Hij was leraar en schrijver van historische boeken. Bij zijn geboorte rond 1500 heette hij Lammert ten Hove.
Gezicht op de Grote Kerk Naarden, zoals geschilderd door Izaak Jakobszoon van Ruisdael, geboren te Naarden. Laatste rustplaats van Hortensius.
De stad Naarden kreeg zijn nieuwe uiterlijk in 1672, na de verovering door de Fransen, die de stad in dat jaar zonder slag of stoot innamen. Toen werden o.a. ravelijnen aangebracht. Later is er nog een keer een uitbreiding geweest. Maar deze stadsontwikkelingen vallen uiteraard buiten het bestek van dit leuke boekje.
Bastions en ravelijnen van Naarden; sinds 1672.
En zo in het echt, vanuit de lucht.
Lambertus Hortensius van Montfoort
Voor wie meer van het proces van het laken maken willen weten, verwijs ik naar de site van de LEIDSE LAKENHAL: 
Ziehier bijvoorbeeld een plaatje van de site van de Leidse Lakenhal over het vollen en verven.
 
Later is natuurlijk nog veel meer over Naarden geschreven, onder anderen door P.C. Hooft, in zijn werk De Nederlandsche Historiën. Hooft was trouwens ook baljuw van 't Gooi, zijn zetel was toen het Muiderslot.
P.C.Hooft, 1581-1647; baljuw van 't Gooi in later tijd.
P.C.Hooft zetelde als baljuw in het Muiderslot
Ook hij stelde de geschiedenis van Naarden te boek in zijn Nederlandsche Historiën
De Tsjech Jan Amos Komensky, oftewel Jan Amos Comenius, hier geschilderd door Rembrandt. Comenius is een andere beroemde zoon van de stad Naarden, uit een iets latere periode. Ter completering van de geschiedenis van de stad voltooi ik mijn blog met de vermelding van zijn naam. Er is een mausoleum (nu museum) in de stad, waar Comenius (1592-1670) begraven ligt. Comenius was theoloog, filosoof en pedagoog.
 
Via DEZE LINK kom je bij een krantenartikel over het boekje, met een foto van de vertaler, W.A. Boekelman.
 
EEN AANVULLING.
Ik sloot mijn blog redelijk tevreden af vandaag, en ging de krant lezen. Daarin stond een paginagroot artikel over Dordrecht: op Koningsdag 2015 opent de Koning daar de zaal, waar in juli 1572 bestuurders van twaalf steden uit Holland bij elkaar kwamen voor de zogeheten Eerste Vrije Statenvergadering. Het vormde de allereerste stap naar de vorming van de onafhankelijke Republiek der Nederlanden.
De zaal is onderdeel van het nieuwe museum Het Hof van Holland.
Hof van Holland, in oud Augustijnenklooster, Dordrecht.
Eerste pagina van de Eerste Vrije Statenvergadering.
Het bloedbad van Naarden vond plaats in december van datzelfde jaar.  

dinsdag 21 april 2015

The Manchurian Candidate, Jonathan Demme, 2004.

Wikipedia
Hoes

Het boek waarnaar de film is gemaakt. Overigens was er al een eerdere film in 1962.
Denzel Washington, als Major Bennett Marco.
Congressman Raymond Prentiss Shaw, door Liev Schreiber
Kimberley Elise, als Eugenie Rose
Marco bevrijdt zich van een geïmplanteerde chip in zijn rug.
Meryl Streep, als Raymonds moeder; het brein achter het complot.
Het moederszoontje wordt overtuigend gespeeld.
Raymond krijgt iets in het hoofd geplant.
 
Jocelyn Jordan, de geliefde van Raymond die niet aan de eisen van Mama (Streep) voldoet.
Trailer
Spannende film, met lekker veel onzin. Zit goed in elkaar, en blijft tot en met de ontknoping kloppend.
Congresman wordt met de hulp van Mama president. Maar daar zijn wel machinaties voor nodig. Denzel en Liev zijn beiden door een futuristische enge firma geopereerd en voorzien van chips, die bestuurd worden door slechteriken. het verleden wordt gewist, en een nieuw geheugen ingevoerd. Alleen in hun dromen komt de werkelijkheid terug.
Marco wordt geholpen door de aardige Eugenie Rose, die van de FBI blijkt te zijn.
Uiteindelijk schiet Marco Raymond en diens vreselijke moeder dood, maar hij doet dit weer in opdracht. Rose bevrijdt hem van de schuld, een van de initiators van de firma Manchuria draait voor de misdaad op.
Lekker ontspannend.
De regisseur
 

