dinsdag 6 februari 2018

De vergeten bankencrisis, Lodewijk Petram, 2016.

Boekomslag
'Ga maar rustig slapen.' Dat waren de woorden van Colijn in 1936, toen dienstplichtigen werden opgeroepen langer onder de wapenen te blijven; dit naar aanleiding van de bezetting door de nazi's van het Rijnland. Met andere woorden: "Mensen, niets om je druk over te maken." 
Geheel in dezelfde trant reageerde Colijn telkens als er in de Kamer of in de pers gesproken werd, of vragen werden gesteld, over de steunverlening door de Staat aan de Robaver in 1924. Hij had een blanco cheque afgegeven, en van dat geld werden de aandeelhouders gesteund, buiten medeweten van het Parlement. Ook werden dikke tantièmes uitgekeerd aan bijvoorbeeld Westerman. Terwijl de crisis aan het wanbeheer van Westerman te danken was geweest! Colijn hield zijn eigenmachtig optreden zo veel mogelijk geheim, en slaagde er zelfs in een schrijven te produceren dat onwaar was. 
 
Hendrikus Colijn, 1869-1944.
Spotprent door Leo Jordaan, gericht tegen Westermans 'omarmen van de vele miljoenen', bij al zijn overnames.
Het boek van Petram is heel duidelijk geschreven, wat ik met blijdschap verwelkomde. Financiële kwesties in de kranten vind ik altijd erg lastig. Maar Petram slaagt erin het verhaal zó te vertellen, dat je zelfs de transacties in grote trekken kunt begrijpen: het opkopen van eigen aandelen bijvoorbeeld om de koers niet te laten kelderen. 
Bovendien is het verhaal bij tijd en wijlen heel spannend: bijvoorbeeld als er twee klokkenluiders hun verhaal naar buiten brengen, ene Jaap van Hees en Reinier Heyne. 'Nou hangen die graaiers!', denk je. Maar dan wordt die Van Hees die zo moedig leek, omgekocht door de bank en naar Parijs verplaatst. De doofpot in met zijn smeuïge verhaal!
Willem Westerman (1864-1935), omstreeks 1921 geportretteerd door Jan Toorop
Willem Westerman is zonder twijfel de hoofdpersoon van de bankencrisis van 1924. Hij breidde de bank ongebreideld uit, wat hem op veel vijandigheid kwam te staan. Echt fout ging het, toen hij een krediet verschafte van 25 miljoen gulden aan het bedrijf van Anton Kröller, die ook grootaandeelhouder in de bank was. 
Hij moest aftreden in 1924, maar zorgde ervoor dat hij een flinke vinger in pap hield. Ook had hij een uitstekende vertrekregeling voor zichzelf geregeld.
Naast de geldgraaier Westerman speelt een hoofdrol Anton Kröller  (1862-1941); hij huwde met Helene Müller.
Anton Kröller, 1862-1941.
Helene Müller en Anton Kröler.
Deze en de volgende twee: foto's van het prachtige Kröller-Müller-museum... 
..... geopend in 1938, in het Nationaal Park De Hoge Veluwe...
...om de grote kunstverzameling van Helene Kröller-Müller in onder te brengen.
Zij behoorden tot de rijkste families van Nederland. Hij schafte zich het Nationaal Park Hoge Veluwe aan als jachtterrein, en liet daar in 1914 het Jachtslot Sint Hubertus bouwen. Hij  verwierf enorm veel geld in de Eerste Wereldoorlog. Hij nam het bedrijf over van zijn schoonvader, het stuwadoorsbedrijf Wm H. Müller. Na de zeepbel na de Eerste Wereldoorlog ging het bergafwaarts met zijn financiën doordat hij zich afhankelijk had gemaakt van bankkredieten. 
Sint Hubertus jachtslot; ontwerp van Berlage. 
De titel van deze biografie van Ariëtte Dekker spreekt boekdelen!
Een kleinere rol was weggelegd voor de President van de Nederlandsche Bank, Gerard Vissering (1865-1937)
Onderschrift:
 'Geneer je niet, m'n jongen, zeg maar gerust wat je op het hart hebt.....!'
Spotprent van Leo Jordaan op het machtsmisbruik van de Robaver
Kantoor van de Robaver (nu ABN Amro) aan de Kneuterdijk in Den Haag, gebouwd vlak voor de crisis.
