dinsdag 27 september 2016

Het valse gewicht: de geschiedenis van een ijkmeester; Joseph Roth, 1937 - vertaling 2004.

Nederlandse uitgave.
Dit was weer een Joseph Roth naar mijn hart, af en toe weer schateren van de lach om de gevonden beelden (De klerk is erg blond, 'ronduit ophitsend blond.'). Een indrukwekkende hoofdpersoon met een triest lot.
De geschiedenis speelt zich af in het district Zlotogrod, hoofdpersoon is ijkmeester Anselm Eibenschütz.
Oostenrijk-Hongarije, 1906. Zlotogrod ligt in Galicië, aan de verre oostgrens van het Habsburgse Rijk.
Eibenschütz was eigenlijk soldaat, maar heeft terwille van zijn vrouw een baan buiten het leger gezocht en gevonden. Hij is ijkmeester geworden, maar niemand vindt dat prettig. Ze zijn het daar niet gewend, in Zlotogrod:
'Er waren alleen nog weegschalen. Alleen nog weegschalen waren er. Stoffen werden met de arm gdmeten, en iedereen weet dat een mannenarm, van de gebalde vuist tot aan de elleboog, één el meet, niet meer en niet minder. Iedereen wist verder, dat een zilveren kandelaar één pond en twintig gram woog, en een kandelaar van messing ongeveer twee pond. Ja, in die streek waren veel mensen die helemaal geen vertrouwen hadden in wegen en in meten. Ze wogen in de hand, en ze maten met het oog.' 

Vertalingen
Eibenschütz is juist heel secuur en gewetensvol, en dat maakt hem ongeliefd. en eenzaam: 'Hij was heel eenzaam, de ijkmeester Anselm Eibenschütz. Overdag en 's nachts was hij eenzaam.' Dergelijke herhalingen vielen me een paar keer op in dit boek. 
Hij beseft dat hij niet meer van zijn vrouw houdt, zijn vrouw Regina, die meestal bezig is met een 'gifgroen breiwerkje.
Zij begint een relatie met de klerk Josef Nowak; Anselm hoort dit via een anoniem briefje, wat later blijkt van Leibusch Jadlowker afkomstig te zijn. Jadlowker is de eigenaar van het grenscafé in het nabije dorp Szwaby. Hij is de aanstichter van alle misdaden in die streek, hij zou ook ooit iemand doodgeslagen hebben met een suikerbrood. Hij doet in mensenhandel, Russische deserteurs. Zijn handlanger Kapturak doet in Duitse deserteurs. 
Eibenschütz doet zijn werk onder de bescherming van de bewapende wachtmeester Slama. 
Met een foto uit de film; Eibenschütz en zijn wachtmeester.
Regina begint na een periode van kilte weer aanhalig te doen tegen Eibenschütz, omdat ze zwanger is van Nowak. Eibenschütz laat weten dat hij precies weet hoe het zit. Zij gaat in de keuken huizen. Eibenschütz hoort het kind voortdurend krijsen. 
Zo eenzaam als hij is. Hij wordt verliefd op de zigeunerin Euphemia Nikitsch, in het grenscafé. 
Dit moet Euphemia wel zijn.
De cholera breekt uit, als de dooi in een bepaalde winter te vroeg inzet. Mensen sterven bij bosjes, ook het kind van Regina en Nowak, en Regina zelf. Eibenschütz zorgt dat Jadlowker gevangen wordt gezet.
Eibenschütz beleeft een korte, gelukkige periode met Euphemia, maar na de zomer keert haar minnaar Sameschkin terug. Sameschkin leeft van de verkoop van gepofte kastanjes. Eibenschütz is weer zeer verdrietig en eenzaam en raakt aan de drank. 
Omslag met drankflessen.
Jadlowker komt vrij en zweert Eibenschütz te vermoorden. Met de hulp van Kapturak lukt hem dat, hij slaat hem dood met een steen.

Een goede recensie staat hier, in de Volkskrant.

Er zijn oude bekenden in het boek : Sipolje, het leger, de brandewijn van 90%, de knecht met de naam Onufrij, Zie De Radetzkymars van dezelfde auteur.
Hier de ijkmeester als vat vol weeg- en meetinstrumenten, tegenover een wulpse vrouw.
IJken

In 1971 is het boek verfilmd.
De titel plaatste mij nog wel even voor een raadsel: de ijkmeester moet maten en gewichten ijken, in een streek waar iedereen corrupt is. Wie of wat het valse gewicht is weet ik niet. Hij zelf valt helemaal uit de toon, en is daardoor ook zo eenzaam. Hij ging zijn lot daar tegemoet, daar bij de rivier de Struminka, in het vreselijke koude landschap, zo voorvoelde hij. En inderdaad, hij werd vermoord. 
Joseph Roth
Ik heb geen filmbeelden kunnen vinden; hier wel enkele foto's uit de film.






maandag 26 september 2016

Rechts en links, Joseph Roth, 1929 (vertaling 2009, Elly Schippers)

Mijn uitgave
Het is nu mijn derde boek dat ik lees van Joseph Roth, en dit vond ik het minste. Ik miste de pregnante, scherpe beschrijvende zinnetjes, Roth moest dit keer een omhaal van woorden maken om mensen of situaties te beschrijven. 
Ik vond er ook minder samenhang in zitten, bijvoorbeeld kwam de verhouding tussen de broers Theodor en Paul Bernheim voor mij niet goed uit de verf. 
De openingszin daarentegen vond ik weer ijzersterk: '
'Ik herinner me nog de tijd dat Paul Bernheim een genie beloofde te worden.' 
Duitse uitgave
De psychologie van de personen is weer verontrustend. Nooit is iemand echt leuk of aardig, er zit altijd hoogmoed, minachting of iets anders vervelends achter wat iemand denkt of doet. Soms is het trouwens ook herkenbaar, alsof er alleen maar een strijd is tussen de mensen onderling. Ik geef een voorbeeld (dit gaat over vader Felix Bernheim):

'De meeste mensen plegen een hoofdprijs geheim te houden, als een schandvlek in de familie. Maar meneer Bernheim verdubbelde, alsof hij bang was dat men zijn geluk niet met de nodige hatelijkheid ter kennis zou nemen. Zijn ostentatieve minachting voor zijn omgeving verminderde het toch al geringe aantal groeten dat hij dagelijks placht uit te delen, en begon diegenen die hem groetten met een kwetsende en onverschillige verstrooidheid terug te groeten.' 

Om dit nog steeds geweldige beginstuk af te maken, beschrijft Roth vervolgens hoe vader Felix de natuur gaat provoceren. Van een prachtige ommuurde oude tuin met oude bomen, maakt hij een kitscherig parkje met kabouters. Bankje, oude muren en bomen: weg. 

Het boek beschrijft vooral de wederwaardigheden van Paul Bernheim. Zoals de beginzin vertelt, kan hij als hij jong is heel veel, met heel veel talent. 
Maar op de een of andere manier gaat dat genie verloren. Elke passie maakt plaats voor een andere, zonder tot echte bloei te komen. Hij gaat naar Oxford, waar hij succes heeft met van alles. Hij ervaart iets wat dieper op hem ingrijpt, zonder dat hij goed beseft waarom: hij raakt gewond door een Oekraïner, Nikita Bezborodko. Eigenlijk omdat zomaar de woorden 'waardige dood' hem door het hoofd flitsen, als deze man voor hem staat met een stapel pamfletten. Hij trekt zijn revolver, en op dat moment wordt hij door de ander met het mes in zijn arm gestoken. 
Hij vertrekt naar het front, raakt ook daar licht gewond, en voor hij genezen is, is de oorlog afgelopen. Het is onduidelijk welke kant hij kiest, van de revolutionairen of van de reactionairen. Het lijkt wel beide. Hij is erg eenzaam.
Zijn broer Theodor kiest de zijde van de nazi's. Ze staan tegenover elkaar, de een haat Joden, de ander niet. De mannen hebben een vreemde verhouding met hun moeder, die vooral heel erg gierig is. 
Het geld is aan het ontwaarden, de grote rijkdom die haar man verworven heeft door een prijs in een loterij, raakt verloren. Zij stopt al het papiergeld in een kist, waar het waardeloos wordt. 
Paul is meestal erg eenzaam: "Alleen zijn was moeilijk. Alle pijnlijke gedachten kwamen voort uit eenzaamheid, zoals treinen van ver komen." Dan denkt hij aan zijn nederlagen, aan het feit dat hij het in Oxford niet gemaakt heeft, de ervaring met de Oekraïener, aan het hospitaal. 
Als hij zich de toekomst voorstelt, kan hij zich alleen 'grootheid, of de dood' voorstellen.
Hij verdient geld, en voelt zich steunpilaar van de maatschappij. Hij heeft een vriend, dr. König, een revolutionair, die Pauls geld nodig heeft. 
Een volgende figuur die zijn belangrijke intrede doet, is Nikolai Brandeis. Hij leek van de Mongolen af te stammen. Er was van hem alleen bekend dat hij Rusland tijdens de revolutie had verlaten. Het was een raadselachtige zakenman, die Theodor opeens veel geld leent.
Brandeis heeft een vrouw, Lydia Markovna. Hij speelt en wint in het casino. Hij is van iedereen onafhankelijk, hij wordt rijk met o.a. de stoffenhandel. 
Hij toont helemaal geen medegevoel met zijn jonge vrouw.
Paul Bernheim 'bouwt intussen af', hij doet het kantoor weg. Afbouwen was een activiteit 'die in die tijd in Duitsland met de wederopbouw gepaard ging'. Hij verhuist naar een kleiner pand en 'deed de ervaring op dat het tot de bijzondere eigenschappen van de eenzaamheid behoort dat ze inéén kamer groter is dan in drie'. 
Hij leeft op grote voet. 
Via Brandeis wil hij proberen een huwelijk te sluiten. Via-via (Sándor Tekely) hoort hij van een fabrikant in de chemische industrie, en leert Irmgard Enders kennen, nicht van die rijkaard. 
Zo verwerft de lucky Paul opnieuw veel geld, een vrouw en een villa. Maar hij blijft altijd gekweld door het idee dat zijn 'grootheid' maar schijn is: dat hij het moet afleggen tegen figuren als Nikita, Tekely, Brandeis en Enders. 
De hier afgebeelde vrouw moet Lydia zijn, de vrouw van Brandeis, op wie Paul verliefd is. Maar door zijn eigen stommiteit verliest hij haar.
In deel 3 verlaat Brandeis het land. Hij vertelt een kolonel dat hij zijn rijkdom te danken heeft 'aan de weerloosheid van de mensen en hun instellingen. (Alles) 'is kleiner dan mijzelf.' 
Paul en Lydia eten samen; opeens doorziet hij dat zij uit het cabaret komt; hij vernedert haar daarom, en zij gaat weg. Hij begrijpt dat dat zijn eigen schuld is, en verwijt het zichzelf. Van zijn vrouw houdt hij niet, wel misschien van deze mooie exotische vrouw. 

Zoals denk ik uit mijn samenvatting te zien is, is het boek niet echt een eenheid. het wordt ook wel als de schildering van Duitsland tussen de twee oorlogen gezien. De tanende rijkdom door de hyperinflatie, de opkomende macht van mensen die goed met geld weten om te gaan. Tijd ook van veel leegte en eenzaamheid, de eerste hakenkruisen, anti-joodse geluiden.  
Zie verder ook de bekende  H. Marsman, 1934, in De Gids
Hendrik Marsman,1899-1940.
Ik geef hier ook nog enkele wetenswaardigheden weer uit een blog van Marija Viljusic
In een analyse van Heizman las zij, dat Roth deze roman zelf een anti-roman noemde; hij voldoet niet aan de regels van psychologie, heeft geen gesloten handeling en geen vaste karakters. Volgens Heizman is het het einde van Roths 'nieuw zakelijkheid.' Volgens Roth zelf geeft het boek geen beeld van de politiek, maar is het een beschrijving van een primitieve politiek. Protagonist is geen persoon, maar de gecompliceerdheid van de beschreven tijd. 
In Paul Bernheim zien we vooral hoogmoed en snobisme. Hij heeft niks authentieks, beschikt alleen maar over holle frasen. Als hij écht iets moet zeggen, kan hij het niet. Hij is voortdurend bezig anderen voor zich te winnen. 
Theodor is een meeloper. Zijn moeder is joods, dat wil hij wissen uit zijn bewuste. Dat lukt hem.
Brandeis is het tegendeel van Paul. Hij heeft de macht; hij stelt zijn dorpje waar hij vandaan komt als ideaal tegenover de Groszstadt. 'Niet meer beheerst de mens de dingen, maar de dingen beheersen de mens', is zijn overtuiging.
Viljusic meent dat de roman een plaats inneemt tussen expressionisme en zakelijkheid. 
Joseph Roth, 1894-1939. Hij dronk zich dood, stierf in Parijs. Zijn boeken kwamen in 1933 op de brandstapel van de nazi's.
Stukje van een documentaire over Joseph Roth: Das bin ich wirklich, böse, besoffen, aber gescheit (= snugger) 

Dzjamilja: een Kirgiezisch verhaal, Tsjingiz Ajtmatov, 1958 (vertaling 1990)


Mijn uitgave.
Een boekje van slechts 70 kleine bladzijden, inclusief voorwoord van de auteur. Ik werd er door Klaas op gewezen, het zou het meest vertaalde boek zijn in de literatuurgeschiedenis, in zo-en-zoveel talen.
Huh!? Ajtmatov? Ken ik die? En zo dikwijls omgezet naar andere talen...? Daar moet ik meer van weten.
Hier heeft het boekje zelfs een nieuwe ondertitel gekregen. 
Ajtmatov... De naam roept die andere naam op, Achmatova, Anna; dichteres. Haar heb ik nog altijd op mijn verlanglijstje staan. Maar dat is toch echt een ander.
Boven en onder Anna Achmatova 1889-1966
Portret van Achmatova, door Nathan Altman
Maar kijk eens, hoe mooi, Achmatova:

De herinnering gaat al verbleken
En je levenslot boeit me maar flauw
Maar mijn ziel draagt nog altijd het teken
Van die ene ontmoeting met jou.

En ik word naar je huis toe gedreven
't Rode huis aan de troebele beek
Maar ik weet dat ik daarmee voor even
Wreed je zonnige stilte doorbreek.

Ook al heb je nog nooit vol verlangen
Met je lippen mijn mond aangeraakt
En ook nimmer in gouden gezangen
Mijn vervoering onsterfelijk gemaakt.

Toch voorvoel ik in 't diepst van mijn dromen
Als de avond zo zacht is en blauw
Dat er ooit nog een weerzien zal komen
Onafwendbaar een weerzien met jou.

Terug naar Ajtmatov:
Hij is de bekendste Kirgizische schrijver, en wordt ook tot de bekendste schrijvers van de Russische letterkunde gerekend, lees ik op Wiki.
Kirgizië, Centraal-Azië
Kirgizië
Hij was lid, later voorzitter van de Bond van Sovjetschrijvers. Zijn vader was een overtuigd communist, maar viel toch ten offer aan de Grote Zuivering.

Dzjamilja betekende een doorbrak voor de schrijver.
In meer van zijn boeken speelt folklore een belangrijke rol; vaak ook dieren. Zo ook in dit boek.
Zo met dit witte sjaaltje wordt ze beschreven
Zie de kwalificatie van Louis Aragon: the most beautiful lovestory in the world.
In dit boekje (het is een novelle) gaat het om de liefde tussen een getrouwde jonge vrouw en een manke knecht. 
Maar het is meer dan dat: het is ingebed in een familieverhaal; Kirgizische nomaden die bij elkaar wonen in een hecht familieverband. Ieder kent zijn plaats, ieder heeft zijn verantwoordelijkheden en neemt die, ongeacht of het nou leuk is of niet. Een man met twee vrouwen, een zoon met twee moeders. De schoonzus Dzjamilja woont bij hen in, omdat haar man, Sadyk, aan het front is. Hij ligt gewond in het ziekenhuis. De jonge moeder heeft nog twee zoons aan het front, om wie ze rouwt, ze hoort nooit meer iets van hen. De schoonzus weet alles van paarden, werkt hard, is een enorme steun voor de jonge moeder; ze is niet bang om voor haar mening uit te komen. 
Kirgizische acrobaat te paard.
Zij moet mee helpen met zwaar werk, het hooi opladen voor de kolchoze.
Russische kolchoze, 1930.
Het is mannenwerk, maar ze weet van aanpakken. Een knecht, Daniar, kreupel, ook al door de oorlog, werkt al even hard mee, ondanks zijn handicap.
Dzjamilja en Daniar worden verliefd op elkaar, onder meer door het prachtige gezang van Daniar. Hij is zwijgzaam werkt ook al keihard. Je zou verwachten dat ze geen gehoor aan hun liefde geven, juist omdat de tradities (familieverhoudingen) zo sterk zijn. Maar dat is niet zo, zij gaan wel hun eigen weg, trouw aan hun liefde.
Kirgizië.
Het verhaal wordt verteld door een ik-figuur, de jonge zwager van Dzjamilja. Hij heeft een tekening gemaakt van de twee geliefden. Met het schilderij daarvan gemaakt begint het boek. Het is een terugblik.

Het verhaal inspireerde de Duitse zanger Hannes Wadder tot het schrijven van het lied Am Fluss. 
Am Fluss, geïnspireerd op Dzjamilja.

Russisch In Memoriam van Ajtmatov; merkwaardig genoeg breekt het commentaar al snel af en maakt plaats voor stilte. 1928-2008.
Overigens is het voor mij toch niet te verstaan; ik vond het wel aardig voor de beelden uit zijn leven. 
Hij heeft als jongetje geleefd onder de omstandigheden die hij in dit boek beschrijft. 

zaterdag 24 september 2016

Wat Maisie wist, Henry James, 1897, vertaling 1979.

Ik vond het erg leuk om na de film What Maisie knew, het boek te lezen van Henry James, waarop de film gebaseerd is. 
Beide gaan over het kind Maisie, dat een ouderpaar heeft die haar schandalig behandelen; ze verwaarlozen haar, laten haar in de steek, maken elkaar zwart en vechten alleen om haar om elkaar te pesten. Het zijn Beale en Ida Farange. Als zij uit elkaar zijn, gaan ze allebei een nieuw huwelijk aan, zij met Sir Claude, hij met Miss Overmore. maar ook die huwelijken lopen spaak. De biologische ouders geven Maisie op, zodra hun dat het beste uitkomt. De beide stiefouders zijn bij elkaar gebracht door Maisie, en krijgen samen ook een verhouding. Ze willen uiteindelijk ook trouwen, al zijn ze nog niet vrij. Maisie houdt van allebei. Als Sir Claude en Mevrouw Beale allebei verlost zijn van hun echtgenoot en dus vrij zijn, willen ze Maisie bij zich hebben.
Maar in het boek pakt dat anders uit.

Dat is het grootste verschil tussen boek en film, maar er zijn er meer. Het boek speelt in een andere tijd, eind negentiende eeuw, en weerspiegelt ook de normen en waarden van die tijd. De film doet dat ook, dat wil zeggen die weerspiegelt de normen en waarden van deze tijd, en daar heb je al een heel belangrijk verschil. De stiefouders en ouders zijn ook wel van een ander kaliber; allebei meer passend in hun eigen tijd. 
Die verdediging van 'normen en waarden', of 'zedelijk besef', zoals Mevrouw Wix het noemt, wordt gegeven door deze gouvernante. Deze figuur komt in de film helemaal niet voor, in het boek speelt ze de hoofdrol in de uiteindelijke keuze van Maisie. 'Zedelijk besef,' vindt mevrouw Wix, is wat Sir Claude en mevrouw Beale ontbreekt.
Een ander groot verschil is dat in de film Maisie voornamelijk toeschouwer is. Je ziet haar ook niet ouder worden, ze blijft geloof ik zes jaar. 
Het kind dat alles ziet, en ook alles begrijpt (wel voor zover zij het ziet of hoort).
In het boek zien we haar in alle omstandigheden waarin de volwassenen haar brengen. Ze wordt zó opgevoed, dat ze iedereen begrijpt, en niemand pijn wil doen. Ze groeit juist op en wordt veel te vroeg rijp. James laat dat heel goed zien, alle voors en tegens en moeilijkheden die Maisie ontdekt worden scherp geobserveerd en geanalyseerd. We zien alles door Maisies ogen, en we horen ook hoe ze reageert, met welke vragen ze komt. En wat ze denkt. Ik vond dat 'uitpluizen' mooi, en overtuigend. 
(Niet iederéén vond dat overigens: de schrijver Nabokov vond het boek verschrikkelijk, evenals Virginia Woolf.)
Ik heb me erg het hoofd zitten breken over de uiteindelijke keuze van Maisie: ze kiest namelijk niet zoals in de film, voor haar nieuwe stiefouders, wat je wel zou hopen. Ten slotte houden die van haar, en ik vond ze leuk. In elk geval veel leuker dan haar eigen ouders.
Maar nee, ze vindt Sir Claude te slap - zeggen de recensies. En misschien verwacht ze een herhaling van het gebeurde met haar eigen ouders. De stiefouders ruzieën ook al. (Heel duidelijk wordt dat niet.)
Eerste druk, 1897.
Sir Claude is dus te slap; of, zoals James het zegt: Maisie ziet opeens in dat hij bang is voor zichzelf. 
Hij vraagt dan aan haar, of zij mevrouw Wix wil opgeven, en bij hem en zijn nieuwe liefde wil komen wonen. Zij antwoordt met de wedervraag, of hij Mevrouw Beale wil opgeven?
Aan Mevrouw Beale vraagt ze, of zij Sir Claude wil opgeven. 
Beiden weigeren dat. 
Daarna kiest ze voor mevrouw Wix.
Ik stelde me hierbij de vraag: moet zij alleen weer inleveren? Mag 'liefde'  zulke voorwaarden stellen?
Hoe dan ook, haar antwoord is, dat zij vertrekt met mevrouw Wix, terug naar Engeland. Het koppel blijft samen achter in Frankrijk.
Mevrouw Wix is niet de leukste personage, op mij komt ze wat stijf over, met haar zedelijk besef. Wat lachwekkend is haar nauwelijks verholen verliefdheid op Sir Claude, haar vraag aan hem of hij met haar en Maisie wil samenwonen. Ook hoe zij gebruik maakt van de luxe die Sir Claude haar biedt is wat lachwekkend. Toch prevaleert Mevrouw Wix voor Maisie in het boek, volgens de recensies omdat Maisie kennelijk niet anders verwacht dan dat ook haar nieuwe ouders wel weer ruzie zullen gaan maken. Zie bij voorbeeld deze in de NY Books. Bij Mevrouw Wix zou ze blijvende geborgenheid kunnen vinden.
Maisie in de film; prachtig, zo tussen de volwassenen in, met een wetende blik. Rol van Onata Aprile.
Na de film viel het me éven tegen. Ik heb er ook goed over moeten nadenken. 
Maar, uiteindelijk, vind ik, tegen elkaar afwegende, beide kunstvormen mooi; in de film is Maisie prachtig vertolkt. Het boek geeft schitterende analyses van Maisies gedachten en zieleroerselen. Dat alles met het weinige wat zij weet van wat zich in de volwassenenwereld afspeelt.
Henry James, Amerikaans-Brits auteur, 1843-1916. Verder o.m. bekend van Portrait of a lady, ook verfilmd. Met John Malkovitch en Nicole Kidman. 

King of Devil's Island, Marius Holst, 2010.

Poster; Noorse titel: Kongen av Bastoy
Prachtige film over het eiland Bastoy, in de fjord bij Oslo, Noorwegen, waar jongens in een verbeteringsgesticht zaten opgesloten; naar een historische werkelijkheid, van 1915 tot 1954. Waarvoor de kinderen daarheen moesten varieerde: ze hadden geen gepikt uit de kerk, tot een moord gepleegd, en alles daartussenin. De tucht was wreed, misdadig.
Niet praten onder het eten.
Een heilige boon tot en met, directeur Hakron, gespeeld door Stellar Skarsgard
De directeur eigende zich het geld toe dat voor verbeteringen nodig was, een van de 'huisvaders' vergreep zich aan de zwakste jongens.
Zo komt Erling binnen; Benjamin Helstad
Hij wordt meteen geknipt en in bad gestopt.
Hoofdpersoon en aanstichter van alles is de 18-jarige Erling,  C19 - zodra ze op het eiland zitten zijn de jongens gereduceerd tot nummers; ze dragen dan ook allemaal dezelfde kleding.
Zo verschijnt hij voor de troep, met een bak met ook blauw kleding.
Onder het mom van 'verbeteren' moeten de jongens zware arbeid verrichten, soms nutteloos, zoals het verplaatsen van stapels stenen.
De directeur is de kapitein van het schip; hetzelfde beeld als wat Erling gebruikt in zijn verhaal van de walvis.
Ook eenzame opsluiting volgde, als dat volgens de huisvaders en de directeur nodig was; en soms half rantsoen, of extra zware arbeid in de kou met te weinig kleren aan. Het halve rantsoen bestaat uit vissenkoppen en - graten.
Erling is meteen bij binnenkomst van plan te gaan ontsnappen. Hij vindt een maatje in die andere gevangene, C1, Olav, die op het punt staat vrijgelaten te worden als Erling binnenkomt.
Olav, oftewel C1
Olav voegt zich maar het liefst naar het regime, omdat hij anders nog langer vast moet zitten. Erling is goudeerlijk (maar 'bonkig', zoals ik ergens zo mooi las) en vindt dat ook Olav de waarheid moet zeggen. Bijvoorbeeld dat hij weet dat huisouder Brathen een jongetje in het washok misbruikt. Olav meldt dit, maar wordt als boodschapper gestraft.
Confronatatie Erling en Brathen; Erling laat zich niet zeggen dat hij stinkt, 'ruik ik nou brandewijn?' zegt hij als Brathen aan hem snuffelt.
Brathen vertrekt zogenaamd, maar keert terug als enig getuige Olav van het eiland gaat vertrekken.
Terugkeer Brathen
Uit wanhoop pleegt dat jongetje, Ivar, zelfmoord. Olav en Erling worden in de isoleercel geplaatst (cel is hier een eufemisme, ze liggen in een sort tralie-doos, afschuwelijk).
 
Aangrijpende scene
Snel daarna escaleert de hele situatie. Alles jongens sluiten zich aaneen, er volgt een opstand. 
Opstand, in werkelijkheid 20 mei 1915.
Brathen wordt neergeslagen met een schop, daarna steeds opgehangen en weer neergehaald. Bijna wordt hij in brand gestoken samen met de schuur. Erling redt hem. Ook laat hij de directeur ontkomen.
Een hele groep jongens vlucht de bossen in.
Dit voorste jongetje wordt later bij kop en kont gepakt door een van de soldaten.
Net als Olav en Erling met nog enkele anderen denken te kunnen ontsnappen met een sloep, komt er een gigantisch groot schip aangevaren, met allemaal soldaten die een klopjacht houden op het eiland.
De redding lijkt nabij; maar even later doemt dat enorme schip op.
Er vallen doden en gewonden, het huis staat in brand.
Olav en Erling, ontkomen, al is C1 ernstig gewond aan zijn been. Ze lopen over de bevroren fjord. Maar het ijs kraakt, Olav C1 kan nog net ontkomen naar land, C19 Erling zakt door het ijs. Het is een aandoenlijke scene, als de jongens zich aan elkaar vastklampen en de een probeert de ander uit het wak te trekken. Dat mislukt, we zien Erling verdrinken voor de ontstelde ogen van Olav.
Het slot laat Olav zien na een paar jaar, als hij op een schip weer langs het eiland vaart.
Bijzonder zijn de beelden van de walvis, en de voice-over van Erling, die vertelt dat hij een walvis heeft geharpoeneerd, die een dag over zijn sterven deed. Erling is analfabeet, Olav helpt hem dat verhaal te schrijven in brieven. Erling doet het voorkomen dat het brieven aan zijn geliefde zijn. Aan het eind bekent hij dat het brieven aan zijn zus waren.
Geharpoeneerde walvis, beeld is niet uit de film.
Roger Ebert vindt het een mooie film maar vindt ook dat dit thema al een aantal malen gedaan is. Ik ben het er niet mee eens, ik vind het een historisch nieuw gegeven. Met die beelden van de walvis (een vleugje Moby Dick, schreef de VPRO-gids) wordt het poëtisch. Alles beelden van het eiland en het tuchthuis geven trouwens een indrukwekkend sfeerbeeld.
Regisseur Marius Holst.
Holst met Stellan Skarsgard.
Zeer vermeldenswaard is nog te vertellen hoe het verder ging met het eiland: 
Niet meteen na de opstand van de jongens stopte het verbeteringsgesticht. Dit hield het nog uit tot de vijftiger jaren. Toen werd het gesloten. 
Tegenwoordig is het een gevangenis, een ecologische. De gevangenen wonen er in houten huisjes, ze kunnen er onder andere tennissen. Ik begreep dat ze een prijs voor 'de beste gevangenis' gekregen hebben. Het is haast een vakantie-oord.
Bastoy

Gevangenis-huisje
Foto van toen.
Trailer
Hier kun je zien hoe het liberale gevangenissysteem tegenwoordig werkt. Het klinkt sprookjesachtig!
De titel, koning van Bastoy/Devil's Island, slaat het meeste denk ik op Erling. Door hem verandert alles in het tuchthuis. 
In de geschiedenis ging het om een 18-jarige zigeunerjongen.