 

 

Duitse Wortels, Mijn familie, de oorlog en Silezïe; Laura Starink, 2013

Boek 
Dit is het centrale thema in het boek.
Laura Starink 
Het persoonlijke dossier van Starinks opa, Georg Cibis. Hij was godsdienstleraar aan de Adolf Hitler School in Klausberg. Het dossier bevindt zich nu in het Staatsarchief van Katowice.
De familieboerderij van Starinks oma Martha Klose in het dorp Zobten (nu Sobotka), 30 km ten zuiden van Breslau (nu Wroclaw). Hier stierf haar oma in 1945 van uitputting, 45 jaar oud.

Laura's moeder, Elinor, in de tuin van het familiehuis in Klausberg, in 1994. 
Elinor, vooraan rechts, op de Adolf Hitler Schule in Klausberg, waar haar vader leraar was.
De apotheek waar Laura's moeder na de Arbeitsdienst ging werken. Hier ontdekte Elinor dat ze tuberculose had opgelopen, waarvoor ze in 1944 naar een sanatorium in Davos werd gestuurd.

Elinor ging na de oorlog in Zwitserland kunstgeschiedenis studeren.
Haar twee jongste zusjes Hanne en Bärbel.
De barak in Auschwitz-Birkenau waar Laura's tante Lotte naar alle waarschijnlijkheid heeft geslapen tijdens haar 4 maanden dwangarbeid voor de Russen, van april tot augustus 1945.

Oom Hans bij het graf van zijn moeder, Laura's oma, Martha Klose, in Zobten (Sobotka).
Dames van de Deutsche Freundschaftskreis die na de oorlog in Klausberg, nu het Poolse Mikulczyce, zijn blijven wonen. Lang hebben zij hun Duitse wortels moeten verzwijgen.
Deze foto werd gemaakt op de begrafenis van Opa Georg, die in 1947 aan tuberculose stierf. Moeder Elinor was in Zwitserland, de 5 weeskinderen moesten zich nu alleen in Polen zien te redden.

De overgrootouders Josefa Schatka en Alois Cibis in 1930.

Een heel goede samenvatting is onder de link te vinden.  
 
Op de een of andere manier heb ik heel veel moeite moeten doen om dit boek tot mij te nemen. Die moeite kwam door de veelheid aan namen die Starink gebruikt. Gelukkig geeft ze voorin het boek een stamboom van haar familieleden, dat helpt wel. Maar er is erg veel gebeurd met de diverse personen, en dan ook nog eens met het gebied waar ze uit stammen.
Toen ik het voor de tweede keer las, ging het iets beter, vooral toen ik me op de structuur van het verhaal richtte; maar gemakkelijk werd het niet. Het is een breed verteld verhaal, met veel bijzondere gebeurtenissen. Je vraagt je soms af, met wie je nu weer te maken hebt, en in welke tijd. Het gaat nogal heen en weer tussen de diverse periodes.
Wél is het een belangwekkende geschiedenis, die aandacht verdient. Ik heb er nauwelijks van geweten dat de Duitsers zelf ook slachtoffer geworden zijn van anderen, na de oorlog. Dit was in Silezië het geval, toen het van Duitse handen overging in Poolse. Alles wat de Polen en/of de Russen was aangedaan, werd nu de Duitsers aangedaan. Veel Duitsers overleefden die behandeling niet.

Het boek begint met de vragen die Starink zich stelt: waar komt mijn moeder vandaan; hoe was haar familie in de oorlog; wat wisten ze van Auschwitz, dat maar 60 km verderop ligt?
In haar jeugd vertelde moeder het sprookje van Rübezahl, de Reus Rapenteller, naar wie het Siliezische Reuzengebergte is genoemd. In de jaren negentig reist ze met moeder naar Klausberg, dat nu Mikulczyce heet.
Rübezahl, de reus va het Reuzengebergte. Kon elke gedaante aannemen.
De oorlog begint met een door Hitler verzonnen smoes: de zender van Gleiwitz; het was een van de 40 grensincidenten waarover Hitler sprak. Zo had hij reden om Polen binnen te vallen.
De radiozendmast van Gleiwitz (nu Gliwice), waar eind augustus 1939 door de nationaal-socialisten een toneelstukje werd opgevoerd. De zender zou ''veroverd'' zijn door Poolse opstandelingen. Het was een van de geënsceneerde grensincidenten waarna Hitler op 1 september 1939 Polen de oorlog verklaarde. Starinks moeder kon zich dat verhaal goed herinneren. Gleiwitz ligt 10 km van haar geboortestad. 
De mast staat er nog steeds, hij is geheel van hout.

Een van de 'straffen' van na de oorlog was de internering in werkkampen. Het zusje Lotte heeft daar een paar maanden dwangarbeid moeten verrichten voor de Russen. Haar werk bestond uit het ontmantelen  van een verffabriek. Tot in de kleinste onderdelen werd die uit elkaar gehaald, en in stukjes naar Rusland vervoerd. Daar ligt alles nu waarschijnlijk nog steeds te verstoffen. Maar Lotte overleefde het nog, velen stierven onder andere tijdens gruwelijke transporten; of ze werden vermoord..
Een geheel ander, maar ook nieuw element was voor mij dat Davos een plek was waar in de oorlog betrekkelijk gewone mensen naar toegezonden werden door de nazi's om er te genezen van tuberculose. Grootvader George heeft hier gekuurd, maar ook de moeder van Laura, Elinor. Davos heeft verdachte nazistische sympathieën gehad, hoewel men er na de oorlog onmiddellijk het nazisme veroordeelde. Davos werd 'de Hitlerstad' genoemd, ook wel 'de Nazi-Zitadell' in de Alpen.
De kinderen van Martha en George verloren hun ouders vrij jong. Inge en Lotte, twee tantes van Laura, voedden de andere kinderen op. Toen het na de oorlog niet meer ging in Silezië, trokken ze weg naar West-Duitsland. Gelukkig bleek dat achteraf een goede stap, ze werden warm onthaald door familie die daar al woonde. (Die waren al meteen na de oorlog vertrokken, de kinderen gingen pas in 1950 weg.) In het westen kregen ze het materieel allemaal meteen veel beter.
 
Hitler was tegen de katholieke kerk: ook weer nieuwe informatie. Nu was er al sinds Bismarck een strijd tegen de katholieken, de zogenaamde Kulturkampf. Bismarck zag de katholieken als een obstakel in de weg naar unificatie. In die zin ging Hitler door op een al gebaande weg.
Toch liggen de zaken niet eenduidig: de katholieke zowel als de protestantse kerk aanvaardden Hitler, omdat men vond dat ieder gezag van God gegeven was. Zo konden de meeste leden van de NSDAP ook gewoon lid blijven van een kerkgenootschap. Maar het pure nazisme was een vorm van heidendom.
 
Elinor was in de oorlog bij de Jungmädel en de Bund Deutscher Mädel, maar politiek 'interesseerde haar geen laars'. Ze moest stiekem naar de kerk, processies bijvoorbeeld werden verboden.
Dan gaat het boek een stap terug in de tijd. Vanaf 1742 lag Silezië in de Drei-Kaiser-Ecke, Rusland, Duitsland en de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Nu eens behoorde het bij deze, dan weer bij gene eigenaar.
Opa vocht in de Eerste Wereldoorlog, hield daar een wandelende granaatsplinter in zijn rug aan over.
Opa Georg Cibis, in een veldhospitaal in Frankrijk in 1916. Hij raakte gewond door een granaat.
Starink vertelt over de verdeling van Europa, en de plaats van Silezië daarin: na WO-I kwamen er drie nieuwe republieken, Polen, Tsjecho-Slowakije en de Weimarrepubliek.
'De adem van Bismarck' waaide door Silezië, doordat de katholieken er onderdrukt werden. Alois Cibis was boerenzoon, maar ontwikkelde zich tot leraar. Opa gaf godsdienstles op de Adolf Hitler Schule.  Zijn kinderen waren ervan overtuigd dat hij 'goed' was in de oorlog.
 
Schoolkinderen moesten in de oorlog na hun eindexamen eerst een half jaar werken voor volk en vaderland. Dat moest Elinor ook, ze vond dat normaal. Dat half jaar werd wel wat langer! Elinor ontwikkelde ook tuberculose.
Het vernietigingskamp Auschwitz ligt vlakbij Klausberg. Maar feitelijk was 'heel Silezië één Goelag'.  Het Stammlager Auschwitz telde meer dan veertig subkampen. Dat waren geen vernietigingskampen, maar werkkampen voor krijgsgevangenen.  Slavenarbeid dus, omdat Duitse mannen onder de wapenen waren.
De Entjudung was aanvankelijk vooral bedoeld om een zuiver Arisch ras te kweken. Later werd de strijd tegen het judeo-bolsjewisme en de Joodse wereldsamenzwering praktisch hoofddoel van de oorlog. De gruwelbeelden kwamen nooit in de Wochenschau terecht.
In Silezië, evenals elders, moest men bewijzen dat men van Duitsen bloed was, dat gebeurde met de zogenaamde Ahnenpass, waarin ruimte was voor 62 voorouders. Polen waren ook Arisch, toch werden Polen als Slavische Untermenschen beschouwd. Met de Ahnenpass werden mensen in 4 categorieën ingedeeld: hoe Duitser, hoe beter. In categorie 4 zaten renegaten die hun Duitse wortels verloochend hadden. Starink noemt de tekst op de pas van haar familie  'een gif dat moet zijn ingedruppeld'.
Er was na de WO-I een strijd gaande om Silezië, de Polen wilden het gebied rondom Katowice hebben. Een referendum liet zien, dat de Duitsers die daar woonden bij Duitsland wilden horen. Er waren drie Poolse opstanden, de laatste was de strijd om de Annaberg in 1921. Toen verdeelden de Geallieerden het gebied, bijna alle grondstoffen kwamen toen in Poolse handen. De Duitse Sileziërs waren niet blij met die tweedeling, het was een voedingsbodem voor Hitler dat gebied terug te claimen.
Je had  Opper- en Nedersilezië, gescheiden door de rivier de Oder. Neder-Silezië was natuurschoon, Opper- roet en mijnstof. Starink gaat hierheen met haar oom Hans. Toen in 1945 de Russen Silezië naderden, begon de Grote Trek: uit angst voor de Russen trokken de Duitsers weg naar het westen.
De familie, Georg, Martha, en de kinderen gaan naar de boerderij van Onkel Jorg in Zobten. Alleen Lotte bleef achter. Zij doorstaat de Russische belegering, wordt gelukkig ook niet door de Russen verkracht.
In Opper-Silezië komen na 1945 Poolse repatrianten terug met treinen uit het oosten, uit Gallicië.  Alsof ze ooit afkomstig waren uit Silezië! Ze namen wel de rijke boerderijen van de Duitsers in bezit. 
Velen werden naar Siberië gestuurd. Lotte wordt opgeroepen voor dwangarbeid en komt in een vrachtwagen in Auschwitz terecht. Het duurt in totaal 4 maanden, daarna keert ze lopend naar huis terug.

De ooms en tantes van Elinor vluchten, en hebben te maken met de vreselijke nasleep van de oorlog. Onkel Jorg moet mijnen ruimen. Overal liggen dode mensen en dieren. Er worden Polen in huis ingekwartierd, die het voor het zeggen krijgen. Iedereen heeft wapens in die tijd. De Polen zuipen als beesten.
Martha, de ziekelijke vrouw van Georg, houdt het alleen niet uit in Zobten. Haar man Georg zit in Klausberg. Ze onderneemt een voettocht die ze niet overleeft.
 
De eerste tijd na de oorlog is ook de periode van 'wilde verdrijvingen': Polen die Duitsers verdrijven. Dit gebeurde met medeweten van de Poolse regering en van het leger. De Britse historicus R.M. Douglas schreef hierover in zijn boek Orderly and Humane. Douglas wijst op de verantwoordelijkheid van de Geallieerden in deze. Men ging eigenlijk voort op de gedachte dat multiculturalisme niet meer mogelijk was. Het werden afschuwelijke massadeportaties. Eind 1945 kwam er een einde aan. Naar schatting 400.000 Duitsers waren de grens overgezet. De manier waarop was afschuwelijk, mensonterend, en kostte onnoemelijk velen het leven. De ooms en tantes van Elinor vertrekken dan uit Zobten op een van de vele treintransporten, naar het westen.
De meeste verdrevenen kwamen uit Nedersilezië, omdat de geïmporteerde Polen boeren waren. De mijnwerkers kenden hun vak en waren minder goed te vervangen. Iedereen was bang voor de Russen, vooral meisjes en vrouwen.
Georg sterft ook spoedig daarna, aan de tbc. Inge en Lotte nemen de zorg op zich voor Hanne, Bärbel en Hans. Elinor blijft in Zwitserland, waar ze kunstgeschiedenis studeert en zich verlooft met Jan Starink.
In 1950 vertrekken de oudere zusjes met de jongsten naar de al eerder naar het Westen gevluchte familie. Ze worden daar eindelijk als mens behandeld.