Het pijnlijke van het verhaal is, dat de waarheid nooit helemaal boven water is gekomen. Of anders wel snel vergeten is geraakt, en nooit tot in consequenties is doorgedacht. Zo is het bijvoorbeeld niet tot staatstoezicht gekomen. Ik herken in de behandeling destijds van Tweede en Eerste Kamer-vragen het afhouden van antwoorden dat zowel Colijn als zijn opvolger Dirk de Geer deden: de heren ministers waren godheden, tegen wie men met eerbied had op te zien, en naar wie het gewone volk maar liever te luisteren hadden. Ik denk nu bijvoorbeeld terug aan Yvo Opstelten, van wie onlangs uitkwam, dat hij wetenschappelijk onderzoek beïnvloedde, zodat de uitkomsten in zijn kraam te pas kwamen. Ik had ook niet veel vertrouwen in Noud Welling, ik vond hem arrogant.
Destijds was het niet anders: het was maar beter als parlementsleden vertrouwden dat het allemaal zo erg niet geweest was. 'Gaat u maar rustig slapen.'
Opvallend (maar dan in tegenovergestelde zin) is  het optreden van Arie van Hengel. Hij was de man die orde op zaken moest komen stellen, nadat de bank overeind gehouden was. 
Hengel, Adrianus Johannes van, 1886-1936.
Bij zijn reorganisatie bij de Robaver, stuitte hij op flink verzet van de kant van Westerman. Hengel was erg impulsief, en een heel harde werker. Hij las alle stukken en deed voorstellen ter verbetering. Hij bracht de bank er weer bovenop. Hij had meer moeite met het samenwerken met Müller, die veel taaier was dan Westerman. Maar ook hierin slaagde hij uiteindelijk. 
Hengel kwam jong om het leven bij een vliegtuigongeluk: "Hij had zijn vliegbrevet, maar kon door zijn slechte ogen de hoogte van zijn vliegtuig niet goed inschatten en stortte neer." Hij werd maar 50 jaar.
Werknemers komen bij elkaar in een vergaderzaal van het kantoor van Lehman Brothers in Canary Wharf . 2008.
De recente serie van crises brachten de gebeurtenissen in 1924 weer naar boven. Vandaar dit boek door Petram. Helaas zijn er veel overeenkomsten, en lijkt herhaling heel goed mogelijk. 
ABN-AMRO; de Robaver is een voorloper van deze bank. Denk ook aan de vestiging die 'Rotterdam' in Amsterdam neerzette. Met alle wrijvingen en concurrentie van dien tussen de twee steden.
Om nu maar even de geschiedenis wat op te frissen, wat plaatjes van de recente crisis. 
Wouter Bos, minister van Financiën, 2008. Colijn was het in 1924.
Wellink, Balkie en Bos. De hoofdrolspelers 2008; voor de ABN-AMRO was het Rijkman Groenink. 
Rijkman-Groenink, model van de graaiersmentaliteit in 2008. Te vergelijken met Westerman uit 1924.
Steun aan Fortis, ABN-AMRO en ING.
Kletsmeijer. 
Zo dacht Hans Hoogervorst erover toen Wellink uitleg kwam geven in de kamer.
Bah. 
Ik zou geloof ik ook zo naar Wellink gekeken hebben... :-)
Schrijver Lodewijk Petram.
Lodewijk Petram (1981) is econoom en historicus. Hij schreef De bakermat van de beurs, dat over de vroegste geschiedenis van de aandelenhandel verhaalt, en werd vertaald in het Engels, Grieks, Chinees en Koreaans. Het boek stond op de longlist van de Libris Geschiedenisprijs. En Petram ontving in 2012 de D.J. Veegensprijs voor historisch onderzoek met grote actualiteitswaarde.

Leuk promotiefilmpje, Petram aan het woord over zijn boek, ca. 1½ minuut.
Uit 'De Leesclub van alles: 
Artikel door: Henk Slechte, over dit boek:
De geschiedenis wordt geacht zich niet te herhalen, maar soms zijn de parallellen tussen gebeurtenissen opvallend. Dit geldt zeker voor de bankencrisis van 1924. Lodewijk Petram schreef er een onthullend en soms onthutsend boek over. Toen minister van Financiën Wouter Bos in 2008
banken met gemeenschapsgeld redde, besefte niemand dat in 1924 iets vergelijkbaars was gebeurd. Toen zat de latere premier Hendrik Colijn op Financiën.(...)
Petram vertelt het in een grondig gedocumenteerd boek dat leest als een financiële schelmenroman.
Helemaal waar!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten